reltext

Chapter 2

1 Want gij weet zelven, broeders, onzen ingang tot u, dat die niet ijdel is geweest;12

Original Greek

ΑὐτοὶAutoiYou yourselvesG0846P-NPM
γὰρgarforG1063CONJ
οἴδατε,oidateknow,G6063V-RAI-2P
ἀδελφοί,adelphoibrothers,G0080N-VPM
τὴνtēntheG3588T-ASF
εἴσοδονeisodoncomingG1529N-ASF
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
πρὸςprostoG4314PREP
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
ὅτιhotithatG3754GCONJ
οὐounotG3756PRT-N
κενὴkenēin vainG2756A-NSF
γέγονεν·gegonenhas been;G1096V-2RAI-3S
  1. ingang Dat is, eerste komst tot u om het Evangelie onder u te prediken. Zie Act 17:1, Act 17:4.
  2. ijdel Dat is, zonder kracht of vrucht.

2 Maar, hoewel wij te voren geleden hadden, en ook ons smaadheid aangedaan was, gelijk gij weet, te Filippi, zo hebben wij nochtans vrijmoedigheid gebruikt in onzen God, om het Evangelie van God tot u te spreken in veel strijds.123

Original Greek

ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaiandG2532CONJ
προπαθόντεςpropathonteshaving previously sufferedG4310V-2AAP-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
ὑβρισθέντες,hubristhenteshaving been mistreatedG5195V-APP-NPM
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
οἴδατε,oidateyou know,G6063V-RAI-2P
ἐνeninG1722PREP
Φιλίπποις,PhilippoisPhilippi,G5375N-DPM-L
ἐπαρρησιασάμεθαeparrēsiasamethawe had boldnessG3955V-ADI-1P
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
λαλῆσαιlalēsaito speakG2980V-AAN
πρὸςprostoG4314PREP
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
τὸtotheG3588T-ASN
εὐαγγέλιονeuangeliongospelG2098N-ASN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἐνenamidG1722PREP
πολλῷpollōmuchG4183A-DSM
ἀγῶνι.agōniconflict.G0073N-DSM
  1. te Filippi Ook een voorname stad in Macedonië, gelijk Act 16:12 verklaard is. Wat Paulus nu daar gedaan en geleden heeft, zie ook aldaar.
  2. in onzen Dat is, door de hulp en bijstand van onzen God.
  3. in veel Namelijk die ons, zo van de hardnekkige Joden als van de onwetende heidenen aangedaan, werd.

3 Want onze vermaning is niet geweest uit verleiding, noch uit onreinigheid, noch met bedrog;1234

Original Greek

ἡhē<the>G3588T-NSF
γὰρgarForG1063CONJ
παράκλησιςparaklēsisthe exhortationG3874N-NSF
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
οὐκouk[is] notG3756PRT-N
ἐκekofG1537PREP
πλάνηςplanēserrorG4106N-GSF
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
ἐξexofG1537PREP
ἀκαθαρσίαςakatharsiasimpurityG0167N-GSF
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
ἐνeninG1722PREP
δόλῳ·dolōtrickery;G1388N-DSM
  1. onze Namelijk om u tot de gehoorzaamheid van het Evangelie van Christus te brengen.
  2. uit verleiding Namelijk gelijk van de zodanigen was, die de wet met het Evangelie vermengden, om den haat der Joden te ontgaan. Zie 2Co 11:13, enz.; Gal 5:11, en elders meer.
  3. uit onreinigheid Namelijk gelijk van dezulke was, die de heiden in hunne wellusten toegaven en pluimstreken. Zie 2Pe 2:13; Jud 1:10, enz.
  4. noch met Namelijk om van hun eer, of geld, of andere wereldse voordelen behendiglijk te trekken, gelijk 2Co 11:20 van sommigen wordt betuigd, en hierna vs.5,6 wordt verklaard.

4 Maar, gelijk wij van God beproefd zijn geweest, dat ons het Evangelie zou toebetrouwd worden, alzo spreken wij, niet als mensen behagende, maar Gode, Die onze harten beproeft.123

Original Greek

ἀλλὰallabutG0235CONJ
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
δεδοκιμάσμεθαdedokimasmethawe have been approvedG1381V-RPI-1P
ὑπὸhupobyG5259GPREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
πιστευθῆναιpisteuthēnaito be entrusted withG4100V-APN
τὸtotheG3588T-ASN
εὐαγγέλιον,euangeliongospel,G2098N-ASN
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
λαλοῦμεν,laloumenwe speak,G2980V-PAI-1P
οὐχouchnotG3756PRT-N
ὡςhōsasG5613PRT
ἀνθρώποιςanthrōpoismenG0444N-DPM
ἀρέσκοντεςareskontespleasingG0700V-PAP-NPM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōas GodG2316N-DSM-T
τῷtōwhoG3588T-DSM
δοκιμάζοντιdokimazontiis examiningG1381V-PAP-DSM
τὰςtastheG3588T-APF
καρδίαςkardiasheartsG2588N-APF
ἡμῶν.hēmōnof us.G3165P-1GP
  1. beproefd Dat is, bekwaam gekeurd, of geacht zijn, dat is, proefbaar of bekwaam gemaakt zijn. Zie Act 9:15; 2Co 3:5, 2Co 3:6; Gal 1:15, Gal 1:16, enz.
  2. toebetrouwd Dat is, bevolen, of bij ons in bewaring gelegd worden, om hetzelve naar Gods wil aan anderen uit te delen. Zie 1Co 4:1, 1Co 4:2; 2Co 5:19; 1Ti 1:11.
  3. harten Het woord beproeven wordt hier een weinig anders genomen dan hiervoren, namelijk voor onderzoeken of kennen, gelijk de oprechtheid des gouds door vuur beproefd en gekeurd wordt.

5 Want wij hebben nooit met pluimstrijkende woorden omgegaan, gelijk gij weet, noch met enig bedeksel van gierigheid; God is getuige!12

Original Greek

οὔτεouteNeverG3777CONJ-N
γάρgarforG1063CONJ
ποτεpoteat any timeG4218PRT
ἐνenwithG1722PREP
λόγῳlogōwordG3056N-DSM
κολακείαςkolakeiasof flatteryG2850N-GSF
ἐγενήθημεν,egenēthēmenwere we,G1096V-2AOI-1P
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
οἴδατε,oidateyou know,G6063V-RAI-2P
οὔτεoutenorG3777CONJ-N
ἐνenwithG1722PREP
προφάσειprophaseia pretextG4392N-DSF
πλεονεξίας,pleonexiasfor greed —G4124N-GSF
θεὸςtheosGod [is]G2316N-NSM-T
μάρτυς,martuswitness —G3144N-NSM
  1. met pluimstrijkende Gr. in rede van pluimstrijking; namelijk gelijk de bedriegers plegen om de harten der mensen aan zich te trekken, niets lerende dan wat zij weten hun aangenaam te zijn.
  2. bedeksel Dat is, om uit gierigheid, onder enigen anderen schijn of deksel, iets van u te begeren.

6 Noch zoekende eer uit mensen, noch van u, noch van anderen; hoewel wij u tot last konden zijn als Christus’ apostelen;1

Original Greek

οὔτεoutenorG3777CONJ-N
ζητοῦντεςzētountesseekingG2212V-PAP-NPM
ἐξexfromG1537PREP
ἀνθρώπωνanthrōpōnmenG0444N-GPM
δόξανdoxangloryG1391N-ASF
οὔτεoutenorG3777CONJ-N
ἀφ᾽aph᾽fromG0575PREP
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
οὔτεoutenorG3777CONJ-N
ἀπ᾽ap᾽fromG0575PREP
ἄλλων,allōnothers,G0243A-GPM
  1. tot Dit nemen sommigen voor de autoriteit en het groot aanzien, die hij onder hen niet heeft willen gebruiken, maar veel meer vriendelijkheid en nederigheid als jegens tedere en gehoorzame kinderen, gelijk de volgende woorden mede brengen. Zie ook 1Co 4:21. Anderen nemen het voor de lastigheid van onderhoud en andere onkosten, die voor den apostel en zijn gevolg van node waren, gelijk hij hiervan ook uitdrukkelijk spreekt vs.9.

7 Maar wij zijn vriendelijk geweest in het midden van u, gelijk als een voedster haar kinderen koestert;1

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽[7] ButG0235CONJ
ἐγενήθημενegenēthēmenwe wereG1096V-2AOI-1P
νήπιοιnēpioiinfantsG3516A-NPM
ἐνeninG1722PREP
μέσῳmesō[the] midstG3319A-DSN
ὑμῶν,humōnof you,G4771P-2GP
ὡςhōsasG5613PRT
ἐὰνeanmaybeG1437COND
τροφὸςtrophosa nursing motherG5162N-NSF
θάλπῃthalpēshall cherishG2282V-PAS-3S
τὰta<the>G3588T-APN
ἑαυτῆςhe'autēsher ownG1438F-3GSF
τέκνα,teknachildren,G5043N-APN
  1. vriendelijk Of, zachtmoedig, goedertieren.

8 Alzo wij, tot u zeer genegen zijnde, hebben u gaarne willen mededelen niet alleen het Evangelie van God, maar ook onze eigen zielen, daarom dat gij ons lief geworden waart.123

Original Greek

οὕτωςhoutōsSoG3779ADV
ὁμειρόμενοιhomeiromenoiyearning forG20833V-PNP-NPM
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
εὐδοκοῦμενeudokoumenwe were pleasedG2106V-IAI-1P
μεταδοῦναιmetadounaito have impartedG3330V-2AAN
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP
οὐounotG3756PRT-N
μόνονmonononlyG3441A-ASN
τὸtotheG3588T-ASN
εὐαγγέλιονeuangeliongospelG2098N-ASN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
τὰςtas<the>G3588T-APF
ἑαυτῶνhe'autōnour ownG1438F-1GPM
ψυχάς,psuchaslives,G5590HN-APF
διότιdiotibecauseG1360CONJ
ἀγαπητοὶagapētoibelovedG0027A-NPM
ἡμῖνhēminto usG3165P-1DP
ἐγενήθητε.egenēthēteyou have become.G1096V-2API-2P
  1. tot Gr. u zeer begerende.
  2. onze Dat is, ons leven; niet dat het Evangelie niet meerder is dan het leven, maar omdat het nog zwaarder is, en van meerder toegenegenheid, het leven voor iemand te stellen, dan het Evangelie mede te delen.
  3. lief Namelijk vanwege uwen ijver in het aannemen des Evangelies, en uwe geduldigheid in het lijden voor hetzelve.

9 Want gij gedenkt, broeders, onzen arbeid en moeite; want nacht en dag werkende, opdat wij niemand onder u zouden lastig zijn, hebben wij het Evangelie van God onder u gepredikt.1

Original Greek

ΜνημονεύετεMnēmoneueteYou rememberG3421V-PAI-2P
γάρ,garfor,G1063CONJ
ἀδελφοί,adelphoibrothers,G0080N-VPM
τὸνtontheG3588T-ASM
κόπονkoponlaborG2873N-ASM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
καὶkaiandG2532CONJ
τὸνton<the>G3588T-ASM
μόχθον·mochthonhardship:G3449N-ASM
νυκτὸςnuktosBy nightG3571N-GSF
γάρgarforG1063CONJ
καὶkaiandG2532CONJ
ἡμέραςhēmerasdayG2250N-GSF
ἐργαζόμενοιergazomenoiworkingG2038V-PNP-NPM
πρὸςprosin orderG4314PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
μὴmēnotG3361PRT-N
ἐπιβαρῆσαίepibarēsaito burdenG1912V-AAN
τιναtinaanyoneG5100X-ASM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ἐκηρύξαμενekēruxamenwe proclaimedG2784V-AAI-1P
εἰςeistoG1519PREP
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
τὸtotheG3588T-ASN
εὐαγγέλιονeuangeliongospelG2098N-ASN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T
  1. werkende Namelijk met onze handen in het tentenmaken, om mij en de mijnen zonder uwe kosten te onderhouden, Act 18:3, waarvan zie de oorzaak 2Co 11:12.

10 Gij zijt getuigen, en God, hoe heilig, en rechtvaardig, en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn.1

Original Greek

ὑμεῖςhumeisYou [are]G4771P-2NP
μάρτυρεςmartureswitnessesG3144N-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
θεός,theosGod,G2316N-NSM-T
ὡςhōshowG5613PRT
ὁσίωςhosiōsholilyG3743ADV
καὶkaiandG2532CONJ
δικαίωςdikaiōsrighteouslyG1346ADV
καὶkaiandG2532CONJ
ἀμέμπτωςamemptōsblamelesslyG0274ADV
ὑμῖνhumintoward youG4771P-2DP
τοῖςtoisthoseG3588T-DPM
πιστεύουσινpisteuousinbelievingG4100V-PAP-DPM
ἐγενήθημεν,egenēthēmenwe were,G1096V-2AOI-1P
  1. geweest Dat is, ons opder u gedragen hebben.

11 Gelijk gij weet, hoe wij een iegelijk van u, als een vader zijn kinderen, vermaanden en vertroostten,

Original Greek

καθάπερkathaperjust asG2509CONJ
οἴδατε,oidateyou knowG6063V-RAI-2P
ὡςhōshowG5613PRT
ἕναhenaoneG1520A-ASM
ἕκαστονhekastoneachG1538A-ASM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ὡςhōsasG5613PRT
πατὴρpatēra fatherG3962N-NSM
τέκναteknachildrenG5043N-APN
ἑαυτοῦhe'autouof himselfG1438F-3GSM

12 En betuigden, dat gij zoudt wandelen, waardiglijk Gode, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid.1

Original Greek

εἰςeis[12] untoG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
περιπατεῖνperipateinto walkG4043V-PAN
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
ἀξίωςaxiōsworthilyG0516ADV
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
τοῦtouwhoG3588T-GSM
καλοῦντοςkalountosis callingG2564GV-PAP-GSM
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
εἰςeistoG1519PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἑαυτοῦhe'autouHis ownG1438F-3GSM
βασιλείανbasileiankingdomG0932N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
δόξαν.¶doxanglory.G1391N-ASF
  1. waardiglijk Dat is, gelijk het betaamt dengenen die God kennen, gehoorzaam zijn en Zijnen naam belijden.

13 Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar ( gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft.1234

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
διὰdiabecause ofG1223PREP
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
καὶkaialsoG2532CONJ
ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP
εὐχαριστοῦμενeucharistoumengive thanksG2168V-PAI-1P
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T
ἀδιαλείπτωςadialeiptōsunceasinglyG0089ADV
ὅτιhotithatG3754GCONJ
παραλαβόντεςparalabonteshaving receivedG3880V-2AAP-NPM
λόγονlogon[the] wordG3056N-ASM
ἀκοῆςakoēs[by your] hearingG0189N-GSF
παρ᾽par᾽fromG3844PREP
ἡμῶνhēmōnusG3165P-1GP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἐδέξασθεedexastheyou acceptedG1209V-ADI-2P
οὐounotG3756PRT-N
λόγονlogon[the] wordG3056N-ASM
ἀνθρώπωνanthrōpōnof menG0444N-GPM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καθώςkathōseven asG2531CONJ
ἐστινestinit isG1510V-PAI-3S
ἀληθῶςalēthōstrulyG0230ADV
λόγονlogon[the] wordG3056N-ASM
θεοῦ,theouof God,G2316N-GSM-T
ὃςhoswhichG3739R-NSM
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐνεργεῖταιenergeitaiworksG1754V-PMI-3S
ἐνeninG1722PREP
ὑμῖνhuminyouG4771P-2DP
τοῖςtoiswhoG3588T-DPM
πιστεύουσιν.pisteuousinbelieve.G4100V-PAP-DPM
  1. der prediking Gr. des gehoors; dat is, dat gij hebt horen prediken, en God door Zijne dienaren ons laat horen; een Hebreeuwse wijze van spreken. Zie Isa 53:1; Rom 10:16, Rom 10:17.
  2. ontvangen Namelijk met de uitwendige oren.
  3. aangenomen Namelijk met het hart en het geloof, gelijk Act 16:14.
  4. dat ook Of, die, namelijk God ook werkt; namelijk de verzekerheid van de vergeving uwer zonden, den vrijmoedigen toegang tot God door den Heiligen Geest, liefde tot God en uwen naaste, hoop der zaligheid, lijdzaamheid en dergelijke deugden.

14 Want gij, broeders, zijt navolgers geworden der Gemeenten Gods, die in Judea zijn, in Christus Jezus; dewijl ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden;12

Original Greek

ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
γὰρgarforG1063CONJ
μιμηταὶmimētaiimitatorsG3402N-NPM
ἐγενήθητε,egenēthētebecame,G1096V-2AOI-2P
ἀδελφοί,adelphoibrothers,G0080N-VPM
τῶνtōnof theG3588T-GPF
ἐκκλησιῶνekklēsiōnchurchesG1577N-GPF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
τῶνtōnwhichG3588T-GPF
οὐσῶνousōnare beingG1510V-PAP-GPF
ἐνeninG1722PREP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἸουδαίᾳIoudaiaJudeaG2449N-DSF-L
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
Ἰησοῦ,IēsouJesus,G2424GN-DSM-P
ὅτιhotiForG3754HCONJ
τὰtathe [same]G3588T-APN
αὐτὰautatheseG0846P-APN
ἐπάθετεepathetesufferedG3958V-2AAI-2P
καὶkaialsoG2532CONJ
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
ὑπὸhupofromG5259GPREP
τῶνtōn<the>G3588T-GPM
ἰδίωνidiōn[your] ownG2398A-GPM
συμφυλετῶν,sumphuletōncountrymen,G4853N-GPM
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
καὶkaialso [did]G2532CONJ
αὐτοὶautoitheyG0846P-NPM
ὑπὸhupofromG5259GPREP
τῶνtōntheG3588T-GPM
Ἰουδαίων,IoudaiōnJews,G2453N-GPM-PG
  1. in Christus Hiermede onderscheidt hij de ware gemeente der Joden van de andere synagogen onder de joden, die zich ook voor Gods volk hielden, hoewel zij de anderen hunnen broederen, die Christus beleden, vervolgden. Zie Act 12:1; Heb 10:32, enz.
  2. eigen Namelijk die van de Joden daartoe opgemaakt waren. Zie daarvan Act 17:5. Het Griekse woord betekent eigenlijk degenen die van één stam, volk of gilde zijn.

15 Welke ook gedood hebben den Heere Jezus, en hun eigen profeten; en ons hebben vervolgd, en Gode niet behagen, en allen mensen tegen zijn;1234

Original Greek

τῶνtōnwhoG3588T-GPM
καὶkaibothG2532CONJ
τὸνtontheG3588T-ASM
κύριονkurionLordG2962GN-ASM-T
ἀποκτεινάντωνapokteinantōnhaving killedG0615V-AAP-GPM
ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P
καὶkaiandG2532CONJ
τοὺςtous<the>G3588T-APM
ἰδίουςidious[their] ownG2398A-APM
προφήταςprophētasprophetsG4396N-APM
καὶkaiandG2532CONJ
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ἐκδιωξάντωνekdiōxantōnhaving driven outG1559V-AAP-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
μὴmēnotG3361PRT-N
ἀρεσκόντωνareskontōnpleasingG0700V-PAP-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
πᾶσινpasinto allG3956A-DPM
ἀνθρώποιςanthrōpoismenG0444N-DPM
ἐναντίων,enantiōnopposed,G1727A-GPM
  1. gedood Dat is, ter dood vervolgd hebben, en niet gerust voordat zij Hem door de handen der ongelovigen aan het kruis hebben doen ombrengen. Zie Act 2:23.
  2. eigen Dat is, die uit hun eigen volk tot hen bijzonder van God waren gezonden.
  3. vervolgd Het Griekse woord betekent iemand alzo vervolgen, dat hij door de vervolging verjaagd en uitgeworpen wordt.
  4. alle Namelijk die hunne zaligheid in Christus zoeken.

16 En verhinderen ons te spreken tot de heidenen, dat zij zalig mochten worden; opdat zij te allen tijd hun zonden vervullen zouden. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.12345

Original Greek

κωλυόντωνkōluontōnthey are hinderingG2967V-PAP-GPM
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
τοῖςtoisto theG3588T-DPN
ἔθνεσινethnesinGentilesG1484N-DPN
λαλῆσαιlalēsaito speakG2980V-AAN
ἵναinathatG2443CONJ
σωθῶσιν,sōthōsinthey may be saved,G4982V-APS-3P
εἰςeisso asG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
ἀναπληρῶσαιanaplērōsaito fill upG0378V-AAN
αὐτῶνautōntheirG0846P-GPM
τὰςtas<the>G3588T-APF
ἁμαρτίαςhamartiassinsG0266N-APF
πάντοτε·pantotealways;G3842ADV
ἔφθασενephthasenHas comeG5348V-AAI-3S
δὲdenowG1161CONJ
ἐπ᾽ep᾽uponG1909PREP
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
ἡhētheG3588T-NSF
ὀργὴorgēwrathG3709N-NSF
τοῦtouof theG3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
εἰςeisto theG1519PREP
τέλος.¶telosutmost.G5056N-ASN
  1. te spreken Namelijk het Evangelie van Christus, hetwelk alleen een kracht Gods ter zaligheid is; Rom 1:16.
  2. ten allen tijde Dat is, gelijk voor dezen aan Christus en Zijne profeten, ook nu aan Zijne apostelen en anderen uitgezondenen. Zie Act 7:51-52.
  3. vervullen De mensen worden gezegd hunne zonden, of de maat hunner zonden te vervullen, wanneer hun voor een tijd, door Gods lankmoedigheid, het voortgaan in de zonden niet wordt verhinderd, totdat zij op het hoogste zijn gekomen, en God die alsdan met zware straffen te huis zoekt. Zie Gen 15:16; Mat 23:32, enz.
  4. de toorn Namelijk Gods, die hen rechtvaardiglijk in hunnen zonden vanwege hunne ondankbaarheid verhardt; Rom 9:18, Rom 9:22; 2Th 2:11, 2Th 2:12.
  5. tot het einde Of, ten uitersten. Dit wordt van sommigen verstaan van de zwakheid der straf, of des toorns Gods, die God zodanigen mensen hiernamaals pleegt over den hals te zenden; van anderen. wel zo bekwamelijk, van de gedurigheid dezer straf, of van den toorn Gods, welke dit hardnekkig geslacht der Joden is overkomen kort na dien tijd, wanneer God hen met het merendeel der anderen uit alle gewesten te Jeruzalem vergaderd door de Romeinen voorbeeldig heeft gestraft, en alzo uitgeroeid, dat zij nog geen volk meer zijn, maar verstrooid blijven onder alle volken, en in het algemeen verhard zijn in hunnen ongelovigheid; hetwelk de profetie van Daniel, Dan 9:26, enz. en de woorden van Christus, Mat 23:38, Ziet, uw huis wordt u woest gelaten, ook schijnen te bevestigen, gelijk ook Mat 24:15; Luk 21:20, enz. Eenigen nemen dit woord einde voor het einde der wereld, alzo dat de toorn Gods van dit volk nimmermeer zou ophouden; doch dit strijdt tegen de belofte en voorzegging van den apostel Paulus, Rom 11:25, enz. mitsgaders 2Co 3:15, 2Co 3:16 en andere plaatsen, waar de toekomende bekering van het volk der joden tot Christus wordt geprofeteerd.

17 Maar wij, broeders, van u beroofd geweest zijnde voor een kleine wijle tijds, naar het aangezicht, niet naar het hart, hebben ons te overvloediger benaarstigd, om uw aangezicht te zien, met grote begeerte.123456

Original Greek

ἩμεῖςHēmeisWe ourselvesG3165P-1NP
δέ,dehowever,G1161CONJ
ἀδελφοί,adelphoibrothers,G0080N-VPM
ἀπορφανισθέντεςaporphanisthenteshaving been bereavedG0642V-APP-NPM
ἀφ᾽aph᾽ofG0575PREP
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
πρὸςprosforG4314PREP
καιρὸνkairon[the] timeG2540N-ASM
ὥραςhōrasof an hourG5610N-GSF
προσώπῳprosōpōin faceG4383N-DSN
οὐounotG3756PRT-N
καρδίᾳ,kardiain heart,G2588N-DSF
περισσοτέρωςperissoterōsmore abundantlyG4056ADV-C
ἐσπουδάσαμενespoudasamenwere eagerG4704V-AAI-1P
τὸtotheG3588T-ASN
πρόσωπονprosōponfaceG4383N-ASN
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ἰδεῖνideinto seeG1492HV-2AAN
ἐνenwithG1722PREP
πολλῇpollēagreatG4183A-DSF
ἐπιθυμίᾳ.epithumiadesire.G1939N-DSF
  1. van Dat is, van uwe tegenwoordigheid.
  2. beroofd Het Griekse woord betekent eigenlijk zulk ene afscheiding, gelijk een vader, van zijn kinderen gescheiden zijnde, hen als wezen alleen laat.
  3. voor Of, op een uur tijds. Want Paulus heeft haastelijk door den joden vervolging van hen moeten scheiden. Zie Act 17:10.
  4. naar het aangezicht Dat is, naar de lichamelijke tegenwoordigheid.
  5. te zien Dat is, wederom te zien, of tot u te komen.
  6. met Gr. in vele begeerte.

18 Daarom hebben wij tot u willen komen ( immers ik Paulus) eenmaal en andermaal, maar de satanas heeft ons belet.12

Original Greek

διότιdiotithereforeG1360CONJ
ἠθελήσαμενēthelēsamenwe wantedG2309V-AAI-1P
ἐλθεῖνeltheinto comeG2064V-2AAN
πρὸςprostoG4314PREP
ὑμᾶς,humasyou —G4771P-2AP
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
μὲνmenindeedG3303PRT
ΠαῦλοςPaulosPaulG3972GN-NSM-P
καὶkaibothG2532CONJ
ἅπαξhapaxonceG0530ADV
καὶkaiandG2532CONJ
δίς,distwice —G1364ADV
καὶkaiandG2532CONJ
ἐνέκοψενenekopsenhinderedG1465V-AAI-3S
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
ὁho<the>G3588T-NSM
σατανᾶς.satanasSatan.G4567N-NSM-T
  1. eenmaal Dat is, meermalen, gelijk Phi 4:16.
  2. heeft Namelijk door andere vervolgingen en verhinderingen, of door nieuwe moeiten, die hij in andere gemeenten heeft verwekt, die onze tegenwoordigheid vereisten.

19 Want welke is onze hoop, of blijdschap, of kroon des roems? Zijt gij die ook niet voor onzen Heere Jezus Christus in Zijn toekomst?123

Original Greek

τίςtisWho [is]G5101I-NSF
γὰρgarforG1063CONJ
ἡμῶνhēmōnourG3165P-1GP
ἐλπὶςelpishopeG1680N-NSF
ἢēorG2228CONJ
χαρὰcharajoyG5479N-NSF
ἢēorG2228CONJ
στέφανοςstephanoscrownG4735N-NSM
καυχήσεως;kauchēseōsof boasting?G2746N-GSF
ἢēExceptG2228CONJ
οὐχὶouchionlyG3780PRT-N
καὶkaievenG2532CONJ
ὑμεῖςhumeisyouG4771P-2NP
ἔμπροσθενemprosthenbeforeG1715PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
ἐνenatG1722PREP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
αὐτοῦautouHisG0846P-GSM
παρουσίᾳ;parousiacoming?G3952N-DSF
  1. onze hoop Dat is, stof of oorzaak van hoop en blijdschap.
  2. kroon Dat is, heerlijke roem, gelijk vs.20 verklaart.
  3. Zijt Namelijk benevens andere gemeenten door mij tot Christus bekeerd, waarover ik in Christus mag roemen, en mij de eeuwige roem, blijdschap en heerlijkheid van God uit genade zal worden vergolden. Zie 2Ti 4:7.

20 Want gij zijt onze heerlijkheid en blijdschap.

Original Greek

ὑμεῖςhumeisYou yourselvesG4771P-2NP
γάρgarforG1063CONJ
ἐστεesteareG1510V-PAI-2P
ἡhētheG3588T-NSF
δόξαdoxagloryG1391N-NSF
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
χαρά.¶charajoy.G5479N-NSF