reltext

Chapter 8

1 Aangaande nu de dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat wij allen te zamen kennis hebben. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht.1234

Original Greek

ΠερὶPeriConcerningG4012PREP
δὲdenowG1161CONJ
τῶνtōntheG3588T-GPN
εἰδωλοθύτων,eidōlothutōnidol-sacrifices,G1494A-GPN
οἴδαμενoidamenwe knowG6063V-RAI-1P
ὅτιhotiindeedG3754GCONJ
πάντεςpantesallG3956A-NPM
γνῶσινgnōsinknowledgeG1108N-ASF
ἔχομεν.echomenwe have.G2192V-PAI-1P
ἡhē<the>G3588T-NSF
γνῶσιςgnōsisKnowledgeG1108N-NSF
φυσιοῖ,phusioipuffs up,G5448V-PAI-3S
ἡhē<the>G3588T-NSF
δὲdebutG1161CONJ
ἀγάπηagapēloveG0026N-NSF
οἰκοδομεῖ.oikodomeibuilds up.G3618V-PAI-3S
  1. den afgoden Het Griekse woord Eidolon, hetwelk wij afgod noemen, betekent allerlei beeld of gelijkenis, en in het algemeen al wat buiten of benevens God, enige godsdienstige eer aangedaan wordt, en wordt hier genomen voor een beeld, waardoor men enigen afgod eert, of dat men goddelijke of godsdienstige eer aandoet, onder welken schijn het ook zij. Dewijl nu de heidenen een deel van de offeranden, die zij hunnen afgoden opofferden, gebruikten tot maaltijden, die zij in hun huis, of ook in de tempels der afgoden hielden, waar de Christenen ook somwijlen toe genood werden, zo is den apostel gevraagd, of het ook hun geoorloofd was, hetzij buiten, hetzij binnen de tempels der afgoden, zich tot zulke maaltijden te begeven; waarop de apostel, ten dele in dit hoofdstuk, ten dele in het tiende, antwoordt.
  2. wij allen tezamen Namelijk die van God en Zijne natuur, mitsgaders van de Christelijke vrijheid, behoorlijk onderricht zijn. Want Hij zondert zelf daarna de zwakken hiervan uit, vs.7; en hier schijnt de apostel de woorden te herhalen, die enige lieden onder zich gebruikten om hun doen te verschonen.
  3. opgeblazen, maar Dat is, eigendunkelijk en verachters des naasten, wanneer de kennis zonder liefde en rechte godvrezendheid is, gelijk de volgende woorden medebrengen.
  4. de liefde sticht Dat is, maakt dat de kennis gebruikt worde tot stichting van ons en onze naasten. Zie Rom 14:19 .

2 En zo iemand meent iets te weten, die heeft nog niets gekend, gelijk men behoort te kennen.1

Original Greek

εἴeiIfG1487GCOND
δέdenowG1161CONJ
τιςtisanyoneG5100X-NSM
δοκεῖdokeithinksG1380V-PAI-3S
ἐγνωκέναιegnōkenaito have knownG1097V-RAN
τι,tianything,G5100X-ASN
οὔπωoupōnot yetG3768ADV-N
οὐδὲνoudenno [thing]G3762A-ASN
ἔγνωegnōhe knewG1097V-2AAI-3S
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
δεῖdeiit is necessaryG1163V-PAI-3S
γνῶναι·gnōnaito know;G1097V-2AAN
  1. meent iets Namelijk zonder bijvoeging van de liefde, gelijk voren.

3 Maar zo iemand God liefheeft, die is van Hem gekend.12

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δέdehoweverG1161CONJ
τιςtisanyoneG5100X-NSM
ἀγαπᾷagapalovesG0025V-PAI-3S
τὸνton<the>G3588T-ASM
θεόν,theonGod,G2316N-ASM-T
οὗτοςhoutosheG3778D-NSM
ἔγνωσταιegnōstaihas knownG1097V-RPI-3S
ὑπ᾽hup᾽byG5259GPREP
αὐτοῦ.¶autouHim.G0846P-GSM
  1. God liefheeft, Namelijk en vervolgens ook zijnen naaste om Gods wil, welke twee dingen niet kunnen gescheiden zijn; 1Jo 4:20 , en 1Jo 5:1-2 .
  2. van Hem gekend Dat is, voor de zijnen gekend, gelijk Joh 10:14 ; Rom 8:29 , en derhalve ook van Hem geleerd, gelijk sommigen het woord kennen nemen. Zie ook 1Co 13:12 , en Gal 4:9 .

4 Aangaande dan het eten der dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen ander God is dan een.1

Original Greek

ΠερὶPeriConcerningG4012PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
βρώσεωςbrōseōseatingG1035N-GSF
οὖνounthereforeG3767CONJ
τῶνtōnof theG3588T-GPN
εἰδωλοθύτωνeidōlothutōnidol-sacrificesG1494A-GPN
οἴδαμενoidamenwe knowG6063V-RAI-1P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
οὐδὲνoudenno [thing]G3762A-NSN
εἴδωλονeidōlonan idolG1497N-NSN
ἐνen[is] inG1722PREP
κόσμῳkosmō[the] worldG2889N-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
ὅτιhotithat [there is]G3754GCONJ
οὐδεὶςoudeisnoG3762A-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ἕτεροςheterosotherG2087A-NSM
εἰeionlyG1487HCOND
μὴmēexceptG3361PRT-N
εἷς.heisone.G1520A-NSM
  1. niets is in de Dat is, geen God is, noch goddelijke kracht heeft om de spijzen te bezoedelen of te heiligen; anders zijn de afgoden ook iets in de wereld, namelijk goud, zilver, stenen, zon, maan, afgestorven mensen, boze geesten en dergelijke, die de heidenen voor goden hielden, maar hebben geen goddelijke kracht, gelijk zij meenden; waarom zij ook in Gods woord ijdelheden en leugens genaamd worden.

5 Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in den hemel, hetzij op de aarde ( gelijk er vele goden en vele heren zijn),12

Original Greek

καὶkaiEvenG2532CONJ
γὰρgartrulyG1063CONJ
εἴπερeiperif indeedG1487GCOND + G4007
εἰσὶνeisinthere areG1510V-PAI-3P
λεγόμενοιlegomenoi[those] namedG3004HV-PPP-NPM
θεοὶtheoigodsG2316N-NPM
εἴτεeitewhetherG1535COND
ἐνeninG1722PREP
οὐρανῷouranōheavenG3772N-DSM
εἴτεeiteorG1535COND
ἐπὶepionG1909PREP
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
γῆς,gēsearth,G1093GN-GSF
ὥσπερhōsperasG5618CONJ
εἰσὶνeisinthere areG1510V-PAI-3P
θεοὶtheoigodsG2316N-NPM
πολλοὶpolloimanyG4183A-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
κύριοιkurioilordsG2962HN-NPM
πολλοί·polloimany;G4183A-NPM
  1. die goden genaamd Namelijk van de blinde mensen, die zulke schepselen, of ook hun eigen verzinselen, voor goden hielden; Rom 1:21 , enz.
  2. (gelijk er vele goden Namelijk zodanige versierde goden, of ook die Gods Woord zelf goden noemt, als daar zijn de engelen en overheden; Psa 8:6 , en Psa 82:1 .

6 Nochtans hebben wij maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.123456

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽yetG0235CONJ
ἡμῖνhēminto usG3165P-1DP
εἷςheis[there is] oneG1520A-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ὁhotheG3588T-NSM
πατὴρpatērFatherG3962N-NSM-T
ἐξexofG1537PREP
οὗhouwhom [are]G3739R-GSM
τὰtathe [things]G3588T-NPN
πάνταpantaallG3956A-NPN
καὶkaiandG2532CONJ
ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP
εἰςeisforG1519PREP
αὐτόν,autonHim,G0846P-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
εἷςheisoneG1520A-NSM
κύριοςkuriosLordG2962GN-NSM-T
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
δι᾽di᾽throughG1223PREP
οὗhouwhom [are]G3739R-GSM
τὰtathe [things]G3588T-NPN
πάνταpantaallG3956A-NPN
καὶkaiandG2532CONJ
ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP
δι᾽di᾽throughG1223PREP
αὐτοῦ.autouHim.G0846P-GSM
  1. maar een God, Namelijk die waarlijk en wezenlijk de eeuwige God is.
  2. uit welken alle Dat is, door wiens schikking en almachtige kracht. Zie dergelijke Rom 11:36 .
  3. tot Hem; en Dat is, tot Zijne dienst en tot Zijne eer; Pro 16:4 , en 1Co 10:31 .
  4. een Heere, Namelijk die volstrekte macht en gebied over ons en onze conscientiën heeft. Hetwelk de apostel zegt, niet om den Vader en den Heiligen Geest hiervan uit te sluiten, die ook doorgaans in de Schrift onze Heere genaamd worden, maar alleen alle schepselen en versierde goden, gelijk hij tevoren den Vader een God heeft gezegd te zijn, niet om den Zoon en de Heiligen Geest, maar alleen de schepselen en versierde goden daarvan uit te sluiten.
  5. door welken alle dingen Namelijk als een medewerker des Vaders in al Zijn goddelijke werken; Joh 1:3 , en Joh 5:19 .
  6. wij door Hem Hierdoor verstaat hij het werk der verlossing.

7 Doch in allen is de kennis niet; maar sommigen, met een geweten des afgods tot nog toe, eten als iets dat den afgoden geofferd is; en hun geweten, zwak zijnde, wordt bevlekt.1234

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽ButG0235CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐνeninG1722PREP
πᾶσινpasinall [is]G3956A-DPM
ἡhēthisG3588T-NSF
γνῶσις·gnōsisknowledge;G1108N-NSF
τινὲςtinesSomeG5100X-NPM
δὲdenowG1161CONJ
τῇtēa<the>G3588T-DSF
συνηθείᾳsunētheiaby customG4914N-DSF
ἕωςhe'ōsuntilG2193PREP
ἄρτιartinowG0737ADV
τοῦtouof theG3588T-GSN
εἰδώλουeidōlouidolG1497N-GSN
ὡςhōsas ofG5613PRT
εἰδωλόθυτονeidōlothutonan idol-sacrificeG1494A-ASN
ἐσθίουσιν,esthiousineat,G2068V-PAI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
συνείδησιςsuneidēsisconscienceG4893N-NSF
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
ἀσθενὴςasthenēsweakG0772GA-NSF
οὖσαousabeingG1510V-PAP-NSF
μολύνεται.molunetaiit is defiled.G3435V-PPI-3S
  1. is de kennis Namelijk dat de afgod niets is, of geen macht heeft om hetgeen geofferd is te bevlekken.
  2. met een consciëntie Dat is, met een conscientie, die gevoelt dat de afgod wat is en macht heeft om de spijs te bezoedelen.
  3. tot nog toe eten Dat is, zonder dat zij tot nu toe tot een ander gevoelen zijn kunnen gebracht worden.
  4. wordt bevlekt Namelijk dewijl zij evenwel eten hetgeen zij voor bevlekt houden, en dat tegen hun gemoed.

8 De spijze nu maakt ons Gode niet aangenaam; want hetzij dat wij eten, wij hebben geen overvloed; en hetzij dat wij niet eten, wij hebben geen gebrek.12

Original Greek

βρῶμαbrōmaFoodG1033N-NSN
δὲdehoweverG1161CONJ
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
οὐounotG3756PRT-N
παραστήσειparastēseiwill commendG3936V-FAI-3S
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ·theōto God;G2316N-DSM-T
οὔτεouteneitherG3777CONJ-N
γὰρgarforG1063CONJ
ἐὰνeanifG1437COND
μὴmēnotG3361PRT-N
φάγωμενphagōmenwe shall eatG5315V-AAS-1P
ὑστερούμεθα,husteroumetha[still] do we come shortG5302V-PPI-1P
οὔτεoute[then] norG3777CONJ-N
ἐὰνeanifG1437COND
φάγωμενphagōmenwe shall eatG5315V-AAS-1P
περισσεύομεν.¶perisseuomenhave we an advantage.G4052V-PAI-1P
  1. De spijze nu Dat is, het eenvoudig gebruik der spijs. Sommigen nemen dit voor de woorden des apostels, die de sterken hiermede zou onderwijzen, dat zij des te beter zulke spijs mogen nalaten; anderen nemen het voor de woorden dergenen zelf, die onder dit voorwendsel durfden van het afgodenoffer eten. Beide komt niet kwalijk overeen met hetgeen volgt.
  2. hebben geen overvloed; Namelijk in het geestelijke, of ten aanzien van de aangenaamheid voor God. Alzo ook het volgende. Zie Rom 14:17 .

9 Maar ziet toe, dat deze uw macht niet enigerwijze een aanstoot worde dengenen, die zwak zijn.12

Original Greek

βλέπετεblepetedo be carefulG0991V-PAM-2P
δὲdehoweverG1161CONJ
μήmēlestG3361PRT-N
πωςpōsperhapsG4458PRT
ἡhētheG3588T-NSF
ἐξουσίαexousiarightG1849N-NSF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
αὕτηhautēthisG3778D-NSF
πρόσκομμαproskommaan occasion of stumblingG4348N-NSN
γένηταιgenētaimay becomeG1096V-2ADS-3S
τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM
ἀσθενέσιν.asthenesinweak.G0772GA-DPM
  1. deze uw macht Namelijk die gij hebt, of vermeend te hebben in het gebruiken van zulke spijs.
  2. een aanstoot Het woord aanstoot beduidt somwijlen ene droefheid, die men heeft over hetgeen iemand onbehoorlijk doet, maar hier beduidt het ene vrijmoedigheid, die iemand neemt om te doen gelijk een ander, hoewel hij gevoelt dat de ander kwalijk doet, gelijk het volgende uitwijst.

10 Want zo iemand u, die de kennis hebt, ziet in der afgoden tempel aanzitten, zal het geweten deszelven, die zwak is, niet gestijfd worden, om te eten de dingen, die den afgoden geofferd zijn?1234

Original Greek

ἐὰνeanIfG1437COND
γάρgarforG1063CONJ
τιςtisanyoneG5100X-NSM
ἴδῃidēshall seeG1492HV-2AAS-3S
σὲseyouG4771P-2AS
τὸνtonwhoG3588T-ASM
ἔχονταechontais havingG2192V-PAP-ASM
γνῶσινgnōsinknowledgeG1108N-ASF
ἐνeninG1722PREP
εἰδωλείῳeidōleiōan idol’s templeG1493N-DSN
κατακείμενον,katakeimenoneating,G2621V-PNP-ASM
οὐχὶouchisurelyG3780PRT-N
ἡhētheG3588T-NSF
συνείδησιςsuneidēsisconscienceG4893N-NSF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
ἀσθενοῦςasthenousweakG0772GA-GSM
ὄντοςontosbeingG1510V-PAP-GSM
οἰκοδομηθήσεταιoikodomēthēsetaihe will be encouragedG3618V-FPI-3S
εἰςeis<to>G1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
τὰtatheG3588T-APN
εἰδωλόθυταeidōlothutaidol-sacrificesG1494A-APN
ἐσθίειν;esthieinto eat?G2068V-PAN
  1. die de kennis Namelijk dat de afgod niets is, gelijk voren.
  2. in der afgoden Of, gelijk sommigen dit verstaan, aan de tafel der afgoden; dat is in den maaltijd, die ter ere van den afgod gehouden wordt.
  3. gestijfd worden Gr. gesticht; hetwelk hier ten kwade wordt genomen.
  4. om te eten de Namelijk daar hij het evenwel daarvoor houdt dat de afgod deze dingen heeft ontreinigd, of, gelijk de afgodendienaars spraken, zichzelven toegeheiligd.

11 En zal de broeder, die zwak is, door uw kennis verloren gaan, om welken Christus gestorven is?1234

Original Greek

ἀπόλλυταιapollutaiIs destroyedG0622V-PPI-3S
γὰρgarforG1063CONJ
ὁhothe [one] whoG3588T-NSM
ἀσθενῶνasthenōnis being weakG0770GV-PAP-NSM
ἐνenthroughG1722PREP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
σῇsēayourG4771S-2SDSF
γνώσει,gnōseiknowledge,G1108N-DSF
ὁhotheG3588T-NSM
ἀδελφὸςadelphosbrotherG0080N-NSM
δι᾽di᾽forG1223PREP
ὃνhonwhomG3739R-ASM
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
ἀπέθανεν.apethanendied.G0599V-2AAI-3S
  1. door uwe kennis Of, om uwe kennis; dat is, door of om het misbruik uwer kennis, dewijl gij dezelve niet gebruikt tot stichting, maar met ergernis der zwakken.
  2. verloren gaan Namelijk dewijl gij daarmede, zoveel in u is, dezen uw zwakken broeder met uw voorbeeld oorzaak geeft om alzo allengskens tot den afgod te vervallen, en van den Christelijken godsdienst af te vallen en alzo verloren te gaan. Zie dergelijke wijze van spreken Mat 5:28 ; Rom 14:15 .
  3. om welken Namelijk zwakken broeder.
  4. Christus gestorven is? Namelijk om hem van het verderf te behouden, en tot dien einde ook van den afgodendienst en de vorige ijdele wandelingen te verlossen; 1Pe 1:18 . Want hoewel degenen, voor wie Christus gestorven is en die Hij door Zijn dood waarlijk verlost heeft, niet door de verleidende kracht der ergernissen kunnen verleid worden, Mat 24:24 ; Joh 10:15 , Joh 10:28 , nochtans zo doen degenen, die ergernis geven, anders niet, zoveel in hen is, dan dat zij de zwakgelovigen in het verderf zouden brengen, tenware zij door de kracht Gods en Christus' voorbidding bewaard werden; Luk 22:31-32 ; 1Pe 1:5 .

12 Doch gijlieden, alzo tegen de broeders zondigende, en hun zwak geweten kwetsende, zondigt tegen Christus.12

Original Greek

οὕτωςhoutōsThusG3779ADV
δὲdethenG1161CONJ
ἁμαρτάνοντεςhamartanontessinningG0264V-PAP-NPM
εἰςeisagainstG1519PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
ἀδελφοὺςadelphousbrothersG0080N-APM
καὶkaiandG2532CONJ
τύπτοντεςtuptonteswoundingG5180V-PAP-NPM
αὐτῶνautōntheirG0846P-GPM
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
συνείδησινsuneidēsinconscienceG4893N-ASF
ἀσθενοῦσαν,asthenousanbeing weak,G0770GV-PAP-ASF
εἰςeisagainstG1519PREP
ΧριστὸνChristonChristG5547N-ASM-T
ἁμαρτάνετε.hamartaneteyou sin.G0264V-PAI-2P
  1. kwetsende, zondigt Gr. slaande; hetwelk ene zaak is van grote onbarmhartigheid, de conscientie van zodanigen, die van zelf zwak is, met slaan of kwetsen nog zwakker maken, en gelijk als doden.
  2. tegen Christus Namelijk wiens leden zij zijn. Zie Act 9:4 .

13 Daarom, indien de spijs mijn broeder ergert, zo zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, opdat ik mijn broeder niet ergere.1

Original Greek

διόπερdioperThereforeG1355CONJ
εἰeiifG1487GCOND
βρῶμαbrōmafoodG1033N-NSN
σκανδαλίζειskandalizeisnaresG4624V-PAI-3S
τὸνtontheG3588T-ASM
ἀδελφόνadelphonbrotherG0080N-ASM
μου,mouof mine,G3165P-1GS
οὐoucertainlyG3756PRT-N
μὴmēnotG3361PRT-N
φάγωphagōshall I eatG5315V-AAS-1S
κρέαkreameatG2907N-APN
εἰςeistoG1519PREP
τὸνtontheG3588T-ASM
αἰῶναaiōnaageG0165HN-ASM
ἵναinaso thatG2443CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
τὸνtontheG3588T-ASM
ἀδελφόνadelphonbrotherG0080N-ASM
μουmouof mineG3165P-1GS
σκανδαλίσω.¶skandalisōI may snare.G4624V-AAS-1S
  1. indien de spijze Namelijk van wat soort die ware. Hier stelt de apostel een algemenen regel, waarnaar de conscientie aller gelovigen moet geregeld worden, ten aanzien van de middelmatige dingen en van de zwakken; maar niet ten aanzien van de halsstarrigen of moedwilligen. Zie Mat 15:12 , en Gal 2:3 , enz.