reltext

Chapter 13

1 Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.12345

Original Greek

ἘὰνEanIfG1437COND
ταῖςtaisin theG3588T-DPF
γλώσσαιςglōssaistonguesG1100N-DPF
τῶνtōn<the>G3588T-GPM
ἀνθρώπωνanthrōpōnof menG0444N-GPM
λαλῶlalōI shall speakG2980V-PAS-1S
καὶkaiandG2532CONJ
τῶνtōn<the>G3588T-GPM
ἀγγέλων,angelōnof angels,G0032GN-GPM
ἀγάπηνagapēnloveG0026N-ASF
δὲdehoweverG1161CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ἔχω,echōmay have,G2192V-PAS-1S
γέγοναgegonaI have becomeG1096V-2RAI-1S
χαλκὸςchalkosa brassG5475N-NSM
ἠχῶνēchōnsoundingG2278V-PAP-NSM
ἢēorG2228CONJ
κύμβαλονkumbalona cymbalG2950N-NSN
ἀλαλάζον.alalazonclanging.G0214V-PAP-NSN
  1. talen Gr. met tongen.
  2. der mensen Dat is, die enige mensen ter wereld zouden mogen spreken.
  3. der engelen De engelen, die geesten zijn, Heb 1:14 , hebben eigenlijk geen tongen, gelijk wij, maar dit moet verstaan worden van de voortreffelijkheid en menigte der talen, die ook de engelen zouden mogen spreken, wanneer zij bij de mensen zijn.
  4. klinkend Of, weerklinkende.
  5. metaal, of luidende Dat is, metalen instrument waar men een groot geluid mede maakt zonder aangenaamheid of verstand.

2 En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.12345

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἐὰνeanifG1437COND
ἔχωechōI shall haveG2192V-PAS-1S
προφητείανprophēteianprophecyG4394N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
εἰδῶeidōunderstandG6063V-RAS-1S
τὰtatheG3588T-APN
μυστήριαmustēriamysteriesG3466N-APN
πάνταpantaallG3956A-APN
καὶkaiandG2532CONJ
πᾶσανpasanallG3956A-ASF
τὴνtēntheG3588T-ASF
γνῶσιν,gnōsinknowledge,G1108N-ASF
καὶkaiAndG2532CONJ
ἐὰνeanifG1437COND
ἔχωechōI shall haveG2192V-PAS-1S
πᾶσανpasanallG3956A-ASF
τὴνtēntheG3588T-ASF
πίστινpistinfaithG4102GN-ASF
ὥστεhōsteso asG5620CONJ
ὄρηorēmountainsG3735N-APN
μεθιστάναι,methistanaito remove,G3179V-PAN
ἀγάπηνagapēnloveG0026N-ASF
δὲdehoweverG1161CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ἔχω,echōmay have,G2192V-PAS-1S
οὐθένouthenno [thing]G3762A-NSN
εἰμι.eimiI am.G1510V-PAI-1S
  1. der profetie had Zie van deze gave Rom 12:7 , en 1Co 12:10 .
  2. wist al de verborgenheden Zie ook van deze gave 1Co 12:8 , 1Co 12:10 .
  3. geloof had, zodat ik Namelijk om allerlei wonderen te doen. Zie 1Co 12:9-10 .
  4. verzette, en de liefde Dat is, een van de grootste wonderen deed, hoedanig zou zijn het verzetten van een berg van de ene plaats in een andere.
  5. zo ware ik niets Dat is, zo waren de gaven mij niet nut en dienstig ter zaligheid.

3 En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.1234

Original Greek

κἂνkanEven ifG2532CONJ + G1437
ψωμίσωpsōmisōI shall give awayG5595V-AAS-1S
πάνταpantaallG3956A-APN
τὰtatheG3588T-APN
ὑπάρχοντάhuparchontapossessionsG5225V-PAP-APN
μου,mouof mine,G3165P-1GS
καὶkaiAndG2532CONJ
ἐὰνeanifG1437COND
παραδῶparadōI shall deliver upG3860V-2AAS-1S
τὸtotheG3588T-ASN
σῶμάsōmabodyG4983N-ASN
μουmouof mineG3165P-1GS
ἵναinathatG2443CONJ
καυχήσωμαι,kauchēsōmaiI may boast,G2744V-ADS-1S
ἀγάπηνagapēnloveG0026N-ASF
δὲdehoweverG1161CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ἔχω,echōmay have,G2192V-PAS-1S
οὐδὲνoudenno [thing]G3762A-ASN
ὠφελοῦμαι.¶ōpheloumaiI am profited.G5623V-PPI-1S
  1. tot onderhoud Het Griekse woord betekent het brood in stukken of beten snijden, om iemand te spijzigen.
  2. verbrand zou worden, Namelijk om Christus' naam en waarheid; hetwelk is het grootste werk der Christelijke kloekmoedigheid.
  3. had de liefde niet, Dat is, dat niet deed uit liefde van Gods eer, en om de gemeente daarmede te stichten en in de waarheid te bevestigen, maar uit eergierigheid of andere noden en inzichten.
  4. gene nuttigheid geven Of, niet baten.

4 De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;12345

Original Greek

ἩHē<the>G3588T-NSF
ἀγάπηagapēLoveG0026N-NSF
μακροθυμεῖ,makrothumeiis patient,G3114V-PAI-3S
χρηστεύεται,chrēsteuetaiis kind,G5541V-PNI-3S
ἡhē<the>G3588T-NSF
ἀγάπηagapēloveG0026N-NSF
οὐounotG3756PRT-N
ζηλοῖ,zēloiis envious,G2206V-PAI-3S
ἡhē<the>G3588T-NSF
ἀγάπηagapēloveG0026N-NSF
οὐounotG3756PRT-N
περπερεύεται,perpereuetaiis boastful,G4068V-PNI-3S
οὐounotG3756PRT-N
φυσιοῦται,phusioutaiis puffed up,G5448V-PPI-3S
  1. De liefde is Dat is, een mens, die de rechte liefde heeft.
  2. lankmoedig, zij is Dat is, verdraagt door de genade des Heiligen Geestes de smaadheden en ongelijken haar aangedaan, en bedwingt den toorn en de wraakgierigheid.
  3. goedertieren; Dat is, genegen en bereid om een iegelijk, ook de vijanden, goed te doen.
  4. lichtvaardiglijk, Of, verkeerdelijk, voorbaarlijk, dartelijk; namelijk met woorden of met werken.
  5. opgeblazen; Dat is, hovaardig, eergierig, veel van zichzelven houdende en anderen verachtende.

5 Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;1234

Original Greek

οὐκouknotG3756PRT-N
ἀσχημονεῖ,aschēmoneiacts unbecomingly,G0807V-PAI-3S
οὐounotG3756PRT-N
ζητεῖzēteiseeksG2212V-PAI-3S
τὰtathe [things]G3588T-APN
ἑαυτῆς,he'autēsof its own,G1438F-3GSF
οὐounotG3756PRT-N
παροξύνεται,paroxunetaiis easily provoked,G3947V-PPI-3S
οὐounotG3756PRT-N
λογίζεταιlogizetaiit keeps accountG3049V-PNI-3S
τὸto<the>G3588T-ASN
κακόν,kakonof wrongs,G2556HA-ASN
  1. ongeschiktelijk, Of, onbetamelijk.
  2. zichzelve niet, Gr. de dingen die zich zelfs zijn; dat is, de dingen, die hun eigen voordeel aangaan, maar het welvaren des naasten en van velen.
  3. verbitterd, zij Namelijk tot toorn, hevigheid en wraakgierigheid.
  4. denkt geen kwaad; Dat is, overlegt niet in haar gemoed, hoe zij den naaste enig kwaad zal doen uit wraakgierigheid. Of, vermoedt niets kwaads in het doen des naasten, uit argwaan en kwaad nadenken, of rekent het kwaad niet toe.

6 Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;12

Original Greek

οὐounotG3756PRT-N
χαίρειchaireidelightsG5463V-PAI-3S
ἐπὶepiatG1909PREP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἀδικίᾳ,adikiaunrighteousness,G0093N-DSF
συγχαίρειsugchaireirejoicesG4796V-PAI-3S
δὲdehoweverG1161CONJ
τῇtēain theG3588T-DSF
ἀληθείᾳ,alētheiatruth,G0225N-DSF
  1. in de ongerechtigheid, maar Of, over de ongerechtigheid; namelijk als iemand onrecht doet, of ook als iemand onrecht aangedaan wordt.
  2. in de waarheid; Of, met de waarheid; dat is, als iemand doet, of aan iemand gedaan wordt, dat recht en behoorlijk is.

7 Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.1234

Original Greek

πάνταpantaAll thingsG3956A-APN
στέγει,stegeiit bears,G4722V-PAI-3S
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
πιστεύει,pisteueibelieves,G4100V-PAI-3S
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
ἐλπίζει,elpizeihopes,G1679V-PAI-3S
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
ὑπομένει.hupomeneiendures.G5278V-PAI-3S
  1. Zij bedekt alle dingen, Of, verdraagt. Want het Griekse woord betekent beide. Doch overmits van de verdraagzaamheid daarin in vs.7 gesproken wordt, zo wordt het woord bedekken hier beter gebruikt, alzo dit ook een eigen werk der liefde is; Pro 10:12 ; 1Pe 4:8 . Of, zij neemt alle dingen in het goede en ten beste.
  2. gelooft alle dingen, Namelijk die enigszins gelooflijk en niet openbaar vals zijn, namelijk aangaande het doen zijns naasten, hetzelve altijd ten beste duidende, zolang het tegendeel niet blijkt.
  3. hoopt alle dingen, Namelijk van God, dat Hij hem verlossen en bijstaan zal, Job 13:15 , en van de mensen, dat zij het zo kwalijk niet gemeend, gesproken of gedaan zullen hebben, of dat zij gevallen zijnde wederom zullen opstaan.
  4. verdraagt alle dingen Dat is, lijdt alle ongelijken, haar aangedaan om des vredes wil, zonder zichzelve te wreken.

8 De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.1234567

Original Greek

ἡhē<the>G3588T-NSF
ἀγάπηagapēLoveG0026N-NSF
οὐδέποτεoudepoteneverG3763ADV-N
πίπτει.¶pipteifalls.G4098V-PAI-3S
ΕἴτεEiteifG1535COND
δὲdehoweverG1161CONJ
προφητεῖαι,prophēteiai[there are] prophesies,G4394N-NPF
καταργηθήσονται·katargēthēsontaithey will be abated;G2673V-FPI-3P
εἴτεeiteifG1535COND
γλῶσσαι,glōssaitongues,G1100N-NPF
παύσονται·pausontaithey will cease;G3973V-FDI-3P
εἴτεeiteifG1535COND
γνῶσις,gnōsisknowledgeG1108N-NSF
καταργηθήσεται.katargēthēsetaiit will be abated.G2673V-FPI-3S
  1. vergaat Gr. valt nimmermeer uit, gelijk Rom 9:6 .
  2. nimmermeer; maar Dat is, nog in dit leven laat zij niet af deze vruchten voort te brengen, en in het toekomende leven zal zij niet ophouden, maar altijd blijven en volmaakt zijn, hoewel niet altijd met enerlei werking bezig.
  3. profetieën Zie 1Co 12:10 .
  4. zullen teniet gedaan Namelijk zo in dit leven als die gave zal ophouden, gelijk na de tijden der apostelen geschied is; als in het toekomende, in hetwelk de voorzegging van toekomende dingen niet nodig zal zijn.
  5. talen, zij Gr. tongen. Zie 1Co 12:10 .
  6. zullen ophouden; Namelijk gelijk de profetieën.
  7. kennis, zij zal Namelijk die onvolmaakte kennis, die wij nu verkrijgen door den dienst des Woords in dit leven, gelijk verklaard wordt in de volgende verzen.

9 Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;12

Original Greek

ἐκekInG1537PREP
μέρουςmerouspartG3313N-GSN
γὰρgarforG1063CONJ
γινώσκομενginōskomenwe knowG1097V-PAI-1P
καὶkaiandG2532CONJ
ἐκekinG1537PREP
μέρουςmerouspartG3313N-GSN
προφητεύομεν·prophēteuomenwe prophesy;G4395V-PAI-1P
  1. wij kennen Namelijk nu in dit leven.
  2. ten dele, en Niet dat wij nu zouden weten al wat ons tot de zaligheid nodig is, Joh 16:13 ; 1Co 1:5 ; 2Ti 3:15 , maar de apostel spreekt alzo ten aanzien en in vergelijking van de kennis, die wij van goddelijke zaken zullen hebben in het toekomende leven, bij welke deze onze kennis, die wij nu hebben, maar een klein deel is te rekenen.

10 Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.123

Original Greek

ὅτανhotanwhenG3752CONJ
δὲdehoweverG1161CONJ
ἔλθῃelthēmay comeG2064V-2AAS-3S
τὸtotheG3588T-NSN
τέλειον,teleionperfect,G5046A-NSN
τότεtotethenG5119ADV
τὸtotheG3588T-NSN
ἐκekinG1537PREP
μέρουςmerouspartG3313N-GSN
καταργηθήσεται.katargēthēsetaiwill be done away.G2673V-FPI-3S
  1. het volmaakte Dat is, de volmaakte kennis van goddelijke zaken, zoveel een bloot mens zal kunnen vatten, en ons tot volmaakte vreugde en zaligheid zal nodig zijn.
  2. zal gekomen zijn, Hetwelk eerst wezen zal in het toekomende leven.
  3. ten dele is, Dat is, deze onvolmaakte kennis. Zie vs.8.

11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.1234

Original Greek

ὅτεhoteWhenG3753CONJ
ἤμηνēmēnI wasG1510V-IMI-1S
νήπιος,nēpiosa child,G3516A-NSM
ἐλάλουνelalounI was speakingG2980V-IAI-1S
ὡςhōslikeG5613PRT
νήπιος,nēpiosa child,G3516A-NSM
ἐφρόνουνephronounI was thinkingG5426V-IAI-1S
ὡςhōslikeG5613PRT
νήπιος,nēpiosa child,G3516A-NSM
ἐλογιζόμηνelogizomēnI was reasoningG3049V-INI-1S
ὡςhōslikeG5613PRT
νήπιος·nēpiosa child;G3516A-NSM
ὅτεhotewhenG3753CONJ
δὲdenowG1161CONJ
γέγοναgegonaI becameG1096V-2RAI-1S
ἀνήρ,anēra man,G0435GN-NSM
κατήργηκαkatērgēkaI have done away withG2673V-RAI-1S
τὰtathe [things]G3588T-APN
τοῦtouof theG3588T-GSM
νηπίου.nēpiouchild.G3516A-GSM
  1. Toen ik een kind was, De apostel vergelijkt de kennis, die wij nu in dit leven hebben, bij de kennis die de kleine kinderen hebben; en de kennis, die wij in het toekomende leven zullen hebben, bij de kennis van volwassen mannen. Zulk een onderscheid is er tussen beide, en nog veel groter.
  2. was ik gezind als een kind, Of, bevroedde ik, dacht ik.
  3. overlegde ik als een kind; Namelijk met mijn verstand de dingen overwegende.
  4. hetgeen eens kinds was Dat is, die kleine, slechte en kinderlijke kennis, die bij mij was.

12 Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.12345678910

Original Greek

βλέπομενblepomenWe seeG0991V-PAI-1P
γὰρgarforG1063CONJ
ἄρτιartipresentlyG0737ADV
δι᾽di᾽throughG1223PREP
ἐσόπτρουesoptroua glassG2072N-GSN
ἐνeninG1722PREP
αἰνίγματι,ainigmatiobscurity,G0135N-DSN
τότεtotethenG5119ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
πρόσωπονprosōponfaceG4383N-ASN
πρὸςprostoG4314PREP
πρόσωπον·prosōponface;G4383N-ASN
ἄρτιartipresentlyG0737ADV
γινώσκωginōskōI knowG1097V-PAI-1S
ἐκekinG1537PREP
μέρους,merouspart,G3313N-GSN
τότεtotethenG5119ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐπιγνώσομαιepignōsomaiI will know fullyG1921V-FDI-1S
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐπεγνώσθην.¶epegnōsthēnI have been fully known.G1921V-2API-1S
  1. nu door een Namelijk zolang wij in dit leven zijn.
  2. spiegel Dat is, tussen onze tegenwoordige kennis, en die wij na dit leven zullen hebben, is zodanig een onderscheid, als daar is, wanneer iemand het beeld van het aangezicht eens anderen in een spiegel ziet, en wanneer hij het aangezicht zelf aanschouwt.
  3. in een duistere rede, Gr. in een raadsel; dat is, zulk onderscheid is er ook, als wanneer iemand iets duister voorstelt in de wijze van een raadsel, en wanneer hij hetzelfde doet met klare, eigen en duidelijke woorden.
  4. alsdan Namelijk in het toekomende leven.
  5. zien] Dat is, kennen, namelijk God en alle goddelijke zaken.
  6. aangezicht tot aangezicht; Dat is, klaar en volmaakt. Zie 1Jo 3:2 .
  7. nu Namelijk in dit leven.
  8. ken ik ten dele, maar Dat is, ook ik zelf, hoewel ik een apostel ben en opgenomen geweest in den derden hemel, en daar gehoord heb onuitsprekelijke woorden; 2Co 12:4 .
  9. alsdan Namelijk in het toekomende leven.
  10. gekend ben Namelijk van God, die mij volkomen kent, mij liefheeft, voor den Zijne erkent, en door deze Zijne liefde dezelfde kennis mij zal geven.

13 En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.123

Original Greek

ΝυνὶNuniNowG3570ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
μένειmeneiabideG3306V-PAI-3S
πίστις,pistisfaith,G4102GN-NSF
ἐλπίς,elpishope,G1680N-NSF
ἀγάπη,agapēlove,G0026N-NSF
τὰta<the>G3588T-NPN
τρίαtriathreeG5140A-NPN
ταῦτα·tautathese;G3778D-NPN
μείζωνmeizōn[the] greatestG3173A-NSF-C
δὲdehoweverG1161CONJ
τούτωνtoutōnof these [is]G3778D-GPN
ἡhē<the>G3588T-NSF
ἀγάπη.¶agapēlove.G0026N-NSF
  1. dan Zie vs.12.
  2. blijft geloof, hoop Dat is, hebben wij van node, dat al deze deugden in ons zijn en blijven. Want zonder geloof kunnen wij niet gerechtvaardigd worden, en is het onmogelijk Gode te behagen; en zonder hoop kan het geloof niet staande blijven, en door de liefde moet het geloof dadig zijn.
  3. meeste van deze is de liefde Gr. meerdere; namelijk omdat het geloof en de hoop zullen ophouden in het toekomende leven, omdat wij alsdan dadelijk zullen genieten en bezitten de goederen, die wij nu geloven en hopen; maar de liefde zal eeuwig blijven en volmaakt zijn. Zie vs.8.