reltext

Chapter 61

1 Voor muziekbegeleiding; voor Jedoetoen. Een psalm van David.

2 Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil;

3 Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!

4 Hoe lang nog stormt gij op een ander los, En stoot hem met u allen omver Als een hellende wand, Of een vallende muur?

5 Ze leggen het op zijn ondergang aan, En liegen er op los, om hem in het ongeluk te storten; Ze zegenen wel met hun mond, Maar vervloeken met hun hart.

6 Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil;

7 Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!

8 Bij God is mijn heil en mijn eer, God is mijn sterkte en mijn stut.

9 Blijf altijd op God vertrouwen, mijn volk, Stort uw hart voor Hem uit: onze toevlucht is God!

10 Maar de mens is enkel een zucht, De kinderen der mensen een leugen; In de weegschaal gaan ze allen omhoog, Ze zijn lichter dan lucht. Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil; Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!

11 Ook in afpersing stelt geen vertrouwen. Op diefstal geen ijdele hoop; En als de rijkdom vermeerdert, Hecht uw hart er niet aan.

12 Eén woord heeft God gesproken, En deze twee heb ik gehoord: Bij God is de macht;

13 bij U de genade, o Heer! En: Gij vergeldt iedereen naar zijn werken!