reltext

Chapter 2

1 Doch gij, spreek hetgeen der gezonde leer betaamt.12

Original Greek

ΣὺSuYou yourselfG4771P-2NS
δὲdehoweverG1161CONJ
λάλειlaleido speakG2980V-PAM-2S
ἃha[the things] thatG3739R-NPN
πρέπειprepeiare consistent withG4241V-PAI-3S
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ὑγιαινούσῃhugiainousēsoundG5198V-PAP-DSF
διδασκαλίᾳ.¶didaskaliadoctrine.G1319N-DSF
  1. gij, spreek Namelijk doe niet gelijk deze verleiders, maar als een getrouw leraar, nalatende zulke fabelen, ijdele woorden en geboden van mensen, predik de leer des Evangelies zuiver.
  2. der gezonde leer Zie 1Ti 1:10, en 1Ti 6:3.

2 Dat de oude mannen nuchter zijn, stemmig, voorzichtig, gezond in het geloof, in de liefde, in de lijdzaamheid.12

Original Greek

ΠρεσβύταςPresbutas[The] aged [men]G4246N-APM
νηφαλίουςnēphalioussober-mindedG3524A-APM
εἶναι,einaiare to be,G1511V-PAN
σεμνούς,semnousdignified,G4586A-APM
σώφρονας,sōphronasself-controlled,G4998A-APM
ὑγιαίνονταςhugiainontassoundG5198V-PAP-APM
τῇtēa<the>G3588T-DSF
πίστει,pisteiin faith,G4102GN-DSF
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἀγάπῃ,agapēin love,G0026N-DSF
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ὑπομονῇ.¶hupomonēain endurance.G5281N-DSF
  1. stemmig, Of, statig, deftig, eerbaar.
  2. voorzichtig, Of, matig.

3 De oude vrouwen insgelijks, dat zij in haar dracht zijn, gelijk den heiligen betaamt, dat zij geen lasteressen zijn, zich niet tot veel wijns begevende, maar leraressen zijn van het goede;12

Original Greek

ΠρεσβύτιδαςPresbutidas[the] aged [women]G4247N-APF
ὡσαύτωςhōsautōslikewiseG5615ADV
ἐνeninG1722PREP
καταστήματιkatastēmatibehaviorG2688N-DSN
ἱεροπρεπεῖς,hi'eroprepeisreverent,G2412A-APF
μὴmēnotG3361PRT-N
διαβόλους,diabolousslanderers,G1228A-APF
μὴmēnotG3361PRT-N
οἴνῳoinōto wineG3631N-DSM
πολλῷpollōmuchG4183A-DSM
δεδουλωμένας,dedoulōmenasenslaved,G1402V-RPP-APF
καλοδιδασκάλους,kalodidaskalousteachers of what is good,G2567A-APF
  1. haar dracht Grieks, gestaltenis; namelijk zowel in kleding als in hun gehelen wandel.
  2. zich niet tot Grieks, haar niet tot slavinnen van veel wijn makende.

4 Opdat zij de jonge vrouwen leren voorzichtig te zijn, haar mannen lief te hebben, haar kinderen lief te hebben;12

Original Greek

ἵναinaso thatG2443CONJ
σωφρονίζωσινsōphronizōsinthey may trainG4994V-PAS-3P
τὰςtastheG3588T-APF
νέαςneasyoung [women]G3501A-APF
φιλάνδρουςphilandrouslovers of [their] husbandsG5362A-APF
εἶναι,einaito be,G1511V-PAN
φιλοτέκνους,philoteknousloving [their] children,G5388A-APF
  1. zij de jonge Namelijk de oude vrouwen, waardoor de jonge vrouwen beter en met minder opspraak kunnen onderwezen worden dan door de mannen, namelijk in het bijzonder. Want openlijk in de gemeente te leren is de vrouwen verboden; 1Co 14:34; 1Ti 2:12.
  2. voorzichtig te zijn, Of, matig, gelijk in vs.5.

5 Matig te zijn, kuis te zijn, het huis te bewaren, goed te zijn, haar eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord Gods niet gelasterd worde.1234

Original Greek

σώφρονας,sōphronasself-controlled,G4998A-APF
ἁγνάς,hagnaspureG0053A-APF
οἰκουργοὺςoikourgousbusy at homeG9994A-APF
ἀγαθάς,agathaskind,G0018A-APF
ὑποτασσομέναςhupotassomenasbeing subjectG5293V-PPP-APF
τοῖςtois<the>G3588T-DPM
ἰδίοιςidioisto [their] ownG2398A-DPM
ἀνδράσιν,andrasinhusbands,G0435HN-DPM
ἵναinaso thatG2443CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ὁhotheG3588T-NSM
λόγοςlogoswordG3056N-NSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
βλασφημῆται.¶blasphēmētaimay be denigrated.G0987V-PPS-3S
  1. Matig te zijn, Of, voorzichtig.
  2. het huis te bewaren, Dat is, niet ledig om te lopen bij de huizen, gelijk 1Ti 5:13; maar bij huis te blijven.
  3. goed te zijn, Dat is, goedertieren en goedaardig.
  4. niet gelasterd worde Namelijk gelijk placht te geschieden door de vijanden der waarheid, die uit het kwade leven dergenen, die Gods woord aangenomen hebben, oorzaak nemen, om het woord zelf te lasteren, alsof dit het kwade leven zou voorstaan; Rom 2:24.

6 Vermaan den jongen mannen insgelijks, dat zij matig zijn.1

Original Greek

ΤοὺςTousTheG3588T-APM
νεωτέρουςneōterousyounger [men]G3501A-APM-C
ὡσαύτωςhōsautōslikewiseG5615ADV
παρακάλειparakaleido exhortG3870V-PAM-2S
σωφρονεῖν,sōphroneinto be self-controlled,G4993V-PAN
  1. matig zijn Of, voorzichtig; gelijk vs.2, 4.

7 Betoon uzelven in alles een voorbeeld van goede werken, betoon in de leer onvervalstheid, deftigheid, oprechtheid;123

Original Greek

περὶperiInG4012PREP
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
σεαυτὸνseautonyourselfG4771F-2ASM
παρεχόμενοςparechomenosbe holding forthG3930V-PMP-NSM
τύπονtupon[as] a patternG5179N-ASM
καλῶνkalōnof goodG2570GA-GPN
ἔργων,ergōnworks,G2041N-GPN
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
διδασκαλίᾳdidaskaliateachingG1319N-DSF
ἀδιαφθορίανadiaphthorianunspoilableG0090N-ASF
ἀφθορίαν,aphthorianincorruptable,G0861N-ASF
σεμνότητα,semnotētadignityG4587N-ASF
  1. in de leer Dat is, in het voorstellen en prediken van de Evangelische leer.
  2. onvervalstheid, Grieks, onverdorvenheid; dat is, zonder er enige valse leer bij te mengen, of instellingen der mensen, waardoor de zuivere leer bedorven en vervalst wordt.
  3. deftigheid, Of, gestadigheid. Het eerste gaat de leer zelf aan, en dit de manier waarop deze moet voorgesteld worden.

8 Het woord gezond en onverwerpelijk, opdat degene, die daartegen is, beschaamd worde, en niets kwaads hebbe van ulieden te zeggen.123456

Original Greek

λόγονlogonspeechG3056N-ASM
ὑγιῆ,hugiēsound,G5199A-ASM
ἀκατάγνωστον,akatagnōstonbeyond reproach,G0176A-ASM
ἵναinaso thatG2443CONJ
ὁhohe who isG3588T-NSM
ἐξexof theG1537PREP
ἐναντίαςenantiascontraryG1727A-GSF
ἐντραπῇentrapēamay be ashamedG1788V-2APS-3S
μηδὲνmēdennothingG3367A-ASN-N
ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM
λέγεινlegeinto sayG3004GV-PAN
περὶpericoncerningG4012PREP
ἡμῶνhēmōnusG3165P-1GP
φαῦλον.¶phaulonevil.G5337A-ASN
  1. Het woord gezond Zie 1Ti 1:10, en 1Ti 6:3; 2Ti 1:13, en 2Ti 4:3; Tit 1:9, Tit 1:13; namelijk hetgeen gij openlijk zult prediken, of in het bijzonder zult gebruiken bij de mensen.
  2. onverwerpelijk, Of, onbestraffelijk, onverdoemelijk, onverachtelijk; hetwelk zowel van het woord als van den persoon van Titus kan verstaan worden.
  3. die daartegen is, Dat is, die nog vreemd en een vijand is van de evangelische leer.
  4. beschaamd worde, Namelijk in zijn lasteringen tegen de leer of leraars des Evangelies.
  5. ulieden Anderen lezen onze lieden; namelijk onze Dienaars des Evangelies.
  6. te zeggen Namelijk met waarheid.

9 Vermaan den dienstknechten, dat zij hun eigen heren onderdanig zijn, dat zij in alles welbehagelijk zijn, niet tegensprekende;12

Original Greek

ΔούλουςDoulousServantsG1401N-APM
ἰδίοιςidioisto [their] ownG2398A-DPM
δεσπόταιςdespotaismastersG1203N-DPM
ὑποτάσσεσθαι,hupotassesthaiare to be subject,G5293V-PPN
ἐνeninG1722PREP
πᾶσινpasineverythingG3956A-DPN
εὐαρέστουςeuarestouswell-pleasingG2101A-APM
εἶναι,einaito be,G1511V-PAN
μὴmēnotG3361PRT-N
ἀντιλέγοντας,antilegontasgainsaying,G0483V-PAP-APM
  1. in alles Namelijk dat niet strijdt tegen de bevelen van den oppersten Heere Jezus Christus. Zie Act 4:19, en Act 5:29, en de aantekening bij Col 3:18, Col 3:22.
  2. tegensprekende; Namelijk tegen de bevelen of bestraffingen der heren.

10 Niet onttrekkende, maar alle goede trouw bewijzende; opdat zij de leer van God, onzen Zaligmaker, in alles mogen versieren.123

Original Greek

μὴmēnotG3361PRT-N
νοσφιζομένουςnosphizomenouspilferingG3557V-PMP-APM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
πᾶσανpasanallG3956A-ASF
πίστινpistinfidelityG4102GN-ASF
ἐνδεικνυμένουςendeiknumenousshowingG1731V-PMP-APM
ἀγαθήν,agathēngood,G0018A-ASF
ἵναinaso thatG2443CONJ
τὴνtēntheG3588T-ASF
διδασκαλίανdidaskaliandoctrineG1319N-ASF
τὴνtēnwhich [is]G3588T-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSM
σωτῆροςsōtērosSaviorG4990N-GSM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
κοσμῶσινkosmōsinthey may adornG2885V-PAS-3P
ἐνeninG1722PREP
πᾶσιν.¶pasinall things.G3956A-DPN
  1. onttrekkende, Dat is, heimelijk met listigheid en steelsgewijze iets van de goederen der heren tot zich trekkende. Zie van dit woord Act 5:2-3.
  2. de leer van God, Namelijk die zulks gebiedt en die zij aangenomen hebben en belijden.
  3. mogen versieren Hetwelk geschiedt, als zij deze in het werk stellen en in alles volgen.

11 Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.1234

Original Greek

ἘπεφάνηEpephanēHas appearedG2014V-2API-3S
γὰρgarforG1063CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
χάριςcharisgraceG5485N-NSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἡhē<the>G3588T-NSF
σωτήριοςsōtērios[bringing] salvationG4991N-NSF
πᾶσινpasinto allG3956A-DPM
ἀνθρώποιςanthrōpoismenG0444N-DPM
  1. Want De apostel geeft nu reden, waarom Titus allerlei soort van mensen, ouden en jongen, en zelfs ook de slaven of dienstknechten, moet vermanen, dat zij zich godzalig gedragen.
  2. de zaligmakende Dat is, de leer van de genade Gods ons door Christus bewezen en in het Evangelie vervat.
  3. is verschenen Namelijk als een licht in de duisternis der schaduwen van het Oude Testament, en de onwetendheid des heidendoms; Isa 42:7, Isa 42:16; Act 26:18; Eph 5:8; 1Pe 2:9; 1Jo 2:8.
  4. alle mensen Dat is, allerlei soorten van mensen, mannen, vrouwen, ouden, jongen, vrijen en dienstbaren, gelijk uit het voorgaande blijkt. Zie dergelijke 1Ti 2:1-2, 1Ti 2:4. Sommigen voegen de woorden alle mensen bij het woord zaligmakende, in deze zin: De genade Gods alle mensen zaligmakende is verschenen.

12 En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld;123456

Original Greek

παιδεύουσαpaideuousainstructingG3811V-PAP-NSF
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἵναinathatG2443CONJ
ἀρνησάμενοιarnēsamenoihaving deniedG0720V-ADP-NPM
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
ἀσέβειανasebeianungodlinessG0763N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
τὰςtas<the>G3588T-APF
κοσμικὰςkosmikasworldlyG2886A-APF
ἐπιθυμίαςepithumiaspassionsG1939N-APF
σωφρόνωςsōphronōsdiscreetlyG4996ADV
καὶkaiandG2532CONJ
δικαίωςdikaiōsrighteouslyG1346ADV
καὶkaiandG2532CONJ
εὐσεβῶςeusebōspiouslyG2153ADV
ζήσωμενzēsōmenwe may liveG2198V-AAS-1P
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
νῦνnunpresentG3568ADV
αἰῶνιaiōniageG0165GN-DSM
  1. wereldse Dat is, die in de wereldse en onwedergeborene mensen gevonden worden en heersen, en beschreven worden 1Pe 4:3; 1Jo 2:16.
  2. verzakende, Zie Mat 16:24.
  3. matig en Namelijk ten aanzien van onszelf.
  4. rechtvaardig, Namelijk ten aanzien van onzen naaste.
  5. godzalig leven Namelijk ten aanzien van God.
  6. wereld Grieks, eeuw.

13 Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;1234

Original Greek

προσδεχόμενοιprosdechomenoiawaitingG4327V-PNP-NPM
τὴνtēntheG3588T-ASF
μακαρίανmakarianblessedG3107A-ASF
ἐλπίδαelpidahopeG1680N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
ἐπιφάνειανepiphaneian[the] appearingG2015N-ASF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF
τοῦtouof theG3588T-GSM
μεγάλουmegalougreatG3173A-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
σωτῆροςsōtērosSaviorG4990N-GSM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
Χριστοῦ,ChristouChristG5547N-GSM-T
  1. de zalige hoop Dat is, de zaligheid die de gelovigen hopen.
  2. verschijning Namelijk om te oordelen de levenden en de doden. Want alzo wordt dit woord doorgaans genomen. Zie 2Th 2:8; 1Ti 6:14; 2Ti 4:1, 2Ti 4:8.
  3. der heerlijkheid Want deze verschijning zal met grote heerlijkheid geschieden. Zie Mat 16:27, en Mat 19:28, en Mat 24:30, en Mat 25:31; 1Pe 4:13.
  4. van den groten God Dat is, Jezus Christus onze grote God en Zaligmaker, want beide titels worden Jezus Christus hier toegeschreven, gelijk blijkt daar hier van Zijn heerlijke verschijning ten oordeel gesproken wordt, gelijk de samenvoeging der Griekse woorden uitwijst.

14 Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.1234

Original Greek

ὃςhoswhoG3739R-NSM
ἔδωκενedōkengaveG1325V-AAI-3S
ἑαυτὸνhe'autonHimselfG1438F-3ASM
ὑπὲρhuperforG5228PREP
ἡμῶνhēmōnusG3165P-1GP
ἵναinathatG2443CONJ
λυτρώσηταιlutrōsētaiHe may redeemG3084V-AMS-3S
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἀπὸapofromG0575PREP
πάσηςpasēsallG3956A-GSF
ἀνομίαςanomiaslawlessnessG0458N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
καθαρίσῃkatharisēmay purifyG2511V-AAS-3S
ἑαυτῷhe'autōto HimselfG1438F-3DSM
λαὸνlaona peopleG2992N-ASM
περιούσιον,periousionspecially chosen,G4041A-ASM
ζηλωτὴνzēlōtēnzealousG2207N-ASM-T
καλῶνkalōnof goodG2570GA-GPN
ἔργων.¶ergōnworks.G2041N-GPN
  1. gegeven heeft, Namelijk in den dood.
  2. opdat Hij ons Dat is, niet alleen om ons met God te verzoenen door een volkomen betaling voor onze zonden door Zijn bloed, Eph 1:7; 1Pe 1:18; 1Jo 1:7; Rev 5:9; maar ook om ons door Zijn Geest der wedergeboorte te verlossen van de heerschappij der zonde en ongerechtigheid; Rom 6:3, enz; Gal 5:24; Col 2:11-12; 1Pe 4:1-2.
  3. een eigen volk Grieks, periousion, met welk woord de Griekse overzetters des Ouden Testaments het Hebr. woord Segullah, Exo 19:5, verklaren en eigenlijk betekent dat als wat bijzonders, uitnemend, en kostelijk weggelegd wordt om te bewaren.
  4. reinigen, Namelijk door Zijn Geest, waardoor, als door rein water, de gelovigen van de vuiligheden der zonden gereinigd en tot een volk Gods afgezonderd worden. Zie Eze 36:25-26.

15 Spreek dit, en vermaan, en bestraf met allen ernst. Dat niemand u verachte.1

Original Greek

ΤαῦταTautaThese thingsG3778D-APN
λάλειlaleido speakG2980V-PAM-2S
καὶkaiandG2532CONJ
παρακάλειparakaleido exhortG3870V-PAM-2S
καὶkaiandG2532CONJ
ἔλεγχεelegchedo rebukeG1651V-PAM-2S
μετὰmetawithG3326PREP
πάσηςpasēsallG3956A-GSF
ἐπιταγῆς.epitagēsauthority.G2003N-GSF
μηδείςmēdeisNo oneG3367A-NSM
σουsouyouG4771P-2GS
περιφρονείτω.¶periphroneitōshould despise.G4065V-PAM-3S
  1. ernst Grieks, bevel, gezag. Zie van dit woord Rom 16:26; 1Co 7:6, 1Co 7:25; 2Co 8:8. Dat is, toon in het leren, dat gij spreekt als een gezant Gods, wiens bevelen gij met ernst moet voordragen.