reltext

Chapter 3

1 Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk.12345

Original Greek

ΠιστὸςPistosTrustworthy [is]G4103A-NSM
ὁhotheG3588T-NSM
λόγος·logossaying:G3056N-NSM
εἴeiIfG1487GCOND
τιςtisanyoneG5100X-NSM
ἐπισκοπῆςepiskopēsoverseershipG1984N-GSF
ὀρέγεται,oregetaiaspires to,G3713V-PMI-3S
καλοῦkalouof goodG2570GA-GSN
ἔργουergoua workG2041N-GSN
ἐπιθυμεῖ.epithumeihe is desirous.G1937V-PAI-3S
  1. getrouw woord Of, gewis geloofwaardig, zeker.
  2. eens opzieners ambt Grieks Episcopes; waarvan het woord episcopus, of bisschop komt; waardoor alle opzieners en leraars der gemeente zonder onderscheid worden verstaan, gelijk hierna uit de volgende beschrijving blijkt en ook uit de vergelijking met andere plaatsen. Zie Act 20:17, Act 20:28; Phi 1:1; Tit 1:5, Tit 1:7, enz.
  3. lust heeft, die Of, begerig is. Hij spreekt niet van enigen lust of begeerte van eergierigheid, maar van ene toegenegenheid des gemoeds, hetwelk hem zelf door behoorlijke middelen daartoe bereid en gewillig toont; zich zelf evenwel altijd onderwerpende aan het oordeel der gemeente, en een wettelijk beroep verwachtende.
  4. een treffelijk Grieks goed, schoon, eerlijk.
  5. werk Dat is, arbeid of arbeidzaam werk. Het is in gene eretitels alleen gelegen, maar gepaard met arbeid en moeite, waarom Christus die ook werkers of arbeiders noemt; Mat 9:37-38, en Mat 10:10.

2 Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;1234

Original Greek

δεῖdeiIt behoovesG1163V-PAI-3S
οὖνounthereforeG3767CONJ
τὸνtontheG3588T-ASM
ἐπίσκοπονepiskoponoverseerG1985N-ASM
ἀνεπίλημπτονanepilēmptonabove reproachG0423A-ASM
εἶναι,einaito be,G1511V-PAN
μιᾶςmiasof oneG1520A-GSF
γυναικὸςgunaikoswifeG1135HN-GSF
ἄνδρα,andra[the] husband,G0435HN-ASM
νηφάλιον,nēphalionsober,G3524A-ASM
σώφρονα,sōphronaself-controlled,G4998A-ASM
κόσμιον,kosmionrespectable,G2887A-ASM
φιλόξενον,philoxenonhospitable,G5382A-ASM
διδακτικόν,didaktikonable to teach,G1317A-ASM
  1. onberispelijk zijn, Namelijk ten aanzien van zijnen handel en wandel onder de mensen.
  2. ener vrouwe man, Niet dat hij noodzakelijk getrouwd moet zijn, daar Paulus zelf niet getrouwd was, 1Co 7:7, maar omdat hij niet veel vrouwen, òf te gelijk, of de ene na de andere door echtscheiding mocht hebben, gelijk bij de Joden en Grieken, en inzonderheid in die Oosterse landen zeer lang gebruikelijk is geweest; hetwelk voor een tijd wel in anderen geduld schijnt geweest te zijn, maar in de leraars niet mocht geduld worden. Zie dergelijke wijze van spreken 1Ti 5:9.
  3. wakker, matig, Of, nuchteren.
  4. eerbaar, gaarne herbergende, Het Griekse woord kosmios betekent eigenlijk een, die in zijn gedrag en gehelen wandel eerbaar is, en niets doet dan wat wel schikt of voegt. Zie 1Ti 2:9.

3 Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig.12

Original Greek

μὴmēnotG3361PRT-N
πάροινον,paroinongiven to wine,G3943A-ASM
μὴmēnotG3361PRT-N
πλήκτηνplēktēna strikerG4131N-ASM
μὴmēnotG3361PRT-N
αἰσχροκερδῆ,aischrokerdēgreedy of base gainG0146A-ASM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ἐπιεικῆ,epieikēgentle,G1933A-ASM
ἄμαχον,amachonpeaceable,G0269A-ASM
ἀφιλάργυρον,aphilarguronnot loving money,G0866A-ASM
  1. genegen tot den wijn, Of zittende bij den wijn; dat is, zich niet begevende tot veel wijn, gelijk hij hierna spreekt, vs.8.
  2. bescheiden, Dat is, die anderen kan wijken en in redelijkheid verdragen, gelijk het Griekse woord medebrengt.

4 Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid;12

Original Greek

τοῦtou<the>G3588T-GSM
ἰδίουidiou[his] ownG2398A-GSM
οἴκουoikouhouseG3624HN-GSM
καλῶςkalōswellG2573ADV
προϊστάμενον,proistamenonmanaging,G4291V-PMP-ASM
τέκναteknachildrenG5043N-APN
ἔχονταechontahavingG2192V-PAP-ASM
ἐνeninG1722PREP
ὑποταγῇhupotagēasubmissionG5292N-DSF
μετὰmetawithG3326PREP
πάσηςpasēsallG3956A-GSF
σεμνότητος.¶semnotētosdignity —.G4587N-GSF
  1. huis wel regeert, Dat is, huisgezin, namelijk vrouw, kinderen, dienstbodne. Of zijn huis wel voorstaat.
  2. stemmigheid; Of zedigheid, deftigheid, gestadigheid, eerbaarheid. Zie 1Ti 2:2.

5 ( Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?)

Original Greek

ΕἰEiifG1487GCOND
δέdebutG1161CONJ
τιςtisoneG5100X-NSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ἰδίουidiouhis [own]G2398A-GSM
οἴκουoikouhouseholdG3624HN-GSM
προστῆναιprostēnaito manageG4291V-2AAN
οὐκouknotG3756PRT-N
οἶδεν,oidenknows,G6063V-RAI-3S
πῶςpōshowG4459PRT-I
ἐκκλησίαςekklēsias[the] churchG1577N-GSF
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἐπιμελήσεται;epimelēsetaiwill he care for?G1959V-FDI-3S

6 Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle.123

Original Greek

μὴmēnotG3361PRT-N
νεόφυτον,neophutona novice,G3504A-ASM
ἵναinathatG2443CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
τυφωθεὶςtuphōtheishaving been puffed upG5187V-APP-NSM
εἰςeisintoG1519PREP
κρίμαkrima[the] judgmentG2917N-ASN
ἐμπέσῃempesēhe may fallG1706V-2AAS-3S
τοῦtouof theG3588T-GSM
διαβόλου.diaboloudevil.G1228A-GSM
  1. nieuweling, opdat Grieks neophytos; hetwelk betekent nieuw geplant; dat is, die kort tevoren tot het geloof of tot de gemeente zich heeft begeven.
  2. opgeblazen worde, Namelijk door gedachte van grote wijsheid, die hij zou menen te hebben, wanneer hij zo spoedig tot het leerambt zou zijn bevorderd.
  3. en in het oordeel Dat is, in zulk oordeel waarin de duivel gevallen is, toen hij zich over zijn wijsheid, pas geschapen zijnde, tegen God heeft willen verheffen. Anderen nemen hier het Griekse woord diabolos voor een lasteraar, gelijk het eigenlijk betekent en gebruikt wordt in vs.11, en 2Ti 3:3, en verklaren het aldus: opdat hij zich zelf verheffende, niet valle in het oordeel of beschuldiging des lasteraars, tot verkleining en ergernis van Christus' gemeente, gelijk in vs.7 ook wordt gesproken.

7 En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en in den strik des duivels.123

Original Greek

δεῖdeiIt behoovesG1163V-PAI-3S
δὲdenowG1161CONJ
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
καὶkaialsoG2532CONJ
μαρτυρίανmarturiana testimonyG3141N-ASF
καλὴνkalēngoodG2570GA-ASF
ἔχεινecheinto haveG2192V-PAN
ἀπὸapofromG0575PREP
τῶνtōnthoseG3588T-GPM
ἔξωθεν,exōthenoutside,G1855PREP
ἵναinaso thatG2443CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
εἰςeisintoG1519PREP
ὀνειδισμὸνoneidismonreproachG3680N-ASM
ἐμπέσῃempesēhe may fallG1706V-2AAS-3S
καὶkaiandG2532CONJ
παγίδαpagida[the] snareG3803N-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSM
διαβόλου.¶diaboloudevil.G1228A-GSM
  1. die buiten zijn, Dat is, nog vreemd zijn van gemeente, gelijk 1Co 5:12.
  2. smaadheid, en Of verachting; namelijk bij degenen, waaronder hij tevoren lichtvaardig of onrechtvaardig verkeerd mocht hebben, zo hij met een volgend goed leven, nu gelovig geworden zijnde, het een tijd lang niet heeft verbeterd en bedekt.
  3. in den strik des Of struik des lasteraars; gelijk vs.6, waardoor sommigen verstaan enige kleinmoedigheid, die hem daardoor zou mogen overkomen, als een strik over zijne ziel; anderen, zulke versmaadheid, waardoor hij als met een strik van den duivel zou belet zijn de gemeente in dit zijn beroep behoorlijk te stichten.

8 De diakenen insgelijks moeten eerbaar zijn, niet tweetongig, niet die zich tot veel wijns begeven, geen vuil-gewinzoekers;123

Original Greek

ΔιακόνουςDiakonousDeaconsG1249N-APM
ὡσαύτωςhōsautōslikewiseG5615ADV
σεμνούς,semnous[must be] dignified,G4586A-APM
μὴmēnotG3361PRT-N
διλόγους,dilogousdouble-tongued,G1351A-APM
μὴmēnotG3361PRT-N
οἴνῳoinōto wineG3631N-DSM
πολλῷpollōmuchG4183A-DSM
προσέχοντας,prosechontasbeing given,G4337V-PAP-APM
μὴmēnotG3361PRT-N
αἰσχροκερδεῖς,aischrokerdeisgreedy of dishonest gain,G0146A-APM
  1. diakenen insgelijks Van de instelling en het bijzonder ambt der diakenen in het verzorgen der armen, zie Act 6:1-2, enz.
  2. eerbaar zijn, Of stemmig; gelijk hiervoor vs.4.
  3. tweetongig, niet Grieks tweewoordig; dat is, ijdel en ongestadig van woorden.

9 Houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten.123

Original Greek

ἔχονταςechontasholdingG2192V-PAP-APM
τὸtoto theG3588T-ASN
μυστήριονmustērionmysteryG3466N-ASN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
πίστεωςpisteōsfaithG4102GN-GSF
ἐνenwithG1722PREP
καθαρᾷkatharaclearG2513A-DSF
συνειδήσει.suneidēseia conscience.G4893N-DSF
  1. Houdende Grieks hebbende; dat is, behoudende of bewarende.
  2. de verborgenheid Dat is, de leer of de belijdenis van de leer des evangelies, die doorgaans ene verborgenheid wordt genoemd, omdat deze den mens niet uit de natuur, maar door Gods openbaring bekend is gemaakt. Zie 1Co 2:6-7.
  3. een rein geweten Dat is, goed of oprecht geweten, waarvan zie hiervoor 1Ti 1:19; want al was het ambt der diakenen niet om in de vergaderingen openlijk te leren, zo bracht nochtans hun dienst mee, dat zij met vele soorten van mensen verkeerden, die zij ook moesten onderrichten en troosten, en soms ook wederspreken, gelijk een voorbeeld is in Stefanus, Hand. 7. Dat Filippus den Moorman onderricht en gedoopt heeft, is door buitengewone roeping geschied, toen hij tot een evangelist was gesteld. Zie Act 8:29, en Act 21:8.

10 En dat deze ook eerst beproefd worden, en dat zij daarna dienen, zo zij onbestraffelijk zijn.12

Original Greek

καὶkaiAlsoG2532CONJ
οὗτοιhoutoitheseG3778D-NPM
δὲdenowG1161CONJ
δοκιμαζέσθωσανdokimazesthōsanthey should be testedG1381V-PPM-3P
πρῶτον,prōtonfirst,G4413GA-ASN
εἶταeitathenG1534ADV
διακονείτωσανdiakoneitōsanthey should serveG1247V-PAM-3P
ἀνέγκλητοιanegklētoiblamelessG0410A-NPM
ὄντες.¶ontesbeing.G1510V-PAP-NPM
  1. eerst beproefd worden, Dit vatten sommigen zo op, alsof er nog een lagere trap in deze bediening ware geweest, die zij onder diakenen noemen, waarin zij eerst voor een tijd moesten worden beproefd; doch dat is niet nodig, daar dit woord bekwamelijk kan genomen worden van de beproeving van zulke personen aan de regelen hier voorgesteld, die door de regeerders der gemeente geschiedt.
  2. onbestraffelijk zijn Grieks onbeschuldiglijk; namelijk in hunnen handel en wandel geoordeeld en bevonden worden.

11 De vrouwen insgelijks moeten eerbaar zijn, geen lasteressen, wakker, getrouw in alles.123

Original Greek

ΓυναῖκαςGunaikasWomenG1135HN-APF
ὡσαύτωςhōsautōslikewiseG5615ADV
σεμνάς,semnas[must be] dignified,G4586A-APF
μὴmēnotG3361PRT-N
διαβόλους,diabolousslanderers,G1228A-APF
νηφαλίους,nēphaliousclear-minded,G3524A-APF
πιστὰςpistasfaithfulG4103A-APF
ἐνeninG1722PREP
πᾶσιν.pasinall things.G3956A-DPN
  1. De vrouwen insgelijks Dit moet zowel op de vrouwen der opzieners, als der diakenen, toegepast worden. Want van de weduwen die diakonessen waren, zal hierna 1Ti 5:9 en vervolgens gehandeld worden.
  2. wakker, Of, nuchter. Zie vs.2.
  3. getrouw in alles Dit schijnt de apostel hier in de huisvrouwen der opzieners en diakenen te vereisen, niet alleen omdat zij haren mannen moeten getrouw zijn, maar omdat haar ook somtijds enige dingen de regering der Kerk en de bewaring en uitdeling der aalmoezen aangaande, bekend worden, waarin getrouwheid nodig is.

12 Dat de diakenen ener vrouwe mannen zijn, die hun kinderen en hun eigen huizen wel regeren.

Original Greek

διάκονοιdiakonoiDeaconsG1249N-NPM
ἔστωσανestōsanshould beG1510V-PAM-3P
μιᾶςmiasof oneG1520A-GSF
γυναικὸςgunaikoswifeG1135HN-GSF
ἄνδρες,andreshusbands,G0435HN-NPM
τέκνωνteknōn[their] childrenG5043N-GPN
καλῶςkalōswellG2573ADV
προϊστάμενοιproistamenoimanagingG4291V-PMP-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
τῶνtōn<the>G3588T-GPM
ἰδίωνidiōn[their] ownG2398A-GPM
οἴκων.oikōnhouseholds.G3624HN-GPM

13 Want die wel gediend hebben, verkrijgen zichzelven een goeden opgang, en vele vrijmoedigheid in het geloof, hetwelk is in Christus Jezus.12

Original Greek

οἱhoiThoseG3588T-NPM
γὰρgarforG1063CONJ
καλῶςkalōswellG2573ADV
διακονήσαντεςdiakonēsanteshaving servedG1247V-AAP-NPM
βαθμὸνbathmona standingG0898N-ASM
ἑαυτοῖςhe'autoisfor themselvesG1438F-3DPM
καλὸνkalongoodG2570GA-ASM
περιποιοῦνταιperipoiountaiacquireG4046V-PMI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
πολλὴνpollēngreatG4183A-ASF
παρρησίανparrēsianconfidenceG3954N-ASF
ἐνeninG1722PREP
πίστειpistei[the] faithG4102GN-DSF
τῇtēathat [is]G3588T-DSF
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
Ἰησοῦ.¶IēsouJesus.G2424GN-DSM-P
  1. opgang, en Of trap; waardoor verstaan wordt, òf een goede achting en aanzien in Gods gemeente, òf ook een toegang tot meerdere en hogere diensten; namelijk des ouderlingschaps, of van het leerambt, gelijk ook bij de ouden veel gebruikelijk is geweest.
  2. vele vrijmoedigheid Namelijk zo in hun geloof, omdat het met een goede conscientie vergezeld is; als ook in hun doen en spreken voor Gods Kerk, omdat zij trouw daarin handelen. Hetwelk de apostel hier schijnt te stellen tegen de lasteringen en strikken des satans, waarvan hij heeft gesproken vs.6,7.

14 Deze dingen schrijf ik u, hopende zeer haast tot u te komen;

Original Greek

ΤαῦτάTautaThese thingsG3778D-APN
σοιsoito youG4771P-2DS
γράφωgraphōI am writingG1125V-PAI-1S
ἐλπίζωνelpizōnhopingG1679V-PAP-NSM
ἐλθεῖνeltheinto comeG2064V-2AAN
πρὸςprostoG4314PREP
σὲseyouG4771P-2AS
ἐνenwithG1722PREP
τάχει·tacheispeed;G5034N-DSN

15 Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid.12

Original Greek

ἐὰνeanifG1437COND
δὲdehoweverG1161CONJ
βραδύνω,bradunōI shall delay,G1019V-PAS-1S
ἵναinaso thatG2443CONJ
εἰδῇςeidēasyou may knowG6063V-RAS-2S
πῶςpōshowG4459PRT-I
δεῖdeiit behooves [one]G1163V-PAI-3S
ἐνeninG1722PREP
οἴκῳoikō[the] householdG3624HN-DSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἀναστρέφεσθαι,anastrephesthaito conduct oneself,G0390V-PPN
ἥτιςhētiswhichG3748R-NSF
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
ἐκκλησίαekklēsia[the] churchG1577N-NSF
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ζῶντος,zōntos[the] living,G2198V-PAP-GSM
στῦλοςstulos[the] pillarG4769N-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἑδραίωμαhedraiōmabaseG1477N-NSN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἀληθείας.¶alētheiastruth.G0225N-GSF
  1. in het huis Gods Zo wordt de gemeente genoemd, omdat God met Zijn Geest en Woord daarin woont. Zie 1Co 3:16; Heb 3:4-6.
  2. een pilaar en Zo wordt de gemeente Gods genoemd, omdat God in Zijne gemeente de waarheid bevestigt, en door haar aan anderen openlijk bekend maakt, gelijk de overheid haar plakkaten en wetten aan pilaren of andere vastigheden pleegt aan te slaan en hechten, om allen bekend te worden. En hier wordt volgens dien verklaard het ambt, de schuldige plicht der gemeente te zijn, deze waarheid te verbreiden en tegen alle dwalingen te bevestigen. Wanneer zij dit niet doet, valt zij lichtelijk in scheuringen en dolingen. Zie Mal 2:5, enz.; gelijk Paulus ook de gemeente van Efeze, waar Timotheüs toen was, gelijk blijkt 1Ti 1:3, hiertegen waarschuwt, Act 20:28, enz.; en Christus zelf Rev 2:1, enz. Anderen voegen deze woorden bij het volgende vers, vs.16.

16 En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.123456789

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
ὁμολογουμένωςhomologoumenōsconfessedlyG3672ADV
μέγαmegagreatG3173A-NSN
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
τὸtotheG3588T-NSN
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
εὐσεβείαςeusebeiasof godlinessG2150N-GSF
μυστήριον,mustērionmystery:G3466N-NSN
ὃςhosWhoG3739R-NSM
ἐφανερώθηephanerōthēwas revealedG5319V-API-3S
ἐνeninG1722PREP
σαρκί,sarki[the] flesh,G4561N-DSF
ἐδικαιώθηedikaiōthēwas justifiedG1344V-API-3S
ἐνeninG1722PREP
πνεύματι,pneumati[the] Spirit,G4151GN-DSN
ὤφθηōphthēbeheldG3700GV-ADI-3S
ἀγγέλοις,angeloisby angels,G0032GN-DPM
ἐκηρύχθηekēruchthēwas proclaimedG2784V-API-3S
ἐνenamongG1722PREP
ἔθνεσιν,ethnesin[the] nations,G1484N-DPN
ἐπιστεύθηepisteuthēwas believed onG4100V-API-3S
ἐνeninG1722PREP
κόσμῳ,kosmō[the] world,G2889N-DSM
ἀνελήμφθηanelēmphthēwas taken upG0353V-API-3S
ἐνeninG1722PREP
δόξῃ.¶doxēglory.G1391N-DSF
  1. de verborgenheid der Zo noemt de apostel de leer des Evangelies, gelijk hiervoor, vs.9, de verborgenheid des geloofs, waarvan hij een korte som in de volgende woorden voorstelt.
  2. God is Dat is, de eeuwige Zoon Gods, gelijk dit woord God ook voor God den Zoon gebruikt wordt; Joh 1:1; Act 20:28; Rom 9:5; 1Jo 5:20, en elders.
  3. geopenbaard Dat is, is mens geworden, en heeft door woorden en werken Zijn godheid bekend gemaakt. Zie Luk 24:19; Joh 1:14.
  4. in het vlees, is Dat is, in de menselijke natuur, die door Hem in enigheid des persoons is aangenomen, gelijk Joh 1:14; Rom 1:3; Heb 2:14.
  5. gerechtvaardigd Voor onschuldig en rechtvaardig erkend, gelijk Mat 11:19; Luk 7:29; Rom 3:4.
  6. in den Geest, Of door den Geest. Hetwelk te verstaan is van de Goddelijke natuur van Christus, waardoor Hij Zichzelf uit de doden heeft verwekt, en volgens dien ook bewezen rechtvaardig en onschuldig te zijn, hoewel Hij door de Joden en heidenen voor schuldig was veroordeeld. Eenigen nemen het voor de gaven des Heiligen Geestes, die Hij na Zijn verrijzenis op Zijn discipelen en andere gelovigen heeft uitgestort. Dit komt met Paulus' doel niet overeen, daar deze gaven des Heiligen Geestes eerst na Christus' verheerlijking zijn gegeven, waarvan hij in het laatste lid spreekt, en wordt ook het eerste met dergelijke wijze van spreken bevestigd; Rom 1:4; 1Pe 3:18.
  7. van de engelen, Namelijk als Zijn dienaars en boden, zo in Zijn geboorte, Luk 2:13, als in Zijn verzoeking, Mat 4:11, in Zijn lijden, Luk 22:43, en in Zijn opstanding en hemelvaart, Luk 24:4; Act 1:10.
  8. in de wereld, is Dat is, onder alle volken der wereld, zowel heidenen als Joden; Rom 10:18; Col 1:6.
  9. opgenomen in heerlijkheid Namelijk ter rechterhand Zijns Vaders, vanwaar Hij de gaven Zijns Geestes in Zijn gemeente heeft uitgestort, en door krachten en wonderen Zijn heerlijkheid heeft betoond; Mar 16:19-20; Act 1:2, Act 1:8, en Act 2:33, enz.