reltext

Chapter 3

1 En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.123

Original Greek

Κἀγώ,KagōAnd I myselfG1473P-1NS + G2532
ἀδελφοί,adelphoibrothersG0080N-VPM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἠδυνήθηνēdunēthēnwas ableG1410V-AOI-1S
λαλῆσαιlalēsaito speakG2980V-AAN
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP
ὡςhōsasG5613PRT
πνευματικοῖςpneumatikoisto spiritualG4152A-DPM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὡςhōsasG5613PRT
σαρκίνοις,sarkinoisto fleshly,G4560A-DPM
ὡςhōsasG5613PRT
νηπίοιςnēpioisto infantsG3516A-DPM
ἐνeninG1722PREP
Χριστῷ.ChristōChrist.G5547N-DSM-T
  1. als tot geestelijken, Dat is, als tot zodanigen die door Gods Geest uitnemend verlicht zijn en in de kennis zeer toegenomen. Zie Gal 6:1 .
  2. als tot vleselijken, Dat is, als tot zodanigen, in welken het vlees, of menselijke genegenheden zich nog te veel openbaren, gelijk in de kinderen pleegt te geschieden, die de genegenheden meer volgen dan de rede.
  3. jonge kinderen Dat is, die nog zeer teder en onwetend zijn in de leer van Christus; en hiermede verklaart Hij het woord vleselijke, opdat het niet zou genomen worden voor mensen, die geheel vreemd zijn van den Geest van Christus, gelijk het dikmaals in de Heilige Schrift gebruikt wordt. Zie Rom 8:8 .

2 Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijs; want gij vermocht toen nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet.12

Original Greek

γάλαgalaMilkG1051N-ASN
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
ἐπότισα,epotisaI gave to drink,G4222V-AAI-1S
καὶkaiandG2532CONJ
οὐounotG3756PRT-N
βρῶμα·brōmasolid food;G1033N-ASN
οὔπωoupōnot yetG3768ADV-N
γὰρgarforG1063CONJ
ἐδύνασθε,edunasthewere you able,G1410V-INI-2P
ἀλλ᾽all᾽In factG0235CONJ
οὐδὲoudenotG3761CONJ-N
ἔτιetistillG2089ADV
νῦνnunnowG3568ADV
δύνασθε·dunastheare you able;G1410V-PNI-2P
  1. melk gevoed, Dat is, met de eerste verklaringen der fondamenten der Christelijke leer, die met eenvoudige en naakte woorden voorgesteld worden. Gr. met melk gedrenkt.
  2. vaste spijs; Dat is, de hogere verklaringen der Christelijke leer, die met hogere woorden en diepzinniger redenen worden voorgesteld. Zie breder Heb 5:12 , enz.

3 Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens?1

Original Greek

ἔτιetistillG2089ADV
γὰρgarforG1063CONJ
σαρκικοίsarkikoifleshlyG4559A-NPM
ἐστε.esteyou are.G1510V-PAI-2P
ὅπουhopouWhereG3699CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
ἐνen[are] amongG1722PREP
ὑμῖνhuminyouG4771P-2DP
ζῆλοςzēlosjealousyG2205N-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἔριςerisstrifeG2054N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
διχοστασίαι,dichostasiaidissensionsG1370N-NPF
οὐχὶouchisurelyG3780PRT-N
σαρκικοίsarkikoifleshlyG4559A-NPM
ἐστεesteare youG1510V-PAI-2P
καὶkaiandG2532CONJ
κατὰkataaccording toG2596PREP
ἄνθρωπονanthrōponmanG0444N-ASM
περιπατεῖτε;peripateiteare walking?G4043V-PAI-2P
  1. naar den mens? Dat is, gelijk de natuurlijk mensen plegen, hetwelk voor u onbetamelijk is.

4 Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk?1

Original Greek

ὅτανhotanWhenG3752CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
λέγῃlegēmay sayG3004GV-PAS-3S
τις·tisone;G5100X-NSM
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
μένmenindeedG3303PRT
εἰμιeimiamG1510V-PAI-1S
Παύλου,Paulouof Paul,G3972GN-GSM-P
ἕτεροςheterosanotherG2087A-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
Ἀπολλῶ,Apollōof Apollos,G0625N-GSM-P
οὐκouksurelyG3756PRT-N
ἄνθρωποίanthrōpoihumanG0444N-NPM
ἐστε;¶esteare you?G1510V-PAI-2P
  1. vleselijk? Dat is, nog door vleselijke of kinderlijke genegenheden gedreven in het onderscheiden van uwe leraars.

5 Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welke gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?12

Original Greek

ΤίTiwhoG5101I-NSN
οὖνounthenG3767CONJ
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἈπολλῶςApollōsApollosG0625N-NSM-P
τίtiwhoG5101I-NSN
δέdenowG1161CONJ
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
Παῦλος;PaulosPaulG3972GN-NSM-P
ἀλλ᾽all᾽otherG0235CONJ
ἢēthanG2228CONJ
διάκονοιdiakonoiServantsG1249N-NPM
δι᾽di᾽throughG1223PREP
ὧνhōnwhomG3739R-GPM
ἐπιστεύσατε,episteusateyou believed,G4100V-AAI-2P
καὶkaialsoG2532CONJ
ἑκάστῳhekastōto eachG1538A-DSM
ὡςhōsasG5613PRT
ὁhotheG3588T-NSM
κύριοςkuriosLordG2962GN-NSM-T
ἔδωκεν.edōkenhas given.G1325V-AAI-3S
  1. door welken gij Dat is, door wier dienst en prediking; Rom 10:17 .
  2. een iegelijk Namelijk Zijner dienaren, wien Hij Zijne gaven verscheidenlijk uitdeelt. Zie 1Co 12:4 , enz.

6 Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.123

Original Greek

ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
ἐφύτευσα,ephuteusaplanted,G5452V-AAI-1S
ἈπολλῶςApollōsApollosG0625N-NSM-P
ἐπότισεν,epotisenwatered,G4222V-AAI-3S
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ηὔξανεν·ēuxanenwas [it] growing;G0837V-IAI-3S
  1. Ik heb geplant, Dat is, den eersten grond der gemeente door mijne predikatie gelegd, gelijk hierna verklaard wordt, vs.10.
  2. nat gemaakt; Dat is, hetgeen ik begonnen had, heeft Hij door Zijne leer bevorderd en versterkt.
  3. den wasdom Dat is, het Woord, dat uitwendig van ons was gepredikt, in de harten der toehoorders krachtig gemaakt tot hunne bekering. Zie Joh 6:44 , Joh 6:4465 ; Act 11:21 , en Act 16:14 , enz.

7 Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft.1

Original Greek

ὥστεhōsteSoG5620CONJ
οὔτεouteneitherG3777CONJ-N
ὁhothe [one]G3588T-NSM
φυτεύωνphuteuōnplantingG5452V-PAP-NSM
ἐστίνestinisG1510V-PAI-3S
τιtianythingG5100X-NSN
οὔτεoutenorG3777CONJ-N
ὁhothe [one]G3588T-NSM
ποτίζων,potizōnwatering,G4222V-PAP-NSM
ἀλλ᾽all᾽but [only]G0235CONJ
ὁhothe [One]G3588T-NSM
αὐξάνωνauxanōngiving growth —G0837V-PAP-NSM
θεός·theosGod;G2316N-NSM-T
  1. iets, noch Te achten of te roemen; hetwelk alzo niet is te verstaan, alsof Paulus de dienaars wilde geacht hebben [want 1Co 4:1 zal hij het tegendeel zeggen]; maar omdat niemand zich op de gaven der dienaren, wie zij ook zijn, alzo moet vergapen, dat hij hun de eer zou geven, die den oppersten auteur van dit werk toekomt; alzo het God is die hen stelt, die hun bekwame gaven geeft, en door hun arbeid krachtig is in de harten der mensen; vs.5, en 1Co 12:6 ; Gal 3:5 .

8 En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid.12

Original Greek

ὁhoThe [one]G3588T-NSM
φυτεύωνphuteuōnplantingG5452V-PAP-NSM
δὲdenowG1161CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ὁhothe [one]G3588T-NSM
ποτίζωνpotizōnwateringG4222V-PAP-NSM
ἕνhenoneG1520A-NSN
εἰσιν,eisinare,G1510V-PAI-3P
ἕκαστοςhekastoseachG1538A-NSM
δὲdenowG1161CONJ
τὸνton<the>G3588T-ASM
ἴδιονidion[his] ownG2398A-ASM
μισθὸνmisthonrewardG3408N-ASM
λήμψεταιlēmpsetaiwill receiveG2983V-FDI-3S
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὸνton<the>G3588T-ASM
ἴδιονidion[his] ownG2398A-ASM
κόπον.koponlabor.G2873N-ASM
  1. zijn een; Dat is, arbeiden in een zelfde zaak, en tot een zelfde einde, namelijk om een zelfde leer des Evangelies te verbreiden en de gemeente van Christus te stichten, hoewel met verscheidene gaven. Want hij spreekt hier nog van het ambt der trouwe leraars, gelijk hij en Apollos waren.
  2. naar zijnen arbeid Dat is, nadat hij zich in dit zijn ambt wel zal hebben gekweten en benaarstigd; Mat 25:20 , enz.

9 Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.1234

Original Greek

θεοῦtheouOf GodG2316N-GSM-T
γάρgarforG1063CONJ
ἐσμενesmenwe areG1510V-PAI-1P
συνεργοί·sunergoifellow workers;G4904A-NPM
θεοῦtheouGod’sG2316N-GSM-T
γεώργιον,geōrgionfield,G1091N-NSN
θεοῦtheouGod’sG2316N-GSM-T
οἰκοδομήoikodomēbuildingG3619N-NSF
ἐστε.esteyou are.G1510V-PAI-2P
  1. wij zijn Namelijk die dienaars van Gods Woord zijn.
  2. Gods medearbeiders Namelijk die onder God aan den bouw der gemeente medearbeiden als werktuigen, die God heeft geliefd daartoe te gebruiken, hoewel het voornaamste werk van Hem komt en de bekwaamheid dezer werktuigen ook zelfs van Hem komt; 2Co 3:5-6 .
  3. Gods akkerwerk, Dat is, gij als leden der gemeente Gods zijt degenen aan wie deze arbeid besteed wordt als aan een groot akkerwerk.
  4. Gods gebouw Een andere gelijkenis, genomen van een groot gesticht, waar een groot meester het beleid van heeft, en waar hij zijne dienaars bezig aan houdt, welke gelijkenis hij daarna breder uitlegt en toeëigent.

10 Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.12345

Original Greek

κατὰkataAccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
χάρινcharingraceG5485N-ASF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
τὴνtēnwhichG3588T-ASF
δοθεῖσάνdotheisanhaving been givenG1325V-APP-ASF
μοιmoito meG3165P-1DS
ὡςhōsasG5613PRT
σοφὸςsophosa wiseG4680A-NSM
ἀρχιτέκτωνarchitektōnmaster builderG0753N-NSM
θεμέλιονthemelion[the] foundationG2310N-ASM
ἔθηκα,ethēkaI laid,G5087V-AAI-1S
ἄλλοςallosanotherG0243A-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐποικοδομεῖ.epoikodomeiis building upon [it].G2026V-PAI-3S
ἕκαστοςhekastosEach oneG1538A-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
βλεπέτωblepetōshould take heedG0991V-PAM-3S
πῶςpōshowG4459PRT-I
ἐποικοδομεῖ.epoikodomeihe builds upon [it].G2026V-PAI-3S
  1. Naar de genade Namelijk door welke ik tot een apostel van Christus ben geroepen, en met welke Hij mij tot nu toe in mijne bediening heeft bijgestaan en vergezelschapt. Waarmede hij alles, wat hij is en doet, niet in zichzelven, maar God toeschrijft.
  2. als een wijs Dat is, gelijk een recht, voorzichtig, en getrouw bouwmeester betaamt.
  3. het fondament Namelijk benevens de andere apostelen in het eerste oprichten van de gemeente van Christus door de gehele wereld, en ik als de eerste die uwe gemeente heb opgericht; Rom 15:20 ; Eph 2:20 ; Rev 21:14 .
  4. een ander bouwt daarop Dit zegt hij van de gewone dienaren, die na de apostelen in de opgerichte gemeenten zijn geroepen en gesteld, en op der apostelen werk voortgingen; Rom 15:20 .
  5. hoe hij daarop bouwe Sommigen verstaan dit van de personen, die door de leraars op het fondament gebouwd worden, gelijk het woord werk alzo genoemd wordt; 1Co 9:1 . Doch alzo de apostel hier zegt een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwt, en niet, wien hij daarop bouwt, zo wordt dit gemeenlijk en bekwamelijker verstaan, dat de apostel hier de leraars wil vermanen, dat zij toezien welke leer zij op het fondament, dat de apostelen gelegd hebben, voorstellen tot versterking en vermeerdering der opgerichte gemeenten.

11 Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.12

Original Greek

θεμέλιονthemelionFoundationG2310N-ASM
γὰρgarforG1063CONJ
ἄλλονallonanotherG0243A-ASM
οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM
δύναταιdunataiis ableG1410V-PNI-3S
θεῖναιtheinaito layG5087V-2AAN
παρὰparabesidesG3844PREP
τὸνtonthe [one]G3588T-ASM
κείμενον,keimenonbeing already laid,G2749V-PNP-ASM
ὅςhoswhichG3739R-NSM
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P
ὁho<the>G3588T-NSM
Χριστός.ChristosChrist.G5547N-NSM-T
  1. dan hetgeen Of, behalve hetgeen; namelijk van mij en de andere apostelen.
  2. hetwelk is Christus wordt het fondament der gemeente genoemd, òf ten aanzien van hem zelven, waar de zaligheid der gemeente op steunt, omdat Hij als waarachtig God en mens ons de zaligheid heeft verworven, en dezelve door Zijnen Geest toeëigent; Mat 16:18 ; 1Pe 2:6 , òf ten aanzien van de leer, waardoor wij tot Hem als den enigen Zaligmaker worden gewezen en gebracht, en door het geloof in Hem ontvangen gerechtigheid, heiligheid en het eeuwige leven. Op deze leer ziet de apostel hier, en verklaart dat wij in de leer des Evangelies tot niemand anders mogen worden gewezen om zaligheid te vinden, dan tot zijn persoon en verdiensten. Zie Joh 14:6 ; Act 4:12 ; Eph 2:20 .

12 En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen;123

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δέdenowG1161CONJ
τιςtisanyoneG5100X-NSM
ἐποικοδομεῖepoikodomeibuildsG2026V-PAI-3S
ἐπὶepiuponG1909PREP
τὸνton<the>G3588T-ASM
θεμέλιονthemelionfoundationG2310N-ASM
τοῦτονtoutonthisG3778D-ASM
χρυσόν,chrusongold,G5557N-ASM
ἄργυρον,arguronsilver,G0696N-ASM
λίθουςlithousstonesG3037N-APM
τιμίους,timiousprecious,G5093A-APM
ξύλα,xulawood,G3586N-APN
χόρτον,chortonhay,G5528N-ASM
καλάμην,kalamēnstraw,G2562N-ASF
  1. op dit fondament Dat is, op deze leer van de zaligheid in Christus Jezus alleen te zoeken.
  2. goud, zilver, Dat is, stichtelijke leringen, niet getrokken uit menselijke wijsheid, maar uit de rechte gronden van Gods Woord; 2Ti 1:13 .
  3. hout, hooi, Hierdoor worden verstaan, niet enige ketterijen of valse leringen, die het fondament omstoten, waardoor de gemeente van Christus verleid of gescheurd wordt, want zulke veroordeelt Gods woord als werken des vleesches, die de mensen van de zaligheid beroven, Act 20:30 ; Gal 5:20 ; 1Ti 4:1-3 ; maar enige leringen, dwalingen, of inzettingen van minder gewicht, uit menselijk vernuft voortgebracht, die het fondament niet omstoten, of enige zonderlinge en onnodige geschillen, die niet stichten, en opgepronkte wijzen van spreken buiten Gods Woord, welke de apostel in deze eerste vier hoofdstukken doorgaans bestraft.

13 Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.12345

Original Greek

ἑκάστουhekastouof eachG1538A-GSM
τὸtotheG3588T-NSN
ἔργονergonworkG2041N-NSN
φανερὸνphaneronmanifestG5318A-NSN
γενήσεται·genēsetaiwill become;G1096V-FDI-3S
ἡhētheG3588T-NSF
γὰρgarforG1063CONJ
ἡμέραhēmeradayG2250N-NSF
δηλώσει,dēlōseiwill disclose [it],G1213V-FAI-3S
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
ἐνeninG1722PREP
πυρὶpurifireG4442N-DSN
ἀποκαλύπτεται,apokaluptetaiit is revealed,G0601V-PPI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
ἑκάστουhekastouof eachG1538A-GSM
τὸtotheG3588T-ASN
ἔργονergonworkG2041N-ASN
ὁποῖόνhopoionwhat sortG3697I-NSN
ἐστινestinit isG1510V-PAI-3S
τὸtotheG3588T-NSN
πῦρpurfireG4442N-NSN
αὐτὸautoitselfG0846P-NSN
δοκιμάσει.dokimaseiwill prove.G1381V-FAI-3S
  1. iegelijks Namelijk leraars. Want van die en hun werk spreekt hier de apostel alleen.
  2. werk zal Dat is, leer, die Hij voorstelt.
  3. de dag zal het Dat is, de tijd; of het licht der waarheid; Rom 13:12-13 ; Eph 5:13 ; 2Pe 1:19 .
  4. verklaren, dewijl Namelijk of het hout, hooi, stro en stoppelen, dan of het goud, zilver en kostelijke stenen zijn.
  5. vuur ontdekt Door dit vuur kan hier niet verstaan worden een vagevuur, waardoor de mensen na dit leven van hunne zonden zouden gevaagd of gereinigd worden, overmits door dit vuur, waar Paulus hier van spreekt, niet alleen het werk, dat vergaat of verbrand wordt, maar ook dat blijft en beloond wordt, zal beproefd worden; maar wordt verstaan òf van het vuur des Heiligen Geestes, die door het licht van Gods Woord den vasten arbeid en trouwe leringen der leraren mettertijd ontdekt in de gemeente Gods, en die de onnodige of zonderlinge leer onderscheidt en doet verdwijnen; niet anders dan het goud door het vuur van zijne onreinheden wordt gezuiverd; Psa 12:7 ; Jer 23:29 . Of, het vuur van vervolging, zwarigheid en verzoeking, waardoor de oprechte leer gelijk als beproefd wordt, omdat zij alsdan ons een vasten troost geeft, hetwelk de andere niet doen kan; Jam 1:2 ; 1Pe 1:6-7 .

14 Zo iemands werk blijft , dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.12

Original Greek

εἴeiIfG1487GCOND
τινοςtinosof anyoneG5100X-GSM
τὸtotheG3588T-NSN
ἔργονergonworkG2041N-NSN
μενεῖmeneiwill remainG3306V-FAI-3S
ὃhowhichG3739R-ASN
ἐποικοδόμησεν,epoikodomēsenhe built up,G2026V-AAI-3S
μισθὸνmisthona rewardG3408N-ASM
λήμψεται·lēmpsetaihe will receive;G2983V-FDI-3S
  1. blijft, dat hij Dat is, leer door Gods Woord vast en bondig geoordeeld wordt; 1Th 5:21 .
  2. loon ontvangen Namelijk ten uitersten dage, uit genade, ook in het bijzonder over dit zijn werk; Dan 12:3 ; 1Co 15:41-42 .

15 Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.1234

Original Greek

εἴeiIfG1487GCOND
τινοςtinosof anyoneG5100X-GSM
τὸtotheG3588T-NSN
ἔργονergonworkG2041N-NSN
κατακαήσεται,katakaēsetaiwill be burned up,G2618V-2FPI-3S
ζημιωθήσεται,zēmiōthēsetaihe will suffer loss,G2210V-FPI-3S
αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
σωθήσεταιsōthēsetaiwill be savedG4982V-FPI-3S
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
ὡςhōsasG5613PRT
διὰdiathroughG1223PREP
πυρός.¶purosfire.G4442N-GSN
  1. verbrand worden, Dat is, zo iemands lering na gedane beproeving uit Gods Woord zal verdwijnen en ijdel geacht worden.
  2. schade lijden; Namelijk van dezen zijnen arbeid.
  3. behouden worden, Namelijk omdat hij in zijne leer het fondament nog vast heeft behouden.
  4. als door vuur Dat is, bezwaarlijk, gelijk iemand zichzelven uit den brand behoudt, daarin alles latende wat hij heeft; Jud 1:23 .

16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?1

Original Greek

ΟὐκOukSurelyG3756PRT-N
οἴδατεoidateyou knowG6063V-RAI-2P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ναὸςnaostempleG3485N-NSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἐστε,esteyou yourselves are,G1510V-PAI-2P
καὶkaiandG2532CONJ
τὸtotheG3588T-NSN
πνεῦμαpneumaSpiritG4151GN-NSN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
οἰκεῖoikeidwellsG3611V-PAI-3S
ἐνeninG1722PREP
ὑμῖν;huminyouG4771P-2DP
  1. gij Gods Namelijk die in Christus gelooft; 1Pe 2:5 . Zie Eph 2:21 .

17 Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.12

Original Greek

εἴeiIfG1487GCOND
τιςtisanyoneG5100X-NSM
τὸνtontheG3588T-ASM
ναὸνnaontempleG3485N-ASM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
φθείρει,phtheireidestroys,G5351V-PAI-3S
φθερεῖphthereiwill destroyG5351V-FAI-3S
τοῦτονtoutonhimG3778D-ASM
ὁho<the>G3588T-NSM
θεός·theosGod;G2316N-NSM-T
ὁho<the>G3588T-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
ναὸςnaosthe templeG3485N-NSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἅγιόςhagiosholyG0040GA-NSM
ἐστιν,estinis,G1510V-PAI-3S
οἵτινέςoitineswhichG3748R-NPM
ἐστεesteareG1510V-PAI-2P
ὑμεῖς.¶humeisyou yourselves.G4771P-2NP
  1. Zo iemand den Dat is, zo iemand de gemeente Gods door leringen der menselijke wijsheid, of door bijzonder aanhangen aan dezen of genen leraar, verdeelt of scheurt.
  2. schenden; want Gr. verderven; dat is te schande maken.

18 Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.1234

Original Greek

ΜηδεὶςMēdeisNo oneG3367A-NSM
ἑαυτὸνhe'autonhimselfG1438F-3ASM
ἐξαπατάτω·exapatatōshould deceive;G1818V-PAM-3S
εἴeiifG1487GCOND
τιςtisanyoneG5100X-NSM
δοκεῖdokeithinks [himself]G1380V-PAI-3S
σοφὸςsophoswiseG4680A-NSM
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
ἐνenamongG1722PREP
ὑμῖνhuminyouG4771P-2DP
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
αἰῶνιaiōniageG0165GN-DSM
τούτῳ,toutōthis,G3778D-DSM
μωρὸςmōrosfoolishG3474A-NSM
γενέσθωgenesthōhe should becomeG1096V-2ADM-3S
ἵναinaso thatG2443CONJ
γένηταιgenētaihe may becomeG1096V-2ADS-3S
σοφός.sophoswise.G4680A-NSM
  1. bedriege Of, verleide.
  2. wijs is in Dat is, begaafd met menselijke wijsheid.
  3. die worde dwaas, Namelijk naar het oordeel van de wereldwijzen, wanneer hij de kennis van Christus' kruis en de nederigheid voor zijn hoogste wijsheid houdt, die de wereld houdt voor dwaasheid. Zie 1Co 1:21-24 .
  4. wijs moge worden Namelijk in God en in de zaken zijner zaligheid.

19 Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid;1

Original Greek

ἡhēTheG3588T-NSF
γὰρgarforG1063CONJ
σοφίαsophiawisdomG4678N-NSF
τοῦtouof theG3588T-GSM
κόσμουkosmouworldG2889N-GSM
τούτουtoutouthisG3778D-GSM
μωρίαmōriafoolishnessG3472N-NSF
παρὰparawithG3844PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
ἐστιν.estinis.G1510V-PAI-3S
γέγραπταιgegraptaiIt has been writtenG1125V-RPI-3S
γάρ·garfor:G1063CONJ
ὁho[He is] the [One]G3588T-NSM
δρασσόμενοςdrassomenoscatchingG1405V-PNP-NSM
τοὺςtoustheG3588T-APM
σοφοὺςsophouswiseG4680A-APM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
πανουργίᾳpanourgiacraftinessG3834N-DSF
αὐτῶν·autōnof them;G0846P-GPM
  1. vat de wijzen Dat is, Hij verwart hun wereldse en listige raadslagen tegen God en de vromen, alzo, dat zij zelf daardoor vergaan.

20 En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.12

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
πάλιν·palinagain;G3825ADV
κύριοςkurios[The] LordG2962GN-NSM-T
γινώσκειginōskeiknowsG1097V-PAI-3S
τοὺςtoustheG3588T-APM
διαλογισμοὺςdialogismousthoughtsG1261N-APM
τῶνtōnof theG3588T-GPM
σοφῶνsophōnwiseG4680A-GPM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
εἰσὶνeisinthey areG1510V-PAI-3P
μάταιοι.¶mataioifutile.G3152A-NPM
  1. der wijzen, Dat is, wereldwijzen, gelijk voren. De tekst Psa 94:11 , heeft mensen, namelijk die op hunne wijsheid steunen.
  2. dat zij ijdel Dat is, hunne wijsheid tevergeefs in het werk stellen tegen Gods wijsheid.

21 Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe.12

Original Greek

ὭστεHōsteThereforeG5620CONJ
μηδεὶςmēdeisno oneG3367A-NSM
καυχάσθωkauchasthōshould boastG2744V-PNM-3S
ἐνeninG1722PREP
ἀνθρώποις·anthrōpoismen;G0444N-DPM
πάνταpantaAll thingsG3956A-NPN
γὰρgarforG1063CONJ
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ἐστιν,estinare,G1510V-PAI-3S
  1. roeme op mensen, Dat is, vergape zich niet en vertrouwe op geen menselijke wijsheid.
  2. uwe Dat is, van God tot den dienst van uwe zaligheid geschikt en verordineerd; zelfs de voornaamsten onder de leraars zijn niet voor zichzelven, maar voor de gemeente. En daarom moeten zij alles richten niet tot hun eigen eer, maar tot de eer van Christus en uwe zaligheid.

22 Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.

Original Greek

εἴτεeitewhetherG1535COND
ΠαῦλοςPaulosPaulG3972GN-NSM-P
εἴτεeiteorG1535COND
ἈπολλῶςApollōsApollosG0625N-NSM-P
εἴτεeiteorG1535COND
ΚηφᾶςKēphasCephasG2786N-NSM-P
εἴτεeiteor [the]G1535COND
κόσμοςkosmosworldG2889N-NSM
εἴτεeiteorG1535COND
ζωὴzōēlifeG2222N-NSF
εἴτεeiteorG1535COND
θάνατοςthanatosdeathG2288N-NSM
εἴτεeiteorG1535COND
ἐνεστῶταenestōtathings being presentG1764V-RAP-NPN
εἴτεeiteorG1535COND
μέλλοντα,mellontathings to come —G3195V-PAP-NPN
πάνταpantaallG3956A-NPN
ὑμῶνhumōnyoursG4771P-2GP
ἐστιν,estinis —G1510V-PAI-3S

23 Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.12

Original Greek

ὑμεῖςhumeisyouG4771P-2NP
δὲdenowG1161CONJ
Χριστοῦ,Christouof Christ,G5547N-GSM-T
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
δὲdenowG1161CONJ
θεοῦ.¶theouof God.G2316N-GSM-T
  1. zijt van Christus, Namelijk lichaam of bruid, als van uw hoofd.
  2. is Gods Namelijk des Vaders welgeliefde Zoon en Gezant, om ons tot de eeuwige erve met Hem te brengen. Zie 1Co 11:3 , en 1Co 15:27-28 .