reltext

Chapter 1

1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, door den wil van God, aan de heiligen, die te Efeze zijn, en gelovigen in Christus Jezus:12

Original Greek

ΠαῦλοςPaulosPaulG3972GN-NSM-P
ἀπόστολοςapostolosan apostleG0652N-NSM
ΧριστοῦChristouof ChristG5547N-GSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
διὰdiathroughG1223PREP
θελήματοςthelēmatos[the] willG2307N-GSN
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
τοῖςtoisTo theG3588T-DPM
ἁγίοιςhagioissaintsG0040HA-DPM
τοῖςtoiswhoG3588T-DPM
οὖσινousinare beingG1510V-PAP-DPM
ἐνeninG1722PREP
ἘφέσῳEphesōEphesusG2181N-DSF-L
καὶkaiandG2532CONJ
πιστοῖςpistoisfaithfulG4103A-DPM
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
Ἰησοῦ·IēsouJesus;G2424GN-DSM-P
  1. een apostel Van dit gehele opschrift van Paulus, zie de aantekeningen Rom 1:1; 1Co 1:1-2.
  2. gelovigen in Dezen laatsten titel voegt hij daarbij tot verklaring van den eersten, namelijk dat hij zodanige heiligen verstaat, die door het geloof en den Geest van Christus zijn geheiligd, Act 15:8-9; 1Pe 1:22; niet gelijk vele Joden zich heilig noemden, omdat zij uiterlijk door de ceremoniën geheiligd waren; Heb 9:13, Heb 9:23.

2 Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

Original Greek

χάριςcharisGraceG5485N-NSF
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP
καὶkaiandG2532CONJ
εἰρήνηeirēnēpeaceG1515N-NSF
ἀπὸapofromG0575PREP
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
πατρὸςpatros[the] FatherG3962N-GSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
καὶkaiandG2532CONJ
κυρίουkuriou[the] LordG2962GN-GSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
Χριστοῦ.¶ChristouChrist.G5547N-GSM-T

3 Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.12345

Original Greek

ΕὐλογητὸςEulogētosBlessed [be]G2128A-NSM
ὁhotheG3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
πατὴρpatērFatherG3962N-NSM-T
τοῦtouof theG3588T-GSM
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
Χριστοῦ,ChristouChrist,G5547N-GSM-T
ὁhothe [One]G3588T-NSM
εὐλογήσαςeulogēsashaving blessedG2127V-AAP-NSM
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἐνenwithG1722PREP
πάσῃpasēeveryG3956A-DSF
εὐλογίᾳeulogiablessingG2129N-DSF
πνευματικῇpneumatikēaspiritualG4152A-DSF
ἐνeninG1722PREP
τοῖςtoistheG3588T-DPN
ἐπουρανίοιςepouranioisheavenly realmsG2032A-DPN
ἐνeninG1722PREP
Χριστῷ,ChristōChrist,G5547N-DSM-T
  1. Gezegend zij Het woord zegenen wordt in vs.3 op tweeërlei wijze genomen. Want de mens zegent God als hij Hem looft en dankt. En God zegent den mens, wanneer Hij hem zijne genade en weldaden bewijst; beide een Hebreeuwse wijze van spreken. En hier ziet de apostel op de woorden des verbonds, in uw zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden, Gen 22:18.
  2. en Vader van Dat is, God, die de Vader is onzes Heeren Jezus Christus, 1Co 15:24; en wordt van Paulus en andere apostelen onder het Nieuwe Testament deze wijze van Gods benaming gebruikt, in plaats dat in het Oude Testament God in zulke zegeningen genoemd wordt de Heere, de God Israëls, of de God Abrahams, Izaks, en Jakobs, met welke God eerst zijn verbond had gemaakt. Zie Luk 1:68.
  3. alle geestelijke Dat is, allerlei.
  4. in den hemel Grieks, in de hemelse; of overhemelse; namelijk plaatsen, gelijk vs.20, en Eph 2:6. En hierdoor wordt te kennen gegeven dat God ons als uit Zijnen troon deze geestelijke zegeningen heeft medegedeeld, en dat ze daartoe dienen, om ons in den hemel gelukzalig te maken; Mat 5:12, en 1Pe 1:4. Welke zegeningen hierna tot vs.15 toe in het bijzonder worden verhaald.
  5. in Christus Namelijk als in ons Hoofd. Zie vs.22,23, en Eph 2:5-7, en Eph 4:15-16. Zie ook Joh 1:16; Phi 3:20. Of, om ons zalig te maken.

4 Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;123456

Original Greek

καθὼςkathōseven asG2531CONJ
ἐξελέξατοexelexatoHe choseG1586V-AMI-3S
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἐνeninG1722PREP
αὐτῷautōHimG0846P-DSM
πρὸprobeforeG4253PREP
καταβολῆςkatabolēs[the] foundationG2602N-GSF
κόσμουkosmouof [the] worldG2889N-GSM
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
ἡμᾶςhēmasfor usG3165P-1AP
ἁγίουςhagiousholyG0040GA-APM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀμώμουςamōmousblamelessG0299A-APM
κατενώπιονkatenōpionbeforeG2714PREP
αὐτοῦautouHimG0846P-GSM
ἐνeninG1722PREP
ἀγάπῃagapēloveG0026N-DSF
  1. uitverkoren heeft Of, uitgelezen, namelijk uit den gemenen hoop der verdorven mensen. Zie Joh 15:16, Joh 15:19; Rom 8:29; 2Th 2:13; 1Pe 1:1-2, enz.
  2. in Hem, Namelijk Christus, als ons Hoofd, gelijk in vs.3 om ons het beeld Zijns Zoons gelijkvormig te maken, Joh 17:6; Rom 8:29. Of, door hem, Joh 15:16, Joh 15:19.
  3. voor de grondlegging Dat is, van eeuwigheid, gelijk deze wijze van spreken alom genomen wordt. Zie Joh 17:24; 1Pe 1:20. Zie ook Psa 90:2; Pro 8:23.
  4. heilig en Hieronder wordt ook het ware geloof verstaan, hetwelk nimmermeer zonder heiligheid is, gelijk ook de heiligheid en liefde niet kan zijn zonder het ware geloof; want door het geloof worden onze harten gereinigd, Act 15:9; 1Pe 1:22. En dat wij ook uit genade in Christus tot het geloof verkoren zijn, blijkt Act 13:48; Rom 8:30; 2Ti 1:9; Jam 2:5.
  5. onberispelijk Dat is, niet alleen voor de mensen, gelijk de geveinsden somwijlen voor enen tijd ook zijn, maar oprecht als in Gods tegenwoordigheid. Zie Gen 17:1; Luk 1:6. En is deze heiligheid en onberispelijkheid in dit leven wel oprecht, en door de kracht van Gods Geest begonnen, maar zal in het toekomende leven eerst in alle delen volmaakt worden. Zie 1Co 13:9; Eph 5:27; Phi 3:12, enz. Doch is deze onvolkomen heiligheid en onberispelijkheid in Christus Jezus ook in dit leven God behagelijk, en als volkomen van Hem aangenomen, omdat Hij onze gebreken door het geloof in Christus vergeeft en in Christus overziet, Col 2:10; Heb 13:21; 1Pe 2:5, enz.
  6. in de liefde; Dit verstaan sommigen van de liefde waarmede ons God liefgehadheeft, en voegen het bij het voorgaande woord uitverkoren. Doch het kan bekwamelijk bij de naaste woorden heilig en onstraffelijk gevoegd worden, en verstaan van onze liefde jegens God en de naasten waarin zich deze heiligheid voornamelijk openbaart. Zie 1Co 13:1, enz.; Gal 5:6.

5 Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.123

Original Greek

προορίσαςproorisashaving predestinedG4309V-AAP-NSM
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
εἰςeisforG1519PREP
υἱοθεσίανhuiothesiandivine adoption as sonsG5206N-ASF
διὰdiathroughG1223PREP
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
εἰςeistoG1519PREP
αὐτὸνautonHimselfG0846P-ASM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
εὐδοκίανeudokiangood pleasureG2107N-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSN
θελήματοςthelēmatoswillG2307N-GSN
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
  1. te voren Namelijk van eeuwigheid, gelijk in het vs.4. En hier wordt ten aanzien van ons het opperste einde van onze verkiezing tot heerlijkheid nader uitgedrukt; namelijk onze aanneming tot kinderen en erfgenamen Gods, en medeërfgenamen van Christus, waarvan wij hier wel de beginselen en verwachting hebben, Joh 1:12; Rom 8:15; maar de volle bezitting van dit kindschap en deze erfenis zullen wij hiernamaals eerst ontvangen. Zie Rom 8:23; Gal 4:5; Heb 9:15; 1Jo 3:2.
  2. in Zichzelven, Of, tot Zichzelven, dat is, tot Zijne eer, om Zijns zelfs wil, voor Zichzelven, aan Zichzelven. Want God de Vader heeft ons in Christus tot Zijne kinderen en erfgenamen verordineerd; Rom 8:17.
  3. naar het welbehagen Dat is, niet uit enige van onze verdienste of waardigheid, maar alleen naar Zijn onverdiende gunst, genade en believen. Zie Rom 9:11-12, Rom 9:15-16, en Rom 11:6; 2Ti 1:9; gelijk in vs.6 ook verklaard wordt.

6 Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde;123

Original Greek

εἰςeistoG1519PREP
ἔπαινονepainon[the] praiseG1868N-ASM
δόξηςdoxēsof [the] gloryG1391N-GSF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
χάριτοςcharitosof graceG5485N-GSF
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
ἐνeninG1722PREP
ἧςhēswhichG3739R-GSF
ἐχαρίτωσενecharitōsenHe has freely givenG5487V-AAI-3S
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
ἠγαπημένῳ,ēgapēmenōBeloved [One],G0025V-RPP-DSM
  1. Tot prijs der Dat is, opdat deze Zijn heerlijke genade door ons geloofd en geprezen worde; hetwelk is het opperste einde van deze eeuwige en genadige verkiezing Gods, Rom 9:23.
  2. begenadigd heeft Of, aangenaam heeft gemaakt, namelijk voor hem, gelijk dit woord, Luk 1:28, van de maagd Maria ook gebruikt wordt.
  3. Geliefde; Namelijk Christus, zijn geliefden Zoon; Mat 3:17.

7 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,12345

Original Greek

ἐνeninG1722PREP
ᾧhōwhomG3739R-DSM
ἔχομενechomenwe haveG2192V-PAI-1P
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
ἀπολύτρωσινapolutrōsinredemptionG0629N-ASF
διὰdiathroughG1223PREP
τοῦtoutheG3588T-GSN
αἵματοςaimatosbloodG0129GN-GSN
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἄφεσινaphesinforgivenessG0859N-ASF
τῶνtōn<the>G3588T-GPN
παραπτωμάτων,paraptōmatōnof trespasses,G3900N-GPN
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὸtotheG3588T-ASN
πλοῦτοςploutosrichesG4149N-ASN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
χάριτοςcharitosgraceG5485N-GSF
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
  1. In Welken wij Namelijk geliefden Zoon Jezus Christus. Want gelijk wij van eeuwigheid in Hem zijn uitverkoren tot de zaligheid en tot de middelen der zaligheid, gelijk in vs.4-6 gezegd is, alzo is ook de uitvoering van dit eeuwige voornemen Gods in Hem en door Hem te zijner tijd volbracht.
  2. de verlossing Het Griekse woord betekent eigenlijk ene verlossing, die door betaling van rantsoen of prijs geschiedt. Zie Mat 20:28; 1Co 6:20; 1Pe 1:18, enz.
  3. door Zijn bloed, Dat is, Zijn bloedige offerande aan het kruis volbracht; Heb 9:12, enz.
  4. de vergeving Namelijk welke de eerste vrucht is van deze verlossing voor degenen, die haar door het geloof zich toeëigenen; Rom 3:24-25; waarop de eeuwige zaligheid volgt; Rom 8:30.
  5. den rijkdom Zijner Dat is, Zijn overgrote en overvloedige genade; Rom 2:4; Eph 2:7.

8 Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle wijsheid en voorzichtigheid;123

Original Greek

ἧςhēswhichG3739R-GSF
ἐπερίσσευσενeperisseusenHe lavishedG4052V-AAI-3S
εἰςeisuponG1519PREP
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἐνeninG1722PREP
πάσῃpasēallG3956A-DSF
σοφίᾳsophiawisdomG4678N-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
φρονήσειphronēseiin understandingG5428N-DSF
  1. overvloedig is Namelijk wanneer Hij ons door Zijn Evangelie en door Zijnen Geest zulks heeft geopenbaard, gelijk in vs.9 verklaard wordt.
  2. in alle wijsheid Dit verstaan sommigen van de wijsheid Gods, die Hij gebruikt in het uitdelen van deze weldaden, maar wordt bekwamelijker genomen voor de wijsheid, waarmede ons God begaaft door het Evangelie, namelijk de kennis van Hem en van Jezus Christus onzen Middelaar. Zie Joh 17:3; 1Co 1:24, en 1Co 1:6-7.
  3. voorzichtigheid; Of, wetenschap, welke is een deugd, waardoor onze wijsheid met beleid gebruikt wordt tot Gods eer en des naasten stichting.

9 Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven.12

Original Greek

γνωρίσαςgnōrisashaving made knownG1107V-AAP-NSM
ἡμῖνhēminto usG3165P-1DP
τὸtotheG3588T-ASN
μυστήριονmustērionmysteryG3466N-ASN
τοῦtouof theG3588T-GSN
θελήματοςthelēmatoswillG2307N-GSN
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
εὐδοκίανeudokianpleasureG2107N-ASF
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
ἣνhēnwhichG3739R-ASF
προέθετοproethetoHe purposedG4388V-2AMI-3S
ἐνeninG1722PREP
αὐτῷautōHimG0846P-DSM
  1. de verborgenheid Dat is, den heimenlijken raad Gods van onze verlossing door Christus, die geen mens van nature bekend is; gelijk ook een deel daarvan is hetgeen in vs.10 wordt verhaald. Zie 1Co 2:8; Eph 3:9; Col 1:26; 1Ti 3:16, enz.
  2. voorgenomen had Of, voorgesteld; dat is, zonder daartoe door iets buiten Hem bewogen te zijn, of iets in de mensen te hebben voorzien, dat Hem daartoe zou hebben kunnen bewegen, maar heeft dezen raad alleen genomen uit Zijn eigene wijsheid, genade en barmhartigheid; Rom 11:34-36.

10 Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is;1234

Original Greek

εἰςeisforG1519PREP
οἰκονομίανoikonomian[the] administrationG3622N-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSN
πληρώματοςplērōmatosfullnessG4138N-GSN
τῶνtōnof theG3588T-GPM
καιρῶν,kairōntimes,G2540N-GPM
ἀνακεφαλαιώσασθαιanakephalaiōsasthaito bring togetherG0346V-ADN
τὰtatheG3588T-APN
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
Χριστῷ,ChristōChrist,G5547N-DSM-T
τὰtathe [things]G3588T-APN
τεtethenG5037CONJ
ἐπὶepiinG1909PREP
τοῖςtoistheG3588T-DPM
οὐρανοῖςouranoisheavensG3772N-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
τὰtathe [things]G3588T-APN
ἐπὶepiuponG1909PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆς,gēsearth,G1093GN-GSF
  1. in de bedeling Dat is, in of tegen den tijd der bedeling. Het Griekse woord betekent zulk ene bedeling als een huishouder gebruikt in het regeren van zijn huis, tot elke zaak en nooddruft, den tijd, personen en wijzen van doen ordinerende. Alzo heeft God ook in Zijn huis, dat is, in Zijn gemeente, van den beginne der wereld, zekere personen, op welke en door welke alles alzo moest verricht en geopenbaard worden.
  2. van de volheid Dat is, van den bestemden tijd, op welken God besloten had Zijnen Zoon te zenden, en door Zijn Evangelie ook de heidenen tot de gemeenschap Zijns Zoons te roepen, zowel als de Joden. Zie Gal 4:4.
  3. tot een te vergaderen Grieks, tot een hoofd, of tot een hoofdsom bijeen te brengen.
  4. beide dat in Daardoor verstaan sommigen de gelovigen, die alrede in den hemel zijn, en die nog op de aarde zijn. Anderen vergelijken deze plaats met Col 1:16, Col 1:20, en menen dat door degenen, die in den hemel zijn, verstaan moeten worden de engelen in den hemel, die met de gelovigen op aarde van alle tijden door Christus onder Hem als een Hoofd zijn vergaderd, en met elkander bevredigd, en alzo tot één lichaam zijn geworden, die door de zonden der mensen tevoren van elkander als afgescheurd waren; Heb 12:22-23; Rev 19:10.

11 In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil;123456

Original Greek

ἐνeninG1722PREP
ᾧhōwhomG3739R-DSM
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐκληρώθημενeklērōthēmenwe have obtained an inheritanceG2820V-API-1P
προορισθέντεςprooristhenteshaving been predestinedG4309V-APP-NPM
κατὰkataaccording toG2596PREP
πρόθεσινprothesin[the] purposeG4286N-ASF
τοῦtouof the [One]G3588T-GSM
τὰta<the>G3588T-APN
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
ἐνεργοῦντοςenergountosworkingG1754V-PAP-GSM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
βουλὴνboulēncounselG1012N-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSN
θελήματοςthelēmatoswillG2307N-GSN
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
  1. In Hem, Namelijk Christus, als ons Hoofd, gelijk tevoren verklaard is.
  2. wij ook een Namelijk die uit de Joden tot Christus bekeerd zijn, gelijk ook in vs.12 verklaard wordt.
  3. erfdeel geworden Of, een lot verkregen hebben, namelijk des Heeren in zijne gemeente. En hier schijnt de apostel te zien op de uitdeling van de erve van het land Kanaän door het lot onder de twaalf stammen Israëls, die een schaduw was en voorbeeld van deze eeuwige erve door onzen rechten Jozua verkregen. Zie Num 26:55, enz. en Num 33:53; Jos 13:6.
  4. die te voren Dat is, niet alle die het vleselijk zaad Abrahams waren, maar de kinderen der belofte, Rom 9:8, en die Hij tevoren uit genade had verkoren onder dit volk; Rom 11:2, Rom 11:5-7.
  5. naar het voornemen Dat is, niet om enige waardigheid in ons, of om enige onzer werken, maar uit enkele genade, 2Ti 1:9. Dit doet de apostel daarbij, opdat de gelovigen uit de Joden niet zouden menen dat het in hen had geweest, meer dan in de heidenen, waarom zij deze verordinering of voorbeschikking tot deze erve waardig waren. Zie Rom 8:29, enz.
  6. alle dingen werkt Namelijk die de zaligheid van Joden of heidenen aangaan, van welke hij hier spreekt. Zie Phi 2:13. Hoewel het ook in het algemeen waar is van alle andere dingen; Psa 115:3.

12 Opdat wij zouden zijn tot prijs Zijner heerlijkheid, wij, die eerst in Christus gehoopt hebben.12

Original Greek

εἰςeisforG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
εἰςeistoG1519PREP
ἔπαινονepainon[the] praiseG1868N-ASM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
τοὺςtousthe [ones]G3588T-APM
προηλπικόταςproēlpikotashaving first trustedG4276V-RAP-APM
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
Χριστῷ·ChristōChrist;G5547N-DSM-T
  1. wij, die eerst Namelijk uit de Joden, wien deze voortocht van God was beloofd. Zie Act 13:46; Rom 15:8.
  2. gehoopt hebben Namelijk door het geloof in Hem. Want het geloof neemt de beloften aan, waarvan de hoop de vervulling verwacht; Rom 8:24-25; Heb 11:1.

13 In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;123456

Original Greek

ἐνeninG1722PREP
ᾧhōwhomG3739R-DSM
καὶkaialsoG2532CONJ
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
ἀκούσαντεςakousanteshaving heardG0191V-AAP-NPM
τὸνtontheG3588T-ASM
λόγονlogonwordG3056N-ASM
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἀληθείας,alētheiasof truth,G0225N-GSF
τὸtotheG3588T-ASN
εὐαγγέλιονeuangeliongospelG2098N-ASN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
σωτηρίαςsōtēriassalvationG4991N-GSF
ὑμῶν,humōnof you,G4771P-2GP
ἐνeninG1722PREP
ᾧhōwhomG3739R-DSM
καὶkaialsoG2532CONJ
πιστεύσαντεςpisteusanteshaving believedG4100V-AAP-NPM
ἐσφραγίσθητεesphragisthēteyou were sealedG4972V-API-2P
τῷtōwith theG3588T-DSN
πνεύματιpneumatiSpiritG4151GN-DSN
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἐπαγγελίαςepangeliasof promiseG1860N-GSF
τῷtō<the>G3588T-DSN
ἁγίῳhagiōHolyG0040GA-DSN
  1. In Welken Namelijk Christus Jezus, gelijk tevoren.
  2. ook gij zijt, Of, ook gij zijt tot een erfdeel geworden. Want gelijk hij van de gelovigen uit de Joden gesproken heeft, vs.11, alzo spreekt hij nu van de heidenen, die mede een lot aan het erfdeel verkregen hebben. Zie Act 26:17-18.
  3. het woord der Alzo wordt het Evangelie genaamd, niet alleen omdat het de enkele waarheid Gods is, ons buitengewoon van God tot onze zaligheid geopenbaard, Joh 17:17, maar ook omdat de waarheid van alle schaduwen des Ouden Testaments daarin vervuld is. Zie Joh 1:17.
  4. nadat gij geloofd Of, als gij geloofd hebt. Want deze verzegeling des Geestes geschiedt door het geloof, en op het geloof, Gal 3:2.
  5. verzegeld geworden Deze wijze van spreken is genomen van de mensen, die tot versterking van enige beloften verzegelde brieven plegen te geven, en dat menigmaal met opdrukking van hun eigen wapen of beeld. De beloften van de vergeving onzer zonden, van onze aanneming tot kinderen en onze eeuwige erve, worden ons gedaan door het Evangelie, en worden door het geloof ons toegeëigend. De verzegeling des Geestes, die daarbij gevoegd wordt, is de wedergeboorte of vernieuwing van Gods beeld in ons, waarmede Hij onze zielen begaaft en daarop drukt, als wij in Christus geloven, om ons meer en meer te verzekeren van de uitvoering van zijne beloften, 2Co 1:21-22, en 2Co 3:18. En betuigt bovendien hetzelve aan ons gemoed, als met een Goddelijke inspraak, waarover wij ook God als onzen Vader durven aanroepen, Rom 8:15; Gal 4:6, en roemen op de hoop der heerlijkheid Gods; Rom 5:2, en Rom 8:38-39.
  6. der belofte; Dat is, die ons beloofd is. Of, waardoor de belofte Gods in ons wordt verzekerd.

14 Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.12

Original Greek

ὅhowhoG3739R-NSN
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἀρραβὼνarrabōn[the] guaranteeG0728N-NSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
κληρονομίαςklēronomiasinheritanceG2817N-GSF
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
εἰςeistoG1519PREP
ἀπολύτρωσινapolutrōsin[the] redemptionG0629N-ASF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
περιποιήσεωςperipoiēseōsacquired [possession]G4047N-GSF
εἰςeistoG1519PREP
ἔπαινονepainon[the] praiseG1868N-ASM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF
αὐτοῦ.¶autouof Him.G0846P-GSM
  1. het onderpand Grieks, Arrhabon, van welk woord, zie 2Co 1:22, en 2Co 5:5, zie ook Rom 8:23; Eph 4:30.
  2. tot de verkregene Grieks, op de verlossing der verkrijging; dat is, tot de volle genieting der verlossing, die Christus ons verkregen heeft. Of, tot de volle verlossing van zijn verkregen, of eigen volk; 1Pe 2:9.

15 Daarom ook ik, gehoord hebbende het geloof in den Heere Jezus, dat onder u is, en de liefde tot al de heiligen,1

Original Greek

ΔιὰDiaBecause ofG1223PREP
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
κἀγὼkagōI myself alsoG1473P-1NS + G2532
ἀκούσαςakousashaving heard ofG0191V-AAP-NSM
τὴνtēntheG3588T-ASF
καθ᾽kath᾽amongG2596PREP
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
πίστινpistinfaithG4102GN-ASF
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
κυρίῳkuriōLordG2962GN-DSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-DSM-P
καὶkaiandG2532CONJ
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἀγάπηνagapēnloveG0026N-ASF
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
εἰςeistowardG1519PREP
πάνταςpantasallG3956A-APM
τοὺςtoustheG3588T-APM
ἁγίουςhagioussaintsG0040HA-APM
  1. ik, gehoord Namelijk niet alleen bij u tegenwoordig zijnde, maar ook nu afwezig zijnde van u in deze mijne banden; Eph 6:20.

16 Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden;

Original Greek

οὐounotG3756PRT-N
παύομαιpauomaido ceaseG3973V-PMI-1S
εὐχαριστῶνeucharistōngiving thanksG2168V-PAP-NSM
ὑπὲρhuperforG5228PREP
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
μνείανmneianmentionG3417N-ASF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ποιούμενοςpoioumenosmakingG4160GV-PMP-NSM
ἐπὶepiinG1909PREP
τῶνtōntheG3588T-GPF
προσευχῶνproseuchōnprayersG4335N-GPF
μουmouof mineG3165P-1GS

17 Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis;12

Original Greek

ἵναinathatG2443CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τοῦtouof theG3588T-GSM
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
Χριστοῦ,ChristouChrist,G5547N-GSM-T
ὁhotheG3588T-NSM
πατὴρpatērFatherG3962N-NSM-T
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
δόξης,doxēsof glory,G1391N-GSF
δώῃdōēmay giveG1325V-2AAS-3S
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP
πνεῦμαpneuma[a] spiritG4151GN-ASN
σοφίαςsophiasof wisdomG4678N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀποκαλύψεωςapokalupseōsrevelationG0602N-GSF
ἐνeninG1722PREP
ἐπιγνώσειepignōsei[the] knowledgeG1922N-DSF
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
  1. u geve den Dat is, u geve dat gij meer en meer toeneemt in de wijsheid door den Heiligen Geest.
  2. in Zijn kennis; Of, met Zijne kennis, of, in Zijne erkentenis. Want de rechte wijsheid bestaat niet alleen in de kennis van God, maar ook in de erkentenis van Zijne genade en majesteit.

18 Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;1234

Original Greek

πεφωτισμένουςpephōtismenousenlightened [are]G5461V-RPP-APM
τοὺςtoustheG3588T-APM
ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
καρδίαςkardiasheartG2588N-GSF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
εἰςeisin order forG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
εἰδέναιeidenaito knowG6063V-RAN
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
τίςtiswhatG5101I-NSF
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἡhētheG3588T-NSF
ἐλπὶςelpishopeG1680N-NSF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
κλήσεωςklēseōscallingG2821N-GSF
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
τίςtiswhatG5101I-NSM
ὁho[are] theG3588T-NSM
πλοῦτοςploutosrichesG4149N-NSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
κληρονομίαςklēronomiasinheritanceG2817N-GSF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἐνeninG1722PREP
τοῖςtoistheG3588T-DPM
ἁγίοις,hagioissaints,G0040HA-DPM
  1. verlichte ogen Dit ziet op het voorgaande woord u geve. Anderen lezen: verlicht te zijn naar de ogen uws verstands.
  2. de hoop van Dat is, de gehoopte zaak, die in de volgende woorden wordt verklaard. Zie 1Pe 1:3-4.
  3. de rijkdom zij Dat is, de overvloedigheid, gelijk vs.7.
  4. in de heiligen; Dat is, ware gelovigen. Want den anderen gaat deze erve niet aan.

19 En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht,1

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
τίtiwhatG5101I-NSN
τὸto[is] theG3588T-NSN
ὑπερβάλλονhuperballonsurpassingG5235V-PAP-NSN
μέγεθοςmegethosgreatnessG3174N-NSN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
δυνάμεωςdunameōspowerG1411N-GSF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
εἰςeistowardG1519PREP
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
τοὺςtousthoseG3588T-APM
πιστεύονταςpisteuontasbelievingG4100V-PAP-APM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἐνέργειανenergeianworkingG1753N-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSN
κράτουςkratousmightG2904N-GSN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἰσχύοςischuosstrengthG2479N-GSF
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
  1. Zijner kracht Namelijk waardoor wij nu zijn wedergeboren, en waarin wij meer en meer worden gesterkt, totdat wij door dezelfde kracht naar ziel en lichaam hiernamaals ten volle zullen verlost en verheerlijkt worden. Want de apostel begeert niet alleen dat zij dit weten, maar ook dat zij naar zijn voorbeeld God bidden, dat die kracht in hen meer en meer geopenbaard mag worden; welke kracht van hem met zeer treffelijke woorden wordt verheven.

20 Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand in den hemel;12

Original Greek

ἣνhēnwhichG3739R-ASF
ἐνήργησενenērgēsenHe workedG1754V-AAI-3S
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
ἐγείραςegeirashaving raisedG1453V-AAP-NSM
αὐτὸνautonHimG0846P-ASM
ἐκekout fromG1537PREP
τῶνtōntheG3588T-GPM
νεκρῶνnekrōndeadG3498A-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
καθίσαςkathisashaving satG2523V-AAP-NSM
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
ἐνenatG1722PREP
δεξιᾷdexia[the] right handG1188A-DSF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἐνeninG1722PREP
τοῖςtoistheG3588T-DPN
ἐπουρανίοιςepouranioisheavenly realmsG2032A-DPN
  1. Die Hij gewrocht Dit voegt de apostel daarbij, omdat van de opstanding en verheerlijking van Christus onze wedergeboorte en verheerlijking ook hangt, en omdat dezelfde macht, die in Christus als ons Hoofd, dit werk gewrocht heeft, in ons als Zijne ledematen ook werkt, niet alleen de toekomende opwekking uit de doden, maar ook de opwekking uit den geestelijken dood der zonde, gelijk verklaard wordt in Eph 2:1, Eph 2:4. Zie ook Rom 6:4, en Rom 8:11; Phi 3:21; 1Pe 1:3, en 2Pe 1:3.
  2. gezet tot Zijn Door het zetten tot de rechterhand Gods wordt verstaan dat God Hem verhoogd heeft tot de hoogste macht en heerlijkheid; bij gelijkenis genomen van prinsen en koningen, die op hunnen troon zitten, en aan hunne rechterhand zetten die de machtigste en grootste naast hen is in het rijk. Zie Psa 45:10; Mat 20:21; gelijk dit alzo verklaard wordt; Heb 1:3, en Heb 8:1, en 1Co 15:25, vergelijk met Psa 110:1.

21 Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;123

Original Greek

ὑπεράνωhuperanōaboveG5231PREP
πάσηςpasēseveryG3956A-GSF
ἀρχῆςarchēsprincipalityG0746N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἐξουσίαςexousiasauthorityG1849N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
δυνάμεωςdunameōspowerG1411N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
κυριότητοςkuriotētosdominionG2963N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
παντὸςpantoseveryG3956A-GSN
ὀνόματοςonomatosnameG3686N-GSN
ὀνομαζομένουonomazomenoubeing namedG3687V-PPP-GSN
οὐounotG3756PRT-N
μόνονmonononlyG3441A-ASN
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
αἰῶνιaiōniageG0165GN-DSM
τούτῳtoutōthisG3778D-DSM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
τῷtōthe [one]G3588T-DSM
μέλλοντι,mellonticoming,G3195V-PAP-DSM
  1. Verre boven Deze titels worden niet alleen den oversten en machten in deze wereld gegeven, maar ook den engelen in den hemel, Col 1:16; boven alle welken Christus, zelfs naar Zijn menselijke natuur, ver is verheven.
  2. allen naam, Namelijk van hoogheid en heerlijkheid.
  3. in de toekomende; Dit verstaan sommigen van het rijk der hemelen of van den staat der hemelse schepselen; doch dewijl deze staat nu ook tegenwoordig is, zo wordt het beter genomen voor den staat aller schepselen ook na de voleinding dezer wereld, wanneer de gelovigen zullen verheerlijkt worden, en Christus nochtans, ook naar zijn menselijke natuur, als het Hoofd, ver boven alle schepselen zal verheven blijven. Zie Luk 1:32-33; Rev 5:13, en doorgaans.

22 En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen;123

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
ὑπέταξενhupetaxenHe putG5293V-2AAI-3S
ὑπὸhupounderG5259HPREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
πόδαςpodasfeetG4228N-APM
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
αὐτὸνautonHimG0846P-ASM
ἔδωκενedōkengaveG1325V-AAI-3S
κεφαλὴνkephalēn[to be] headG2776N-ASF
ὑπὲρhuperoverG5228PREP
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
τῇtēato theG3588T-DSF
ἐκκλησίᾳekklēsiachurchG1577N-DSF
  1. alle dingen Dat is, ook zelfs die vreemd zijn, ja vijanden zijn van Zijne gemeente; 1Co 15:25-26.
  2. Zijn voeten Dat is, onder Zijne macht en gebied; Mat 28:18.
  3. tot een Hoofd Namelijk niet alleen om die te regeren, maar ook om hen te beschermen, en hun het geestelijke leven en beweging te geven; gelijk het hoofd aan de leden doet. Zie Eph 4:8, Eph 4:10, enz.; Col 2:10, Col 2:19.

23 Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.1

Original Greek

ἥτιςhētiswhichG3748R-NSF
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
τὸtotheG3588T-NSN
σῶμαsōmabodyG4983N-NSN
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
τὸtotheG3588T-NSN
πλήρωμαplērōmafullnessG4138N-NSN
τοῦtouof the [One]G3588T-GSM
τὰta<the>G3588T-APN
πάνταpantaallG3956A-APN
ἐνeninG1722PREP
πᾶσινpasinallG3956A-DPN
πληρουμένου.¶plēroumenoufilling.G4137V-PMP-GSM
  1. vervulling Dat is, waardoor Christus als een volmaakt persoon gesteld wordt, bestaande uit het hoofd en zijn lichaam; gelijk het woord Christus voor beide somwijlen wordt genomen. Zie 1Co 12:12-13, om deze nauwe vereniging, die tussen beide is.