reltext

Chapter 2

1 Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, met aanneming des persoons.123

Original Greek

ἈδελφοίAdelphoiBrothersG0080N-VPM
μου,mouof Mine,G3165P-1GS
μὴmēnotG3361PRT-N
ἐνenwithG1722PREP
προσωπολημψίαιςprosōpolēmpsiaispartialityG4382N-DPF
ἔχετεechetedo holdG2192V-PAM-2P
τὴνtēntheG3588T-ASF
πίστινpistinfaithG4102GN-ASF
τοῦtouof theG3588T-GSM
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
δόξης.doxēsof glory.G1391N-GSF
  1. het geloof van onzen Dat is, het christengeloof, waarvan Christus het fundament is; 1Co 3:11.
  2. den Heere der heerlijkheid, Hiermede wordt aangewezen de waardigheid van het christengeloof, als dat niet alleen ziet op Christus voor ons gekruisigd, 1Co 2:2; maar ook die van eeuwigheid God is, en nu in heerlijkheid zit aan de rechterhand van God in de hoogste plaats. Zie 1Co 2:8; Heb 1:3; 1Pe 3:22. Anderen voegen dit woord der heerlijkheid bij het woord het geloof; omdat het geloof vooral daarop ziet, dat Christus door Zijn lijden ingegaan is in Zijn heerlijkheid, en alle gelovigen in deze ook zal inbrengen en deze deelachtig maken.
  3. met aanneming des persoons Dat is, van de uiterlijke gelegenheid des mensen, die tot de zaak niets doet, gelijk rijkdom, macht, enz.; zie hiervan de aantekeningen Act 10:34; Rom 2:11.

2 Want zo in uw vergadering kwam een man met een gouden ring aan den vinger, in een sierlijke kleding, en er kwam ook een arm man in met een slechte kleding;12345

Original Greek

ἐὰνeanIfG1437COND
γὰρgarforG1063CONJ
εἰσέλθῃeiselthēshall comeG1525V-2AAS-3S
εἰςeisintoG1519PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
συναγωγὴνsunagōgēnassemblyG4864N-ASF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ἀνὴρanēra manG0435GN-NSM
χρυσοδακτύλιοςchrusodaktulioswith a gold ringG5554A-NSM
ἐνeninG1722PREP
ἐσθῆτιesthētiapparelG2066N-DSF
λαμπρᾷ,lamprasplendid,G2986A-DSF
εἰσέλθῃeiselthēmay come inG1525V-2AAS-3S
δὲdethenG1161CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
πτωχὸςptōchosa poor [man]G4434N-NSM
ἐνeninG1722PREP
ῥυπαρᾷrhuparashabbyG4508A-DSF
ἐσθῆτιesthētiapparelG2066N-DSF
  1. vergadering kwam Grieks synagoge; waardoor verstaan worden niet de Joodse scholen of synagogen, waar de christenen niet meer kwamen om hun godsdienst te oefenen, maar allerlei plaatsen, waar de christenen bijeen kwamen om den godsdienst te plegen.
  2. een man met een gouden Dat is, rijke lieden die vanwege hun rijkdom of pracht voorgetrokken worden, waaronder dikwijls worden gevonden zodanigen als beschreven worden Jam 1:6-7.
  3. sierlijke kleding, Grieks blinkende.
  4. een arm man in Namelijk hoewel hij vroom en gelovig is.
  5. met een slechte kleding; Grieks in een vuile kleding.

3 En gij zoudt aanzien dengene, die de sierlijke kleding draagt, en tot hem zeggen: Zit gij hier op een eerlijke plaats; en zoudt zeggen tot den arme: Sta gij daar; of: Zit hier onder mijn voetbank;123

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
ἐπιβλέψητεepiblepsēteyou may lookG1914V-AAS-2P
δὲdealsoG1161CONJ
ἐπὶepiuponG1909PREP
τὸνtonthe [one]G3588T-ASM
φοροῦνταphorountawearingG5409V-PAP-ASM
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἐσθῆταesthētaapparelG2066N-ASF
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
λαμπρὰνlampransplendidG2986A-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
εἴπητεeipētemay sayG2036V-2AAS-2P
αὐτῷ·autōto him:G0846P-DSM
σὺsuYou yourselfG4771P-2NS
κάθουkathoudo sitG2521V-PNM-2S
ὧδεhōdehereG5602ADV
καλῶς,kalōshonorably,G2573ADV
καὶkaiandG2532CONJ
τῷtōto theG3588T-DSM
πτωχῷptōchōpoorG4434N-DSM
εἴπητε·eipētemay say;G2036V-2AAS-2P
σὺsuYou yourselfG4771P-2NS
στῆθιstēthido standG2476V-2AAM-2S
ἐκεῖekeithereG1563ADV
ἢēorG2228CONJ
κάθουkathoudo sitG2521V-PNM-2S
ὧδεhōdehereG5602ADV
ὑπὸhupounderG5259GPREP
τὸtotheG3588T-ASN
ὑποπόδιόνhupopodionfootstoolG5286N-ASN
μου,mouof mine,G3165P-1GS
  1. aanzien dengene, Dat is, uwe ogen allen tezamen op hem slaan met eerbied.
  2. op een eerlijke plaats; Grieks wel, of eerlijk.
  3. den arme Sta Namelijk die in de vergadering komt. Zie vs.2.

4 Hebt gij dan niet in uzelven een onderscheid gemaakt, en zijt rechters geworden van kwade overleggingen?12

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
οὐounotG3756PRT-N
διεκρίθητεdiekrithētewere discriminatedG1252V-API-2P
ἐνenamongG1722PREP
ἑαυτοῖςhe'autoisyourselvesG1438F-2DPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐγένεσθεegenestheyou have becomeG1096V-2ADI-2P
κριταὶkritaijudgesG2923N-NPM
διαλογισμῶνdialogismōnwith thoughtsG1261N-GPM
πονηρῶν;¶ponērōnevil?G4190A-GPM
  1. Hebt gij dan Of zijt gij niet in uzelf veroordeeld? Dat is, in uw conscientie overtuigd, dat gij daar kwalijk aan doet.
  2. rechters geworden Dat is, gij hebt geoordeeld dat uw kwade overleggingen in dit aannemen des persoons goed en behoorlijk waren. Of rechters die kwade overleggingen hebben; dat is, verkeerde rechters.

5 Hoort, mijn geliefde broeders, heeft God niet uitverkoren de armen dezer wereld, om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen des Koninkrijks, hetwelk Hij belooft dengenen, die Hem liefhebben?123456

Original Greek

ἀκούσατε,akousatedo listen,G0191V-AAM-2P
ἀδελφοίadelphoibrothersG0080N-VPM
μουmouof mineG3165P-1GS
ἀγαπητοί,agapētoibeloved,G0027A-VPM
οὐχouchNotG3756PRT-N
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ἐξελέξατοexelexatohas chosenG1586V-AMI-3S
τοὺςtoustheG3588T-APM
πτωχοὺςptōchouspoorG4434N-APM
τῷtōin theG3588T-DSM
κόσμῳkosmōworldG2889N-DSM
τούτουtoutouthisG3778D-GSM
πλουσίουςplousious[to be] richG4145A-APM
ἐνeninG1722PREP
πίστειpisteifaithG4102GN-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
κληρονόμουςklēronomousheirsG2818N-APM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
βασιλείαςbasileiaskingdomG0932N-GSF
ἧςhēsthatG3739R-GSF
ἐπηγγείλατοepēngeilatoHe promisedG1861V-ADI-3S
τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM
ἀγαπῶσινagapōsinlovingG0025V-PAP-DPM
αὐτόν;autonHim?G0846P-ASM
  1. heeft God niet Dat is, hebt gij niet gelezen, of geleerd, verstaan, dat God, enz.
  2. uitverkoren Namelijk van eeuwigheid voor de grondlegging der wereld, Eph 1:4, en in den tijd geroepen.
  3. de armen dezer Niet allen, maar meer armen dan rijken; 1Co 1:26.
  4. om rijk te zijn Of om te worden rijk in het geloof, enz. Zie dergelijke wijze van spreken Rom 8:29; gelijk de volgende woorden deze zin noodzakelijk vereisen.
  5. des Koninkrijks, Namelijk der hemelen, en van alle hemelse goederen, hoewel zij de goederen dezer wereld niet hebben.
  6. die Hem liefhebben? Namelijk hetzij armen of rijken; hetwelk hij daarbij doet, opdat de rijken niet zouden menen van de verkiezing en dit koninkrijk ten enenmale uitgesloten te wezen.

6 Maar gij hebt den armen oneer aangedaan. Overweldigen u niet de rijken, en trekken zij u niet tot de rechterstoelen?123

Original Greek

ὑμεῖςhumeisYou yourselvesG4771P-2NP
δὲdehoweverG1161CONJ
ἠτιμάσατεētimasatedishonoredG0818V-AAI-2P
τὸνtontheG3588T-ASM
πτωχόν.ptōchonpoor.G4434N-ASM
οὐχouchSurelyG3756PRT-N
οἱhoitheG3588T-NPM
πλούσιοιplousioirichG4145A-NPM
καταδυναστεύουσινkatadunasteuousinare oppressingG2616V-PAI-3P
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
καὶkaiandG2532CONJ
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM
ἕλκουσινhelkousindraggingG1670V-PAI-3P
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
εἰςeisintoG1519PREP
κριτήρια;kritēriacourt?G2922N-APN
  1. oneer aangedaan Namelijk daarmede, dat gij een zodanigen rijke meer eer aandoet, als een gelovigen arme, dien gij veracht.
  2. Overweldigen u Hij bewijst dat zodanige rijken zulke eer niet waardig zijn, om hunner boosheid wil, dewijl zij de gelovigen geweldig onderdrukken.
  3. tot de rechterstoelen? Namelijk om aldaar door schijn van recht, de gelovigen vals te beschuldigen en onbarmhartig te doen veroordelen. Zie Mat 10:17.

7 Lasteren zij niet den goeden naam, die over u geroepen is?12

Original Greek

οὐκoukSurelyG3756PRT-N
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM
βλασφημοῦσινblasphēmousinare denigratingG0987V-PAI-3P
τὸtotheG3588T-ASN
καλὸνkalongoodG2570GA-ASN
ὄνομαonomaNameG3686N-ASN
τὸtowhichG3588T-ASN
ἐπικληθὲνepiklēthenhaving been calledG1941V-APP-ASN
ἐφ᾽eph᾽uponG1909PREP
ὑμᾶς;humasyou?G4771P-2AP
  1. den goeden naam, Nnamelijk van den Heere Jezus Christus, den Zoon Gods.
  2. die over u aangeroepen is? Namelijk als gij in Zijn naam gedoopt zijt. Of naar welken gij toegenaamd zijt, namelijk Christenen; een Hebreeuwse wijze van spreken. Zie dergelijke Gen 48:16; Isa 4:1.

8 Indiën gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel;12

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
μέντοιmentoiindeedG3305CONJ
νόμονnomon[the] lawG3551N-ASM
τελεῖτεteleiteyou keepG5055V-PAI-2P
βασιλικὸνbasilikonroyalG0937A-ASM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
γραφήν·graphēnScripture;G1124N-ASF
ἀγαπήσειςagapēseisYou will loveG0025V-FAI-2S
τὸνtontheG3588T-ASM
πλησίονplēsionneighbourG4139ADV
σουsouof youG4771P-2GS
ὡςhōsasG5613PRT
σεαυτόν,seautonyourself,G4771F-2ASM
καλῶςkalōswellG2573ADV
ποιεῖτε·poieiteyou are doing;G4160GV-PAI-2P
  1. de koninklijke wet Dat is, de voornaamste en algemene wet, waaronder alle anderen zijn begrepen, gelijk ook een algemene heirbaan een koninklijke weg genoemd wordt, Num 21:22. Of die God, een Heer en koning over allen, ons voorgeschreven en geboden heeft.
  2. volbrengt, naar Of onderhoudt. Want gesteld zijnde, dat iemand de ganse wet van de liefde des naasten onderhield, en hij den persoon aannam, gelijk gezegd is, zo is hij een overtreder derzelfde wet; daar de liefde van den naaste geen plaats kan hebben, waar de naaste veracht wordt; gelijk in vs.9 verklaard wordt.

9 Maar indien gij den persoon aanneemt, zo doet gij zonde, en wordt van de wet bestraft als overtreders.123

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δὲdehoweverG1161CONJ
προσωπολημπτεῖτε,prosōpolēmpteiteyou show partiality,G4380V-PAI-2P
ἁμαρτίανhamartiansinG0266N-ASF
ἐργάζεσθεergazestheyou are committingG2038V-PNI-2P
ἐλεγχόμενοιelegchomenoibeing convictedG1651V-PPP-NPM
ὑπὸhupobyG5259GPREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
νόμουnomoulawG3551N-GSM
ὡςhōsasG5613PRT
παραβάται.parabataitransgressors.G3848N-NPM
  1. den persoon aanneemt, Namelijk gelijk tevoren is verklaard vs.1,2, enz.
  2. doet gij zonde, Grieks werkt; dat is, doet een werk dat zonde is, als strijdende tegen de liefde van den naaste.
  3. de wet bestraft Namelijk in vs.8 vermeld.

10 Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.1234

Original Greek

ὅστιςhostisWhoeverG3748R-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
ὅλονholonallG3650A-ASM
τὸνtontheG3588T-ASM
νόμονnomonlawG3551N-ASM
τηρήσῃ,tērēsēmay keep,G5083GV-AAS-3S
πταίσῃptaisēmay stumbleG4417V-AAS-3S
δὲdebutG1161CONJ
ἐνeninG1722PREP
ἑνί,henione [point],G1520A-DSM
γέγονενgegonenhe has becomeG1096V-2RAI-3S
πάντωνpantōnof allG3956A-GPN
ἔνοχος.enochosguilty.G1777A-NSM
  1. wie Niet dat iemand de gehele wet volmaakt kan onderhouden, maar dit wordt gezegd onder voorwaarde, zo daar iemand ware, of zo iemand daarin roemt, gelijk de jongeling, Mat 19:20.
  2. de gehele wet Namelijk uitgenomen dit ene, waarin hij mistreedt.
  3. struikelen, die Dat is, zondigen; een gelijkenis, genomen van degenen, die onder het wandelen of lopen hun voet stoten en vallen; zie hierna Jam 3:2.
  4. is schuldig Dat is, heeft zich schuldig gemaakt aan de straf, die de wet tegen de overtreders uitspreekt, Deu 27:26. Vervloekt is hij, die niet blijft in al, enz. Want die den wetgever durft verachten in het ene, die durft hem ook verachten in het andere; en die één lid van het lichaam kwetst, wordt gezegd het gehele lichaam gekwetst te hebben.

11 Want Die gezegd heeft: Gij zult geen overspel doen, Die heeft ook gezegd: Gij zult niet doden. Indiën gij nu geen overspel zult doen, maar zult doden, zo zijt gij een overtreder der wet geworden.1

Original Greek

ὁhoThe [One]G3588T-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
εἰπὼνeipōnhaving saidG2036V-2AAP-NSM
μὴmēNotG3361PRT-N
μοιχεύσῃς,moicheusēsyou may commit adultery,G3431V-AAS-2S
εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S
καὶkaialsoG2532CONJ
μὴmēNotG3361PRT-N
φονεύσῃς.phoneusēsyou may murder.G5407V-AAS-2S
εἰeiIfG1487GCOND
δὲdehoweverG1161CONJ
οὐounotG3756PRT-N
μοιχεύειςmoicheueisyou do commit adulteryG3431V-PAI-2S
φονεύειςphoneueisdo commit murderG5407V-PAI-2S
δέ,dehowever,G1161CONJ
γέγοναςgegonasyou have becomeG1096V-2RAI-2S
παραβάτηςparabatēsa transgressorG3848N-NSM
νόμου.nomouof [the] law.G3551N-GSM
  1. Die heeft ook gezegd Dat is, het is één en dezelfde wetgever, die zo wel het ene heeft verboden als het andere.

12 Spreekt alzo, en doet alzo, als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden.12

Original Greek

οὕτωςhoutōsThusG3779ADV
λαλεῖτεlaleitedo speakG2980V-PAM-2P
καὶkaiandG2532CONJ
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
ποιεῖτεpoieitedo actG4160GV-PAM-2P
ὡςhōsasG5613PRT
διὰdiathroughG1223PREP
νόμουnomou[the] lawG3551N-GSM
ἐλευθερίαςeleutheriasof freedomG1657N-GSF
μέλλοντεςmellontesbeing aboutG3195V-PAP-NPM
κρίνεσθαι.krinesthaito be judged.G2919V-PPN
  1. Spreekt alzo, Namelijk zonder aanneming van den persoon.
  2. de wet der vrijheid Dat is, door het Evangelie, waardoor verkondigd wordt, dat wij door Christus vrijgemaakt zijn van de strengheid der wet. Zie tevoren Jam 1:25, en dies te zwaarder oordeel zullen hebben te verwachten, zo wij deze genade tot onbarmhartigheid misbruiken. Anderen zetten het over: Als die door de wet der vrijheid, dat is, naar de leer van het Evangelie, voortaan uwe broeders zult oordelen, zonder aanneming van den persoon.

13 Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene, die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.123

Original Greek

ἡhē<the>G3588T-NSF
γὰρgarForG1063CONJ
κρίσιςkrisisjudgmentG2920N-NSF
ἀνέλεοςaneleoswithout mercy [will be]G0448A-NSF
τῷtōto the [one]G3588T-DSM
μὴmēnotG3361PRT-N
ποιήσαντιpoiēsantihaving shownG4160GV-AAP-DSM
ἔλεος·eleosmercy;G1656N-ASN
καὶkaiandG2532CONJ
κατακαυχᾶταιkatakauchataiit triumphs overG2620V-PNI-3S
ἔλεοςeleosmercyG1656N-NSN
κρίσεως.¶kriseōsjudgment.G2920N-GSF
  1. een onbarmhartig Dat is, hetwelk niet is verzacht of getemperd met barmhartigheid, of genade van vergeving.
  2. die geen barmhartigheid Dat is, die geen liefde tegen zijn naasten zal gepleegd of betoond hebben, waaronder ook zijn degenen, die uit aanneming van den persoon de armen verachten. Zie Mat 25.
  3. de barmhartigheid roemt Dit verstaan sommigen van de barmhartigheid van God, die tegen het strenge oordeel der wet roemt, als het overwonnen en weggenomen hebbende van alle gelovigen door Christus. Maar de voorgaande woorden schijnen te eisen, dat het verstaan worde van de barmhartigheid des mensen, die hij aan zijn naasten heeft gedaan. Deze roemt, dat is, doet den mens, die ze gedaan heeft, in Christus roemen en zich verblijden, tegen het oordeel der verdoemenis, dat het over hem niet komen zal; daar het zeker is, dat het niet komen zal over de ware gelovigen, Joh 5:24; Rom 8:1; 1Co 15:55, en hij door de werken der barmhartigheid en liefde van de waarheid en oprechtheid van zijn geloof is verzekerd; Mat 25:35; Gal 5:6.

14 Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zaligmaken?1234

Original Greek

ΤίTiWhat [is]G5101I-NSN
τὸtotheG3588T-NSN
ὄφελος,ophelosprofit,G3786N-NSN
ἀδελφοίadelphoibrothersG0080N-VPM
μου,mouof mine,G3165P-1GS
ἐὰνeanifG1437COND
πίστινpistinfaithG4102GN-ASF
λέγῃlegēshall sayG3004GV-PAS-3S
τιςtisanyoneG5100X-NSM
ἔχειν,echeinto have,G2192V-PAN
ἔργαergaworksG2041N-APN
δὲdehoweverG1161CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ἔχῃ;echēhe may have?G2192V-PAS-3S
μὴmēSurely notG3361PRT-N
δύναταιdunataiis ableG1410V-PNI-3S
ἡhētheG3588T-NSF
πίστιςpistisfaithG4102GN-NSF
σῶσαιsōsaito saveG4982V-AAN
αὐτόν;autonhim?G0846P-ASM
  1. Wat nuttigheid is Namelijk tot des mensen troost en zaligheid.
  2. zegt, dat hij het Dat is, uiterlijk belijdt en roemt, daar hij inderdaad geen waar geloof heeft.
  3. dat geloof hem Dat is, zulk een geloof dat zonder de werken is.
  4. zalig maken? Dat is, rechtvaardigen voor God? Hij wil zeggen: Geenszins.

15 Indiën er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden hebben aan dagelijks voedsel;

Original Greek

ἐὰνeanNow ifG1437COND
δὲdenowG1161CONJ
ἀδελφὸςadelphosa brotherG0080N-NSM
ἢēorG2228CONJ
ἀδελφὴadelphēa sisterG0079N-NSF
γυμνοὶgumnoiwithout clothesG1131A-NPM
ὑπάρχωσινhuparchōsinshall beG5225V-PAS-3P
καὶkaiandG2532CONJ
λειπόμενοιleipomenoilackingG3007V-PMP-NPM
ὦσινōsinthey may beG1510V-PAS-3P
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἐφημέρουephēmerouof dailyG2184A-GSF
τροφῆς,trophēsfood,G5160N-GSF

16 En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat henen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd; en gijlieden zoudt hun niet geven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?12

Original Greek

εἴπῃeipēmay sayG2036V-2AAS-3S
δέdethenG1161CONJ
τιςtisanyoneG5100X-NSM
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM
ἐξexout fromG1537PREP
ὑμῶν·humōnyou;G4771P-2GP
ὑπάγετεhupagetedo goG5217V-PAM-2P
ἐνeninG1722PREP
εἰρήνῃ,eirēnēpeace,G1515N-DSF
θερμαίνεσθεthermainesthedo be warmedG2328V-PEM-2P
καὶkaiandG2532CONJ
χορτάζεσθε,chortazesthedo be filled,G5526V-PMM-2P
μὴmēsurely notG3361PRT-N
δῶτεdōtemay giveG1325V-2AAS-2P
δὲdehoweverG1161CONJ
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM
τὰtatheG3588T-APN
ἐπιτήδειαepitēdeianeedful thingsG2006A-APN
τοῦtoufor theG3588T-GSN
σώματος,sōmatosbody,G4983N-GSN
τίtiwhat [is]G5101I-NSN
τὸtotheG3588T-NSN
ὄφελος;ophelosprofit?G3786N-NSN
  1. zou zeggen Dat is, de liefde aan hen zou tonen alleen met woorden.
  2. wat nuttigheid is dat? Hij wil zeggen: Gene; noch voor den arme, noch voor dengene die alleen met woorden liefheeft.

17 Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood.1

Original Greek

οὕτωςhoutōsSoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
πίστις,pistisfaith,G4102GN-NSF
ἐὰνeanonlyG1437COND
μὴmēunlessG3361PRT-N
ἔχῃechēit shall haveG2192V-PAS-3S
ἔργα,ergaworksG2041N-APN
νεκράnekra[then] deadG3498A-NSF
ἐστινestinit isG1510V-PAI-3S
καθ᾽kath᾽byG2596PREP
ἑαυτήν.¶he'autēnitself.G1438F-3ASF
  1. is bij zichzelven dood Of in zichzelf; dat is, heeft geen nuttigheid tot rechtvaardigmaking; en geen kracht om zalig te maken, niet meer dan een dood lichaam zonder ziel kracht heeft om enige werkingen des levens voort te brengen. Zie vs.26.

18 Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen.12345678

Original Greek

Ἀλλ᾽All᾽ButG0235CONJ
ἐρεῖereiwill sayG4483V-FAI-3S
τις·tissomeone;G5100X-NSM
σὺsuYou yourselfG4771P-2NS
πίστινpistinfaithG4102GN-ASF
ἔχεις,echeishave,G2192V-PAI-2S
κἀγὼkagōand I myselfG1473P-1NS + G2532
ἔργαergaworksG2041N-APN
ἔχω·echōhave;G2192V-PAI-1S
δεῖξόνdeixondo showG1166V-AAM-2S
μοιmoimeG3165P-1DS
τὴνtēntheG3588T-ASF
πίστινpistinfaithG4102GN-ASF
σουsouof youG4771P-2GS
χωρὶςchōriswithoutG5565PREP
τῶνtōntheG3588T-GPN
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
σου,souof youG4771P-2GS
κἀγώkagōand I myselfG1473P-1NS + G2532
σοιsoiyouG4771P-2DS
δείξωdeixōwill showG1166V-FAI-1S
ἐκekbyG1537PREP
τῶνtōntheG3588T-GPN
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
μουmouof mineG3165P-1GS
τὴνtēntheG3588T-ASF
πίστινpistinfaithG4102GN-ASF
μου.mouof mine.G3165P-1GS
  1. iemand Namelijk die het ware en levend geloof heeft, dat werkzaam is door goede werken.
  2. zeggen Namelijk tot een huichelaar, die zich beroemt in het geloof, en geen goede werken voortbrengt.
  3. Gij hebt het geloof, Namelijk een geloof dat zonder de goede werken is. Of gij zegt dat gij het geloof hebt. Laat het zo zijn.
  4. ik heb de werken Dat is, een geloof met de werken, of werkzaam door de goede werken.
  5. Toon mij uw geloof Dat is, welaan, indien gij een waar geloof hebt, gelijk gij roemt en u inbeeldt, toon het door de werken, gelijk een boom door de goede vruchten toont, dat hij een goede boom is; Mat 7:17-18.
  6. uit uw werken, en Anderen lezen: zonder uwe werken; hetwelk ook een goeden zin heeft. Doch de meeste Griekse boeken hebben uit uwe werken.
  7. uit mijn werken Namelijk als uit de vruchten van een waar geloof en een zeker bewijs daarvan.
  8. mijn geloof tonen Namelijk dat het een oprecht en waar geloof is.

19 Gij gelooft, dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen.1234

Original Greek

σὺsuYou yourselfG4771P-2NS
πιστεύειςpisteueisbelieveG4100V-PAI-2S
ὅτιhotithatG3754GCONJ
εἷςheisoneG1520A-NSM
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεός·theosGod;G2316N-NSM-T
καλῶςkalōsWellG2573ADV
ποιεῖς·poieisyou are doing!G4160GV-PAI-2S
καὶkaiEvenG2532CONJ
τὰtatheG3588T-NPN
δαιμόνιαdaimoniademonsG1140N-NPN
πιστεύουσινpisteuousinbelieve [that]G4100V-PAI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
φρίσσουσιν.phrissousinshudder!G5425V-PAI-3P
  1. dat God een enig Dat is, gij gelooft niet, gelijk de heidenen, dat er vele goden zijn, maar dat er maar één God is, die zich in Zijn Woord geopenbaard heeft; Deu 6:4; 1Co 8:6.
  2. gij doet wel; Namelijk zo verre, dat gij dit artikel gelooft waarachtig te zijn, gelijk het ook is; maar zodanige kennis en toestemming van de artikelen des geloofs is niet genoeg tot een oprecht en waar geloof. Het bewijs volgt.
  3. geloven het ook, Dat is, weten en toestemmen ook, dat er maar één God is; en hebben daarom nochtans geen waar geloof.
  4. zij sidderen Of beven; namelijk voor het schrikkelijk oordeel van God, waartoe zij bewaard worden, 2Pe 2:4; en vertrouwen niet op de genade van God, en zoeken Hem niet als hunnen Vader te dienen.

20 Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is?123

Original Greek

θέλειςtheleisDo you wantG2309V-PAI-2S
δὲdehoweverG1161CONJ
γνῶναι,gnōnaito come to know,G1097V-2AAN
ὦōOG5599INJ
ἄνθρωπεanthrōpemanG0444N-VSM
κενέ,kenefoolish,G2756A-VSM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
πίστιςpistisfaithG4102GN-NSF
χωρὶςchōrisapart fromG5565PREP
τῶνtōn<the>G3588T-GPN
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
ἀργήargēworthlessG0692A-NSF
ἐστιν;estinis?G1510V-PAI-3S
  1. wilt gij weten, Dat is, wilt gij nog klaarder onderwezen worden in dit stuk, ik zal het u nog klaarder bewijzen met de voorbeelden van Abraham en RacHab.
  2. o ijdel mens, Dat is, gij geveinsde mens, die ijdelijk van het geloof roemt, zonder het met de werken te betonen.
  3. zonder de werken dood is? Dat is, zo het zonder goede werken is, gelijk vs.17.

21 Abraham, onze vader, is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, als hij Izak, zijn zoon, geofferd heeft op het altaar?12345

Original Greek

ἈβραὰμAbraamAbrahamG0011N-NSM-P
ὁhotheG3588T-NSM
πατὴρpatērfatherG3962N-NSM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐξexbyG1537PREP
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
ἐδικαιώθηedikaiōthēwas justifiedG1344V-API-3S
ἀνενέγκαςanenegkashaving offeredG0399V-AAP-NSM
ἸσαὰκIsaakIsaacG2464N-ASM-P
τὸνtontheG3588T-ASM
υἱὸνhuionsonG5207N-ASM
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ἐπὶepiuponG1909PREP
τὸtotheG3588T-ASN
θυσιαστήριον;thusiastērionaltar?G2379N-ASN
  1. onze vader, Dat is, die een Vader is van alle ware gelovigen, Rom 4:1, Rom 4:11, Rom 4:16, wiens geestelijke kinderen derhalve door geen ander geloof gerechtvaardigd worden, dan waardoor Abraham gerechtvaardigd is.
  2. is hij niet uit Dit schijnt te strijden met hetgeen Paulus zegt Rom 4, en Gal 3; waar hij leert en bewijst, dat Abraham gerechtvaardigd is, niet uit de werken maar door het geloof; hetwelk sommigen zelfs ook van de oude leraars heeft doen twijfelen, of deze zendbrief van Jakobus ook behoort voor Heilige Schrift erkend te worden. Doch als men de zaak wel inziet, zo is er gans geen strijd. Want het oogmerk van Paulus is, te leren tegen de valse apostelen, dat de mens voor God niet wordt gerechtvaardigd door Zijn eigene gerechtigheid, bestaande uit de werken der wet, die wij gedaan hebben, maar alleen door het geloof, dat is, door de gerechtigheid van Christus met het ware geloof aangenomen, Rom 3:28; Gal 2:16; Phi 3:9; Tit 3:4-5; Heb 10:38; en dit bewijst hij met het exempel van Abraham, Rom 4; maar het oogmerk van Jakobus is te leren tegen de mond-christenen, dat het geloof, waardoor wij voor God gerechtvaardigd worden, niet is alleen een kennis met toestemming, of een uiterlijke belijdenis van de artikelen des geloofs, maar ook een vast vertrouwen des harten op de genade Gods in
  3. is hij niet uit Christus, hetwelk in de ware gelovigen verwekt en voortbrengt de goede werken, waardoor zij verzekerd worden en voor anderen betonen, dat zij het ware zaligmakende geloof hebben en voor God gerechtvaardigd zijn; en daartoe brengt hij ook hier voor het exempel van Abraham, en bewijst dat zijn geloof, waardoor hij voor God gerechtvaardigd is, zodanig geloof is geweest, en dat zulks vooral blijkt uit dat grote werk des geloofs, als hij zijn zoon Izak heeft willen opofferen. Beide deze leringen zo van Paulus als van Jakobus zijn waarachtig en schriftmatig en strijden geenszins. Daarom, als Jakobus hier zegt dat Abraham gerechtvaardigd is uit de werken, dat is, gelijk hijzelf verklaart, uit dat werk als hij Izak heeft opgeofferd, zo verstaat hij door deze woorden uit de werken, dat Abraham met zijne werken betoond heeft, dat hij een waar en levend geloof had, en dat hij door de goede werken als vruchten daarvan voor God en de mensen betoond heeft, dat hij waarlijk voor God gerechtvaardigd was. Zodat Jakobus het woord gerechtvaardigd niet neemt in die betekenis, gelijk Paulus, als hij spreekt
  4. is hij niet uit van de rechtvaardigmaking des mensen voor God, maar voor een betoning dezer rechtvaardigmaking voor God en de mensen; gelijk hij ook door het woord geloof, als hij ontkent dat wij daardoor alleen gerechtvaardigd worden, vs.24, verstaat een blote toestemming en belijdenis van het christengeloof, dat niet is vergezeld met vertrouwen noch met goede werken, gelijk het ware zaligmakende geloof. Want dat Abraham eigenlijk te spreken, uit dat werk niet voor God is gerechtvaardigd, blijkt klaar uit Gen 15:6, waar gezegd wordt dat Abraham al enige jaren tevoren, eer hij zijn zoon opofferde, als hij de belofte van dezen zoon geloofde, door het geloof door God gerechtvaardigd is, gelijk hier ook Jakobus betuigt, vs.23.
  5. geofferd heeft Dat is, heeft willen offeren of bezig was om hem te offeren; welk werk een klaar bewijs was van een oprecht en zeer sterk geloof; Rom 4:18-20.

22 Ziet gij wel, dat het geloof mede gewrocht heeft met zijn werken, en het geloof volmaakt is geweest uit de werken?123

Original Greek

βλέπειςblepeis[Do] you seeG0991V-PAI-2S
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
πίστιςpistis[his] faithG4102GN-NSF
συνήργειsunērgeiwas working withG4903V-IAI-3S
τοῖςtoistheG3588T-DPN
ἔργοιςergoisworksG2041N-DPN
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐκekbyG1537PREP
τῶνtōn<the>G3588T-GPN
ἔργωνergōn[his] worksG2041N-GPN
ἡhē<the>G3588T-NSF
πίστιςpistis[his] faithG4102GN-NSF
ἐτελειώθη;eteleiōthēwas perfected?G5048V-API-3S
  1. Ziet gij wel, Of gij ziet Dan.
  2. mede gewrocht heeft Namelijk om krachtig te bewijzen en te betuigen door de goede werken, dat hij voor God gerechtvaardigd was.
  3. volmaakt is Dat is, verklaart en betoont een geloof te zijn, dat al zijn delen had, en volmaakt of oprecht was. Gelijk dit woord volmaakt worden, ook gebruikt wordt voor, volmaakt te zijn bewezen worden; 2Co 12:9.

23 En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend, en hij is een vriend van God genaamd geweest.123

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἐπληρώθηeplērōthēwas fulfilledG4137V-API-3S
ἡhētheG3588T-NSF
γραφὴgraphēScriptureG1124N-NSF
ἡhēwhichG3588T-NSF
λέγουσα·legousais saying;G3004GV-PAP-NSF
ἐπίστευσενepisteusenBelievedG4100V-AAI-3S
δὲdethenG1161CONJ
ἈβραὰμAbraamAbrahamG0011N-NSM-P
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōin GodG2316N-DSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
ἐλογίσθηelogisthēit was countedG3049V-API-3S
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
εἰςeisforG1519PREP
δικαιοσύνηνdikaiosunēnrighteousnessG1343N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
φίλοςphilosa friendG5384A-NSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἐκλήθη.eklēthēhe was called.G2564GV-API-3S
  1. de Schrift is Dat is, door dat werk heeft hij betoond waarachtig te zijn, hetgeen de Schrift van hem zegt, dat hij door het geloof gerechtvaardigd was, daar uit dit werk blijkt, dat hij het ware rechtvaardigmakende geloof had, en door het geloof voor God gerechtvaardigd is; en hier blijkt ook, dat Jakobus de rechtvaardigmaking voor God eigenlijk niet aan de werken maar aan het geloof, dat door de werken zich betoont, toeschrijft.
  2. het is hem tot Zie de verklaring hiervan Rom 4:3.
  3. hij is een vriend Deze woorden worden Gen 15, niet gevonden maar de zaak kan genomen worden uit hetgeen gezegd wordt Gen 22:12, Gen 22:16, Gen 22:18, en wordt zo genoemd, 2Ch 20:7; Isa 41:8.

24 Ziet gij dan nu, dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof?123

Original Greek

ὁρᾶτεhorateYou seeG3708V-PAI-2P
τοίνυνtoinunthereforeG5106CONJ
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἐξexbyG1537PREP
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
δικαιοῦταιdikaioutaiis justifiedG1344V-PPI-3S
ἄνθρωποςanthrōposa manG0444N-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐκekbyG1537PREP
πίστεωςpisteōsfaithG4102GN-GSF
μόνον.¶mononalone.G3441A-ASN
  1. Ziet gij dan nu, Of gij ziet nu dan; gelijk vs.22.
  2. uit de werken gerechtvaardigd Dat is, gerechtvaardigd te zijn betuigd en bewezen wordt door de goede werken.
  3. alleenlijk uit het geloof? Dat is, niet door zulk een geloof, dat zonder goede werken is, of dat geen goede werken meteen voortbrengt.

25 En desgelijks ook Rachab, de hoer, is zij niet uit de werken gerechtvaardigd geweest, als zij de gezondenen heeft ontvangen, en door een anderen weg uitgelaten?12345

Original Greek

ὉμοίωςHomoiōsLikewiseG3668ADV
δὲdethenG1161CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ῬαὰβRhaabRahabG4460N-NSF-P
ἡhētheG3588T-NSF
πόρνηpornēprostituteG4204N-NSF
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐξexbyG1537PREP
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
ἐδικαιώθηedikaiōthēwas justifiedG1344V-API-3S
ὑποδεξαμένηhupodexamenēhaving receivedG5264V-ADP-NSF
τοὺςtoustheG3588T-APM
ἀγγέλουςangelousmessengersG0032HN-APM
καὶkaiandG2532CONJ
ἑτέρᾳheteraby anotherG2087A-DSF
ὁδῷhodōwayG3598N-DSF
ἐκβαλοῦσα;ekbalousahaving sent [them] forth?G1544V-2AAP-NSF
  1. de hoer, Zie van dit woord Heb 11:31.
  2. uit de werken gerechtvaardigd Zie de verklaring vs.21, en blijkt ook hieruit, daar zij door dit ééne goede werk voor God niet eigenlijk heeft kunnen gerechtvaardigd worden, dat daarom deze woorden oneigenlijk moeten verstaan worden, namelijk dat zij met dit werk betoond heeft dat haar geloof een waar en rechtvaardigmakend geloof was. Zie Heb 11:31.
  3. de gezondenen Of boden; namelijk die gezonden waren om het land Kanaän te bespieden.
  4. heeft ontvangen, Namelijk met vrede, Heb 11:31; zonder hen te melden of aan te brengen, maar alle hulp bewijzende.
  5. door een anderen weg Namelijk om het gevaar te ontkomen. Zie Jos 2.

26 Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.123

Original Greek

ὥσπερhōsperJust asG5618CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
τὸtotheG3588T-NSN
σῶμαsōmabodyG4983N-NSN
χωρὶςchōrisapart fromG5565PREP
πνεύματοςpneumatosspiritG4151GN-GSN
νεκρόνnekrondeadG3498A-NSN
ἐστιν,estinis,G1510V-PAI-3S
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
πίστιςpistisfaithG4102GN-NSF
χωρὶςchōrisapart fromG5565PREP
τῶνtōn<the>G3588T-GPN
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
νεκράnekradeadG3498A-NSF
ἐστιν.¶estinis.G1510V-PAI-3S
  1. zonder geest dood Dat is, zonder de levendmakende ziel, die het beweegt en werken des levens voortbrengt, gelijk Psa 104:29; Isa 2:22; dat is, zonder adem of beweging.
  2. het geloof Dat is, de kennis en toestemming der artikelen des geloofs; of de uiterlijke belijdenis daarvan.
  3. zonder de werken dood Dat is, als die niet vergezeld is met de goede werken. Zie vs.17, 20.