Chapter 27
1 En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:12
Original Hebrew
- ging voort Te weten, nadat hij een weinig gezwegen had, verwachtende antwoord van zijn vrienden.
- spreuk Vergelijk Num 23:7 , en 1Ki 4:32 , en de aantekening.
2 Zo waarachtig als God leeft, Die mijn recht weggenomen heeft, en de Almachtige, Die mijner ziel bitterheid heeft aangedaan!12
Original Hebrew
- Die Dat is, die mijn goede zaak, die ik tegen mijn vrienden heb, schijnt opgeschort en uit de hand gelegd te hebben om geen kennis daarvan te nemen en die door zijn oordeel af te handelen.
- bitterheid Dat is, zeer scherpe droefheid aangebracht. Vergelijk Rth 1:20 , en 2Ki 4:27 , en de aantekening.
3 Zo lang als mijn adem in mij zal zijn, en het geblaas Gods in mijn neus;12
Original Hebrew
- adem Versta, door den adem en het geblaas Gods in des mensen neus, het leven des mensen en de ziel, waardoor het lichaam leeft. Vergelijk Gen 2:7 , en 1Ki 17:17 met de aantekening, en Isa 2:22 .
- geblaas Gods Zie de voorgaande aantekening.
4 Indiën mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!1
Original Hebrew
- zal uitspreken Voeg hierbij, dat mij God straffe, of wee mij, enz. Zie Gen 14:23 .
5 Het zij verre van mij, dat ik ulieden rechtvaardigen zou; totdat ik den geest zal gegeven hebben, zal ik mijn oprechtigheid van mij niet wegdoen.1234
Original Hebrew
- Het zij verre Anders, het zij mij een onrein ding, indien ik ulieden rechtvaardig, totdat ik den geest geve.
- rechtvaardigen zou; Zie van de betekenis van dit woord Gen 44:16 .
- totdat Dat is, zolang als ik leven zal; hetwelk naar de manier van spreken der Heilige Schrift zoveel is als nimmermeer; zie Gen 28:15 .
- mijn oprechtigheid Dat is, niet nalaten tegen alle beschuldigingen te verdedigen.
6 Aan mijn gerechtigheid zal ik vasthouden, en zal ze niet laten varen; mijn hart zal die niet versmaden van mijn dagen.123
Original Hebrew
- gerechtigheid Te weten, van mijn onstrafbaar leven voor de mensen en mijn goede conscientie voor God, zoveel aangaat de zonden, waarmede ik bezwaard word.
- zal die Dat is, in geen gevaar laten komen, en over haar verdediging zorgeloos zijn. Alzo betekent het Hebreeuwse woord versmaden enige zaak door kleinachting in gevaar stellen en onbeschermd laten; Jdg 5:18 ; 2Sa 23:9 .
- van mijn dagen Dat is, mijn leven lang. Of, vanwege mijn [vorige] dagen; dat is, uit oorzaak van mijn voorgaand leven, te weten, alsof ik een huichelaar of goddeloos mens geweest ware.
7 Mijn vijand zij als de goddeloze, en die zich tegen mij opmaakt, als de verkeerde.1
Original Hebrew
- zij als Dat is, worde daarvoor gehouden; want het is goddeloosheid en verkeerdheid, den onschuldige te veroordelen; of: zo haat ik de goddeloosheid, dat ik mijn vijanden die toewens. Zie een gelijke manier van spreken 2Sa 18:32 . Of, zal zijn; dat is, zover vandaar is het, dat ik een booswicht ben, dat zij, die mij daarvoor ten onrechte houden, voor zulken bevonden zullen worden. Zie onder, Job 42:7 .
8 Want wat is de verwachting des huichelaars, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken?12
Original Hebrew
- huichelaars, Versta, gene. Het is een vraag, die sterkelijk loochent. Vergelijk Gen 18:17 . Job bewijst hiermede dat hij geen huichelaar was, omdat zijn verwachting gans goed en in God gegrondvest was. Zie boven, Job 13:15-16 , en Job 19:25-27 .
- uittrekken? Of, ontbinden; te weten, uit zijn lichaam door den dood. Een bewijs van de onsterfelijkheid der ziel. Vergelijk Gen 35:18 , en de aantekening, 1Ki 19:4 ; Jon 4:3 ; Luk 12:20 .
9 Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt?1
Original Hebrew
- zijn geroep Te weten, des huichelaars en goddelozen, met welken ik geen gemeenschap heb, dewijl Hij mij verhoort, ik mij in hem vermaak en hem aanroep. Zie boven, Job 6:10 , en Job 12:4 , en Job 13:16 , en Job 19:25-26 .
10 Zal hij zich verlustigen in den Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?
Original Hebrew
11 Ik zal ulieden leren van de hand Gods; wat bij den Almachtige is, zal ik niet verhelen.1
Original Hebrew
- van de hand Gods; Dat is, wat aangaat de hand Gods. De Hebreeuwse letter beth wordt ook voor van genomen Exo 12:43-45 ; Psa 87:3 . Versta hier door de hand Gods zijn besluit en deszelfs uitvoering; alzo Act 4:28 .
12 Ziet, gij zelve allen hebt het gezien; en waarom wordt gij dus door ijdelheid verijdeld?123
Original Hebrew
- hebt het gezien; Dat is, door ervaring bevonden wat ik verhaald heb en nog verhalen zal van de regering, die God houdt omtrent de vromen en onvromen.
- ijdelheid Dat is, onverstandigheid, waardoor zij van het voorgemelde niet recht oordeelden noch spraken.
- verijdeld? Dat is, verdwaald en verdwaasd in uw bedenkingen en redenen.
13 Dit is het deel des goddelozen mensen bij God, en de erve der tirannen, die zij van den Almachtige ontvangen zullen.1
Original Hebrew
- is het deel Te weten, dat ik nu voordragen zal. Job stemt zijnen vrienden toe dat de bozen hier bij wijle mede gestraft worden, gelijk hij ook dat niet geloochend had, hebbende alleen geleerd dat zij meest in voorspoed leven en van algemene plagen vrij gaan.
14 Indiën zijn kinderen vermenigvuldigen, het is ten zwaarde; en zijn spruiten zullen van brood niet verzadigd worden.1234
Original Hebrew
- zijn kinderen Te weten, van den boze.
- ten zwaarde; Dat is, om ellendiglijk door de hand der vijanden, of der overheid, of anderen een geweldigen dood te sterven.
- spruiten Dat is, kinderen en nakomelingen. Zie boven, Job 5:25 .
- van brood Dat is, vergaan van honger. Van het tegendeel, hetwelk allermeest geschiedt, zie Psa 17:14 .
15 Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden, en zijn weduwen zullen niet wenen.123
Original Hebrew
- overgeblevenen Die van het zwaard en den honger overig zijn.
- in den dood Dat is, zij zullen zo in het graf geraken, dat hun gedachtenis mede zal begraven worden, als onwaardig en stinkende bij de mensen. Vergelijk Psa 49:13 .
- niet wenen Te weten, in derzelver begrafenis, en dat om de gedachtenis van hun grote boosheid; of, omdat zij niet statelijk begraven zouden worden.
16 Zo hij zilver opgehoopt zal hebben als stof, en kleding bereid als leem;
Original Hebrew
17 Hij zal ze bereiden, maar de rechtvaardige zal ze aantrekken, en de onschuldige zal het zilver delen.
Original Hebrew
18 Hij bouwt zijn huis als een motte, en als een hoeder de hutte maakt.12
Original Hebrew
- Hij bouwt Hij vergelijkt den goddeloze bij een mot, die voor zich een zacht huisje maakt in kostelijk gewaad, waaruit zij haast verdreven wordt, om alzo zijn onzekeren en licht vergaanden voorspoed aan te wijzen. Vergelijk boven, Job 8:14 .
- hoeder Of, als eenhut, [die] de hoeder maakt. Een andere gelijkenis, die tenzelfden einde dient, genomen van een hoeder, die gesteld is om enig gewas of beesten te wachten, die wel een hut tot zijn gemak lichtelijk opmaakt, maar daarna haastelijk verlaten moet, omdat zijn werk ophoudt of de hut vervalt.
19 Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.123
Original Hebrew
- neder, Te weten, om te slapen. Alzo wordt het woord nederliggen genomen Gen 19:4 ; zie de aantekening. Anders, de rijke zal nederliggen, dat is sterven, en niet vergaderd worden, te weten, tot zijne volken, dat is, niet begraven worden.
- weggenomen; Te weten, door den dood, dat is, hij sterft nog niet. Zie Psa 26:9 . Anders, als er niet weggenomen is; te weten, door de dieven of rovers.
- doet hij Dat is, wordt hij des nachts wakker, niet denkende op enige zwarigheid, zo komt hem in der haast en onvoorziens het verderf over, gelijk in het volgende verklaard wordt. Anders, als hij zijn ogen opent, zo is er niet; dat is, hij vindt zich in een nacht van al zijn goed beroofd.
20 Verschrikkingen zullen hem als wateren aangrijpen; des nachts zal hem een wervelwind wegstelen.123
Original Hebrew
- als wateren Te weten, die met geweld ergens inbrekende, alles met zich wegrukken. Tegenheden en ellenden worden bij wateren vergeleken. Zie 2Sa 22:17 , en boven, Job 22:11 .
- des nachts Dat is, het ongeluk zal hem onvoorziens en met geweld overvallen. De schrikkelijke oordelen Gods geschieden dikwijls des nachts; Exo 12:29 , en Exo 14:24 ; 2Ki 19:35 ; Isa 15:1 ; Dan 5:30 ; Mat 25:6 .
- een wervelwind Zie van deze gelijkenis breder Job 9:17 , en Job 21:18 .
21 De oostenwind zal hem wegvoeren, dat hij henengaat, en zal hem wegstormen uit zijn plaats.12
Original Hebrew
- oostenwind Hij vergelijkt bij dezen wind [die in die landen zeer fel, geweldig en schadelijk was] de gramschap Gods; zie Exo 10:13 .
- uit zijn plaats Dat is, uit zijn aanzien, huis, rijkdom, gemak en waardigheid. Vergelijk boven, Job 8:18 .
22 En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.123
Original Hebrew
- dit Te weten, de voorgemelde en derzelver gelijke straffen.
- hem werpen, Te weten, den goddeloze.
- snellijk vlieden Hebreeuws, vliedende vlieden; te weten, als hij zich zal gevoelen van God geplaagd te zijn.
23 Een ieder zal over hem met zijn handen klappen, en over hem fluiten uit zijn plaats.1234
Original Hebrew
- Een ieder Te weten, die hem in zijn ongeluk zal zien en verstoten uit zijn plaats.
- handen klappen, Te weten, tot een teken dat men hem veracht en bespot. Alzo Lam 2:15 ; Eze 25:6 ; Zep 2:15 .
- over hem Zie 1Ki 9:8 .
- zijn plaats Te weten, desgenen die schuifelt, of des goddelozen, waarover geschuifeld wordt.