reltext

Chapter 22

1 De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud.12

Original Hebrew

נִבְחָ֣רנבח֣רנִבְחָרנבחרniv.Char[is to be] chosenH0977HVNrmsa
שֵׁ֭םש֭םשֵׁםשםShema nameH8034HNcmsa
מֵ/עֹ֣שֶׁרמ/ע֣שרמֵ/עֹשֶׁרמ/עשרme./'O.shermore than/ wealthH9006H6239HR+Ncmsa
רָ֑בר֑ברָברבRavgreatH7227AHAamsa
מִ/כֶּ֥סֶףמ/כ֥סףמִ/כֶּסֶףמ/כסףmi./Ke.sefmore than/ silverH9006H3701GHR+Ncmsa
וּ֝/מִ/זָּהָ֗בו֝/מ/זה֗בוּ/מִ/זָּהָבו/מ/זהבu./mi./za.Havand/ more than/ goldH9002H9006H2091HC+R+Ncmsa
חֵ֣ןח֣ןחֵןחןchenfavorH2580HNcmsa
טֽוֹב\׃טוב\טֽוֹב\׃טוב\TovgoodH2896A\H9016HAamsa
  1. naam Versta, een goede naam en eerlijke lof bij de mensen. Naam voor goeden naam. Het woord goed moet hier den zin geven uit het volgende lid van vs.1. Vergelijk boven Pro 18:22 .
  2. goede gunst Dat is, het goed gevoelen, dat vrome mensen van iemand hebben, en de goede genegenheid, die zij hem toedragen. Vergelijk boven Pro 3:4 ; de aantekening op het woord gunst.

2 Rijken en armen ontmoeten elkander; de Heere heeft hen allen gemaakt.12

Original Hebrew

עָשִׁ֣ירעש֣ירעָשִׁירעשיר'a.Shir[the] richH6223HAamsa
וָ/רָ֣שׁו/ר֣שוָ/רָשׁו/רשva./Rashand/ [the] poorH9002H7326HC+Vqrmsa
נִפְגָּ֑שׁוּנפג֑שונִפְגָּשׁוּנפגשוnif.Ga.shuthey meet togetherH6298HVNp3cp
עֹשֵׂ֖העש֖העֹשֵׂהעשה'o.Seh[is the] maker ofH6213HHVqrmsc
כֻלָּ֣/םכל֣/םכֻלָּ/םכל/םkhu.La/mall of/ themH3605H9028HNcmsc+Sp3mp
יְהוָֽה\׃יהוה\יְהוָֽה\׃יהוה\Yah.wehYahwehH3068G\H9016HNpt
  1. ontmoeten Dat is, zij leven met elkander en hebben den een den ander van doen. Vergelijk onder Pro 29:13 .
  2. HEERE Te weten, die den rijke verbiedt den arme te verachten en den arme den rijke te benijden. De rijken zijn gehouden de armen uit liefde te helpen en de armen de rijken voor loon te dienen.

3 Een kloekzinnig mens ziet het kwaad, en verbergt zich ; maar de slechten gaan henen door, en worden gestraft.123

Original Hebrew

עָר֤וּם\׀ער֤ום\עָרוּם\׀ערום\'a.Ruma sensible [person]H6175\H9015HAamsa
רָאָ֣הרא֣הרָאָהראהra.'Ahhe seesH7200GHVqp3ms
רָעָ֣הרע֣הרָעָהרעהra.'AhtroubleH7451CHNcfsa
וְ/נִסְתָּ֑רו/נסת֑רוְ/נִסְתָּרו/נסתרve./yi.sa.terand/ he hides himselfH9001H5641Hc+VNq3ms
וּ֝/פְתָיִ֗יםו֝/פתי֗יםוּ/פְתָיִיםו/פתייםu./fe.ta.Yimand/ naive peopleH9002H6612AHC+Ncmpa
עָבְר֥וּעבר֥ועָבְרוּעברו'a.ve.Ruthey pass onH5674AHVqp3cp
וְֽ/נֶעֱנָֽשׁוּ\׃ו/נענשו\וְֽ/נֶעֱנָֽשׁוּ\׃ו/נענשו\Ve./ne.'e.Na.shuand/ they are punishedH9001H6064\H9016Hc+VNq3cp
  1. kloekzinnig mens Dat is, die voorzichtig is en kloek van verstand. Zie boven Pro 1:4 .
  2. kwaad, Te weten, dat schijnt over de mensen te zullen vallen en vorziet zich daartegen om het te ontgaan.
  3. gaan henen Te weten, omdat zij niet voorzien het kwaad, dat over hen hangt, of het verachten.

4 Het loon der nederigheid, met de vreze des Heeren, is rijkdom, en eer, en leven.12

Original Hebrew

עֵ֣קֶבע֣קבעֵקֶבעקב'E.kev[the] consequence ofH6118HNcmsc
עֲ֭נָוָהע֭נוהעֲנָוָהענוה'A.na.vahhumilityH6038HNcfsa
יִרְאַ֣תירא֣תיִרְאַתיראתyir.'At[the] fear ofH3374HNcfsc
יְהוָ֑היהו֑היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
עֹ֖שֶׁרע֖שרעֹשֶׁרעשר'O.sher[is] wealthH6239HNcmsa
וְ/כָב֣וֹדו/כב֣ודוְ/כָבוֹדו/כבודve./kha.Vodand/ honorH9002H3519HC+Ncmsa
וְ/חַיִּֽים\׃ו/חיים\וְ/חַיִּֽים\׃ו/חיים\ve./chai.Yimand/ lifeH9002H2416E\H9016HC+Ncmpa
  1. met Dat is, die met de vreze des Heeren gevoegd is. In denzelfden zin kunnen de woorden ook overgezet worden, [en] der vreze des Heeren.
  2. rijkdom, Dat is, gelijk met de ware nederigheid de vreze Gods verenigd is, alzo heeft de vreze Gods de belofte van het tegenwoordige en het toekomende leven; 1Ti 4:8 .

5 Doornen en strikken zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.12

Original Hebrew

צִנִּ֣יםצנ֣יםצִנִּיםצניםtzi.NimthornsH6791HNcmpa
פַּ֭חִיםפ֭חיםפַּחִיםפחיםPa.chimsnaresH6341AHNcmpa
בְּ/דֶ֣רֶךְב/ד֣רךבְּ/דֶרֶךְב/דרךbe./De.rekh[are] in/ [the] path ofH9003H1870GHR+Ncbsc
עִקֵּ֑שׁעק֑שעִקֵּשׁעקש'i.Kesha perverse [person]H6141HAamsa
שׁוֹמֵ֥רשומ֥רשׁוֹמֵרשומרsho.Mer[one who] guardsH8104HHVqrmsa
נַ֝פְשׁ֗/וֹנ֝פש֗/ונַפְשׁ/וֹנפש/וnaf.Sh/oself/ hisH5315GH9023HNcfsc+Sp3ms
יִרְחַ֥קירח֥קיִרְחַקירחקyir.Chakhe will be farH7368HVqi3ms
מֵ/הֶֽם\׃מ/הם\מֵ/הֶֽם\׃מ/הם\me./Hemfrom/ themH9006H9038\H9016HR+Sp3mp
  1. Doornen Dat is, ellendigheden en plagen, waarin de boze door zijn kwade werken zo verward en verstrikt wordt, dat hij zich daaruit niet kan redden.
  2. des verkeerden; Dat is, des onherborenen en desgenen, die vreemd is van de vreze Gods.

6 Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.123

Original Hebrew

חֲנֹ֣ךְחנ֣ךחֲנֹךְחנךcha.NokhtrainH2596HVqv2ms
לַ֭/נַּעַרל֭/נערלַ/נַּעַרל/נערLa./na.'ar<to> the/ youthH9005H5288HRd+Ncmsa
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
פִּ֣יפ֣יפִּיפיpi[the] mouth ofH6310IHNcmsc
דַרְכּ֑/וֹדרכ֑/ודַרְכּ/וֹדרכ/וdar.K/oway/ hisH1870GH9023HNcbsc+Sp3ms
גַּ֥םג֥םגַּםגםgamalsoH1571HD
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-ifH3588A\H9014HTc
יַ֝זְקִ֗יןי֝זק֗יןיַזְקִיןיזקיןyaz.Kinhe will be oldH2204HVhi3ms
לֹֽא\־לא\לֹֽא\־לא\lo'-notH3808\H9014HTn
יָס֥וּריס֥וריָסוּריסורya.Surhe will turn asideH5493HHVqi3ms
מִמֶּֽ/נָּה\׃ממ/נה\מִמֶּֽ/נָּה\׃ממ/נה\mi.Me./nahfrom/ itH4480AH9034\H9016HR+Sp3fs
  1. Leer den jongen Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk iemand van jongsaf in enige wetenschap, en voornamelijk in de gronden der heilige leer, tot zijner ziele zaligheid onderwijzen. Vergelijk Gen 14:14 . Het is hier zoveel als catechiseren, hetwelk dikwijls in het Nieuwe Testament alzo gebruikt wordt. Zie Luk 1:4 ; Act 18:25 ; Rom 2:18 ; 1Co 14:19 ; Gal 6:6 .
  2. naar den eis Hebreeuws, naar den mond; dat is, naar den eis of de gelegenheid zijns wegs, dat is zijns ouderdoms, begrips en zijner tederheid. Anders: in het begin, of den ingang zijns wegs; dat is in den aanvang zijns levens.
  3. daarvan niet Te weten, van hetgeen gij in zijne jonkheid met de eerste onderwijzing hem ingestort hebt.

7 De rijke heerst over de armen; en die ontleent, is des leners knecht.123

Original Hebrew

עָ֭שִׁירע֭שירעָשִׁירעשיר'A.shira rich [person]H6223HAamsa
בְּ/רָשִׁ֣יםב/רש֣יםבְּ/רָשִׁיםב/רשיםbe./ra.Shimover/ poor [people]H9003H7326HR+Vqrmpa
יִמְשׁ֑וֹלימש֑וליִמְשׁוֹלימשולyim.Sholhe rulesH4910HVqi3ms
וְ/עֶ֥בֶדו/ע֥בדוְ/עֶבֶדו/עבדve./'E.vedand/ [is] a servantH9002H5650HC+Ncmsa
לֹ֝וֶ֗הל֝ו֗הלֹוֶהלוהlo.Veha borrowerH3867BHVqrmsa
לְ/אִ֣ישׁל/א֣ישלְ/אִישׁל/אישle./'Ishof/ a personH9005H0376GHR+Ncmsa
מַלְוֶֽה\׃מלוה\מַלְוֶֽה\׃מלוה\mal.Veha lenderH3867B\H9016HVhrmsa
  1. rijke Te weten, die den arme wat leent, of enige weldaad bewijst.
  2. armen; Te weten, die van de rijke wat geleend, of enige weldaad ontvangen heeft.
  3. knecht Dat is, die hem ten dienste staan moet. Hij spreekt eigenlijk niet van hetgeen behoort te geschieden, maar van hetgeen ten meesten dele in de wereld geschiedt.

8 Die onrecht zaait, zal moeite maaien; en de roede zijner verbolgenheid zal een einde nemen.12

Original Hebrew

זוֹרֵ֣עַזור֣עזוֹרֵעַזורעzo.Re.a'[one who] sowsH2232HVqrmsa
עַ֭וְלָהע֭ולהעַוְלָהעולה'Av.lahunrighteousnessH5766BHNcfsa
יִקְצָריקצריִקְצָריקצרyik.tzor-he will reapH7114BHVqi3ms
אָ֑וֶןא֑וןאָוֶןאון'A.ventroubleH0205HHNcmsa
וְ/שֵׁ֖בֶטו/ש֖בטוְ/שֵׁבֶטו/שבטve./She.vetand/ [the] rod ofH9002H7626GHC+Ncmsc
עֶבְרָת֣/וֹעברת֣/ועֶבְרָת/וֹעברת/וev.ra.T/ofury/ hisH5678H9023HNcfsc+Sp3ms
יִכְלֶֽה\׃יכלה\יִכְלֶֽה\׃יכלה\yikh.Lehit will endH3615J\H9016HVqi3ms
  1. onrecht Zie Job 4:8 .
  2. roede Dat is de plaag, waarmede hij anderen door zijn oplopende grimmigheid gekweld, beledigd en verdrukt heeft. Het schijnt een gelijkenis te zijn van een stok, waarmede men het zaad en gewas placht te dorsen.

9 Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.12

Original Hebrew

טֽוֹב\־טוב\טֽוֹב\־טוב\tov-a [person] good ofH2896A\H9014HAamsc
עַ֭יִןע֭יןעַיִןעין'A.yineyeH5869AHNcfsa
ה֣וּאה֣ואהוּאהואhu'heH1931HPp3ms
יְבֹרָ֑ךְיבר֑ךיְבֹרָךְיברךye.vo.Rakhhe will be blessedH1288HVPi3ms
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
נָתַ֖ןנת֖ןנָתַןנתןna.Tanhe givesH5414GHVqp3ms
מִ/לַּחְמ֣/וֹמ/לחמ֣/ומִ/לַּחְמ/וֹמ/לחמ/וmi./lach.M/osome of/ food/ hisH9006H3899HH9023HR+Ncmsc+Sp3ms
לַ/דָּֽל\׃ל/דל\לַ/דָּֽל\׃ל/דל\la./Dalto <the>/ poor [person]H9005H1800\H9016HRd+Aamsa
  1. goed van oog is, Dat is, die vriendelijk, mild, medelijdend en goeddadig is; alzo Mat 20:15 . Want gemeenlijk openbaart zich de genegenheid van de mensen in de ogen. Het goede oog wordt ook genaamd een eenvoudig oog, Mat 6:22 . Zie van een kwaad, of boos oog, Deu 15:9 , en onder Pro 23:6 .
  2. den armen Hebreeuws, den dunne.

10 Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.12

Original Hebrew

גָּ֣רֵֽשׁג֣רשגָּרֵֽשׁגרשGa.reshdrive outH1644GHVpv2ms
לֵ֭ץל֭ץלֵץלץletza mockerH3887HAamsa
וְ/יֵצֵ֣או/יצ֣אוְ/יֵצֵאו/יצאve./ye.Tze'so/ <it> may go outH9002H3318GHC+Vqu3ms
מָד֑וֹןמד֑וןמָדוֹןמדוןma.DonstrifeH4066HNcmsa
וְ֝/יִשְׁבֹּ֗תו֝/ישב֗תוְ/יִשְׁבֹּתו/ישבתve./yish.Botso/ <it> may ceaseH9002H7673AHC+Vqu3ms
דִּ֣יןד֣יןדִּיןדיןdindisputeH1779HNcmsa
וְ/קָלֽוֹן\׃ו/קלון\וְ/קָלֽוֹן\׃ו/קלון\ve./ka.Lonand/ shameH9002H7036\H9016HC+Ncmsa
  1. gekijf Te weten, dien hij pleegt te verwekken.
  2. schande Te weten, die hij anderen met zijne twistingen aandoet.

11 Die de reinheid des harten liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning.123

Original Hebrew

אֹהֵ֥באה֥באֹהֵבאהב'o.Hev[one who] lovesH0157GHVqrmsa
טְהָרטהרטְהָרטהרte.hor-pure ofH2889HAamsc
לֵ֑בל֑בלֵבלבLevheartH3820AHNcmsa
חֵ֥ןח֥ןחֵןחןchen[the] grace ofH2580HNcmsc
שְׂ֝פָתָ֗י/וש֝פת֗י/ושְׂפָתָי/ושפתי/וSe.fa.Ta/vlips/ hisH8193HH9023HNcfdc+Sp3ms
רֵעֵ֥/הוּרע֥/הורֵעֵ/הוּרע/הוre.'E./hu[is] friend/ hisH7453H9023HNcmsc+Sp3ms
מֶֽלֶךְ\׃מלך\מֶֽלֶךְ\׃מלך\Me.lekha kingH4428G\H9016HNcmsa
  1. reinheid Dat is, de oprechtheid des gemoeds; waarvan zie Gen 20:5 ; 1Ki 9:4 ; Psa 51:12 ; Mat 5:8 .
  2. wiens lippen Dat is, die zo bespraakt is, dat hij zijn oprechte gedachten met bevalligheid kan voortbrengen. De overzetting kan ook aldus staan: met, of door, of om de aangenaamheid zijner lippen is de koning zijn vriend.
  3. aangenaam zijn, Hebreeuws, aangenaamheid; dat is bevalligheid. Zie van deze Psa 45:3 ; Ecc 10:12 .

12 De ogen des Heeren bewaren de wetenschap; maar de zaken des trouwelozen zal Hij omkeren.1234

Original Hebrew

עֵינֵ֣יעינ֣יעֵינֵיעיני'ei.Nei[the] eyes ofH5869AHNcfdc
יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
נָ֣צְרוּנ֣צרונָצְרוּנצרוNa.tze.ruthey preserveH5341HVqp3cp
דָ֑עַתד֑עתדָעַתדעתDa.'atknowledgeH1847HNcfsa
וַ֝/יְסַלֵּ֗ףו֝/יסל֗ףוַ/יְסַלֵּףו/יסלףva/y.sa.Lefand/ he has subvertedH9001H5557Hc+Vpw3ms
דִּבְרֵ֥ידבר֥ידִּבְרֵידבריdiv.Rei[the] words ofH1697GHNcmpc
בֹגֵֽד\׃בגד\בֹגֵֽד\׃בגד\vo.Ged[one who] acts treacherouslyH0898\H9016HVqrmsa
  1. De ogen Dat is, de voorzienigheid en zorg des Heeren; zie 2Ch 16:9 .
  2. wetenschap; Dat is, degenen, die met ware wetenschap en godvruchtige wijsheid begaafd is, en naar dezelve zijne woorden en werken beleidt. Vergelijk de manier van spreken met Job 35:13 .
  3. zaken Anders: woorden.
  4. trouwelozen Dat is, des goddelozen, die, het verbond des Heeren niet getrouwelijk houdende, in woorden en werken zich moedwilliglijk verloopt.

13 De luiaard zegt: Er is een leeuw buiten; ik mocht op het midden der straten gedood worden!1

Original Hebrew

אָמַ֣ראמ֣ראָמַראמר'a.Marhe saysH0559HVqp3ms
עָ֭צֵלע֭צלעָצֵלעצל'A.tzela sluggardH6102HAamsa
אֲרִ֣יאר֣יאֲרִיארי'a.Ria lionH0738AHNcmsa
בַ/ח֑וּץב/ח֑וץבַ/חוּץב/חוץva./Chutz[is] in the/ streetH9003H2351HRd+Ncmsa
בְּ/ת֥וֹךְב/ת֥וךבְּ/תוֹךְב/תוךbe./Tokhin/ [the] midst ofH9003H8432HR+Ncmsc
רְ֝חֹב֗וֹתר֝חב֗ותרְחֹבוֹתרחבותre.cho.Vot[the] open placesH7339HNcfpa
אֵֽרָצֵֽחַ\׃ארצח\אֵֽרָצֵֽחַ\׃ארצח\'E.ra.Tze.achI will be killedH7523\H9016HVNi1cs
  1. zegt Te weten om den arbeid te ontgaan. Dan vindt hij lichtelijk ene voorwending vna dit of dat gevaar, hetwelk hij verzint voorhanden te wezen.

14 De mond der vreemde vrouwen is een diepe gracht; op welken de Heere vergramd is, zal daarin vallen.123

Original Hebrew

שׁוּחָ֣השוח֣השׁוּחָהשוחהshu.Chah[is] a pitH7745HNcfsa
עֲ֭מֻקָּהע֭מקהעֲמֻקָּהעמקה'A.mu.kahdeepH6013HAafsa
פִּ֣יפ֣יפִּיפיpi[the] mouth ofH6310GHNcmsc
זָר֑וֹתזר֑ותזָרוֹתזרותza.Rotstrange [women]H2114AHAafpa
זְע֥וּםזע֥וםזְעוּםזעוםze.'Um[one who] is cursed ofH2194HVqsmsc
יְ֝הוָ֗הי֝הו֗היְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יִפָּליפליִפָּליפלyi.pol-he will fallH5307GHVqi3ms
שָֽׁם\׃שם\שָֽׁם\׃שם\ShamthereH8033G\H9016HD
  1. De mond Te weten, door hun vleien, pluimstrijken en aanlokkende woorden.
  2. vreemde vrouwen Zie boven Pro 2:16 .
  3. gracht; Te weten, der ellenden voor het lichaam en de ziel. Vergelijk onder Pro 23:27 .

15 De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.123

Original Hebrew

אִ֭וֶּלֶתא֭ולתאִוֶּלֶתאולת'I.ve.letfoolishnessH0200HNcfsa
קְשׁוּרָ֣הקשור֣הקְשׁוּרָהקשורהke.shu.Rah[is] boundH7194HVqsfsa
בְ/לֶב\־ב/לב\בְ/לֶב\־ב/לב\ve./lev-in/ [the] heart ofH9003H3820A\H9014HR+Ncmsc
נָ֑עַרנ֑ערנָעַרנערNa.'ara youthH5288HNcmsa
שֵׁ֥בֶטש֥בטשֵׁבֶטשבטShe.veta rod ofH7626GHNcmsc
מ֝וּסָ֗רמ֝וס֗רמוּסָרמוסרmu.SardisciplineH4148GHNcmsa
יַרְחִיקֶ֥/נָּהירחיק֥/נהיַרְחִיקֶ/נָּהירחיק/נהyar.chi.Ke./nahit will put far away/ itH7368H9034HVhi3ms+Sp3fs
מִמֶּֽ/נּוּ\׃ממ/נו\מִמֶּֽ/נּוּ\׃ממ/נו\mi.Me./nufrom/ himH4480AH9033\H9016HR+Sp3ms
  1. De dwaasheid Zie boven Pro 12:23 .
  2. gebonden; Het is ene gelijkenis, te kennen gevende dat de zonde zo vast aan de jonge jeugd gehecht is als de dingen, die met touwen en repen aan elkander gebonden worden.
  3. der tucht Dat is, waardoor een kind gekastijd wordt.

16 Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.1234

Original Hebrew

עֹ֣שֵֽׁקע֣שקעֹשֵֽׁקעשק'O.shek[one who] oppressesH6231HVqrmsa
דָּ֭לד֭לדָּלדלdal[the] poorH1800HAamsa
לְ/הַרְבּ֣וֹתל/הרב֣ותלְ/הַרְבּוֹתל/הרבותle./har.Botto/ increaseH9005H7235AHR+Vhcc
ל֑/וֹל֑/ול/וֹל/וl/ofor/ himselfH9005H9033HR+Sp3ms
נֹתֵ֥ןנת֥ןנֹתֵןנתןno.Ten[one who] givesH5414GHVqrmsa
לְ֝/עָשִׁ֗ירל֝/עש֗ירלְ/עָשִׁירל/עשירle./'a.Shirto/ a rich [person]H9005H6223HR+Aamsa
אַךְ\־אך\אַךְ\־אך\'akh-onlyH0389\H9014HD
לְ/מַחְסֽוֹר\׃ל/מחסור\לְ/מַחְסֽוֹר\׃ל/מחסור\le./mach.Sorto/ povertyH9005H4270\H9016HR+Ncmsa
  1. verdrukt, Te weten, door bedrog of geweld. Vergelijk boven Pro 14:31 .
  2. vermeerderen, Of, zich te vergroten.
  3. geeft, Te weten, om zijne gunst, hulp en vordering te krijgen jegens de armen.
  4. zekerlijk Anders: alleen, of niet dan tot gebrek. Vergelijk boven Pro 21:5 , en de aantekening.

17 Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;123

Original Hebrew

הַ֥טה֥טהַטהטhatinclineH5186HVhv2ms
אָזְנְ/ךָ֗אזנ/ך֗אָזְנְ/ךָאזנ/ך'a.ze.ne./Khaear/ yourH0241GH9021HNcfsc+Sp2ms
וּ֭/שְׁמַעו֭/שמעוּ/שְׁמַעו/שמעU./she.ma'and/ hearH9002H8085GHC+Vqv2ms
דִּבְרֵ֣ידבר֣ידִּבְרֵידבריdiv.Rei[the] words ofH1697GHNcmpc
חֲכָמִ֑יםחכמ֑יםחֲכָמִיםחכמיםcha.kha.Mimwise [people]H2450HAampa
וְ֝/לִבְּ/ךָ֗ו֝/לב/ך֗וְ/לִבְּ/ךָו/לב/ךve./li.be./khaand/ heart/ yourH9002H3820AH9021HC+Ncmsc+Sp2ms
תָּשִׁ֥יתתש֥יתתָּשִׁיתתשיתta.Shityou will setH7896GHVqi2ms
לְ/דַעְתִּֽ/י\׃ל/דעת/י\לְ/דַעְתִּֽ/י\׃ל/דעת/י\le./da'.T/ito/ knowledge/ myH9005H1847H9020\H9016HR+Ncfsc+Sp1bs
  1. Neig uw oor, Deze vermaning wordt hier ingevoegd om den lezer tot de rechte betrachting van deze spreuken, ja van alle geboden Gods, op te scherpen.
  2. der wijzen, Salomo noemt deze spreuken niet alleen zijne, maar ook van alle andere ware wijzen, die hetzelve toestemden, van welken enigen genoemd worden onder Pro 30 , Pro 31 .
  3. mijn wetenschap; Dat is, mijne leer en geboden, die gij weten moet. Zie boven Pro 15:7 . Anders: om mij te kennen, [mij]; te weten, de wijsheid.

18 Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.123

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
נָ֭עִיםנ֭עיםנָעִיםנעיםNa.'im[will be] pleasantH5273AHAamsa
כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-thatH3588A\H9014HTc
תִשְׁמְרֵ֣/םתשמר֣/םתִשְׁמְרֵ/םתשמר/םtish.me.Re/myou will keep/ themH8104HH9038HVqi2ms+Sp3mp
בְּ/בִטְנֶ֑/ךָב/בטנ֑/ךבְּ/בִטְנֶ/ךָב/בטנ/ךbe./vit.Ne./khain/ belly/ yourH9003H0990JH9021HR+Ncfsc+Sp2ms
יִכֹּ֥נוּיכ֥נויִכֹּנוּיכנוyi.Ko.nuthey will be preparedH3559AHVNi3mp
יַ֝חְדָּ֗וי֝חד֗ויַחְדָּויחדוyach.DavtogetherH3162BHD
עַל\־על\עַל\־על\'al-onH5921A\H9014HR
שְׂפָתֶֽי/ךָ\׃שפתי/ך\שְׂפָתֶֽי/ךָ\׃שפתי/ך\se.fa.Tei./khalips/ yourH8193GH9021\H9016HNcfdc+Sp2ms
  1. die Te weten, woorden der wijzen.
  2. in uw binnenste Hebreeuws, in uwen buik; dat is in het binnenste uws harten. Zie boven Pro 18:8 , en Pro 20:30 ; Job 15:2 .
  3. gepast worden Te weten, opdat gij ze bekwamelijk en stichtelijk tot de mensen zoudt mogen uitspreken.

19 Opdat uw vertrouwen op den Heere zij, maak ik u die heden bekend; gij ook maak ze bekend.12

Original Hebrew

לִ/הְי֣וֹתל/הי֣ותלִ/הְיוֹתל/היותli/h.Yotto/ beH9005H1961HR+Vqcc
בַּ֭/יהוָהב֭/יהוהבַּ/יהוָהב/יהוהba./Yah.wehin/ YahwehH9003H3068GHR+Npt
מִבְטַחֶ֑/ךָמבטח֑/ךמִבְטַחֶ/ךָמבטח/ךmiv.ta.Che./khatrust/ yourH4009H9021HNcmsc+Sp2ms
הוֹדַעְתִּ֖י/ךָהודעת֖י/ךהוֹדַעְתִּי/ךָהודעתי/ךho.da'.Ti./khaI teach/ youH3045H9031HVhp1cs+Sp2ms
הַ/יּ֣וֹםה/י֣וםהַ/יּוֹםה/יוםhai./Yomthis/ dayH9009H3117GHTd+Ncmsa
אַף\־אף\אַף\־אף\'af-evenH0637\H9014HTj
אָֽתָּה\׃אתה\אָֽתָּה\׃אתה\'A.tahyouH0859A\H9016HPp2ms
  1. Opdat Vergelijk boven Pro 3:5-6 . Hiermede is het doel dezer spreuken aangewezen, hetwelk is in God te geloven en alles goeds van Hem te verwachten, mits dat wij Hem ook gehoorzamen.
  2. gij ook Te weten, die de wijsheid zoekt horende of lezende deze spreuken. Anders: [doet] gij ze ook. Vergelijk de manier van spreken met Pro 23:15 .

20 Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven van allerlei raad en wetenschap?12

Original Hebrew

הֲ/לֹ֤אה/ל֤אהֲ/לֹאה/לאha./Lo'¿/ notH9008H3808HTi+Tn
כָתַ֣בְתִּיכת֣בתיכָתַבְתִּיכתבתיkha.Tav.tihave I writtenH3789HVqp1cs
לְ֭/ךָל֭/ךלְ/ךָל/ךLe./khafor <the>/ youH9005H9031HRd+Sp2ms
שָׁלִישִׁ֑יםשליש֑יםשָׁלִישִׁיםשלישיםshil.shomofficersH7991CHNcmpa
בְּ/מ֖וֹעֵצֹ֣תב/מ֖ועצ֣תבְּ/מוֹעֵצֹתב/מועצתbe./Mo.'e.Tzot<in>/ counselsH9003H4156HR+Ncfpa
וָ/דָֽעַת\׃ו/דעת\וָ/דָֽעַת\׃ו/דעת\va./Da.'atand/ knowledgeH9002H1847\H9016HC+Ncfsa
  1. heerlijke Dat is, die den heren zelf en den gouverneurs of regeerders dienstig zijn, om van hen overlegd, besproken en in het werk gesteld te worden. Vergelijk boven Pro 8:6 . Anders: heb ik niet driemaal, dat is, dikwijls geschreven?
  2. allerlei Dat is, allerlei goede aanleidingen en onderwijs, om zichzelven naar Gods woord in het publieke en private leven wel aan te stellen.

21 Om u bekend te maken de zekerheid van de redenen der waarheid; opdat gij de redenen der waarheid antwoorden moogt dengenen, die u zenden.12

Original Hebrew

לְ/הוֹדִֽיעֲ/ךָ֗ל/הודיע/ך֗לְ/הוֹדִֽיעֲ/ךָל/הודיע/ךle./ho.di.'a./Khato/ make known to/ youH9005H3045H9031HR+Vhcc+Sp2ms
קֹ֭שְׁטְק֭שטקֹשְׁטְקשטKo.shet[the] truth ofH7189BHNcmsc
אִמְרֵ֣יאמר֣יאִמְרֵיאמרי'im.Reiwords ofH0561HNcmpc
אֱמֶ֑תאמ֑תאֱמֶתאמת'e.MetfaithfulnessH0571HHNcfsa
לְ/הָשִׁ֥יבל/הש֥יבלְ/הָשִׁיבל/השיבle./ha.Shivto/ bring backH9005H7725MHR+Vhcc
אֲמָרִ֥יםאמר֥יםאֲמָרִיםאמרים'a.ma.RimwordsH0561HNcmpa
אֱ֝מֶ֗תא֝מ֗תאֱמֶתאמת'e.MetfaithfulnessH0571HHNcfsa
לְ/שֹׁלְחֶֽי/ךָ\׃\ \פל/שלחי/ך\\ \פלְ/שֹׁלְחֶֽי/ךָ\׃\ \פל/שלחי/ך\\ \פle./sho.le.Chei./khato/ [those who] sent/ youH9005H7971GH9031\H9016\ \H9017HR+Vqrmpc+Sp2ms
  1. opdat gij Dat is opdat gij niet alleen zelf de waarheid weet, maar ook anderen die bekend moogt maken, naar de gelegenheid van uwe roeping.
  2. zenden Te weten, om enig werk voor hen in het bijzonder te doen, of voor allen in het algemeen enig ambt te bedienen. Anders: die [tot] u zenden; te weten, om goeden raad en rechte onderwijzing van u te hebben.

22 Beroof den arme niet, omdat hij arm is; en verbrijzel den ellendige niet in de poort.12

Original Hebrew

אַֽל\־אל\אַֽל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תִּגְזָל\־תגזל\תִּגְזָל\־תגזל\tig.zol-you robH1497\H9014HVqj2ms
דָּ֭לד֭לדָּלדלdala poor [person]H1800HAamsa
כִּ֣יכ֣יכִּיכיkiforH3588AHTc
דַל\־דל\דַל\־דל\dal-[is] poorH1800\H9014HAamsa
ה֑וּאה֑ואהוּאהואHu'heH1931HPp3ms
וְ/אַל\־ו/אל\וְ/אַל\־ו/אל\ve./'al-and/ may notH9002H0408\H9014HC+Tn
תְּדַכֵּ֖אתדכ֖אתְּדַכֵּאתדכאte.da.Ke'you crushH1792HVpj2ms
עָנִ֣יענ֣יעָנִיעני'a.Nia poor [person]H6041HAamsa
בַ/שָּֽׁעַר\׃ב/שער\בַ/שָּֽׁעַר\׃ב/שער\va./Sha.'arat the/ gateH9003H8179G\H9016HRd+Ncmsa
  1. arm is; De rijken en machtigen worden niet uitgesloten; maar de armen worden voornamelijk vermeld, omdat zij lichtelijk verdrukt kunnen worden, Job 31:21 , en omdat wij gehouden zijn hun meest goed te doen. Zie boven Pro 3:27 .
  2. in de poort Dat is, in het gericht. Zie Gen 22:17 .

23 Want de Heere zal hun twistzaak twisten, en Hij zal dengenen, die hen beroven, de ziel roven.123

Original Hebrew

כִּֽי\־כי\כִּֽי\־כי\ki-forH3588A\H9014HTc
יְ֭הוָהי֭הוהיְהוָהיהוהYah.wehYahwehH3068GHNpt
יָרִ֣יביר֣יביָרִיביריבya.Rivhe will conductH7378HVqi3ms
רִיבָ֑/םריב֑/םרִיבָ/םריב/םri.Va/mcase/ theirH7379H9028HNcmsc+Sp3mp
וְ/קָבַ֖עו/קב֖עוְ/קָבַעו/קבעve./ka.Va'and/ he will robH9001H6906Hc+Vqq3ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-<obj.>H0853\H9014HTo
קֹבְעֵי/הֶ֣םקבעי/ה֣םקֹבְעֵי/הֶםקבעי/הםkoe.'ei./Hem[those who] rob/ themH6906H9038HVqrmpc+Sp3mp
נָֽפֶשׁ\׃נפש\נָֽפֶשׁ\׃נפש\Na.feshlifeH5315H\H9016HNcfsa
  1. twistzaak Dat is, hunne zaken beschermen en voorstaan. Zie dezelfde manier van spreken 1Sa 25:39 ; onder Pro 23:11 ; Jer 51:36 .
  2. die hen beroven, Dat is, die den ellendigen hunne goederen en middelen afnemen.
  3. de ziel roven Dat is, het leven nemen.

24 Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;12

Original Hebrew

אַל\־אל\אַל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תִּ֭תְרַעת֭תרעתִּתְרַעתתרעTit.ra'you associateH7462CHVtj2ms
אֶת\־את\אֶת\־את\'et-withH0854\H9014HR
בַּ֣עַלב֣עלבַּעַלבעלBa.'ala master ofH1167IHNcmsc
אָ֑ףא֑ףאָףאף'AfangerH0639GHNcmsa
וְ/אֶת\־ו/את\וְ/אֶת\־ו/את\ve./'Etand/ withH9002H0854\H9014HC+R
אִ֥ישׁא֥ישאִישׁאיש'isha person ofH0376GHNcmsc
חֵ֝מוֹתח֝מותחֵמוֹתחמותChe.motrage<s>H2534HNcfpa
לֹ֣אל֣אלֹאלאlo'notH3808HTn
תָבֽוֹא\׃תבוא\תָבֽוֹא\׃תבוא\ta.Vo'you must goH0935G\H9016HVqi2ms
  1. grammoedige, Hebreeuws, heer, of bezitter des toorns; dat is die van nature en door gewoonte zeer tot toorn genegen is; alzo onder Pro 29:22 ; een heer der grimmigheid. Vergelijk Gen 14:13 .
  2. zeer grimmig man; Hebreeuws, man der grimmigheden, of der brandende toornigheden; dat is, die haast met groten toorn ontstoken wordt. Vergelijk Job 11:11 , en Psa 5:7 .

25 Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.12

Original Hebrew

פֶּן\־פן\פֶּן\־פן\pen-lestH6435\H9014HTc
תֶּאֱלַ֥ףתאל֥ףתֶּאֱלַףתאלףte.'e.Lafyou should learnH0502HVqi2ms
אֹֽרְחֹתָ֑י/וארחת֑י/ואֹֽרְחֹתָי/וארחתי/ו'a.re.cha.to/vways/ hisH0734H9023HNcfpc+Sp3ms
וְ/לָקַחְתָּ֖ו/לקחת֖וְ/לָקַחְתָּו/לקחתve./la.kach.Taand/ you will takeH9001H3947HHc+Vqq2ms
מוֹקֵ֣שׁמוק֣שמוֹקֵשׁמוקשmo.Kesha snareH4170HNcmsa
לְ/נַפְשֶֽׁ/ךָ\׃ל/נפש/ך\לְ/נַפְשֶֽׁ/ךָ\׃ל/נפש/ך\le./naf.She./khafor/ self/ yourH9005H5315IH9021\H9016HR+Ncfsc+Sp2ms
  1. paden Of, wegen; zie Gen 6:12 .
  2. een strik Dat is, een kwaad en verderf over uzelven brengt, dat gij niet ontgaan kunt. Vergelijk boven Pro 18:7 .

26 Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn.1

Original Hebrew

אַל\־אל\אַל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תְּהִ֥יתה֥יתְּהִיתהיte.Hiyou beH1961HVqj2ms
בְ/תֹֽקְעֵי\־ב/תקעי\בְ/תֹֽקְעֵי\־ב/תקעי\ve./to.ke.'ei-among/ [those who] strikeH9003H8628\H9014HR+Vqrmpc
כָ֑ףכ֑ףכָףכףKhaf<of> a palmH3709GHNcfsa
בַּ֝/עֹרְבִ֗יםב֝/ערב֗יםבַּ/עֹרְבִיםב/ערביםba./'o.re.Vimamong <the>/ [those who] stand surety forH9003H6148HRd+Vqrmpa
מַשָּׁאֽוֹת\׃משאות\מַשָּׁאֽוֹת\׃משאות\ma.sha.'otdebtsH4859\H9016HNcfpa
  1. hand klappen, Te weten, van den schuldheer, tot een teken dat men voor den schuldenaar borg is; zie Job 17:3 , en boven Pro 6:1 .

27 Zo gij niet hadt om te betalen, waarom zou men uw bed van onder u wegnemen?12

Original Hebrew

אִם\־אם\אִם\־אם\'im-ifH0518A\H9014HTc
אֵֽין\־אין\אֵֽין\־אין\'ein-notH0369\H9014HNcmsc
לְ/ךָ֥ל/ך֥לְ/ךָל/ךle./Kha[belongs] to/ youH9005H9031HR+Sp2ms
לְ/שַׁלֵּ֑םל/של֑םלְ/שַׁלֵּםל/שלםle./sha.Lemto/ payH9005H7999AHR+Vpcc
לָ֥/מָּהל֥/מהלָ/מָּהל/מהLa./mah<to>/ why?H9005H4100HR+Pi
יִקַּ֥חיק֥חיִקַּחיקחyi.Kachwill anyone takeH3947GHVqi3ms
מִ֝שְׁכָּבְ/ךָ֗מ֝שכב/ך֗מִשְׁכָּבְ/ךָמשכב/ךmish.ka.ve./khabed/ yourH4904H9021HNcmsc+Sp2ms
מִ/תַּחְתֶּֽי/ךָ\׃מ/תחתי/ך\מִ/תַּחְתֶּֽי/ךָ\׃מ/תחתי/ך\mi./tach.Tei./khafrom/ under/ youH9006H8478GH9031\H9016HR+Ncmpc+Sp2ms
  1. te betalen, Te weten, den schuldheer, tot wiens verzekering gij voor den schuldenaar borg geworden zijt.
  2. wegnemen? Te weten, zo er anders in uw huis niets ware om den schuldeiser te voldoen. Versta dit van dengene, die zich borg stelde voor de schuld van een ander; want daarmede verklaarde hij dat hij rijk was en de macht had om te betalen, zodat hij zich niet mocht behelpen met de wet, Exo 22:26-27 ; Deu 24:6 . Hoewel dan de wet der liefde beval dat men des armen noodzakelijke dingen niet zou te pand nemen; nochtans liet het burgerlijke recht zulks in zekere gevallen toe, ja ook den schuldenaar voor een tijd tot slaaf te maken, 2Ki 4:1 . Zie ook boven Pro 20:16 .

28 Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben.1

Original Hebrew

אַל\־אל\אַל\־אל\'al-may notH0408\H9014HTn
תַּ֭סֵּגת֭סגתַּסֵּגתסגTa.segyou displaceH5253HVhj2ms
גְּב֣וּלגב֣ולגְּבוּלגבולge.Vula boundary ofH1366GHNcmsc
עוֹלָ֑םעול֑םעוֹלָםעולםo.LamantiquityH5769JHNcmsa
אֲשֶׁ֖ראש֖ראֲשֶׁראשר'a.SherwhichH0834AHTr
עָשׂ֣וּעש֣ועָשׂוּעשו'a.Suthey madeH6213HHVqp3cp
אֲבוֹתֶֽי/ךָ\׃אבותי/ך\אֲבוֹתֶֽי/ךָ\׃אבותי/ך\'a.vo.Tei./khaancestors/ yourH0001GH9021\H9016HNcfpc+Sp2ms
  1. de oude Hebreeuws, de palen der eeuwigheid. Zie van deze palen Deu 19:14 , en Deu 27:17 ; boven Pro 15:25 , en onder Pro 23:10 ; en van het woord eeuwigheid, dat hier voor een langen en onbepaalden tijd genomen wordt, 1Ki 1:31 .

29 Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.12

Original Hebrew

חָזִ֡יתָחז֡יתחָזִיתָחזיתcha.Zi.tayou seeH2372HVqp2ms
אִ֤ישׁ\׀א֤יש\אִישׁ\׀איש\'isha personH0376G\H9015HNcmsa
מָ֘הִ֤ירמ֘ה֤ירמָהִירמהירma.HirskilledH4106HAamsa
בִּ/מְלַאכְתּ֗/וֹב/מלאכת֗/ובִּ/מְלַאכְתּ/וֹב/מלאכת/וbi/m.lakh.T/oin/ work/ hisH9003H4399H9023HR+Ncfsc+Sp3ms
לִֽ/פְנֵֽי\־ל/פני\לִֽ/פְנֵֽי\־ל/פני\li/f.nei-<to>/ beforeH9005H6440G\H9014HR+Ncmpc
מְלָכִ֥יםמלכ֥יםמְלָכִיםמלכיםme.la.KhimkingsH4428GHNcmpa
יִתְיַצָּ֑ביתיצ֑ביִתְיַצָּביתיצבyit.ya.Tzavhe will take his standH3320HVti3ms
בַּל\־בל\בַּל\־בל\bal-notH1077\H9014HTn
יִ֝תְיַצֵּבי֝תיצביִתְיַצֵּביתיצבYit.ya.tzevhe will take his standH3320HVti3ms
לִ/פְנֵ֥יל/פנ֥ילִ/פְנֵיל/פניli/f.Nei<to>/ beforeH9005H6440GHR+Ncmpc
חֲשֻׁכִּֽים\׃\ \פחשכים\\ \פחֲשֻׁכִּֽים\׃\ \פחשכים\\ \פcha.shu.Kiminsignificant [people]H2823\H9016\ \H9017HAampa
  1. voor het aangezicht Voor iemands aangezicht gesteld worden, of staan, is hem te dienen, of daartoe bevorderd en geroepen te worden; zie Deu 1:38 , en 1Ki 1:2 .
  2. ongeachte Hebreeuws, duistere; te weten, lieden, of mensen; dat is, gemene, onbekende, slechte en niet van aanzien.