reltext

Chapter 4

1 Van waar komen krijgen en vechterijen onder u? Komen zij niet hiervan, namelijk uit uw wellusten, die in uw leden strijd voeren?1234

Original Greek

ΠόθενPothenFrom whereG4159ADV-I
πόλεμοιpolemoi[come] disputesG4171N-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
πόθενpothenfrom whereG4159ADV-I
μάχαιmachaiquarrelsG3163N-NPF
ἐνenamongG1722PREP
ὑμῖν;huminyou?G4771P-2DP
οὐκoukSurelyG3756PRT-N
ἐντεῦθεν,enteuthenfrom there,G1782ADV
ἐκekout ofG1537PREP
τῶνtōntheG3588T-GPF
ἡδονῶνhēdonōnpassionsG2237N-GPF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
τῶνtōnthoseG3588T-GPF
στρατευομένωνstrateuomenōnwarringG4754V-PMP-GPF
ἐνeninG1722PREP
τοῖςtoistheG3588T-DPN
μέλεσινmelesinmembersG3196N-DPN
ὑμῶν;humōnof you?G4771P-2GP
  1. krijgen en vechterijen Daardoor worden niet verstaan openlijke oorlogen met krijgsknechten en wapenen gevoerd, want die waren onder de christenen toen niet, maar de bijzonder heftige twisten en krakelen, die onder hen waren, en zo met woorden als anderszins gevoerd werden, tot grote schande van den christelijken godsdienst en ergernis der heidenen, welke gesteld worden tegen den vrede, waarvan hij in het laatste van het voorgaande hoofdstuk gesproken had.
  2. uit uw wellusten, Dat is, uit uw kwade en vleselijke begeerlijkheden, waar gij uw lust in schept.
  3. in uw leden Daardoor verstaat hij niet alleen de uiterlijke ledematen van het lichaam, als tong, handen, voeten, ogen, enz., maar ook de inwendige krachten en genegenheden der ziel, in welke de begeerlijkheid meest zetelt.
  4. strijd voeren? Dat is, de ziel als beoorlogen, om deze in het verderf en ten onder te brengen. Zie 1Pe 2:11.

2 Gij begeert, en hebt niet; gij benijdt en ijvert naar dingen, en kunt ze niet verkrijgen; gij vecht en voert krijg, doch gij hebt niet, omdat gij niet bidt.12345678

Original Greek

ἐπιθυμεῖτεepithumeiteYou desireG1937V-PAI-2P
καὶkaiandG2532CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἔχετε·echetehave;G2192V-PAI-2P
φονεύετεphoneueteyou killG5407V-PAI-2P
καὶkaiandG2532CONJ
ζηλοῦτεzēloutecovetG2206V-PAI-2P
καὶkaiandG2532CONJ
οὐounotG3756PRT-N
δύνασθεdunastheare ableG1410V-PNI-2P
ἐπιτυχεῖν·epitucheinto obtain;G2013V-2AAN
μάχεσθεmachestheYou quarrelG3164V-PNI-2P
καὶkaiandG2532CONJ
πολεμεῖτε·polemeitewrangle;G4170V-PAI-2P
οὐκoukNotG3756PRT-N
ἔχετεecheteyou haveG2192V-PAI-2P
δὲdenowG1161CONJ
διὰdiabecauseG1223PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
μὴmēnotG3361PRT-N
αἰτεῖσθαιaiteisthaito askG0154V-PMN
ὑμᾶς·humasyou;G4771P-2AP
  1. Gij begeert, Namelijk eer, rijkdom van deze wereld, enz.
  2. hebt niet; gij Dat is, of gij komt daar niet toe, of zo gij zulks bekomt, het zal u niet bevorderlijk maar schadelijk zijn.
  3. benijdt en Dat is, misgunt uw naaste het goed, dat hem de Heere gegeven heeft. In vele Griekse boeken wordt gelezen phoneuete; dat is, gij doodt, voor Phthoneite; dat is, gij benijdt. Doch het woord doden komt hier zo wel niet te pas; tenzij men het verstaat van zijn naasten te haten, hetwelk een doodslag voor God is; 1Jo 3:15.
  4. ijvert naar dingen, Dat is, gij staat ook met groten ijver en genegenheid naar eer en rijkdom dezer wereld. De Griekse woorden, die hier gebruikt worden, betekenen beide nijdigheid, maar met dit onderscheid, dat het eerste eigenlijk betekent zijn naaste misgunnen wat hem God gegeven heeft, namelijk zijne eer, goederen, of goeden naam; en het tweede, uit jaloersheid en door kwade wegen daarnaar trachten, dat wij die ook mogen hebben en niet minder zijn dan hij.
  5. kunt ze niet verkrijgen; Namelijk die dingen, die gij anderen misgunt of die gij ook zoudt willen hebben zowel als uw naaste. Want God geeft deze dingen dien die het Hem belieft.
  6. vecht en voert krijg, Dat is, gij twist en krakeelt uit nijdigheid tegen elkander om deze dingen, gelijk in vs.1.
  7. hebt niet, Dat is, gij verkrijgt het daarmede niet. Zie Hag 1:6.
  8. omdat gij niet bidt Dat is, deze goederen door het gebed niet verzoekt van God, door wien deze moeten gegeven worden.

3 Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt.123

Original Greek

αἰτεῖτεaiteiteYou askG0154V-PAI-2P
καὶkaiandG2532CONJ
οὐounotG3756PRT-N
λαμβάνετε,lambanetereceive,G2983V-PAI-2P
διότιdiotibecauseG1360CONJ
κακῶςkakōswronglyG2560ADV
αἰτεῖσθε,aiteistheyou ask,G0154V-PMI-2P
ἵναinathatG2443CONJ
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
ἡδοναῖςhēdonaispleasuresG2237N-DPF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
δαπανήσητε.dapanēsēteyou may spend [it].G1159V-AAS-2P
  1. Gij bidt, en gij Dat is, hoewel gij soms God om deze goederen zoudt mogen bidden, zo krijgt gij die evenwel niet, en dat door uw eigen schuld.
  2. kwalijk bidt, Namelijk niet alleen omdat uw gebed voortkomt uit een nijdig hart, maar ook omdat gij deze dingen niet verzoekt tot een goed doel, om die te gebruiken zo het behoort.
  3. opdat gij het Dat is, opdat gij daarmede uw kwade begeerlijkheden zoudt mogen voldoen en voeden.

4 Overspelers en overspeleressen, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld.1234

Original Greek

μοιχοὶmoichoiadulterers —G3432N-VPM
καὶkaiandG2532CONJ
μοιχαλίδες,moichalidesAdulteresses!G3428A-VPF
οὐκoukSurelyG3756PRT-N
οἴδατεoidateyou knowG6063V-RAI-2P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἡhētheG3588T-NSF
φιλίαphiliafriendshipG5373N-NSF
τοῦtouwith theG3588T-GSM
κόσμουkosmouworldG2889N-GSM
ἔχθραechthrahostilityG2189N-NSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouwith GodG2316N-GSM-T
ἐστιν;estinis?G1510V-PAI-3S
ὃςhosWho[ever]G3739R-NSM
ἐὰνeanmaybeG1437COND
οὖνounthereforeG3767CONJ
βουληθῇboulēthēashall chooseG1014V-AOS-3S
φίλοςphilosa friendG5384A-NSM
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
τοῦtouof theG3588T-GSM
κόσμου,kosmouworld,G2889N-GSM
ἐχθρὸςechthrosan enemyG2190N-NSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
καθίσταται.kathistataiis appointed.G2525V-PPI-3S
  1. Overspelers Zo noemt hij al degenen die de liefde, die zij God in Christus, hunnen bruidegom en Zaligmaker, schuldig zijn, en Hem ook in den doop beloofd hebben, betonen aan de wereld; een gelijkenis, genomen van lichamelijk overspel, welke is, als gehuwde lieden de echtelijke liefde, die zij elkander schuldig zijn, aan anderen bewijzen. Zie Jer 13:27; Eze 23:43, Eze 23:45; Hos 2:1. Dezen naam geeft hij hun, om de lelijkheid der zonde beter aan te wijzen.
  2. weet gij niet, Dat is, gij kunt en behoort hiervan niet onwetend te zijn.
  3. de vriendschap der wereld Dat is, der wereldse en ongelovige mensen, om die in het kwade te behagen of na te volgen; en der wereldse dingen en begeerlijkheden, om die met overtreding van Gods geboden of verzaking van de christelijke leer na te trachten. Zie 1Jo 2:15.
  4. een vijandschap Gods is? Dat is, niet kan bestaan met de liefde, dienst en vriendschap Gods, maar God tot een vijand maakt. Of ene vijandschap is tegen God, gelijk Paulus spreekt Rom 8:7.

5 Of meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, heeft Die lust tot nijdigheid?12345

Original Greek

ἢēOrG2228CONJ
δοκεῖτεdokeitethink youG1380V-PAI-2P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
κενῶςkenōsin vainG2761ADV
ἡhētheG3588T-NSF
γραφὴgraphēScriptureG1124N-NSF
λέγει;legeispeaks?G3004GV-PAI-3S
πρὸςprosWithG4314PREP
φθόνονphthononenvyG5355N-ASM
ἐπιποθεῖepipotheiyearnsG1971V-PAI-3S
τὸtotheG3588T-ASN
πνεῦμαpneumaSpiritG4151GN-ASN
ὃhothatG3739R-ASN
κατῴκισενkatōkisenhe settledG6052V-AAI-3S
ἐνeninG1722PREP
ἡμῖν,hēminus,G3165P-1DP
  1. Of meent gij, Dat is, wilt tocht niet menen.
  2. de Schrift De volgende woorden staan wel nergens met zovele woorden in de heilige Schrift van het Oude Testament, maar de zin wordt daarin gevonden. Waarom sommigen menen, dat de apostel ziet op de plaatsen Gen 6:5, en Gen 8:21. Anderen menen wel zo geschikt dat hij zou zien op de plaats Num 11:29.
  3. tevergeefs zegt Grieks ijdelljk; dat is, dat zulks niet zo zou zijn of tot onze stichting niet zou geschreven zijn; Rom 15:4.
  4. De Geest, Sommigen verstaan dit van den verdorven geest des mensen of van de gedachten van des mensen hart, Gen 6:5. Of de geest die in uw woont; en dan zou het overgezet moeten worden: heeft lust tot nijdigheid; dat is, strekt zich van nature tot nijdigheid en dergelijke boosheden. Maar wordt beter verstaan van den Geest Gods, waardoor wij wedergeboren worden, omdat daarbij gezegd wordt: die in ons woont, hetwelk van den Geest Gods in de Schrift dikwijls gezegd wordt, Exo 25:8, en Exo 29:45; Rom 8:11; 1Co 3:16. Zo is dan de zin: De Geest Gods die in ons woont strijdt tegen de boze genegenheid der nijdigheid, gelijk Gal 5:17. Of verwekt in onze heilige begeerten [gelijk Rom 8:26 ] , strijdende tegen nijdigheid. En daarom behoren degenen, in welke de Geest Gods woont, Rom 8:9; 1Co 3:16, de vriendschap der wereld niet lief te hebben.
  5. tot nijdigheid? Of: De Geest Gods die in ons woont begeert tegen nijdigheid. Zie de voorgaande verklaring.

6 Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.12

Original Greek

μείζοναmeizonaGreaterG3173A-ASF-C
δὲdehoweverG1161CONJ
δίδωσινdidōsinHe givesG1325V-PAI-3S
χάριν·charingrace;G5485N-ASF
διὸdioThereforeG1352CONJ
λέγει·legeiit says:G3004GV-PAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ὑπερηφάνοιςhuperēphanois[the] proudG5244A-DPM
ἀντιτάσσεται,antitassetaiopposes,G0498V-PMI-3S
ταπεινοῖςtapeinoisto [the] humbleG5011A-DPM
δὲdehoweverG1161CONJ
δίδωσινdidōsingivesG1325V-PAI-3S
χάριν.¶charingrace.G5485N-ASF
  1. Ja, Hij geeft Dat is, zal geven, namelijk de Geest Gods; dat is, dit is zover vandaar dat Hij zou lust hebben tot nijdigheid, dat Hij ook meerdere genade geeft.
  2. meerdere genade Dat is, een zeer grote genade, gelijk Jam 3:1.

7 Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.123

Original Greek

ὑποτάγητεhupotagētedo be subjectedG5293V-2APM-2P
οὖνounthereforeG3767CONJ
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ.theōto God.G2316N-DSM-T
ἀντίστητεantistētedo resistG0436V-2AAM-2P
δὲdehoweverG1161CONJ
τῷtōtheG3588T-DSM
διαβόλῳdiabolōdevilG1228A-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
φεύξεταιpheuxetaihe will fleeG5343V-FDI-3S
ἀφ᾽aph᾽fromG0575PREP
ὑμῶν,humōnyou,G4771P-2GP
  1. onderwerpt u dan Namelijk met gewillige gehoorzaamheid aan Zijn geboden, al uw gedachten, begeerten en genegenheden, woorden en werken schikkende naar den regel van Zijn wil in Zijn Woord voorgeschreven.
  2. den duivel, en Namelijk als hij u verzoekt en aanlokt, om uwe vleselijke begeerlijkheden te volbrengen, en de vriendschap der wereld te zoeken. Zie dezelfde vermaning 1Pe 5:8, enz.
  3. hij zal van u vlieden Namelijk dan als gij hem tegenstaat.

8 Naakt tot God, en Hij zal tot u naken. Reinigt de handen, gij zondaars, en zuivert de harten, gij dubbelhartigen!1234

Original Greek

ἐγγίσατεengisatedo draw nearG1448V-AAM-2P
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
ἐγγιεῖengieiHe will draw nearG1448V-FAI-3S
ὑμῖν.huminto you.G4771P-2DP
καθαρίσατεkatharisatedo cleanseG2511V-AAM-2P
χεῖρας,cheiras[your] hands,G5495N-APF
ἁμαρτωλοί,hamartōloi[you] sinners,G0268A-VPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἁγνίσατεhagnisatedo purifyG0048V-AAM-2P
καρδίας,kardiashearts,G2588N-APF
δίψυχοι.dipsuchoi[you] double-minded.G1374A-VPM
  1. Naakt tot God, Namelijk door oprechte bekering, geloof, gehoorzaamheid en gebeden.
  2. Naken Namelijk met Zijn genade en weldaden.
  3. de handen, gij zondaars, Dat is al uw uiterlijke ledematen, die als werktuigen der ziel zijn, waartoe de handen meest gebruikt worden. Zie Psa 26:6; Isa 1:15-16; 1Ti 2:8.
  4. gij dubbelhartigen Grieks gij tweezieligen. Zie van dit woord Jam 1:8.

9 Gedraagt u als ellendigen, en treurt en weent; uw lachen worde veranderd in treuren, en uw blijdschap in bedroefdheid.12

Original Greek

ταλαιπωρήσατεtalaipōrēsatedo be grievedG5003V-AAM-2P
καὶkaiandG2532CONJ
πενθήσατεpenthēsatedo mournG3996V-AAM-2P
καὶkaiandG2532CONJ
κλαύσατε·klausatedo weep;G2799V-AAM-2P
ὁhoTheG3588T-NSM
γέλωςgelōslaughterG1071N-NSM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
εἰςeistoG1519PREP
πένθοςpenthosmourningG3997N-ASN
μετατραπήτωmetatrapētōshould be turnedG6060V-2APM-3S
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
χαρὰcharajoyG5479N-NSF
εἰςeistoG1519PREP
κατήφειαν.katēpheiangloom.G2726N-ASF
  1. Gedraagt u als Namelijk niet alleen uitwendig, gelijk de huichelaars veeltijds doen, maar vooral inwendig in het hart; bedroefd zijnde over uw zonden en ellenden.
  2. bedroefdheid Het Griekse woord betekent eigenlijk neerslachtigheid van ogen of aangezicht, uit droefheid of schaamte.

10 Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.

Original Greek

ταπεινώθητεtapeinōthētedo be humbledG5013V-APM-2P
ἐνώπιονenōpionin the presence ofG1799PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
ὑψώσειhupsōseiHe will exaltG5312V-FAI-3S
ὑμᾶς.¶humasyou.G4771P-2AP

11 Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander. Die van zijn broeder kwalijk spreekt en zijn broeder oordeelt, die spreekt kwalijk van de wet, en oordeelt de wet. Indiën gij nu de wet oordeelt, zo zijt gij geen dader der wet, maar een rechter.1234

Original Greek

ΜὴMēNotG3361PRT-N
καταλαλεῖτεkatalaleitedo speak againstG2635V-PAM-2P
ἀλλήλων,allēlōnone another,G0240C-GPM
ἀδελφοί·adelphoibrothers;G0080N-VPM
ὁhoThe [one]G3588T-NSM
καταλαλῶνkatalalōnspeaking againstG2635V-PAP-NSM
ἀδελφοῦadelphou[his] brotherG0080N-GSM
ἢēorG2228CONJ
κρίνωνkrinōnjudgingG2919V-PAP-NSM
τὸνtontheG3588T-ASM
ἀδελφὸνadelphonbrotherG0080N-ASM
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
καταλαλεῖkatalaleispeaks againstG2635V-PAI-3S
νόμουnomou[the] LawG3551N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
κρίνειkrineijudgesG2919V-PAI-3S
νόμον·nomon[the] Law;G3551N-ASM
εἰeiIfG1487GCOND
δὲdehoweverG1161CONJ
νόμονnomon[the] LawG3551N-ASM
κρίνεις,krineisyou judge,G2919V-PAI-2S
οὐκouknotG3756PRT-N
εἶeiyou areG1510V-PAI-2S
ποιητὴςpoiētēsa doerG4163N-NSM
νόμουnomouof [the] LawG3551N-GSM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
κριτής.kritēsa judge.G2923N-NSM
  1. niet kwalijk van Grieks tegen elkander; dat is, spreekt niet wat tegen elkanders eer en goeden naam is.
  2. oordeelt, Dat is, veroordeelt, gelijk Mat 7:1.
  3. oordeelt de wet Dat is, veroordeelt, namelijk omdat hij met dit kwalijk spreken toont, dat hij niet houdt wat de wet als kwalijk spreken met recht verboden heeft; Lev 19:16.
  4. een rechter Namelijk der wet, hetwelk een grote en dwaze vermetelheid is van een mens.

12 Er is een enig Wetgever, Die behouden kan en verderven. Doch wie zijt gij, die een anderen oordeelt?1

Original Greek

εἷςheisOneG1520A-NSM
ἐστινestinthere isG1510V-PAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
νομοθέτηςnomothetēsLawgiverG3550N-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
κριτὴςkritēsJudgeG2923N-NSM
ὁhowhoG3588T-NSM
δυνάμενοςdunamenosis being ableG1410V-PNP-NSM
σῶσαιsōsaito saveG4982V-AAN
καὶkaiandG2532CONJ
ἀπολέσαι·apolesaito destroy;G0622V-AAN
σὺsuYou yourselfG4771P-2NS
δὲdehoweverG1161CONJ
τίςtiswhoG5101I-NSM
εἶeiareG1510V-PAI-2S
ὁhoyou who [are]G3588T-VSM
κρίνωνkrinōnjudgingG2919V-PAP-VSM
τὸνtontheG3588T-ASM
πλησίον;¶plēsionneighbour?G4139ADV
  1. een enig Wetgever, Namelijk God de Heere, in wiens plaats zich vermetelijk stellen allen, die hun naasten lichtvaardig oordelen, en de wet van God, die zulks verbiedt, daarmee als veroordelen.

13 Welaan nu gij, die daar zegt: Wij zullen heden of morgen naar zulk een stad reizen, en aldaar een jaar doorbrengen , en koopmanschap drijven , en winst doen .123

Original Greek

ἌγεAgedo comeG0071V-PAM-2S
νῦνnunnowG3568ADV
οἱhoiyou who [are]G3588T-VPM
λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-VPM
σήμερονsēmeronTodayG4594ADV
ἢēorG2228CONJ
αὔριονauriontomorrowG0839ADV
πορευσόμεθαporeusomethawe will goG4198V-FDI-1P
εἰςeisintoG1519PREP
τήνδεtēndesuchG3592D-ASF
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
πόλινpolincityG4172N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
ποιήσομενpoiēsomenwill spendG4160JV-FAI-1P
ἐκεῖekeithereG1563ADV
ἐνιαυτὸνeniautona yearG1763N-ASM
ἕναhenaoneG1520A-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐμπορευσόμεθαemporeusomethawill tradeG1710V-FDI-1P
καὶkaiandG2532CONJ
κερδήσομεν·kerdēsomenwill make a profit;G2770V-FAI-1P
  1. Wij zullen heden Of laat ons heden, enz.
  2. doorbrengen, en Grieks maken.
  3. koopmanschap drijven, Onder deze ene soort van menselijke voornemens en bekommeringen worden alle andere mee verstaan, en deze alleen genoemd, omdat daarbij het meeste gebrek hierin gevonden werd.

14 Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.123

Original Greek

οἵτινεςoitines[you] whoG3748R-NPM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐπίστασθεepistastheyou knowG1987V-PNI-2P
τὸtowhat [is]G3588T-ASN
τῆςtēson theG3588T-GSF
αὔριονaurionnext day [is]G0839ADV
ποίαpoiaWhat [is]G4169I-NSF
γὰρgarforG1063CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
ζωὴzōēlifeG2222N-NSF
ὑμῶν.humōnof you!G4771P-2GP
ἀτμὶςatmisA vaporG0822N-NSF
γάρgarjustG1063CONJ
ἐστεesteyou areG1510V-PAI-2P
ἡhē<the>G3588T-NSF
πρὸςprosforG4314PREP
ὀλίγονoligona little [while]G3641A-ASN
φαινομένηphainomenēappearingG5316V-PEP-NSF
ἔπειταepeitathenG1899ADV
δὲdeandG1161CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἀφανιζομένη·aphanizomenēvanishing;G0853V-PPP-NSF
  1. hoedanig is uw leven? Dat is, hoe kort, broos en onzeker.
  2. een damp, die Dat is, gelijk een damp.
  3. gezien wordt, Of schijnt.

15 In plaats dat gij zoudt zeggen: Indiën de Heere wil, en wij leven zullen , zo zullen wij dit of dat doen .12

Original Greek

ἀντὶantiInstead [ought]G0473PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSN
λέγεινlegeinto sayG3004GV-PAN
ὑμᾶς·humasyou;G4771P-2AP
ἐὰνeanIfG1437COND
ὁhotheG3588T-NSM
κύριοςkuriosLordG2962GN-NSM-T
θελήσῃthelēsēshall wishG2309V-AAS-3S
καὶkaibothG2532CONJ
ζήσομενzēsomenwe will liveG2198V-FAI-1P
καὶkaiandG2532CONJ
ποιήσομενpoiēsomenwe will doG4160GV-FAI-1P
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
ἢēorG2228CONJ
ἐκεῖνο.ekeinothat.G1565D-ASN
  1. zoudt zeggen Dat is, behoort te zeggen, namelijk zo in uw hart als ook met woorden, om daarmede te kennen te geven, dat gij de voorzienigheid van God en de broosheid van uw leven, recht verstaat en erkent.
  2. en wij leven zullen, Of zo zullen wij leven, en dit of dat doen.

16 Maar nu roemt gij in uw hoogmoed; alle zodanige roem is boos.1

Original Greek

νῦνnunNowG3568ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
καυχᾶσθεkauchastheyou boastG2744V-PNI-2P
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
ἀλαζονείαιςalazoneiaisarroganceG0212N-DPF
ὑμῶν·humōnof you;G4771P-2GP
πᾶσαpasaAllG3956A-NSF
καύχησιςkauchēsisboastingG2746N-NSF
τοιαύτηtoiautēsuchG5108D-NSF
πονηράponēraevilG4190A-NSF
ἐστιν.estinis.G1510V-PAI-3S
  1. roemt gij in Dat is, gij spreekt zo vermetel alsof de uitkomst der zaken en uw leven in uw hand en macht stonden.

17 Wie dan weet goed te doen, en niet doet, dien is het zonde.12

Original Greek

εἰδότιeidotiTo [him] knowingG6063V-RAP-DSM
οὖνounthereforeG3767CONJ
καλὸνkalongoodG2570GA-ASN
ποιεῖνpoieinto doG4160GV-PAN
καὶkaiandG2532CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ποιοῦντι,poiountidoing [it],G4160GV-PAP-DSM
ἁμαρτίαhamartiasinG0266N-NSF
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
ἐστιν.¶estinit is.G1510V-PAI-3S
  1. weet goed te doen, Dat is, weet wat goed en wat kwaad is; wat men behoort te doen en behoort te laten.
  2. dien is het zonde Dat is, die zondigt zwaarder dan degene die het niet weet, en die kan zich geenszins verontschuldigen. Zie Luk 12:47; Joh 9:41, en Joh 15:22.