reltext

Chapter 9

1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-labben. [09:2] Ik zal den Heere loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.123

DutSVVA word tags

psalmH4210
DavidH1732
opperzangmeesterH5329H8764
Muth-labbenH4192H1121
HeereH3068
hartH3820
wonderenH6381H8737
vertellenH5608H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. opperzangmeester, Zie Psa 4:1 .
  2. Mûth-Labben Dit houden sommigen voor de eerste woorden van zeker lied, te dien tijde bekend, naar welks wijze deze psalm gezongen en gespeeld zou worden. Anderen zetten het aldus over: Over het sterven, of den dood desgenen, die tussen [beiden stond], verstaande daardoor Goliath, die tussen het leger Israël en dat der Filistijnen stond, Israël beschimpende en uitdagende. Zie 1Sa 17:4 . Altoos is het zeker dat de Filistijnen bij Davids tijd, niet alleen vóór, maar ook na Sauls dood, Israël dikwijls zware krijgen hebben aangedaan. Zie 2Sa 5:17 , enz. en 2Sa 8:1 , en 2Sa 21:15 , enz. waarop David in dezen psalm schijnt te zien.
  3. Ik zal Anders, ik zal [U] HEERE, loven.

2 [09:3] In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen; ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste!

DutSVVA word tags

verblijdenH8055H8799
opspringenH5970H8799
NaamH8034
psalmzingenH2167H8762
AllerhoogsteH5945

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

3 [09:4] Omdat mijn vijanden achterwaarts gekeerd, gevallen en vergaan zijn van Uw aangezicht.12

DutSVVA word tags

vijandenH341H8802
achterwaartsH268
gekeerdH7725H8800
gevallenH3782H8735
aangezichtH6440

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. achterwaarts Dat is, terug, gelijk men spreekt van degenen, die met schaamte en schande moeten vluchten.
  2. van uw Dat is, vermits uw bijzondere tegenwoordigheid, die Gij betoond hebt door uw bijstand aan mij, waardoor de vijanden verschrikt, verstrooid en omgekomen zijn.

4 [09:5] Want Gij hebt mijn recht en mijn rechtszaak afgedaan; Gij hebt gezeten op den troon, o Rechter, der gerechtigheid.123

DutSVVA word tags

rechtH4941
rechtszaakH1779
afgedaanH6213H8804
gezetenH3427H8804
troonH3678
RechterH8199H8802
gerechtigheidH6664

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. rechtzaak Versta, de rechtzaak, die ik had tegen mijne vervolgers.
  2. troon, Verg. boven Psa 7:8 , en onder vs.8.
  3. gerechtigheid Dat is, rechtvaardige Rechter; of richtende gerechtigheid; dat is, rechtvaardiglijk.

5 [09:6] Gij hebt de heidenen gescholden, den goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altoos.1

DutSVVA word tags

heidenenH1471
gescholdenH1605H8804
goddelozeH7563
verdaanH6H8765
naamH8034
uitgedelgdH4229H8804
eeuwigheidH5769
altoosH5703

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. gescholden, Gelijk de mensen met kijven en schelden hun toorn bewijzen, alzo is Gods schelden zoveel als zijn toorn openbaren en bewijzen, hetwelk gemeenlijk vergezelschapt is met den vloek en ondergang zijner vijanden, verg. Psa 18:15-16 , en Psa 68:31 , en Psa 76:7 , en Psa 80:17 , en Psa 119:21 ; Zec 3:2 ; Jud 1:9 en grote benauwdheid zijns volks. Zie Psa 80:17 . Anders, verdorven, vernield, uitgeroeid.

6 [09:7] O vijand! zijn de verwoestingen voleind in eeuwigheid, en hebt gij de steden uitgeroeid? Hunlieder gedachtenis is met hen vergaan.12

DutSVVA word tags

vijandH341H8802
verwoestingenH2723
voleindH8552H8804
eeuwigheidH5331
uitgeroeidH5428H8804
gedachtenisH2143
vergaanH6H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zijn de Gelijk gij hadt voorgenomen en u ingebeeld te zullen doen. Spottenderwijze gesproken tegen der vijanden trots roemen. Anders, des vijands verwoestingen zijn voleind enz.
  2. Hunlieder Ja het is integendeel [wil hij zeggen] geheel anders uitgevallen, te weten alzo dat de gedachtinis der vijanden, die omgekomen zijn, ten enenmale is vergaan. Anders, is hunne [te weten, onzer steden] gedachtenis met hen vergaan?

7 [09:8] Maar de Heere zal in eeuwigheid zitten; Hij heeft Zijn troon bereid ten gerichte.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
eeuwigheidH5769
troonH3678
gerichteH4941

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zitten; Als Rechter, gelijk het volgende verklaart.

8 [09:9] En Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden.12

DutSVVA word tags

wereldH8398
richtenH8199H8799
gerechtigheidH6664
volkenH3816
oordelenH1777H8799
rechtmatighedenH4339

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. wereld Dat is, de mensen, die in de wereld wonen.
  2. rechtmatigheden Hebr. alsof men zeide: In rechtheden, of richtigheden; dat is, zeer recht, billijk, rechtmatiglijk. Alzo Psa 17:2 , en Psa 58:2 , Isa 45:19 .

9 [09:10] En de Heere zal een Hoog Vertrek zijn voor den verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
VertrekH4869
verdrukteH1790
VertrekH4869
tijdenH6256
benauwdheidH6869

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. in tijden Hebr. in tijden, in benauwdheid. Gelijk onder Psa 10:1 .

10 [09:11] En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, Heere, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken.12

DutSVVA word tags

NaamH8034
vertrouwenH982H8799
HeereH3068
verlatenH5800H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. naam kennen, Zoals Gij U in Uw woord en Uwe werken openbaart. Zie Psa 91:14 ; Isa 52:6 .
  2. zoeken Dat is, hier, met gelovige gebeden U om hulp aanroepen.

11 [09:12] Psalmzingt den Heere, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden.1

DutSVVA word tags

PsalmzingtH2167H8761
HeereH3068
SionH6726
verkondigtH5046H8685
volkenH5971
dadenH5949

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Sion woont Waar de ark des verbonds en de godsdienst is, waar Hij zijn genadige tegenwoordigheid op bijzondere wijze betoont.

12 [09:13] Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet.12345

DutSVVA word tags

bloedstortingenH1818
gedenktH2142H8804
vergeetH7911H8804
geroepH6818
ellendigenH6035H8675H6041

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zoekt Om te straffen. Zie 2Ch 24:22 .
  2. bloedstortingen, Hebr. loeden; dat is, doodslagen, moorderijen. Zie Gen 4:10 , en Gen 9:5-6 .
  3. gedenkt Zie Gen 8:1 .
  4. geroep Dat een ieder van hen doet, roepende tot Hem, gelijk volgt vs.14.
  5. ellendigen Anders, zachtmoedigen.

13 [09:14] Wees mij genadig, Heere, zie mijn ellende aan, van mijne haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;1

DutSVVA word tags

genadigH2603H8798
HeereH3068
ellendeH6040
verhoogtH7311H8789
poortenH8179
doodsH4194

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. poorten Uit dodelijke raadslagen, menigte en geweld mijner vijanden. Verg. Mat 16:18 . In de poorten kwam te dien tijde het volk bijeen, en daar hield men raad en recht, en daarin bestond de meeste macht en strekte der steden. Zie Gen 22:17 . Men kan het ook zo verstaan dat David zeggen wil, dat hij van God wonderlijk is verlost, toen hij zo na aan den dood was, als iemand aan ene stad is, wanneer hij in de poort is. Verg. Psa 107:18 . David was dikmaals [om zo te spreken] op den dorpel des doods geweest, maar telkens van God, als met de hand, uit het midden der vijanden weggerukt en daarna verheven tot grote eer.

14 [09:15] Opdat ik Uw gansen lof in de poorten der dochter van Sion vertelle, dat ik mij verheuge in Uw heil.12

DutSVVA word tags

poortenH8179
dochterH1323
SionH6726
vertelleH5608H8762
verheugeH1523H8799
heilH3444

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. dochter Dat is, in de gemeente Gods te Jeruzalem, die op en aan den berg Zion gelegen was. Zie 2Ki 19:21 .
  2. dat ik Of, k zal mij verheugen.

15 [09:16] De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden; hunlieder voet is gevangen in het net, dat zij verborgen hadden.

DutSVVA word tags

heidenenH1471
gezonkenH2883H8804
groeveH7845
voetH7272
gevangenH3920H8738

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

16 [09:17] De Heere is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijner handen! Higgajon, Sela.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
gewordenH3045H8738
rechtH4941
goddelozeH7563
verstriktH5367H8804
werkH6467
handenH3709
HiggajonH1902
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. bekend Dat is, beroemd, vermaard, geprezen, vanwege het werk zijner gerechtigheid, waarvan in het volgende. Verg. Psa 74:5 .
  2. Higgajon, Dat is, verdenking, betrachting. De profeet schijnt te willen zeggen dat zulke oordelen Gods, gelijk hij hier verhaald heeft, met zonderlinge aandacht behoren overwogen en betracht te worden. Anderen houden het voor zekeren toon, of een bijzonder soort van muziek, dienende tot aandacht, zie Psa 92:4 ; en van Sela, Psa 3:3 .

17 [09:18] De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel toe, alle godvergetende heidenen.12

DutSVVA word tags

goddelozenH7563
terugkerenH7725H8799
godvergetendeH7913H430
heidenenH1471

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. naar de hel Ten verderve naar lichaam en ziel. Van het Hebr. woord Scheol, zie Gen 37:35 .
  2. alle Niet passende op zijne oordelen, maar zorgeloos in hun boos voornemen voortvarende; zij zijn dan heidenen of verbasterde Israëlieten, die niet beter zijn dan de onbesnedenen, of van God vervreemde heidenen.

18 [09:19] Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn.

DutSVVA word tags

nooddruftigeH34
altoosH5331
verwachtingH8615
ellendigenH6041H8675H6035
eeuwigheidH5703

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

19 [09:20] Sta op, Heere, laat de mens zich niet versterken; laat de heidenen voor Uw aangezicht geoordeeld worden.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
mensH582
versterkenH5810H8799
heidenenH1471
aangezichtH6440

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Sta op, Zie Psa 3:8 .
  2. zich Hij stelt de katijvigheid en strekte zijner vijanden aardiglijk tegen elkander, alsof hij zeide: Gij zult immers niet toe laten, Heere, dat een nietig mens alzo den meester [gelijk men zegt] speelt en voor uw aangezicht braveert, gelijk mijne en uwe vijanden zich vermeten te doen. Zie het volgende vs.21 en Psa 10:18 .

20 [09:21] O Heere! jaag hun vreze aan; laat de heidenen weten, dat zij mensen zijn. Sela.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
heidenenH1471
mensenH582
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. jaag Hebr. zet hun vrees; dat is, zet hen in vrees.
  2. mensen Zie Psa 8:5 ; Hebr. een mens; dat is, dat elkeen van hen een mens is.