reltext

Chapter 75

1 Voor muziekbegeleiding; met harpen. Een psalm van Asaf; een lied.

2 God heeft Zich in Juda doen kennen, Ontzaglijk is in Israël zijn Naam!

3 Zijn tent staat in Sjalem, Zijn woning op Sion:

4 Daar sloeg Hij de schichten van de boog, Schild en zwaard en strijdknots stuk!

5 Vol majesteit straalt Gij Uit de eeuwige bergen

6 Kloeke harten werden ontmoedigd en vielen in slaap, De arm ontzonk alle dappere strijders;

7 God van Jakob, door uw dreigen Werden ruiters en paarden versuft.

8 Geweldig zijt Gij! Wie houdt voor U stand, Als uw toorn is ontstoken?

9 Toen Gij uit de hemel uw vonnis deedt horen, Werd de aarde stil van ontzetting:

10 Toen Gij opstondt ten oordeel, o God, Om alle ongelukkigen in het Land te redden.

11 Alle stammen der mensen moeten U prijzen, Wat uw toorn heeft gespaard, U feestelijk loven!

12 Doet geloften aan Jahweh, uw God, en blijft ze trouw, Brengt Hem geschenken, gij allen, die rond Hem moogt wonen:

13 Den Geweldige, die de hoogmoed der vorsten vernedert, Die door de koningen der aarde wordt gevreesd!