reltext

Chapter 1

1 Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid.12345

Original Greek

ἸάκωβοςIakōbosJamesG2385IN-NSM-P
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
κυρίουkuriouof [the] LordG2962GN-GSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
δοῦλοςdoulosa servantG1401N-NSM
ταῖςtaisTo theG3588T-DPF
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
φυλαῖςphulaistribesG5443N-DPF
ταῖςtais<the>G3588T-DPF
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
διασπορᾷdiasporaDispersionG1290N-DSF
χαίρειν.¶chaireinGreeting.G5463V-PAN
  1. Jakobus Zie de aantekeningen op den titel.
  2. een dienstknecht van God Namelijk in den dienst van het apostelschap; zie Rom 1:1; Phi 1:1; 2Pe 1:1; Jud 1:1; Rev 1:1.
  3. aan de twaalf stammen, Namelijk der Israëlieten of Joden, die in twaalf stammen of geslachten waren verdeeld; namelijk die onder hen het Evangelie hadden aangenomen. Zie Gen 49:28; Exo 24:4; Jos 3:12; Act 26:7.
  4. de verstrooiing zijn De Israëlieten of Joden, zijn dikwijls buiten hun vaderland in andere landen verstrooid, de tien stammen door de Assyriërs en de twee door de Babyloniërs, die daarna wel wedergebracht zijn, doch enigen zijn in de verstrooiing gebleven; waarvan zie nader Act 2:5, en eindelijk zijn ze geheel verstrooid door den oorlog der Romeinen onder Vespasianus en Titus; in welke verstrooiing zij gebleven zijn tot dezen tijd toe. Deze laatste verstrooiing schijnt nog niet geschied te zijn, toen deze brief geschreven is; zodat hier verstaan worden degenen, die door de eerste verstrooiing zijn gebleven in de landen van Pontus, Galatië, Cappadocië, Azië en Bithynië, enz., gelijk deze worden genoemd 1Pe 1:1, en ook blijkt, dat in die en andere verre landen de Joden verstrooid waren, en enigen tot den christelijken godsdienst bekeerd; Act 2:9-11, Act 2:41.
  5. zaligheid Grieks chairein; dat is, blijde zijn; welke was een wijze van groeten bij de Grieken gebruikelijk; zie Mat 26:49, en Mat 27:29; Joh 19:3; Act 15:23.

2 Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt;123

Original Greek

ΠᾶσανPasanAllG3956A-ASF
χαρὰνcharanjoyG5479N-ASF
ἡγήσασθε,hēgēsasthedo esteem [it],G2233V-ADM-2P
ἀδελφοίadelphoibrothersG0080N-VPM
μου,mouof mine,G3165P-1GS
ὅτανhotanwhenG3752CONJ
πειρασμοῖςpeirasmoistrialsG3986HN-DPM
περιπέσητεperipesēteyou may fall intoG4045V-2AAS-2P
ποικίλοις,poikiloisvarious,G4164A-DPM
  1. grote vreugde, mijn Grieks alle; dat is, enkel vreugde, anders niet dan vreugde. Deze vreugde ontstaat niet uit het gevoel van de verdrukkingen, maar uit het gevoel van Gods genade in het midden van de verdrukkingen, en uit het aanmerken van de nuttigheden en vruchten daarvan, die in de volgende verzen worden uitgedrukt.
  2. verzoekingen Dat is, verdrukkingen, die zo worden genoemd, omdat God daarmede onze standvastigheid in het geloof beproeft en bekend maakt, gelijk in vs.3 verklaard wordt. Zo wordt ook gezegd, dat God Abraham verzocht, Gen 22:1; dat is, zijn geloof beproefde. Zie ook 2Pe 2:9; Rev 3:10.
  3. valt; Het Griekse woord betekent midden daarin vallen, als van alle zijden om en om daarmede bevangen zijnde.

3 Wetende, dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt.123

Original Greek

γινώσκοντεςginōskontesknowingG1097V-PAP-NPM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
τὸtotheG3588T-NSN
δοκίμιονdokimiontestingG1383N-NSN
ὑμῶνhumōnof yourG4771P-2GP
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
πίστεωςpisteōsfaithG4102GN-GSF
κατεργάζεταιkatergazetaiproducesG2716V-PNI-3S
ὑπομονήν·hupomonēnendurance;G5281N-ASF
  1. Wetende, dat Dat is, dewijl gij weet, namelijk waartoe u God deze verdrukkingen laat overkomen, en welke nuttigheden deze den gelovige toebrengen. Deze wetenschap dan is de oorzaak van de vreugde waartoe hij vermaant.
  2. de beproeving uws geloofs Dat is, de verdrukkingen, waardoor uw geloof, gelijk het goud door het vuur, beproefd wordt; 1Pe 1:7.
  3. lijdzaamheid werkt Namelijk niet uit zichzelf, daar zij in de ongelovigen voortbrengt ongeduldigheid en murmureren tegen God; maar omdat God door Zijn Geest het verstand der gelovigen zo verlicht, dat zij verstaan, dat hij door deze hun geloof wil beproeven en bekend maken, en hun daardoor tot de eeuwige vreugde bereiden. En dit strijdt niet tegen hetgeen Paulus zegt Rom 5:4. De lijdzaamheid werkt beproeving, want door het woord beproeving verstaat Paulus niet de verdrukkingen, waardoor het geloof beproefd wordt, gelijk hier Jakobus, maar bevinding en ervaring; namelijk van Gods hulp, bijstand, troost en getrouwheid in Zijn beloften.

4 Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk.12345

Original Greek

ἡhē<the>G3588T-NSF
δὲdeAndG1161CONJ
ὑπομονὴhupomonēenduranceG5281N-NSF
ἔργονergonworkG2041N-ASN
τέλειονteleion[its] perfectG5046A-ASN
ἐχέτω,echetōshould have,G2192V-PAM-3S
ἵναinaso thatG2443CONJ
ἦτεēteyou may beG1510V-PAS-2P
τέλειοιteleioiperfectG5046A-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
ὁλόκληροιholoklēroicompleteG3648A-NPM
ἐνeninG1722PREP
μηδενὶmēdeninothingG3367A-DSN
λειπόμενοι.leipomenoilacking.G3007V-PMP-NPM
  1. een volmaakt werk, Dat is, een oprecht, ongeveinsd en tot het einde toe durend werk; Mat 10:22.
  2. volmaakt zijn en Gelijk tevoren. Want dat de apostel dit niet verstaat van een gans volkomen volmaaktheid naar den eis der wet, blijkt hierna Jam 3:2.
  3. geheel oprecht, Dat is, dat gij niet alleen lijdt om een goede zaak, 1Pe 4:15-16; maar ook in uw ganse leven alle oprechtheid betoont, opdat een iegelijk daaruit mag zien dat gij ten onrechte lijdt.
  4. in geen ding Namelijk wat de christelijke roeping van ons eist. Of, in gene verzoeking; namelijk, hoe zwaar dezelve ook zou zijn.
  5. gebrekkelijk Dat is, nalatende wat gij schuldig zijt en behoort te doen, als goede christenen.

5 En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.123456

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δέdenowG1161CONJ
τιςtisanyG5100X-NSM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
λείπεταιleipetailacksG3007V-PMI-3S
σοφίας,sophiaswisdom,G4678N-GSF
αἰτείτωaiteitōhe should askG0154V-PAM-3S
παρὰparafromG3844PREP
τοῦtouthe [One]G3588T-GSM
διδόντοςdidontosgivingG1325V-PAP-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
πᾶσινpasinto allG3956A-DPM
ἁπλῶςhaplōsgenerouslyG0574ADV
καὶkaiandG2532CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ὀνειδίζοντος,oneidizontosfinding fault,G3679V-PAP-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
δοθήσεταιdothēsetaiit will be givenG1325V-FPI-3S
αὐτῷ.autōto him.G0846P-DSM
  1. indien iemand van Namelijk gelijk zij ons allen van nature ontbreekt.
  2. wijsheid ontbreekt, Dit kan wel verstaan worden van alle wijsheid, doch de apostel verstaat hier vooral de wijsheid van geestelijke en hemelse zaken, welker begin de vreze Gods is, en bijzonder die wijsheid die gebruikt moet worden in de verdrukkingen, om te verstaan de rechte oorzaken daarvan en de wijze hoe men zich in deze moet gedragen en troosten; waarin grote wijsheid gelegen is.
  3. een iegelijk Namelijk die om deze wijsheid hem recht bidt.
  4. mildelijk geeft, Grieks eenvoudig; dat is, zonder zwarigheid of karigheid.
  5. niet verwijt; Namelijk dat Hij ons zo dikwijls en zo veel gegeven heeft; gelijk de mensen gewoonlijk doen, die niet gaarne geven.
  6. zij zal hem gegeven worden Namelijk de wijsheid; welke belofte ook kan uitgestrekt worden tot andere dingen ons ter zaligheid nodig. Zie Mat 7:7, enz.; Luk 11:9; Joh 16:23.

6 Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op geworpen en nedergeworpen wordt.12

Original Greek

αἰτείτωaiteitōhe should askG0154V-PAM-3S
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐνeninG1722PREP
πίστειpisteifaithG4102GN-DSF
μηδὲνmēdennothingG3367A-ASN-N
διακρινόμενος·diakrinomenosdoubting;G1252V-PMP-NSM
ὁhoThe [one]G3588T-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
διακρινόμενοςdiakrinomenosdoubtingG1252V-PMP-NSM
ἔοικενeoikenhe has been likenedG1503V-RAI-3S
κλύδωνιkludōnito a waveG2830N-DSM
θαλάσσηςthalassēsof [the] seaG2281N-GSF
ἀνεμιζομένῳanemizomenōbeing blown by the windG0416V-PPP-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
ῥιπιζομένῳ.rhipizomenōbeing tossed by the wind.G4494V-PPP-DSM
  1. in geloof, Dat is, met een vast vertrouwen van verhoord te zullen worden; Mar 11:22-24.
  2. niet twijfelende; Namelijk of hij zal verhoord worden of niet. Of, of God in Zijn beloften getrouw is, of niet. Van dit woord, zie Act 10:20, en Act 11:12; Rom 4:20.

7 Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den Heere.1

Original Greek

μὴmēNotG3361PRT-N
γὰρgarforG1063CONJ
οἰέσθωoiesthōshould supposeG3633V-PNM-3S
ὁhotheG3588T-NSM
ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM
ἐκεῖνοςekeinosthatG1565D-NSM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
λήμψεταίlēmpsetaihe will receiveG2983V-FDI-3S
τιtianythingG5100X-ASN
παρὰparafromG3844PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
κυρίου·kuriouLord;G2962GN-GSM-T
  1. die mens mene niet, Namelijk die zo bidt, zonder vertrouwen, en twijfelende.

8 Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.1234

Original Greek

ἀνὴρanēr[He is] a manG0435GN-NSM
δίψυχοςdipsuchosdouble-mindedG1374A-NSM
ἀκατάστατοςakatastatosunstableG0182A-NSM
ἐνeninG1722PREP
πάσαιςpasaisallG3956A-DPF
ταῖςtaistheG3588T-DPF
ὁδοῖςhodoiswaysG3598N-DPF
αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM
  1. Een dubbelhartig man Grieks een tweezielig man; dat is, die zijn ziel of hart gelijk als in tweeën gedeeld heeft tussen God en Zijn begeerlijkheden, en zo beide wil dienen, gelijk de Israëlieten hun hart gedeeld hadden tussen de Heere en Baäl; 1Ki 18:21; Hos 10:2.
  2. is Dit woordje is staat niet in den Grieksen tekst; waarom sommigen deze woorden hechten aan de voorgaande woorden van het zevende vers, vs.7, aldus: Als zijnde een dubbelhartig man, enz.
  3. ongestadig Dat is, niet alleen veranderlijk van zinnen, maar ook onrustig in zijn gemoed.
  4. in al zijn wegen Dat is, in al zijn gedachten, raadslagen en handelen.

9 Maar de broeder, die nederig is, roeme in zijn hoogheid.123

Original Greek

καυχάσθωkauchasthōshould boastG2744V-PNM-3S
δὲdehoweverG1161CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
ἀδελφὸςadelphosbrotherG0080N-NSM
ὁho<the>G3588T-NSM
ταπεινὸςtapeinosof low degreeG5011A-NSM
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
ὕψειhupseiexaltationG5311N-DSN
αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM
  1. die nederig is, Dat is, die door kruis, armoede en verdrukkingen in een nederigen en ellendigen staat is. Want zo wordt vernedering voor verdrukking dikwijls gebruikt. Zie Psa 116:6, en Psa 119:71.
  2. roeme in zijn Dat is, verheuge zich, gelijk vs.2 en 1Pe 1:6.
  3. hoogheid Dat is, in dien heerlijken staat, waartoe hem God geroepen heeft, dat hij door het geloof een kind en een erfgenaam van God is geworden; Joh 1:12; Rom 8:17.

10 En de rijke in zijn vernedering; want hij zal als een bloem van het gras voorbijgaan.123

Original Greek

ὁhohe who [is]G3588T-NSM
δὲdethenG1161CONJ
πλούσιοςplousiosrichG4145A-NSM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ταπεινώσειtapeinōseihumiliationG5014N-DSF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
ὡςhōslikeG5613PRT
ἄνθοςanthosa flowerG0438N-NSN
χόρτουchortouof grassG5528N-GSM
παρελεύσεται.pareleusetaihe will pass away.G3928V-FDI-3S
  1. de rijke Namelijk die zodanige verdrukkingen niet is onderworpen, maar rijkdom, eer en alle andere gemakken dezes levens overvloedig heeft.
  2. in zijn vernedering; Namelijk roem; dat is, hoewel hij in geen nederigen, maar in een verheven staat is naar de wereld, dat hij hierin zozeer niet roeme, maar daarin vooral, dat hij een nederig hart heeft, dat zich daarom boven anderen niet verheft, maar gedachtig zijnde der veranderlijkheid der zaken van deze wereld, zich in nederigheid gedraagt voor God en de mensen.
  3. hij zal als een bloem Namelijk zodanige rijke, gelijk in vs.11 uitgedrukt wordt.

11 Want de zon is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dor gemaakt, en zijn bloem is afgevallen, en de schone gedaante haars aanschijns is vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.1234

Original Greek

ἀνέτειλενaneteilenHas risenG0393V-AAI-3S
γὰρgarforG1063CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
ἥλιοςhēliossunG2246N-NSM
σὺνsunwithG4862PREP
τῷtō[its]G3588T-DSM
καύσωνιkausōniburning heatG2742N-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐξήρανενexēranenwitheredG3583V-AAI-3S
τὸνtontheG3588T-ASM
χόρτονchortongrassG5528N-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
τὸtotheG3588T-NSN
ἄνθοςanthosflowerG0438N-NSN
αὐτοῦautouof itG0846P-GSM
ἐξέπεσενexepesenhas fallenG1601V-2AAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
εὐπρέπειαeuprepeiabeautyG2143N-NSF
τοῦtouof theG3588T-GSN
προσώπουprosōpouappearanceG4383N-GSN
αὐτοῦautouof itG0846P-GSN
ἀπώλετο·apōletohas perished;G0622V-2AMI-3S
οὕτωςhoutōsThusG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
πλούσιοςplousiosrich [man]G4145A-NSM
ἐνenin the midst ofG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
πορείαιςporeiaispursuitsG4197N-DPF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
μαρανθήσεται.maranthēsetaiwill fade away.G3133V-FPI-3S
  1. de zon is opgegaan Dat is, gelijk als de zon, enz.
  2. de rijke Dat is wel waar van alle mensen, maar wordt van de rijken vooral gezegd, omdat deze zeer kwalijk van het vertrouwen op hunne rijkdommen kunnen afgetrokken worden. Zie 1Ti 6:17.
  3. in zijn wegen Zie de aantekeningen op vs.8. Grieks poreiais; dat is, wandelingen.
  4. verwelken Dat is, zijn hoogheid en zijn heerlijkheid verliezen, gelijk een bloem die verwelkt.

12 Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben.123456

Original Greek

μακάριοςmakariosBlessed [is the]G3107A-NSM
ἀνὴρanērmanG0435GN-NSM
ὃςhoswhoG3739R-NSM
ὑπομένειhupomeneienduresG5278V-PAI-3S
πειρασμόν,peirasmontrial,G3986HN-ASM
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
δόκιμοςdokimosapprovedG1384A-NSM
γενόμενοςgenomenoshaving beenG1096V-2ADP-NSM
λήμψεταιlēmpsetaihe will receiveG2983V-FDI-3S
τὸνtontheG3588T-ASM
στέφανονstephanoncrownG4735N-ASM
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ζωῆςzōēsof lifeG2222N-GSF
ὃνhonthatG3739R-ASM
ἐπηγγείλατοepēngeilatoHe has promisedG1861V-ADI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
κύριοςkuriosLordG2962GN-NSM-T
τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM
ἀγαπῶσινagapōsinlovingG0025V-PAP-DPM
αὐτόν.¶autonHim.G0846P-ASM
  1. verzoeking Dat is, verdrukking. Zie vs.2.
  2. verdraagt; want als Namelijk lijdzaam en standvastig.
  3. beproefd zal geweest Namelijk door de verdrukkingen, en bevonden dat hij evenwel standvastig blijft in het geloof.
  4. de kroon des levens Dat is, het eeuwige leven, waarmede hij na strijd en overwinning, als met een kroon zal verheerlijkt worden.
  5. ontvangen, welke Dat is, verkrijgen, niet als een verdiend loon; want het lijden van den tegenwoordigen tijd is niet te wegen met de toekomende heerlijkheid, Rom 8:18; maar als een genadig geschenk, Rom 6:23.
  6. die Hem liefhebben Dat is, die in Christus geloven, Joh 3:36, en Joh 5:24, en hun geloof betonen met een standvastige liefde Gods en tot hun naasten. Zie 2Ti 4:8.

13 Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand.1234

Original Greek

ΜηδεὶςMēdeisNo oneG3367A-NSM
πειραζόμενοςpeirazomenosbeing temptedG3985GV-PPP-NSM
λεγέτωlegetōshould sayG3004GV-PAM-3S
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἀπὸapoByG0575PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
πειράζομαι·peirazomaiI am being tempted;G3985GV-PPI-1S
ὁho<the>G3588T-NSM
γὰρgarForG1063CONJ
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ἀπείραστόςapeirastosunable to be temptedG0551A-NSM
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
κακῶν,kakōnby evils,G2556GA-GPN
πειράζειpeirazeitemptsG3985GV-PAI-3S
δὲdenowG1161CONJ
αὐτὸςautosHe HimselfG0846P-NSM
οὐδένα·oudenano [one];G3762A-ASM
  1. als hij verzocht wordt, Hier wordt het woord verzoeken in een andere betekenis gebruikt dan in het voorgaande, namelijk voor aanlokken of verwekken tot kwaad of zonde. Hetwelk de satan altijd doet; daarom ook genoemd wordt de verzoeker; Mat 4:3; 1Th 3:5.
  2. zegge Ik word van Namelijk gelijk schijnt dat sommigen deden, omdat de verdrukkingen [waardoor men tot afval en andere zonden aangelokt of verwekt wordt om die te ontvlieden], door de voorzienigheid van God ons toegezonden worden, Gen 45:7; 2Sa 16:10, daaruit besloten, dat dan God ook een auteur moest zijn van de verwekking tot kwaad, die door de verdrukkingen geschiedt; hetwelk de apostel hier krachtig wederlegt.
  3. kan niet verzocht worden Grieks is onverzoenlijk der kwaden; dat is, kan vanwege zijn volmaakte goedheid, noch zelf tot kwaad verwekt worden, noch iemand ook daartoe verwekken, dewijl hij niet doen kan hetgeen tegen zijn natuur strijdt, en waarvan zijn natuur een afkeer heeft.
  4. verzoekt niemand Dat is, verwekt niemand tot kwaad.

14 Maar een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt.1234

Original Greek

ἕκαστοςhekastosA manG1538A-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
πειράζεταιpeirazetaiis temptedG3985GV-PPI-3S
ὑπὸhupobyG5259GPREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
ἰδίαςidiasownG2398A-GSF
ἐπιθυμίαςepithumiasdesireG1939N-GSF
ἐξελκόμενοςexelkomenosbeing drawn awayG1828V-PPP-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
δελεαζόμενος·deleazomenosbeing enticed;G1185V-PPP-NSM
  1. wordt verzocht, Dat is, tot het kwaad aangelokt; gelijk voren.
  2. als hij van zijn eigen Dat is, van de kwade lusten zijns vleesches, die alle mensen van nature hebben, en hun na den val der eerste ouders, aangeboren zijn. Want, hoewel de Satan en de wereld ons ook tot kwaad aanlokken, zo zouden zij nochtans niets uitrichten, indien deze kwade lusten, als inwendige en voornaamste oorzaken daar niet bij kwamen.
  3. afgetrokken en Namelijk van het goed.
  4. verlokt wordt Namelijk tot het kwaad, door de zoetigheid daarvan, als door een aas daartoe aangelokt zijnde. Dit is de eerste kwade beweging in het hart van den mens, als hij tot het kwaad verzocht of verwekt wordt; welke beweging ook zonde is, daar zij afwijkt van die oprechtheid, die de wet eist, 1Jo 3:4, en de apostel Paulus die dikwijls zonde noemt, Rom 7:8-9, Rom 7:11, enz., en zij tegen het tiende gebod strijdt: Gij zult niet begeren.

15 Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde voleindigd zijnde baart den dood.12345

Original Greek

εἶταeitaThenG1534ADV
ἡhē<the>G3588T-NSF
ἐπιθυμίαepithumiadesireG1939N-NSF
συλλαβοῦσαsullabousahaving conceivedG4815V-2AAP-NSF
τίκτειtikteiit gives birth toG5088V-PAI-3S
ἁμαρτίαν,hamartiansin,G0266N-ASF
ἡhē<the>G3588T-NSF
δὲdeandG1161CONJ
ἁμαρτίαhamartiasinG0266N-NSF
ἀποτελεσθεῖσαapotelestheisahaving become fully grownG0658V-APP-NSF
ἀποκύειapokueiit brings forthG0616V-PAI-3S
θάνατον.¶thanatondeath.G2288N-ASM
  1. ontvangen hebbende Hij verklaart dit nader met een gelijkenis van een vrouw, die hare vrucht eerst ontvangt en daarna baart. Door het ontvangen der begeerlijkheid wordt verstaan een tweede beweging in het hart, waardoor nu ook de wil zulks toestemt, gelijk als David door het aanschouwen van de vrouw van Uria eerst verlokt werd om die te begeren, en daarna besloot in zijn hart dat hij haar wilde gebruiken. Waarmede de zonde nu als ontvangen was; 2Sa 11:2, enz.
  2. baart zonde; Dat is, brengt voort, en volbrengt metterdaad de uiterlijke zonde, die daarom gewoonlijk dadelijke zonden genoemd wordt, en hier voleindigde zonde. Waaruit dan niet besloten kan worden, dat de begeerlijkheid geen zonde zou zijn; maar wel het tegendeel, omdat zij zulke kwade vruchten voortbrengt, dat zij een kwade boom moet zijn; Mat 7:17-18.
  3. voleindigd zijnde Dat is, uiterlijk begaan zijnde. Dit is een beschrijving van de dadelijke zonde.
  4. baart De apostel gebruikt hier een Grieks woord, hetwelk eigenlijk gezegd wordt van een vrouw, die van hare vrucht scheidt, en deze uit haar lichaam voortbrengt, om te blijven bij de vorige gelijkenis.
  5. den dood Namelijk de tijdelijke en eeuwige. Zie Deu 27:26; Eze 18:4; Rom 1:32, en Rom 6:23; waaruit niet kan besloten worden, dat alleen de dadelijke zonden den dood verdienen, en niet de inwendige kwade begeerlijkheden. Want dat deze ook den dood verdienen, getuigen uitdrukkelijk Mozes, Deu 27:26; Christus, Mat 5:22, Mat 5:28; Paulus, Rom 5:14, en Rom 7:7; 1Jo 3:15; maar de apostel leert alleen hoe de zonde ons allengskens meer en meer tot den dood brengt.

16 Dwaalt niet, mijn geliefde broeders!1

Original Greek

ΜὴMēNotG3361PRT-N
πλανᾶσθε,planasthedo be misled,G4105V-PPM-2P
ἀδελφοίadelphoibrothersG0080N-VPM
μουmouof mineG3165P-1GS
ἀγαπητοί·agapētoibeloved;G0027A-VPM
  1. Dwaalt niet, Namelijk in dit stuk vooral, dat gij God zoudt houden voor een bewerker van de verzoekingen of aanlokkingen tot het kwaad. Want dat is godslasterlijk.

17 Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering.123456

Original Greek

πᾶσαpasaEveryG3956A-NSF
δόσιςdosisact of givingG1394N-NSF
ἀγαθὴagathēgoodG0018A-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
πᾶνpaneveryG3956A-NSN
δώρημαdōrēmagiftG1434N-NSN
τέλειονteleionperfectG5046A-NSN
ἄνωθένanōthenfrom aboveG0509ADV
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
καταβαῖνονkatabainoncoming downG2597V-PAP-NSN
ἀπὸapofromG0575PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
πατρὸςpatrosFatherG3962N-GSM-T
τῶνtōn<the>G3588T-GPN
φώτωνphōtōnof lightsG5457N-GPN
παρ᾽par᾽withG3844PREP
ᾧhōwhomG3739R-DSM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἔνιenithere isG1762V-PAI-3S
παραλλαγὴparallagēvariationG3883N-NSF
ἢēorG2228CONJ
τροπῆςtropēsof shiftingG5157N-GSF
ἀποσκίασμα.aposkiasmashadow.G0644N-NSN
  1. volmaakte gifte Dat is, die nodig en dienstig is om den mens meer en meer te volmaken en tot zaligheid te brengen.
  2. van boven, Dat is, van God, die daar boven in den hemel zijn troon heeft, en van daar zijn gaven tot ons afzendt; zie Joh 3:31.
  3. Vader der lichten Dat is, die niet alleen het licht zelf is, 1Jo 1:5, 1Jo 1:7, en een ontoegankelijk licht bewoont, 1Ti 6:16; maar ook verlicht een iegelijk mens die in de wereld komt; Joh 1:9.
  4. geen verandering is, Grieks gene verandering in is; namelijk in zijn wezen, natuur en eigenschappen.
  5. schaduw Grieks afschaduwing; een gelijkenis, genomen van de zon, wier schijnsel dikwijls door enige wolken als schaduwen verduisterd wordt.
  6. omkering Namelijk zijns willens, van goed tot kwaad.

18 Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid, opdat wij zouden zijn als eerstelingen Zijner schepselen.12345

Original Greek

βουληθεὶςboulētheisHaving willed [it]G1014V-AOP-NSM
ἀπεκύησενapekuēsenHe brought forthG0616V-AAI-3S
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
λόγῳlogōby [the] wordG3056N-DSM
ἀληθείας,alētheiasof truth,G0225N-GSF
εἰςeisforG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἀπαρχήνaparchēnfirstfruitsG0536N-ASF
τιναtinaa certainG5100X-ASF
τῶνtōn<the>G3588T-GPN
αὐτοῦautouof HisG0846P-GSM
κτισμάτων.¶ktismatōncreatures.G2938N-GPN
  1. Naar Zijn wil Grieks willende, of gewild hebbende; dat is, naar zijn welbehagen, hetwelk de oorsprong is van onze wedergeboorte en zaligheid; Phi 2:13.
  2. gebaard Het Griekse woord betekent eigenlijk gelijk als een moeder haar kind ter wereld brengt; gelijk vs.15.
  3. door het Woord Dat is, door de prediking van het Evangelie, als het uiterlijk middel daartoe nodig is. Zie Rom 10:14, Rom 10:17; 1Pe 1:23.
  4. eerstelingen Grieks een zeker eersteling; dat is, gelijk de eerstelingen der vruchten Gode eerst geheiligd waren, dat zo ook de gelovige Joden Gode geheiligd waren voor andere volken.
  5. Zijner schepselen Dat is, der andere mensen, zo heidenen als Joden, die in Christus nog zouden geloven.

19 Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;12

Original Greek

Ἴστε,IsteYou should knowG6063V-RAM-2P
ἀδελφοίadelphoibrothersG0080N-VPM
μουmouof mineG3165P-1GS
ἀγαπητοί·agapētoibeloved;G0027A-VPM
ἔστωestōshould beG1510V-PAM-3S
δὲdehoweverG1161CONJ
πᾶςpaseveryG3956A-NSM
ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM
ταχὺςtachusswiftG5036A-NSM
εἰςeisuntoG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
ἀκοῦσαι,akousaito hear,G0191V-AAN
βραδὺςbradusslowG1021A-NSM
εἰςeisuntoG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
λαλῆσαι,lalēsaito speak,G2980V-AAN
βραδὺςbradusslowG1021A-NSM
εἰςeisuntoG1519PREP
ὀργήν.orgēnanger.G3709N-ASF
  1. om te horen, Namelijk het woord der waarheid om het te leren. Of ook in het algemeen om wat goeds te leren.
  2. te spreken, Dat is, uit te spreken uw oordeel over enige zaken of personen.

20 Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet.1

Original Greek

ὀργὴorgē[the] angerG3709N-NSF
γὰρgarforG1063CONJ
ἀνδρὸςandrosof manG0435GN-GSM
δικαιοσύνηνdikaiosunēn[the] righteousnessG1343N-ASF
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐργάζεται.ergazetaiworks.G2038V-PNI-3S
  1. werkt Gods Dat is, als zij te heftig is, verwekt den mens niet om te doen wat recht is voor God, maar tot wraak, schelden, slaan en dergelijke boze werken. Zie Psa 4:5; Mat 5:22.

21 Daarom, afgelegd hebbende alle vuiligheid en overvloed van boosheid, ontvangt met zachtmoedigheid het Woord, dat in u geplant wordt, hetwelk uw zielen kan zaligmaken.1234567

Original Greek

διὸdioThereforeG1352CONJ
ἀποθέμενοιapothemenoihaving put asideG0659V-2AMP-NPM
πᾶσανpasanallG3956A-ASF
ῥυπαρίανrhuparianfilthinessG4507N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
περισσείανperisseianexcessG4050N-ASF
κακίαςkakiasof wickednessG2549N-GSF
ἐνeninG1722PREP
πραΰτητιprautētihumilityG4236N-DSF
δέξασθεdexasthedo receiveG1209V-ADM-2P
τὸνtontheG3588T-ASM
ἔμφυτονemphutonimplantedG1721A-ASM
λόγονlogonwordG3056N-ASM
τὸνtonwhichG3588T-ASM
δυνάμενονdunamenonis being ableG1410V-PNP-ASM
σῶσαιsōsaito saveG4982V-AAN
τὰςtastheG3588T-APF
ψυχὰςpsuchassoulsG5590GN-APF
ὑμῶν.¶humōnof you.G4771P-2GP
  1. afgelegd hebbende Dit is het eerste deel der ware bekering, het kwaad te laten; Psa 34:15; Isa 1:16.
  2. vuiligheid en Dat is, zonde die vuil en stinkend voor God is, en vooral die vuile en lelijke zonden, die vermeld worden door den apostel Petrus, 1Pe 4:3.
  3. overvloed van boosheid, Dat is, alle overvloeiende en uitstekende boosheid. De christenen moeten alle boosheid, hoedanig die zij, afleggen, 1Co 5:7; 1Pe 2:1, maar inzonderheid, die uitsteekt en overvloeit.
  4. ontvangt met zachtmoedigheid Namelijk door geloof en gehoorzaamheid.
  5. het Woord, Dat is, de leer van het Evangelie.
  6. dat in u geplant wordt, Grieks ingeplant; namelijk door den dienst der leraren, die planten en nat maken, 1Co 3:6, en het woord, als een onvergankelijk zaad in de harten der mensen zaaien, waardoor zij wedergeboren worden en opwassen. Zie Luk 8:11; 1Pe 1:23, en 1Pe 2:2.
  7. kan zaligmaken Namelijk vergezeld zijnde met de kracht en werking van de Heiligen Geest, en door het geloof aangenomen; Joh 3:5.

22 En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende.12

Original Greek

ΓίνεσθεGinesthedo beG1096V-PNM-2P
δὲdehoweverG1161CONJ
ποιηταὶpoiētaidoersG4163N-NPM
λόγουlogouof [the] wordG3056N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
μόνονmonononlyG3441A-ASN
ἀκροαταὶakroataihearersG0202N-NPM
παραλογιζόμενοιparalogizomenoideceivingG3884V-PNP-NPM
ἑαυτούς.he'autousyourselves.G1438F-2APM
  1. daders des Woords, Of doeners; waardoor de apostel niet verstaat degenen, waarvan Paulus spreekt, Rom 2:13, die door het doen van de wet willen gerechtvaardigd worden, maar degenen, die met de harten gelovende ter rechtvaardigheid, hun leven naar de leer van Christus schikken, en hun geloof met de vruchten der bekering tonen.
  2. met valse overlegging Grieks paralogizomenoi; dat is, valse besluit-redenen makende, waarmede zij zichzelf bedriegen, besluitende dat zij zalig zullen zijn, omdat zij hoorders zijn van het Woord. Want Christus zegt Luk 11:28, dat zij zalig zijn die Gods Woord niet alleen horen, maar ook bewaren.

23 Want zo iemand een hoorder is des Woords, en niet een dader, die is een man gelijk, welke zijn aangeboren aangezicht bemerkt in een spiegel;12

Original Greek

ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
εἴeiifG1487GCOND
τιςtisanyoneG5100X-NSM
ἀκροατὴςakroatēsa hearerG0202N-NSM
λόγουlogouof [the] wordG3056N-GSM
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
οὐounotG3756PRT-N
ποιητής,poiētēsa doer,G4163N-NSM
οὗτοςhoutosthis oneG3778D-NSM
ἔοικενeoikenhas been likenedG1503V-RAI-3S
ἀνδρὶandrito a manG0435GN-DSM
κατανοοῦντιkatanoountilookingG2657V-PAP-DSM
τὸtoat theG3588T-ASN
πρόσωπονprosōponfaceG4383N-ASN
τῆςtēstheG3588T-GSF
γενέσεωςgeneseōsnaturalG1078N-GSF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ἐνeninG1722PREP
ἐσόπτρῳ·esoptrōa mirror;G2072N-DSN
  1. zijn aangeboren aangezicht Grieks aangezicht zijner geboorte.
  2. een spiegel; Want Gods Woord is gelijk als een spiegel; de wet, om daarin te zien onze smetten en zonden; en het Evangelie, om daarin te aanschouwen de genade Gods in Christus. Die nu de wet alleen aanziet, en zijn zonden, daarin aangewezen, niet betert en nalaat, en die de genade, in het Evangelie voorgesteld, met waar geloof niet aanneemt, die is zulk een man gelijk, en zulk aanschouwen zal hem niet nuttig zijn, als het andere niet volgt.

24 Want hij heeft zichzelven bemerkt, en is weggegaan, en heeft terstond vergeten, hoedanig hij was.

Original Greek

κατενόησενkatenoēsenhe has viewedG2657V-AAI-3S
γὰρgarforG1063CONJ
ἑαυτὸνhe'autonhimselfG1438F-3ASM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀπελήλυθενapelēluthenhas gone awayG0565V-2RAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
εὐθέωςeutheōsimmediatelyG2112ADV
ἐπελάθετοepelathetohe has forgottenG1950V-2ADI-3S
ὁποῖοςhopoioswhat likeG3697I-NSM
ἦν.ēnhe was.G1510V-IAI-3S

25 Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergetelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, deze, zeg ik, zal gelukzalig zijn in dit zijn doen.12345

Original Greek

ὁhoThe [one]G3588T-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
παρακύψαςparakupsashaving looked intentlyG3879V-AAP-NSM
εἰςeisintoG1519PREP
νόμονnomon[the] lawG3551N-ASM
τέλειονteleionperfectG5046A-ASM
τὸνtonthatG3588T-ASM
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἐλευθερίαςeleutheriasof freedomG1657N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
παραμείνας,parameinashaving continued in [it],G3887V-AAP-NSM
οὗτοςhoutosthisG3778D-NSM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἀκροατὴςakroatēsa hearerG0202N-NSM
ἐπιλησμονῆςepilēsmonēsforgetfulG1953N-GSF
γενόμενοςgenomenoshaving beenG1096V-2ADP-NSM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
ποιητὴςpoiētēsa doerG4163N-NSM
ἔργου,ergouof [the] work —G2041N-GSN
οὗτοςhoutosthis oneG3778D-NSM
μακάριοςmakariosblessedG3107A-NSM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ποιήσειpoiēseiwork to be doneG4160GV-FAI-3S
αὐτοῦautouby himG0846P-GSM
ἔσται.¶estaiwill be.G1510V-FDI-3S
  1. die inziet Grieks die nederbukt; dat is, die nederbukkende ziet, gelijk men pleegt te doen als men iets naarstig wil inzien. Zie Luk 24:12; Joh 20:5; 1Pe 1:12.
  2. in de volmaakte wet, Dat is, het ingeplante woord, namelijk van het Evangelie, gelijk vs.21 gezegd wordt. Want het woord wet wordt hier genomen in het algemeen voor een leer, gelijk Paulus ook de leer van het Evangelie noemt de wet des geloofs; Rom 3:27.
  3. die der vrijheid Dat is, die ons leert, dat wij door den Zoon waarlijk van de zonde zijn vrij gemaakt, en waardoor wij den Geest der vrijheid, en niet der dienstbaarheid ontvangen. Zie Joh 8:36; Rom 8:2, Rom 8:15.
  4. daarbij blijft, Dat is, in die wet of leer.
  5. in dit zijn doen Dat is, wanneer hij bij deze leer blijft, en die in het werk stelt. Hetwelk welk niet een verdiende oorzaak is der gelukzaligheid, die door het geloof alleen verkregen wordt, Hab 2:4; Rom 3:22, enz.; Gal 2:16, en Gal 3:8, enz.; maar een weg is om tot deze te komen; Psa 1:1-2; Eph 2:10.

26 Indiën iemand onder u dunkt, dat hij godsdienstig is, en hij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart verleidt, dezes godsdienst is ijdel.1234

Original Greek

ΕἴEiIfG1487GCOND
τιςtisanyoneG5100X-NSM
δοκεῖdokeiseemsG1380V-PAI-3S
θρησκὸςthrēskosreligiousG2357A-NSM
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
ἐνenamongG1722PREP
ὑμῖνhuminyouG4771P-2DP
μὴmēnotG3361PRT-N
χαλιναγωγῶνchalinagōgōnbridlingG5468V-PAP-NSM
γλῶσσανglōssan[the] tongueG1100N-ASF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ἀπατῶνapatōndeceivingG0538V-PAP-NSM
καρδίανkardian[the] heartG2588N-ASF
αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM
τούτουtoutouof this oneG3778D-GSM
μάταιοςmataiosworthless [is]G3152A-NSF
ἡhētheG3588T-NSF
θρησκεία.thrēskeiareligion.G2356N-NSF
  1. dunkt, dat hij godsdienstig Dat is, zichzelf inbeeldt, zich laat voorstaan.
  2. zijn tong niet in toom houdt, Namelijk van lasteren, liegen, vuil spreken, enz.; want uit overvloed des harten spreekt de mond, Mat 12:34. Eéne soort van zonde wordt genoemd, waaronder alle andere dergelijke ook verstaan worden.
  3. zijn hart verleidt, Namelijk door deze ijdele inbeelding.
  4. godsdienst is ijdel Namelijk die hij uiterlijk betoont, en waarin hij roemt.

27 De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld.12345

Original Greek

θρησκείαthrēskeiaReligionG2356N-NSF
καθαρὰkatharapureG2513A-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀμίαντοςamiantosundefiledG0283A-NSF
παρὰparabeforeG3844PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
πατρὶpatriFatherG3962N-DSM-T
αὕτηhautēthisG3778D-NSF
ἐστίν,estinis,G1510V-PAI-3S
ἐπισκέπτεσθαιepiskeptesthaito visitG1980V-PNN
ὀρφανοὺςorphanousorphansG3737A-APM
καὶkaiandG2532CONJ
χήραςchēraswidowsG5503N-APF
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
θλίψειthlipseitribulationG2347N-DSF
αὐτῶν,autōnof them,G0846P-GPM
ἄσπιλονaspilonunstainedG0784A-ASM
ἑαυτὸνhe'autononeselfG1438F-3ASM
τηρεῖνtēreinto keepG5083IV-PAN
ἀπὸapofromG0575PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
κόσμου.¶kosmouworld.G2889N-GSM
  1. voor God en den Dat is, die God de Vader van ons eist en Hem aangenaam is.
  2. wezen en weduwen Onder deze ééne soort van liefde jegens den naaste worden verstaan alle andere, waardoor het geloof moet werkzaam wezen; Gal 5:6.
  3. bezoeken in hun verdrukking, Of opzicht hebben over wezen en weduwen.
  4. onbesmet bewaren Namelijk van de vuiligheden, waarvan hij gesproken heeft vs.21. Zie ook 2Ti 2:21.
  5. van de wereld Dat is, van de goddelozen mensen, waarvan de wereld vol is, 1Jo 5:19, en van de wereldse begeerlijkheden, die in de wereldse mensen heersen. Zie 1Jo 2:15-16.