reltext

Chapter 46

1 Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. [046:2] God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.123456

DutSVVA word tags

liedH7892
AlamothH5961
opperzangmeesterH5329H8764
kinderenH1121
KorachH7141
GodH430
ToevluchtH4268
SterkteH5797
krachtelijkH3966
bevondenH4672H8738
HulpH5833
benauwdhedenH6869

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. lied Verg. Psa 48:1 .
  2. alámoth Het is onzeker wat dit woord betekent sommigen houden het [gelijk andere dergelijke woorden] voor een muzikaal instrument, of een begin van een zeker lied; anderen, omdat het Hebr. woord maagden betekent verborgen te zijn, vertalen het: maagden [stem], alsof de mening was dat deze psalm met een fijne en reine stem (gelijk maagden veel hebben) moest gezongen worden. Dit zelfde woord wordt ook gevonden in het verhaal van de muziek van den godsdienst, 1Ki 15:20 , en schijnt aldaar gesteld te zijn tegen een luide, hoge, of grove muziek. Zie de aantekening bij 1Ki 15:20 .
  3. opperzangmeester Zie Psa 4:1 .
  4. kinderen Zie Psa 42:1 .
  5. krachtiglijk Hebr. zeer. Of, aldus: een zeer vindelijke; (dat is gerede, tegenwoordige) hulp in benauwdheden.
  6. bevonden Anders, genoegzaam. Zie Num 11:22 .

2 [046:3] Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeën;12

DutSVVA word tags

veranderdeH4171H8687
aardeH776
bergenH2022
hartH3820
zeeënH3220

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. de aarde Of, al veranderde Hij [te weten, God] de aarde [van plaats]. Door deze figuurlijke redenen wordt afgemaald het schrikkelijk gewoel en geraas der vijanden van Gods kerk, die Hij wel toelaat gruwelijk en geweldiglijk te razen, alsof zij alles zouden bederven en verslinden, maar behoudt ondertussen zijn kerk wonderbaarlijk, boven mening en tegen dank hunner vijanden.
  2. hart Dat is, in het midden. Zie Exo 15:8 , en Deu 4:11 .

3 [046:4] Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.1234

DutSVVA word tags

waterenH4325
bruisenH1993H8799
bergenH2022
daverenH7493H8799
verheffingH1346
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. haar Te weten, der zeeën.
  2. beroerd Dat is, troebel worden, [waarop het Hebr. woord ziet] gelijk in grote stormen pleegt te geschieden. Zie van het Hebr. woord Job 16:16 .
  3. derzelver Dat is, de opzwelling der zee. Men kan het ook op God duiden, aldus: vermits zijne hoogheid, of, verheffing; gelijk Deu 33:26 . Zie aldaar de aantekening.
  4. Sela Zie Psa 3:3 .

4 [046:5] De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.1234

DutSVVA word tags

beekjesH6388
rivierH5104
verblijdenH8055H8762
stadH5892
GodsH430
heiligdomH6918
woningenH4908
AllerhoogstenH5945

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. beekjes Hebr. eigenlijk verdelingen; gelijk Psa 1:3 . Dat is, armen, stromen en beken, die uit de rivier lopen of afgeleid worden, of ook, die in de rivier lopen.
  2. rivier Al is de rivier van Jeruzalem [gelijk Gion, Siloah, en andere] niet zo groot en wijd als wel andere. Zie 2Ki 5:12 , en verg. Isa 8:6 , en 2Ki 20:20 ; 2Ch 32:30 , enz. Het schijnt dat de profeet wil zeggen, bij manier van tegenstelling: Als de vijanden gelijk een schrikkelijke onstuimige zee alzo razen, gaat de rivier met hare beken fijn, stil en lieflijk in Gods stad, waar men ook in stilte op Gods bijstand vertrouwt.
  3. stad Versta, Jeruzalem, voorts Gods kerk.
  4. het heiligdom Anders, de stad Gods, van den Heilige: [gelijk God dikwijls in de Schriftuur genoemd wordt de Heilige ] de woningen des Allerhoogsten; of, des Heiligen, der woningen, enz.

5 [046:6] God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.12

DutSVVA word tags

GodH430
middenH7130
wankelenH4131H8735
GodH430
aanbrekenH6437H8800
morgenstondH1242

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. haar, zij Te weten, de stad Gods.
  2. aanbreken Dat is, vroeg, tijdelijk.

6 [046:7] De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.123

DutSVVA word tags

heidenenH1471
raasdenH1993H8804
koninkrijkenH4467
verhiefH5414H8804
stemH6963
aardeH776
versmoltH4127H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Hij verhief Te weten, de Heere. Hebr. gaf.
  2. stem Hierdoor kan men verstaan den donder. Zie boven Psa 29:3 , en verg. 1Sa 7:10 .
  3. versmolt Manier van spreken, in de Schriftuur gebruikelijk, om uit te drukken de nietigheid aller schepselen, inzonderheid der hoogmoedige mensen, die zich tegen Gods majesteit opstellen, wien hart en moed ontvatl en als was versmelt, wanneer Hij enigzins zijn hand uitstrekt. Verg. Deu 1:28 .

7 [046:8] De Heere der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
heirscharenH6635
GodH430
JakobH3290
VertrekH4869
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. heirscharen Zie 1Ki 18:15 .

8 [046:9] Komt, aanschouwt de daden des Heeren, Die verwoestingen op aarde aanricht.1

DutSVVA word tags

aanschouwtH2372H8798
dadenH4659
HeerenH3068
verwoestingenH8047
aardeH776
aanrichtH7760H8804

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. aanricht Of, heeft aangericht, of gemaakt, aangesteld. Verg. de geschiedenissen 2Ki 18 en 2Ki 19

9 [046:10] Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, den boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.1

DutSVVA word tags

oorlogenH4421
ophoudenH7673H8688
eindeH7097
aardeH776
boogH7198
verbreektH7665H8762
spiesH2595
wagenenH5699
vuurH784
verbrandtH8313H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. aarde Anders, des lands; dat is in het ganse Joodse land, zover zich dat uitstrekt naar Gods belofte. Zie Psa 44:4 ; anderzins is het ook in het algemeen waarachtig, dat God degene is, die in de ganse wereld verwoesting door zijn rechtvaardig oordeel aanricht en vrede geeft, als het Hem belieft. Zie Isa 45:7 .

10 [046:11] Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.12

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Laat af Dit spreekt God zelf tot de vijanden en vervolgers zijner kerk, die meenden dat zij alleen met mensen te doen hadden.
  2. heidenen Ik zal tonen [zo gij niet aflaat] dat mijne macht niet besloten is binnen de grenzen van het Joodse land, maar dat Ik daar buiten onder alle heidenen ook Heere en Rechter ben, en zal door mijne oordelen mijnen naam alom grootmaken.

11 [046:12] De Heere der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
heirscharenH6635
GodH430
JakobH3290
VertrekH4869
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. heirscharen Zie 1Ki 18:15.