reltext

Chapter 4

1 Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles;1234

Original Greek

ΛέγωLegōI sayG3004GV-PAI-1S
δέ,denow,G1161CONJ
ἐφ᾽eph᾽forG1909PREP
ὅσονhosonas long asG3745K-ASM
χρόνονchronontimeG5550N-ASM
ὁhotheG3588T-NSM
κληρονόμοςklēronomosheirG2818N-NSM
νήπιόςnēpiosa childG3516A-NSM
ἐστιν,estinis,G1510V-PAI-3S
οὐδὲνouden[in] no[thing]G3762A-ASN
διαφέρειdiaphereihe differsG1308V-PAI-3S
δούλουdouloufrom a slaveG1401N-GSM
κύριοςkurios[though] ownerG2962HN-NSM
πάντωνpantōnof everythingG3956A-GPN
ὤν·ōnbeing;G1510V-PAP-NSM
  1. ik zeg, Dat is, hetgeen ik gezegd heb, Gal 3:24-25, dat de wet onze tuchtmeester is, verklaar ik nu met een andere gelijkenis ook van menselijke zaken genomen. Zie dergelijke 1Co 5:6; 2Co 9:6.
  2. een kind is, Dat is, nog onmondig is en minderjarig.
  3. niets van een Namelijk wat aangaat het tegenwoordig gebruik van het erfgoed, hetwelk hij alzo weinig mag aantasten en gebruiken als een dienstknecht, alzo hij hierin zijn eigen meester nog niet is, maar onder anderen staat.
  4. een heer is van alles; De eigendom van al het goed des erfdeels hem toebehoort.

2 Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld.12

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽InsteadG0235CONJ
ὑπὸhupounderG5259HPREP
ἐπιτρόπουςepitropousguardiansG2012N-APM
ἐστὶνestinhe isG1510V-PAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
οἰκονόμουςoikonomoustrusteesG3623N-APM
ἄχριachriuntilG0891PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
προθεσμίαςprothesmiastime appointedG4287N-GSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
πατρός.patrosby [his] father.G3962N-GSM
  1. onder voogden Dat is, onder de macht en het opzicht dergenen, die tot regering en verzorging zijner goederen gesteld zijn. Van deze woorden, zie Mat 20:8; Luk 12:42, en Luk 16:1; 1Co 4:1.
  2. tot den tijd De minderjarigheid heeft zijnen tijd in rechten gesteld, welke de vaders ook door hun testament kunnen verkorten of verlangen, naardat zij zullen goedvinden.

3 Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld.1234

Original Greek

οὕτωςhoutōsSoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP
ὅτεhotewhenG3753CONJ
ἦμενēmenwe wereG1510V-IAI-1P
νήπιοι,nēpioichildren,G3516A-NPM
ὑπὸhupounderG5259HPREP
τὰtatheG3588T-APN
στοιχεῖαstoicheiabasic principlesG4747N-APN
τοῦtouof theG3588T-GSM
κόσμουkosmouworldG2889N-GSM
ἤμεθαēmethawe ourselves wereG1510V-IMI-1P
δεδουλωμένοι·dedoulōmenoiheld in bondage;G1402V-RPP-NPM
  1. wij ook, Namelijk Joden, die nu leden van de gemeente van Christus zijn.
  2. toen wij kinderen Namelijk ten tijde des Ouden Testaments, voor de toekomst van Christus.
  3. dienstbaar gemaakt Dat is, onderworpen en schuldig te onderhouden.
  4. onder de eerste Grieks elementen; dat is onder de ceremoniën die in uiterlijke en aardse dingen bestaan, en gelijk als de eerste aanleiding en begin waren van de zaligmakende kennis. Zie Col 2:8.

4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;12345

Original Greek

ὅτεhoteWhenG3753CONJ
δὲdehoweverG1161CONJ
ἦλθενēlthenhad comeG2064V-2AAI-3S
τὸtotheG3588T-NSN
πλήρωμαplērōmafullnessG4138N-NSN
τοῦtouof theG3588T-GSM
χρόνου,chronoutime,G5550N-GSM
ἐξαπέστειλενexapesteilensent forthG1821V-2AAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τὸνtontheG3588T-ASM
υἱὸνhuionSonG5207N-ASM
αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM
γενόμενονgenomenonhaving been bornG1096V-2ADP-ASM
ἐκekofG1537PREP
γυναικός,gunaikosa woman,G1135GN-GSF
γενόμενονgenomenonhaving been bornG1096V-2ADP-ASM
ὑπὸhupounderG5259HPREP
νόμον,nomon[the] Law,G3551N-ASM
  1. de volheid des tijds Dat is, de volwassene ouderdom der gemeente, om uit deze voogdij gesteld te worden. Of, als de tijd vervuld was, dien God bestemd had om Zijnen Zoon in de wereld te zenden.
  2. Zijn Zoon Namelijk Jezus Christus, die Gods Zoon van eeuwigheid is geweest, eer Hij mens is geworden; Psa 2:7; Pro 8:24; Mic 5:1; Act 13:33.
  3. geworden Anders, geboren.
  4. uit een vrouw, Dat is, uit het vlees en bloed der maagd Maria; Luk 1:31, en Luk 2:7.
  5. onder de wet; Dat is, Christus heeft Zichzelven, niet alleen aan de wet der ceremoniën onderworpen, maar ook aan de wet der zeden, die Hij volmaakt voor ons heeft onderhouden, en den vloek derzelve op zich genomen, en ons daarvan verlost; 2Co 5:21.

5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.123

Original Greek

ἵναinathatG2443CONJ
τοὺςtousthoseG3588T-APM
ὑπὸhupounderG5259HPREP
νόμονnomon[the] LawG3551N-ASM
ἐξαγοράσῃ,exagorasēHe may redeem,G1805V-AAS-3S
ἵναinaso thatG2443CONJ
τὴνtēntheG3588T-ASF
υἱοθεσίανhuiothesiandivine adoption as sonsG5206N-ASF
ἀπολάβωμεν.apolabōmenwe may receive.G0618V-2AAS-1P
  1. degenen, die Dat is, die onder het juk waren van de wet der ceremoniën, en ook onder den vloek en de scherpe gehoorzaamheid van de wet der zeden, waar hij in dit vierde hfdst. ook van spreekt. Zie vs.21.
  2. verlossen zou, Grieks uitkopen; namelijk betalende voor hen een volkomen rantsoengeld voor hunne zonden. Zie Gal 3:13.
  3. de aanneming Grieks stelling tot zonen. Daarom moest de Zoon Gods gezonden worden om ons te verlossen, opdat Hij het recht van zoonschap, hetwelk Hij van nature had, allen gelovigen, niet alleen zonen, maar ook dochters, 2Co 6:18, zou verkrijgen en uit genade mededelen.

6 En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!12345

Original Greek

ὅτιhotiBecauseG3754HCONJ
δέdenowG1161CONJ
ἐστεesteyou areG1510V-PAI-2P
υἱοί,huioisons,G5207N-NPM
ἐξαπέστειλενexapesteilensent forthG1821V-2AAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τὸtotheG3588T-ASN
πνεῦμαpneumaSpiritG4151GN-ASN
τοῦtouof theG3588T-GSM
υἱοῦhuiouSonG5207N-GSM
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
εἰςeisintoG1519PREP
τὰςtastheG3588T-APF
καρδίαςkardiasheartsG2588N-APF
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
κρᾶζον·krazoncrying out;G2896V-PAP-ASN
αββαabbaAbbaG0005N-VSM-T
ὁhoOG3588T-VSM
πατήρ.patērFather!G3962N-VSM-T
  1. gij Namelijk gelovige Galaten, die tevoren heidenen waart.
  2. kinderen zijt, Namelijk Gods, door den Zoon Gods geworden, en om Zijnentwil van God tot kinderen aangenomen, die tevoren kinderen des toorns en vijanden Gods waart. Zie Rom 5:10; Eph 2:12, en nu het recht en de vrijheid geniet van Gods kinderen, gesteld buiten de voogdij der wet, en bevrijd van haar vloek.
  3. den Geest Zijns Dat is, den Heiligen Geest, die als een onderpand in uwe harten u verzekert van deze genadige aanneming tot kinderen, en van de erfenis die den kinderen toekomt; 2Co 1:22, en 2Co 5:5; Eph 1:13.
  4. Die roept Dat is, door welken wij roepen, Rom 8:15. Dat is, die in ons werkt, dat wij vrijmoedig en met verzekering tot God roepen. Zie dergelijke wijze van spreken Rom 8:26.
  5. Abba, Vader Zie de verklaring hiervan op de aantekeningen Rom 8:15.

7 Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus.123456

Original Greek

ὥστεhōsteSoG5620CONJ
οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089
εἶeiyou areG1510V-PAI-2S
δοῦλοςdoulosa slaveG1401N-NSM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
υἱός·huiosa son;G5207N-NSM
εἰeiifG1487GCOND
δὲdenowG1161CONJ
υἱός,huiosa son,G5207N-NSM
καὶkaialsoG2532CONJ
κληρονόμοςklēronomosan heir ofG2818N-NSM
διὰdiathroughG1223PREP
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
Χριστοῦ.¶ChristouChrist.G5547N-GSM-T
  1. gij zijt Namelijk die nu in Christus gelooft.
  2. niet meer Namelijk gelijk tevoren.
  3. een dienstknecht, Namelijk staande onder de voogdij en dienstbaarheid der wet.
  4. een zoon zijt, Namelijk Gods, die nu tot uwe jaren gekomen zijnde uit de voorzegde voogdij gesteld zijt.
  5. een erfgenaam Gods Zie van dit besluit Rom 8:17.
  6. door Christus Namelijk die ons deze erfenis verdiend en verkregen heeft, en wiens medeërfgenamen wij zullen zijn; Rom 8:17.

8 Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn;1234

Original Greek

ἈλλὰAllaButG0235CONJ
τότεtoteat that timeG5119ADV
μὲνmenindeedG3303PRT
οὐκouknotG3756PRT-N
εἰδότεςeidotesknowingG6063V-RAP-NPM
θεὸνtheonGodG2316N-ASM-T
ἐδουλεύσατεedouleusateyou were enslavedG1398V-AAI-2P
τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM
φύσειphuseiby natureG5449N-DSF
μὴmēnotG3361PRT-N
οὖσινousinbeingG1510V-PAP-DPM
θεοῖς·theoisgods;G2316N-DPM
  1. als gij God Dat is, als gij nog in het heidendom waart en van den God geen kennis hadt.
  2. diendet gij Namelijk als slaven en dienstknechten der afgoden.
  3. degenen, Dat is, de afgoden.
  4. die van nature Dat is, waarlijk en wezenlijk, maar alleen naar het goeddunken door versiering der mensen; Jer 10:11.

9 En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen?123456789

Original Greek

νῦνnunnowG3568ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
γνόντεςgnonteshaving knownG1097V-2AAP-NPM
θεόν,theonGod,G2316N-ASM-T
μᾶλλονmallonratherG3123HADV
δὲdehoweverG1161CONJ
γνωσθέντεςgnōsthenteshaving been knownG1097V-APP-NPM
ὑπὸhupobyG5259GPREP
θεοῦ,theouGod,G2316N-GSM-T
πῶςpōshowG4459PRT-I
ἐπιστρέφετεepistrephetedo you turnG1994V-PAI-2P
πάλινpalinagainG3825ADV
ἐπὶepitoG1909PREP
τὰtatheG3588T-APN
ἀσθενῆasthenēweakG0772GA-APN
καὶkaiandG2532CONJ
πτωχὰptōchadestituteG4434N-APN
στοιχεῖαstoicheiaprinciplesG4747N-APN
οἷςhoisto whichG3739R-DPN
πάλινpalinagainG3825ADV
ἄνωθενanōthenanewG0509ADV
δουλεύεινdouleueinto be enslavedG1398V-PAN
θέλετε;theleteyou desire?G2309V-PAI-2P
  1. God kent, Dat is, den waren God, die van nature en naar zijn wezen God is.
  2. ja, veelmeer Dit doet de apostel daarbij, om aan te wijzen dat zij deze kennis niet hebben uit zichzelven, door kloekheid huns verstands, maar door de genade Gods, door welke Hij hun is voorgekomen en hen tot deze kennis gebracht heeft.
  3. gekend zijt, Namelijk voor de Zijnen. Zie Mat 7:23; 2Ti 2:19. Dat is, die God uit enkel barmhartigheid verwaardigd heeft met Zijne kennis te verlichten. Zie ook 1Co 8:3, en 1Co 13:12.
  4. hoe keert gij u Dat is, wilt u niet keren.
  5. wederom Namelijk van de ene dienstbaarheid tot de andere; van de dienstbaarheid der afgoden tot de dienstbaarheid der ceremoniën.
  6. tot de zwakke Dat is, tot de ceremoniën en de leer der wet, die gene macht hebben om u daardoor te rechtvaardigen. Zie Heb 7:18-19.
  7. wederom Namelijk gelijk gij tevoren de afgoden diende.
  8. van voren aan Of, van boven af.
  9. wilt dienen? Dat is, tot dienstbaarheid derzelve u begeven, omdat gij namelijk de leer der valse apostelen wilt volgen.

10 Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren.123456

Original Greek

ἡμέραςhēmerasDaysG2250N-APF
παρατηρεῖσθεparatēreistheyou observeG3906V-PMI-2P
καὶkaiandG2532CONJ
μῆναςmēnasmonthsG3376N-APM
καὶkaiandG2532CONJ
καιροὺςkairousseasonsG2540N-APM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐνιαυτούς.eniautousyears.G1763N-APM
  1. Gij Hier verhaalt de apostel enige soorten van de voorzegde elementen of eerste beginselen, aangaande de onderhouding der Joodse feestdagen. Zie Rom 14:5.
  2. onderhoudt Namelijk naar de wijze der Joden, om daarmede God dienst te doen en daardoor gerechtvaardigd te worden.
  3. dagen, en Dat is, de sabbaten, alle weken eens omkomende, Exo 20:8; Col 2:16. Namelijk voorzoveel die ceremonieel en den Joden eigen waren.
  4. maanden, en Dat is, de feesten der nieuwe maanden; Num 28:11.
  5. tijden, en Dat is, de grote jaarlijkse feesten van pasen, pinksteren en loofhutten, Exo 23:15-16, enz.
  6. jaren Dat is, het zevende en ook het vijftigste jaar; Exo 23:10; Lev 25:4, Lev 25:6, Lev 25:10, enz.

11 Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb.1

Original Greek

φοβοῦμαιphoboumaiI fearG5399V-PNI-1S
ὑμᾶςhumasfor youG4771P-2AP
μήmēlestG3361PRT-N
πωςpōsperhapsG4458PRT
εἰκῇeikēain vainG1500ADV
κεκοπίακαkekopiakaI have toiledG2872V-RAI-1S
εἰςeisforG1519PREP
ὑμᾶς.humasyou.G4771P-2AP
  1. tevergeefs aan Dat is, zonder vrucht; dat al mijn arbeid en moeite, die ik aangewend heb om u tot Christus te bekeren, vruchteloos zou zijn, en hun doel niet bereiken, hetwelk is uwe zaligheid, die gij niet zult kunnen verkrijgen, zo gij door de wet zoudt willen gerechtvaardigd worden.

12 Weest gij als ik, want ook ik ben als gij; broeders, ik bid u; gij hebt mij geen ongelijk gedaan.1234

Original Greek

ΓίνεσθεGinesthedo becomeG1096V-PNM-2P
ὡςhōsasG5613PRT
ἐγώ,egōI myself [am],G1473P-1NS
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
κἀγὼkagōI myself also [have become]G1473P-1NS + G2532
ὡςhōsasG5613PRT
ὑμεῖς.¶humeisyou yourselves.G4771P-2NP
Ἀδελφοί,Adelphoibrothers,G0080N-VPM
δέομαιdeomaiI imploreG1189V-PNI-1S
ὑμῶν·humōnyou;G4771P-2GP
οὐδένouden[In] no [thing]G3762A-ASN
μεmemeG3165P-1AS
ἠδικήσατε.ēdikēsateYou wronged.G0091V-AAI-2P
  1. als ik, want ook Namelijk die eertijds ook zeer geijverd heb voor de wet, maar daarna Christus recht kennende, al die uiterlijke ceremoniën verworpen en als schade geacht heb; Phi 3:7-8.
  2. ik ben als gij; Namelijk eertijds geweest, immers zozeer ijverende voor het Jodendom, als gij zoudt mogen doen, Gal 1:14. Anderen verstaan dit van de goede genegenheid, die Paulus hun toedroeg; en dat hij hen hier vermaant dat zij hem gelijke genegenheid willen toedragen.
  3. ik bid u; Dat is, kan ik u met bestraffen niet bewegen, zo wordt dan bewogen door mijn vriendelijk bidden, dat gij bij de waarheid des Evangelies wilt blijven.
  4. mij geen ongelijk Dat is, wat mijn persoon aangaat, zo hebt gij mij geen oorzaak gegeven dat ik u uit verstoordheid of weerwraak zo scherpelijk zou bestraffen. En daarmede wil hij stilzwijgend aanwijzen, dat zij in deze Christus ongelijk deden.

13 En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb;123

Original Greek

οἴδατεoidateYou knowG6063V-RAI-2P
δὲdenowG1161CONJ
ὅτιhotithatG3754GCONJ
δι᾽di᾽inG1223PREP
ἀσθένειανastheneianweaknessG0769GN-ASF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
σαρκὸςsarkosfleshG4561N-GSF
εὐηγγελισάμηνeuēngelisamēnI evangelisedG2097V-AMI-1S
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP
τὸtoat theG3588T-ASN
πρότερον,proteronfirst,G4387A-ASN-C
  1. gij weet, dat Dat is, het is zoverre vandaar, dat gij mij ongelijk zoudt gedaan hebben, dat, gelijk gij weet, gij mij, als ik het Evangelie bij u predikte, de meeste eer en liefde getoond hebt, die men zou kunnen doen.
  2. door zwakheid Dat is, in een nederigen en slechten staat zonder uiterlijken luister. Of, met vele verdrukkingen, smaadheden, moeite, haat en gevaren uiterlijk mij overgekomen. Zie 1Co 2:3, en 2Co 11:30, en 2Co 12:9.
  3. de eerste maal Dat is, toen u, als gij nog heidenen waart, het Evangelie van mij eerst gepredikt is geweest. Zie Act 16:6, en Act 18:23.

14 En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Christus Jezus.123456

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
τὸνtontheG3588T-ASM
πειρασμὸνpeirasmontestG3986HN-ASM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
τὸνton<the>G3588T-ASM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
σαρκίsarkifleshG4561N-DSF
μουmouof mineG3165P-1GS
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐξουθενήσατεexouthenēsateyou did despise [me]G1848V-AAI-2P
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
ἐξεπτύσατε,exeptusatereject [me] with contempt,G1609V-AAI-2P
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὡςhōsasG5613PRT
ἄγγελονangelonan angelG0032GN-ASM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἐδέξασθέedexastheyou receivedG1209V-AMI-2P
με,memeG3165P-1AS
ὡςhōseven asG5613PRT
ΧριστὸνChristonChristG5547N-ASM-T
Ἰησοῦν.¶IēsounJesus.G2424GN-ASM-P
  1. mijn verzoeking, Of, beproeving, dat is, mijne verdrukkingen, die hij tevoren zwakheid genoemd heeft, waardoor God mijn geloof en getrouwheid heeft willen beproeven.
  2. die in mijn vlees Dat is, die mij uiterlijk aangedaan werd.
  3. niet veracht noch Grieks voor niet geacht.
  4. verfoeid; maar Grieks uitgespogen; dat is, daaraan hebt gij u niet gestoten, of daardoor zijt gij niet afgewend om het Evangelie niet aan te nemen, mijne leer te verachten of te verwerpen.
  5. als een engel Gods, Dat is, alsof ik een van de heilige engelen en dienstbare geesten ware geweest. Of, als een gezant Gods; want dat betekent ook het woord engel.
  6. ja, als Christus Dat is, niet als een dienaar van Christus, maar alsof ik de Heere zelf ware geweest. De apostel wil hiermede aanwijzen dat het grote schande voor de Galaten zou zijn, dat zij hem, dien zij tevoren zulk ene eer en liefde betoond hadden, zo lichtvaardiglijk zouden verlaten, en tot de valse apostelen vallen; dat zij dan in het vorige behoorden te volharden.

15 Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben.123

Original Greek

ΠοῦPouWhereG4226ADV-I
οὖνounthenG3767CONJ
ἦνēnwasG1510V-IAI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
μακαρισμὸςmakarismosblessednessG3108N-NSM
ὑμῶν;humōnof you?G4771P-2GP
μαρτυρῶmarturōI bear witnessG3140V-PAI-1S
γὰρgarforG1063CONJ
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP
ὅτι,hotithat,G3754GCONJ
εἰeiifG1487GCOND
δυνατόν,dunatonpossible,G1415A-NSN
τοὺςtoustheG3588T-APM
ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ἐξορύξαντεςexoruxanteshaving gouged outG1846V-AAP-NPM
ἂνanthen wouldG0302PRT
ἐδώκατέedōkateyou have given [them]G1325V-AAI-2P
μοι.moito me.G3165P-1DS
  1. Welke was dan Dat is, hoe gelukkig achttet gij nu uzelven? Zie van dit woord Rom 4:9.
  2. zo het mogelijk Namelijk dat men iemand met het uitgraven en geven van zijne ogen dienst zou kunnen doen.
  3. uw ogen zoudt Dat is, al wat gij allerliefst en aangenaamst hebt, zoudt gij mij gegeven hebben. Zie Mat 5:29.

16 Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende?12

Original Greek

ὥστεhōsteSoG5620CONJ
ἐχθρὸςechthrosenemyG2190N-NSM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
γέγοναgegonahave I becomeG1096V-2RAI-1S
ἀληθεύωνalētheuōnspeaking truthG0226V-PAP-NSM
ὑμῖν;huminto you?G4771P-2DP
  1. uw vijand geworden, Namelijk gelijk ik gelasterd word van de valse apostelen. Of, gelijk men zou menen dat deze scherpe bestraffing uit haat of vijandschap van mij zou gedaan zijn.
  2. u de waarheid zeggende? Namelijk tot uw best en zaligheid; want dit is een werk niet van vijanden, maar van vrienden. Zie Pro 27:6.

17 Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren.12345

Original Greek

ζηλοῦσινzēlousinThey are zealous afterG2206V-PAI-3P
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
οὐounotG3756PRT-N
καλῶς,kalōsrightly,G2573ADV
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ἐκκλεῖσαιekkleisaito excludeG1576V-AAN
ὑμᾶςhumasyou [from us]G4771P-2AP
θέλουσιν,thelousinThey desireG2309V-PAI-3P
ἵναinaso thatG2443CONJ
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
ζηλοῦτε.zēlouteyou may be zealous after.G2206V-PAS-2P
  1. Zij ijveren Dat is, de valse leraars, die u zoeken te verleiden, tonen wel alsof zij groten ijver hadden om u tot de zaligheid te brengen, of grote genegenheid tot u droegen.
  2. niet recht over u; Dat is, met geen waren, maar met een geveinsden ijver of genegenheid.
  3. ons Namelijk de rechte apostelen en leraars.
  4. uitsluiten, opdat gij Namelijk dat gij ons niet meer zoudt horen, volgen of aanhangen. Anderen lezen: u insluiten; dat is, u gelijk als in ene gevangenis sluiten, en hun onderwerpen.
  5. over hen zoudt ijveren Dat is, hen met een ijver en grote genegenheid volgen en aanhangen.

18 Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben;123

Original Greek

καλὸνkalonGood [it is]G2570GA-NSN
δὲdenowG1161CONJ
τὸto<the>G3588T-NSN
ζηλοῦσθαιzēlousthaito be zealousG2206V-PMN
ἐνeninG1722PREP
καλῷkalōa right [thing]G2570GA-DSN
πάντοτε,pantoteat all times,G3842ADV
καὶkaiandG2532CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
μόνονmonononlyG3441A-ASN
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSN
παρεῖναίpareinaibeing presentG3918V-2PAN
μεmemeG3165P-1AS
πρὸςproswithG4314PREP
ὑμᾶς,humasyou,G4771P-2AP
  1. in het goede Dat is, over een goede zaak; want daar is tweeërlei ijver, een goede ijver, die hier beschreven wordt, en een verkeerde, die geschiedt over een kwade zaak, die men meent goed te zijn, en die daarom met onverstand gemengd is. Zie Rom 10:2.
  2. te allen tijd te Dat is, met een ijver, die altijd standvastig blijft en niet ophoudt.
  3. als ik bij u Namelijk toen gij met zulk een ijver en genegenheid ontstoken waart tegen mij en mijne leer, daarin behoordet gij gebleven te hebben, hoewel ik nu bij u niet ben.

19 Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge.1234

Original Greek

τέκναteknaChildrenG5043N-VPN
μου,mouof mine,G3165P-1GS
οὓςhousof whomG3739R-APM
πάλινpalinagainG3825ADV
ὠδίνωōdinōI travailG5605V-PAI-1S
μέχριςmechrisuntilG3360PREP
οὗhouthatG3739R-GSM
μορφωθῇmorphōthēamay have been formedG3445V-APS-3S
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
ἐνeninG1722PREP
ὑμῖν.huminyou.G4771P-2DP
  1. Mijn kinderkens, Namelijk die ik door het Evangelie gebaard heb; 1Co 4:15.
  2. die ik wederom Grieks van welken ik wederom in barensnood of pijn ben; dat is, die u eerst met veel moeite en arbeid bekeerd heeft uit het heidendom tot Christus, en over welken ik nu wederom groten arbeid en moeite zal moeten aanwenden, om u opnieuw van dezen uwe dwalingen te brengen.
  3. Christus Dat is, de zaligmakende kennis van Christus.
  4. een gestalte in u Dat is, gelijk een moeder haar kind zo lang draagt, totdat het een volmaakte gestalte heeft gekregen, en dan hetzelve baart; alzo zal ik niet ophouden te arbeiden, totdat gij in de rechte kennis van Christus zult bevestigd zijn.

20 Doch ik wilde, dat ik nu tegenwoordig bij u ware, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u.123

Original Greek

ἤθελονēthelonI was wishingG2309V-IAI-1S
δὲdeindeedG1161CONJ
παρεῖναιpareinaito be presentG3918V-2PAN
πρὸςproswithG4314PREP
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
ἄρτιartipresentlyG0737ADV
καὶkaiandG2532CONJ
ἀλλάξαιallaxaito changeG0236V-AAN
τὴνtēntheG3588T-ASF
φωνήνphōnēntoneG5456GN-ASF
μου,mouof mine,G3165P-1GS
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
ἀποροῦμαιaporoumaiI am perplexedG0639V-PMI-1S
ἐνenas toG1722PREP
ὑμῖν.¶huminyou.G4771P-2DP
  1. tegenwoordig bij Namelijk om te beter mijne liefde tot u te betonen, en u breder van alles te kunnen onderrichten, dan wel door schrijven kan geschieden.
  2. stem mocht veranderen; Dat is, mijne redenen en woorden voegen naar de gelegenheid van een iegelijk, of van de zaken, nu zoeter, dan scherper, u aansprekende.
  3. in twijfel over u Dat is, ik weet niet hoe ik het met u heb, of ik wel of kwalijk van u zal hopen; of, hoe deze uwe afwijking zal uitvallen, of, hoe ik u van dezelve het best weder zal terechtbrengen.

21 Zegt mij, gij, die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet?123

Original Greek

ΛέγετέLegetedo tellG3004GV-PAM-2P
μοι,moime,G3165P-1DS
οἱhoiyou who [are]G3588T-VPM
ὑπὸhupounderG5259HPREP
νόμονnomon[the] LawG3551N-ASM
θέλοντεςthelonteswishingG2309V-PAP-VPM
εἶναι,einaito be,G1511V-PAN
τὸνtontheG3588T-ASM
νόμονnomonLawG3551N-ASM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἀκούετε;akoueteyou do listen to?G0191V-PAI-2P
  1. Zegt mij, gij, Dat is, antwoord mij eens op hetgeen ik u uit de wet zelve zal voorstellen.
  2. die onder de wet Dat is, die door de werken der wet en de onderhouding der ceremoniën zoekt gerechtvaardigd te worden.
  3. hoort gij de wet niet? Dat is, wilt gij u aan de wet niet onderwerpen om aan te nemen hetgeen in de wet en boeken van Mozes geschreven staat? Namelijk dat de wet zelve van de erfenis uitsluit degenen, die dienstknechten der wet zijn, gelijk in de volgende verzen bewezen wordt. Het woord wet wordt hier in tweeërlei betekenis genomen, gelijk Rom 3:21.

22 Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije.12345

Original Greek

γέγραπταιgegraptaiIt has been writtenG1125V-RPI-3S
γὰρgarforG1063CONJ
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἈβραὰμAbraamAbrahamG0011N-NSM-P
δύοduotwoG1417A-NUI
υἱοὺςhuioussonsG5207N-APM
ἔσχεν,eschenhad,G2192V-2AAI-3S
ἕναhenaoneG1520A-ASM
ἐκekofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
παιδίσκηςpaidiskēsslave womanG3814N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἕναhenaoneG1520A-ASM
ἐκekofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
ἐλευθέρας.eleutherasfree.G1658A-GSF
  1. Want er is geschreven, Namelijk in de wet van Mozes van het elfde hoofdstuk van Genesis tot het twee en twintigste hoofdstuk.
  2. een uit Namelijk Ismael.
  3. de dienstmaagd, en Of, slavin; namelijk, Agar (Hagar).
  4. een uit Namelijk Izak.
  5. de vrije Namelijk Sara.

23 Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis;12

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽ButG0235CONJ
ὁhothe [one]G3588T-NSM
μὲνmenindeedG3303PRT
ἐκekofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
παιδίσκηςpaidiskēsslave womanG3814N-GSF
κατὰkataaccording toG2596PREP
σάρκαsarkafleshG4561N-ASF
γεγέννηται,gegennētaihas been born,G1080V-RPI-3S
ὁhothe [one]G3588T-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐκekofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
ἐλευθέραςeleutherasfreeG1658A-GSF
δι᾽di᾽throughG1223PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
ἐπαγγελίας.epangeliaspromise.G1860N-GSF
  1. naar het vlees geboren Dat is, naar de kracht, werking en loop der natuur. Want Agar was nog jong toen zij haren zoon ontving, en Abraham nog bekwaam om kinderen te gewinnen.
  2. door de beloftenis; Namelijk is geboren geweest, dat is, door bovennatuurlijke werking Gods, die Abraham van God beloofd was; Gen 18:10. Want Sara was onvruchtbaar, en nu negentig jaren oud, en Abraham honderd, beiden onbekwaam naar de natuur om kinderen te winnen; Gen 17:17; Rom 4:19.

24 Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar;12345678

Original Greek

ἅτινάhatinawhich thingsG3748R-NPN
ἐστινestinareG1510V-PAI-3S
ἀλληγορούμενα·allēgoroumenaallegorized;G0238V-PPP-NPN
αὗταιhautaitheseG3778D-NPF
γάρgarforG1063CONJ
εἰσινeisinareG1510V-PAI-3P
αἱhai<the>G3588T-NPF
δύοduotwoG1417A-NUI
διαθῆκαι,diathēkaicovenants,G1242N-NPF
μίαmiaoneG1520A-NSF
μὲνmenindeedG3303PRT
ἀπὸapofromG0575PREP
ὄρουςorousMountG3735N-GSN-L
ΣινᾶSinaSinaiG4614N-GSN-L
εἰςeisuntoG1519PREP
δουλείανdouleianslaveryG1397N-ASF
γεννῶσαgennōsabegettingG1080V-PAP-NSF
ἥτιςhētiswhichG3748R-NSF
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
Ἁγάρ.HagarHagar.G0028N-NSF-P
  1. die andere beduiding Grieks allegoroumena; dat is, die wel een ware historie of geschiedenis zijn, maar benevens die ook wat anders beduiden, als zijnde voorbeelden of afbeeldingen van geestelijke zaken; gelijk ook de koperen slang, Joh 3:14, het huwelijk van Adam en Eva, Eph 5:32, de doorgang der Israëlieten door de Rode Zee, 1Co 10:1-2, de zondvloed, 1Pe 3:20.
  2. deze Namelijk twee vrouwen, Sara en Agar.
  3. zijn Dat is, beduiden, betekenen, afbeelden; een sacramentelijke wijze van spreken. Zie Gen 41:26-27; Mat 26:26.
  4. de twee verbonden; Namelijk het oude der wet, waarin beloofd wordt dat hij, die de wet volkomenlijk onderhoudt, de zaligheid daardoor verkrijgen zal, en het nieuwe des Evangelies, waarin het eeuwige leven beloofd wordt den zondaren die in Christus geloven. Zie Jer 31:31, enz.; Heb 8:8-10.
  5. het ene Namelijk het verbond der wet.
  6. van den berg Sinaï, Dat is, dat zijn oorsprong daarvan heeft, waar het van God het volk door Mozes is voorgesteld en van het volk aangenomen.
  7. tot dienstbaarheid Dat is, kinderen voorbrengende, die onder de dienstbaarheid zijn. Want de wet eist van de mensen een volkomen gehoorzaamheid, of bij gebrek van die verkondigt hun den vloek.
  8. hetwelk is Agar Dat is, hetwelk door de dienstmaagd Agari is afgebeeld, die zelve een slavin zijnde, uit het huis is gedreven, en wier kinderen met de zonen der vrije niet erven, Gen 21:10; want die van ene slaven geboren worden zijn ook slaven en geen erfgenamen.

25 Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is is met haar kinderen.12345678

Original Greek

τὸto<the>G3588T-NSN
δὲdeNowG1161CONJ
ἉγὰρHagarHagarG0028N-NSF-P
ΣινᾶSinaSinaiG4614N-NSN-L
ὄροςorosMountG3735N-NSN-L
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
ἐνeninG1722PREP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
Ἀραβίᾳ,ArabiaArabia,G0688N-DSF-L
συστοιχεῖsustoicheishe correspondsG4960V-PAI-3S
δὲdenowG1161CONJ
τῇtēato theG3588T-DSF
νῦνnunpresentG3568ADV
Ἰερουσαλήμ,IerousalēmJerusalem,G2419N-DSF-L
δουλεύειdouleueishe is in slaveryG1398V-PAI-3S
γὰρgarforG1063CONJ
μετὰmetawithG3326PREP
τῶνtōntheG3588T-GPN
τέκνωνteknōnchildrenG5043N-GPN
αὐτῆς.autēsof her.G0846P-GSF
  1. dit, namelijk Agar, Dat is, dit verbond, hetwelk door Agar is afgebeeld. Of, dit woord Agar.
  2. is Sinaï, Dat is, wordt ook genaamd Sinaï. Want de berg, dien wij noemen Sinaï, wordt, gelijk sommigen menen, van de Arabieren genaamd Agar, en daarvan worden ook de Arabieren Agarenen genaamd, 1Ch 5:10, 1Ch 5:19; Psa 83:7. Of, is ene afbeelding van Sinaï, en van het verbond der wet, dat op den berg Sinaï gegeven is.
  3. een berg in Arabië, Dat is, gelegen in de woestijn van Arabië, waarheen Agar met haren zoon Ismael gevlucht is, als zij uit het huis van Abraham was gedreven, en heeft hem aldaar een Egyptische huisvrouw gegeven; Gen 21:14, Gen 21:20-21.
  4. komt overeen Namelijk hetzelfde verbond, dat is, heeft ééne gelijkenis en enigheid.
  5. met Jeruzalem, Dat is, met de Joodse synagoge of godsdienst, die binnen Jeruzalem de overhand en hare zitplaats heeft.
  6. dat nu is, en Namelijk na de toekomst van Christus, door wien al de ceremoniën vervuld en afgedaan zijn; en evenwel houdt, dat de onderhouding der ceremoniën nog ter zaligheid nodig is.
  7. dienstbaar is Of, want het is dienstbaar; dat is, het draagt nog het juk der ceremoniën, en zoekt daardoor de zaligheid.
  8. met haar kinderen Dat is, met al degenen die deze religie aanhangen, en door het verbond der wet hunne zaligheid zoeken. En daarom wordt het bij Agar en haren zoon met recht vergeleken; en zal ook als Agar met haren zoon van de erfenis verstoten worden.

26 Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder.1234

Original Greek

ἡhē<the>G3588T-NSF
δὲdeButG1161CONJ
ἄνωanōthe aboveG0507ADV
ἸερουσαλὴμIerousalēmJerusalemG2419N-NSF-L
ἐλευθέραeleutherafreeG1658A-NSF
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
ἥτιςhētiswhoG3748R-NSF
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
μήτηρmētērmotherG3384N-NSF
πάντωνpantōnof allG3956A-GPM
ἡμῶν·hēmōnof us;G3165P-1GP
  1. Jeruzalem, dat boven is Dat is, de Christelijke Kerk en religie, die hare zaligheid zoekt, niet door het eerste verbond der wet, namelijk door de werken der wet, maar door het tweede des Evangelies, namelijk door de verdiensten van Christus met een waar geloof aangenomen; welke haren oorsprong heeft van den hemel, door de krachtige roeping des Heiligen Geestes. Zie Heb 12:22; Rev 3:12, en Rev 21:10.
  2. dat is vrij, Namelijk van de dienstbaarheid en vloek der wet; en wordt bij Sara en Izak, die vrije personen waren, met recht vergeleken; waarom het ook de erfenis des hemels beërven zal.
  3. ons aller Namelijk gelovigen, zo Joden als heidenen die hunne zaligheid in Christus alleen zoeken.
  4. moeder Gelijk Sara de moeder was van Izak, die de erfgenaam zijns vaders was, omdat hij uit een vrije moeder was geboren.

27 Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft.12345

Original Greek

γέγραπταιgegraptaiIt has been writtenG1125V-RPI-3S
γάρ·garfor:G1063CONJ
εὐφράνθητιeuphranthētido rejoiceG2165V-APM-2S
στεῖραsteiraO barren womanG4723N-VSF
ἡhēyou who [are]G3588T-VSF
οὐounotG3756PRT-N
τίκτουσα,tiktousabearing,G5088V-PAP-VSF
ῥῆξονrhēxondo break forthG4486V-AAM-2S
καὶkaiandG2532CONJ
βόησονboēsondo call aloudG0994V-AAM-2S
ἡhēyou who [are]G3588T-VSF
οὐκouknotG3756PRT-N
ὠδίνουσα,ōdinousatravailing,G5605V-PAP-VSF
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
πολλὰpollamanyG4183A-NPN
τὰta[are] theG3588T-NPN
τέκναteknachildrenG5043N-NPN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἐρήμουerēmoudesolate womanG2048A-GSF
μᾶλλονmallonmoreG3123GADV
ἢēthanG2228CONJ
τῆςtēsof [her] whoG3588T-GSF
ἐχούσηςechousēshavingG2192V-PAP-GSF
τὸνtontheG3588T-ASM
ἄνδρα.andrahusband.G0435HN-ASM
  1. Want er is geschreven Namelijk Isa 54:1. De apostel bevestigt dit afgebeeld onderscheid der twee verbonden, volken en gemeenten, der wet en des Evangelies, met de getuigenis en voorzegging van den profeet Jesaja, opdat hij niet schijne deze toepassing buiten de Schrift versierd te hebben.
  2. gij onvruchtbare, Dat is, gij gemeente dergenen, die uwe zaligheid alleen in Christus zoekt, die ten tijde van Christus weinige waren, zodat het scheen alsof zij geen kinderen had; hetwelk ook betekend wordt, gelijk de profeet zegt, dat zij geen barensnood heeft en eenzaam is.
  3. de kinderen der eenzame Dat is, ledematen derzelve.
  4. veel meer, dan dergene, Daardoor wordt voorzegd de grote menigte dergenen, die uit het Jodendom en voornamelijk uit het heidendom, zich tot deze gemeente zullen begeven, hetwelk na Christus' hemelvaart geschied is.
  5. die den man heeft Dat is, de Joodse kerk of synagoge, die zich alleen Gods gemeente en eigendom roemde te zijn, en vele aanhangers had.

28 Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was.123

Original Greek

ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
δέ,denow,G1161CONJ
ἀδελφοί,adelphoibrothers,G0080N-VPM
κατὰkatalikeG2596PREP
ἸσαὰκIsaakIsaacG2464N-ASM-P
ἐπαγγελίαςepangeliasof promiseG1860N-GSF
τέκναteknachildrenG5043N-NPN
ἐστέ.esteyou are.G1510V-PAI-2P
  1. wij, broeders, zijn Namelijk die onze zaligheid niet door de wet, maar door het geloof in Christus zoeken.
  2. kinderen der belofte, Dat is, wien de erfenis des eeuwigen levens toegezegd is, en haar zullen deelachtig worden.
  3. als Izak was Grieks naar Izak; dat is, naar het voorbeeld van Izak, namelijk gelijk Izak uit kracht der belofte, boven de kracht der natuur, van een vrije moeder geboren zijnde, erfgenaam is geweest van zijns vaders goed; alzo zullen ook allen, die door het ware geloof de beloften des Evangelies aannemen, als vrije kinderen Gods, de hemelse erfenis deelachtig worden.

29 Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest geboren was, alzo ook nu.12345

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽ButG0235CONJ
ὥσπερhōsperjust asG5618CONJ
τότεtoteat that timeG5119ADV
ὁhothe [one]G3588T-NSM
κατὰkataaccording toG2596PREP
σάρκαsarkafleshG4561N-ASF
γεννηθεὶςgennētheishaving been bornG1080V-APP-NSM
ἐδίωκενediōkenhe was persecutingG1377V-IAI-3S
τὸνtonthe [one born]G3588T-ASM
κατὰkataaccording toG2596PREP
πνεῦμαpneumaSpiritG4151GN-ASN
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
νῦν·nun[it is] now;G3568ADV
  1. toen, die Namelijk ten tijde van Abraham.
  2. naar het vlees Namelijk Ismael. Zie vs.23.
  3. vervolgde dengene, Namelijk met bittere bespotting. Zie Gen 21:9.
  4. naar den Geest Dat is, Izak, die geboren was uit kracht der belofte Gods, van zijne ouders aangenomen met waar geloof, hetwelk de Geest Gods in hen gewrocht heeft.
  5. alzo ook nu Namelijk worden de gelovigen, die hunne zaligheid alleen in Christus zoeken gelijk Izak, nog vervolgd van de Joodse synagoge, die door de wet wil zalig worden, waarvan Ismael een voorbeeld was. Daarmede vermaant hij de gelovigen tot lijdzaamheid en standvastigheid.

30 Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije.12

Original Greek

ἀλλὰallaButG0235CONJ
τίtiwhatG5101I-ASN
λέγειlegeisaysG3004GV-PAI-3S
ἡhētheG3588T-NSF
γραφή;graphēScripture?G1124N-NSF
ἔκβαλεekbaledo cast outG1544V-2AAM-2S
τὴνtēntheG3588T-ASF
παιδίσκηνpaidiskēnslave womanG3814N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
τὸνtontheG3588T-ASM
υἱὸνhuionsonG5207N-ASM
αὐτῆς,autēsof her,G0846P-GSF
οὐoucertainlyG3756PRT-N
γὰρgarforG1063CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
κληρονομήσειklēronomēseiwill inheritG2816V-FAI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
υἱὸςhuiossonG5207N-NSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
παιδίσκηςpaidiskēsslave womanG3814N-GSF
μετὰmetaalong withG3326PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
υἱοῦhuiousonG5207N-GSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἐλευθέρας.eleutherasfree.G1658A-GSF
  1. wat zegt de Schrift? Dat is, let toch wel op hetgeen de Heilige Schrift in deze historie nog verder zegt.
  2. Werp de dienstmaagd Door deze uitwerping van Hagar en Ismael uit het huis van Abraham wordt afgebeeld, dat alzo ook allen, die door het verbond der wet zoeken zalig te worden, uit het huis Gods zullen uitgeworpen worden, en de erfenis des eeuwigen levens niet verkrijgen. Maar dat die uit het geloof van Christus zijn, daarin blijven zullen en alleen zalig worden.

31 Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije.123

Original Greek

διό,dioSo then,G1352CONJ
ἀδελφοί,adelphoibrothers,G0080N-VPM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐσμὲνesmenwe areG1510V-PAI-1P
παιδίσκηςpaidiskēsof [the] slave womanG3814N-GSF
τέκναteknachildrenG5043N-NPN
ἀλλὰallabutG0235CONJ
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἐλευθέρας·eleutherasfree;G1658A-GSF
  1. wij zijn niet kinderen Namelijk die de zaligheid alleen in Christus en niet in de wet zoeken.
  2. der dienstmaagd, maar Namelijk van Agar, dat is, van het verbond der wet, waarvan Agar een voorbeeld was, die niet erven zullen, maar uitgeworpen worden.
  3. der vrije Namelijk Sara; dat is, van het genadeverbond des Evangelies, waarvan Sara een voorbeeld was, die de erfenis zullen verkrijgen.