reltext

Chapter 39

1 [039:4] Weet gij den tijd van het baren der steengeiten? Hebt gij waargenomen den arbeid der hinden?123

Original Hebrew

הֲ/יָדַ֗עְתָּה/יד֗עתהֲ/יָדַעְתָּה/ידעתha./ya.Da'.ta¿/ do you knowH9008H3045HTi+Vqp2ms
עֵ֭תע֭תעֵתעת'et[the] time ofH6256HNcbsc
לֶ֣דֶתל֣דתלֶדֶתלדתLe.det[the] bringing forth ofH3205HVqcc
יַעֲלֵי\־יעלי\יַעֲלֵי\־יעלי\ya.'a.lei-mountain goats ofH3277H\H9014HNcmpc
סָ֑לַעס֑לעסָלַעסלעSa.la'rockH5553HHNcmsa
חֹלֵ֖לחל֖לחֹלֵלחללcho.Lel[the] giving birth ofH2342HHVpcc
אַיָּל֣וֹתאיל֣ותאַיָּלוֹתאילות'ai.ya.LotdoesH0355HNcfpa
תִּשְׁמֹֽר\׃תשמר\תִּשְׁמֹֽר\׃תשמר\tish.Mordo you watch?H8104I\H9016HVqi2ms
  1. Weet gij Versta hierdoor het gehele beleid en werk van de geboorten, voorttelingen en opkwekingen der wilde beesten; hetwelk alleen de voorzienigheid Gods moet toegeschreven worden, en niet de zorg des mensen.
  2. steengeiten? Zie 1Sa 24:3 .
  3. den arbeid Dat is, den tijd, wanneer zij in den nood van baren zijn, om die, als zij in gevaar en smart zijn, te helpen.

2 [039:5] Zult gij de maanden tellen, die zij vervullen, en weet gij den tijd van haar baren?12

Original Hebrew

תִּסְפֹּ֣רתספ֣רתִּסְפֹּרתספרtis.Porwill you count?H5608AHVqi2ms
יְרָחִ֣יםירח֣יםיְרָחִיםירחיםye.ra.Chim[the] monthsH3391HNcmpa
תְּמַלֶּ֑אנָהתמל֑אנהתְּמַלֶּאנָהתמלאנהte.ma.Le.nah[which] they completeH4390HVpi3fp
וְ֝/יָדַ֗עְתָּו֝/יד֗עתוְ/יָדַעְתָּו/ידעתve./ya.Da'.taand/ do you know?H9001H3045Hc+Vqq2ms
עֵ֣תע֣תעֵתעת'et[the] time ofH6256HNcbsc
לִדְתָּֽ/נָה\׃לדת/נה\לִדְתָּֽ/נָה\׃לדת/נה\lid.Ta./nahbringing forth/ theyH3205H9049\H9016HVqcc+Sp3fp
  1. Zult gij Dat is, kunt gij verzinnen het ogenblik van hun ontvangen? Deze vragen loochenen alle sterkelijk.
  2. vervullen, Dat is, afdoen en volbrengen; te weten, met het dragen van hun jongen.

3 [039:6] Als zij zich krommen, haar jongen met versplijting voortbrengen, haar smarten uitwerpen?12

Original Hebrew

תִּ֭כְרַעְנָהת֭כרענהתִּכְרַעְנָהתכרענהTikh.ra'.nahthey kneel downH3766HVqi3fp
יַלְדֵי/הֶ֣ןילדי/ה֣ןיַלְדֵי/הֶןילדי/הןyal.dei./Henyoung/ theirH3206H9029HNcmpc+Sp3fp
תְּפַלַּ֑חְנָהתפל֑חנהתְּפַלַּחְנָהתפלחנהte.fa.Lach.nahthey cleave openH6398HVpi3fp
חֶבְלֵי/הֶ֥םחבלי/ה֥םחֶבְלֵי/הֶםחבלי/הםchev.lei./Hemlabor-pains/ theirH2256BH9028HNcmpc+Sp3mp
תְּשַׁלַּֽחְנָה\׃תשלחנה\תְּשַׁלַּֽחְנָה\׃תשלחנה\te.sha.Lach.nahthey send forthH7971H\H9016HVpi3fp
  1. krommen, Te weten, om te beter te baren.
  2. smarten Versta, de geboortepijnen, die in deze dieren groot zijn, en van welke zij alleen geholpen worden door de goddelijke voorzienigheid. Zie Psa 29:9 .

4 [039:7] Haar jongen worden kloek, worden groot door het koren; zij gaan uit, en keren niet weder tot dezelve.1234

Original Hebrew

יַחְלְמ֣וּיחלמ֣ויַחְלְמוּיחלמוyach.le.Muthey become strongH2492AHVqi3mp
בְ֭נֵי/הֶםב֭ני/הםבְנֵי/הֶםבני/הםVe.nei./hemyoung/ theirH1121AH9028HNcmpc+Sp3mp
יִרְבּ֣וּירב֣ויִרְבּוּירבוyir.Buthey growH7235AHVqi3mp
בַ/בָּ֑רב/ב֑רבַ/בָּרב/ברva./Barin the/ openH9003H1250BHRd+Ncmsa
יָ֝צְא֗וּי֝צא֗ויָצְאוּיצאוya.tze.'Uthey go forthH3318GHVqp3cp
וְ/לֹא\־ו/לא\וְ/לֹא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
שָׁ֥בוּש֥בושָׁבוּשבוSha.vuthey returnH7725GHVqp3cp
לָֽ/מוֹ\׃ל/מו\לָֽ/מוֹ\׃ל/מו\la./moto/ themH9005H9038\H9016HR+Sp3mp
  1. jongen Hebreeuws, zonen; zie Lev 1:14 .
  2. worden kloek, Dat is, worden weder gezond, fris en sterk, ofschoon zij eerst geworpen zijnde, door de zwaarheid der geboorte slap en teer waren.
  3. door het koren; Het woord bar in het oorspronkelijke betekent in het Hebreeuws koren, of tarwe, waarvan deze beesten hun voedsel nemen; maar het betekent in het Syrisch akker, of veld, gelijk ook het Chaldeeuwse woord bara zulks betekent; Dan 2:38 en Dan 4:12 . Waarom enigen hetzelve zo overzetten.
  4. haar Te weten, moeders, die ze geworpen hebben.

5 [039:8] Wie heeft den woudezel vrij henengezonden, en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?1

Original Hebrew

מִֽי\־מי\מִֽי\־מי\mi-who?H4310\H9014HPi
שִׁלַּ֣חשל֣חשִׁלַּחשלחshi.Lachdid he let looseH7971HHVpp3ms
פֶּ֣רֶאפ֣ראפֶּרֶאפראPe.re'[the] wild donkeyH6501HNcmsa
חָפְשִׁ֑יחפש֑יחָפְשִׁיחפשיcha.fe.ShifreeH2670HAamsa
וּ/מֹסְר֥וֹתו/מסר֥ותוּ/מֹסְרוֹתו/מסרותu./mo.se.Rotand/ [the] fetters ofH9002H4147HC+Ncfpc
עָ֝ר֗וֹדע֝ר֗ודעָרוֹדערודa.Rod[the] wild assH6171HNcmsa
מִ֣ימ֣ימִימיmiwho?H4310HPi
פִתֵּֽחַ\׃פתח\פִתֵּֽחַ\׃פתח\fi.Te.achdid he loosenH6605A\H9016HVpp3ms
  1. Wie heeft den woudezel De zin is, dat de ontembare en onbedwingelijke natuur der wilde ezels alleen van Gods regering en voorzienigheid komt, welker redenen, zodat de mens niet kan begrijpen, hij nog veel minder andere diepe en ondoorgrondelijke werken Gods vatten kan.

6 [039:9] Dien Ik de wildernis tot zijn huis besteld heb, en het ziltige tot zijn woningen.12

Original Hebrew

אֲשֶׁר\־אשר\אֲשֶׁר\־אשר\'a.Sher-whichH0834A\H9014HTr
שַׂ֣מְתִּיש֣מתישַׂמְתִּישמתיSam.tiI appointedH7760HHVqp1cs
עֲרָבָ֣הערב֣העֲרָבָהערבה'a.ra.Vah[the] desert plainH6160LHNcfsa
בֵית֑/וֹבית֑/ובֵית/וֹבית/וvei.T/ohome/ itsH1004BH9023HNcmsc+Sp3ms
וּֽ/מִשְׁכְּנוֹתָ֥י/וו/משכנות֥י/ווּֽ/מִשְׁכְּנוֹתָי/וו/משכנותי/וu./mish.ke.no.Ta/vand/ dwelling-places/ itsH9002H4908H9023HC+Ncfpc+Sp3ms
מְלֵֽחָה\׃מלחה\מְלֵֽחָה\׃מלחה\me.Le.chah[the] saltinessH4420\H9016HNcfsa
  1. de wildernis Anders, het vlakke veld. Doch versta zulk vlak veld, dat wel wild en woest ligt, maar nochtans enig voeder voor de beesten heeft, gemengd uit velerlei groente en ruigte, hetwelk den wilden beesten wel smakend is.
  2. ziltige Dat is, het dorre, onvruchtbare en onbebouwde land. Zie Jdg 9:45 , en Psa 107:34 .

7 [039:10] Hij belacht het gewoel der stad; het menigerlei getier des drijvers hoort hij niet.12

Original Hebrew

יִ֭שְׂחַקי֭שחקיִשְׂחַקישחקYis.chakit laughsH7832HVqi3ms
לַ/הֲמ֣וֹןל/המ֣וןלַ/הֲמוֹןל/המוןla./ha.Monto/ [the] tumult ofH9005H1995AHR+Ncmsc
קִרְיָ֑הקרי֑הקִרְיָהקריהkir.Yaha townH7151HNcfsa
תְּשֻׁא֥וֹתתשא֥ותתְּשֻׁאוֹתתשאותte.shu.'ot[the] shouting<s> ofH8663HNcfpc
נ֝וֹגֵ֗שׂנ֝וג֗שנוֹגֵשׂנוגשno.Gesa driverH5065HVqrmsa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יִשְׁמָֽע\׃ישמע\יִשְׁמָֽע\׃ישמע\yish.Ma'it hearsH8085G\H9016HVqi3ms
  1. Hij belacht Dat is, hij acht de menigte en het bedrijf der mensen niet, omdat hij de woestijn liever heeft, of omdat hij ook niet vreest het geweld, dat vele mensen zouden mogen aanleggen om hem te bedwingen. Dit is menselijkerwijze van de beesten gesproken, gelijk onder, vs.21, 25, 28, en Job 40:22-23 , en Job 41:18 , ob 41:20 .
  2. menigerlei Dat is, het geroep, hetwelk pleegt gemaakt te worden van degenen, die enigen arbeid of dienst van mensen of beesten gedaan willen hebben.

8 [039:11] Dat hij uitspeurt op de bergen, is zijn weide; en hij zoekt allerlei groensel na.12

Original Hebrew

יְת֣וּרית֣וריְתוּריתורye.Turit exploresH8446HVqi3ms
הָרִ֣יםהר֣יםהָרִיםהריםha.RimmountainsH2022GHNcmpa
מִרְעֵ֑/הוּמרע֑/הומִרְעֵ/הוּמרע/הוmir.'E./hupasture/ itsH4829H9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/אַחַ֖רו/אח֖רוְ/אַחַרו/אחרve./'a.Charand/ afterH9002H0310AHC+Acmsc
כָּל\־כל\כָּל\־כל\kol-everyH3605\H9014HNcmsc
יָר֣וֹקיר֣וקיָרוֹקירוקya.Rokgreen plantH3387HNcmsa
יִדְרֽוֹשׁ\׃ידרוש\יִדְרֽוֹשׁ\׃ידרוש\yid.Ro.oshit searchesH1875\H9016HVqi3ms
  1. Wat hij uitspeurt Hebreeuws, de uitspeuring, of het uitgespeurde der bergen; dat is hetgeen hij steeds zoekt op de bergen, als gras en andere groenigheid, is zijn voedsel.
  2. groensel na Dat is, groen kruid, dat in het wild wast.

9 [039:12] Zal de eenhoorn u willen dienen? Zal hij vernachten aan uw kribbe?1

Original Hebrew

הֲ/יֹ֣אבֶהה/י֣אבההֲ/יֹאבֶהה/יאבהha./Yoeh¿/ is it willingH9008H0014HTi+Vqi3ms
רֵּ֣יםר֣יםרֵּיםריםreima wild oxH7214HNcmsa
עָבְדֶ֑/ךָעבד֑/ךעָבְדֶ/ךָעבד/ך'a.ve.De./khato serve/ youH5647GH9031HVqcc+Sp2ms
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-or?H0518H\H9014HTc
יָ֝לִ֗יןי֝ל֗יןיָלִיןיליןya.Linwill it pass [the] nightH3885AHVqi3ms
עַל\־על\עַל\־על\'al-atH5921A\H9014HR
אֲבוּסֶֽ/ךָ\׃אבוס/ך\אֲבוּסֶֽ/ךָ\׃אבוס/ך\'a.vu.Se./khafeeding trough/ yourH0018H9021\H9016HNcmsc+Sp2ms
  1. Zal de eenhoorn Versta, ganselijk niet, en dat vanwege zijn moedige en onbedwingelijke kracht. Zie Num 23:22 .

10 [039:13] Zult gij den eenhoorn met zijn touw aan de voren binden? Zal hij de laagten achter u eggen?123

Original Hebrew

הֲֽ/תִקְשָׁר\־ה/תקשר\הֲֽ/תִקְשָׁר\־ה/תקשר\ha/tik.shor-¿/ will you bindH9008H7194\H9014HTi+Vqi2ms
רֵ֭יםר֭יםרֵיםריםreim[the] wild oxH7214HNcmsa
בְּ/תֶ֣לֶםב/ת֣לםבְּ/תֶלֶםב/תלםbe./Te.lemin/ a furrowH9003H8525HR+Ncmsa
עֲבֹת֑/וֹעבת֑/ועֲבֹת/וֹעבת/וa.vo.T/orope/ itsH5688H9023HNcfsc+Sp3ms
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-or?H0518H\H9014HTc
יְשַׂדֵּ֖דישד֖דיְשַׂדֵּדישדדye.sa.Dedwill it harrowH7702HVpi3ms
עֲמָקִ֣יםעמק֣יםעֲמָקִיםעמקים'a.ma.KimvalleysH6010RHNcmpa
אַחֲרֶֽי/ךָ\׃אחרי/ך\אַחֲרֶֽי/ךָ\׃אחרי/ך\'a.cha.Rei./khabehind/ youH0310AH9031\H9016HAcmpc+Sp2ms
  1. touw Te weten, waarmede hij gebonden zou worden om het ploegwerk te doen.
  2. voren binden? Dat is, aan het verheven land, hetwelk in de akkers tussen twee voren is. Zie boven, Job 31:38 . Doch versta hier het ploegwerk, waardoor de voren gemaakt worden, om welke oorzaak de overzetting gesteld kan worden aldus: Met zijn touw binden ter ploeging; dat is om te ploegen.
  3. de laagten Of, diepten, valleien, gronden. Sommigen verstaan hierdoor wederom de voren.

11 [039:14] Zult gij op hem vertrouwen, omdat zijn kracht groot is, en zult gij uw arbeid op hem laten?123

Original Hebrew

הֲֽ/תִבְטַח\־ה/תבטח\הֲֽ/תִבְטַח\־ה/תבטח\ha./tiv.tach-¿/ will you trustH9008H0982\H9014HTi+Vqi2ms
בּ֭/וֹב֭/ובּ/וֹב/וb/oin/ itH9003H9033HR+Sp3ms
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
רַ֣בר֣ברַברבrav[is] greatH7227AHAamsa
כֹּח֑/וֹכח֑/וכֹּח/וֹכח/וko.Ch/ostrength/ itsH3581BH9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/תַעֲזֹ֖בו/תעז֖בוְ/תַעֲזֹבו/תעזבve./ta.'a.Zoso/ you may leave?H9002H5800AHC+Vqu2ms
אֵלָ֣י/ואל֣י/ואֵלָי/ואלי/ו'e.La/vto/ itH0413H9033HR+Sp3ms
יְגִיעֶֽ/ךָ\׃יגיע/ך\יְגִיעֶֽ/ךָ\׃יגיע/ך\ye.gi.'E./khatoil/ yourH3018H9021\H9016HNcmsc+Sp2ms
  1. op hem vertrouwen, Dat is, u verzekeren dat hij uw werk in het veld zou mogen doen, gelijk de tamme beesten wel doen, die van de mensen in het akkerwerk gebruikt worden.
  2. uw arbeid Dat is, uw vruchten, die gij door uw arbeid gewonnen hebt. Vergelijk boven, Job 20:18 .
  3. op hem laten? Te weten, om te dragen, of te voeren naar de schuur. Zie vs.15.

12 [039:15] Zult gij hem geloven, dat hij uw zaad zal wederbrengen , en vergaderen tot uw dorsvloer?1

Original Hebrew

הֲ/תַאֲמִ֣יןה/תאמ֣יןהֲ/תַאֲמִיןה/תאמיןha./ta.'a.Min¿/ will you trustH9008H0539HTi+Vhi2ms
בּ֭/וֹב֭/ובּ/וֹב/וb/oin/ itH9003H9033HR+Sp3ms
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
יָשִׁ֣יביש֣יביָשִׁיבישיבya.shuvit will bring backH7725GHVhi3ms
זַרְעֶ֑/ךָזרע֑/ךזַרְעֶ/ךָזרע/ךzar.'E./khaseed/ yourH2233GH9021HNcmsc+Sp2ms
וְֽ/גָרְנְ/ךָ֥ו/גרנ/ך֥וְֽ/גָרְנְ/ךָו/גרנ/ךve./ga.re.ne./Khaand/ threshing floor/ yourH9002H1637H9021HC+Ncfsc+Sp2ms
יֶאֱסֹֽף\׃יאסף\יֶאֱסֹֽף\׃יאסף\ye.'e.Sofit will gatherH0622\H9016HVqi3ms
  1. wederbrengen, Dat is, maken dat gij de gewenste vruchten genieten zult? hetwelk zou moeten geschieden met ploegen en eggen, of met de vruchten in de schuur te brengen.

13 [039:16] Zijn van u de verheugelijke vleugelen der pauwen? Of de vederen des ooievaars, en des struisvogels?1234

Original Hebrew

כְּנַף\־כנף\כְּנַף\־כנף\ke.naf-[the] wing ofH3671\H9014HNcfsc
רְנָנִ֥יםרננ֥יםרְנָנִיםרנניםre.na.NimostrichesH7443HNcmpa
נֶעֱלָ֑סָהנעל֑סהנֶעֱלָסָהנעלסהne.'e.La.sahit flaps joyouslyH5965HVNp3fs
אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518I\H9014HTc
אֶ֝בְרָ֗הא֝בר֗האֶבְרָהאברה'ev.Raha pinionH0084HNcfsa
חֲסִידָ֥החסיד֥החֲסִידָהחסידהcha.si.Daha storkH2624HNcfsa
וְ/נֹצָֽה\׃ו/נצה\וְ/נֹצָֽה\׃ו/נצה\ve./no.Tzahand/ plumageH9002H5133\H9016HC+Ncfsa
  1. de verheugelijke Te weten, waarmede de pauwen zich verheugen en verheffen, of ook de mensen zich vermaken.
  2. Of de vederen Anders, of de vleugel en het geveder des ooievaars. Anders, of de vleugel van den struis en [zijn] geveder, of pluimen.
  3. ooievaars, Zie Lev 11:19 .
  4. struisvogels? Het Hebreeuwse woord notsah betekent wel een pluim, maar uit de volgende woorden van dit hfdst. wordt van de overzetters afgenomen dat hier te verstaan is de struis, dat is, een vogel, die met vele pluimen voorzien is. Het volgende kan op den pauw en op den ooievaar niet passen.

14 [039:17] Dat zij haar eieren in de aarde laat, en in het stof die verwarmt.123

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
תַעֲזֹ֣בתעז֣בתַעֲזֹבתעזבta.'a.Zoit abandonsH5800AHVqi3fs
לָ/אָ֣רֶץל/א֣רץלָ/אָרֶץל/ארץla./'A.retzto the/ groundH9005H0776GHRd+Ncfsa
בֵּצֶ֑י/הָבצ֑י/הבֵּצֶי/הָבצי/הbe.Tzei./haeggs/ itsH1000H9024HNcmpc+Sp3fs
וְֽ/עַל\־ו/על\וְֽ/עַל\־ו/על\ve./'al-and/ onH9002H5921A\H9014HC+R
עָפָ֥רעפ֥רעָפָרעפר'a.Far[the] dustH6083HNcmsa
תְּחַמֵּֽם\׃תחמם\תְּחַמֵּֽם\׃תחמם\te.cha.Memit keeps [them] warmH2552\H9016HVpi3fs
  1. zij haar eieren Te weten, de struis.
  2. stof Dat is, in het zand.
  3. verwarmt Te weten, latende de zon daarover schijnen, opdat door haar warmte de eieren zouden uitgebroed worden. Want men schrijft dat deze vogel onaardig en zonder natuurlijken trek is tegen zijn eieren, die verlatende en de warmte der zon aanbevelende, zonder daarop te zitten.

15 [039:18] En vergeet, dat de voet die drukken kan, en de dieren des velds die vertrappen kunnen?1

Original Hebrew

וַ֭/תִּשְׁכַּחו֭/תשכחוַ/תִּשְׁכַּחו/תשכחVa./tish.kachand/ it has forgottenH9001H7911Hc+Vqw3fs
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
רֶ֣גֶלר֣גלרֶגֶלרגלRe.gela footH7272HNcfsa
תְּזוּרֶ֑/הָתזור֑/התְּזוּרֶ/הָתזור/הte.zu.Re./hait will crush/ itH2115H9034HVqi3fs+Sp3fs
וְ/חַיַּ֖תו/חי֖תוְ/חַיַּתו/חיתve./chai.Yatand/ [the] animal ofH9002H2416CHC+Ncfsc
הַ/שָּׂדֶ֣הה/שד֣ההַ/שָּׂדֶהה/שדהha./sa.Dehthe/ fieldH9009H7704IHTd+Ncmsa
תְּדוּשֶֽׁ/הָ\׃תדוש/ה\תְּדוּשֶֽׁ/הָ\׃תדוש/ה\te.du.She./hait will trample/ itH1758H9034\H9016HVqi3fs+Sp3fs
  1. die drukken kan, Hebreeuws, dat; dat is, elk een van die, te weten, eieren. Alzo in het andere lid van vs.18.

16 [039:19] Zij verhardt zich tegen haar jongen, alsof zij de hare niet waren; haar arbeid is te vergeefs, omdat zij zonder vreze is.123

Original Hebrew

הִקְשִׁ֣יחַהקש֣יחהִקְשִׁיחַהקשיחhik.Shi.achit treats roughlyH7188HVhp3ms
בָּנֶ֣י/הָבנ֣י/הבָּנֶי/הָבני/הba.Nei./hayoung/ itsH1121HH9024HNcmpc+Sp3fs
לְּ/לֹא\־ל/לא\לְּ/לֹא\־ל/לא\le./lo'-to/ notH9005H3808\H9014HR+Tn
לָ֑/הּל֑/הלָ/הּל/הLa/h[belonging] to/ itH9005H9034HR+Sp3fs
לְ/רִ֖יקל/ר֖יקלְ/רִיקל/ריקle./Rik[is] to/ emptinessH9005H7385HR+Ncmsa
יְגִיעָ֣/הּיגיע֣/היְגִיעָ/הּיגיע/הye.gi.'A/hlabor/ itsH3018H9024HNcmsc+Sp3fs
בְּלִי\־בלי\בְּלִי\־בלי\be.li-notH1097\H9014HNcmsc
פָֽחַד\׃פחד\פָֽחַד\׃פחד\Fa.chadfearH6343\H9016HNcmsa
  1. haar jongen, Of, haar eieren, uit welke zij jongen krijgt. Zij handelt daarmede hardelijk tegen het natuurlijke van andere vogels, om de redenen in vs.17,18 vermeld.
  2. haar arbeid Te weten, die zij heeft met haar eieren te leggen, zo God voor dezelve niet zorgde.
  3. omdat Te weten, van haar eieren te verliezen en daaruit geen jongen te krijgen.

17 [039:20] Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld.1

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
הִשָּׁ֣/הּהש֣/ההִשָּׁ/הּהש/הhi.Sha/hhe has made forget/ itH5382H9034HVhp3ms+Sp3fs
אֱל֣וֹהַּאל֣והאֱלוֹהַּאלוה'e.Lo.ahGodH0433HNcmsa
חָכְמָ֑החכמ֑החָכְמָהחכמהchokh.mahwisdomH2451HNcfsa
וְ/לֹא\־ו/לא\וְ/לֹא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
חָ֥לַקח֥לקחָלַקחלקCha.lakhe gave a shareH2505AHVqp3ms
לָ֝֗/הּל֝֗/הלָ/הּל/הLa/hto/ itH9005H9034HR+Sp3fs
בַּ/בִּינָֽה\׃ב/בינה\בַּ/בִּינָֽה\׃ב/בינה\ba./bi.Nahin <the>/ understandingH9003H0998\H9016HRd+Ncfsa
  1. heeft haar Hebreeuws, heeft haar de wijsheid doen vergeten; dat is, de wijsheid niet gegeven, of daarvan ontbloot. Versta door deze, de natuurlijke beweging en trek, die anderen beesten van God ingestort is, waardoor zij hun jongen wel weten te bewaren, te verzorgen en buiten gevaar te brengen.

18 [039:21] Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.123

Original Hebrew

כָּ֭/עֵתכ֭/עתכָּ/עֵתכ/עתKa./'etabout the/ timeH9004H6256HRd+Ncbsa
בַּ/מָּר֣וֹםב/מר֣וםבַּ/מָּרוֹםב/מרוםba./ma.Romon the/ heightH9003H4791HRd+Ncmsa
תַּמְרִ֑יאתמר֑יאתַּמְרִיאתמריאtam.Ri'it flapsH4754HVhi3fs
תִּֽשְׂחַ֥קתשח֥קתִּֽשְׂחַקתשחקtis.Chakit laughsH7832HVqi3fs
לַ֝/סּ֗וּסל֝/ס֗וסלַ/סּוּסל/סוסla./Susto the/ horseH9005H5483MHRd+Ncmsa
וּ/לְ/רֹֽכְבֽ/וֹ\׃ו/ל/רכב/ו\וּ/לְ/רֹֽכְבֽ/וֹ\׃ו/ל/רכב/ו\u./le./Ro.khe.V/oand/ to/ rider/ itsH9002H9005H7392H9023\H9016HC+R+Vqrmsc+Sp3ms
  1. Als het tijd is, Te weten, als zij van de jagers vervolgd wordt.
  2. verheft Te weten, wat boven de aarde, om haar loop te versnellen, en zo de pijlen en schichten te ontvlieden; want om de grootte en zwaarheid haars lichaams kan zij zich niet zeer hoog van de aarde oplichten.
  3. zij belacht Dat is, zij veracht ze, omdat zij ze door haar erge en aardige snelheid kan ontkomen. Dit is menselijker wijze van beesten gesproken; zie boven, vs.10.

19 [039:22] Zult gij het paard sterkte geven? Kunt gij zijn hals met donder bekleden?1

Original Hebrew

הֲ/תִתֵּ֣ןה/תת֣ןהֲ/תִתֵּןה/תתןha./ti.Ten¿/ do you giveH9008H5414GHTi+Vqi2ms
לַ/סּ֣וּסל/ס֣וסלַ/סּוּסל/סוסla./Susto the/ horseH9005H5483MHRd+Ncmsa
גְּבוּרָ֑הגבור֑הגְּבוּרָהגבורהge.vu.RahstrengthH1369HNcfsa
הֲ/תַלְבִּ֖ישׁה/תלב֖ישהֲ/תַלְבִּישׁה/תלבישha./tal.Bish¿/ do you clotheH9008H3847HTi+Vhi2ms
צַוָּאר֣/וֹצואר֣/וצַוָּאר/וֹצואר/וtza.va.R/oneck/ itsH6677AH9023HNcmsc+Sp3ms
רַעְמָֽה\׃רעמה\רַעְמָֽה\׃רעמה\ra'.Maha maneH7483\H9016HNcfsa
  1. donder bekleden? Versta hierbij, het briesen des paards, verenigd met geruisch en onstuimigheid. Vergelijk Jer 8:6 .

20 [039:23] Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking.12

Original Hebrew

הְֽ֭/תַרְעִישֶׁ/נּוּה֭/תרעיש/נוהְֽ/תַרְעִישֶׁ/נּוּה/תרעיש/נוHe./tar.'i.she./nu¿/ do you make leap/ itH9008H7493H9033HTi+Vhi2ms+Sp3ms
כָּ/אַרְבֶּ֑הכ/ארב֑הכָּ/אַרְבֶּהכ/ארבהka./'ar.Behlike <the>/ locustH9004H0697HRd+Ncmsa
ה֖וֹדה֖ודהוֹדהודHod[the] majesty ofH1935HNcmsc
נַחְר֣/וֹנחר֣/ונַחְר/וֹנחר/וnach.R/osnorting/ itsH5170AH9023HNcmsc+Sp3ms
אֵימָֽה\׃אימה\אֵימָֽה\׃אימה\'ei.Mah[is] terrorH0367\H9016HNcfsa
  1. als een sprinkhaan? Dat is, gelijk de mensen de sprinkhanen plegen te verschrikken en verjagen.
  2. een verschrikking Dat is, een oorzaak om verschrikt te worden.

21 [039:24] Het graaft in den grond, en het is vrolijk in zijn kracht; en trekt uit, den geharnaste tegemoet.12

Original Hebrew

יַחְפְּר֣וּיחפר֣ויַחְפְּרוּיחפרוyach.pe.Ruthey pawH2658HVqi3mp
בָ֭/עֵמֶקב֭/עמקבָ/עֵמֶקב/עמקVa./'e.mekin the/ valleyH9003H6010RHRd+Ncmsa
וְ/יָשִׂ֣ישׂו/יש֣ישוְ/יָשִׂישׂו/ישישve./ya.Sisso/ it may rejoicesH9002H7797HC+Vqu3ms
בְּ/כֹ֑חַב/כ֑חבְּ/כֹחַב/כחbe./Kho.achin/ strengthH9003H3581BHR+Ncmsa
יֵ֝צֵ֗אי֝צ֗איֵצֵאיצאye.Tze'it goes forthH3318GHVqi3ms
לִ/קְרַאת\־ל/קראת\לִ/קְרַאת\־ל/קראת\li/k.rat-to/ meetH9005H7122G\H9014HR+Vqcc
נָֽשֶׁק\׃נשק\נָֽשֶׁק\׃נשק\Na.shekweaponryH5402\H9016HNcmsa
  1. grond, Het Hebreeuwse woord betekent wel gemeenlijk een dal, maar het wordt ook voor allerlei diepte en laagte genomen, gelijk boven, vs.13, voor de laagte des lands, of der voren, Pro 9:18 , voor de diepte des grafs; en hier voor een kuil, die van een moedig paard in de aarde gemaakt wordt.
  2. geharnaste Of, gewapenden. Hebreeuws, wapen, of wapening.

22 [039:25] Het belacht de vreze, en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard.12

Original Hebrew

יִשְׂחַ֣קישח֣קיִשְׂחַקישחקyis.Chakit laughsH7832HVqi3ms
לְ֭/פַחַדל֭/פחדלְ/פַחַדל/פחדLe./fa.chadto/ fearH9005H6343HR+Ncmsa
וְ/לֹ֣או/ל֣אוְ/לֹאו/לאve./Lo'and/ notH9002H3808HC+Tn
יֵחָ֑תיח֑תיֵחָתיחתye.Chatit is dismayedH2865HVNi3ms
וְ/לֹֽא\־ו/לא\וְ/לֹֽא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
יָ֝שׁ֗וּבי֝ש֗וביָשׁוּבישובya.Shuvit turns backH7725GHVqi3ms
מִ/פְּנֵי\־מ/פני\מִ/פְּנֵי\־מ/פני\mi./pe.nei-from/ beforeH9006H6440G\H9014HR+Ncmpc
חָֽרֶב\׃חרב\חָֽרֶב\׃חרב\Cha.reva swordH2719\H9016HNcfsa
  1. vreze, Dat is, de dingen, die den mensen vrees plegen aan te jagen, als allerlei wapenen en krijgsgereedschap. Vrees voor dat te vrezen is; alzo Pro 1:26 , en Pro 10:24 ; Isa 66:4 .
  2. wederom Hebreeuws, van het aangezicht des zwaards.

23 [039:26] Tegen hem ratelt de pijlkoker, het vlammig ijzer des spies en der lans.12

Original Hebrew

עָ֭לָי/וע֭לי/ועָלָי/ועלי/ו'A.la/von/ itH5921AH9033HR+Sp3ms
תִּרְנֶ֣התרנ֣התִּרְנֶהתרנהtir.Nehit rattlesH7439HVqi3fs
אַשְׁפָּ֑האשפ֑האַשְׁפָּהאשפה'ash.Paha quiverH0827HNcfsa
לַ֖הַבל֖הבלַהַבלהבLa.hav[the] blade ofH3851HNcmsc
חֲנִ֣יתחנ֣יתחֲנִיתחניתcha.Nita spearH2595HNcfsa
וְ/כִידֽוֹן\׃ו/כידון\וְ/כִידֽוֹן\׃ו/כידון\ve./khi.Donand/ a javelinH9002H3591\H9016HC+Ncmsa
  1. de pijlkoker, Te weten, des gewapenden ruiters, die daarop zit.
  2. het vlammig Hebreeuws, vlam; maar dit woord is ook bij gelijkenis genomen voor het blinkende en glinsterende ijzer van een spies, lans en zwaard. Zie Gen 3:24 :1Sa 17:7 ; Nah 3:3 .

24 [039:27] Met schudding en beroering slokt het de aarde op, en gelooft niet, dat het is het geluid der bazuin.12

Original Hebrew

בְּ/רַ֣עַשׁב/ר֣עשבְּ/רַעַשׁב/רעשbe./Ra.'ashwith/ shakingH9003H7494HR+Ncmsa
וְ֭/רֹגֶזו֭/רגזוְ/רֹגֶזו/רגזVe./ro.gezand/ excitementH9002H7267HC+Ncmsa
יְגַמֶּא\־יגמא\יְגַמֶּא\־יגמא\ye.ga.me'-it swallowsH1572\H9014HVpi3ms
אָ֑רֶץא֑רץאָרֶץארץ'A.retz[the] groundH0776HHNcfsa
וְ/לֹֽא\־ו/לא\וְ/לֹֽא\־ו/לא\ve./lo'-and/ notH9002H3808\H9014HC+Tn
יַ֝אֲמִ֗יןי֝אמ֗יןיַאֲמִיןיאמיןya.'a.Minit stands firmH0539HVhi3ms
כִּי\־כי\כִּי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
ק֥וֹלק֥ולקוֹלקולKol[the] sound ofH6963HHNcmsc
שׁוֹפָֽר\׃שופר\שׁוֹפָֽר\׃שופר\sho.Fara hornH7782\H9016HNcmsa
  1. slokt het Dat is, loopt daarover met zulke snelheid en vaardigheid, dat het schijnt deze in te slikken, overmits hij, die daarop zit, het land terstond uit het gezicht verliest, alsof het van een paard opgeslokt en ingezwolgen ware. Anders, slorpt in, te weten, het stof dat het met zijn voeten maakt, of holt uit.
  2. gelooft niet, De zin is dat de moedige paarden in den strijd zo over en weder lopen met zulke haastigheid en moed, en zo branden om aan het gevecht en gewoel te komen, dat zij niet merken, zelfs op den slag der trompetten. Of, zij zijn zo vrolijk, wanneer zij het geluid der trompetten horen, dat zij, om zo te spreken, hetzelve kwalijk kunnen geloven. Anders, houdt zich niet vast als het geluid der bazuin gaat. Hebreeuws, de stem der bazuin.

25 [039:28] In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.123

Original Hebrew

בְּ/דֵ֤יב/ד֤יבְּ/דֵיב/דיbe./Deiin/ [the] sufficiency ofH9003H1767HR+Ncmsc
שֹׁפָ֨ר\׀שפ֨ר\שֹׁפָר\׀שפר\sho.Fara hornH7782\H9015HNcmsa
יֹ֘אמַ֤רי֘אמ֤ריֹאמַריאמרyo.Marit saysH0559HVqi3ms
הֶאָ֗חהא֗חהֶאָחהאחhe.'Achaha!H1889HTj
וּֽ֭/מֵ/רָחוֹקו֭/מ/רחוקוּֽ/מֵ/רָחוֹקו/מ/רחוקU./me./ra.chokand/ from/ a distanceH9002H9006H7350HC+R+Aamsa
יָרִ֣יחַיר֣יחיָרִיחַיריחya.Ri.achit smellsH7306HVhi3ms
מִלְחָמָ֑המלחמ֑המִלְחָמָהמלחמהmil.cha.MahbattleH4421HNcfsa
רַ֥עַםר֥עםרַעַםרעםRa.'am[the] thunder ofH7482HNcmsc
שָׂ֝רִיםש֝ריםשָׂרִיםשריםSa.rimcommandersH8269HNcmpa
וּ/תְרוּעָֽה\׃ו/תרועה\וּ/תְרוּעָֽה\׃ו/תרועה\u./te.ru.'Ahand/ [the] battle-cryH9002H8643\H9016HC+Ncfsa
  1. In het volle Hebreeuws, in de genoegzaamheid der bazuinen; dat is, als de bazuin of de trompet ten allerklaarste slaat. Of, onder de bazuin.
  2. Heah Dit is een woord, betekenende het geluid van vreugde, en ook somtijds van grote moedigheid, waarmede men zijn vijand trotseert. Vergelijk Psa 35:21 , Psa 35:25 , en Psa 40:16 ; Eze 36:2 .
  3. der vorsten Versta het geroep en gebaar der oversten, waarmede zij elkander in den strijd, om schrik te maken, bejegenen en aanvallen.

26 [039:29] Vliegt de sperwer door uw verstand, en breidt hij zijn vleugelen uit naar het zuiden?123

Original Hebrew

הֲֽ֭/מִ/בִּינָ֣תְ/ךָה֭/מ/בינ֣ת/ךהֲֽ/מִ/בִּינָתְ/ךָה/מ/בינת/ךha/mi./bi.Na.te./kha¿/ from/ understanding/ yourH9008H9006H0998H9021HTi+R+Ncfsc+Sp2ms
יַֽאֲבֶר\־יאבר\יַֽאֲבֶר\־יאבר\ya.'a.ver-does it soarH0082\H9014HVhj3ms
נֵ֑ץנ֑ץנֵץנץNetza falconH5322BHNcmsa
יִפְרֹ֖שׂיפר֖שיִפְרֹשׂיפרשyif.Rosdoes it spread out?H6566HVqi3ms
כְּנָפָ֣י/וכנפ֣י/וכְּנָפָי/וכנפי/וke.na.fo/vwings/ itsH3671H9023HNcfdc+Sp3ms
לְ/תֵימָֽן\׃ל/תימן\לְ/תֵימָֽן\׃ל/תימן\le./tei.Manto/ [the] southH9005H8486\H9016HR+Ncfsa
  1. Vliegt Anders, verpluimt de sperwer; dat is, verandert hij van vederen? Anders, gebruikt de sperwer vederen? dat is, vliegt hij?
  2. Verstand, Dat is, voorzienigheid, zorg en bestuur.
  3. naar het zuiden? Om de koude des winters te ontvlieden, en door de warmte der zon [zo enigen menen] te verpluimen.

27 [039:30] Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt?1

Original Hebrew

אִם\־אם\אִם\־אם\'im-or?H0518H\H9014HTc
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
פִּ֭י/ךָפ֭י/ךפִּי/ךָפי/ךPi./khamouth/ yourH6310IH9021HNcmsc+Sp2ms
יַגְבִּ֣יהַּיגב֣יהיַגְבִּיהַּיגביהyag.Bi.ahdoes it make high [its flight]H1361HVhi3ms
נָ֑שֶׁרנ֑שרנָשֶׁרנשרNa.sheran eagleH5404HNcmsa
וְ֝/כִ֗יו֝/כ֗יוְ/כִיו/כיve./Khiand/ thatH9002H3588AHC+Tc
יָרִ֥יםיר֥יםיָרִיםיריםya.Rimit sets on highH7311AHVhi3ms
קִנּֽ/וֹ\׃קנ/ו\קִנּֽ/וֹ\׃קנ/ו\ki.N/onest/ itsH7064H9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. uw bevel, Hebreeuws, uw mond; dat is, bevel, gebod. Zie Gen 41:40 .

28 [039:31] Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats.1

Original Hebrew

סֶ֣לַעס֣לעסֶלַעסלעSe.la'a rockH5553HHNcmsa
יִ֭שְׁכֹּןי֭שכןיִשְׁכֹּןישכןYish.konit dwellsH7931HVqi3ms
וְ/יִתְלֹנָ֑ןו/יתלנ֑ןוְ/יִתְלֹנָןו/יתלנןve./yit.lo.Nanand/ it may pass [the] nightH9002H3885AHC+Vtu3ms
עַֽל\־על\עַֽל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
שֶׁן\־שן\שֶׁן\־שן\shen-[the] tooth ofH8127I\H9014HNcfsc
סֶ֝֗לַעס֝֗לעסֶלַעסלעSe.la'a rockH5553HHNcmsa
וּ/מְצוּדָֽה\׃ו/מצודה\וּ/מְצוּדָֽה\׃ו/מצודה\u./me.tzu.Dahand/ a strongholdH9002H4686B\H9016HC+Ncfsa
  1. scherpte Hebreeuws, op den tand. Zo noemen de Hebreën de uitstekende hoogten der steenrotsen, die niet beklimbaar zijn. Zie 1Sa 14:4 .

29 [039:32] Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af.12

Original Hebrew

מִ/שָּׁ֥םמ/ש֥םמִ/שָּׁםמ/שםmi./Shamfrom/ thereH9006H8033GHR+D
חָֽפַר\־חפר\חָֽפַר\־חפר\cha.far-it spies outH2658\H9014HVqp3ms
אֹ֑כֶלא֑כלאֹכֶלאכל'O.khelfoodH0400HNcmsa
לְ֝/מֵ/רָח֗וֹקל֝/מ/רח֗וקלְ/מֵ/רָחוֹקל/מ/רחוקle./me./ra.Chok<to>/ from/ afarH9005H9006H7350HR+R+Aamsa
עֵינָ֥י/ועינ֥י/ועֵינָי/ועיני/ו'ei.Na/veyes/ itsH5869AH9023HNcfdc+Sp3ms
יַבִּֽיטוּ\׃יביטו\יַבִּֽיטוּ\׃יביטו\ya.Bi.tuthey lookH5027\H9016HVhi3mp
  1. zien Van de naturonderzoekers wordt den arend onder het gedierte een zeer scherp en sterk gezicht toegeschreven, waardoor hij van verre en wijduit zijn aas kan bespeuren.
  2. par van verre af Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen van verre, maar ook tot in vergelegen plaatsen.

30 [039:33] Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij.12

Original Hebrew

וְ/אֶפְרֹחָ֥י/וו/אפרח֥י/ווְ/אֶפְרֹחָי/וו/אפרחי/וve./'ef.ro.cho/vand/ young ones/ itsH9002H0667H9023HC+Ncmpc+Sp3ms
יְעַלְעוּ\־יעלעו\יְעַלְעוּ\־יעלעו\ye.'al.'u-they drinkH5966\H9014HVpi3mp
דָ֑םד֑םדָםדםDambloodH1818HNcmsa
וּ/בַ/אֲשֶׁ֥רו/ב/אש֥רוּ/בַ/אֲשֶׁרו/ב/אשרu./va./'a.Sherand/ at/ whereH9002H9003H0834BHC+R+Tr
חֲ֝לָלִ֗יםח֝לל֗יםחֲלָלִיםחלליםcha.la.Lim[those] slain [are]H2491AHAampa
שָׁ֣םש֣םשָׁםשםsham[is] thereH8033GHD
הֽוּא\׃\ \פהוא\\ \פהֽוּא\׃\ \פהוא\\ \פHu'itH1931\H9016\ \H9017HPp3ms
  1. bloed; Te weten, uit de dode lichamen der mensen en der beesten, die de ouden voor hen bejagen, en bij stukken, of geheel, naardat zij die dragen kunnen, in het nest brengen.
  2. waar verslagenen zijn, De Heere Christus, in de plaatsen recht tevoren aan den kant getekend, ziet op deze woorden om te tonen dat de kinderen Gods door de verlichting en roering zijns Geestes, tot Hem, die door zijn dood het waarachtig en enig voedsel hunner zielen geworden is, van alle plaatsen vergaderen, gelijk de arenden door hun klaar gezicht en scherpen reuk tot de dode lichamen om hun voedsel toevlieGen.