reltext

Chapter 140

1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. [140:2] Red mij, Heere! van den kwaden mens; behoed mij voor den man alles gewelds;123

DutSVVA word tags

psalmH4210
DavidH1732
opperzangmeesterH5329H8764
HeereH3068
kwadenH7451
mensH120
manH376
geweldsH2555

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. voor den opperzangmeester Zie Psa 4:1 .
  2. van den kwaden Eenigen verstaan hier door den kwaden mens Doëg, anderen Saul. Anderen stellen hier: de kwade mensen; te weten, die David vijandelijk vervolgden, gelijk vs.3.
  3. den man alles Hebr. den man der gewelden. Zie 2Sa 22:49 .

2 [140:3] Die veel kwaads in het hart denken, allen dag samenkomen om te oorlogen.12

DutSVVA word tags

kwaadsH7451
hartH3820
samenkomenH1481H8799
oorlogenH4421

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Die veel De zin is: Die mij zoeken te onderdrukken, niet alleen met geweld, maar ook door listen en praktijken.
  2. kwaads in Hebr. kwaden.

3 [140:4] Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.12

DutSVVA word tags

scherpenH8150H8804
tongH3956
slangH5175
addervergiftH5919H2534
lippenH8193
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. scherpen hun De natuurkundigen schrijven dat de slangen hare tongen scherpen als zij iemand menen te steken. Verg. Psa 58:5 .
  2. heet addervergift Versta hier, zodanige adders, die haar vergif ver uitschieten kunnen.

4 [140:5] Bewaar mij, Heere! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
handenH3027
goddelozenH7563
manH376
geweldsH2555
voetenH6471

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. van den man Zie boven vs.2.
  2. mijn voeten Of, mijne treden, of gangen; te weten, opdat ik zou vallen.

5 [140:6] De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.1

DutSVVA word tags

hovaardigenH1343
strikH6341
verborgenH2934H8804
koordenH2256
uitgespreidH6566H8804
zijdeH3027
wegsH4570
valstrikkenH4170
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. aan de zijde Hebr. aan de hand van het spoor; dat is, van het pad; namelijk, hetwelk zij weten dat ik pleeg te gaan.

6 [140:7] Ik heb tot den Heere gezegd: Gij zijt mijn God; neem ter ore, o Heere! de stem mijner smekingen.

DutSVVA word tags

HeereH3068
gezegdH559H8804
GodH410
HeereH3068
stemH6963
smekingenH8469

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

7 [140:8] Heere, Heere, Sterkte mijns heils! Gij hebt mijn hoofd bedekt ten dage der wapening.123

DutSVVA word tags

HeereH3069
HeereH136
SterkteH5797
heilsH3444
hoofdH7218
dageH3117
wapeningH5402

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Sterkte mijns Dat is, mijn sterk heil, mijn sterkte verlosser, die de macht heeft mij te helpen en te verlossen.
  2. Gij hebt mijn Dat is, Gij hebt mij bewaard voor alle gevaren en zwarigheden, mijn hoofd als met een stormhoed of schild bedekkende.
  3. wapening Dat is, des gevechts, of des strijds.

8 [140:9] Geef, Heere! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.12

DutSVVA word tags

HeereH3068
begeertenH3970
goddelozenH7563
bevorderH6329H8686
voornemenH2162
verheffenH7311H8799
SelaH5542

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Geef, HEERE Dat is, geeft den goddeloze niet hetgeen hij begeert; te weten, dien goddeloze, die mij zoekt om te brengen.
  2. zij zouden zich Dat is, zij zouden niet dan te trotser en moedwilliger worden, indien zij het al naar hunnen wens hadden. Verg. Deu 32:27 .

9 [140:10] Aangaande het hoofd dergenen, die mij omringen, de overlast hunner lippen overdekke hen.12

DutSVVA word tags

hoofdH7218
omringenH4524
overlastH5999
lippenH8193
overdekkeH3680H8762

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. het hoofd Versta hier, een bozen man, die de voornaamste geweest is onder Davids vijanden, hetzij Saul of een ander. Anders: den hoofden; dat is, de voornaamsten en oversten onder de vijanden, in het getal van velen, gelijk vs.11; of den hoop. Verg. Job 1:17 . Anders: het vergif. Zie boven vs.4.
  2. de overlast Te weten, de overlast, of de moeite die het voorzeide hoofd, met degenen die mij omringen, mij met hun kwade tongen aandoen.

10 [140:11] Vurige kolen moeten op hen geschud worden ; Hij doe hen vallen in het vuur, in diepe kuilen, dat zij niet weder opstaan.1234

DutSVVA word tags

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Vurige kolen Dat is, het vuur van den hemel, gelijk op Sodom en Gomorra, tot hun uitroeiing.
  2. Hij doe hen Te weten, God.
  3. vuur, Te weten, in het helse vuur.
  4. in diepe Dat is, in zware pijnen en ellenden.

11 [140:12] Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.1234

DutSVVA word tags

manH376
tongH3956
aardeH776
boosH7451
manH376
geweldsH2555

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. Een man van Dat is, een kwaadspreker of snapper, die zijne tong tot zijn wil heeft, die gebruikende en misbruikende naar zijn welgevallen. Alzo staat er Zie de aantekening bij Job 11:2 , een man der lippen. bij Exo 4:10 , een man der woorden; bij Job 22:8 , een man der wapenen.
  2. een boos man Anders: een man des gewelds is boos.
  3. zal men jagen, Dat is, hij zal eindelijk door zijn eigen boosheid en kwade daden in het verdriet callen, gelijk een wild dat gejaagd wordt, nadat hij hier en daar gelopen heeft, eindelijk ten verderve komt.
  4. totdat hij Hebr. tot nederstotingen, of verdrijvingen.

12 [140:13] Ik weet, dat de Heere de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren.1

DutSVVA word tags

HeereH3068
rechtzaakH1779
ellendigenH6041
rechtH4941
nooddruftigenH34
uitvoerenH6213H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.

  1. zal uitvoeren Hebr. zal ddoen; tw weten, hen verlossende uit de handen hunner tegenpartijders. Zie 1Ki 8:45 .

13 [140:14] Gewisselijk, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven; de oprechten zullen voor Uw aangezicht blijven.

DutSVVA word tags

rechtvaardigenH6662
NaamH8034
oprechtenH3477
aangezichtH6440
blijvenH3427H8799

No sourced original-language text for this passage yet — showing DutSVVA's own word tags instead.