reltext

Chapter 1

1 Paulus, een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods, en de kennis der waarheid, die naar de godzaligheid is;1234

Original Greek

ΠαῦλοςPaulosPaulG3972GN-NSM-P
δοῦλοςdoulosa servantG1401N-NSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἀπόστολοςapostolosan apostleG0652N-NSM
δὲdenowG1161CONJ
ἸησοῦIēsouof JesusG2424GN-GSM-P
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
κατὰkataaccording toG2596PREP
πίστινpistin[the] faithG4102GN-ASF
ἐκλεκτῶνeklektōnof [the] electG1588A-GPM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
ἐπίγνωσινepignōsinknowledgeG1922N-ASF
ἀληθείαςalētheiasof [the] truthG0225N-GSF
τῆςtēswhich [is]G3588T-GSF
κατ᾽kat᾽according toG2596PREP
εὐσέβειανeusebeiangodlinessG2150N-ASF
  1. een dienstknecht Zie Rom 1:1; Phi 1:1; Jam 1:1; 2Pe 1:1; Jud 1:1; Rev 1:1.
  2. naar het geloof Dat is, predikende dezelfde leer, die de uitverkorenen Gods van alle tijden geloofd hebben. Of het Evangelie predikende, waardoor alleen de uitverkorenen Gods tot het zaligmakend geloof gebracht worden; gelijk Rom 1:5; 2Ti 1:1.
  3. de kennis der Zo wordt het geloof genoemd, omdat zonder kennis der waarheid ven het Evangelie geen zaligmakend geloof kan zijn. Zie Isa 53:11; Joh 17:3; Col 1:9-10; 1Ti 2:4; Heb 10:26; 1Jo 4:16.
  4. die naar de Dat is, die zodanig is, dat zij niet alleen geweten, maar ook door oefening van ware godzaligheid in het werk gesteld moet worden, en die de ware godzaligheid voorschrijft, eist, en daartoe de mensen verwekt en brengt. Zie 1Ti 6:3.

2 In de hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft te Zijner tijd;12345

Original Greek

ἐπ᾽ep᾽inG1909PREP
ἐλπίδιelpidi[the] hopeG1680N-DSF
ζωῆςzōēsof lifeG2222N-GSF
αἰωνίου,aiōnioueternal,G0166A-GSF
ἣνhēnwhichG3739R-ASF
ἐπηγγείλατοepēngeilatopromisedG1861V-ADI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
ἀψευδὴςapseudēswho cannot lieG0893A-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
πρὸprobeforeG4253PREP
χρόνωνchronōntimeG5550N-GPM
αἰωνίων.aiōniōneternal.G0166A-GPM
  1. In de hoop Of, tot de hoop, op de hoop; die door deze leer in de harten der gelovigen gewrocht wordt en bevestigd; Rom 5:4-5.
  2. welke God, Namelijk waarheid.
  3. voor de tijden Grieks, voor de eeuwige tijden; dat is, van het begin der wereld, eer men eeuwen begon te tellen. Zie Gen 3:15; Rom 16:25-26.
  4. geopenbaard heeft Namelijk klaar, zonder deksel van schaduwen en voorbeelden, en onder alle volken. Anderen voegen deze woorden bij het volgende vs. en zetten het over: Maar heeft geopenbaard te Zijner tijd Zijn Woord, door, enz.
  5. te Zijner tijd; Dat is, in de volheid des tijds, Gal 4:4; namelijk dien God bestemd ham om Zijn Zoon in de wereld te zenden.

3 Namelijk Zijn Woord, door de prediking, die mij toebetrouwd is, naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan Titus, mijn oprechten zoon, naar het gemeen geloof:12345

Original Greek

ἐφανέρωσενephanerōsenHe revealedG5319V-AAI-3S
δὲdenowG1161CONJ
καιροῖςkairois[in] seasonsG2540N-DPM
ἰδίοιςidiois[His] ownG2398A-DPM
τὸνtonin theG3588T-ASM
λόγονlogonwordG3056N-ASM
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἐνeninG1722PREP
κηρύγματι,kērugmati[the] proclamationG2782N-DSN
ὃhowith whichG3739R-ASN
ἐπιστεύθηνepisteuthēnwas entrustedG4100V-API-1S
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
κατ᾽kat᾽according toG2596PREP
ἐπιταγὴνepitagēn[the] commandmentG2003N-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSM
σωτῆροςsōtērosSaviorG4990N-GSM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
θεοῦ·theouGod;G2316N-GSM-T
  1. Zijn woord, Namelijk des Evangelies, welks prediking mij toevertrouwd is.
  2. door de prediking, Grieks, in de prediking.
  3. naar het bevel Zie 1Ti 1:1.
  4. mijn oprechte Zie hiervan ook 1Ti 1:2.
  5. het gemeen geloof Dat is, dat ons beiden en allen uit verkorenen gemeen is; waarmede hij te kennen geeft, dat hij niet zijn natuurlijke zoon is, maar geestelijke. Zie de aantekening bij 1Ti 1:2.

4 Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en den Heere Jezus Christus, onzen Zaligmaker.

Original Greek

ΤίτῳTitōTo TitusG5103N-DSM-P
γνησίῳgnēsiō[my] trueG1103A-DSN
τέκνῳteknōchildG5043N-DSN
κατὰkataaccording toG2596PREP
κοινὴνkoinēn[our] commonG2839HA-ASF
πίστιν·pistinfaith:G4102GN-ASF
χάριςcharisGraceG5485N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
εἰρήνηeirēnēpeaceG1515N-NSF
ἀπὸapofromG0575PREP
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
πατρὸςpatros[the] FatherG3962N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
τοῦtoutheG3588T-GSM
σωτῆροςsōtērosSaviorG4990N-GSM
ἡμῶν.¶hēmōnof us.G3165P-1GP

5 Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:123456

Original Greek

ΤούτουToutouof thisG3778D-GSN
χάρινcharinBecauseG5484PREP
ἀπέλιπόνapeliponI leftG0620V-2AAI-1S
σεseyouG4771P-2AS
ἐνeninG1722PREP
Κρήτῃ,KrētēCrete,G2914N-DSF-L
ἵναinaso thatG2443CONJ
τὰtathe [things]G3588T-APN
λείπονταleipontalackingG3007V-PAP-APN
ἐπιδιορθώσῃepidiorthōsēyou may set in orderG1930V-AMS-2S
καὶkaiandG2532CONJ
καταστήσῃςkatastēsēsmay appointG2525V-AAS-2S
κατὰkatain everyG2596PREP
πόλινpolintownG4172N-ASF
πρεσβυτέρουςpresbuterouseldersG4245GN-APM
ὡςhōsasG5613PRT
ἐγώegōI myselfG1473P-1NS
σοιsoiyouG4771P-2DS
διεταξάμην·dietaxamēndirected;G1299V-AMI-1S
  1. Kreta gelaten, Dat is, een eiland in de Middellandse zee, nu genoemd Kandia. Zie van dit eiland Act 2:11, en Act 27:7, Act 27:12. Het is een groot eiland, en had eertijds honderd steden.
  2. hetgeen nog Grieks, hetgeen nog gelaten is; namelijk ongedaan.
  3. te recht brengen, Niet hetgeen kwalijk gedaan was te verbeteren, gelijk sommigen uitleggen, maar voorts vervullen wat tot stichting der gemeente nodig, nog overgebleven is te verzorgen.
  4. ouderlingen Namelijk die in het woord arbeiden, dat is, leraars, 1Ti 5:17, zie Phi 1:7 ook bisschoppen, of, opzieners genoemd worden; waaruit blijkt, dat door uoderlingen en opzieners hier enerlei bediening aangeduid wordt. Zie Act 20:17, Act 20:28; Phi 1:1; 1Ti 5:17; 1Pe 5:1-2.
  5. gelijk ik u Dat is, niet op uw eigen gezag en goedvinden alleen, maar naar de orde, die ik u voorgeschreven en zelf gehouden heb. Zie van deze orde Act 14:23; 1Ti 4:14.
  6. bevolen heb Grieks, verordineerd heb.

6 Indiën iemand onberispelijk is, ener vrouwe man, gelovige kinderen hebbende, die niet te beschuldigen zijn van overdadigheid, of ongehoorzaam zijn.12

Original Greek

εἴeiifG1487GCOND
τίςtisanyoneG5101I-NSM
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἀνέγκλητος,anegklētosblameless,G0410A-NSM
μιᾶςmiasof oneG1520A-GSF
γυναικὸςgunaikoswifeG1135HN-GSF
ἀνήρ,anēr[the] husband,G0435HN-NSM
τέκναteknachildrenG5043N-APN
ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM
πιστά,pistabelieving,G4103A-APN
μὴmēnotG3361PRT-N
ἐνenunderG1722PREP
κατηγορίᾳkatēgoriaaccusationG2724N-DSF
ἀσωτίαςasōtiasof debaucheryG0810N-GSF
ἢēorG2228CONJ
ἀνυπότακτα.anupotaktainsubordinate.G0506A-APN
  1. onberispelijk is, Grieks, onbeschuldiglijk, onbestraffelijk. Zie 1Ti 3:10.
  2. ener vrouwe man, Zie hiervan de aantekening bij 1Ti 3:2.

7 Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;12

Original Greek

δεῖdeiIt behoovesG1163V-PAI-3S
γὰρgarforG1063CONJ
τὸνtontheG3588T-ASM
ἐπίσκοπονepiskoponoverseerG1985N-ASM
ἀνέγκλητονanegklētonblamelessG0410A-ASM
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
ὡςhōsasG5613PRT
θεοῦtheouGod’sG2316N-GSM-T
οἰκονόμον,oikonomonsteward,G3623N-ASM
μὴmēnotG3361PRT-N
αὐθάδη,authadēself-willed,G0829A-ASM
μὴmēnotG3361PRT-N
ὀργίλον,orgilonquick tempered,G3711A-ASM
μὴmēnotG3361PRT-N
πάροινον,paroinongiven to wine,G3943A-ASM
μὴmēnotG3361PRT-N
πλήκτην,plēktēna striker,G4131N-ASM
μὴmēnotG3361PRT-N
αἰσχροκερδῆ,aischrokerdēgreedy of base gain,G0146A-ASM
  1. een opziener Grieks, episcopos; van welk woord zie Act 20:28; Phi 1:1; 1Ti 3:1.
  2. niet eigenzinnig, Of, niet eigendunkend, zichzelf behagende; dat is, die zijn hoofd alleen volgen wil, en stout het gevoelen van anderen verwerpt en die voor niemand wil wijken.

8 Maar die gaarne herbergt, die de goeden liefheeft, matig, rechtvaardig, heilig, kuis;12

Original Greek

ἀλλὰallabutG0235CONJ
φιλόξενον,philoxenonhospitable,G5382A-ASM
φιλάγαθον,philagathona lover of good,G5358A-ASM
σώφρονα,sōphronaself-controlled,G4998A-ASM
δίκαιον,dikaionupright,G1342A-ASM
ὅσιον,hosionholy,G3741A-ASM
ἐγκρατῆ,egkratē[and] disciplined,G1468A-ASM
  1. de goeden liefheeft, Of, het goede.
  2. matig, Of, voorzichtig.

9 Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen.123

Original Greek

ἀντεχόμενονantechomenonholdingG0472V-PNP-ASM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
διδαχὴνdidachēnteachingG1322N-ASF
πιστοῦpistouof [the] faithfulG4103A-GSM
λόγου,logouword,G3056N-GSM
ἵναinathatG2443CONJ
δυνατὸςdunatosableG1415A-NSM
ᾖēhe may beG1510V-PAS-3S
καὶkaibothG2532CONJ
παρακαλεῖνparakaleinto encourageG3870V-PAN
ἐνenwithG1722PREP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
διδασκαλίᾳdidaskaliateachingG1319N-DSF
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ὑγιαινούσῃhugiainousēsoundG5198V-PAP-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
τοὺςtousthoseG3588T-APM
ἀντιλέγονταςantilegontascontradicting [it]G0483V-PAP-APM
ἐλέγχειν.¶elegcheinto convict.G1651V-PAN
  1. het getrouwe woord, Of, het woord dat geloofwaardig is, en met geloof wordt aangenomen.
  2. naar de leer is, Dat is, naar de zuivere leer des heiligen Evangelies. Zie Joh 7:17; Rom 16:17.
  3. te wederleggen Dat is, met bondige redenen uit de Schrift te overtuigen van hunne dwalingen.

10 Want er zijn ook vele ongeregelden, ijdelheidsprekers en verleiders van zinnen, inzonderheid die uit de besnijdenis zijn;123

Original Greek

ΕἰσὶνEisinThere areG1510V-PAI-3P
γὰρgarforG1063CONJ
πολλοὶpolloimanyG4183A-NPM
καὶkaialsoG2532CONJ
ἀνυπότακτοι,anupotaktoiinsubordinate,G0506A-NPM
ματαιολόγοιmataiologoiempty talkersG3151A-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
φρεναπάταιphrenapataideceiversG5423N-NPM
μάλισταmalistaespeciallyG3122ADV
οἱhoithoseG3588T-NPM
ἐκekofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
περιτομῆςperitomēscircumcisionG4061N-GSF
  1. ongeregelden, Dat is, die zich aan gene orde willen onderwerpen. Zie 1Ti 1:9.
  2. ijdelheidsprekers Zie van dit woord 1Ti 1:6.
  3. die uit de besnijdenis Dat is, die Joden zijn, Act 11:2; Rom 3:30; Gal 2:12; Col 4:11, die allerhardst dreven op de onderhouding der wet, en deze met het Evangelie vermengden. Dat in Kreta veel Joden waren, blijkt uit Act 2:11.

11 Welken men moet den mond stoppen, die gehele huizen verkeren, lerende wat niet behoort, om vuil gewins wil.123

Original Greek

οὓςhouswhomG3739R-APM
δεῖdeiit is necessaryG1163V-PAI-3S
ἐπιστομίζειν·epistomizeinto silence;G1993V-PAN
οἵτινεςoitineswhoG3748R-NPM
ὅλουςholouswholeG3650A-APM
οἴκουςoikoushouseholdsG3624HN-APM
ἀνατρέπουσινanatrepousinoverthrowG0396V-PAI-3P
διδάσκοντεςdidaskontesteachingG1321V-PAP-NPM
ἃhathings that [they]G3739R-APN
μὴmēnotG3361PRT-N
δεῖdeioughtG1163V-PAI-3S
αἰσχροῦaischrouof shamefulG0150A-GSN
κέρδουςkerdousgainG2771N-GSN
χάριν.charinbecause.G5484PREP
  1. den mond stoppen, Namelijk met wederlegging van hunne valse leringen en lasteringen. Zie vs.9, en Mat 22:34.
  2. huizen Dat is,
  3. verkeren, Of, omkeren; dat is, van het rechte geloof afkeren en in het verderf geloof afkeren en in het verderf brengen.

12 Een uit hen, zijnde hun eigen profeet, heeft gezegd: De Kretensen zijn altijd leugenachtig, kwade beesten, luie buiken.123

Original Greek

εἶπένeipenSaidG2036V-2AAI-3S
τιςtisoneG5100X-NSM
ἐξexofG1537PREP
αὐτῶνautōnthemG0846P-GPM
ἴδιοςidiosownG2398A-NSM
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
προφήτης·prophētēsa prophet;G4396N-NSM
ΚρῆτεςKrētesCretansG2912N-NPM-LG
ἀεὶaei[are] alwaysG0104ADV
ψεῦσται,pseustailiars,G5583N-NPM
κακὰkakaevilG2556GA-NPN
θηρία,thēriabeasts,G2342N-NPN
γαστέρεςgasteresgluttonsG1064N-NPF
ἀργαί.argailazy.G0692A-NPF
  1. Een uit hen, Dat is, een uit de Kretensen, die in Kreta geboren is, namelijk Epimenides, gelijk ook het eerst bij Calimachus nog te lezen is.
  2. profeet, Dat is, poëet, of dichter. Want de heidenen hielden hunne poëten bijna in dezelfde achting, als de Joden hunne profeten, en geloofden, hoewel verkeerd, dat deze enige Goddelijke ingevingen hadden; waarom zij ook Vates, dat is profeten genoemd worden. Elders noemt hij zulken ook poëten; Act 17:28.
  3. luie buiken Dat is, vraatachtige en luie mensen.

13 Deze getuigenis is waar. Daarom bestraf hen scherpelijk, opdat zij gezond mogen zijn in het geloof.123

Original Greek

ἡhē<the>G3588T-NSF
μαρτυρίαmarturiatestimonyG3141N-NSF
αὕτηhautēthisG3778D-NSF
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
ἀληθής·alēthēstrue;G0227A-NSF
δι᾽di᾽forG1223PREP
ἣνhēnwhichG3739R-ASF
αἰτίανaitiancauseG0156N-ASF
ἔλεγχεelegchedo rebukeG1651V-PAM-2S
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
ἀποτόμως,apotomōsseverely,G0664ADV
ἵναinaso thatG2443CONJ
ὑγιαίνωσινhugiainōsinthey may be soundG5198V-PAS-3P
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
πίστει,pisteifaith,G4102GN-DSF
  1. is waar Namelijk van den grootsten hoop der Kretensen, die zodanige lieden zijn.
  2. Daarom bestraf hen Grieks, om welker oorzaak wille.
  3. scherpelijk, Of streng. Grieks, afsnijdelijk; gelijk Rom 11:22; 2Co 13:10; ene gelijkenis genomen van de geneeskundigen, die het verstorven vlees afsnijden.

14 En zich niet begeven tot Joodse fabelen, en geboden der mensen, die hen van de waarheid afkeren.12

Original Greek

μὴmēnotG3361PRT-N
προσέχοντεςprosechontesgiving heedG4337V-PAP-NPM
ἸουδαϊκοῖςIoudaikoisto JewishG2451A-DPM-PG
μύθοιςmuthoismythsG3454N-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐντολαῖςentolaisto [the] commandmentsG1785N-DPF
ἀνθρώπωνanthrōpōnof menG0444N-GPM
ἀποστρεφομένωνapostrephomenōnturning away fromG0654V-PPP-GPM
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἀλήθειαν.¶alētheiantruth.G0225N-ASF
  1. Joodse fabelen, Zie hiervan de aantekening bij 1Ti 1:4, en 1Ti 4:7.
  2. die hen van Of die de waarheid afkeren.

15 Alle dingen zijn wel rein den reinen, maar den bevlekten en ongelovigen is geen ding rein, maar beide hun verstand en geweten zijn bevlekt.123456

Original Greek

ΠάνταPantaAll things [are]G3956A-NPN
μὲνmenindeedG3303PRT
καθαρὰkatharapureG2513A-NPN
τοῖςtoisto theG3588T-DPM
καθαροῖς·katharoispure;G2513A-DPM
τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM
δὲdehoweverG1161CONJ
μεμιαμμένοιςmemiammenoisdefiledG3392V-RPP-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀπίστοιςapistoisunbelievingG0571A-DPM
οὐδὲνoudenno [thing]G3762A-NSN
καθαρόν,katharon[is] pure,G2513A-NSN
ἀλλὰallaInsteadG0235CONJ
μεμίανταιmemiantaihave been defiledG3392V-RPI-3S
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
καὶkaibothG2532CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
νοῦςnousmindG3563N-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
συνείδησις.suneidēsisconscience.G4893N-NSF
  1. Alle dingen Dat is, allerlei spijzen. Want de Joden dreven, dat men in het Nieuwe Testament nog onderhouden moest het onderscheid der spijzen, in het Nieuwe Testament nog onderhouden moest het onderscheid der spijzen, in het Oude Testament bevolen: Lev 11.
  2. rein Dat is, geoorloofd te eten. Zie 1Ti 4:3.
  3. den reinen, Dat is, den gelovigen, wier harten door het geloof gereinigd zijn; Act 15:9.
  4. den bevlekten Dat is, wier harten door het geloof nog niet gereinigd zijn, gelijk het volgende woord ongelovigen nader verklaart.
  5. is geen ding rein, Dat is, gebruiken geen spijs rein, zo het behoort. Of geen onthouden van enige spijs kan hun rein maken.
  6. hun verstand Dat is, de onreinheid is niet gelegen in het uiterlijk onthouden van enige spijs; maar is inwendig in de ziel des mensen en in de krachten daarvan, die in de gelovigen allen onrein en met zonden besmet zijn, hoezeer zij zich van enige spijzen zouden mogen onthouden. Zie Mat 15:11.

16 Zij belijden, dat zij God kennen, maar zij verloochenen Hem met de werken, alzo zij gruwelijk zijn en ongehoorzaam, en tot alle goed werk ongeschikt.1234567

Original Greek

θεὸνtheonGodG2316N-ASM-T
ὁμολογοῦσινhomologousinthey professG3670V-PAI-3P
εἰδέναι,eidenaito know,G6063V-RAN
τοῖςtois<the>G3588T-DPN
δὲdehoweverG1161CONJ
ἔργοιςergoisby [their] worksG2041N-DPN
ἀρνοῦνταιarnountaithey deny [Him]G0720V-PNI-3P
βδελυκτοὶbdeluktoidetestableG0947A-NPM
ὄντεςontesbeingG1510V-PAP-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀπειθεῖςapeitheisdisobedientG0545A-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
πρὸςprosforG4314PREP
πᾶνpananyG3956A-ASN
ἔργονergonworkG2041N-ASN
ἀγαθὸνagathongoodG0018A-ASN
ἀδόκιμοι.¶adokimoiunfit.G0096A-NPM
  1. Zij Namelijk deze verleiders en drijvers van het onderscheid der spijzen.
  2. belijden, Namelijk met den mond en uiterlijken schijn.
  3. dat zij God kennen, Dat is, dat zij de ware religie en godsdienst oefenen.
  4. met de werken, Namelijk die kwaad en tegen de ware religie strijdig zijn, gelijk in het volgende verklaard wordt.
  5. gruwelijk zijn Dat is, niet alleen geringe, maar ook lelijke en gruwelijke zonden bedrijven. Zie Job 15:16; Psa 14:3.
  6. ongehoorzaam, Dat is, die de waarheid geen plaats willen geven, of die zich niet willen laten bewegen, om deze te geloven en aan te nemen.
  7. ongeschikt Grieks, verwerpelijk, of, afgekeurd; dat is, die, omdat zij gene goede werken voortbrengen, met recht afgekeurd worden, dat zij gene oprechte gelovigen zijn, maar verwerpelijk.