reltext

Chapter 3

1 Hierom, heilige broeders, die der hemelse roeping deelachtig zijt, aanmerkt den Apostel en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus;123456

Original Greek

Ὅθεν,HothenTherefore,G3606CONJ
ἀδελφοὶadelphoibrothersG0080N-VPM
ἅγιοι,hagioiholy,G0040GA-VPM
κλήσεωςklēseōsof [the] callingG2821N-GSF
ἐπουρανίουepouraniouheavenlyG2032A-GSF
μέτοχοι,metochoipartakers,G3353N-VPM
κατανοήσατεkatanoēsatedo carefully considerG2657V-AAM-2P
τὸνtontheG3588T-ASM
ἀπόστολονapostolonapostleG0652N-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀρχιερέαarchiereahigh priestG0749N-ASM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ὁμολογίαςhomologiasconfessionG3671N-GSF
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ΧριστόνChristonChristG5547N-ASM-T
ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P
  1. heilige broeders, Namelijk dewijl wij verstaan hebben, dat Christus waarachtig God is, en ééne natuur met ons deelachtig is geworden, gelijk in Heb 12 is bewezen.
  2. der hemelse roeping Dat is, die uit den hemel is, Phi 3:14, en ons tot hemelse dingen vermaant, 2Th 2:14. En alzo onderscheidt hij de gelovige Joden van de ongelovigen en hardnekkigen.
  3. aanmerkt den Namelijk zo, dat gij Hem gehoorzaam blijft. Het Griekse woord betekent ene aanmerking met grote aandacht.
  4. Apostel Dat is, gezant des Vaders, om ons den raad Gods van onze zaligheid te openbaren. Zie Joh 20:21.
  5. Hogepriester Namelijk om ons met God te verzoenen; van welk ambt hij breder zal handelen in hfdst.5 en 6.
  6. onzer belijdenis, Christus Jezus; Dat is, der evangelische leer, waarvan wij belijdenis doen.

2 Die getrouw is Dengene, Die Hem gesteld heeft, gelijk ook Mozes in geheel zijn huis was.12

Original Greek

πιστὸνpistonfaithfulG4103A-ASM
ὄνταontabeingG1510V-PAP-ASM
τῷtōto the [One]G3588T-DSM
ποιήσαντιpoiēsantihaving appointedG4160IV-AAP-DSM
αὐτὸνautonHimG0846P-ASM
ὡςhōsasG5613PRT
καὶkaialsoG2532CONJ
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
ἐνeninG1722PREP
ὅλῳholōallG3650A-DSM
τῷtōtheG3588T-DSM
οἴκῳoikōhouseG3624HN-DSM
αὐτοῦ.autouof Him.G0846P-GSM
  1. Die Hem gesteld heeft, Grieks die hem gemaakt heeft; namelijk tot een apostel, profeet en hogepriester. Zie 1Sa 12:6; Act 2:36.
  2. zijn huis was Dat is, Zijne gemeente, die het huis Gods genoemd wordt, omdat Hij daarin door Zijn woord, genade en Geest woont. Zie Mat 18:20; 1Ti 3:15.

3 Want Deze is zoveel meerder heerlijkheid waardig geacht dan Mozes, als degene, die het huis gebouwd heeft, meerder eer heeft, dan het huis.123

Original Greek

πλείονοςpleionosOf greaterG4119A-GSF-C
γὰρgarforG1063CONJ
οὗτοςhoutosHeG3778D-NSM
δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF
παρὰparathanG3844PREP
ΜωϋσῆνMōusēnMosesG3475N-ASM-P
ἠξίωται,ēxiōtaihas been counted worthy,G0515V-RPI-3S
καθ᾽kath᾽byG2596PREP
ὅσονhosonso much asG3745K-ASN
πλείοναpleionagreaterG4119A-ASF-C
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
ἔχειecheihasG2192V-PAI-3S
τοῦtouthan theG3588T-GSM
οἴκουoikouhouse [itself]G3624GN-GSM
ὁhothe [one]G3588T-NSM
κατασκευάσαςkataskeuasashaving builtG2680V-AAP-NSM
αὐτόν·autonit;G0846P-ASM
  1. Deze is zoveel meerder Namelijk Christus, de apostel en hogepriester onzer belijdenis.
  2. gebouwd heeft, Of toegerust, toebereid.
  3. dan het huis Namelijk dat door Hem gebouwd is, namelijk Zijn gemeente, waarvan Mozes een lidmaat is.

4 Want een ieder huis wordt van iemand gebouwd; maar Die dit alles gebouwd heeft, is God.12

Original Greek

πᾶςpasEveryG3956A-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
οἶκοςoikoshouseG3624GN-NSM
κατασκευάζεταιkataskeuazetaiis builtG2680V-PPI-3S
ὑπόhupobyG5259GPREP
τινος,tinossomeone,G5100X-GSM
ὁhothe [One]G3588T-NSM
δὲdehoweverG1161CONJ
τὰta<the>G3588T-APN
πάνταpantaeverythingG3956A-APN
κατασκευάσαςkataskeuasashaving built [is]G2680V-AAP-NSM
θεός.theosGod.G2316N-NSM-T
  1. Die dit alles gebouwd heeft, Dat is, teweeggebracht heeft, wat tot den welstand Zijner gemeente behoort.
  2. is God Waaruit dan noodwendig volgt dat Christus ook deze ware God is, die dit alles heeft gebouwd, zoals hij in vs.3 getuigd had.

5 En Mozes is wel getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar, tot getuiging der dingen, die daarna gesproken zouden worden;1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P
μὲνmenindeedG3303PRT
πιστὸςpistos[was] faithfulG4103A-NSM
ἐνeninG1722PREP
ὅλῳholōallG3650A-DSM
τῷtōtheG3588T-DSM
οἴκῳoikōhouseG3624HN-DSM
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ὡςhōsasG5613PRT
θεράπωνtherapōna servantG2324N-NSM
εἰςeisuntoG1519PREP
μαρτύριονmarturiona testimonyG3142N-ASN
τῶνtōnof the [things]G3588T-GPN
λαληθησομένων,lalēthēsomenōnto be spoken,G2980V-FPP-GPN
  1. tot getuiging der dingen, Of tot getuigenis. Dit zegt de apostel van de voorzeggingen en ceremoniën des Ouden Testaments, die door Mozes en de profeten zijn voorgesteld, en daarna door Christus en de apostelen nader en breder zouden verklaard worden, gelijk Mozes zelf getuigt; Deu 18:15.

6 Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en den roem der hoop tot het einde toe vast behouden.1234

Original Greek

ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
δὲdehoweverG1161CONJ
ὡςhōsasG5613PRT
υἱὸςhuios[the] SonG5207N-NSM
ἐπὶepioverG1909PREP
τὸνtontheG3588T-ASM
οἶκονoikonhouseG3624HN-ASM
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
οὗhouwhoseG3739R-GSM
οἶκόςoikoshouseG3624HN-NSM
ἐσμενesmenareG1510V-PAI-1P
ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP
ἐάνπερeanperif indeedG1437COND + G4007
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
παρρησίανparrēsian[our] confidenceG3954N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
τὸtotheG3588T-ASN
καύχημαkauchēmaboastG2745N-ASN
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἐλπίδοςelpidosof [our] hopeG1680N-GSF
μέχριmechriuntilG3360PREP
τέλουςtelousendG5056N-GSN
βεβαίανbebaianunshakableG0949A-ASF
κατάσχωμεν.¶kataschōmenwe may hold.G2722V-2AAS-1P
  1. als de Zoon Dat is, als de eigen Zoon en erfgenaam, want anders was ook Mozes een zoon Gods door het geloof.
  2. huis wij zijn, Dat is, gemeente, of huisgenoten; gelijk vs.2.
  3. de vrijmoedigheid Dat is, het geloof of vertrouwen op Christus, waardoor wij een vrijmoedigen toegang hebben tot God, als tot onzen Vader. Zie hierna Heb 10:22, en Rom 8:15, enz.
  4. de roem der hoop Dat is, waardoor wij van Gods gunst en toekomende heerlijkheid durven roemen; Rom 5:2-3.

7 Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort,123

Original Greek

Διό,DioTherefore,G1352CONJ
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
λέγειlegeisaysG3004GV-PAI-3S
τὸtotheG3588T-NSN
πνεῦμαpneumaSpiritG4151GN-NSN
τὸto<the>G3588T-NSN
ἅγιον,hagionHoly:G0040GA-NSN
σήμερονsēmeronTodayG4594ADV
ἐὰνeanifG1437COND
τῆςtēstheG3588T-GSF
φωνῆςphōnēsvoiceG5456GN-GSF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἀκούσητε,akousēteyou shall hear,G0191V-AAS-2P
  1. de Heilige Geest zegt Namelijk door den mond van den profeet David, gelijk daarbij gevoegd wordt, Act 1:16. Zie ook 2Sa 23:2, en 2Pe 1:21.
  2. Zijn stem Namelijk Gods of des Messias' stem, waardoor God ook tot hen zou spreken; Heb 1:1.
  3. hoort, Of zult horen. Waarmede de profeet aanwijst, dat hij dit niet alleen verstaat van zijn stem, die toen sprak, maar nog van een andere stem, namelijk van den Messias, die daarna nog tot hen zou spreken.

8 Zo verhardt uw harten niet, gelijk het geschied is in de verbittering, ten dage der verzoeking, in de woestijn;123

Original Greek

μὴmēnotG3361PRT-N
σκληρύνητεsklērunēteshall hardenG4645V-AAS-2P
τὰςtastheG3588T-APF
καρδίαςkardiasheartsG2588N-APF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ὡςhōsasG5613PRT
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
παραπικρασμῷparapikrasmōrebellionG3894N-DSM
κατὰkatainG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἡμέρανhēmerandayG2250N-ASF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
πειρασμοῦpeirasmouof testingG3986HN-GSM
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐρήμῳ,erēmōwilderness,G2048A-DSF
  1. verhardt uw harten niet, De mensen worden gezegd hun harten te verharden, wanneer zij de stem des Heeren niet ter harte nemen, of tot hun harten laten ingaan, om die te geloven en te gehoorzamen. Zie Zec 7:11, enz.
  2. in de verbittering, Dat is, in den tijd der verbittering, toen de Israëlieten God door hun wederspannigheid vertoornden of verbitterden, hetwelk meermalen in de woestijn is geschied in den tijd van veertig jaren, maar inzonderheid Exo 17:7; Num 20:13.
  3. ten dage der verzoeking, Dat is, ten tijde der verzoeking, toen zij mij in de woestijn verzochten. En de apostel stelt hun dit voorbeeld voor, omdat zij altijd op hun voorouders roemden.

9 Alwaar Mij uw vaders verzocht hebben; zij hebben Mij beproefd, en hebben Mijn werken gezien, veertig jaren lang.12

Original Greek

οὗhouwhereG3757ADV
ἐπείρασανepeirasantriedG3985HV-AAI-3P
μεmemeG3165P-1AS
οἱhoitheG3588T-NPM
πατέρεςpateresfathersG3962N-NPM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ἐνenbyG1722PREP
δοκιμασίᾳdokimasiatestingG6020N-DSF
μεmemeG3165P-1AS
καὶkaiandG2532CONJ
εἶδονeidonsawG1492HV-2AAI-3P
τὰtatheG3588T-APN
ἔργαergaworksG2041N-APN
μουmouof MineG3165P-1GS
  1. verzocht hebben; De mens wordt gezegd God te verzoeken, wanneer hij Gods beloften of macht moedwillig in twijfel trekt, of de gewone middelen van Gods regering veracht, en buitengewone verzoekt, gelijk de Israëlieten hier deden, en de Farizeën Christus verzoeken; Mat 16:1.
  2. Mij beproefd, Sommigen nemen dit voor een verklaring van het voorgaande woord verzoeken, doch wordt door anderen wel zo geschikt in het goede genomen voor: genoegzame proeve of ervarenheid hebben van Gods macht en goeden wil in het verlossen van hen, en spijzigen van hen, al dien voorgaanden tijd, gelijk de volgende woorden dezen zin ook medebrengen.

10 Daarom was Ik vertoornd over dat geslacht, en sprak: Altijd dwalen zij met het hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend.123

Original Greek

διὸdio[10] ThereforeG1352CONJ
προσώχθισαprosōchthisaI was angryG4360V-AAI-1S
τῇtēawith theG3588T-DSF
γενεᾷgeneagenerationG1074N-DSF
ταύτῃtautēthatG3778D-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
εἶπον·eiponI said;G2036V-2AAI-1S
ἀεὶaeiAlwaysG0104ADV
πλανῶνταιplanōntaithey go astrayG4105V-PPI-3P
τῇtēain theG3588T-DSF
καρδίᾳ·kardiaheart;G2588N-DSF
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM
δὲdeandG1161CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἔγνωσανegnōsanhave they knownG1097V-2AAI-3P
τὰςtastheG3588T-APF
ὁδούςhodouswaysG3598N-APF
μου·mouof Mine;G3165P-1GS
  1. dwalen zij met het hart, Dat is, keren zich als dwalende mensen van mij af, en van de gehoorzaamheid, die zij mij schuldig zijn.
  2. Mijn wegen Dat is mijn geboden, die Ik hun gegeven heb, en mijn weldaden, die Ik hun gedaan heb.
  3. niet gekend Dat is, niet ter harte genomen; of, in hun kennis die niet gezocht te houden, om die behoorlijk te erkennen en waar te nemen.

11 Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn; Indiën zij in Mijn rust zullen ingaan!12

Original Greek

ὡςhōssoG5613PRT
ὤμοσαōmosaI sworeG3660V-AAI-1S
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ὀργῇorgēawrathG3709N-DSF
μου·mouof Mine;G3165P-1GS
εἰei[not]G1487HCOND
εἰσελεύσονταιeiseleusontaiwill they enterG1525V-FDI-3P
εἰςeisintoG1519PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
κατάπαυσίνkatapausinrestG2663N-ASF
μου.¶mouof Mine.G3165P-1GS
  1. Indien zij Eene wijze van eedzweren bij de Hebreën gebruikelijk. Zie Mar 8:12. Dat is, dat zij niet zullen ingaan.
  2. in Mijn rust zullen ingaan Zo wordt hier genoemd het land Kanaän, omdat het geweest is een einde van de dwalingen der Israëlieten in de woestijn, en wordt alhier meteen voorgesteld als een voorbeeld van de toekomende rust na dit leven, in het eeuwige leven, gelijk Paulus in Heb 4 nader zal verklaren.

12 Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos, ongelovig hart, om af te wijken van den levenden God;12

Original Greek

Βλέπετε,Blepetedo take heed,G0991V-PAM-2P
ἀδελφοί,adelphoibrothers,G0080N-VPM
μήποτεmēpoteotherwiseG3361PRT-N + G4218
ἔσταιestaithere will beG1510V-FDI-3S
ἔνeninG1722PREP
τινιtinianyG5100X-DSM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
καρδίαkardiaa heartG2588N-NSF
πονηρὰponēraevilG4190A-NSF
ἀπιστίαςapistiasof unbeliefG0570N-GSF
ἐνenintoG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSN
ἀποστῆναιapostēnaifalling awayG0868V-2AAN
ἀπὸapofromG0575PREP
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
ζῶντος·zōntos[the] living;G2198V-PAP-GSM
  1. broeders, Alzo noemt hij hier de Hebreën, die belijdenis van Christus deden, en vermaant hen nu elk in het bijzonder toe te zien, dat zij den meerderen hoop der hardnekkige Joden niet zouden volgen, gelijk vele van hun vaders in de woestijn gedaan hadden, en daarom uit de rust van het land Kanaän waren uitgesloten.
  2. een boos, Grieks een boos hart des ongeloofs; dat is, dat onder den schijn van een Christen te zijn, evenwel ongelovig is, en dies lichtelijk tot afwijking van zijn belijdenis te brengen. Zie Mat 13:20-21.

13 Maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde.12

Original Greek

ἀλλὰallaButG0235CONJ
παρακαλεῖτεparakaleitedo encourageG3870V-PAM-2P
ἑαυτοὺςhe'autouseach otherG1438F-2APM
καθ᾽kath᾽eachG2596PREP
ἑκάστηνhekastēneveryG1538A-ASF
ἡμέρανhēmerandayG2250N-ASF
ἄχριςachriswhileG0891PREP
οὗhouthisG3739R-GSM
τὸto<the>G3588T-NSN
σήμερονsēmerontodayG4594ADV
καλεῖταιkaleitaiit is calledG2564GV-PPI-3S
ἵναinaso thatG2443CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
σκληρυνθῇsklērunthēamay be hardenedG4645V-APS-3S
τιςtisoneG5100X-NSM
ἐξexofG1537PREP
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
ἀπάτῃapatēby [the] deceitfulnessG0539N-DSF
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἁμαρτίας·hamartiasof sin;G0266N-GSF
  1. elkander te allen dage, Namelijk tot standvastigheid en toenemen in het geloof. Het kan ook overgezet worden: vermaant uzelf; doch de volgende woorden, opdat niet iemand van u, schijnen de eerste overzetting te vereisen, gelijk dit Griekse woord heautous ook gebruikt wordt, Eph 4:32; Col 3:16; 1Th 5:13.
  2. zolang als het heden Dat is, zolang als de Heere u tijd en gelegenheid daartoe geeft, en u daartoe roept, welke roeping wij moeten waarnemen. Want anderszins zendt de Heere dikwijls door Zijn rechtvaardigheid een kracht der dwaling over de mensen, die het Evangelie niet gehoorzaam zijn, tot een straf voor hun ondankbaarheid. Zie 2Th 2:11-12.

14 Want wij zijn Christus deelachtig geworden, zo wij anders het beginsel van dezen vasten grond tot het einde toe vast behouden;12

Original Greek

μέτοχοιmetochoiPartakersG3353N-NPM
γὰρgarforG1063CONJ
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ΧριστοῦChristouof ChristG5547N-GSM-T
γεγόναμενgegonamenwe have becomeG1096V-2RAI-1P
ἐάνπερeanperif indeedG1437COND + G4007
τὴνtēnfrom theG3588T-ASF
ἀρχὴνarchēnbeginningG0746N-ASF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ὑποστάσεωςhupostaseōsassuranceG5287N-GSF
μέχριmechriuntoG3360PREP
τέλουςtelous[the] endG5056N-GSN
βεβαίανbebaianfirmG0949A-ASF
κατάσχωμεν·kataschōmenwe shall hold;G2722V-2AAS-1P
  1. Christus deelachtig geworden, Of Christus' medegenoten; namelijk in Zijne hemelse erve, Rom 8:17; 1Pe 1:3-4.
  2. dezen vasten grond Grieks hypostaseos; dat is, der zelfstandigheid; alzo noemt hij het geloof en vast vertrouwen op Christus, omdat het ons Gods beloften bevestigd en in ons doet bestaan. Dergelijke betekenis van dit woord, zie 2Co 9:4, en 2Co 11:17, en hierna Heb 11:1; hoewel hetzelfde woord hier voor, Heb 1:3, in ene andere betekenis wordt genomen.

15 Terwijl er gezegd wordt: Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering geschied is.1

Original Greek

ἐνenAsG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
λέγεσθαι·legesthaisaying:G3004GV-PPN
σήμερονsēmeronTodayG4594ADV
ἐὰνeanifG1437COND
τῆςtēstheG3588T-GSF
φωνῆςphōnēsvoiceG5456GN-GSF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἀκούσητε,akousēteyou shall hear,G0191V-AAS-2P
μὴmēnotG3361PRT-N
σκληρύνητεsklērunēteshall hardenG4645V-AAS-2P
τὰςtastheG3588T-APF
καρδίαςkardiasheartsG2588N-APF
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ὡςhōsasG5613PRT
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
παραπικρασμῷ.parapikrasmōrebellion.G3894N-DSM
  1. Terwijl er gezegd wordt Of zo lang; namelijk ook tot u door den geest van Christus en Zijner gezanten gezegd wordt, gelijk het eertijds gezegd is door Mozes tot uwe vaders.

16 Want sommigen, als zij die gehoord hadden, hebben Hem verbitterd, doch niet allen, die uit Egypte door Mozes uitgegaan zijn.1

Original Greek

τίνεςtinesWhoG5101I-NPM
γὰρgarforG1063CONJ
ἀκούσαντεςakousantes[were those] having heardG0191V-AAP-NPM
παρεπίκραναν;parepikrananrebelled?G3893V-AAI-3P
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
οὐousurelyG3756PRT-N
πάντεςpantesallG3956A-NPM
οἱhoithoseG3588T-NPM
ἐξελθόντεςexelthonteshaving comeG1831V-2AAP-NPM
ἐξexout ofG1537PREP
ΑἰγύπτουAiguptouEgyptG0125N-GSF-L
διὰdiathroughG1223PREP
Μωϋσέως;MōuseōsMoses?G3475N-GSM-P
  1. doch niet allen, Namelijk gelijk Jozua, Kaleb, vele Levieten en anderen; hetwelk de apostel daarbij voegt, om te tonen dat God altijd ook Zijn overblijfsel onder het volk heeft behouden, en derhalve onder hen ook behouden zal, niettegenstaande de verharding van velen.

17 Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, welker lichamen gevallen zijn in de woestijn?12

Original Greek

τίσινtisinWith whomG5101I-DPM
δὲdenowG1161CONJ
προσώχθισενprosōchthisenwas He indignantG4360V-AAI-3S
τεσσεράκονταtesserakontafortyG5062A-NUI
ἔτη;etēyears?G2094N-APN
οὐχὶouchiSurelyG3780PRT-N
τοῖςtoiswith thoseG3588T-DPM
ἁμαρτήσασινhamartēsasinhaving sinnedG0264V-AAP-DPM
ὧνhōnwhoseG3739R-GPM
τὰta<the>G3588T-NPN
κῶλαkōlabodiesG2966N-NPN
ἔπεσενepesenfellG4098V-2AAI-3S
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐρήμῳ;erēmōwilderness?G2048A-DSF
  1. die gezondigd hadden, Dat is, tegen God gemurmureerd hadden, en van Hem afvallig geworden waren.
  2. lichamen gevallen zijn Grieks leden. Niet dat allen die in de woestijn gestorven zijn noodzakelijk ook uit den hemel zijn gesloten; want ook Aäron en Mozes zijn daar gestorven; maar die zonder berouw en betering, nadat zij God verzocht hadden, daarin zijn gestorven, waarvan het uitsluiten uit het beloofde land maar een voorbeeld was.

18 En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren?

Original Greek

τίσινtisinTo whomG5101I-DPM
δὲdethenG1161CONJ
ὤμοσενōmosendid He swear thatG3660V-AAI-3S
μὴmēnotG3361PRT-N
εἰσελεύσεσθαιeiseleusesthaito enterG1525V-FDN
εἰςeisintoG1519PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
κατάπαυσινkatapausinrestG2663N-ASF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
εἰeionlyG1487HCOND
μὴmēexceptG3361PRT-N
τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM
ἀπειθήσασιν;apeithēsasinhaving disobeyed?G0544V-AAP-DPM

19 En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof.1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
βλέπομενblepomenwe seeG0991V-PAI-1P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἠδυνήθησανēdunēthēsanthey were ableG1410V-AOI-3P
εἰσελθεῖνeiseltheinto enter inG1525V-2AAN
δι᾽di᾽because ofG1223PREP
ἀπιστίαν.¶apistianunbelief.G0570N-ASF
  1. vanwege [hun] ongeloof Dat is, omdat zij niet betrouwden op Gods beloften, maar tegen Hem murmureerden zonder berouw.