reltext

Chapter 18

1 Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.123

Original Hebrew

לְֽ֭/תַאֲוָהל֭/תאוהלְֽ/תַאֲוָהל/תאוהLe./ta.'a.vah<to>/ desireH9005H8378HR+Ncfsa
יְבַקֵּ֣שׁיבק֣שיְבַקֵּשׁיבקשye.va.Keshhe seeksH1245HVpi3ms
נִפְרָ֑דנפר֑דנִפְרָדנפרדnif.Rad[one who] separates himselfH6504HVNrmsa
בְּ/כָל\־ב/כל\בְּ/כָל\־ב/כל\be./kholon/ allH9003H3605\H9014HR+Ncmsc
תּ֝וּשִׁיָּ֗הת֝ושי֗התּוּשִׁיָּהתושיהtu.shi.Yahsound wisdomH8454HNcfsa
יִתְגַּלָּֽע\׃יתגלע\יִתְגַּלָּֽע\׃יתגלע\yit.ga.La'he bursts outH1566\H9016HVti3ms
  1. afzondert, Te weten, van het gezelschap der mensen, genegen zijnde om in stilheid en eenzaamheid te leven.
  2. wat begeerlijks; Hebreeuws, naar begeerte; dat is, heeft gemeenlijk iets begeerlijks voor, hetwelk hij zeer naarstiglijk najaagt, dat zoekende in die eenzaamheid te gekomen. Anders: zoekt met, of door begeerte.
  3. in alle De wijze man spreekt van dengene, wiens begeerte en lust is zich in de onderzoeking van alle goede wetenschap en ware wijsheid in te laten, om daarvan een vaste kennis te hebben, die hij in zijn hart opsluit. Deze zin wordt met de tegenstelling van vs.2 zeer bevestigd. Anderen verstaan hier een kwade afzondering, waardoor iemand zich van de ware wijzen en rechtgevoelenden afscheidt, gedreven zijnde door de begeerte van ijdele eer, waartoe hij zoekt te geraken mits zich door arglistige en spitsvondige zinnen in alle goede wijsheid en lering om te wentelen, daarentegen zich op te werpen en zijn venijn daaruit te zuigen, dat hij bij alle gelegenheid daarna met groten schijn van hoge wijsheid overal uitgiet.

2 De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.12

Original Hebrew

לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יַחְפֹּ֣ץיחפ֣ץיַחְפֹּץיחפץyach.Potzhe delightsH2654AHVqi3ms
כְּ֭סִילכ֭סילכְּסִילכסילKe.sila foolH3684HAamsa
בִּ/תְבוּנָ֑הב/תבונ֑הבִּ/תְבוּנָהב/תבונהbi/t.vu.Nahin/ understandingH9003H8394HR+Ncfsa
כִּ֝֗יכ֝֗יכִּיכיKithatH3588BHTc
אִֽם\־אם\אִֽם\־אם\'im-exceptH0518B\H9014HTc
בְּ/הִתְגַּלּ֥וֹתב/התגל֥ותבְּ/הִתְגַּלּוֹתב/התגלותbe./hit.ga.Lotin/ revealing itselfH9003H1540HHR+Vtcc
לִבּֽ/וֹ\׃לב/ו\לִבּֽ/וֹ\׃לב/ו\li.B/oheart/ hisH3820AH9023\H9016HNcmsc+Sp3ms
  1. daarin, Te weten, zal hij alleen lust hebben.
  2. dat zijn hart Of, in het ontdekken zijns harten; of dat hij zijn hart ontdekke; te weten, door zotte redenen bekend makende de zotheid, waarmede zijn hart vervuld is.

3 Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid.12

Original Hebrew

בְּֽ/בוֹא\־ב/בוא\בְּֽ/בוֹא\־ב/בוא\be./Vo'-when/ comesH9003H0935G\H9014HR+Vqcc
רָ֭שָׁער֭שערָשָׁערשעRa.sho'a wicked [person]H7563HNcmsa
בָּ֣אב֣אבָּאבאba'it comesH0935GHVqp3ms
גַם\־גם\גַם\־גם\gam-alsoH1571\H9014HD
בּ֑וּזב֑וזבּוּזבוזBuzcontemptH0937HNcmsa
וְֽ/עִם\־ו/עם\וְֽ/עִם\־ו/עם\ve./'im-and/ withH9002H5973A\H9014HC+R
קָל֥וֹןקל֥וןקָלוֹןקלוןka.LonshameH7036HNcmsa
חֶרְפָּֽה\׃חרפה\חֶרְפָּֽה\׃חרפה\cher.PahreproachH2781\H9016HNcfsa
  1. verachting Te weten, waardoor hij de vromen niet alleen veracht in zijn hart, maar ook hun schande en versmaadheid aandoet met woorden en werken, of waardoor hij van de vromen veracht wordt.
  2. met schande Of, met den schandelijke, dat is den oneerlijken mens komt ook de versmaadheid, te weten, waardoor hij anderen versmaadt, of van anderen versmaad wordt.

4 De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.123

Original Hebrew

מַ֣יִםמ֣יםמַיִםמיםMa.yim[are] watersH4325GHNcmpa
עֲ֭מֻקִּיםע֭מקיםעֲמֻקִּיםעמקים'A.mu.kimdeepH6013HAampa
דִּבְרֵ֣ידבר֣ידִּבְרֵידבריdiv.Rei[the] words ofH1697GHNcmpc
פִי\־פי\פִי\־פי\fi-[the] mouth ofH6310G\H9014HNcmsc
אִ֑ישׁא֑ישאִישׁאיש'Isha personH0376GHNcmsa
נַ֥חַלנ֥חלנַחַלנחלNa.chala wadiH5158AHNcmsa
נֹ֝בֵ֗עַנ֝ב֗ענֹבֵעַנבעno.Ve.a'flowingH5042HVqrmsa
מְק֣וֹרמק֣ורמְקוֹרמקורme.Kora fountain ofH4726HNcmsc
חָכְמָֽה\׃חכמה\חָכְמָֽה\׃חכמה\chokh.mahwisdomH2451\H9016HNcfsa
  1. eens mans Te weten, van groot verstand en aanzien.
  2. diepe wateren; Dat is, als diepe wateren, die niet kunnen uitgeput worden; gelijk ook een zodanige man nimmermeer stof ontbreekt van goed onderwijs, gelijk zij van hem begeerd wordt. Vergelijk onder Pro 20:5 .
  3. uitstortende Dat is, die altijd vloeden en stromen heeft uit te geven en nimmermeer uitdroogt.

5 Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen.123

Original Hebrew

שְׂאֵ֣תשא֣תשְׂאֵתשאתse.'Etto lift upH5375QHVqcc
פְּנֵי\־פני\פְּנֵי\־פני\pe.nei-[the] face ofH6440N\H9014HNcmpc
רָשָׁ֣ערש֣ערָשָׁערשעra.Sha'a wicked [person]H7563HNcmsa
לֹא\־לא\לֹא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
ט֑וֹבט֑ובטוֹבטובTov[is] goodH2896AHAamsa
לְ/הַטּ֥וֹתל/הט֥ותלְ/הַטּוֹתל/הטותle./ha.Totto/ turn asideH9005H5186HR+Vhcc
צַ֝דִּ֗יקצ֝ד֗יקצַדִּיקצדיקtza.Dika righteous [person]H6662HAamsa
בַּ/מִּשְׁפָּֽט\׃ב/משפט\בַּ/מִּשְׁפָּֽט\׃ב/משפט\ba./mish.Patin <the>/ judgmentH9003H4941H\H9016HRd+Ncmsa
  1. Het is niet goed, Dat is, het is kwaad. Zie boven Pro 17:26 .
  2. het aangezicht Zie Lev 19:15 .
  3. den rechtvaardige Dat is, te maken dat hij, die recht heeft, hetzelve verlieze, onderligge in het gericht en van den rechter veroordeeld worde, alzo Amo 5:12 .

6 De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.12

Original Hebrew

שִׂפְתֵ֣ישפת֣ישִׂפְתֵישפתיsif.Tei[the] lips ofH8193GHNcfdc
כְ֭סִילכ֭סילכְסִילכסילKhe.sila foolH3684HAamsa
יָבֹ֣אֽוּיב֣אויָבֹאֽוּיבאוya.Vo.'uthey goH0935GHVqi3mp
בְ/רִ֑יבב/ר֑יבבְ/רִיבב/ריבve./Rivin/ strifeH9003H7379HR+Ncmsa
וּ֝/פִ֗י/וו֝/פ֗י/ווּ/פִי/וו/פי/וu./Fi/vand/ mouth/ hisH9002H6310GH9023HC+Ncmsc+Sp3ms
לְֽ/מַהֲלֻמ֥וֹתל/מהלמ֥ותלְֽ/מַהֲלֻמוֹתל/מהלמותle./ma.ha.lu.Motfor/ blowsH9005H4112HR+Ncfpa
יִקְרָֽא\׃יקרא\יִקְרָֽא\׃יקרא\yik.Ra'it callsH7121G\H9016HVqi3ms
  1. De lippen Dat is, de woorden en redenen. Alzo in vs.7, waar ook het woord mond in denzelfden zin genomen is. Zie Job 15:5 . De zot mengt zich door zijn onwijze redenen in den twist, waaruit hij met ere wel had kunnen blijven.
  2. roept naar slagen Dat is, brengt de twistende lieden aan elkander en hitst hen op tot vechterij. Of, hij is niet gerust eer hij zijn huid vol slagen heeft, hij roept er om.

7 De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.12

Original Hebrew

פִּֽי\־פי\פִּֽי\־פי\pi-[the] mouth ofH6310G\H9014HNcmsc
כְ֭סִילכ֭סילכְסִילכסילKhe.sila foolH3684HAamsa
מְחִתָּה\־מחתה\מְחִתָּה\־מחתה\me.chi.tah-[is] ruinH4288\H9014HNcfsa
ל֑/וֹל֑/ול/וֹל/וl/oof/ himH9005H9033HR+Sp3ms
וּ֝/שְׂפָתָ֗י/וו֝/שפת֗י/ווּ/שְׂפָתָי/וו/שפתי/וu./se.fa.Ta/vand/ lips/ hisH9002H8193GH9023HC+Ncfdc+Sp3ms
מוֹקֵ֥שׁמוק֥שמוֹקֵשׁמוקשmo.Kesh[are] [the] snare ofH4170HNcmsc
נַפְשֽׁ/וֹ\׃נפש/ו\נַפְשֽׁ/וֹ\׃נפש/ו\naf.Sh/olife/ hisH5315GH9023\H9016HNcfsc+Sp3ms
  1. hemzelven Dat is, oorzaak zijner verstoring, dat is van zijn verderf en ondergang.
  2. strik Te weten, waarin hijzelf gevangen wordt. Vergelijk boven Pro 12:13 , en de aantekening.

8 De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.123

Original Hebrew

דִּבְרֵ֣ידבר֣ידִּבְרֵידבריdiv.Rei[the] words ofH1697GHNcmpc
נִ֭רְגָּןנ֭רגןנִרְגָּןנרגןNir.gona slandererH7279HVNrmsa
כְּ/מִֽתְלַהֲמִ֑יםכ/מתלהמ֑יםכְּ/מִֽתְלַהֲמִיםכ/מתלהמיםke./mit.la.ha.Mim[are] like/ delicaciesH9004H3859HR+Vtrmpa
וְ֝/הֵ֗םו֝/ה֗םוְ/הֵםו/הםve./Hemand/ theyH9002H1992HC+Pp3mp
יָרְד֥וּירד֥ויָרְדוּירדוya.re.Duthey go downH3381HVqp3cp
חַדְרֵי\־חדרי\חַדְרֵי\־חדרי\chad.rei-[the] chambers ofH2315\H9014HNcmpc
בָֽטֶן\׃בטן\בָֽטֶן\׃בטן\Va.ten[the] bellyH0990J\H9016HNcfsa
  1. die geslagen Dat is, die zich zeer klagelijk aanstellen, zich gelatende ongelijk geleden te hebben, om dengenen, dien zij het oor vol blazen, tot medelijden te verwekken en tegen hunnen naaste op te ruien. Anders: zijn als slangen; te weten, waarmede zij hunnen naaste kwetsen en wonden aan zijn goeden naam; vergelijk boven Pro 12:18 . Of, zijn als dergenen, die vleien; dat is pluimstrijken en schoonspreken.
  2. in het binnenste Hebreeuws, in de binnenkamers.
  3. buiks Dat is, van het gemoed; zie Job 15:2 .

9 Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger.123

Original Hebrew

גַּ֭םג֭םגַּםגםgamalsoH1571HD
מִתְרַפֶּ֣המתרפ֣המִתְרַפֶּהמתרפהmit.ra.Peh[one who] shows himself idleH7503HVtrmsa
בִ/מְלַאכְתּ֑/וֹב/מלאכת֑/ובִ/מְלַאכְתּ/וֹב/מלאכת/וvi/m.lakh.T/oin/ work/ hisH9003H4399H9023HR+Ncfsc+Sp3ms
אָ֥חא֥חאָחאח'ach[is] a brotherH0251GHNcmsa
ה֝֗וּאה֝֗ואהוּאהואHu'heH1931HPp3ms
לְ/בַ֣עַלל/ב֣עללְ/בַעַלל/בעלle./Va.'alof/ a master ofH9005H1167KHR+Ncmsc
מַשְׁחִֽית\׃משחית\מַשְׁחִֽית\׃משחית\mash.ChitdestructionH4889\H9016HNcmsa
  1. die zich slap Versta, den luiaard en trage.
  2. broeder Dat is, in gelijken graad te stellen met den doorbrenger, of daarbij te gelijken. Zie van zulke betekenis van het woord broeder, Job 30:29 en de aantekening.
  3. van een doorbrenger Dat is, van een groot verkwister. Hebreeuws, des Heeren doorbrengers, of des meesters der doorbrenging, of verkwisting; dat is, die daartoe zeer genegen is en zijn werk daarvan maakt. Zie Gen 14:13 .

10 De Naam des Heeren is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden.123

Original Hebrew

מִגְדַּל\־מגדל\מִגְדַּל\־מגדל\mig.dal-[is] a tower ofH4026M\H9014HNcmsc
עֹ֭זע֭זעֹזעז'ozstrengthH5797HNcmsa
שֵׁ֣םש֣םשֵׁםשםshem[the] name ofH8034HNcmsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
בּֽ/וֹ\־ב/ו\בּֽ/וֹ\־ב/ו\bo/v-in/ itH9003H9033\H9014HR+Sp3ms
יָר֖וּץיר֖וץיָרוּץירוץya.Rutzhe runsH7323GHVqi3ms
צַדִּ֣יקצד֣יקצַדִּיקצדיקtza.Dika righteous [person]H6662HAamsa
וְ/נִשְׂגָּֽב\׃ו/נשגב\וְ/נִשְׂגָּֽב\׃ו/נשגב\ve./nis.Gavand/ he is set on highH9001H7682\H9016Hc+VNq3ms
  1. De Naam Dat is, de Heere zelf, welverstaande voor dien, die Hem recht kennen en aanroepen. Zie 1Ki 5:3 .
  2. Sterke Toren; Hebreeuws, een toren der sterkte; dat is, als een sterke toren, waarin degenen, die door enigen nood benauwd zijn, niet alleen beschermd, maar ook vrij van alle gevaar der schade gesteld worden; alzo Psa 61:4 .
  3. daarhenen lopen, Te weten, tot den naam des Heeren, of tot den toren der sterkte.

11 Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.12

Original Hebrew

ה֣וֹןה֣וןהוֹןהוןHon[the] wealth ofH1952HNcmsc
עָ֭שִׁירע֭שירעָשִׁירעשיר'A.shira rich [person]H6223HAamsa
קִרְיַ֣תקרי֣תקִרְיַתקריתkir.Yat[is] [the] town ofH7151HNcfsc
עֻזּ֑/וֹעז֑/ועֻזּ/וֹעז/וu.Z/ostrength/ hisH5797H9023HNcmsc+Sp3ms
וּ/כְ/חוֹמָ֥הו/כ/חומ֥הוּ/כְ/חוֹמָהו/כ/חומהu./khe./cho.Mahand/ like/ a wallH9002H9004H2346GHC+R+Ncfsa
נִ֝שְׂגָּבָ֗הנ֝שגב֗הנִשְׂגָּבָהנשגבהnis.ga.VahhighH7682HVNrfsa
בְּ/מַשְׂכִּיתֽ/וֹ\׃ב/משכית/ו\בְּ/מַשְׂכִּיתֽ/וֹ\׃ב/משכית/ו\be./mas.ki.T/oin/ own imagination/ hisH9003H4906H9023\H9016HR+Ncfsc+Sp3ms
  1. Des rijken Alzo boven Pro 10:15 .
  2. in zijn inbeelding Dat is, alzo de rijke zichzelven wijsmaakt en zich in zijne gedachten laat voorstaan.

12 Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.1

Original Hebrew

לִ/פְנֵי\־ל/פני\לִ/פְנֵי\־ל/פני\li/f.nei.She-<to>/ beforeH9005H6440G\H9014HR+Ncmpc
שֶׁ֭בֶרש֭ברשֶׁבֶרשברShe.verdestructionH7667HNcmsa
יִגְבַּ֣הּיגב֣היִגְבַּהּיגבהyig.Bahit is haughtyH1361HVqi3ms
לֵב\־לב\לֵב\־לב\lev-[the] heart ofH3820A\H9014HNcmsc
אִ֑ישׁא֑ישאִישׁאיש'Isha personH0376GHNcmsa
וְ/לִ/פְנֵ֖יו/ל/פנ֖יוְ/לִ/פְנֵיו/ל/פניve./li/f.Neiand/ [is] <to>/ beforeH9002H9005H6440GHC+R+Ncmpc
כָב֣וֹדכב֣ודכָבוֹדכבודkha.VodhonorH3519HNcmsa
עֲנָוָֽה\׃ענוה\עֲנָוָֽה\׃ענוה\'a.na.VahhumilityH6038\H9016HNcfsa
  1. verbreking Dat is, tegenspoed, ondergang en verderf. Zie van het Hebreeuwse woord Job 31:29 .

13 Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.12

Original Hebrew

מֵשִׁ֣יבמש֣יבמֵשִׁיבמשיבme.Shiv[one who] brings backH7725MHVhrmsa
דָּ֭בָרד֭ברדָּבָרדברDa.vora wordH1697HHNcmsa
בְּ/טֶ֣רֶםב/ט֣רםבְּ/טֶרֶםב/טרםbe./Te.rem<in>/ beforeH9003H2962HR+Acbsa
יִשְׁמָ֑עישמ֑עיִשְׁמָעישמעyish.Ma'he listensH8085GHVqi3ms
אִוֶּ֥לֶתאו֥לתאִוֶּלֶתאולת'i.Ve.let[is] follyH0200HNcfsa
הִיא\־היא\הִיא\־היא\hi'-itH1931\H9014HPp3fs
ל֝֗/וֹל֝֗/ול/וֹל/וl/oof/ himH9005H9033HR+Sp3ms
וּ/כְלִמָּֽה\׃ו/כלמה\וּ/כְלִמָּֽה\׃ו/כלמה\u./khe.li.Mahand/ ignominyH9002H3639\H9016HC+Ncfsa
  1. antwoord geeft, Hebreeuws, die een woord wederkeert; dat is, die antwoordt. Alzo 1Ki 12:6 , 1Ki 12:9 ; 2Ch 10:6 , 2Ch 10:9 .
  2. is hem dwaasheid Dat is, wordt hem met recht tot dwaasheid gerekend, waarover hij dan schaamte en schande behaalt.

14 De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?12345

Original Hebrew

רֽוּחַ\־רוח\רֽוּחַ\־רוח\Ru.ach-[the] spirit ofH7307G\H9014HNcfsc
אִ֭ישׁא֭ישאִישׁאיש'isha personH0376GHNcmsa
יְכַלְכֵּ֣ליכלכ֣ליְכַלְכֵּליכלכלye.khal.Kelit will endureH3557HVpi3ms
מַחֲלֵ֑/הוּמחל֑/הומַחֲלֵ/הוּמחל/הוma.cha.Le./husickness/ hisH4245AH9023HNcmsc+Sp3ms
וְ/ר֥וּחַו/ר֥וחוְ/רוּחַו/רוחve./Ru.achand/ a spiritH9002H7307GHC+Ncfsa
נְ֝כֵאָ֗הנ֝כא֗הנְכֵאָהנכאהne.khe.'AhstrickenH5218BHAafsa
מִ֣ימ֣ימִימיmiwho?H4310HPi
יִשָּׂאֶֽ/נָּה\׃ישא/נה\יִשָּׂאֶֽ/נָּה\׃ישא/נה\yi.sa.'E./nahwill he bear/ itH5375HH9034\H9016HVqi3ms+Sp3fs
  1. geest Dat is moed, te weten die mannelijk en kloek is. Zie boven Pro 15:13 .
  2. zijn krankheid Te weten, òf zijns zelfs, als droefheid en vrees, òf van zijn lichaam, als ziekte en smart. Deze alle wordt de kloekmoedige geest gezegd te ondersteunen als hij daarin den mens sterkt en troost, dat hij niet bezwijke.
  3. verslagen geest, Die zelf door zijn eigen, of zijns lichaams lijden terneder geworpen is. Vergelijk boven Pro 15:13 , en de aantekening.
  4. wie zal dien Alsof hij zeide: Niemand dan God.
  5. opheffen? Anders: dragen?

15 Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.1

Original Hebrew

לֵ֣בל֣בלֵבלבleva heartH3820AHNcmsa
נָ֭בוֹןנ֭בוןנָבוֹןנבוןNa.VondiscerningH0995HVNrmsa
יִקְנֶה\־יקנה\יִקְנֶה\־יקנה\yik.neh-it acquiresH7069\H9014HVqi3ms
דָּ֑עַתד֑עתדָּעַתדעתDa.'atknowledgeH1847HNcfsa
וְ/אֹ֥זֶןו/א֥זןוְ/אֹזֶןו/אזןve./'O.zenand/ [the] ear ofH9002H0241GHC+Ncfsc
חֲ֝כָמִ֗יםח֝כמ֗יםחֲכָמִיםחכמיםcha.kha.Mimwise [people]H2450HAampa
תְּבַקֶּשׁ\־תבקש\תְּבַקֶּשׁ\־תבקש\te.va.kesh-it seeksH1245\H9014HVpi3fs
דָּֽעַת\׃דעת\דָּֽעַת\׃דעת\Da.'atknowledgeH1847\H9016HNcfsa
  1. verstandigen De verstandigen en wijzen zijn hier die een beginsel der verstandigheid en wijsheid gekregen hebbende, zoeken toe te nemen, mits in het hart te bedenken en te bewaren wat zij geleerd hebben, en met het oor te luisteren naar hetgeen nog te leren is. Vergelijk boven Pro 1:5 .

16 De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.12

Original Hebrew

מַתָּ֣ןמת֣ןמַתָּןמתןma.Tan[the] gift ofH4976HNcmsc
אָ֭דָםא֭דםאָדָםאדם'A.doma personH0120GHNcmsa
יַרְחִ֣יבירח֣יביַרְחִיבירחיבyar.Chivit makes spaceH7337HVhi3ms
ל֑/וֹל֑/ול/וֹל/וl/ofor/ himH9005H9033HR+Sp3ms
וְ/לִ/פְנֵ֖יו/ל/פנ֖יוְ/לִ/פְנֵיו/ל/פניve./li/f.Neiand/ <to>/ beforeH9002H9005H6440GHC+R+Ncmpc
גְדֹלִ֣יםגדל֣יםגְדֹלִיםגדליםge.do.Limgreat [people]H1419AHAampa
יַנְחֶֽ/נּוּ\׃ינח/נו\יַנְחֶֽ/נּוּ\׃ינח/נו\yan.Che./nuit leads/ himH5148H9033\H9016HVhi3ms+Sp3ms
  1. maakt hem ruimte, Dat is, opent hem den weg om uit den nood te komen, of aan het einde van enig geschil of moeite te geraken.
  2. groten Dat is, die groot van staat en aanzien zijn, vervolgens veel vermogen om iemands zaak te bevorderen. Vergelijk 2Ki 5:1 , en 2Ki 10:6 , en 2Ki 25:9 , en de aantekening.

17 Die de eerste is in zijn twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt , en hij onderzoekt hem.123456

Original Hebrew

צַדִּ֣יקצד֣יקצַדִּיקצדיקtza.Dik[is] righteousH6662HAamsa
הָ/רִאשׁ֣וֹןה/ראש֣וןהָ/רִאשׁוֹןה/ראשוןha./ri.Shonthe/ firstH9009H7223GHTd+Aomsa
בְּ/רִיב֑/וֹב/ריב֑/ובְּ/רִיב/וֹב/ריב/וbe./ri.V/oin/ case/ hisH9003H7379H9023HR+Ncmsc+Sp3ms
וּ/בָֽאו/באוּ/בָֽאו/באya./vo'-and/ he will comeH9001H0935GHc+Vqq3ms
רֵ֝עֵ֗/הוּר֝ע֗/הורֵעֵ/הוּרע/הוRe.'e./huneighbor/ hisH7453H9023HNcmsc+Sp3ms
וַ/חֲקָרֽ/וֹ\׃ו/חקר/ו\וַ/חֲקָרֽ/וֹ\׃ו/חקר/ו\va./cha.ka.R/oand/ he will examine/ himH9001H2713H9033\H9016Hc+Vqq3ms+Sp3ms
  1. Die de eerste Dat is, die in het geschil, hetwelk hij met zijnen naaste uitstaande heeft, in de voorbaat is, door eerst zijne zaak den rechter te openen en met redenen te bekleden.
  2. rechtvaardig Dat is, gelijk te hebben, welverstaande zolang als zijne partij nog niet is gehoord geweest.
  3. zijn naaste Te weten, de verweerder.
  4. komt, Te weten, voor den rechter, om hem ook zijne zaak aan te dienen.
  5. hij onderzoekt Te weten, de rechter, of de partij.
  6. hem Namelijk zijnen naaste, dat is den verweerder, om hem mede te horen en te onderzoeken over hetgeen de eiser eerst voortgebracht had.

18 Het lot doet de geschillen ophouden, en maakt scheiding tussen machtigen.12

Original Hebrew

מִ֭דְיָנִיםמ֭דיניםמִדְיָנִיםמדיניםMid.ya.nimcontentionsH4079HNcmpa
יַשְׁבִּ֣יתישב֣יתיַשְׁבִּיתישביתyash.Bitit puts an end toH7673AHVhi3ms
הַ/גּוֹרָ֑לה/גור֑להַ/גּוֹרָלה/גורלha./go.Ralthe/ lotH9009H1486HTd+Ncmsa
וּ/בֵ֖יןו/ב֖יןוּ/בֵיןו/ביןu./Veinand/ betweenH9002H0996GHC+Acmsc
עֲצוּמִ֣יםעצומ֣יםעֲצוּמִיםעצומים'a.tzu.Mimmighty [people]H6099HAampa
יַפְרִֽיד\׃יפריד\יַפְרִֽיד\׃יפריד\yaf.Ridit separatesH6504\H9016HVhi3ms
  1. lot Zie boven Pro 16:33 .
  2. machtigen Dat is, die zich verharden, sterken, of te machtig maken in hun geschil tegen elkander, of die macht genoeg hebben om elkander te beschadigen, zo zij niet verenigd worden.

19 Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.1234

Original Hebrew

אָ֗חא֗חאָחאח'Acha brotherH0251GHNcmsa
נִפְשָׁ֥ענפש֥ענִפְשָׁענפשעnif.Sha'transgressedH6586HVNrmsa
מִ/קִּרְיַת\־מ/קרית\מִ/קִּרְיַת\־מ/קרית\mi./kir.yat-[is] more than/ a town ofH9006H7151\H9014HR+Ncfsc
עֹ֑זע֑זעֹזעז'OzstrengthH5797HNcmsa
וּ֝/מִדְיָנִ֗יםו֝/מדינ֗יםוּ/מִדְיָנִיםו/מדיניםu./me.do.nimand/ contentionsH9002H4079HC+Ncmpa
כִּ/בְרִ֥יחַכ/בר֥יחכִּ/בְרִיחַכ/בריחki/v.Ri.ach[are] like/ [the] bar ofH9004H1280HR+Ncmsc
אַרְמֽוֹן\׃ארמון\אַרְמֽוֹן\׃ארמון\'ar.Mona fortressH0759H\H9016HNcmsa
  1. wederspanniger Of, meer door overtreding verstoord, te weten, tegen zijnen broeder, van wien hij meent verongelijkt te zijn en daarom met hem in twist is.
  2. sterke stad; Te weten, tegen haren prins of enigen heer aan welken zij zich niet wil overgeven, noch met hem vrede maken, steunende op hare sterkte. Hebreeuws, stad der sterkte.
  3. geschillen Te weten, tussen de broeders en nabestaande vrienden.
  4. zijn als een grendel Dat is, zij houden zeer vast en sluiten de twistige broeders doorgaans van elkander.

20 Van de vrucht van ieders mond zal zijn buik verzadigd worden; hij zal verzadigd worden van de inkomst zijner lippen.123

Original Hebrew

מִ/פְּרִ֣ימ/פר֣ימִ/פְּרִימ/פריmi./pe.Rifrom/ [the] fruit ofH9006H6529HR+Ncmsc
פִי\־פי\פִי\־פי\fi-[the] mouth ofH6310G\H9014HNcmsc
אִ֭ישׁא֭ישאִישׁאיש'isha personH0376GHNcmsa
תִּשְׂבַּ֣עתשב֣עתִּשְׂבַּעתשבעtis.Ba'it is satisfiedH7646HVqi3fs
בִּטְנ֑/וֹבטנ֑/ובִּטְנ/וֹבטנ/וbit.N/obelly/ hisH0990GH9023HNcfsc+Sp3ms
תְּבוּאַ֖תתבוא֖תתְּבוּאַתתבואתte.vu.'At[the] produce ofH8393HNcfsc
שְׂפָתָ֣י/ושפת֣י/ושְׂפָתָי/ושפתי/וse.fa.Ta/vlips/ hisH8193GH9023HNcfdc+Sp3ms
יִשְׂבָּֽע\׃ישבע\יִשְׂבָּֽע\׃ישבע\yis.Ba'he is satisfiedH7646\H9016HVqi3ms
  1. vrucht Versta, de redenen, die uit iemands mond voortkomen, en in het volgende van vs.20, de inkomst der lippen genoemd worden. Vergelijk boven Pro 12:14 , en Pro 13:2 .
  2. zijn buik Dat is, hijzelf in lichaam en ziel.
  3. verzadigd worden van de inkomst Dat is, vervuld worden, òf met het goed der zegening door zijn wijze en vrome redenen, òf met het kwaad der straf door zijn dwaze en goddeloze redenen. Vergelijk Job 7:4 , en boven Pro 12:14 .

21 Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.12345

Original Hebrew

מָ֣וֶתמ֣ותמָוֶתמותMa.vetdeathH4194HNcmsa
וְ֭/חַיִּיםו֭/חייםוְ/חַיִּיםו/חייםVe./chai.yimand/ lifeH9002H2416EHC+Ncmpa
בְּ/יַד\־ב/יד\בְּ/יַד\־ב/יד\be./yad-[are] in/ [the] hand ofH9003H3027H\H9014HR+Ncbsc
לָשׁ֑וֹןלש֑וןלָשׁוֹןלשוןla.Shon[the] tongueH3956GHNcbsa
וְ֝/אֹהֲבֶ֗י/הָו֝/אהב֗י/הוְ/אֹהֲבֶי/הָו/אהבי/הve./'o.ha.Vei./haand/ [those who] love/ itH9002H0157GH9034HC+Vqrmpc+Sp3fs
יֹאכַ֥ליאכ֥ליֹאכַליאכלyo.Khalhe will eatH0398HVqi3ms
פִּרְיָֽ/הּ\׃פרי/ה\פִּרְיָֽ/הּ\׃פרי/ה\pir.Ya/hfruit/ itsH6529H9024\H9016HNcmsc+Sp3fs
  1. het geweld Hebreeuws, hand. Vergelijk Gen 16:6 , en zie de aantekening.
  2. die ze Te weten, de tong.
  3. liefheeft, Te weten, om die te gebruiken, òf ten goede door wijze en deugdzame redenen, òf ten kwade door onwijze en ondeugdelijke redenen. Doch sommigen nemen het alleen in ten goede.
  4. vrucht Zie boven Pro 1:31 .
  5. eten Dat is, genieten met vreugde, zo hij die liefheeft, om wel te gebruiken, of te lijden met smart, zo hij die bemint, om te misbruiken. Zie Job 21:25 .

22 Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den Heere.12

Original Hebrew

מָצָ֣אמצ֣אמָצָאמצאma.Tza'he findsH4672HVqp3ms
אִ֭שָּׁהא֭שהאִשָּׁהאשה'I.shaha wifeH0802HHNcfsa
מָ֣צָאמ֣צאמָצָאמצאMa.tza'he findsH4672HVqp3ms
ט֑וֹבט֑ובטוֹבטובTova good thingH2896BHAamsa
וַ/יָּ֥פֶקו/י֥פקוַ/יָּפֶקו/יפקva/i.Ya.fekand/ he obtainedH9001H6329Hc+Vhw3ms
רָ֝צ֗וֹןר֝צ֗וןרָצוֹןרצוןra.TzonpleasureH7522HNcmsa
מֵ/יְהוָֽה\׃מ/יהוה\מֵ/יְהוָֽה\׃מ/יהוה\me./Yah.wehfrom/ YahwehH9006H3068G\H9016HR+Npt
  1. vrouw Te weten, een goede en godvrezende. Het woord goede moet men uit het volgende verstaan. Alzo onder Pro 22:1 , naam voor goede naam, idem Pro 24:6 , raadgevers voor goede raadgevers, en daar Pro 24:20 , beloning voor goede beloning, en Pro 29:4
  2. getrokken Dat is, verkregen. Zie boven Pro 8:35 , en Pro 12:2 .

23 De arme spreekt smekingen; maar de rijke antwoordt harde dingen.

Original Hebrew

תַּחֲנוּנִ֥יםתחנונ֥יםתַּחֲנוּנִיםתחנוניםta.cha.nu.NimsupplicationsH8469HNcmpa
יְדַבֶּר\־ידבר\יְדַבֶּר\־ידבר\ye.da.ber-he speaksH1696G\H9014HVpi3ms
רָ֑שׁר֑שרָשׁרשRasha poor [person]H7326HVqrmsa
וְ֝/עָשִׁ֗ירו֝/עש֗ירוְ/עָשִׁירו/עשירve./'a.Shirand/ a rich [person]H9002H6223HC+Aamsa
יַעֲנֶ֥היענ֥היַעֲנֶהיענהya.'a.Nehhe answersH6030BHVqi3ms
עַזּֽוֹת\׃עזות\עַזּֽוֹת\׃עזות\a.Zotstrong [words]H5794\H9016HAafpa

24 Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder.123

Original Hebrew

אִ֣ישׁא֣ישאִישׁאיש'isha person ofH0376GHNcmsc
רֵ֭עִיםר֭עיםרֵעִיםרעיםRe.'imcompanionsH7453HNcmpa
לְ/הִתְרֹעֵ֑עַל/התרע֑עלְ/הִתְרֹעֵעַל/התרעעle./hit.ro.'E.a'[is] to/ be brokenH9005H7489BHR+Vtcc
וְ/יֵ֥שׁו/י֥שוְ/יֵשׁו/ישve./Yeshand/ thereH9002H3426HC+Acbsa
אֹ֝הֵ֗בא֝ה֗באֹהֵבאהב'o.Hev[is one who] lovesH0157HHVqrmsa
דָּבֵ֥קדב֥קדָּבֵקדבקda.VekcleavingH1695HAamsa
מֵ/אָֽח\׃מ/אח\מֵ/אָֽח\׃מ/אח\me./'Achmore than/ a brotherH9006H0251G\H9016HR+Ncmsa
  1. Een man, Hebreeuws, een man der vrienden; dat is, die vrienden heeft.
  2. vriendelijk te houden; Te weten, met degenen, waarmede hij in vriendschap getreden is.
  3. aankleeft Dat is, in den nood nader bijblijft en trouwelijker bijstaat.