reltext

Chapter 6

1 Broeders, indien ook een mens vervallen ware door enige misdaad, gij, die geestelijk zijt, brengt den zodanige te recht met den geest der zachtmoedigheid; ziende op uzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt.12345678

Original Greek

Ἀδελφοί,AdelphoiBrothers,G0080N-VPM
ἐὰνeanifG1437COND
καὶkaievenG2532CONJ
προλημφθῇprolēmphthēashall be overcomeG4301V-APS-3S
ἄνθρωποςanthrōposa manG0444N-NSM
ἔνeninG1722PREP
τινιtinisomeG5100X-DSN
παραπτώματι,paraptōmatitrespass,G3900N-DSN
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
οἱhoitheG3588T-NPM
πνευματικοὶpneumatikoispiritual [ones]G4152A-NPM
καταρτίζετεkatartizetedo restoreG2675V-PAM-2P
τὸνton<the>G3588T-ASM
τοιοῦτονtoioutonsuch a oneG5108D-ASM
ἐνeninG1722PREP
πνεύματιpneumatia spiritG4151GN-DSN
πραΰτητοςprautētosof gentlenessG4240N-GSF
σκοπῶνskopōnconsideringG4648V-PAP-NSM
σεαυτὸνseautonyourselfG4771F-2ASM
μὴmēlestG3361PRT-N
καὶkaialsoG2532CONJ
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
πειρασθῇς.peirasthēasmay be tempted.G3985GV-APS-2S
  1. vervallen ware Of, voorgekomen, verrast, namelijk uit onvoorzichtigheid, of zwakheid, niet uit moedwillig opzet.
  2. door Grieks in.
  3. enige misdaad, gij, Namelijk waardoor hij u of anderen heeft geërgerd.
  4. die geestelijk zijt, Dat is, die door Gods Geest verlicht zijt, en begaafd met bekwaamheid om anderen te kunnen vermanen. Zie 1Co 3:1.
  5. brengt den zodanige Namelijk met goede onderwijzing en vermaning. Het Griekse woord betekent eigenlijk heelmaken, volmaken, het gebrek vervullen, of iets herstellen. Zie Mat 4:21.
  6. met den geest der Grieks in den geest.
  7. ziende op uzelven, Dat is, gedenkende aan zijn eigen zwakheden, dat hij ook daardoor lichtelijk met dergelijke zonden zou kunnen overvallen worden.
  8. verzocht wordt Dat is, door verzoekingen des duivels en des vleesches tot dergelijke zonden gebracht wordt.

2 Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus.1234

Original Greek

ἀλλήλωνallēlōnOne another’sG0240C-GPM
τὰta<the>G3588T-APN
βάρηbarēburdensG0922N-APN
βαστάζετεbastazetedo bear youG0941V-PAM-2P
καὶkaiandG2532CONJ
οὕτωςhoutōsthusG3779ADV
ἀναπληρώσετεanaplērōseteyou will fulfillG0378V-FAI-2P
τὸνtontheG3588T-ASM
νόμονnomonlawG3551N-ASM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
Χριστοῦ.Christouof Christ.G5547N-GSM-T
  1. Draagt elkanders Dat is, helpt dragen, om die te verdragen, beteren, en weg te nemen met Christelijke bescheidenheid en medelijden.
  2. lasten, en Dat is, zwakheden en gebreken, die als een zware last op de mensen liggen.
  3. vervult alzo Dat is, voldoet, volbrengt, onderhoudt.
  4. de wet van Christus Namelijk van elkander lief te hebben, Joh 13:34-35; welke, hoewel ze ook van Mozes beschreven is, Lev 19:18, zo wordt zij Christus' wet bijzonderlijk genoemd, omdat Hij dezelve zijnen discipelen op het hoogste heeft bevolen, zo met vermanen als met Zijn voorbeeld Joh 15:12; 1Jo 3:16.

3 Want zo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelven in zijn gemoed.123

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
γὰρgarforG1063CONJ
δοκεῖdokeithinks [himself]G1380V-PAI-3S
τιςtisanyoneG5100X-NSM
εἶναίeinaito beG1511V-PAN
τιtisomethingG5100X-NSN
μηδὲνmēdennothingG3367A-NSN
ὤν,ōnbeing,G1510V-PAP-NSM
φρεναπατᾷphrenapatahe deceivesG5422V-PAI-3S
ἑαυτόν·he'autonhimself;G1438F-3ASM
  1. meent iets te zijn, Dat is, meent iets groots, heiligs of bijzonders te zijn, veel van zichzelven houdt, en acht dat hij beter is dan zijn naasten. Waaruit gemeenlijk spruit, dat men de gebreken des naasten zo hard bestraft.
  2. daar hij niets Dat is, daar hij uit zichzelven niets goeds heeft, en al wat hij heeft van God heeft ontvangen; 1Co 4:7; 2Co 3:5.
  3. bedriegt zichzelven Dat is, maakt zichzelven dwaselijk wijs, hetgeen zo niet is.

4 Maar een iegelijk beproeve zijn eigen werk; en alsdan zal hij aan zichzelven alleen roem hebben, en niet aan een anderen.123456

Original Greek

τὸto<the>G3588T-ASN
δὲdeButG1161CONJ
ἔργονergonthe workG2041N-ASN
ἑαυτοῦhe'autouhis ownG1438F-3GSM
δοκιμαζέτωdokimazetōshould testG1381V-PAM-3S
ἕκαστος,hekastoseach,G1538A-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
τότεtotethenG5119ADV
εἰςeisas toG1519PREP
ἑαυτὸνhe'autonhimselfG1438F-3ASM
μόνονmononaloneG3441A-ASM
τὸtotheG3588T-ASN
καύχημαkauchēmaground of boastingG2745N-ASN
ἕξειhexeihe will haveG2192V-FAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
εἰςeisas toG1519PREP
τὸνton<the>G3588T-ASM
ἕτερον·heteronanother;G2087A-ASM
  1. beproeve Dat is, onderzoeke en toetse, niet naar zijn eigen goeddunken, maar naar den regel en toetssteen van de wet Gods.
  2. zijn eigen werk; Dat is, zijn eigen doen en handelingen; niet zozeer het doen van anderen.
  3. alsdan zal hij Namelijk als hij bevindt dat zijn doen met de wet Gods overeenkomt.
  4. aan zichzelven Dat is, uit zijn eigen goeden wandel, en in zijn eigen conscientie.
  5. roem hebben, Dat is, met goede conscientie zal mogen roemen, niet van zijne waardigheid of verdiensten, Rom 3:27; 1Co 1:29, 1Co 1:31; maar dat hij oprechtelijk voor God wandelt naar Zijne wet; 1Co 9:15; 2Co 1:12.
  6. niet aan een anderen Dat is, niet zich met anderen vergelijkende, die hij zou menen zo goed niet te zijn, als hij, gelijk de Farizeër deed; Luk 18:11.

5 Want een iegelijk zal zijn eigen pak dragen.1

Original Greek

ἕκαστοςhekastosEachG1538A-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
τὸto<the>G3588T-ASN
ἴδιονidion[his] ownG2398A-ASN
φορτίονphortionloadG5413N-ASN
βαστάσει.bastaseiwill bear.G0941V-FAI-3S
  1. zijn eigen pak dragen Dat is, Gode rekenschap geven van zijn eigen werken, en naar zijn eigen doen geoordeeld worden.

6 En die onderwezen wordt in het Woord, dele mede van alle goederen dengene, die hem onderwijst.12345

Original Greek

κοινωνείτωkoinōneitōshould shareG2841V-PAM-3S
δὲdenowG1161CONJ
ὁhothe [one]G3588T-NSM
κατηχούμενοςkatēchoumenosbeing taughtG2727V-PPP-NSM
τὸνtonin theG3588T-ASM
λόγονlogonwordG3056N-ASM
τῷtōwith the [one]G3588T-DSM
κατηχοῦντιkatēchountiteachingG2727V-PAP-DSM
ἐνeninG1722PREP
πᾶσινpasinallG3956A-DPN
ἀγαθοῖς.agathoisgood things.G0018A-DPN
  1. onderwezen wordt Het Griekse woord catechoumenos betekent wel iemand, die in de eerste beginselen van den godsdienst wordt onderwezen, maar hier wordt het breder genomen voor allerlei toehoorders, die door de predikatie des goddelijken woords in de Christelijke religie worden onderwezen, van welken staat zij ook zijn.
  2. in het Woord, Namelijk Gods.
  3. dele mede Dat is, geve ook zijn deel tot onderhoud der leraars.
  4. van alle goederen Grieks in alle goederen; dat is, mildelijk, opdat de leraars des te beter, zonder verhindernis, al hunnen tijd tot het bedienen van hun ambt mogen besteden.
  5. onderwijst Grieks catechiseert; gelijk tevoren.

7 Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.123

Original Greek

μὴmēNotG3361PRT-N
πλανᾶσθε,planasthedo be misled,G4105V-PPM-2P
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
οὐounotG3756PRT-N
μυκτηρίζεται·muktērizetaiis mocked;G3456V-PPI-3S
ὃhoWhateverG3739R-ASN
γὰρgarforG1063CONJ
ἐὰνeanmaybeG1437COND
σπείρῃspeirēshall sowG4687V-PAS-3S
ἄνθρωπος,anthrōposa man,G0444N-NSM
τοῦτοtoutothatG3778D-ASN
καὶkaialsoG2532CONJ
θερίσει·theriseihe will reap;G2325V-FAI-3S
  1. Dwaalt niet; Dat is, wilt uzelven niet ijdelijk inbeelden of laten wijsmaken.
  2. bespotten; want Grieks God wordt niet gespot; namelijk met ijdele uitvluchten, die vele gebruiken om de bevelen Gods niet te gehoorzamen; dewijl Hij die uitvluchten niet aanneemt, en ook niet zonder straf laat henengaan.
  3. zaait, Dat is, medegedeeld zal hebben zo aan de leraars, waarvan tevoren gesproken is, als aan de armen, waarvan hij in het volgende spreekt; ene gelijkenis, waarmede de overvloedige vrucht der mededeelzaamheid aangewezen wordt. Gelijk uit een graan dat gezaaid wordt, dikwijls honderd wederom opwassen en gemaaid worden; Gen 26:12. Zie van dezelve 2Co 9:6.

8 Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien; maar die in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien.1234567

Original Greek

ὅτιhotiForG3754HCONJ
ὁhothe [one]G3588T-NSM
σπείρωνspeirōnsowingG4687V-PAP-NSM
εἰςeistoG1519PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
σάρκαsarkafleshG4561N-ASF
ἑαυτοῦhe'autouof himselfG1438F-3GSM
ἐκekfromG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
σαρκὸςsarkosfleshG4561N-GSF
θερίσειtheriseiwill reapG2325V-FAI-3S
φθοράν,phthorandecay,G5356N-ASF
ὁhoThe [one]G3588T-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
σπείρωνspeirōnsowingG4687V-PAP-NSM
εἰςeistoG1519PREP
τὸtotheG3588T-ASN
πνεῦμαpneumaSpiritG4151GN-ASN
ἐκekfromG1537PREP
τοῦtoutheG3588T-GSN
πνεύματοςpneumatosSpiritG4151GN-GSN
θερίσειtheriseiwill reapG2325V-FAI-3S
ζωὴνzōēnlifeG2222N-ASF
αἰώνιον.aiōnioneternal.G0166A-ASF
  1. in zijn eigen vlees Die zijne goederen besteedt alleen om wellustiglijk daarvan te leven, of schatten voor zichzelven te vergaderen, en niet denkt op de onderhouding der kerkedienaars, noch der armen.
  2. uit het vlees Dat is, uit dit misbruik der goederen, die alleen tot zijn vlees besteed worden.
  3. verderfenis Namelijk, tijdelijk en eeuwig.
  4. maaien; maar die Dat is, daarvan zal hij vergelding en vrucht verkrijgen.
  5. in den Geest zaait, Dat is, die zijne goederen besteedt tot geestelijke zaken, om Gods eer en de zaligheid der mensen daardoor te bevorderen, en den armen goed te doen.
  6. uit den Geest Dat is, overmits hij zijne goederen tot geestelijke zaken besteed heeft.
  7. het eeuwige leven maaien Dat is, niet alleen hier in dit leven tijdelijken zegen ontvangen, maar ook hiernamaals de eeuwige gelukzaligheid, als ene vrucht der weldadigheid, niet uitverdienste, maar uit genade. Zie Mat 25:34-35, enz.

9 Doch laat ons , goed doende, niet vertragen; want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen.12345

Original Greek

τὸto<the>G3588T-ASN
δὲdeAndG1161CONJ
καλὸνkalon[in] wellG2570GA-ASN
ποιοῦντεςpoiountesdoingG4160GV-PAP-NPM
μὴmēnotG3361PRT-N
ἐγκακῶμεν·egkakōmenwe may grow weary;G1573V-PAS-1P
καιρῷkairōin timeG2540N-DSM
γὰρgarforG1063CONJ
ἰδίῳidiōdueG2398A-DSM
θερίσομενtherisomenwe will reap a harvestG2325V-FAI-1P
μὴmēnotG3361PRT-N
ἐκλυόμενοι.ekluomenoigiving up.G1590V-PPP-NPM
  1. goed doende, Dat is, weldadigheid betonende.
  2. niet vertragen; Het Griekse woord betekent door enig kwaad in het goede verslappen; gelijk veeltijds geschiedt in deze zaak, omdat de menigte der armen groot is, en onder hen dikwijls vele onwaardigen vele ondankbaren zijn; en omdat de tijd van de vergelding niet terstond komt.
  3. te zijner tijd Dat is, hoewel de tijd van vergelding uitgesteld wordt, gelijk er tijd is tussen zaaien en maaien, zo zal evenwel dezelve zekerlijk komen.
  4. maaien, zo wij Zie vs.8.
  5. verslappen Grieks ontbonden, of, losgemaakt zijn.

10 Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.1234

Original Greek

ἄραaraSoG0686CONJ
οὖνounthenG3767CONJ
ὡςhōsasG5613PRT
καιρὸνkaironoccasionG2540N-ASM
ἔχομενechomenwe haveG2192V-PAI-1P
ἐργαζώμεθαergazōmethawe may workG2038V-PNS-1P
τὸto<the>G3588T-ASN
ἀγαθὸνagathongoodG0018A-ASN
πρὸςprostowardG4314PREP
πάντας,pantasall,G3956A-APM
μάλισταmalistaespeciallyG3122ADV
δὲdenowG1161CONJ
πρὸςprostowardG4314PREP
τοὺςtousthoseG3588T-APM
οἰκείουςoikeiousof the householdG3609A-APM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
πίστεως.¶pisteōsof faith.G4102GN-GSF
  1. terwijl wij tijd Namelijk om te zaaien, dat is, om den armen goed te doen; hetwelk in den tijd dezes levens moet geschieden, die kort en onzeker is.
  2. goed doen aan Grieks het goede werken; dat is, weldadigheid betonen.
  3. allen, maar meest Namelijk armen, of anderen, die onze hulp en bijstand nodig hebben. Zie Luk 10:36-37.
  4. huisgenoten des geloofs Dat is, de gelovige Christenen, die met ons ledematen zijn der gemeente, welke is het huis des levenden Gods, 1Ti 3:15; aan dezen zijn wij meer verbonden, en het zou onbehoorlijk zijn dat zij, die tot één huis behoren, elkander honger en gebrek zouden laten lijden.

11 Ziet, hoe groten brief ik u geschreven heb met mijn hand.123

Original Greek

ἼδετεIdetedo seeG1492HV-2AAM-2P
πηλίκοιςpēlikoisin how largeG4080A-DPN
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP
γράμμασινgrammasinlettersG1121N-DPN
ἔγραψαegrapsaI have writtenG1125V-2AAI-1S
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἐμῇemēawith my ownG1473S-1SDSF
χειρί.cheirihand.G5495N-DSF
  1. Ziet, Of, gij ziet.
  2. hoe groten brief Of, met hoevele woorden, of schriften.
  3. met mijne hand Namelijk zonder dat door de hand van een ander te hebben laten schrijven, gelij hij wel heeft gedaan Rom 16:22, en alleen zijnen naam met de groetenis daar onder geschreven, 1Co 16:21; Col 4:18; daarmede toont hij dan hoezeer dat hij de Galaten acht; en heeft zulks gedaan opdat de valse apostelen niet zouden zeggen dat het Paulus' brief niet was, of een anderen brief, alsof die van hem geschreven ware, in plaats van dien zouden voortbrengen, gelijk zij wel plachten te doen, 2Th 2:2.

12 Al degenen, die een schoon gelaat willen tonen naar het vlees, die noodzaken u besneden te worden, alleenlijk opdat zij vanwege het kruis van Christus niet zouden vervolgd worden.1234

Original Greek

ὅσοιhosoiAs many asG3745K-NPM
θέλουσινthelousinwishG2309V-PAI-3P
εὐπροσωπῆσαιeuprosōpēsaito have a fair appearanceG2146V-AAN
ἐνeninG1722PREP
σαρκί,sarki[the] flesh,G4561N-DSF
οὗτοιhoutoitheseG3778D-NPM
ἀναγκάζουσινanagkazousincompelG0315V-PAI-3P
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
περιτέμνεσθαι,peritemnesthaito be circumcised,G4059V-PPN
μόνονmonononlyG3441A-ASN
ἵναinathatG2443CONJ
τῷtōfor theG3588T-DSM
σταυρῷstaurōcrossG4716N-DSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ΧριστοῦChristouof ChristG5547N-GSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
μὴmēnotG3361PRT-N
διώκωνται·diōkōntaithey may be persecuted;G1377V-PPS-3P
  1. die een schoon Of, die willen wel aangezien, of aanzienlijk zijn. Hij verstaat hier de valse apostelen.
  2. naar het vlees, Grieks in het vlees; dat is, door het onderhouden van de uiterlijke en lichamelijke ceremoniën.
  3. vanwege het kruis Dat is, om de leer van Christus, die zo genoemd wordt, omdat haar somma en inhoud is, dat door het kruis van Christus het leven ons verkregen is; 1Co 2:2.
  4. niet zouden vervolgd worden Namelijk van de Joden, gelijk wij dagelijks van hen meest vervolgd worden, omdat wij leren dat de wet van Mozes door Christus vervuld en afgedaan is.

13 Want ook zij zelven, die besneden worden, houden de wet niet; maar zij willen, dat gij besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen zouden.123

Original Greek

οὐδὲoudeNot evenG3761CONJ-N
γὰρgarforG1063CONJ
οἱhoithoseG3588T-NPM
περιτεμνόμενοιperitemnomenoibeing circumcisedG4059V-PPP-NPM
αὐτοὶautoithemselvesG0846P-NPM
νόμονnomon[the] LawG3551N-ASM
φυλάσσουσιν,phulassousinkeep,G5442GV-PAI-3P
ἀλλὰallabutG0235CONJ
θέλουσινthelousinthey desireG2309V-PAI-3P
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
περιτέμνεσθαι,peritemnesthaito be circumcised,G4059V-PPN
ἵναinaso thatG2443CONJ
ἐνeninG1722PREP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ὑμετέρᾳhumeterayourG4771A-DSF
σαρκὶsarkifleshG4561N-DSF
καυχήσωνται.kauchēsōntaithey may boast.G2744V-ADS-3P
  1. die besneden worden, Namelijk en de besnijdenis zo sterk drijven als ter zaligheid nog nodig.
  2. houden de wet niet; Namelijk in de andere stukken, die mede in de wet geboden worden, maar leiden een ongeregeld of geveinsd leven.
  3. in uw vlees roemen Dat is, zij onder u vele aanhangers mogen krijgen en daarvan ijdellijk roemen bij de Joden.

14 Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.12345

Original Greek

ἐμοὶemoiFor me myselfG1473P-1DS
δὲdehoweverG1161CONJ
μὴmēneverG3361PRT-N
γένοιτοgenoitowould it beG1096V-2ADO-3S
καυχᾶσθαιkauchasthaito boastG2744V-PNN
εἰeionlyG1487HCOND
μὴmēexceptG3361PRT-N
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
σταυρῷstaurōcrossG4716N-DSM
τοῦtouof theG3588T-GSM
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
Χριστοῦ,ChristouChrist,G5547N-GSM-T
δι᾽di᾽throughG1223PREP
οὗhouwhichG3739R-GSM
ἐμοὶemoito me myselfG1473P-1DS
κόσμοςkosmos[the] worldG2889N-NSM
ἐσταύρωταιestaurōtaihas been crucifiedG4717V-RPI-3S
κἀγὼkagōand I myselfG1473P-1NS + G2532
τῷtō<the>G3588T-DSM
κόσμῳ.kosmōto [the] world.G2889N-DSM
  1. dan in het kruis van Dat is, in de rechtzinnige leer van Christus voor ons gekruisigd; 1Co 2:2.
  2. door Welken Namelijk kruis van Christus; of, Christus den gekruisigde. De zin komt overeen uit.
  3. de wereld Dat is, de eer, gunst en aanzienlijkheid bij de mensen.
  4. mij gekruisigd is, Dat is, van mij veracht en verworpen wordt.
  5. ik der wereld Namelijk dewijl ik om de leer van Christus van de wereld veracht, vervolgd en verstoten wordt; 1Co 4:12-13.

15 Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel.123

Original Greek

ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-DSM-P
οὔτεouteNeitherG3777CONJ-N
γὰρgarforG1063CONJ
περιτομήperitomēcircumcisionG4061N-NSF
τίtianythingG5101I-NSN
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
οὔτεoutenorG3777CONJ-N
ἀκροβυστίαakrobustiauncircumcisionG0203N-NSF
ἀλλὰallainsteadG0235CONJ
καινὴkainēa newG2537A-NSF
κτίσις.ktisiscreation.G2937N-NSF
  1. in Christus Jezus Dat is, in het rijk en de gemeente van Christus, of, naar de leer van Christus. Zie Gal 5:6.
  2. enige kracht, Namelijk om door de besnijdenis het eeuwige leven te verkrijgen, of door de voorhuid verhinderd te worden van hetzelve te verkrijgen.
  3. nieuw schepsel Of, nieuw creatuur, of, waardoor verstaan wordt de wedergeboorte en vernieuwing des mensen door den Heiligen Geest. Zie 2Co 5:17.

16 En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods.12345

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ὅσοιhosoias many asG3745K-NPM
τῷtōthose whoG3588T-DSM
κανόνιkanoniruleG2583N-DSM
τούτῳtoutōby thisG3778D-DSM
στοιχήσουσιν,stoichēsousinwill walk,G4748V-FAI-3P
εἰρήνηeirēnēpeace [be]G1515N-NSF
ἐπ᾽ep᾽uponG1909PREP
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
καὶkaiandG2532CONJ
ἔλεοςeleosmercyG1656N-NSN
καὶkaiandG2532CONJ
ἐπὶepiuponG1909PREP
τὸνtontheG3588T-ASM
ἸσραὴλIsraēlIsraelG2474N-ASM-L
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ.¶theouof God.G2316N-GSM-T
  1. naar dezen regel Dat is, naar deze leer, die ik in dezen zendbrief van de rechtvaardigmaking des mensen voor God, van de Christelijke vrijheid, en van den Christelijken wandel heb voorgesteld en verklaard.
  2. zal zijn Of zij.
  3. vrede en Dat is, allerlei geestelijke zegeningen, en voornamelijk verzoening met God en verzekering daarvan door den Heiligen Geest in hun gemoed; Rom 5:1.
  4. barmhartigheid, en Namelijk van God, die de fontein is, waaruit de verzoening en zaligheid des mensen vloeit.
  5. over het Israël Gods Dat is, over alle ware gelovigen, die oprechte Israëlieten zijn en van God daarvoor gekend worden; hetwelk hij daarbij doet om deze van de Israëlieten naar het vlees te onderscheiden. Zie Rom 2:28-29, en Rom 9:6, enz.

17 Voorts, niemand doe mij moeite aan; want ik draag de littekenen van den Heere Jezus in mijn lichaam.12

Original Greek

ΤοῦTouTheG3588T-GSN
λοιποῦloipouhenceforthG3064A-GSN
κόπουςkopoustroublesG2873N-APM
μοιmoito meG3165P-1DS
μηδεὶςmēdeisno oneG3367A-NSM
παρεχέτω·parechetōshould give;G3930V-PAM-3S
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
γὰρgarforG1063CONJ
τὰtatheG3588T-APN
στίγματαstigmatamarksG4742N-APN
τοῦtouof theG3588T-GSM
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
ἐνenonG1722PREP
τῷtōof theG3588T-DSN
σώματίsōmatibodyG4983N-DSN
μουmouof mineG3165P-1GS
βαστάζω.¶bastazōbear.G0941V-PAI-1S
  1. niemand doe mij Namelijk van deze valse apostelen. Dit spreekt hij met apostolische autoriteit om hun verderen moedwil te bedwingen.
  2. de littekenen van Namelijk van de slagen, banden en wonden, die ik om Christus en Zijne leer ontvangen heb. Hiermede wil hij tonen dat hij gene vervolging heeft ontzien, gelijk de valse apostelen deden. Zie 2Co 11:23, enz.

18 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen. Geschreven aan de Galaten vanuit Rome.12

Original Greek

ἩHēTheG3588T-NSF
χάριςcharisgraceG5485N-NSF
τοῦtouof theG3588T-GSM
κυρίουkuriouLordG2962GN-GSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
μετὰmeta[be] withG3326PREP
τοῦtoutheG3588T-GSN
πνεύματοςpneumatosspiritG4151GN-GSN
ὑμῶν,humōnof you,G4771P-2GP
ἀδελφοί.adelphoibrothers.G0080N-VPM
ἀμήν.amēnAmen.G0281INJ-HEB
πρόςprostoG4314PREP
ΓαλάταςGalatasGalatiansG1052N-ASM-LG
ἐγράφηegraphēit was writtenG1125V-2API-3S
ἀπόapofromG0575PREP
Ῥώμης.¶RhōmēsRome.G4516N-GSF-L
  1. De genade van Dat is een groet en wens, met welken de apostel zijne zendbrieven eindigt, gelijk hij zelf betuigt, 2Th 3:17. Zie ook Rom 16:24; 1Co 16:23, en 2Co 13:13.
  2. geest Dat is, ziel, gemoed.