reltext

Chapter 38

1 Daarna antwoordde de Heere Job uit een onweder, en zeide:1

Original Hebrew

וַ/יַּֽעַן\־ו/יען\וַ/יַּֽעַן\־ו/יען\va/i.ya.'an-and/ he answeredH9001H6030B\H9014Hc+Vqw3ms
יְהוָ֣היהו֣היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
אִ֭יּוֹבא֭יובאִיּוֹבאיוב'I.yovJobH0347HNpm
מִ֥ן\׀מ֥ן\מִן\׀מן\minfromH4480A\H9015HR
הַ/סְּעָרָ֗הה/סער֗ההַ/סְּעָרָהה/סערהha./se.'a.rahthe/ tempestH9009H5591BHTd+Ncfsa
וַ/יֹּאמַֽר\׃ו/יאמר\וַ/יֹּאמַֽר\׃ו/יאמר\va/i.yo.Marand/ he saidH9001H0559\H9016Hc+Vqw3ms
  1. een onweder, Door hetwelk God Job zijn tegenwoordigheid te kennen gaf, hem aandachtig maakte en vernederende voor zijn majesteit. Zie gelijke voorbeelden Exo 19:16 , Exo 19:18 , Exo 19:22 , enz.; Deu 4:11 ; 1Ki 19:11-12 ; Eze 1:4 ; Nah 1:3 .

2 Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?12

Original Hebrew

מִ֤ימ֤ימִימיmiwho?H4310HPi
זֶ֨ה\׀ז֨ה\זֶה\׀זה\zehthisH2088\H9015HTm
מַחְשִׁ֖יךְמחש֖יךמַחְשִׁיךְמחשיךmach.Shikh[is] making darkH2821HVhrmsa
עֵצָ֥העצ֥העֵצָהעצה'e.TzahcounselH6098HNcfsa
בְ/מִלִּ֗יןב/מל֗יןבְ/מִלִּיןב/מליןve./mi.Linby/ wordsH9003H4405HR+Ncmpa
בְּֽלִי\־בלי\בְּֽלִי\־בלי\be.li-notH1097\H9014HNcmsc
דָֽעַת\׃דעת\דָֽעַת\׃דעת\Da.'atknowledgeH1847\H9016HNcfsa
  1. den raad Versta, Gods besluiten en oordelen. Alzo Psa 33:11 ; Pro 19:21 ; Isa 28:29 ; Act 2:23 .
  2. verduistert Te weten, mits denzelven van enige gebreken ten onrechte en dwaselijk te beschuldigen.

3 Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij.12

Original Hebrew

אֱזָר\־אזר\אֱזָר\־אזר\'e.zor-gird upH0247\H9014HVqv2ms
נָ֣אנ֣אנָאנאna'pleaseH4994HTj
כְ/גֶ֣בֶרכ/ג֣ברכְ/גֶבֶרכ/גברkhe./Ge.verlike/ a manH9004H1397HR+Ncmsa
חֲלָצֶ֑י/ךָחלצ֑י/ךחֲלָצֶי/ךָחלצי/ךcha.la.Tzei./khaloins/ yourH2504H9021HNcfdc+Sp2ms
וְ֝/אֶשְׁאָלְ/ךָ֗ו֝/אשאל/ך֗וְ/אֶשְׁאָלְ/ךָו/אשאל/ךve./'esh.'al./khaand/ I will ask/ youH9002H7592H9031HC+Vqu1cs+Sp2ms
וְ/הוֹדִיעֵֽ/נִי\׃ו/הודיע/ני\וְ/הוֹדִיעֵֽ/נִי\׃ו/הודיע/ני\ve./ho.di.'E./niand/ make known to/ meH9002H3045H9030\H9016HC+Vhv2ms+Sp1bs
  1. Gord nu, Dat is, maak u vaardig om met mij in samenspreking te treden, gelijk gij begeerd hebt. Het is een manier van spreken, genomen van degenen, die, lange klederen dragende, dezelve opschorten als zij zich vaardig maken tot enig werk. Vergelijk de aantekening 1Ki 18:46 .
  2. onderricht Mij God spreekt Job spottenderwijze toe, om hem te vernederen door de overlegging der menselijke nietigheid, vergeleken met de goddelijke majesteit, waarmede hij geschenen had in twisting te willen treden. Zie 1Ki 22:15 .

4 Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.12

Original Hebrew

אֵיפֹ֣האיפ֣האֵיפֹהאיפה'ei.Fohwhere?H0375HTi
הָ֭יִיתָה֭ייתהָיִיתָהייתHa.yi.tawere youH1961HVqp2ms
בְּ/יָסְדִ/י\־ב/יסד/י\בְּ/יָסְדִ/י\־ב/יסד/י\be./ya.se.d/i-when/ founded/ IH9003H3245H9040\H9014HR+Vqcc+Sp1bs
אָ֑רֶץא֑רץאָרֶץארץ'A.retz[the] earthH0776GHNcfsa
הַ֝גֵּ֗דה֝ג֗דהַגֵּדהגדha.GedtellH5046HVhv2ms
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518A\H9014HTc
יָדַ֥עְתָּיד֥עתיָדַעְתָּידעתya.Da'.tayou knowH3045HVqp2ms
בִינָֽה\׃בינה\בִינָֽה\׃בינה\vi.NahunderstandingH0998\H9016HNcfsa
  1. grondde? Dat is, maakte en haar grond legde. Zie boven, Job 26:7 , en de aantekening. Hij wil zeggen, nergens. Dit en het volgende zijn manieren van spreken, genomen bij gelijkenis van het bouwen van enige timmering.
  2. indien gij Hebreeuws, indien gij verstand weet, dat is, kloek en verstand, zeer ervaren en verstandig zijt. Vergelijk 1Ch 12:32 ; 2Ch 2:12 ; Isa 29:24 .

5 Wie heeft haar maten gezet, want gij weet het; of wie heeft over haar een richtsnoer getrokken?1234

Original Hebrew

מִי\־מי\מִי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
שָׂ֣םש֣םשָׂםשםsamdid he appointH7760AHVqp3ms
מְ֭מַדֶּי/הָמ֭מדי/המְמַדֶּי/הָממדי/הMe.ma.dei./hameasurements/ itsH4461H9024HNcmpc+Sp3fs
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
תֵדָ֑עתד֑עתֵדָעתדעte.Da'you knowH3045HVqi2ms
א֤וֹא֤ואוֹאו'oorH0176AHC
מִֽי\־מי\מִֽי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
נָטָ֖הנט֖הנָטָהנטהna.Tahdid he stretch outH5186HVqp3ms
עָלֶ֣י/הָעל֣י/העָלֶי/הָעלי/ה'a.Lei./haon/ itH5921AH9034HR+Sp3fs
קָּֽו\׃קו\קָּֽו\׃קו\Kava measuring-lineH6957B\H9016HNcmsa
  1. haar Te weten, de maten der aarde.
  2. maten Dat is, omloop, of breedte en diepte.
  3. want gij God spreekt hem weder spottenderwijze toe, gelijk boven, vs.3. Anders, indien gij het weet.
  4. richtsnoer Te weten, opdat zij haar rechte verhouding, gestalte en schoonheid zou hebben. Vergelijk Psa 19:5 .

6 Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd?12

Original Hebrew

עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
מָ֭המ֭המָהמהmahwhat?H4100HPi
אֲדָנֶ֣י/הָאדנ֣י/האֲדָנֶי/הָאדני/ה'a.da.Nei./habases/ itsH0134H9024HNcmpc+Sp3fs
הָטְבָּ֑עוּהטב֑עוהָטְבָּעוּהטבעוha.te.Ba.'uwere they sunkH2883HVHp3cp
א֥וֹא֥ואוֹאו'oorH0176AHC
מִֽי\־מי\מִֽי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
יָ֝רָ֗הי֝ר֗היָרָהירהya.Rahdid he layH3384AHVqp3ms
אֶ֣בֶןא֣בןאֶבֶןאבן'E.ven[the] stone ofH0068GHNcfsc
פִּנָּתָֽ/הּ\׃פנת/ה\פִּנָּתָֽ/הּ\׃פנת/ה\pi.na.Ta/hcorner/ itsH6438HH9024\H9016HNcfsc+Sp3fs
  1. hoeksteen Hebreeuws, de steen haars hoeks; dat is, die het werk samenhecht en vastmaakt. Vergelijk Psa 118:22 ; Mat 21:42 .
  2. gelegd? Hebreeuws, geworpen.

7 Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten.12

Original Hebrew

בְּ/רָן\־ב/רן\בְּ/רָן\־ב/רן\be./ron-when/ sangH9003H7442B\H9014HR+Vqcc
יַ֭חַדי֭חדיַחַדיחדYa.chadtogetherH3162AHNcmsa
כּ֣וֹכְבֵיכ֣וכביכּוֹכְבֵיכוכביKokh.vei[the] stars ofH3556HNcmpc
בֹ֑קֶרב֑קרבֹקֶרבקרVo.kermorningH1242HNcmsa
וַ֝/יָּרִ֗יעוּו֝/יר֗יעווַ/יָּרִיעוּו/יריעוva/i.ya.Ri.'uand/ they shoutedH9001H7321Hc+Vhw3mp
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-allH3605\H9014HNcmsc
בְּנֵ֥יבנ֥יבְּנֵיבניbe.Nei[the] sons ofH1121AHNcmpc
אֱלֹהִֽים\׃אלהים\אֱלֹהִֽים\׃אלהים\'E.lo.HimGodH0430G\H9016HNcmpa
  1. morgensterren Sommigen verstaan door deze de allerklaarste sterren; vergelijk Psa 148:3 . Anderen nemen uit het volgende af, dat hiermede moeten verstaan worden de heilige engelen. Van de sterren eigenlijk genomen, zie onder vs.31,32.
  2. de kinderen Dat is, de heilige engelen; zie boven, Job 1:6 , en Job 2:1 .

8 Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam?123

Original Hebrew

וַ/יָּ֣סֶךְו/י֣סךוַ/יָּסֶךְו/יסךva/i.Ya.sekhand/ he shut offH9001H5526AHc+Vhw3ms
בִּ/דְלָתַ֣יִםב/דלת֣יםבִּ/דְלָתַיִםב/דלתיםbi/d.la.Ta.yimwith/ doorsH9003H1817CHR+Ncfda
יָ֑םי֑םיָםיםYam[the] seaH3220GHNcmsa
בְּ֝/גִיח֗/וֹב֝/גיח֗/ובְּ/גִיח/וֹב/גיח/וbe./gi.Ch/owhen/ burst forth/ itH9003H1518H9043HR+Vqcc+Sp3ms
מֵ/רֶ֥חֶםמ/ר֥חםמֵ/רֶחֶםמ/רחםme./Re.chemfrom/ [the] wombH9006H7358HR+Ncmsa
יֵצֵֽא\׃יצא\יֵצֵֽא\׃יצא\ye.Tze'it came forthH3318M\H9016HVqi3ms
  1. wie Dit woord is hier ingevoegd uit vs.5.
  2. toegesloten, Hebreeuws, bedekt; dat is, ingehouden, of afgetuind; opdat zij niet buiten haar gestelde palen zou uitvloeien.
  3. baarmoeder Dat is, uit de ordinantie en het bevel Gods in een ogenblik, gelijk een kind ter wereld uit zijns moeders lichaam voortkomt. Anderen verstaan door der moeders lijf den afgrond, waarmede de aarde in het eerst bedekt was; Gen 1:2 .

9 Toen Ik de wolk tot haar kleding stelde, en de donkerheid tot haar windeldoek;1

Original Hebrew

בְּ/שׂוּמִ֣/יב/שומ֣/יבְּ/שׂוּמִ/יב/שומ/יbe./su.M/iwhen/ made/ IH9003H7760AH9040HR+Vqcc+Sp1bs
עָנָ֣ןענ֣ןעָנָןענן'a.Nancloud[s]H6051HNcmsa
לְבֻשׁ֑/וֹלבש֑/ולְבֻשׁ/וֹלבש/וle.vu.Sh/oclothing/ itsH3830H9023HNcmsc+Sp3ms
וַ֝/עֲרָפֶ֗לו֝/ערפ֗לוַ/עֲרָפֶלו/ערפלva./'a.ra.Feland/ thick darknessH9002H6205HC+Ncmsa
חֲתֻלָּתֽ/וֹ\׃חתלת/ו\חֲתֻלָּתֽ/וֹ\׃חתלת/ו\cha.tu.la.T/oswaddling-band/ itsH2854H9023\H9016HNcfsc+Sp3ms
  1. Toen Ik God, om zijn grote macht te tonen, vergelijkt de zee bij een jong kind, hetwelk moet gekleed en nog ingewonden worden. De klederen nu der zee zijn de wolken, die haar bedekken, de windeldoek zijn alle donkerheden, dampen, nevelen en schaduwen.

10 Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren;123

Original Hebrew

וָ/אֶשְׁבֹּ֣רו/אשב֣רוָ/אֶשְׁבֹּרו/אשברva./'esh.Borand/ I brokeH9001H7665Hc+Vqw1cs
עָלָ֣י/ועל֣י/ועָלָי/ועלי/ו'a.La/von/ itH5921AH9033HR+Sp3ms
חֻקִּ֑/יחק֑/יחֻקִּ/יחק/יchu.K/iboundary/ myH2706IH9020HNcmsc+Sp1bs
וָֽ֝/אָשִׂ֗יםו֝/אש֗יםוָֽ/אָשִׂיםו/אשיםva./'a.Simand/ I set in placeH9001H7760AHc+Vqw1cs
בְּרִ֣יחַבר֣יחבְּרִיחַבריחbe.Ri.acha barH1280HNcmsa
וּ/דְלָתָֽיִם\׃ו/דלתים\וּ/דְלָתָֽיִם\׃ו/דלתים\u./de.la.Ta.yimand/ doorsH9002H1817C\H9016HC+Ncfda
  1. voor haar Dat is, voor de zeer; te weten, om die in het land te laten invloeien.
  2. de aarde Dat is, holligheden daarin maakte, door welke een deel van haar water daarin vloeien zou; waaruit dan vele rivieren en binnenwateren ontstaan zijn. Anders, toen Ik over haar mijn ordinantie besloot; te weten, welke in het volgende verhaald wordt. Of, aldus: Zou Ik dan mijn besluit over haar breken? Ik heb grendel en deuren gezet, en gezegd, enz.
  3. grendel Versta, de duinen en oevers der zee, die het water inhouden, dat het niet verder over den aardbodem uitvallen kan; Jer 5:22 .

11 En zeide: Tot hiertoe zult gij komen, en niet verder, en hier zal hij zich stellen tegen den hoogmoed uwer golven.123

Original Hebrew

וָ/אֹמַ֗רו/אמ֗רוָ/אֹמַרו/אמרva./'o.Marand/ I saidH9001H0559Hc+Vqw1cs
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
פֹּ֣הפ֣הפֹּהפהpohhereH6311HD
תָ֭בוֹאת֭בואתָבוֹאתבואTa.Vo'you will comeH0935GHVqi2ms
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
תֹסִ֑יףתס֑יףתֹסִיףתסיףto.Sifyou will addH3254HHVhi2ms
וּ/פֹ֥א\־ו/פ֥א\וּ/פֹא\־ו/פא\u./Fo'-and/ hereH9002H6311\H9014HC+D
יָ֝שִׁ֗יתי֝ש֗יתיָשִׁיתישיתya.Shitsomeone will fixH7896IHVqi3ms
בִּ/גְא֥וֹןב/גא֥וןבִּ/גְאוֹןב/גאוןbi/g.'onin/ [the] pride ofH9003H1347HR+Ncmsc
גַּלֶּֽי/ךָ\׃גלי/ך\גַּלֶּֽי/ךָ\׃גלי/ך\ga.Lei./khawaves/ yourH1530HH9021\H9016HNcmpc+Sp2ms
  1. zeide Van Gods zeggen, zie Gen 1:3 .
  2. hij zich Te weten, de grendel, waarvan in vs.10, dat is, zand, klippen, oever der zee.
  3. golven Het Hebreeuwse woord is ook alzo genomen Psa 89:10 ; Isa 48:18 ; Zec 10:11 .

12 Hebt gij van uw dagen den morgenstond geboden? Hebt gij den dageraad zijn plaats gewezen;123

Original Hebrew

הְֽ֭/מִ/יָּמֶי/ךָה֭/מ/ימי/ךהְֽ/מִ/יָּמֶי/ךָה/מ/ימי/ךHe./mi./ya.mei./kha¿/ from/ days/ yourH9008H9006H3117GH9021HTi+R+Ncmpc+Sp2ms
צִוִּ֣יתָצו֣יתצִוִּיתָצויתtzi.Vi.tahave you commandedH6680HVpp2ms
בֹּ֑קֶרב֑קרבֹּקֶרבקרBo.kermorningH1242HNcmsa
יִדַּ֖עְתָּיד֖עתיִדַּעְתָּידעתyi.da'.tayou caused to knowH3045HVpp2ms
הַ/שַּׁ֣חַרה/ש֣חרהַ/שַּׁחַרה/שחרha./sha.charthe/ dawnH9009H7837HTd+Ncmsa
מְקֹמֽ/וֹ\׃מקמ/ו\מְקֹמֽ/וֹ\׃מקמ/ו\me.ko.M/oplace/ itsH4725H9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. van uw dagen Dat is, van het beginsel uws levens af. Vergelijk boven, Job 27:6 .
  2. geboden? Te weten, dat hij voortkomen zou door het oprijzen der zon, naar de orde, die men nu in de natuur kan aanschouwen.
  3. zijn plaats Dat is, het oord des hemels, waar hij op elken dag des jaars voortkomt, nadat de zon op en ondergaat.

13 Opdat hij de einden der aarde vatten zou; en de goddelozen uit haar uitgeschud zouden worden?123

Original Hebrew

לֶ֭/אֱחֹזל֭/אחזלֶ/אֱחֹזל/אחזLe./'e.chozto/ take holdH9005H0270HR+Vqcc
בְּ/כַנְפ֣וֹתב/כנפ֣ותבְּ/כַנְפוֹתב/כנפותbe./khan.Foton/ [the] corners ofH9003H3671HR+Ncfpc
הָ/אָ֑רֶץה/א֑רץהָ/אָרֶץה/ארץha./'A.retzthe/ earthH9009H0776GHTd+Ncfsa
וְ/יִנָּעֲר֖וּו/ינער֖ווְ/יִנָּעֲרוּו/ינערוve./yi.na.'a.Ruso/ they may be shakenH9002H5287HC+VNu3mp
רְשָׁעִ֣יםרשע֣יםרְשָׁעִיםרשעיםre.sha.'Imwicked [people]H7563HNcmpa
מִמֶּֽ/נָּה\׃ממ/נה\מִמֶּֽ/נָּה\׃ממ/נה\mi.Me./nahfrom/ itH4480AH9034\H9016HR+Sp3fs
  1. hij de Te weten, de dageraad.
  2. einden Hebreeuws, vleugelen. Alzo boven, Job 37:3 . Zie de aantekening. Versta, de uiterste delen en hoeken der aarde, tot welke het schijnsel der zon zich uitbreidt.
  3. uitgeschud Dat is, uitgeroeid, als stof dat men uitschudt, Neh 5:13 , of, als iets anders, dat uit zijn plaats uitgeschud wordt; Exo 14:27 . Of, uitgeschud worden; te weten, omdat zij het licht des daags schuwen, bedrijvende hun boosheden meest in den nacht, en die daarmede bedekkende, boven, Job 24:13-14 ; Joh 3:20 ; idem, omdat zij bij klaren dag van de overheid plegen met den dood gestraft en zo uit de wereld weggeruimd te worden.

14 Dat zij veranderd zou worden gelijk zegelleem, en zij gesteld worden als een kleed?12

Original Hebrew

תִּ֭תְהַפֵּךְת֭תהפךתִּתְהַפֵּךְתתהפךTit.ha.pekhit is changedH2015HVti3fs
כְּ/חֹ֣מֶרכ/ח֣מרכְּ/חֹמֶרכ/חמרke./Cho.merlike/ [the] clay ofH9004H2563CHR+Ncmsc
חוֹתָ֑םחות֑םחוֹתָםחותםcho.Tama sealH2368HNcmsa
וְ֝/יִֽתְיַצְּב֗וּו֝/יתיצב֗ווְ/יִֽתְיַצְּבוּו/יתיצבוve./yit.ya.tze.Vuso/ they may stand forthH9002H3320HC+Vtu3mp
כְּמ֣וֹכמ֣וכְּמוֹכמוke.MolikeH3644GHR
לְבֽוּשׁ\׃לבוש\לְבֽוּשׁ\׃לבוש\le.VushclothingH3830\H9016HNcmsa
  1. zegelleem, Hebreeuws, het leem des zegels; dat is, waar het zegel ingedrukt wordt. De zin is, gelijk het leem van zichzelven geen bijzonderen vorm of gedaante heeft, maar wel als een zegel daarin gedrukt is; alzo is de aarde des nachts zonder gedaante en vorm door de duisternis, maar des daags door het licht der zon verandert zij, tonende verscheidene gestaltenissen van de dingen, die daarop zijn.
  2. zij gesteld Te weten, de schepselen, die op de aarde zijn en dezelve als een kleed bedekken en versieren. Anders, en zij gesteld worden als met een kleed [bedekt]; verstaande dit van de goddelozen, van welken in vs.13 gesproken is, die voor het gericht gesteld worden, waar hun hun proces gemaakt wordt. De misdadigers plachten hier vroeger met een kleed overdekt te worden; Est 7:8 . Anders, gesteld worden; dat is, verhinderd in hun boosheid voort te varen, alsof hun handen en voeten in een kleed gewonden waren.

15 En dat van de goddelozen hun licht geweerd worde, en de hoge arm worde gebroken?123

Original Hebrew

וְ/יִמָּנַ֣עו/ימנ֣עוְ/יִמָּנַעו/ימנעve./yi.ma.Na'so/ it may be withheldH9002H4513HC+VNu3ms
מֵ/רְשָׁעִ֣יםמ/רשע֣יםמֵ/רְשָׁעִיםמ/רשעיםme./re.sha.'Imfrom/ wicked [people]H9006H7563HR+Ncmpa
אוֹרָ֑/םאור֑/םאוֹרָ/םאור/ם'o.Ra/mlight/ theirH0216H9028HNcfsc+Sp3mp
וּ/זְר֥וֹעַו/זר֥ועוּ/זְרוֹעַו/זרועu./ze.Ro.a'and/ an armH9002H2220HC+Ncfsc
רָ֝מָ֗הר֝מ֗הרָמָהרמהra.MahupliftedH7311AHVqrfsa
תִּשָּׁבֵֽר\׃תשבר\תִּשָּׁבֵֽר\׃תשבר\ti.sha.Verit is brokenH7665\H9016HVNi3fs
  1. licht Dat is, welvaren, rijkdom, eer; zie boven, Job 18:5 .
  2. hoge arm Dat is, hun geweld, hoogmoed en tirannie, waardoor zij in staat verheven zijn en groten overlast bedrijven. Alzo een man des arms, voor degenen, die geweld pleegt, boven, Job 22:8 ; zie aldaar de aantekening.
  3. gebroken? Dat is, vermorzeld, vernietigd. Alzo Psa 10:15 ; Eze 30:22 .

16 Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee, en hebt gij in het onderste des afgronds gewandeld?123

Original Hebrew

הֲ֭/בָאתָה֭/באתהֲ/בָאתָה/באתHa./va.ta¿/ have you goneH9008H0935GHTi+Vqp2ms
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
נִבְכֵי\־נבכי\נִבְכֵי\־נבכי\niv.khei-[the] springs ofH5033\H9014HNcmpc
יָ֑םי֑םיָםיםYam[the] seaH3220GHNcmsa
וּ/בְ/חֵ֥קֶרו/ב/ח֥קרוּ/בְ/חֵקֶרו/ב/חקרu./ve./Che.kerand/ in/ [the] depth ofH9002H9003H2714HC+R+Ncmsc
תְּ֝ה֗וֹםת֝ה֗וםתְּהוֹםתהוםte.Hom[the] deepH8415HNcfsa
הִתְהַלָּֽכְתָּ\׃התהלכת\הִתְהַלָּֽכְתָּ\׃התהלכת\hit.ha.La.khe.tahave you walked about?H1980I\H9016HVtp2ms
  1. oorsprongen Hebreeuws, tranen, of traningen. Versta, de allerdiepste gronden, springaders en opwellingen, uit welke de meeste en sterkste vloeden voortbreken.
  2. in het onderste Hebreeuws, in de onderzoeking, dat is, in de plaats der zee, die de allerdiepste is, en wel met het dieplood doorzocht, maar niet gevonden kan worden.
  3. des afgronds Vergelijk Gen 1:2 , en boven, Job 28:14 .

17 Zijn u de poorten des doods ontdekt, en hebt gij gezien de poorten van de schaduw des doods?1

Original Hebrew

הֲ/נִגְל֣וּה/נגל֣והֲ/נִגְלוּה/נגלוha./nig.Lu¿/ have they been revealedH9008H1540HHTi+VNp3cp
לְ֭/ךָל֭/ךלְ/ךָל/ךLe./khato/ youH9005H9031HR+Sp2ms
שַׁעֲרֵי\־שערי\שַׁעֲרֵי\־שערי\sha.'a.rei-[the] gates ofH8179G\H9014HNcmpc
מָ֑וֶתמ֑ותמָוֶתמותMa.vetdeathH4194HNcmsa
וְ/שַׁעֲרֵ֖יו/שער֖יוְ/שַׁעֲרֵיו/שעריve./sha.'a.Reiand/ [the] gates ofH9002H8179GHC+Ncmpc
צַלְמָ֣וֶתצלמ֣ותצַלְמָוֶתצלמותtzal.Ma.vetdeep darknessH6757HNcmsa
תִּרְאֶֽה\׃תראה\תִּרְאֶֽה\׃תראה\tir.'Ehhave you seen?H7200G\H9016HVqi2ms
  1. poorten des doods Versta, de onderste plaatsen der aarde, en de gangen daarheen leidende, welke alzo genaamd worden, omdat de doden onder de aarde schuilen. Hetzelfde is te verstaan door de poorten van de schaduw des doods. Vergelijk boven, Job 3:5 , en Job 10:21 .

18 Zijt gij met uw verstand gekomen tot aan de breedte der aarde? Geef het te kennen, indien gij dit alles weet.123

Original Hebrew

הִ֭תְבֹּנַנְתָּה֭תבננתהִתְבֹּנַנְתָּהתבננתHit.bo.nan.tahave you shown yourself attentive?H0995HVtp2ms
עַד\־עד\עַד\־עד\'ad-toH5704\H9014HR
רַחֲבֵי\־רחבי\רַחֲבֵי\־רחבי\ra.cha.vei-[the] broad spaces ofH7338\H9014HAampc
אָ֑רֶץא֑רץאָרֶץארץ'A.retz[the] earthH0776GHNcfsa
הַ֝גֵּ֗דה֝ג֗דהַגֵּדהגדha.GedtellH5046HVhv2ms
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518A\H9014HTc
יָדַ֥עְתָּיד֥עתיָדַעְתָּידעתya.Da'.tayou knowH3045HVqp2ms
כֻלָּֽ/הּ\׃כל/ה\כֻלָּֽ/הּ\׃כל/ה\khu.La/hall of/ itH3605H9024\H9016HNcmsc+Sp3fs
  1. tot Te weten, om te begrijpen en te bemerken wat in de wijde wereld omgaat aan alle oorden en plaatsen; of ook, waarom de wereld niet breder of enger is.
  2. Geef Vergelijk boven, vs.4.
  3. alles weet Te weten, dat Ik tot nu toe u gevraagd en voorgesteld heb.

19 Waar is de weg, daar het licht woont? En de duisternis, waar is haar plaats?123

Original Hebrew

אֵי\־אי\אֵי\־אי\'ei-where?H0335\H9014HTi
זֶ֣הז֣הזֶהזהzehthisH2088HTm
הַ֭/דֶּרֶךְה֭/דרךהַ/דֶּרֶךְה/דרךHa./de.rekh[is] the/ wayH9009H1870JHTd+Ncbsa
יִשְׁכָּן\־ישכן\יִשְׁכָּן\־ישכן\yish.kon-[where] it dwellsH7931\H9014HVqi3ms
א֑וֹרא֑וראוֹראור'orlightH0216HNcfsa
וְ֝/חֹ֗שֶׁךְו֝/ח֗שךוְ/חֹשֶׁךְו/חשךve./Cho.shekhand/ darknessH9002H2822HC+Ncmsa
אֵי\־אי\אֵי\־אי\'ei-where?H0335\H9014HTi
זֶ֥הז֥הזֶהזהzehthisH2088HTm
מְקֹמֽ/וֹ\׃מקמ/ו\מְקֹמֽ/וֹ\׃מקמ/ו\me.ko.M/o[is] place/ itsH4725H9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. daar Dat is, om te komen tot de plaats, waar het licht woont; te weten, om dat licht en de duisternis orde en bepaling te stellen, en hetzelve daarin te onderhouden en te regeren. Want versta dit, en het volgende, niet alleen van de kennis, die de mens van deze dingen heeft, maar van de ordinantie en het beleid en de regering, die God alleen daarover heeft.
  2. het licht Versta, de zon. Alzo boven, Job 25:3 . Zie de aantekening.
  3. duisternis, Te weten, die veroorzaakt wordt door het afwezen en den ondergang der zon.

20 Dat gij dat brengen zoudt tot zijn pale, en dat gij merken zoudt de paden zijns huizes?123456

Original Hebrew

כִּ֣יכ֣יכִּיכיkithatH3588AHTc
תִ֭קָּחֶ/נּוּת֭קח/נותִקָּחֶ/נּוּתקח/נוTi.ka.che./nuyou will take/ itH3947GH9033HVqi2ms+Sp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
גְּבוּל֑/וֹגבול֑/וגְּבוּל/וֹגבול/וge.vu.L/oterritory/ itsH1366HH9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/כִֽי\־ו/כי\וְ/כִֽי\־ו/כי\ve./khi-and/ thatH9002H3588A\H9014HC+Tc
תָ֝בִ֗יןת֝ב֗יןתָבִיןתביןta.Vinyou will discernH0995HVqi2ms
נְתִיב֥וֹתנתיב֥ותנְתִיבוֹתנתיבותne.ti.Vot[the] paths ofH5410BHNcfpc
בֵּיתֽ/וֹ\׃בית/ו\בֵּיתֽ/וֹ\׃בית/ו\bei.T/ohouse/ itsH1004BH9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. dat Te weten, licht, of ook de duisternis, van welke in vs.19 gesproken is.
  2. brengen Hebreeuws, nemen zoudt; dat is, nemen en brengen, of nemende brengen. Zie Gen 12:15 .
  3. pale, Waarmede de loop der zon bepaald is, te weten, in een natuurlijken dag, bestaande uit vier en twintig uren, of in een jaar door beide de solstitia, wanneer in den winter de korste en in den zomer de langste dag is.
  4. merken zoudt Versta een bemerking, die met de bestiering en regering des lichts verenigd is.
  5. paden Versta den weg, dien de zon doorloopt om een natuurlijken dag en het jaar te maken.
  6. zijns huizes? Versta, de plaats waar zij op en ondergaat, alsmede waar zij het jaar begint en eindigt.

21 Gij weet het, want gij waart toen geboren, en uw dagen zijn veel in getal.1

Original Hebrew

יָ֭דַעְתָּי֭דעתיָדַעְתָּידעתYa.da'.tayou knowH3045HVqp2ms
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
אָ֣זא֣זאָזאז'azthenH0227AHD
תִּוָּלֵ֑דתול֑דתִּוָּלֵדתולדti.va.Ledyou were bornH3205HVNi2ms
וּ/מִסְפַּ֖רו/מספ֖רוּ/מִסְפַּרו/מספרu./mis.Parand/ [the] number ofH9002H4557HC+Ncmsc
יָמֶ֣י/ךָימ֣י/ךיָמֶי/ךָימי/ךya.Mei./khadays/ yourH3117GH9021HNcmpc+Sp2ms
רַבִּֽים\׃רבים\רַבִּֽים\׃רבים\ra.Bim[is] manyH7227A\H9016HAampa
  1. Gij weet het, Dit is van God spottenderwijze tot Job gesproken . Alzo boven, vs.3, 5; zie de aantekening. Anders, wist gij dat gij toen geboren zoudt worden? en uw dagen vele zouden zijn in getal?

22 Zijt gij gekomen tot de schatkameren der sneeuw, en hebt gij de schatkameren des hagels gezien?1

Original Hebrew

הֲ֭/בָאתָה֭/באתהֲ/בָאתָה/באתHa./va.ta¿/ have you goneH9008H0935GHTi+Vqp2ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-intoH0413\H9014HR
אֹצְר֣וֹתאצר֣ותאֹצְרוֹתאצרות'o.tze.Rot[the] storehouses ofH0214HNcfpc
שָׁ֑לֶגש֑לגשָׁלֶגשלגSha.legsnowH7950HNcmsa
וְ/אֹצְר֖וֹתו/אצר֖ותוְ/אֹצְרוֹתו/אצרותve./'o.tze.Rotand/ [the] storehouses ofH9002H0214HC+Ncfpc
בָּרָ֣דבר֣דבָּרָדברדba.RadhailH1259HNcmsa
תִּרְאֶֽה\׃תראה\תִּרְאֶֽה\׃תראה\tir.'Ehhave you seen?H7200G\H9016HVqi2ms
  1. schatkameren der sneeuw, God spreekt bij gelijkenis, om zijn grote macht te tonen, waardoor Hij, als het Hem belieft, groten overvloed van sneeuw en hagel kan voortbrengen, alsof Hij grote schatkamers gereed had, waarin Hij de sneeuw en den hagel, tegen dat Hij die gebruiken wilde, weggesloten had.

23 Dien Ik ophoude tot den tijd der benauwdheid, tot den dag des strijds en des oorlogs!1

Original Hebrew

אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whichH0834A\H9014HTr
חָשַׂ֥כְתִּיחש֥כתיחָשַׂכְתִּיחשכתיcha.Sakh.tiI have kept backH2820HVqp1cs
לְ/עֶת\־ל/עת\לְ/עֶת\־ל/עת\le./'et-for/ [the] time ofH9005H6256\H9014HR+Ncbsc
צָ֑רצ֑רצָרצרTzardistressH6862BHAamsa
לְ/י֥וֹםל/י֥וםלְ/יוֹםל/יוםle./Yomfor/ [the] day ofH9005H3117GHR+Ncmsc
קְ֝רָ֗בק֝ר֗בקְרָבקרבke.RavbattleH7128HNcmsa
וּ/מִלְחָמָֽה\׃ו/מלחמה\וּ/מִלְחָמָֽה\׃ו/מלחמה\u./mil.cha.Mahand/ warfareH9002H4421\H9016HC+Ncfsa
  1. den tijd Te weten, om daarmede mijn rechtvaardige oordelen uit te voeren. Zie exempelen hiervan Exo 9:18 ; Jos 10:11 ; 1Sa 7:10 .

24 Waar is de weg, daar het licht verdeeld wordt, en de oostenwind zich verstrooit op de aarde?123

Original Hebrew

אֵי\־אי\אֵי\־אי\'ei-where?H0335\H9014HTi
זֶ֣הז֣הזֶהזהzehthisH2088HTm
הַ֭/דֶּרֶךְה֭/דרךהַ/דֶּרֶךְה/דרךHa./de.rekh[is] the/ wayH9009H1870JHTd+Ncbsa
יֵחָ֣לֶקיח֣לקיֵחָלֶקיחלקye.Cha.lek[where] it is dividedH2505AHVNi3ms
א֑וֹרא֑וראוֹראור'orlightH0216HNcfsa
יָפֵ֖ץיפ֖ץיָפֵץיפץya.Fetz[where] it scattersH6327AHVhj3ms
קָדִ֣יםקד֣יםקָדִיםקדיםka.Dim[the] east windH6921HNcmsa
עֲלֵי\־עלי\עֲלֵי\־עלי\'a.lei-overH5921A\H9014HR
אָֽרֶץ\׃ארץ\אָֽרֶץ\׃ארץ\'A.retz[the] earthH0776G\H9016HNcfsa
  1. weg, Versta door den weg alle redenen, middelen, toevallen, wijzen, werkingen en eindelijke oorzaken van hetgeen in de lucht geschiedt, en dat niet alleen in het algemeen, maar voornamelijk in het bijzonder.
  2. licht Dat is, dat bliksem, weerlicht, verschieting van aangestoken dampen, enz. in de lucht beginnen, ophouden, verschillen in plaatsen, stonden, hoedanigheden, uitkomsten, enz.
  3. oostenwind Versta onder een soort van wind al de andere; want hoe zij zo verscheidenlijk nu en dan komen te waaien, is niemand ten volle bekend dan God. Van den oostenwind in het bijzonder, zie Gen 41:6 , en Exo 10:13 . Vergelijk Joh 3:8 .

25 Wie deelt voor den stortregen een waterloop uit, en een weg voor het weerlicht der donderen?1234

Original Hebrew

מִֽי\־מי\מִֽי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
פִלַּ֣גפל֣גפִלַּגפלגfi.Lagdoes he divideH6385HVpp3ms
לַ/שֶּׁ֣טֶףל/ש֣טףלַ/שֶּׁטֶףל/שטףla./She.teffor the/ floodH9005H7858HRd+Ncmsa
תְּעָלָ֑התעל֑התְּעָלָהתעלהte.'a.Laha channelH8585AHNcfsa
וְ֝/דֶ֗רֶךְו֝/ד֗רךוְ/דֶרֶךְו/דרךve./De.rekhand/ a pathH9002H1870KHC+Ncbsa
לַ/חֲזִ֥יזל/חז֥יזלַ/חֲזִיזל/חזיזla./cha.Zizfor/ [the] storm ofH9005H2385HR+Ncmsc
קֹלֽוֹת\׃קלות\קֹלֽוֹת\׃קלות\ko.Lotthunder clapsH6963I\H9016HNcfpa
  1. stortregen Of, den plasregen. Hebreeuws, overvloeiing.
  2. waterloop Te weten, waardoor de wateren, uit de lucht vallende, hun loop hebben op de aarde, om het een of het ander land te bevochtigen.
  3. een weg Vergelijk boven, Job 28:26 .
  4. voor het weerlicht Anders, voor de ruisende vlaag. Hebreeuws, weerlicht, of vlaag der stemmen.

26 Om te regenen op het land, waar niemand is, op de woestijn, waarin geen mens is;1

Original Hebrew

לְ֭/הַמְטִירל֭/המטירלְ/הַמְטִירל/המטירLe./ham.tirto/ send rainH9005H4305HR+Vhcc
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
אֶ֣רֶץא֣רץאֶרֶץארץ'E.retza landH0776GHNcfsa
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
אִ֑ישׁא֑ישאִישׁאיש'IshanyoneH0376IHNcmsa
מִ֝דְבָּ֗רמ֝דב֗רמִדְבָּרמדברmid.Bara wildernessH4057BHNcmsa
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-[which] notH3808\H9014HTn
אָדָ֥םאד֥םאָדָםאדם'a.DamanyoneH0120GHNcmsa
בּֽ/וֹ\׃ב/ו\בּֽ/וֹ\׃ב/ו\b/o[is] in/ itH9003H9033\H9016HR+Sp3ms
  1. niemand is, Te weten, om het land door arbeid van werklieden te bevochtigen.

27 Om het woeste en het verwoeste te verzadigen, en om het uitspruitsel der grasscheutjes te doen wassen.1

Original Hebrew

לְ/הַשְׂבִּ֣יעַל/השב֣יעלְ/הַשְׂבִּיעַל/השביעle./has.Bi.a'to/ satisfyH9005H7646HR+Vhcc
שֹׁ֭אָהש֭אהשֹׁאָהשאהSho.'ahdevastationH7722BHNcfsa
וּ/מְשֹׁאָ֑הו/משא֑הוּ/מְשֹׁאָהו/משאהu./me.sho.'Ahand/ desolationH9002H4875HC+Ncfsa
וּ֝/לְ/הַצְמִ֗יחַו֝/ל/הצמ֗יחוּ/לְ/הַצְמִיחַו/ל/הצמיחu./le./hatz.Mi.achand/ to/ cause to sproutH9002H9005H6779HC+R+Vhcc
מֹ֣צָאמ֣צאמֹצָאמצאMo.tza'a going forth ofH4161HNcmsc
דֶֽשֶׁא\׃דשא\דֶֽשֶׁא\׃דשא\De.she'vegetationH1877\H9016HNcmsa
  1. het woeste Dat is, dat zeer woest is, zijnde dor en onvruchtbaar in zichzelven, en daartoe door oorlog en roverij onbewoond en verlaten van de mensen. Vergelijk boven, Job 30:3 , en de aantekening.

28 Heeft de regen een vader, of wie baart de druppelen des dauws?1

Original Hebrew

הֲ/יֵשׁ\־ה/יש\הֲ/יֵשׁ\־ה/יש\ha./yesh-¿/ [is] thereH9008H3426\H9014HTi+Acbsa
לַ/מָּטָ֥רל/מט֥רלַ/מָּטָרל/מטרla./ma.Tarfor the/ rainH9005H4306HRd+Ncmsa
אָ֑בא֑באָבאב'Ava fatherH0001GHNcmsa
א֥וֹא֥ואוֹאו'oorH0176AHC
מִי\־מי\מִי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
ה֝וֹלִ֗ידה֝ול֗ידהוֹלִידהולידho.Liddoes he fatherH3205HVhp3ms
אֶגְלֵי\־אגלי\אֶגְלֵי\־אגלי\'eg.lei-[the] drops ofH0096\H9014HNcmpc
טָֽל\׃טל\טָֽל\׃טל\TaldewH2919\H9016HNcmsa
  1. Heeft de regen Hij wil zeggen: Neen hij; maar ik alleen breng hem voort. Alzo in het volgende.

29 Uit wiens buik komt het ijs voort, en wie baart den rijm des hemels?1

Original Hebrew

מִ/בֶּ֣טֶןמ/ב֣טןמִ/בֶּטֶןמ/בטןmi./Be.tenfrom/ [the] womb ofH9006H0990HHR+Ncfsc
מִ֭ימ֭ימִימיmiwhom?H4310HPi
יָצָ֣איצ֣איָצָאיצאya.Tza'does it come forthH3318GHVqp3ms
הַ/קָּ֑רַחה/ק֑רחהַ/קָּרַחה/קרחha./Ka.rachthe/ iceH9009H7140HTd+Ncmsa
וּ/כְפֹ֥רו/כפ֥רוּ/כְפֹרו/כפרu./khe.Forand/ [the] frost ofH9002H3713BHC+Ncmsc
שָׁ֝מַיִםש֝מיםשָׁמַיִםשמיםSha.ma.yimheavenH8064HNcmpa
מִ֣ימ֣ימִימיmiwho?H4310HPi
יְלָדֽ/וֹ\׃ילד/ו\יְלָדֽ/וֹ\׃ילד/ו\ye.la.D/odoes he give birth to/ itH3205H9033\H9016HVqp3ms+Sp3ms
  1. rijm des hemels? Het Hebreeuwse woord is ook in deze betekenis genomen Exo 16:14 ; Psa 147:16 .

30 Als met een steen verbergen zich de wateren, en het vlakke des afgrond wordt omvat.123

Original Hebrew

כָּ֭/אֶבֶןכ֭/אבןכָּ/אֶבֶןכ/אבןKa./'e.venlike <the>/ stoneH9004H0068GHRd+Ncfsa
מַ֣יִםמ֣יםמַיִםמיםMa.yimwatersH4325GHNcmpa
יִתְחַבָּ֑אוּיתחב֑אויִתְחַבָּאוּיתחבאוyit.cha.Ba.'uthey become hardH2244HVti3mp
וּ/פְנֵ֥יו/פנ֥יוּ/פְנֵיו/פניu./fe.Neiand/ [the] surface ofH9002H6440JHC+Ncmpc
תְ֝ה֗וֹםת֝ה֗וםתְהוֹםתהוםte.Hom[the] deepH8415HNcfsa
יִתְלַכָּֽדוּ\׃יתלכדו\יִתְלַכָּֽדוּ\׃יתלכדו\yit.la.Ka.duthey freezeH3920\H9016HVti3mp
  1. verbergen Te weten, door de vorst, welke maakt dat er geen water meer schijnt te wezen, maar enkel steen, waaronder het onbevroren water schuilende is.
  2. vlakke Dat is, het opperste, of bovenste der zee, of der diepe wateren.
  3. wordt Dat is, door de vorst omgrepen en vastgehouden alsof het gevangen ware, overmits het door de koude gestremd zijnde, niet wegvloeien kan.

31 Kunt gij de liefelijkheden van het Zevengesternte binden, of de strengen des Orions losmaken?12

Original Hebrew

הַֽ֭/תְקַשֵּׁרה֭/תקשרהַֽ/תְקַשֵּׁרה/תקשרHa/t.ka.sher¿/ will you bind onH9008H7194HTi+Vpi2ms
מַעֲדַנּ֣וֹתמעדנ֣ותמַעֲדַנּוֹתמעדנותma.'a.da.Not[the] bonds ofH4575HNcfpc
כִּימָ֑הכימ֑הכִּימָהכימהki.MahPleiadesH3598HNtfsa
אֽוֹ\־או\אֽוֹ\־או\'ov-or?H0176A\H9014HC
מֹשְׁכ֖וֹתמשכ֖ותמֹשְׁכוֹתמשכותmo.she.Khot[the] chains ofH4189HNcfpc
כְּסִ֣ילכס֣ילכְּסִילכסילke.SilOrionH3685GHNtmsa
תְּפַתֵּֽחַ\׃תפתח\תְּפַתֵּֽחַ\׃תפתח\te.fa.Te.achwill you loosenH6605A\H9016HVpi2ms
  1. binden, Binden is hier verhinderen, of vasthouden, dat het Zevengesternte niet rijze en medebrenge de zoetigheid der lente. Zie van dit gesternte boven, Job 9:9 .
  2. strengen des Orions Versta, door deze strengen de trekkende krachten, waardoor Orion in November medebrengt wolken, regen, onweder, koude. Deze op te lossen is hun werking te verhinderen en te doen ophouden.

32 Kunt gij de Mazzaroth voortbrengen op haar tijd, en den Wagen met zijn kinderen leiden?123

Original Hebrew

הֲ/תֹצִ֣יאה/תצ֣יאהֲ/תֹצִיאה/תציאha./to.Tzi'¿/ will you lead outH9008H3318HHTi+Vhi2ms
מַזָּר֣וֹתמזר֣ותמַזָּרוֹתמזרותma.za.Rot[the] constellationsH4216HNtfpa
בְּ/עִתּ֑/וֹב/עת֑/ובְּ/עִתּ/וֹב/עת/וbe./'i.T/oat/ appropriate time/ itsH9003H6256H9023HR+Ncbsc+Sp3ms
וְ֝/עַ֗יִשׁו֝/ע֗ישוְ/עַיִשׁו/עישve./'A.yishand/ [the] BearH9002H5906HC+Ntfsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-withH5921A\H9014HR
בָּנֶ֥י/הָבנ֥י/הבָּנֶי/הָבני/הba.Nei./hayoung ones/ itsH1121AH9024HNcmpc+Sp3fs
תַנְחֵֽ/ם\׃תנח/ם\תַנְחֵֽ/ם\׃תנח/ם\tan.Che/mwill you guide?/ themH5148H9038\H9016HVhi2ms+Sp3mp
  1. Mazzaròth Wat dit voor een gesternte of teken is, daarvan is zeer verscheiden gevoelen. Eenigen verstaan de gesternte, die omtrent den zuidpool zijn, boven, Job 9:9 , Binnenkamers genaamd; maar hier Mazzaroth van Nazar, scheiden, omdat zij zeer ver zijn van Europa en de plaats waar Job woonde . Sommigen daarentegen nemen deze Mazzaroth voor noordelijke sterren, bewogen zijnde door de gelijkenis van het woord Mezarim, boven, Job 37:9 , hetwelk betekent verstrooiende, te weten winden, die uit het noorden komen. Anderen menen dat zij zijn de Mazzaloth, dat is, de planeten, of de twaalf tekenen Zodiaci, waarvan te zien is 2Ki 23:5 ; ook zijn er die ze houden voor het hemelse teken, genaamd de Kronen.
  2. den Wagen Zie van dit gesternte boven, Job 9:9 .
  3. zijn kinderen Versta, enige mindere sterren, die rondom den Wagen staan, als de kinderen rondom hun moeder.

33 Weet gij de verordeningen des hemels, of kunt gij deszelfs heerschappij op de aarde bestellen?123

Original Hebrew

הֲ֭/יָדַעְתָּה֭/ידעתהֲ/יָדַעְתָּה/ידעתHa./ya.da'.ta¿/ do you knowH9008H3045HTi+Vqp2ms
חֻקּ֣וֹתחק֣ותחֻקּוֹתחקותchu.Kot[the] statutes ofH2708HNcfpc
שָׁמָ֑יִםשמ֑יםשָׁמָיִםשמיםsha.Ma.yim[the] heavensH8064HNcmpa
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-or?H0518H\H9014HTc
תָּשִׂ֖יםתש֖יםתָּשִׂיםתשיםta.Simdo you appointH7760AHVqi2ms
מִשְׁטָר֣/וֹמשטר֣/ומִשְׁטָר/וֹמשטר/וmish.ta.R/orule/ itsH4896H9023HNcmsc+Sp3ms
בָ/אָֽרֶץ\׃ב/ארץ\בָ/אָֽרֶץ\׃ב/ארץ\va./'A.retzover the/ earthH9003H0776G\H9016HRd+Ncfsa
  1. de verordeningen Dat is, de orde, die God in de hemelse lichten en tekenen en omlopen houdt, om daardoor uit te voeren hetgeen Hem behaagt.
  2. of kunt gij Dat is, kunt gij den loop en de werkingen des hemels daar op de aarde regeren?
  3. heerschappij Of, regering.

34 Kunt gij uw stem tot de wolken opheffen, opdat een overvloed van water u bedekke?1

Original Hebrew

הֲ/תָרִ֣יםה/תר֣יםהֲ/תָרִיםה/תריםha./ta.Rim¿/ will you lift upH9008H7311AHTi+Vhi2ms
לָ/עָ֣בל/ע֣בלָ/עָבל/עבla./'Avto the/ cloud[s]H9005H5645HRd+Ncmsa
קוֹלֶ֑/ךָקול֑/ךקוֹלֶ/ךָקול/ךko.Le./chavoice/ yourH6963AH9021HNcmsc+Sp2ms
וְֽ/שִׁפְעַת\־ו/שפעת\וְֽ/שִׁפְעַת\־ו/שפעת\ve./shif.'at-and/ an abundance ofH9002H8229\H9014HC+Ncfsc
מַ֥יִםמ֥יםמַיִםמיםMa.yimwaterH4325GHNcmpa
תְּכַסֶּֽ/ךָּ\׃תכס/ך\תְּכַסֶּֽ/ךָּ\׃תכס/ך\te.kha.Se./kawill you cover?/ yourselfH3680H9031\H9016HVpi3fs+Sp2ms
  1. opheffen, Te weten, om haar te bevelen hoeveel water zij uitgieten zullen, en wanneer en waar.

35 Kunt gij de bliksemen uitlaten, dat zij henenvaren, en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?1

Original Hebrew

הַֽ/תְשַׁלַּ֣חה/תשל֣חהַֽ/תְשַׁלַּחה/תשלחha/t.sha.Lach¿/ will you send forthH9008H7971GHTi+Vpi2ms
בְּרָקִ֣יםברק֣יםבְּרָקִיםברקיםbe.ra.Kimlightning<s>H1300BHNcmpa
וְ/יֵלֵ֑כוּו/יל֑כווְ/יֵלֵכוּו/ילכוve./ye.Le.khuso/ they may goH9002H1980GHC+Vqu3mp
וְ/יֹאמְר֖וּו/יאמר֖ווְ/יֹאמְרוּו/יאמרוve./yo.me.Ruand/ they may sayH9002H0559HC+Vqu3mp
לְ/ךָ֣ל/ך֣לְ/ךָל/ךle./Khato/ youH9005H9031HR+Sp2ms
הִנֵּֽ/נוּ\׃הנ/נו\הִנֵּֽ/נוּ\׃הנ/נו\hi.Ne./nuhere [are]/ weH2005H9045\H9016HTj+Sp1bp
  1. Zie, Te weten, bereid, om uw bevelen uit te voeren. Zie Gen 22:1 .

36 Wie heeft de wijsheid in het binnenste gezet? Of wie heeft den zin het verstand gegeven?12

Original Hebrew

מִי\־מי\מִי\־מי\mi.Sha-who?H4310\H9014HPi
שָׁ֭תש֭תשָׁתשתSha.thas he putH7896HHVqp3ms
בַּ/טֻּח֣וֹתב/טח֣ותבַּ/טֻּחוֹתב/טחותba./tu.Chotin the/ inner partsH9003H2910HRd+Ncfpa
חָכְמָ֑החכמ֑החָכְמָהחכמהchokh.mahwisdomH2451HNcfsa
א֤וֹא֤ואוֹאו'oorH0176AHC
מִֽי\־מי\מִֽי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
נָתַ֖ןנת֖ןנָתַןנתןna.Tanhas he givenH5414GHVqp3ms
לַ/שֶּׂ֣כְוִיל/ש֣כוילַ/שֶּׂכְוִיל/שכויla./Sekh.vito the/ heartH9005H7907HRd+Ncmsa
בִינָֽה\׃בינה\בִינָֽה\׃בינה\vi.NahunderstandingH0998\H9016HNcfsa
  1. binnenste Het Hebreeuwse woord is genomen voor de nieren. Door de nieren nu wordt verstaan het inwendigste en innerste van den geest des mensen. Vergelijk boven, Job 19:27 . Het Hebreeuwse woord is ook Psa 51:8 ; zie aldaar de aantekening.
  2. zin Anders, het hart.

37 Wie kan de wolken met wijsheid tellen, en wie kan de flessen des hemels nederleggen?123

Original Hebrew

מִֽי\־מי\מִֽי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
יְסַפֵּ֣ריספ֣ריְסַפֵּריספרye.sa.Perwill he countH5608AHVpi3ms
שְׁחָקִ֣יםשחק֣יםשְׁחָקִיםשחקיםshe.cha.Kim[the] cloudsH7834HNcmpa
בְּ/חָכְמָ֑הב/חכמ֑הבְּ/חָכְמָהב/חכמהbe./cha.khe.Mahby/ wisdomH9003H2451HR+Ncfsa
וְ/נִבְלֵ֥יו/נבל֥יוְ/נִבְלֵיו/נבליve./niv.Leiand/ [the] waterskins ofH9002H5035AHC+Ncmpc
שָׁ֝מַ֗יִםש֝מ֗יםשָׁמַיִםשמיםSha.Ma.yimheavenH8064HNcmpa
מִ֣ימ֣ימִימיmiwho?H4310HPi
יַשְׁכִּֽיב\׃ישכיב\יַשְׁכִּֽיב\׃ישכיב\yash.Kivwill he make to lie downH7901G\H9016HVhi3ms
  1. de wolken Dat is, haar bewegingen, krachten, werken en ganse natuur ten volle verklaren. Voor tellen is het Hebreeuwse woord genomen Psa 22:18 . Anders, wie kan den hemel als een saffier maken; dat is, geheel klaar en helder.
  2. flessen Versta, de wolken, omdat in dezelve, als in flessen, het water bewaard wordt, hetwelk zij door een regen uitgieten, als het den Heere belieft.
  3. nederleggen? Dat is, doen ophouden, dat zij geen water meer uitgieten; dat is, wie kan den regen doen ophouden dan God alleen? Het is een gelijkenis, genomen van de vaten, waaruit men enige vochtigheid giet, die men opheft als men daaruit gieten wil, maar nederzet als men ophoudt te gieten. Anders, doen slapen.

38 Als het stof doorgoten is tot vastigheid, en de kluiten samenkleven?12

Original Hebrew

בְּ/צֶ֣קֶתב/צ֣קתבְּ/צֶקֶתב/צקתbe./Tze.ketwhen/ flowsH9003H3332GHR+Vqcc
עָ֭פָרע֭פרעָפָרעפר'A.for[the] dustH6083HNcmsa
לַ/מּוּצָ֑קל/מוצ֑קלַ/מּוּצָקל/מוצקla./mu.Tzakinto <the>/ lumpH9005H4165HRd+Ncmsa
וּ/רְגָבִ֥יםו/רגב֥יםוּ/רְגָבִיםו/רגביםu./re.ga.Vimand/ [the] clodsH9002H7263HC+Ncmpa
יְדֻבָּֽקוּ\׃ידבקו\יְדֻבָּֽקוּ\׃ידבקו\ye.du.Ba.kuthey are joined togetherH1692\H9016HVPi3mp
  1. doorgoten is Dat is, de aarde, die door langdurige droogte in stof veranderd is.
  2. tot vastigheid, Dat is, door overvloedigen regen zo bevochtigd is geweest, dat het stof weder samenloopt en in kluiten verandert, die aan elkander hangen.

39 [039:1] Zult gij voor den ouden leeuw roof jagen, of de graagheid der jonge leeuwen vervullen?123

Original Hebrew

הֲ/תָצ֣וּדה/תצ֣ודהֲ/תָצוּדה/תצודha./ta.Tzud¿/ will you huntH9008H6679AHTi+Vqi2ms
לְ/לָבִ֣יאל/לב֣יאלְ/לָבִיאל/לביאle./la.Vi'for/ a lionH9005H3833CHR+Ncmsa
טָ֑רֶףט֑רףטָרֶףטרףTa.refpreyH2964HNcmsa
וְ/חַיַּ֖תו/חי֖תוְ/חַיַּתו/חיתve./chai.Yatand/ [the] life ofH9002H2416CHC+Ncfsc
כְּפִירִ֣יםכפיר֣יםכְּפִירִיםכפיריםke.fi.Rimyoung lionsH3715AHNcmpa
תְּמַלֵּֽא\׃תמלא\תְּמַלֵּֽא\׃תמלא\te.ma.Le'will you fill?H4390\H9016HVpi2ms
  1. ouden leeuw Te weten, die niet veel kracht meer heeft om zijn aas te bekomen. De zin is dat hem hetzelve door de voorzienigheid Gods toegeschikt wordt, niet door de zorg en den arbeid der mensen, Psa 104:21 , want anders zou hij moeten vergaan; boven, Job 4:11 .
  2. graagheid Hebreeuws, het leven. Versta den gierigen lust en trek, dien de jonge leeuwen naar het aas hebben. Het Hebreeuwse woord chajah is in dit boek somtijds van enerlei betekenis met het woord nephes, ziel, gelijk te zien is boven, Job 33:18 , Job 33:20 , Job 33:22 . Nu nephes is somtijds zoveel als lust en begeerte tot iets, gelijk Psa 27:12 , en Psa 107:9 ; Pro 23:2 ; Isa 56:11 . Anders, den jongen leeuwen den kost, of leeftocht ten volle beschikken?
  3. vervullen? Te weten, als zij van de oude vergeten of verlaten worden. Vergelijk Psa 47:9 .

40 [039:2] Als zij nederbukken in de holen, en in den kuil zitten, ter loering?12

Original Hebrew

כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-ifH3588A\H9014HTc
יָשֹׁ֥חוּיש֥חויָשֹׁחוּישחוya.Sho.chuthey will crouchH7817HVqi3mp
בַ/מְּעוֹנ֑וֹתב/מעונ֑ותבַ/מְּעוֹנוֹתב/מעונותva./me.'o.Notin <the>/ densH9003H4585HRd+Ncfpa
יֵשְׁב֖וּישב֖ויֵשְׁבוּישבוye.she.Vuthey will remainH3427HVqi3mp
בַ/סֻּכָּ֣הב/סכ֣הבַ/סֻּכָּהב/סכהva./su.Kahin <the>/ thicketH9003H5521HRd+Ncfsa
לְמוֹ\־למו\לְמוֹ\־למו\le.mov-forH3926\H9014HR
אָֽרֶב\׃ארב\אָֽרֶב\׃ארב\'A.revlying-in-waitH0695\H9016HNcmsa
  1. kuil Hebreeuws, hut, of tent; dat is, schuilhol, kuil, of schuilplaats.
  2. ter loering? Dat is, om enig gedierte te bespieden, dat zij vangen en verslinden mochten. Anders, in de loerplaats, te weten, waaruit zij loeren; alzo boven, Job 37:8 .

41 [039:3] Wie bereidt de raaf haar kost, als haar jongen tot God schreeuwen, als zij dwalen, omdat er geen eten is?1234

Original Hebrew

מִ֤ימ֤ימִימיmiwho?H4310HPi
יָכִ֥יןיכ֥יןיָכִיןיכיןya.Khindoes he prepareH3559AHVhi3ms
לָ/עֹרֵ֗בל/ער֗בלָ/עֹרֵבל/ערבla./'o.Revfor the/ ravenH9005H6158HRd+Ncmsa
צֵ֫יד֥/וֹצ֫יד֥/וצֵיד/וֹציד/וtzei.D/ofood-supply/ itsH6718BH9023HNcmsc+Sp3ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-ifH3588A\H9014HTc
יְ֭לָדָי/וי֭לדי/ויְלָדָי/וילדי/וye.la.do/vyoung ones/ itsH3206H9023HNcmpc+Sp3ms
אֶל\־אל\אֶל\־אל\'el-toH0413\H9014HR
אֵ֣לא֣לאֵלאל'elGodH0410GHNcmsa
יְשַׁוֵּ֑עוּישו֑עויְשַׁוֵּעוּישועוye.sha.Ve.'uthey will cry for helpH7768HVpi3mp
יִ֝תְע֗וּי֝תע֗ויִתְעוּיתעוyit.'Uthey will wander aboutH8582HVqi3mp
לִ/בְלִי\־ל/בלי\לִ/בְלִי\־ל/בלי\li/v.li-for/ notH9005H1097\H9014HR+Ncmsc
אֹֽכֶל\׃אכל\אֹֽכֶל\׃אכל\'O.khelfoodH0400\H9016HNcmsa
  1. kost, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk den kost, die met jagen gekregen wordt. Zie Gen 27:3 , en de aantekening.
  2. jongen Hebreeuws, geborenen.
  3. tot God Dat is, als zij in hun nest schreeuwen om aas; hetwelk een geroep tot God genaamd wordt, omdat God voor het voedsel der jonge raven zorg draagt. Men schrijft dat zij in het eerst, omdat zij wit paddenhaar hebben, van de ouden verlaten worden, totdat zij zwart zijn, en hier intussen wonderbaarlijk van God gespijsd worden met zekere wormpjes, die in het nest uit hun drek groeien. Vergelijk Psa 147:9 .
  4. dwalen, Te weten, omtrent het nest van de moeder verlaten zijnde.