reltext

Chapter 63

1 Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David.

2 Hoor, o God, mijn luid gejammer, Bevrijd mijn leven van de schrik voor den vijand;

3 Bescherm mij tegen de aanslag der bozen, En tegen het woelen van schurken.

4 Want ze scherpen hun tong als een zwaard, Richten als pijlen hun bittere woorden;

5 En om in het geniep den onschuldige te treffen, Leggen ze onverhoeds en onvervaard op hem aan.

6 Ze stellen hun boze plannen vast, En overleggen, hoe hun strikken te zetten; Ze zeggen: Wie ziet het;

7 Wie achterhaalt onze streken? We zijn met onze plannen gereed, De list is gelukt! Het binnenste van iederen mens is een graf, Een afgrond zijn hart!

8 Daar schiet God zijn pijl op hen af, En de slagen vallen onverwacht op hen neer;

9 Hun eigen tong brengt ze ten val: Wie ze ziet, schudt meewarig het hoofd.

10 En allen zullen vol diep ontzag Gods daden verkonden, Erkennen, dat het zijn werk is geweest;

11 De brave zal zich in Jahweh verheugen, en op Hem hopen, Alle oprechten van hart zullen juichen!