reltext

Chapter 120

1 Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den Heere geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.12

Original Hebrew

אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בַּ/צָּרָ֣תָ/הב/צר֣ת/הבַּ/צָּרָתָ/הב/צרת/הba./tza.Ra.ta/hin <the>/ distress/ <towards>H9003H6869BH9011HRd+Ncfsa+Sd
לִּ֑/יל֑/ילִּ/יל/יL/iof/ meH9005H9030HR+Sp1bs
קָ֝רָ֗אתִיק֝ר֗אתיקָרָאתִיקראתיka.Ra.tiI called outH7121GHVqp1cs
וַֽ/יַּעֲנֵֽ/נִי\׃ו/יענ/ני\וַֽ/יַּעֲנֵֽ/נִי\׃ו/יענ/ני\Va/i.ya.'a.Ne./niand/ he answered/ meH9001H6030BH9030\H9016Hc+Vqw3ms+Sp1bs
  1. Hamaälòth Dat is, der opstijging, of der trappen. Waarvan deze psalm en veertien navolgende dezen naam hebben, daar van is verscheiden gevoelen. Sommigen menen dat zij alzo genoemd werden omdat zij gezongen werden door de Levieten, staande op zekere trappen. Anderen anders.
  2. Hij heeft mij verhoord Dat is, Hij heeft mij verlost.

2 O Heere! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.1

Original Hebrew

יְֽהוָ֗היהו֗היְֽהוָהיהוהYah.wehO YahwehH3068GHNpt
הַצִּ֣ילָ/ההצ֣יל/ההַצִּילָ/ההציל/הha.Tzi.la/hdeliver/ !H5337H9012HVhv2ms+Sh
נַ֭פְשִׁ/ינ֭פש/ינַפְשִׁ/ינפש/יNaf.sh/iself/ myH5315IH9020HNcfsc+Sp1bs
מִ/שְּׂפַת\־מ/שפת\מִ/שְּׂפַת\־מ/שפת\mi./se.fat-from/ a lip ofH9006H8193G\H9014HR+Ncfsc
שֶׁ֑קֶרש֑קרשֶׁקֶרשקרShe.kerfalsehoodH8267HNcmsa
מִ/לָּשׁ֥וֹןמ/לש֥וןמִ/לָּשׁוֹןמ/לשוןmi./la.Shonfrom/ a tongueH9006H3956GHR+Ncbsa
רְמִיָּֽה\׃רמיה\רְמִיָּֽה\׃רמיה\re.mi.YahdeceitH7423A\H9016HNcfsa
  1. mijn ziel Dat is, mij, of verlos mijne ziel; dat is, mijn leven, te weten, dat het mij niet benomen worde.

3 Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?1

Original Hebrew

מַה\־מה\מַה\־מה\mah-what?H4100\H9014HPi
יִּתֵּ֣ןית֣ןיִּתֵּןיתןyi.Tenwill anyone giveH5414GHVqi3ms
לְ֭/ךָל֭/ךלְ/ךָל/ךLe./khato/ youH9005H9031HR+Sp2ms
וּ/מַה\־ו/מה\וּ/מַה\־ו/מה\u./mah-and/ what?H9002H4100\H9014HC+Pi
יֹּסִ֥יףיס֥יףיֹּסִיףיסיףyo.Sifwill anyone addH3254HHVhi3ms
לָ֗/ךְל֗/ךלָ/ךְל/ךLa/khto/ youH9005H9032HR+Sp2ms
לָשׁ֥וֹןלש֥וןלָשׁוֹןלשוןla.ShonO tongueH3956GHNcbsa
רְמִיָּֽה\׃רמיה\רְמִיָּֽה\׃רמיה\re.mi.YahdeceitH7423A\H9016HNcfsa
  1. Wat zal U Hij keert zich tot de leugensprekers, en hij spreekt elk hunner hoofd voor hoofd aan, hun verwijtende hunne boosheid. Anders: wat zal Hij u geven, o bedriegelijke tong? Hij te weten, God.

4 Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.123

Original Hebrew

חִצֵּ֣יחצ֣יחִצֵּיחציchi.Tzeiarrows ofH2671HNcmpc
גִבּ֣וֹרגב֣ורגִבּוֹרגבורgi.Bora warriorH1368HNcmsa
שְׁנוּנִ֑יםשנונ֑יםשְׁנוּנִיםשנוניםshe.nu.NimsharpenedH8150HVqsmpa
עִ֝֗םע֝֗םעִםעם'ImwithH5973AHR
גַּחֲלֵ֥יגחל֥יגַּחֲלֵיגחליga.cha.Leiburning coals ofH1513HNcmpc
רְתָמִֽים\׃רתמים\רְתָמִֽים\׃רתמים\re.ta.Mimbroom plantsH7574\H9016HNcmpa
  1. Scherpe pijlen Dat is, pijlen die van een sterk man geschoten worden. Der kwade tongen kwade en lasterlijke woorden worden ook pijlen genoemd, Psa 64:4 , en Pro 25:18 .
  2. gloeiende Die namelijk haast aan brand komen, zeer hittigen brand geven en de hitte lang behouden.
  3. jeneverkolen Zie 1Ki 19:4 .

5 O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.12

Original Hebrew

אֽוֹיָה\־אויה\אֽוֹיָה\־אויה\'o.yah-woe!H0190\H9014HTj
לִ֭/יל֭/ילִ/יל/יl/ito/ meH9005H9030HR+Sp1bs
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
גַ֣רְתִּיג֣רתיגַרְתִּיגרתיGar.tiI have sojournedH1481AHVqp1cs
מֶ֑שֶׁךְמ֑שךמֶשֶׁךְמשךMe.shekhMeshechH4902HHNpl
שָׁ֝כַ֗נְתִּיש֝כ֗נתישָׁכַנְתִּישכנתיSha.Khan.tiI have dweltH7931HVqp1cs
עִֽם\־עם\עִֽם\־עם\'im-withH5973A\H9014HR
אָהֳלֵ֥יאהל֥יאָהֳלֵיאהלי'o.ho.Lei[the] tents ofH0168GHNcmpc
קֵדָֽר\׃קדר\קֵדָֽר\׃קדר\ke.DarKedarH6938\H9016HNpm
  1. in Mesech, Dat is, onder een onheilig en goddeloos volk, gelijk de nakomelingen van Mesech en Kedar waren. Zie Gen 10:2 , en Gen 25:13 .
  2. Kedars woon Kedar is geweest de zoon van Ismaël, Gen 25:13 , wiens kinderen in het steenachtig Arabië woonden en zich in tenten onthielden; Isa 21:13 , Isa 21:17 .

6 Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.12

Original Hebrew

רַ֭בַּתר֭בתרַבַּתרבתRa.batmuchH7227AHAafsc
שָֽׁכְנָה\־שכנה\שָֽׁכְנָה\־שכנה\sha.khe.nah-it has dweltH7931\H9014HVqp3fs
לָּ֣/הּל֣/הלָּ/הּל/הla/h<for>/ itselfH9005H9034HR+Sp3fs
נַפְשִׁ֑/ינפש֑/ינַפְשִׁ/ינפש/יnaf.Sh/iself/ myH5315IH9020HNcfsc+Sp1bs
עִ֝֗םע֝֗םעִםעם'ImwithH5973AHR
שׂוֹנֵ֥אשונ֥אשׂוֹנֵאשונאso.Ne'[one who] hatesH8130HVqrmsc
שָׁלֽוֹם\׃שלום\שָׁלֽוֹם\׃שלום\sha.Lom<of> peaceH7965G\H9016HNcmsa
  1. Mijn ziel heeft Anders: mijne ziel, [dat is, ik] heeft voor hen lang gewoond; en, voor hen, of voor zich; dat is, naar hun dunken, gelijk Psa 123:4 .
  2. bij degenen, Met deze woorden geeft die van Mesech en Kedar verstaat.

7 Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.12

Original Hebrew

אֲֽנִי\־אני\אֲֽנִי\־אני\'ani.Sha-IH0589\H9014HPp1bs
שָׁ֭לוֹםש֭לוםשָׁלוֹםשלוםSha.lom[am] peaceH7965GHNcmsa
וְ/כִ֣יו/כ֣יוְ/כִיו/כיve./Khiand/ thatH9002H3588AHC+Tc
אֲדַבֵּ֑ראדב֑ראֲדַבֵּראדבר'a.da.BerI speakH1696GHVpi1cs
הֵ֝֗מָּהה֝֗מההֵמָּההמהHe.mahtheyH1992HPp3mp
לַ/מִּלְחָמָֽה\׃ל/מלחמה\לַ/מִּלְחָמָֽה\׃ל/מלחמה\la./mil.cha.Mah[are] for <the>/ warH9005H4421\H9016HRd+Ncfsa
  1. Ik ben vreedzaam; Hebr. Ik ben vrede. Zie de gelijke manier van spreken Psa 109:4 , en zie de aantekening aldaar, alsook op 2Sa 17:3 .
  2. als ik spreek, Dat is, als ik spreek of vermaan van vrede, zo vallen zij straks aan het oorlogen. Of, zij mogen mij niet horen spreken.