reltext

Chapter 3

1 Desgelijks gij vrouwen, zijt uw eigenen mannen onderdanig; opdat ook, zo enigen den Woorde ongehoorzaam zijn, zij door den wandel der vrouwen zonder Woord mogen gewonnen worden;12

Original Greek

ὉμοίωςHomoiōsLikewiseG3668ADV
αἱhaiYouG3739R-NPF
γυναῖκεςgunaikeswivesG1135HN-VPF
ὑποτασσόμεναιhupotassomenaibe subjectG5293V-PPP-NPF
τοῖςtois<the>G3588T-DPM
ἰδίοιςidioisto [their] ownG2398A-DPM
ἀνδράσιν,andrasinhusbands,G0435HN-DPM
ἵναinaso thatG2443CONJ
καὶkaievenG2532CONJ
εἴeiifG1487GCOND
τινεςtinesanyG5100X-NPM
ἀπειθοῦσινapeithousinare disobedientG0544V-PAI-3P
τῷtōto theG3588T-DSM
λόγῳ,logōword,G3056N-DSM
διὰdiathroughG1223PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
τῶνtōnof theG3588T-GPF
γυναικῶνgunaikōnwivesG1135HN-GPF
ἀναστροφῆςanastrophēsconductG0391N-GSF
ἄνευaneuwithoutG0427PREP
λόγουlogouwordG3056N-GSM
κερδηθήσονται,kerdēthēsontaithey will be gained,G2770V-FPI-3P
  1. den Woorde ongehoorzaam Namelijk van het Evangelie.
  2. mogen gewonnen worden; Dat is, tot Christus bekeerd worden, gelijk dit woord winnen gebruikt wordt Mat 18:15; 1Co 9:19, en elders. Niet dat het goed leven zonder woord genoeg is om den mens te bekeren of tot het geloof te brengen. Want dat doet de Heilige Geest door het Woord van God alleen, Psa 19:8; Rom 1:16, en Rom 10:17; maar omdat zulke mannen, ziende den goeden wandel der gelovige vrouwen, een goed gevoelen krijgen van dat Woord en van den godsdienst dien zij belijden, en een begeerte om het ook te horen en zichzelf door Gods genade daarnaar te schikken.

2 Als zij zullen ingezien hebben uw kuisen wandel in vreze.1

Original Greek

ἐποπτεύσαντεςepopteusanteshaving witnessedG2029V-AAP-NPM
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἐνeninG1722PREP
φόβῳphobōrespectG5401N-DSM
ἁγνὴνhagnēnpureG0053A-ASF
ἀναστροφὴνanastrophēnconductG0391N-ASF
ὑμῶν·humōnof you;G4771P-2GP
  1. in vreze Dat is, eerbied en zorgvuldigheid; namelijk in den dienst van God en van hare mannen.

3 Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van klederen aan te trekken;1

Original Greek

ὧνhōnwhoseG3739R-GPF
ἔστωestōshould beG1510V-PAM-3S
οὐχouchnotG3756PRT-N
ὁho<the>G3588T-NSM
ἔξωθενexōthenoutwardG1855PREP
ἐμπλοκῆςemplokēsof braidingG1708N-GSF
τριχῶνtrichōnof hairG2359N-GPF
καὶkaiandG2532CONJ
περιθέσεωςperitheseōsputting aroundG4025N-GSF
χρυσίωνchrusiōnof goldG5553N-GPN
ἢēorG2228CONJ
ἐνδύσεωςenduseōsputting onG1745N-GSF
ἱματίωνhimatiōnof garmentsG2440N-GPN
κόσμος,kosmosadorning,G2889N-NSM
  1. versiersel zij, Dat is, haar voornaamste versiersel zij, want Paulus, 1Ti 2:9, laat ook een eerbaar of sierlijk gewaad de vrouwen toe; maar Petrus bestraft hier alle onmatige en al te overdreven versieringen, waartoe het vrouwelijk geslacht dikwijls genegen is, en alle hovaardij en trotsheid in de gewone en anderszins geoorloofde versiering.

4 Maar de verborgen mens des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God.12

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
κρυπτὸςkruptoshiddenG2927A-NSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
καρδίαςkardiasheartG2588N-GSF
ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
ἀφθάρτῳaphthartōimperishableG0862A-DSM
τοῦtouof theG3588T-GSN
πραέωςpraeōsgentleG4235A-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
ἡσυχίουhēsuchiouquietG2272A-GSN
πνεύματος,pneumatosspirit,G4151GN-GSN
ὅhowhichG3739R-NSN
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
πολυτελές.polutelesof great worth.G4185A-NSN
  1. de verborgen mens Dat is, de inwendige mens, die dagelijks vernieuwd wordt naar Gods evenbeeld, 2Co 4:16.
  2. kostelijk is voor God Dat is, dierbaar en aangenaam.

5 Want alzo versierden zichzelven eertijds ook de heilige vrouwen, die op God hoopten, en waren haar eigen mannen onderdanig;1

Original Greek

οὕτωςhoutōsIn this wayG3779ADV
γάρgarforG1063CONJ
ποτεpoteformerlyG4218PRT
καὶkaialsoG2532CONJ
αἱhaitheG3588T-NPF
ἅγιαιhagiaiholyG0040GA-NPF
γυναῖκεςgunaikeswomenG1135GN-NPF
αἱhaithoseG3588T-NPF
ἐλπίζουσαιelpizousaihopingG1679V-PAP-NPF
εἰςeisinG1519PREP
τὸνton<the>G3588T-ASM
θεὸνtheonGodG2316N-ASM-T
ἐκόσμουνekosmounwere adorningG2885V-IAI-3P
ἑαυτάςhe'autasthemselvesG1438F-3APF
ὑποτασσόμεναιhupotassomenaibeing subjectG5293V-PPP-NPF
τοῖςtois<the>G3588T-DPM
ἰδίοιςidioisto [their] ownG2398A-DPM
ἀνδράσιν·andrasinhusbands;G0435HN-DPM
  1. de heilige vrouwen, Namelijk die over hare godvruchtigheid, voorzichtigheid en nederigheid geprezen worden in het Oude Testament, als Rebekka, Anna, de moeder van Samuël, Abigaïl, Esther en dergelijken.

6 Gelijk Sara aan Abraham gehoorzaam is geweest, hem noemende heer, welker dochters gij geworden zijt, als gij weldoet, en niet vreest voor enige verschrikking.123

Original Greek

ὡςhōsasG5613PRT
ΣάρραSarraSarahG4564N-NSF-P
ὑπήκουσενhupēkousenobeyedG5219V-AAI-3S
τῷtō<the>G3588T-DSM
ἈβραὰμAbraamAbrahamG0011N-DSM-P
κύριονkurionlordG2962HN-ASM
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
καλοῦσα,kalousacalling,G2564GV-PAP-NSF
ἧςhēsof whomG3739R-GSF
ἐγενήθητεegenēthēteyou have becomeG1096V-2AOI-2P
τέκναteknachildrenG5043N-NPN
ἀγαθοποιοῦσαιagathopoiousaidoing goodG0015V-PAP-NPF
καὶkaiandG2532CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
φοβούμεναιphoboumenaifearingG5399V-PNP-NPF
μηδεμίανmēdemiannot oneG3367A-ASF
πτόησιν.¶ptoēsinconsternation.G4423N-ASF
  1. dochters Grieks kinderen; namelijk naar den geest, gelijk Abraham de vader is aller gelovigen; Rom 4:16.
  2. gij geworden zijt, Dat is, gij metterdaad bewijst geworden te zijn, gelijk Joh 15:8.
  3. voor enige verschrikking Of met. Het Griekse woord betekent een haastige of schielijke verbaasdheid, gelijk een vogel of enig ander dier verbaasd is, wanneer het iets ziet of hoort dat hem gevaarlijk is. Deze verbaasdheid, die het vrouwelijk geslacht licht overkomt, wegens de zwakheid van hare natuur, verklaart de apostel dat zij in den dienst harer mannen licht kunnen ontgaan, als zij maar weldoen en een goed geweten voor God houden.

7 Gij mannen, insgelijks, woont bij haar met verstand, aan het vrouwelijke vat, als het zwakste, eer gevende, als die ook mede-erfgenamen der genade des levens met haar zijt; opdat uw gebeden niet verhinderd worden.12345

Original Greek

ΟἱHoiyou who [are]G3588T-VPM
ἄνδρεςandresHusbandsG0435HN-VPM
ὁμοίως,homoiōslikewise,G3668ADV
συνοικοῦντεςsunoikountesdwelling with [them]G4924V-PAP-NPM
κατὰkataaccording toG2596PREP
γνῶσινgnōsinknowledgeG1108N-ASF
ὡςhōsasG5613PRT
ἀσθενεστέρῳasthenesterōwith a weakerG0772GA-DSN-C
σκεύειskeueivesselG4632N-DSN
τῷtōwith theG3588T-DSN
γυναικείῳgunaikeiōfemaleG1134A-DSN
ἀπονέμοντεςaponemontesrenderingG0632V-PAP-NPM
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
ὡςhōssinceG5613PRT
καὶkai[they are] alsoG2532CONJ
συγκληρονόμοιςsugklēronomoisjoint-heirsG4789A-DPM
χάριτοςcharitosof [the] graceG5485N-GSF
ζωῆςzōēsof lifeG2222N-GSF
εἰςeisso asG1519PREP
τὸtothisG3588T-ASN
μὴmēnotG3361PRT-N
ἐγκόπτεσθαιegkoptesthai[cause to] be impededG1465V-PPN
τὰςtastheG3588T-APF
προσευχὰςproseuchasprayersG4335N-APF
ὑμῶν.¶humōnof you.G4771P-2GP
  1. met verstand, Grieks naar verstand; dat is, uw heerschappij gebruikende met voorzichtigheid en matigheid.
  2. vat, als het zwakste, Een Hebreeuwse wijze van spreken, waardoor enig werktuig, hetzij een persoon of enige andere zaak zijnde, aangeduid wordt, en de vrouw wordt hier zo genaamd, omdat zij geschapen is tot een hulp van den man, Gen 2:18.
  3. eer gevende, Namelijk niet boven maar nevens den man, of naast den man boven het gehele huisgezin, gevoegd met ene zonderlinge zorg en mededogendheid, gelijk het woord eer ook medebrengt, Mat 15:4; 1Ti 5:17; hetwelk ook de liefde van den man en hare zorg over het huis vereist. Zie Psa 45:10, enz.; Pro 31:27-28; Eph 5:25, enz.
  4. medeërfgenamen Namelijk van het eeuwige leven. Sommigen boeken hebben als die mede-erfgenamen met u zijn. Hetwelk met den zin wel overeenkomt.
  5. niet verhinderd worden Namelijk door twist of tweespalt. En hier worden onder de gebeden ook allerlei oefeningen van den godsdienst verstaan.

8 En eindelijk, zijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk;1234

Original Greek

ΤὸTo<the>G3588T-ASN
δὲdeNowG1161CONJ
τέλοςtelosthe endG5056N-ASN
πάντεςpantesAll [be]G3956A-VPM
ὁμόφρονες,homophronessingle-minded,G3675A-NPM
συμπαθεῖς,sumpatheissympathetic,G4835A-NPM
φιλάδελφοι,philadelphoiloving as brothers,G5361A-NPM
εὔσπλαγχνοι,eusplagchnoitender-hearted,G2155A-NPM
ταπεινόφρονες,tapeinophroneshumble,G9402A-NPM
  1. En eindelijk, De apostel keert nu weder tot de vermaningen die een iegelijk aangaan.
  2. medelijdend, de broeders Namelijk met elkander. Het Griekse woord betekent eigenlijk een medegevoel hebben met het lijden van een ander.
  3. met innerlijke barmhartigheid Het Griekse woord betekent een deugd waardoor het ingewand of het hart over den nood van een ander licht wordt bewogen.
  4. vriendelijk; Dit woord betekent eigenlijk, die bedenkt of bevroedt hetgeen een ander aangenaam is.

9 Vergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende, dat gij daartoe geroepen zijt, opdat gij zegening zoudt beërven.123

Original Greek

μὴmēnotG3361PRT-N
ἀποδιδόντεςapodidontesrepayingG0591V-PAP-NPM
κακὸνkakonevilG2556GA-ASN
ἀντὶantiforG0473PREP
κακοῦkakouevilG2556GA-GSN
ἢēorG2228CONJ
λοιδορίανloidorianinsultG3059N-ASF
ἀντὶantiforG0473PREP
λοιδορίας,loidoriasinsult,G3059N-GSF
τοὐναντίονtounantionon the contraryG5121ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
εὐλογοῦντεςeulogountesblessingG2127V-PAP-NPM
εἰδότες,eidotesknowingG6063V-RAP-NPM
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
εἰςeistoG1519PREP
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
ἐκλήθητεeklēthēteyou were calledG2564GV-API-2P
ἵναinaso thatG2443CONJ
εὐλογίανeulogianblessingG2129N-ASF
κληρονομήσητε.klēronomēsēteyou may inherit.G2816V-AAS-2P
  1. maar zegent daarentegen; Dat is, bidt voor die en doet wel dengenen, die u scheiden of kwaad doen, gelijk Christus ook gebiedt Mat 5:44. Doch hier valt op te merken, dat Petrus, gelijk ook Christus, niet spreken van het ambt ener overheid tegen openbare boosdoeners, maar van het ambt van een gewoon Christen tegen een ieder in het bijzonder.
  2. dat gij daartoe Namelijk van God, dien gij dagelijks ook vertoornt door uw zonden, en wiens zegening gij derhalve ook onwaardig waart. Het kan ook gevoegd worden bij het voorgaande, namelijk dat gij daartoe geroepen zijt, om geen kwaad met kwaad te vergelden.
  3. gij zegening Namelijk tijdelijke en eeuwige, gelijk de plaats hier tot bewijs bijgebracht medebrengt.

10 Want wie het leven wil liefhebben, en goede dagen zien, die stille zijn tong van het kwaad, en zijn lippen, dat zij geen bedrog spreken;123

Original Greek

ὁhoThe [one]G3588T-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
θέλωνthelōndesiringG2309V-PAP-NSM
ζωὴνzōēnlifeG2222N-ASF
ἀγαπᾶνagapanto loveG0025V-PAN
καὶkaiandG2532CONJ
ἰδεῖνideinto seeG1492HV-2AAN
ἡμέραςhēmerasdaysG2250N-APF
ἀγαθὰςagathasgoodG0018A-APF
παυσάτωpausatōhe should keepG3973V-AAM-3S
τὴνtēntheG3588T-ASF
γλῶσσανglōssantongueG1100N-ASF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ἀπὸapofromG0575PREP
κακοῦkakouevilG2556GA-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
χείληcheilēlipsG5491N-APN
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
τοῦtou<the>G3588T-GSN
μὴmēnotG3361PRT-N
λαλῆσαιlalēsaito speakG2980V-AAN
δόλον.dolondeceit.G1388N-ASM
  1. Want wie Deze plaats is genomen uit Psa 34:13, enz., en daarin volgt de apostel meest de Griekse overzetting, die den zin van den Hebreeuwsen tekst wel uitdrukt. Doch hetgeen de profeet vragenderwijze voorstelt, zegt de apostel verhalender wijze.
  2. het leven wil Hebreeuws wie is de man die het leven wil en liefheeft of begeert het goede te zien?
  3. goede dagen zien, Dat is, een gelukzalig leven leiden. Want al is het, dat de godzaligen menigmaal verdrukt worden, zo houden zij nochtans altijd een goede conscientie, en hebben ene zalige uitkomst te verwachten. Waarom zij ook zichzelf verheugen in de verdrukkingen; Rom 5:3; Jam 1:2, enz.

11 Die wijke af van het kwade, en doe het goede; die zoeke vrede en jage denzelven na.

Original Greek

ἐκκλινάτωekklinatōhe should turn awayG1578V-AAM-3S
δὲdealsoG1161CONJ
ἀπὸapofromG0575PREP
κακοῦkakouevilG2556GA-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
ποιησάτωpoiēsatōhe should doG4160GV-AAM-3S
ἀγαθόν,agathongood,G0018A-ASN
ζητησάτωzētēsatōhe should seekG2212V-AAM-3S
εἰρήνηνeirēnēnpeaceG1515N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
διωξάτωdiōxatōhe should pursueG1377V-AAM-3S
αὐτήν.autēnit.G0846P-ASF

12 Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed; maar het aangezicht des Heeren is tegen degenen, die kwaad doen.12

Original Greek

ὅτιhotiBecauseG3754HCONJ
οἵoitheG3588T-NPM
ὀφθαλμοὶophthalmoieyesG3788N-NPM
κυρίουkuriouof [the] LordG2962GN-GSM-T
ἐπὶepi[are] onG1909PREP
δικαίους,dikaious[the] righteous,G1342A-APM
καὶkaiandG2532CONJ
ὦταōta[the] earsG3775N-NPN
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
εἰςeistowardG1519PREP
δέησινdeēsinprayerG1162N-ASF
αὐτῶν,autōnof them,G0846P-GPM
πρόσωπονprosōpon[The] faceG4383N-NSN
δὲdehoweverG1161CONJ
κυρίουkuriouof [the] LordG2962GN-GSM-T
ἐπὶepi[is] againstG1909PREP
ποιοῦνταςpoiountasthose doingG4160GV-PAP-APM
κακά.¶kakaevil.G2556GA-APN
  1. de ogen des Heeren Dat is, de gunstige en zorgvuldige ogen des Heeren.
  2. maar het aangezicht Dat is, het toornig of afkerig aanschijn des Heeren.

13 En wie is het, die u kwaad doen zal, indien gij navolgers zijt van het goede?1

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
τίςtiswho [is]G5101I-NSM
ὁhohe whoG3588T-NSM
κακώσωνkakōsōnwill harmG2559V-FAP-NSM
ὑμᾶς,humasyou,G4771P-2AP
ἐὰνeanifG1437COND
τοῦtoufor that which [is]G3588T-GSN
ἀγαθοῦagathougoodG0018A-GSN
ζηλωταὶzēlōtaizealousG2207N-NPM
γένησθε;genēstheyou shall be?G1096V-2ADS-2P
  1. wie is het, Dat is, of niemand zal u kwaad willen doen, als gij navolgers zijt van het goede; of zo iemand toch zulks doet, die kan u in uw gelukzaligheid niet schaden, dewijl gij om de gerechtigheid lijdt.

14 Maar indien gij ook lijdt om der gerechtigheid wil, zo zijt gij zalig; en vreest niet uit vreze van hen, en wordt niet ontroerd;1

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽ButG0235CONJ
εἰeiifG1487MCOND
καὶkaievenG2532CONJ
πάσχοιτεpaschoiteyou would sufferG3958V-PAO-2P
διὰdiabecause ofG1223PREP
δικαιοσύνην,dikaiosunēnrighteousness,G1343N-ASF
μακάριοι.makarioi[you are] blessed.G3107A-NPM
τὸνton<the>G3588T-ASM
δὲdeAndG1161CONJ
φόβονphobonthe threatsG5401N-ASM
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
μὴmēnotG3361PRT-N
φοβηθῆτεphobēthēteshall you be afraid ofG5399V-AOS-2P
μηδὲmēdeneitherG3366CONJ-N
ταραχθῆτε·tarachthēteshall you be troubled;G5015V-APS-2P
  1. vreest niet uit Grieks vreest niet hun vrees; dat is, gelijk zij vrezen en ontroerd zijn, omdat zij een kwade conscientie hebben, gelijk Isa 8:12, waaruit Petrus deze woorden tot zijn voornemen past.

15 Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.12345

Original Greek

κύριονkurion[As] LordG2962GN-ASM-T
δὲdehoweverG1161CONJ
τὸνton<the>G3588T-ASM
ΧριστὸνChristonChristG5547N-ASM-T
ἁγιάσατεhagiasatedo sanctifyG0037V-AAM-2P
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
καρδίαιςkardiaisheartsG2588N-DPF
ὑμῶν.¶humōnof you.G4771P-2GP
ἝτοιμοιHetoimoireadyG2092A-NPM
δὲdenowG1161CONJ
ἀεὶaeialwaysG0104ADV
πρὸςprosforG4314PREP
ἀπολογίανapologiana defenseG0627N-ASF
παντὶpantito everyoneG3956A-DSM
τῷtōwhoG3588T-DSM
αἰτοῦντιaitountiis askingG0154V-PAP-DSM
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
λόγονlogonan accountG3056N-ASM
περὶpericoncerningG4012PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
ἐνeninG1722PREP
ὑμῖνhuminyouG4771P-2DP
ἐλπίδος,elpidoshope,G1680N-GSF
  1. heiligt God, Dat is, schrijft Hem alle lof en eer toe, hangt Hem alleen aan en vertrouwt op Hem, gelijk Job 33:4; Rom 4:20; want dan geven wij God zijn hoogste eer, als wij Zijn genade, trouw, wijsheid en mogendheid alles toeschrijven.
  2. tot verantwoording Dat is, openlijke belijdenis en bescherming uit Gods Woord van uw hoop, naar de mate der gaven die gij ontvangen hebt.
  3. die u rekenschap Namelijk ambtshalve, of om onderricht te worden; of, wanneer de verdediging der waarheid zulks vereist. Want anders zegt ook Christus, dat wij het heilige niet voor de honden zullen werpen, noch de paarlen voor de zwijnen, opdat zij zich niet omkeren en ons verscheuren; Mat 7:6.
  4. van de hoop, Dat is, van den grond van uw geloof en vervolgens ook van uw hoop, waarop gij steunt.
  5. vreze Dat is, met zorgvuldige voorzichtigheid, opdat u niets ontvalle, dat Gods gemeente of het Evangelie nadelig zou zijn. Zie een voorbeeld in Christus, Joh 18:19-20, als hij voor de rechters stond.

16 En hebt een goed geweten, opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij beschaamd mogen worden, die uw goeden wandel in Christus lasteren.12

Original Greek

συνείδησινsuneidēsin[16] a conscienceG4893N-ASF
ἔχοντεςechonteshavingG2192V-PAP-NPM
ἀγαθήν,agathēngood,G0018A-ASF
ἵναinaso thatG2443CONJ
ἐνeninG1722PREP
ᾧhōthisG3739R-DSN
καταλαλεῖσθεkatalaleistheyou are spoken againstG2635V-PPI-2P
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
ὡςhōsasG5613PRT
κακοποιῶν,kakopoiōnto evildoersG2555N-GPM
καταισχυνθῶσινkataischunthōsinthey may be ashamedG2617V-APS-3P
οἱhoithoseG3588T-NPM
ἐπηρεάζοντεςepēreazontesrevilingG1908V-PAP-NPM
ὑμῶνhumōnyourG4771P-2GP
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
ἀγαθὴνagathēngoodG0018A-ASF
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
ἀναστροφήν.anastrophēnmanner of life.G0391N-ASF
  1. hebt een goed geweten, Of houdt; namelijk in al uw doen, en in al deze vrees of voorzichtigheid, opdat gij onder den dekmantel daarvan niet nalaat openlijk te belijden hetgeen God u in zijn Woord gebiedt, of dat tot Zijn eer dient.
  2. in Christus lasteren Dat is, naar Christus' leer en bevel.

17 Want het is beter, dat gij, weldoende, ( indien het de wil van God wil) lijdt, dan kwaad doende.1

Original Greek

κρεῖττονkreitton[It is] betterG2908A-NSN-C
γὰρgarforG1063CONJ
ἀγαθοποιοῦντας,agathopoiountasdoing goodG0015V-PAP-APM
εἰeiifG1487GCOND
θέλοιtheloione would desireG2309V-PAO-3S
τὸtotheG3588T-NSN
θέλημαthelēmawillG2307N-NSN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ,theouof God,G2316N-GSM-T
πάσχεινpascheinto sufferG3958V-PAN
ἢēthanG2228CONJ
κακοποιοῦντας·kakopoiountasdoing evil;G2554V-PAP-APM
  1. lijdt, dan kwaad doende Namelijk tot beproeving van uw geloof; Jam 1:2-4.

18 Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest;12

Original Greek

ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
ἅπαξhapaxonceG0530ADV
περὶperiforG4012PREP
ἁμαρτιῶνhamartiōnsinsG0266N-GPF
ἔπαθεν,epathensuffered,G3958V-2AAI-3S
δίκαιοςdikaios[the] righteousG1342A-NSM
ὑπὲρhuperforG5228PREP
ἀδίκων,adikōn[the] unrighteous,G0094A-GPM
ἵναinaso thatG2443CONJ
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
προσαγάγῃprosagagēHe may bringG4317V-2AAS-3S
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ,theōto God,G2316N-DSM-T
θανατωθεὶςthanatōtheishaving been put to deathG2289V-APP-NSM
μὲνmenindeedG3303PRT
σαρκί,sarkiin [the] flesh,G4561N-DSF
ζῳοποιηθεὶςzōopoiētheishaving been made aliveG2227V-APP-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
τῷtōin theG3588T-DSN
πνεύματι,pneumatispirit,G4151GN-DSN
  1. in het vlees, Of naar het vlees; dat is, naar zijn menselijke natuur, gelijk dit woord vlees van Christus doorgaans wordt verstaan. Zie Joh 1:14; Rom 1:3; 1Ti 3:16; want hoewel degenen, die het lichaam doden de ziel niet kunnen doden, Mat 10:28; nochtans wordt de gehele mens gezegd gedood te zijn, wanneer ziel en lichaam door een geweldigen dood van elkander worden gescheiden; hoewel geen geweld de ziel noch het lichaam van Christus van zijn Godheid heeft kunnen scheiden.
  2. door den Geest; Dat is, door Zijn goddelijke natuur, door welke hij Zijne mensheid uit de doden heeft opgewekt, gelijk dit woord geest voor de goddelijke natuur van Christus ook elders gebruikt wordt. Zie Rom 1:4; Heb 9:14, enz. Anderen zetten het over: naar den geest, en verstaan het van de ziel van Christus, die levend is gebleven al was zijn lichaam gedood. Doch zo zou Petrus hier van Christus niets anders zeggen dan wat allen gelovigen toekomt, Mat 10:28; en dit strijdt ook tegen de eigenschap van het Griekse woord Zoopoietheis, hetwelk niet betekent een die levend blijft maar levend gemaakt is; welke levendmaking een eigen werk van God is; zie Joh 5:21; Rom 4:17; 1Ti 6:13. Hetgeen ook van dezen geest van Christus hierna gezegd wordt, dat hij door dezen den geesten in de gevangenis zijnde, ten tijde van Noach gepredikt heeft, kan van de ziel van Christus, die vóór zijn ontvangenis uit Maria nog niet was, ook niet gezegd worden.

19 In Denwelken Hij ook, henengegaan zijnde, den geesten, die in de gevangenis zijn, gepredikt heeft,12345

Original Greek

ἐνeninG1722PREP
ᾧhōwhichG3739R-DSN
καὶkaialsoG2532CONJ
τοῖςtoisto theG3588T-DPN
ἐνeninG1722PREP
φυλακῇphulakēaprisonG5438GN-DSF
πνεύμασινpneumasinspiritsG4151GN-DPN
πορευθεὶςporeutheishaving goneG4198V-AOP-NSM
ἐκήρυξενekēruxenHe preachedG2784V-AAI-3S
  1. In Denwelken Of door denwelken; namelijk geest of zijne Godheid.
  2. Hij ook, Namelijk Christus, van wien Petrus hier spreekt.
  3. henengegaan zijnde, Of gekomen zijnde; dat is, van den hemel afgekomen zijnde; namelijk door zijn openbaring en werking, gelijk Hijzelf tot Abraham sprak, als Hij nederkwam om Lot te verlossen en Sodom en Gomorra door het vuur te straffen, Gen 18:21, en om zijn volk Israël uit Egypte te verlossen en de Egyptenaars te straffen; Exo 3:8.
  4. den geesten Deze plaats is zwaar, en wordt daarom verschillend uitgelegd. Sommigen verstaan door deze geesten de heidenen, die in de schaduw des doods en gelijk als in de hel zaten, dien Christus door zijn apostelen het Evangelie gepredikt heeft. Doch de heidenen worden nergens geesten genoemd, en de omstandigheden des tijds wanneer deze prediking hun is geschied past op zulke uitlegging niet, dewijl de apostelen niet ten tijde van Noach, maar na de verrijzenis van Christus het Evangelie hebben verkondigd. Anderen verstaan door deze geesten de verdoemde zielen in de hel, waaraan Christus na Zijn dood zichzelf op een buitengewone wijze zou hebben geopenbaard, om hun Zijn overwinning te verkondigen tot een schrik, en hen van hunne ondankbaarheid en rechtvaardige straf te overtuigen. Doch van zulk een extra-ordinaire verschijning van Christus in de hel wordt nergens in de Schrift gewag gemaakt; zij was ook niet nodig; en het woord prediken dat hier gebruikt wordt, wordt nergens in zulk een zin genomen. Anderen verstaan daardoor de zielen der gelovigen van het Oude Testament, die ergens onder de aarde in een voorburg der hel, als in ene gevangenis, zouden bewaard zijn geweest, totdat Christus zou gestorven zijn, en met Zijn ziel bij hen verschenen, om hun te verkondigen hun verlossing uit deze gevangenis, en hen met Hem in den hemel daarna op te voeren. Welke uitlegging, behalve dat zij strijdt met hetgeen Christus zeide tot den bekeerden moordenaar aan het kruis: heden zult gij met Mij in het paradijs zijn, Luk 23:43; ook strijdt met de zaligheid van de zielen der voorvaders, die al voor Christus’ dood en opstanding in den hemel waren, gelijk aangetekend is op Heb 11:5, Heb 11:16, Heb 11:40, en Heb 12:23, en andere plaatsen. Nergens wordt ook een gevangenis genoemd een plaats waarin iemand bewaard wordt om hem gelukkiger te maken, maar wel een plaats waarin iemand bewaard wordt tot zijn oordeel of straf. Het woord prediken ziet ook altijd in Gods Woord op de nodiging tot geloof en bekering, die voor de zielen der afgestorven gelovigen van het Oude Testament niet meer nodig was, gelijk ook niet toegepast kan worden op die zielen, als gezegd wordt dat Christus door Zijn geest gepredikt heeft aan de zielen die ten tijde van Noach ongehoorzaam waren. Daarom is deze uitlegging de beste en zekerste, dat door de geesten hier verstaan worden de zielen van die mensen, aan welke de geest of Godheid van Christus, door Noach de bekering eertijds heeft laten prediken, namelijk toen zij nog leefden, welke Noach daarom ook een prediker der gerechtigheid wordt genoemd, 2Pe 2:5; welke mensen, niettegenstaande deze prediking door Noach en Gods lankmoedigheid over hen, even ongehoorzaam en goddeloos zijn gebleven, gelijk 2Pe 2:5 ook wordt betuigd. Die ook om hun ongehoorzaamheid en goddeloosheid in de gevangenis of hel zijn geweest toen Petrus zijnen brief schreef, gelijk de hel ook een gevangenis genoemd wordt, Rev 20:7; en de onzalige geesten, die daarin zijn, worden gezegd daarin bewaard te worden tot den dag des oordeels; 2Pe 2:4; Jud 1:6.
  5. gepredikt heeft, Namelijk door Noach, den prediker der gerechtigheid; 2Pe 2:5.

20 Die eertijds ongehoorzaam waren, wanneer de lankmoedigheid Gods eenmaal verwachtte, in de dagen van Noach, als de ark toebereid werd; waarin weinige (dat is acht) zielen behouden werden door het water.123

Original Greek

ἀπειθήσασίνapeithēsasinhaving disobeyedG0544V-AAP-DPN
ποτε,poteat one time,G4218PRT
ὅτεhotewhenG3753CONJ
ἀπεξεδέχετοapexedechetohe was expectingG0553V-INI-3S
ἡhētheG3588T-NSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
μακροθυμίαmakrothumialongsufferingG3115N-NSF
ἐνeninG1722PREP
ἡμέραιςhēmerais[the] daysG2250N-DPF
ΝῶεNōeof NoahG3575N-GSM-P
κατασκευαζομένηςkataskeuazomenēswhen is being preparedG2680V-PPP-GSF
κιβωτοῦ,kibōtou[the] ark,G2787HN-GSF
εἰςeisinG1519PREP
ἣνhēnwhichG3739R-ASF
ὀλίγοι,oligoifewG3641A-NPM
τοῦτ᾽tout᾽ThatG3778D-NSN
ἔστινestinisG1510V-PAI-3S
ὀκτὼoktōeightG3638A-NUI
ψυχαί,psuchaisouls —G5590JN-NPF
διεσώθησανdiesōthēsanwere savedG1295V-API-3P
δι᾽di᾽throughG1223PREP
ὕδατος·hudatoswater;G5204N-GSN
  1. verwachtte, in de Namelijk honder en twintig jaren lang, of de mensen zich zouden bekeren, eer Hij de bedreigde straf zou uitvoeren; Gen 6:3. Zie ook van deze lankmoedigheid Gods tegen de ongehoorzamen, Rom 2:4, en Rom 9:22.
  2. zielen behouden werden Dat is, mensen, gelijk Act 2:41.
  3. door het water Of in het water; dat is, midden in en door het water, gelijk dit Griekse woord dia ook gebruikt wordt, Rom 4:11; 1Ti 2:15.

21 Waarvan het tegenbeeld, de doop, ons nu ook behoudt, niet die een aflegging is der vuiligheid des lichaams, maar die een vraag is van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus;1234567

Original Greek

ὃhowhichG3739R-NSN
καὶkaialsoG2532CONJ
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
ἀντίτυπονantituponprefiguresG0499A-NSN
νῦνnunnowG3568ADV
σῴζειsōzeisavingG4982V-PAI-3S
βάπτισμα,baptismabaptism,G0908N-NSN
οὐounotG3756PRT-N
σαρκὸςsarkosof fleshG4561N-GSF
ἀπόθεσιςapothesisa putting awayG0595N-NSF
ῥύπου,rhupouof [the] filth,G4509N-GSM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
συνειδήσεωςsuneidēseōsof a conscienceG4893N-GSF
ἀγαθῆςagathēsgoodG0018A-GSF
ἐπερώτημαeperōtēma[the] demandG1906N-NSN
εἰςeistowardG1519PREP
θεόν,theonGod,G2316N-ASM-T
δι᾽di᾽throughG1223PREP
ἀναστάσεωςanastaseōs[the] resurrectionG0386N-GSF
ἸησοῦIēsouof JesusG2424GN-GSM-P
Χριστοῦ,ChristouChrist,G5547N-GSM-T
  1. Waarvan het Dit ziet op de ark en den ingang van Noach in de ark, door welke Noach is behouden gebleven in het water van den zondvloed, waarin de anderen vergingen.
  2. tegenbeeld, de doop, De doop wordt alzo genoemd, omdat hij een sacrament is van onze behoudenis uit het algemeen verderf der wereldse mensen, gelijk de ark was een middel van de lichamelijke behoudenis van Noach en de zijnen uit het verderf der eerste wereld.
  3. niet die een aflegging Dat is, die doop behoudt onze zielen eigenlijk niet, die uitwendig is, en waardoor de vuiligheid des lichaams wordt afgewassen, welke ook vele huichelaars en mond-christenen deelachtig zijn; maar, wil hij zeggen, die inwendig is, en door het bloed en den Geest van Christus aan onze zielen geschiedt.
  4. des lichaams, Grieks van het vlees.
  5. die een vraag is Of afvraging. Het Griekse woord betekent hier zulk een afvraging, die met een ernstige begeerte is gemengd van hetgeen waarnaar men vraagt, gelijk als men iemand om raad en hulp vraagt of verzoekt.
  6. van een goed geweten Dat is, die door het bloed en den Geest van Jezus Christus is gereinigd; Heb 9:14. En hierdoor wordt verstaan de vrijmoedige toegang en aanspraak der gelovigen in hun vertrouwen, en in hun gebeden tot God, als tot hunnen vader; zie Rom 8:15; Gal 4:6, welke een afscheidbare vrucht is van de vergeving onzer zonden en van onze vernieuwing of wedergeboorte. Anderen menen, dat hier gezien wordt op het gebruik van den doop der volwassenen in de eerste Kerk, welken afgevraagd werd of zij ook den duivel en de wereld voortaan wilden afzweren, en in een nieuw leven, met een goed geweten voor God wandelen; waarop zij antwoordden: ja; welke vraag en antwoord door dit Griekse woord eperotema zou verstaan worden. Dit antwoord dan uit een goede of gereinigde conscientie voor God spruitende, betuigt ook den inwendigen doop des harten.
  7. door de opstanding Namelijk die een volkomen bewijs is van Christus' voldoening voor onze zonden, en een onderpand van de opwekking van den nieuwen mens en van onze zalige opstanding hiernamaals. Zie Rom 6:3, enz.

22 Welke is aan de rechter hand Gods, opgevaren ten hemel, de engelen, en machten, en krachten Hem onderdanig gemaakt zijnde.1

Original Greek

ὅςhoswhoG3739R-NSM
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἐνenatG1722PREP
δεξιᾷdexia[the] right handG1188A-DSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
πορευθεὶςporeutheishaving goneG4198V-AOP-NSM
εἰςeisintoG1519PREP
οὐρανόν,ouranonheaven,G3772N-ASM
ὑποταγέντωνhupotagentōnwhen were being subjectedG5293V-2APP-GPM
αὐτῷautōto HimG0846P-DSM
ἀγγέλωνangelōnangelsG0032GN-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐξουσιῶνexousiōnauthoritiesG1849N-GPF
καὶkaiandG2532CONJ
δυνάμεων.¶dunameōnpowers.G1411N-GPF
  1. aan de rechter- hand Zie hiervan, en hetgeen volgt, Eph 1:20, enz; Col 3:1.