reltext

Chapter 14

1 Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.1234

Original Hebrew

חַכְמ֣וֹתחכמ֣ותחַכְמוֹתחכמותchakh.Motwise [women] ofH2450HAafpc
נָ֭שִׁיםנ֭שיםנָשִׁיםנשיםNa.shimwomenH0802GHNcmpa
בָּנְתָ֣הבנת֣הבָּנְתָהבנתהba.ne.Tahshe buildsH1129HVqp3fs
בֵיתָ֑/הּבית֑/הבֵיתָ/הּבית/הvei.Ta/hhouse/ herH1004BH9024HNcmsc+Sp3fs
וְ֝/אִוֶּ֗לֶתו֝/או֗לתוְ/אִוֶּלֶתו/אולתve./'i.Ve.letand/ a foolish womanH9002H0200HC+Ncfsa
בְּ/יָדֶ֥י/הָב/יד֥י/הבְּ/יָדֶי/הָב/ידי/הbe./ya.Dei./hawith/ hands/ herH9003H3027GH9024HR+Ncbdc+Sp3fs
תֶהֶרְסֶֽ/נּוּ\׃תהרס/נו\תֶהֶרְסֶֽ/נּוּ\׃תהרס/נו\te.her.Se./nushe tears down/ itH2040H9033\H9016HVqi3fs+Sp3ms
  1. wijze Hebreeuws, de wijze der vrouwen; dat is, zo wie onder de vrouwen wijs is. Vergelijk Gen 47:3 ; Job 12:7 , en onder vs.9.
  2. bouwt Te weten, door hare kinderen godvruchtig op te brengen, hare dienstboden wijselijk te regeren, en den gansen staat des huisgezins in goede orde te houden. Alzo is het woord bouwen genomen, onder Pro 24:3 .
  3. die zeer dwaas is, Hebreeuws, de dwaasheid; dat is, zeer dwaas, alsof hij zeide: die de dwaasheid zelve is. Zie Job 35:13 .
  4. haar handen Dat is, met haar doen en laten. Alzo wordt de vergelding der handen genoemd hetgeen iemand voor zijn doen en laten vergolden wordt; Isa 3:11 .

2 Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den Heere; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.1234

Original Hebrew

הוֹלֵ֣ךְהול֣ךהוֹלֵךְהולךho.Lekh[one who] walksH1980IHVqrmsa
בְּ֭/יָשְׁר/וֹב֭/ישר/ובְּ/יָשְׁר/וֹב/ישר/וbe./ya.she.r/oin/ uprightness/ hisH9003H3476H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
יְרֵ֣איר֣איְרֵאיראye.Re'[is one] fearingH3373HAamsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.weh<of> YahwehH3068GHNpt
וּ/נְל֖וֹזו/נל֖וזוּ/נְלוֹזו/נלוזu./ne.Lozand/ [the] [one who] is crooked ofH9002H3868HC+VNrmsc
דְּרָכָ֣י/ודרכ֣י/ודְּרָכָי/ודרכי/וde.ra.Kha/vways/ hisH1870GH9023HNcmpc+Sp3ms
בּוֹזֵֽ/הוּ\׃בוז/הו\בּוֹזֵֽ/הוּ\׃בוז/הו\bo.Ze./hu[is] despising/ himH0959H9033\H9016HVqrmsc+Sp3ms
  1. in zijn oprechtheid Vergelijk boven de aantekening Pro 2:7 , over de woorden oprechtelijke wandelen.
  2. afwijkt Te weten, van den rechten weg. Alzo boven Pro 2:15 ; zie de aantekening.
  3. in zijn wegen, Dat is, in zijn eigen voornemen, doen en laten. Zie Gen 6:12 .
  4. Hem Te weten, den Heere.

3 In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.12

Original Hebrew

בְּֽ/פִי\־ב/פי\בְּֽ/פִי\־ב/פי\be./fi-[is] in/ [the] mouth ofH9003H6310G\H9014HR+Ncmsc
אֱ֭וִילא֭וילאֱוִילאויל'E.vila foolH0191HAamsa
חֹ֣טֶרח֣טרחֹטֶרחטרCho.tera shoot ofH2415HNcmsc
גַּאֲוָ֑הגאו֑הגַּאֲוָהגאוהga.'a.VahprideH1346HNcfsa
וְ/שִׂפְתֵ֥יו/שפת֥יוְ/שִׂפְתֵיו/שפתיve./sif.Teiand/ [the] lips ofH9002H8193GHC+Ncfdc
חֲ֝כָמִ֗יםח֝כמ֗יםחֲכָמִיםחכמיםcha.kha.Mimwise [people]H2450HAampa
תִּשְׁמוּרֵֽ/ם\׃תשמור/ם\תִּשְׁמוּרֵֽ/ם\׃תשמור/ם\tish.mu.Re/mit preserves/ themH8104HH9038\H9016HVqi2ms+Sp3mp
  1. roede Dat is, een hovaardige en trotse roede of stok, waarmede hij eensdeels anderen slaat als hij hen stoutelijk lastert, eensdeels zichzelven als hij, in zijn leugenspreken achterhaald zijnde, gelijk als met een wederslag geraakt wordt.
  2. bewaren hen Te weten, door hun beleefde, voorzichtige en redelijke redenen, dat zij in het kwaad en onheil van den dwaas niet vallen.

4 Als er geen ossen zijn, zo is de krib rein; maar door de kracht van den os is der inkomsten veel.12

Original Hebrew

בְּ/אֵ֣יןב/א֣יןבְּ/אֵיןב/איןbe./'Einwhen/ there notH9003H0369HR+Ncmsc
אֲ֭לָפִיםא֭לפיםאֲלָפִיםאלפים'A.la.fim[are] cattle<s>H0504HNcmpa
אֵב֣וּסאב֣וסאֵבוּסאבוס'e.Vus[the] feeding troughH0018HNcmsa
בָּ֑רב֑רבָּרברBar[is] cleanH1249HNcmsa
וְ/רָב\־ו/רב\וְ/רָב\־ו/רב\ve./rov-and/ abundance ofH9002H7230\H9014HC+Ncmsc
תְּ֝בוּא֗וֹתת֝בוא֗ותתְּבוּאוֹתתבואותte.vu.'otproduce<s>H8393HNcfpa
בְּ/כֹ֣חַב/כ֣חבְּ/כֹחַב/כחbe./Kho.ach[is] by/ [the] strength ofH9003H3581BHR+Ncmsc
שֽׁוֹר\׃שור\שֽׁוֹר\׃שור\Shoran oxH7794\H9016HNcmsa
  1. ossen zijn, Alzo is het Hebreeuwse woord genomen, Deu 7:13 , en Deu 28:4 , Deu 28:18 , Deu 28:51 ; Psa 8:8 . Versta dit van de ossen, waarmede men het akkerwerk deed; Deu 22:10 , en Deu 25:4 .
  2. rein; Dat is, ledig van voeder voor de beesten en vervolgens van akkervruchten tot voeding der mensen. Alzo is gebrek van brood of leeftocht genaamd reinheid, dat is ledigheid der tanden, Amo 4:6 . Vergelijk boven Pro 12:11 , en onder Pro 28:19 .

5 Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.12

Original Hebrew

עֵ֣דע֣דעֵדעד'eda witness ofH5707HNcmsc
אֱ֭מוּנִיםא֭מוניםאֱמוּנִיםאמונים'E.mu.nimfaithfulness<es>H0529HAampa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
יְכַזֵּ֑ביכז֑ביְכַזֵּביכזבye.kha.Zevhe tells liesH3576HVpi3ms
וְ/יָפִ֥יחַו/יפ֥יחוְ/יָפִיחַו/יפיחve./ya.Fi.achand/ he may breathe outH9002H6315HC+Vqu3ms
כְּ֝זָבִ֗יםכ֝זב֗יםכְּזָבִיםכזביםke.za.VimliesH3577HNcmpa
עֵ֣דע֣דעֵדעד'eda witness ofH5707HNcmsc
שָֽׁקֶר\׃שקר\שָֽׁקֶר\׃שקר\Sha.kerfalsehoodH8267\H9016HNcmsa
  1. waarachtig Hebreeuws, een getuige der waarheid; alzo onder vs.25, en in het volgende. Hebreeuws, een getuige der valsheid.
  2. blaast Alzo boven Pro 6:19 , en onder vs.25.

6 De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.12

Original Hebrew

בִּקֶּשׁ\־בקש\בִּקֶּשׁ\־בקש\bi.kesh-he seeksH1245\H9014HVpp3ms
לֵ֣ץל֣ץלֵץלץletza mockerH3887HAamsa
חָכְמָ֣החכמ֣החָכְמָהחכמהchokh.mahwisdomH2451HNcfsa
וָ/אָ֑יִןו/א֑יןוָ/אָיִןו/איןva./'A.yinand/ there [is] notH9002H0369HC+Ncmsa
וְ/דַ֖עַתו/ד֖עתוְ/דַעַתו/דעתve./Da.'atand/ knowledgeH9002H1847HC+Ncfsa
לְ/נָב֣וֹןל/נב֣וןלְ/נָבוֹןל/נבוןle./na.Vonto/ a discerning [person]H9005H0995HR+VNrmsa
נָקָֽל\׃נקל\נָקָֽל\׃נקל\na.Kalit is triflingH7043\H9016HVNrmsa
  1. gene; Te weten, voorhanden, of te vinden, overmits de spotter die niet zoekt zoals hij behoort en waar zij te vinden is.
  2. licht Te weten, om te vinden, dewijl hij die zoekt, waar en zoals het behoort.

7 Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.1

Original Hebrew

לֵ֣ךְל֣ךלֵךְלךlekhgoH1980GHVqv2ms
מִ֭/נֶּגֶדמ֭/נגדמִ/נֶּגֶדמ/נגדMi./ne.gedfrom/ beforeH9006H5048HR+Acmsc
לְ/אִ֣ישׁל/א֣ישלְ/אִישׁל/אישle./'Ishto/ a personH9005H0376GHR+Ncmsa
כְּסִ֑ילכס֑ילכְּסִילכסילke.Sila foolH3684HAamsa
וּ/בַל\־ו/בל\וּ/בַל\־ו/בל\u./val-and/ notH9002H1077\H9014HC+Tn
יָ֝דַ֗עְתָּי֝ד֗עתיָדַעְתָּידעתya.Da'.tayou have knownH3045HVqp2ms
שִׂפְתֵי\־שפתי\שִׂפְתֵי\־שפתי\sif.tei-lips ofH8193H\H9014HNcfdc
דָֽעַת\׃דעת\דָֽעַת\׃דעת\Da.'atknowledgeH1847\H9016HNcfsa
  1. lippen Dat is, die verstandige en deugdelijke redenen voortbrengen; en dienvolgens is hij ook niet verstandig en deugdzaam van hart; want de mond spreekt uit den overvloed des harten; Mat 12:34 , vergelijk boven Pro 12:19 .

8 De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.12

Original Hebrew

חָכְמַ֣תחכמ֣תחָכְמַתחכמתcha.khe.Mat[the] wisdom ofH2451HNcfsc
עָ֭רוּםע֭רוםעָרוּםערום'A.ruma sensible [person]H6175HAamsa
הָבִ֣יןהב֣יןהָבִיןהביןha.Vin[is] to understandH0995HVhcc
דַּרְכּ֑/וֹדרכ֑/ודַּרְכּ/וֹדרכ/וdar.K/oown way/ hisH1870GH9023HNcbsc+Sp3ms
וְ/אִוֶּ֖לֶתו/או֖לתוְ/אִוֶּלֶתו/אולתve./'i.Ve.letand/ [the] foolishness ofH9002H0200HC+Ncfsc
כְּסִילִ֣יםכסיל֣יםכְּסִילִיםכסיליםke.si.LimfoolsH3684HAampa
מִרְמָֽה\׃מרמה\מִרְמָֽה\׃מרמה\mir.Mah[is] deceitH4820\H9016HNcfsa
  1. zijn weg Dat is, wat hij voornemen, doen of laten moet.
  2. bedriegerij Te weten omdat zij, niet lettende op hetgeen wel of kwalijk gedaan wordt, anderen mensen schadelijk zijn en zelf bedrogen uitkomen.

9 Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.123

Original Hebrew

אֱ֭וִלִיםא֭וליםאֱוִלִיםאולים'E.vi.limfoolsH0191HAampa
יָלִ֣יץיל֣יץיָלִיץיליץya.Litzhe mocksH3887HVhi3ms
אָשָׁ֑םאש֑םאָשָׁםאשם'a.ShamguiltH0817HNcmsa
וּ/בֵ֖יןו/ב֖יןוּ/בֵיןו/ביןu./Veinand/ [is] betweenH9002H0996GHC+Acmsc
יְשָׁרִ֣יםישר֣יםיְשָׁרִיםישריםye.sha.Rimupright [people]H3477GHAampa
רָצֽוֹן\׃רצון\רָצֽוֹן\׃רצון\ra.TzonfavorH7522\H9016HNcmsa
  1. de schuld Versta de zonde, waarin hij zich of de zijnen bevindt schuldig te wezen.
  2. verbloemen; Dat is, met schone woorden en schijnbare redenen verschonen, bemantelen en ontschuldigen, opdat ze meer deugd dan misdaad gelijke. Anders: zal de zonde bespotten, dat is een spotwerk daarvan maken, uit hetwelk een ieder zijn tijdverdrijf neme en geen zwarigheid verwekke.
  3. goedwilligheid Te weten, waardoor de een den ander niet beschadigt, noch met woorden, noch met werken; of zo iemand zich vergrepen heeft, dat bekent en vriendelijk afmaakt, zulks dat zij zodanige verbloemde verschoning onder elkander, als zij misdaan hebben, niet behoeven.

10 Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen.123

Original Hebrew

לֵ֗בל֗בלֵבלבLeva heartH3820AHNcmsa
י֭וֹדֵעַי֭ודעיוֹדֵעַיודעYo.de.a'[is] knowingH3045HVqrmsa
מָרַּ֣תמר֣תמָרַּתמרתma.Rat[the] bitterness ofH4787HNcfsc
נַפְשׁ֑/וֹנפש֑/ונַפְשׁ/וֹנפש/וnaf.Sh/oown self/ itsH5315IH9023HNcfsc+Sp3ms
וּ֝/בְ/שִׂמְחָת֗/וֹו֝/ב/שמחת֗/ווּ/בְ/שִׂמְחָת/וֹו/ב/שמחת/וu./ve./sim.cha.T/oand/ in/ joy/ itsH9002H9003H8057H9023HC+R+Ncfsc+Sp3ms
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יִתְעָ֥רַביתע֥רביִתְעָרַביתערבyit.'A.ravhe sharesH6148HVti3ms
זָֽר\׃זר\זָֽר\׃זר\Zara strangerH2114A\H9016HAamsa
  1. zijn eigen Hebreeuws, zijne ziel. Vergelijk 1Ki 19:4 .
  2. bittere droefheid; Hebreeuws, bitterheid; dat is bittere droefheid en treurigheid; zie 2Ki 4:27 .
  3. deszelfs Te weten, die in eens anders hart verborgen is. Want een ieder alleen weet de droefheid en blijdschap, die in zijn hart is; 1Co 2:11 ; Rev 2:17 .

11 Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.12

Original Hebrew

בֵּ֣יתב֣יתבֵּיתביתbeit[the] house ofH1004MHNcmsc
רְ֭שָׁעִיםר֭שעיםרְשָׁעִיםרשעיםRe.sha.'imwicked [people]H7563HNcmpa
יִשָּׁמֵ֑דישמ֑דיִשָּׁמֵדישמדyi.sha.Medit will be destroyedH8045HVNi3ms
וְ/אֹ֖הֶלו/א֖הלוְ/אֹהֶלו/אהלve./'O.heland/ [the] tent ofH9002H0168GHC+Ncmsc
יְשָׁרִ֣יםישר֣יםיְשָׁרִיםישריםye.sha.Rimupright [people]H3477GHAampa
יַפְרִֽיחַ\׃יפריח\יַפְרִֽיחַ\׃יפריח\yaf.Ri.achit will flourishH6524A\H9016HVhi3ms
  1. huis Dat is, de woning, staat, rijkdom en nakomelingen. Zie boven Pro 12:7 .
  2. tent Dat is, hun geringe woning. Zie 2Ki 13:5 .

12 Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.1234

Original Hebrew

יֵ֤שׁי֤שיֵשׁישyeshthereH3426HAcbsa
דֶּ֣רֶךְד֣רךדֶּרֶךְדרךDe.rekh[is] a wayH1870GHNcbsa
יָ֭שָׁרי֭שריָשָׁרישרYa.shorrightH3477GHAamsa
לִ/פְנֵי\־ל/פני\לִ/פְנֵי\־ל/פני\li/f.nei-<to>/ beforeH9005H6440L\H9014HR+Ncmpc
אִ֑ישׁא֑ישאִישׁאיש'Isha personH0376GHNcmsa
וְ֝/אַחֲרִיתָ֗/הּו֝/אחרית֗/הוְ/אַחֲרִיתָ/הּו/אחרית/הve./'a.cha.ri.Ta/hand/ end/ itsH9002H0319H9024HC+Ncfsc+Sp3fs
דַּרְכֵי\־דרכי\דַּרְכֵי\־דרכי\dar.khei-[is the] ways ofH1870G\H9014HNcbpc
מָֽוֶת\׃מות\מָֽוֶת\׃מות\Ma.vetdeathH4194\H9016HNcmsa
  1. weg, Dat is, een manier van doen of van leven. Zie boven Pro 6:6 ; alzo in het volgende lid van vs.12.
  2. iemand Hebreeuws, voor het aangezicht des mans; dat is, in zijn ogen en oordeel; alzo onder Pro 16:25 . Vergelijk Ecc 2:26 , en Ecc 7:26 .
  3. het laatste Of, het achterste, het einde. Zie van het Hebreeuwse woord Psa 37:37 .
  4. wegen Dat is, wijzen van doen, die ter dood leiden, of den dood en het verderf veroorzaken; vergelijk Jer 21:8 .

13 Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid.1234

Original Hebrew

גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
בִּ/שְׂח֥וֹקב/שח֥וקבִּ/שְׂחוֹקב/שחוקbi/s.Chokin/ laughterH9003H7814HR+Ncmsa
יִכְאַב\־יכאב\יִכְאַב\־יכאב\yikh.'av-it is in painH3510\H9014HVqi3ms
לֵ֑בל֑בלֵבלבLeva heartH3820AHNcmsa
וְ/אַחֲרִיתָ֖/הּו/אחרית֖/הוְ/אַחֲרִיתָ/הּו/אחרית/הve./'a.cha.ri.Ta/hand/ end/ itsH9002H0319H9024HC+Ncfsc+Sp3fs
שִׂמְחָ֣השמח֣השִׂמְחָהשמחהsim.ChahjoyH8057HNcfsa
תוּגָֽה\׃תוגה\תוּגָֽה\׃תוגה\tu.Gah[may be] griefH8424\H9016HNcfsa
  1. in het lachen Dat is, als de mens uitwendige tekenen van vreugde vertoont.
  2. smart hebben; Te weten, inwendige, die bedekt is met het uiterlijk gelaat der blijdschap.
  3. het laatste Versta dit en het voorgaande van hetgeen dikwijls gebeurt, maar niet altijd.
  4. van die blijdschap Te weten, van het lachen.

14 Die afkerig van hart is, zal van zijn wegen verzadigd worden; maar een goed man van zich zelven.1234

Original Hebrew

מִ/דְּרָכָ֣י/ומ/דרכ֣י/ומִ/דְּרָכָי/ומ/דרכי/וmi./de.ra.Kha/vfrom/ ways/ hisH9006H1870GH9023HR+Ncmpc+Sp3ms
יִ֭שְׂבַּעי֭שבעיִשְׂבַּעישבעYis.ba'he will be satisfiedH7646HVqi3ms
ס֣וּגס֣וגסוּגסוגsug[one] backslidden ofH5472HVqcc
לֵ֑בל֑בלֵבלבLevheartH3820AHNcmsa
וּ֝/מֵ/עָלָ֗י/וו֝/מ/על֗י/ווּ/מֵ/עָלָי/וו/מ/עלי/וu./me./'a.La/vand/ from/ with <the>/ himselfH9002H9006H5921AH9033HC+R+Rd+Sp3ms
אִ֣ישׁא֣ישאִישׁאיש'isha personH0376GHNcmsa
טֽוֹב\׃טוב\טֽוֹב\׃טוב\TovgoodH2896A\H9016HAamsa
  1. Die afkerig Dat is, die in zijn hart afgeweken is van God, of van zijne geboden en paden. Alzo Psa 44:19 .
  2. van zijn wegen Dat is, van zijn doen en laten, strijden tegen Gods wet. Zie Gen 6:12 .
  3. verzadigd Dat is, naar zijne verdienste met rechtvaardige straffen door God opgevoed worden. Zie Job 7:4 .
  4. van zichzelven Te weten, zal verzadigd en voldaan worden, dat is, zal zijne genoegzaamheid hebben, te weten in het loon, waarmede God uit genade zijne vroomheid vergelden zal. Anders: maar een goed man [is afkerig], of [wijk] van hem; te weten, die afkerig van hart is, waarmede hij ook straffen deszelven ontgaat. Anders: van de zijne; te weten, wegen.

15 De slechte gelooft alle woord; maar de kloekzinnige merkt op zijn gang.12

Original Hebrew

פֶּ֭תִיפ֭תיפֶּתִיפתיPe.tia naive personH6612AHNcmsa
יַאֲמִ֣יןיאמ֣יןיַאֲמִיןיאמיןya.'a.Minhe believesH0539HVhi3ms
לְ/כָל\־ל/כל\לְ/כָל\־ל/כל\le./khol<to>/ everyH9005H3605\H9014HR+Ncmsc
דָּבָ֑רדב֑רדָּבָרדברda.VarthingH1697IHNcmsa
וְ֝/עָר֗וּםו֝/ער֗וםוְ/עָרוּםו/ערוםve./'a.Rumand/ a sensible [person]H9002H6175HC+Aamsa
יָבִ֥יןיב֥יןיָבִיןיביןya.Vinhe considersH0995HVqi3ms
לַ/אֲשֻׁרֽ/וֹ\׃ל/אשר/ו\לַ/אֲשֻׁרֽ/וֹ\׃ל/אשר/ו\la./'a.shu.R/o<to>/ step/ hisH9005H0838AH9023\H9016HR+Ncfsc+Sp3ms
  1. woord; Of ding; te weten, hoedanig zou hetzelve mogen wezen, te weten: waar of vals, hem eerlijk of oneerlijk, voordelig of schadelijk.
  2. merkt op Dat is, wacht zichzelven dat hij in zijn doen en laten door lichtgelovigheid op allemans zeggen niet aangaat.

16 De wijze vreest, en wijkt van het kwade; maar de zot is oplopende toornig, en zorgeloos.1

Original Hebrew

חָכָ֣םחכ֣םחָכָםחכםcha.Khama wise [person]H2450HAamsa
יָ֭רֵאי֭ראיָרֵאיראYa.re'[is] fearingH3373HVqrmsa
וְ/סָ֣רו/ס֣רוְ/סָרו/סרve./Sarand/ [is] turning asideH9002H5493HHC+Vqrmsa
מֵ/רָ֑עמ/ר֑עמֵ/רָעמ/רעme./Ra'from/ evilH9006H7451HHR+Aamsa
וּ֝/כְסִ֗ילו֝/כס֗ילוּ/כְסִילו/כסילu./khe.Siland/ a foolH9002H3684HC+Aamsa
מִתְעַבֵּ֥רמתעב֥רמִתְעַבֵּרמתעברmit.'a.Ber[is] arrogantH5674HHVtrmsa
וּ/בוֹטֵֽחַ\׃ו/בוטח\וּ/בוֹטֵֽחַ\׃ו/בוטח\u./vo.Te.achand/ [is] confidentH9002H0982\H9016HC+Vqrmsa
  1. is oplopende Te weten tegen degenen, die hem waarschuwen en van Godswege dreigen, zichzelven wijsmakende dat hij geen nood heeft.

17 Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.12

Original Hebrew

קְֽצַר\־קצר\קְֽצַר\־קצר\ke.tzar-[a person] short ofH7116\H9014HAamsc
אַ֭פַּיִםא֭פיםאַפַּיִםאפים'A.pa.yimanger<s>H0639GHNcmda
יַעֲשֶׂ֣היעש֣היַעֲשֶׂהיעשהya.'a.Sehhe doesH6213AHVqi3ms
אִוֶּ֑לֶתאו֑לתאִוֶּלֶתאולת'i.Ve.letfoolishnessH0200HNcfsa
וְ/אִ֥ישׁו/א֥ישוְ/אִישׁו/אישve./'Ishand/ a person ofH9002H0376GHC+Ncmsc
מְ֝זִמּ֗וֹתמ֝זמ֗ותמְזִמּוֹתמזמותme.zi.Motevil devicesH4209HNcfpa
יִשָּׂנֵֽא\׃ישנא\יִשָּׂנֵֽא\׃ישנא\yi.sa.Ne'he is hatedH8130\H9016HVNi3ms
  1. haastig Hebreeuws, kort van toornigheden; dat is, haast toornig, korthoofdig, korzel, die onder vs.29 wordt genoemd kort van geest.
  2. van schandelijke Het Hebreeuwse woord, van hetwelk te zien is Job 21:27 , is hiet in het kwade genomen, gelijk boven Pro 12:2 . Anderen nemen het in het goede, voor bedachtzaamheid, gelijk boven Pro 1:4 , en vertalen deze plaats aldus: en een man der bedachtzaamheden; dat is die alles rijpelijk verzint, zichzelven brekende en intomende, wordt gehaat, te weten van de kwaden.

18 De slechten erven dwaasheid; maar de kloekzinnigen zullen zich met wetenschap kronen.12

Original Hebrew

נָחֲל֣וּנחל֣ונָחֲלוּנחלוna.cha.Luthey inheritH5157HVqp3cp
פְתָאיִ֣םפתאי֣םפְתָאיִםפתאיםfe.ta.Yimnaive peopleH6612AHNcmpa
אִוֶּ֑לֶתאו֑לתאִוֶּלֶתאולת'i.Ve.letfoolishnessH0200HNcfsa
וַֽ֝/עֲרוּמִ֗יםו֝/ערומ֗יםוַֽ/עֲרוּמִיםו/ערומיםva./'a.ru.Mimand/ sensible [people]H9002H6175HC+Aampa
יַכְתִּ֥רוּיכת֥רויַכְתִּרוּיכתרוyakh.Ti.ruthey surroundH3803HVhi3mp
דָֽעַת\׃דעת\דָֽעַת\׃דעת\Da.'atknowledgeH1847\H9016HNcfsa
  1. erven Dat is, genieten de schadelijke vrucht daarvan, welken meer en meer in dwaasheid vervallen en alzo Gods ongenade vermeerderen en schande behalen bij de mensen, met het verderf der ziel en des lichaams.
  2. met wetenschap Of, met wetenschap gekroond worden; dat is, in wetenschap toenemen en zo uitsteken dat zij daarmede als met een kroon zullen versierd en vereerd wezen.

19 De kwaden buigen voor het aangezicht der goeden neder, en de goddelozen voor de poorten des rechtvaardigen.12

Original Hebrew

שַׁח֣וּשח֣ושַׁחוּשחוsha.Chuthey bowH7817HVqp3cp
רָ֭עִיםר֭עיםרָעִיםרעיםRa.'imevil [people]H7451HHAampa
לִ/פְנֵ֣יל/פנ֣ילִ/פְנֵיל/פניli/f.Nei<to>/ beforeH9005H6440GHR+Ncmpc
טוֹבִ֑יםטוב֑יםטוֹבִיםטוביםto.Vimgood [people]H2896AHAampa
וּ֝/רְשָׁעִ֗יםו֝/רשע֗יםוּ/רְשָׁעִיםו/רשעיםu./re.sha.'Imand/ wicked [people]H9002H7563HC+Ncmpa
עַֽל\־על\עַֽל\־על\'al-atH5921A\H9014HR
שַׁעֲרֵ֥ישער֥ישַׁעֲרֵישעריsha.'a.Rei[the] gates ofH8179GHNcmpc
צַדִּֽיק\׃צדיק\צַדִּֽיק\׃צדיק\tza.Dik[the] righteousH6662\H9016HAamsa
  1. buigen Hetwelk somtijds geschiedt omdat zij door de krachtige hand Gods hier vernederd, en de goeden verheven worden, of omdat hunne conscientie hen dwingt de deugd in de deugdzamen te eren. Vergelijk de aantekening Gen 4:7 .
  2. voor de poorten Anders: zijn aan de poorten, enz.; te weten, om troost, raad en bijstand van hen te begeren, nadat zij voor Gods straffen vernederd zijn geweest.

20 De arme wordt zelfs van zijn vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn vele.1

Original Hebrew

גַּם\־גם\גַּם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
לְ֭/רֵעֵ/הוּל֭/רע/הולְ/רֵעֵ/הוּל/רע/הוLe./re.'e./huby/ neighbor/ hisH9005H7453H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
יִשָּׂ֣נֵאיש֣נאיִשָּׂנֵאישנאyi.Sa.ne'he is hatedH8130HVNi3ms
רָ֑שׁר֑שרָשׁרשRasha poor [person]H7326HVqrmsa
וְ/אֹהֲבֵ֖יו/אהב֖יוְ/אֹהֲבֵיו/אהביve./'o.ha.Veiand/ [those who] loveH9002H0157HHC+Vqrmpc
עָשִׁ֣ירעש֣ירעָשִׁירעשיר'a.Shir<of> [the] richH6223HAamsa
רַבִּֽים\׃רבים\רַבִּֽים\׃רבים\ra.Bim[are] manyH7227A\H9016HAampa
  1. vriend Het Hebreeuwse woord betekent wel ieder mens, met wien wij te doen hebben en dien wij onzen naaste noemen, gelijk Gen 11:3 ; Exo 21:14 ; Lev 19:18 , en hier in vs.21 enz.; maar hier wordt het genomen voor een vriend, metgezel of goede bekende, gelijk 2Sa 16:17 ; Job 16:20 ; Pro 19:6 ; Mic 7:5 , enz.

21 Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich der nederigen ontfermt, die is welgelukzalig.123

Original Hebrew

בָּז\־בז\בָּז\־בז\boz-[one who] despisesH0936\H9014HVqrmsa
לְ/רֵעֵ֥/הוּל/רע֥/הולְ/רֵעֵ/הוּל/רע/הוle./re.'E./hu<to>/ neighbor/ hisH9005H7453H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
חוֹטֵ֑אחוט֑אחוֹטֵאחוטאcho.Te'[is] sinningH2398HVqrmsa
וּ/מְחוֹנֵ֖ןו/מחונ֖ןוּ/מְחוֹנֵןו/מחונןu./me.cho.Nenand/ [one who] shows favor toH9002H2603AHC+Vprmsa
עֲנָוִ֣יםענו֣יםעֲנָוִיםענויםa.na.yimhumble [people]H6035HAampa
אַשְׁרָֽי/ו\׃אשרי/ו\אַשְׁרָֽי/ו\׃אשרי/ו\'ash.Ra/vhow blessed [is]/ heH0835H9043\H9016HNcmpc+Sp3ms
  1. Die zijn naaste Anders: een zondaar veracht zijnen naaste.
  2. veracht, Te weten, om zijne armoede, tegenspoed, ellende, nederheid, of iets dergelijks, zoals uit de tegenstelling kan afgenomen worden.
  3. der nederigen Of, zachtmoedigen. Versta, degenen, die bij hunne ellende zachtzinnig, manierlijk en nederig zijnde, niet lichtelijk tot toorn uitbreken, en daarom haast verdrukt kunnen worden. Zie Psa 10:17 .

22 Dwalen zij niet, die kwaad stichten? Maar weldadigheid en trouw is voor degenen, die goed stichten.1234

Original Hebrew

הֲֽ/לוֹא\־ה/לוא\הֲֽ/לוֹא\־ה/לוא\ha/lo'-¿/ notH9008H3808\H9014HTi+Tn
יִ֭תְעוּי֭תעויִתְעוּיתעוYit.'udo they go astrayH8582HVqi3mp
חֹ֣רְשֵׁיח֣רשיחֹרְשֵׁיחרשיCho.re.sheidevisers ofH2790AHVqrmpc
רָ֑ער֑ערָערעRa'evilH7451BHAamsa
וְ/חֶ֥סֶדו/ח֥סדוְ/חֶסֶדו/חסדve./Che.sedand/ loyaltyH9002H2617AHC+Ncmsa
וֶ֝/אֱמֶ֗תו֝/אמ֗תוֶ/אֱמֶתו/אמתve./'e.Metand/ faithfulnessH9002H0571GHC+Ncfsa
חֹ֣רְשֵׁיח֣רשיחֹרְשֵׁיחרשיCho.re.sheidevisers ofH2790AHVqrmpc
טֽוֹב\׃טוב\טֽוֹב\׃טוב\TovgoodH2896B\H9016HAamsa
  1. Dwalen Deze manier van vragen verzekert krachtiglijk hetgeen gezegd wordt.
  2. zij niet, Te weten, niet alleen van het oogmerk, dat zij zich voorstellen, maar inzonderheid van hun eigen welvaren, zulks dat zij in het verderf geraken.
  3. die kwaad Dat is, smeden, verzinnen en praktiseren, om dat tot huns naasten schade aan te leggen. Zie van het Hebreeuwse woord boven Pro 3:29 .
  4. weldadigheid Te weten zowel van de vrome mensen als van God zelf, die volgens zijne beloften, getrouwelijk den goeden goeddoet.

23 In allen smartelijken arbeid is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek.123

Original Hebrew

בְּ/כָל\־ב/כל\בְּ/כָל\־ב/כל\be./kholin/ allH9003H3605\H9014HR+Ncmsc
עֶ֭צֶבע֭צבעֶצֶבעצב'E.tzevhard laborH6089AHNcmsa
יִהְיֶ֣היהי֣היִהְיֶהיהיהyih.Yehit isH1961HVqi3ms
מוֹתָ֑רמות֑רמוֹתָרמותרmo.TarprofitH4195HNcmsa
וּ/דְבַר\־ו/דבר\וּ/דְבַר\־ו/דבר\u./de.va.rS-and/ word ofH9002H1697M\H9014HC+Ncmsc
שְׂ֝פָתַ֗יִםש֝פת֗יםשְׂפָתַיִםשפתיםSe.fa.Ta.yimlipsH8193HHNcfda
אַךְ\־אך\אַךְ\־אך\'akh-onlyH0389\H9014HD
לְ/מַחְסֽוֹר\׃ל/מחסור\לְ/מַחְסֽוֹר\׃ל/מחסור\le./mach.Sorto/ povertyH9005H4270\H9016HR+Ncmsa
  1. In allen Te weten, die men wel en eerlijk doet, naar zijne beroeping.
  2. overschot; Dat is, gewin, voordeel en verovering.
  3. woord Versta, alle ijdele en lichtvaardige redenen, die nergens toe nut hebben dan om den kostelijken tijd met grote schade te verliezen; van welke te zien is boven Pro 10:19 . Vergelijk 2Ki 18:20 .

24 Der wijzen kroon is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten is dwaasheid.1234

Original Hebrew

עֲטֶ֣רֶתעט֣רתעֲטֶרֶתעטרת'a.Te.ret[is the] crown ofH5850HNcfsc
חֲכָמִ֣יםחכמ֣יםחֲכָמִיםחכמיםcha.kha.Mimwise [people]H2450HAampa
עָשְׁרָ֑/םעשר֑/םעָשְׁרָ/םעשר/ם'a.she.Ra/mwealth/ theirH6239H9028HNcmsc+Sp3mp
אִוֶּ֖לֶתאו֖לתאִוֶּלֶתאולת'i.Ve.let[the] folly ofH0200HNcfsc
כְּסִילִ֣יםכסיל֣יםכְּסִילִיםכסיליםke.si.LimfoolsH3684HAampa
אִוֶּֽלֶת\׃אולת\אִוֶּֽלֶת\׃אולת\'i.Ve.let[is] follyH0200\H9016HNcfsa
  1. kroon Dat is, sieraad, die hen bij de mensen aanzienlijk maakt. Zie boven Pro 12:4 .
  2. rijkdom; Te weten, omdat zij dien wel gebruiken, daarmede dankbaar zijnde jegens God, weldadig jegens hunnen naaste en matig omtrent zichzelven.
  3. der zotten Te weten, die rijk zijn.
  4. is dwaasheid Dat is, blijft, dient hun niet tot eer en aangenaamheid bij de mensen, maar tot schande en verachting, gelijk de dwaasheid bij allen schandelijk en verachtelijk is, en al wat zij hebben baat hun niet, maar strekt hun tot enkel dwaasheid.

25 Een waarachtig getuige redt de zielen; maar die leugens blaast, is een bedrieger.12345

Original Hebrew

מַצִּ֣ילמצ֣ילמַצִּילמצילma.Tzil[is] deliveringH5337HVhrmsa
נְ֭פָשׁוֹתנ֭פשותנְפָשׁוֹתנפשותNe.fa.shotlivesH5315HHNcfpa
עֵ֣דע֣דעֵדעד'eda witness ofH5707HNcmsc
אֱמֶ֑תאמ֑תאֱמֶתאמת'e.MetreliabilityH0571HHNcfsa
וְ/יָפִ֖חַו/יפ֖חוְ/יָפִחַו/יפחve./ya.Fi.achso/ he may breathe outH9002H6315HC+Vqu3ms
כְּזָבִ֣יםכזב֣יםכְּזָבִיםכזביםke.za.VimliesH3577HNcmpa
מִרְמָֽה\׃מרמה\מִרְמָֽה\׃מרמה\mir.MahdeceitH4820\H9016HNcfsa
  1. waarachtig Hebreeuws, getuige der waarheid. Alzo boven vs.5.
  2. redt Dat is, bevrijdt en verlost van den dood.
  3. de zielen; Dat is, de mensen, die men door lasteringen en valse beschuldigingen om hals zoekt te brengen.
  4. leugens Alzo boven vs.5, en Pro 6:19 ; zie de aantekening. Versta hier leugens, en waardoor iemand ter dood bezwaard wordt.
  5. een bedrieger Hebreeuws, bedrog; alzo boven Pro 12:24 en Pro 13:6 ; zonde voor zondaar. Anders: maar een bedrieger blaast leugens uit.

26 In de vreze des Heeren is een sterk vertrouwen, en Hij zal Zijn kinderen een Toevlucht wezen.12

Original Hebrew

בְּ/יִרְאַ֣תב/ירא֣תבְּ/יִרְאַתב/יראתbe./yir.'At[is] in/ [the] fear ofH9003H3374HR+Ncfsc
יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
מִבְטַח\־מבטח\מִבְטַח\־מבטח\miv.tach-confidence ofH4009\H9014HNcmsc
עֹ֑זע֑זעֹזעז'OzstrengthH5797HNcmsa
וּ֝/לְ/בָנָ֗י/וו֝/ל/בנ֗י/ווּ/לְ/בָנָי/וו/ל/בני/וu./le./va.Na/vand/ to/ children/ hisH9002H9005H1121AH9023HC+R+Ncmpc+Sp3ms
יִהְיֶ֥היהי֥היִהְיֶהיהיהyih.Yehit will belongH1961HVqi3ms
מַחְסֶֽה\׃מחסה\מַחְסֶֽה\׃מחסה\mach.Seha refugeH4268\H9016HNcmsa
  1. sterk Hebreeuws, vertrouwen der sterkte; dat is een sterk vertrouwen; namelijk voor degenen, die den Heere vrezen. Alzo Psa 71:7 .
  2. Zijn kinderen Versta, Gods kinderen, of de kinderen dergenen, die Hem vrezen en zich op Hem verlaten, dien Hij om hunnentwil gunstig is.

27 De vreze des Heeren is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.12

Original Hebrew

יִרְאַ֣תירא֣תיִרְאַתיראתyir.'At[the] fear ofH3374HNcfsc
יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
מְק֣וֹרמק֣ורמְקוֹרמקורme.Kor[is] a fountain ofH4726HNcmsc
חַיִּ֑יםחי֑יםחַיִּיםחייםchai.YimlifeH2416EHNcmpa
לָ֝/ס֗וּרל֝/ס֗ורלָ/סוּרל/סורla./Surto/ turn asideH9005H5493HHR+Vqcc
מִ/מֹּ֥קְשֵׁימ/מ֥קשימִ/מֹּקְשֵׁימ/מקשיmi./Mo.ke.sheifrom/ [the] snares ofH9006H4170HR+Ncmpc
מָֽוֶת\׃מות\מָֽוֶת\׃מות\Ma.vetdeathH4194\H9016HNcmsa
  1. een springader Dat is, als een springader, uit welken het leven voortvloeit. Vergelijk boven Pro 10:11 , en de aantekening.
  2. strikken Zie boven Pro 13:14 .

28 In de menigte des volks is des konings heerlijkheid; maar in gebrek van volk is eens vorsten verstoring.1

Original Hebrew

בְּ/רָב\־ב/רב\בְּ/רָב\־ב/רב\be./rov-[is] in/ [the] multitude ofH9003H7230\H9014HR+Ncmsc
עָ֥םע֥םעָםעם'ama peopleH5971AHNcmsa
הַדְרַת\־הדרת\הַדְרַת\־הדרת\had.rat-[the] glory ofH1927\H9014HNcfsc
מֶ֑לֶךְמ֑לךמֶלֶךְמלךMe.lekha kingH4428GHNcmsa
וּ/בְ/אֶ֥פֶסו/ב/א֥פסוּ/בְ/אֶפֶסו/ב/אפסu./ve./'E.fesand/ in/ notH9002H9003H0657AHC+R+Ncmsc
לְ֝אֹ֗םל֝א֗םלְאֹםלאםle.'Oma peopleH3816HNcmsa
מְחִתַּ֥תמחת֥תמְחִתַּתמחתתme.chi.Tat[the] ruin ofH4288HNcfsc
רָזֽוֹן\׃רזון\רָזֽוֹן\׃רזון\ra.Zona rulerH7333\H9016HNcmsa
  1. eens vorsten Anders: de verstoring, of het verderf, of de verbreking eens prinsdoms of ener heerschappij.

29 De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.1234

Original Hebrew

אֶ֣רֶךְא֣רךאֶרֶךְארך'E.rekha [person] long ofH0750HAamsc
אַ֭פַּיִםא֭פיםאַפַּיִםאפים'A.pa.yimanger<s>H0639GHNcmda
רַב\־רב\רַב\־רב\rav-great ofH7227A\H9014HAamsc
תְּבוּנָ֑התבונ֑התְּבוּנָהתבונהte.vu.NahunderstandingH8394HNcfsa
וּ/קְצַר\־ו/קצר\וּ/קְצַר\־ו/קצר\u./ke.tzar-and/ [a person] short ofH9002H7116\H9014HC+Aamsc
ר֝֗וּחַר֝֗וחרוּחַרוחRu.achspiritH7307JHNcfsa
מֵרִ֥יםמר֥יםמֵרִיםמריםme.Rim[is] exaltingH7311AHVhrmsa
אִוֶּֽלֶת\׃אולת\אִוֶּֽלֶת\׃אולת\'i.Ve.letfoolishnessH0200\H9016HNcfsa
  1. lankmoedige Hebreeuws, lang van toornigheden; dat is, niet haastig tot gramschap; zie Exo 34:6 .
  2. is groot Dat is, heeft veel verstand, hetwelk hij bewijst doordat hij het ongelijk hem aangedaan, of het kwaad, dat hij ziet geschieden, met geduld opnemende, zich wachten kan iets te doen, dat tegen eer en vroomheid strijden zou.
  3. haastig is Hebreeuws, kort van geest; dat is, haastig tot toorn; zie boven vs.17, en vergelijk Ecc 7:9 .
  4. verheft Dat is, steekt haar gelijk omhoog en brengt haar voor den dag om van allen gezien te worden, dewijl hij door zijne toornigheid dingen aanricht, die met de eer en deugd niet bestaan kunnen.

30 Een gezond hart is het leven des vleses; maar nijd is verrotting der beenderen.1234

Original Hebrew

חַיֵּ֣יחי֣יחַיֵּיחייchai.Yei[is] [the] life ofH2416EHNcmpc
בְ֭שָׂרִיםב֭שריםבְשָׂרִיםבשריםVe.sa.rimbodiesH1320HNcmpa
לֵ֣בל֣בלֵבלבleva heart ofH3820AHNcmsc
מַרְפֵּ֑אמרפ֑אמַרְפֵּאמרפאmar.Pe'healingH4832HNcmsa
וּ/רְקַ֖בו/רק֖בוּ/רְקַבו/רקבu./re.Kavand/ [is] rottenness ofH9002H7538HC+Ncmsc
עֲצָמ֣וֹתעצמ֣ותעֲצָמוֹתעצמותa.tza.MotbonesH6106GHNcfpa
קִנְאָֽה\׃קנאה\קִנְאָֽה\׃קנאה\kin.'AhjealousyH7068\H9016HNcfsa
  1. gezond Hebreeuws, een hart der gezondheid. Versta, een hart of gemoed, dat zuiver is van alle kwade gedachten, driften en bewegingen tegen zijnen naaste, en voornamelijk van den nijd, waarvan hier eigenlijk gesproken wordt.
  2. het leven Dat is de gezondheid en het welvaren van het lichaam. Alzo leven voor genezen en gezond worden, of welvaren naar het lichaam; 2Ki 8:8 . Zie aldaar de aantekening.
  3. des vleses; Het Hebreeuwse woord staat in het getal van velen, om te kennen te geven dat een gezond hart niet alleen zijn eigen lichaam goeddoet, maar ook de lichamen van anderen.
  4. der beenderen Dat is, der allerinwendigste leden en krachten des lichaams, en dienvolgens ook des geestes. Zie Job 7:15 . Vergelijk boven Pro 12:4 , en de aantekening. Idem onder Pro 17:22 , en de aantekening.

31 Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.12

Original Hebrew

עֹ֣שֵֽׁק\־ע֣שק\עֹשֵֽׁק\־עשק\'O.shek-[one who] oppressesH6231\H9014HVqrmsa
דָּ֭לד֭לדָּלדלdal[the] poorH1800HAamsa
חֵרֵ֣ףחר֣ףחֵרֵףחרףche.Refhe reproachesH2778AHVpp3ms
עֹשֵׂ֑/הוּעש֑/הועֹשֵׂ/הוּעש/הו'o.Se./humaker/ hisH6213HH9033HVqrmsc+Sp3ms
וּ֝/מְכַבְּד֗/וֹו֝/מכבד֗/ווּ/מְכַבְּד/וֹו/מכבד/וu./me.kha.be.D/oand/ [is] honoring/ himH9002H3513GH9033HC+Vprmsc+Sp3ms
חֹנֵ֥ןחנ֥ןחֹנֵןחנןcho.Nen[one who] shows favor toH2603AHVqrmsa
אֶבְיֽוֹן\׃אביון\אֶבְיֽוֹן\׃אביון\'ev.Yon[the] needyH0034\H9016HAamsa
  1. verdrukt, Te weten, door bedrog, of geweld. Vergelijk onder Pro 22:16 , en de aantekening Eze 18:18 .
  2. deszelfs Zie Job 4:17 .

32 De goddeloze zal heengedreven worden in zijn kwaad; maar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood.123

Original Hebrew

בְּֽ֭/רָעָת/וֹב֭/רעת/ובְּֽ/רָעָת/וֹב/רעת/וbe./ra.'a.t/oby/ wickedness/ hisH9003H7451IH9023HR+Ncfsc+Sp3ms
יִדָּחֶ֣הידח֣היִדָּחֶהידחהyi.da.Chehhe is pushed downH1760AHVNi3ms
רָשָׁ֑ערש֑ערָשָׁערשעra.Sha'a wicked [person]H7563HNcmsa
וְ/חֹסֶ֖הו/חס֖הוְ/חֹסֶהו/חסהve./cho.Sehand/ [is] seeking refugeH9002H2620HC+Vqrmsa
בְ/מוֹת֣/וֹב/מות֣/ובְ/מוֹת/וֹב/מות/וve./mo.T/oin/ death/ hisH9003H4194H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
צַדִּֽיק\׃צדיק\צַדִּֽיק\׃צדיק\tza.Dika righteous [person]H6662\H9016HAamsa
  1. kwaad; Versta, het kwaad der straf; dat is, in zijn ongeluk, ellende en tegenspoed. Anders: om zijner kwaadheid of boosheid wil; verstaande dit van het kwaad der schuld.
  2. betrouwt Te weten, op God.
  3. in zijn dood Dat is, niet alleen in allerlei tegenspoed van dit leven, maar ook in den dood, die hem natuurlijk overkomt of geweldiglijk aangedaan wordt. Zie Job 13:15 .

33 Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.12

Original Hebrew

בְּ/לֵ֣בב/ל֣בבְּ/לֵבב/לבbe./Levin/ [the] heart ofH9003H3820AHR+Ncmsc
נָ֭בוֹןנ֭בוןנָבוֹןנבוןNa.Vona discerning [person]H0995HVNrmsa
תָּנ֣וּחַתנ֣וחתָּנוּחַתנוחta.Nu.achit restsH5117HVqi3fs
חָכְמָ֑החכמ֑החָכְמָהחכמהchokh.mahwisdomH2451HNcfsa
וּ/בְ/קֶ֥רֶבו/ב/ק֥רבוּ/בְ/קֶרֶבו/ב/קרבu./ve./Ke.revand/ in/ [the] inward part[s] ofH9002H9003H7130GHC+R+Ncmsc
כְּ֝סִילִ֗יםכ֝סיל֗יםכְּסִילִיםכסיליםke.si.LimfoolsH3684HAampa
תִּוָּדֵֽעַ\׃תודע\תִּוָּדֵֽעַ\׃תודע\ti.va.De.a'it is made knownH3045\H9016HVNi3fs
  1. rust Te weten, daarin opgesloten als in een kabinet, om die ter bekwamer tijd en plaats voort te brengen.
  2. is, Te weten, de dwaasheid, die in hun hart is, of de wijsheid, die zij onverstandig en ontijdig uitwerpen. Anders: maar in het midden der zotten wordt zij bekend; te weten, wanneer zij overtuigd worden door de vromen in hunne conscientiën, of wanneer het onderscheid gemerkt wordt, dat er is tussen de zotten en de wijzen.

34 Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natiën.12

Original Hebrew

צְדָקָ֥הצדק֥הצְדָקָהצדקהtze.da.KahrighteousnessH6666HNcfsa
תְרֽוֹמֵֽם\־תרומם\תְרֽוֹמֵֽם\־תרומם\te.ro.mem-it exaltsH7311A\H9014HVpi3fs
גּ֑וֹיג֑ויגּוֹיגויGoya nationH1471AHNcmsa
וְ/חֶ֖סֶדו/ח֖סדוְ/חֶסֶדו/חסדve./Che.sedand/ [is] a shameH9002H2617BHC+Ncmsc
לְאֻמִּ֣יםלאמ֣יםלְאֻמִּיםלאמיםle.'u.Mimto a peopleH3816HNcmpa
חַטָּֽאת\׃חטאת\חַטָּֽאת\׃חטאת\cha.TatsinH2403B\H9016HNcfsa
  1. verhoogt Te weten, dat het gezegend zij van God en vermaard onder de mensen.
  2. is een schandvlek Dat is, maakt de volken te schande. Zie deze betekenis van het Hebreeuwse woord chesed Lev 20:17 .

35 Het welbehagen des konings is over een verstandigen knecht; maar zijn verbolgenheid zal zijn over dengene, die beschaamd maakt.12

Original Hebrew

רְֽצוֹן\־רצון\רְֽצוֹן\־רצון\re.tzon-[the] favor ofH7522\H9014HNcmsc
מֶ֭לֶךְמ֭לךמֶלֶךְמלךMe.lekha kingH4428GHNcmsa
לְ/עֶ֣בֶדל/ע֣בדלְ/עֶבֶדל/עבדle./'E.ved[belongs] to/ a servantH9005H5650HR+Ncmsa
מַשְׂכִּ֑ילמשכ֑ילמַשְׂכִּילמשכילmas.Kil[who] acts prudentlyH7919AHVhrmsa
וְ֝/עֶבְרָת֗/וֹו֝/עברת֗/ווְ/עֶבְרָת/וֹו/עברת/וve./'ev.ra.T/oand/ fury/ hisH9002H5678H9023HC+Ncfsc+Sp3ms
תִּהְיֶ֥התהי֥התִּהְיֶהתהיהtih.Yehit belongsH1961HVqi3fs
מֵבִֽישׁ\׃מביש\מֵבִֽישׁ\׃מביש\me.Vish[one who] acts shamefullyH0954\H9016HVhrmsa
  1. knecht; Zie Gen 20:8 .
  2. die beschaamd Te weten, zijn koning en zichzelven. Vergelijk boven Pro 10:5 .