reltext

Chapter 5

1 Want alle hogepriester, uit de mensen genomen, wordt gesteld voor de mensen in de zaken, die bij God te doen zijn, opdat hij offere gaven en slachtofferen voor de zonden;123

Original Greek

ΠᾶςPasEveryG3956A-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
ἀρχιερεὺςarchiereushigh priestG0749N-NSM
ἐξexfrom amongG1537PREP
ἀνθρώπωνanthrōpōnmenG0444N-GPM
λαμβανόμενοςlambanomenosbeing takenG2983V-PPP-NSM
ὑπὲρhuperon behalf ofG5228PREP
ἀνθρώπωνanthrōpōnmenG0444N-GPM
καθίσταταιkathistataiis appointedG2525V-PPI-3S
τὰta[in] the [things]G3588T-APN
πρὸςprosrelating toG4314PREP
τὸνton<the>G3588T-ASM
θεόν,theonGodG2316N-ASM-T
ἵναinathatG2443CONJ
προσφέρῃprospherēhe may offerG4374V-PAS-3S
δῶράdōragiftsG1435N-APN
τεtebothG5037CONJ
καὶkaiandG2532CONJ
θυσίαςthusiassacrificesG2378N-APF
ὑπὲρhuperforG5228PREP
ἁμαρτιῶν,hamartiōnsins,G0266N-GPF
  1. alle hogepriester, Namelijk gelijk die zijn geweest, die uit de nakomelingen van Aäron wettelijke priesters zijn geworden. Want Paulus heeft dezen brief geschreven terwijl de tempel nog stond, en ziet op de wijze van doen, die toen nog genoeg bekend was.
  2. voor de mensen Dat is, om der mensen wil, tot hun voordeel en dienst, om de mensen met God te verzoenen, of enige weldaden van God te verwerven.
  3. gaven en slachtofferen Door deze eerste soort worden verstaan de offeranden, die van de vruchten en andere dergelijke dingen werden geofferd; door de tweede, de offeranden van gedierten of beesten, die aan het altaar werden geslacht en alzo geofferd.

2 Die behoorlijk medelijden kan hebben met de onwetenden en dwalenden, overmits hij ook zelf met zwakheid omvangen is;123

Original Greek

μετριοπαθεῖνmetriopatheinto exercise forbearanceG3356V-PAN
δυνάμενοςdunamenosbeing ableG1410V-PNP-NSM
τοῖςtoiswith thoseG3588T-DPM
ἀγνοοῦσινagnoousinbeing ignorantG0050V-PAP-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
πλανωμένοις,planōmenoiswith those going astray,G4105V-PPP-DPM
ἐπεὶepeisinceG1893CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM
περίκειταιperikeitaiis encompassed byG4029V-PNI-3S
ἀσθένειαν·astheneianweakness;G0769GN-ASF
  1. behoorlijk medelijden Of, matiglijk; dat is, in behoorlijke mate. Het Griekse woord metriopathein betekent eigenlijk medelijden hebben met mate, of naarmate; dat is zo veel nodig is, om hem, die het van node heeft, te hulp te komen.
  2. de onwetenden Dat is, zondaren, ene Hebreeuwse wijze van spreken; en wordt door het eerste verstaan, de zonde die uit onwetendheid of zwakheid des verstands geschiedt; door de tweede de zonde waarin de mens valt, doordien hij zichzelf verleidt, of toegeeft, en niet zonder zijn wil tot de zonde voortgaat, hoewel er dwaling bij is, als het verstand door de begeerlijkheid verduisterd wordt, Jam 1:14-15. Tegen beide heeft God offeranden ter verzoening verordineerd. Zie Lev 4, Lev 5, Lev 6; maar voor de moedwillige zonde tegen den Heiligen Geest niet. Zie Heb 10:26-27.
  3. met zwakheid omvangen is; Dat is, met zonde, gelijk vs.3 aantoont; waarin Christus den anderen hogepriesters ongelijk is, dewijl Hij wel in alles gelijkelijk verzocht is, doch zonder zonde. Zie Heb 4:15, en Heb 7:26-27.

3 En om derzelver zwakheid wil moet hij gelijk voor het volk, alzo ook voor zichzelven, offeren voor de zonden.12

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
δι᾽di᾽because ofG1223PREP
αὐτὴνautēnthisG0846P-ASF
ὀφείλει,opheileihe is obligated,G3784V-PAI-3S
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
περὶperiforG4012PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
λαοῦlaoupeopleG2992N-GSM
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
περὶperiforG4012PREP
αὐτοῦautouhimselfG1438F-3GSM
προσφέρεινprosphereinto offer sacrificesG4374V-PAN
περὶperiforG4012PREP
ἁμαρτιῶν.hamartiōnsins.G0266N-GPF
  1. moet hij gelijk Grieks is hij schuldig.
  2. voor zichzelven, Zie hiervan Lev 4:3, en Lev 9:7, en Lev 16:6, wanneer hij eens in het jaar in het heilige der heiligen ging, en eerst voor zijn eigen zonden, en daarna voor de zonden des volks offerde, en wanneer hij zelf enige ergerlijke zonden begaan had.

4 En niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aäron.12

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
οὐχouchnotG3756PRT-N
ἑαυτῷhe'autōupon himselfG1438F-3DSM
τιςtisanyoneG5100X-NSM
λαμβάνειlambaneitakesG2983V-PAI-3S
τὴνtēntheG3588T-ASF
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
ἀλλὰallabut ratherG0235CONJ
ὁhothe [one]G3588T-NSM
καλούμενοςkaloumenosbeing calledG2564GV-PPP-NSM
ὑπὸhupobyG5259GPREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
καθώσπερkathōsperjust asG6045CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
Ἀαρών.AarōnAaron.G0002N-NSM-P
  1. zichzelven Namelijk zonder voorgaand beroep.
  2. die eer aan, Namelijk om hogepriester te worden. Hij spreekt van degenen die wettelijke priesters waren.

5 Alzo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.12

Original Greek

οὕτωςhoutōsSoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
οὐχouchnotG3756PRT-N
ἑαυτὸνhe'autonHimselfG1438F-3ASM
ἐδόξασενedoxasendid glorifyG1392V-AAI-3S
γενηθῆναιgenēthēnaito becomeG1096V-AON
ἀρχιερέαarchiereaa high priestG0749N-ASM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὁhothe [One]G3588T-NSM
λαλήσαςlalēsashaving saidG2980V-AAP-NSM
πρὸςprostoG4314PREP
αὐτόν·autonHim:G0846P-ASM
υἱόςhuiosSonG5207N-NSM
μουmouof MineG3165P-1GS
εἶeiareG1510V-PAI-2S
σύ,suYou yourself,G4771P-2NS
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
σήμερονsēmerontodayG4594ADV
γεγέννηκάgegennēkahave begottenG1080V-RAI-1S
σε.seYou.G4771P-2AS
  1. Die tot Hem gesproken heeft Dat is, God Zijn Vader, namelijk heeft Hem hiertoe verheerlijkt.
  2. Gij zijt Mijn Zoon, Sommigen menen, dat met deze woorden alleen beschreven wordt de persoon des Vaders, die den Zoon tot het priesterambt heeft verheerlijkt, en dat alleen in het volgende zesde vs. het bewijs daarvan zou volgen. Anderen verstaan, dat in dit vijfde vs. ook bewijsredenen zouden begrepen zijn, dat Hem de Vader tot enen hogepriester wettelijk gesteld heeft; eerstelijk in de woorden, die daar in den psalm volgen: begeer van mij, enz.; daar dit het eigen werk is van een priester voor het volk te bidden; als ook in het woord mijn Zoon, daar de eerstgeboren zonen, voor de instelling van het Levietische priesterdom, gewoon het Priesterdom na den dood der huisvaders in de familiën bedienden. Zie Gen 25:31, en voornamelijk in de woorden heden van mij geboren; waardoor hoewel inzonderheid verstaan wordt de eeuwige geboorte des Zoon van den Vader, Heb 1:5; zo worden die ook geschikt door Paulus toegepast op de openbaring daarvan, die in den tijd geschied is, voornamelijk door Zijn opstanding uit de doden, Act 13:33; hetwelk een klaar bewijs is, dat Hij van den Vader tot een Middelaar, en vervolgens ook tot een hogepriester wettig is gesteld geweest.

6 Gelijk Hij ook in een andere plaats zegt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.12

Original Greek

καθὼςkathōseven asG2531CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
ἑτέρῳheterōanother [place]G2087A-DSM
λέγει·legeiHe says:G3004GV-PAI-3S
σὺsuYou [are]G4771P-2NS
ἱερεὺςhi'ereusa priestG2409N-NSM
εἰςeistoG1519PREP
τὸνtontheG3588T-ASM
αἰῶναaiōnaageG0165HN-ASM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
τάξινtaxinorderG5010N-ASF
Μελχισέδεκ.Melchisedekof Melchizedek.G3198N-GSM-P
  1. in een andere [plaats] zegt Namelijk in den 110n Psa- , welke ook Christus zelf op den Messias duidde, Mat 22:44-45.
  2. naar de ordening van Melchizédek Dat is, naar de wijze en gelijkenis van Melchizedek, gelijk Heb 7:15, verklaard wordt.

7 Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze.1234

Original Greek

ὃςhos[He]G3739R-NSM
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
ἡμέραιςhēmeraisdaysG2250N-DPF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
σαρκὸςsarkosfleshG4561N-GSF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
δεήσειςdeēseisprayersG1162N-APF
τεtebothG5037CONJ
καὶkaiandG2532CONJ
ἱκετηρίαςhiketēriassupplicationsG2428N-APF
πρὸςprostoG4314PREP
τὸνtonthe [One]G3588T-ASM
δυνάμενονdunamenonbeing ableG1410V-PNP-ASM
σῴζεινsōzeinto saveG4982V-PAN
αὐτὸνautonHimG0846P-ASM
ἐκekfromG1537PREP
θανάτουthanatoudeathG2288N-GSM
μετὰmetawithG3326PREP
κραυγῆςkraugēscryingG2906N-GSF
ἰσχυρᾶςischurasloudG2478A-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
δακρύωνdakruōntearsG1144N-GPN
προσενέγκαςprosenegkashaving offered upG4374V-2AAP-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
εἰσακουσθεὶςeisakoustheishaving been heardG1522V-APP-NSM
ἀπὸapobecause ofG0575PREP
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
εὐλαβείας,eulabeiasreverence,G2124N-GSF
  1. in de dagen Zijns vleses, Dat is, wanneer Hij onze zwakke natuur aangenomen had, en daarin onder ons wandelde en leed. Want hoewel Hij onze natuur ook in den hemel draagt, zo heeft Hij nochtans de zwakheden daarvan afgelegd.
  2. met sterke roeping en tranen De apostel ziet hier wel op de gehele vernedering van Christus, maar voornamelijk op den angst en uiterste benauwdheid van Christus in den hof, als Hij bloedige druppelen heeft gezweet, en op Zijn sterk roepen aan het kruis, wanneer Hij riep: mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten.
  3. geofferd hebbende, Dat is, Zijn Vader voorgedragen, en Zijn leven voor ons in handen Zijns Vaders opgedragen hebbende.
  4. uit de vrees Grieks Eulabeias, welk woord dikwijls vrees betekent, gelijk te zien is Act 23:10, en is hetzelfde wat Markus, Mar 14:33, thambos en ademonian, dat is, verbaasdheid en groten angst noemt, welke in Christus menselijke natuur geweest is, uit het voorzien en voorgevoel van de helse benauwdheden, die Christus in Zijn ziel voor ons aan het kruis zou lijden, nochtans zonder zonde, daar Hij in het geloof altijd vast is gebleven, en zich in al dezen den wil Zijns Vaders volkomen heeft onderworpen. Uit welke vrees, of, verschrikking Hij hier wordt gezegd verhoord geweest te zijn, omdat Hij door Zijn gebed gesterkt en verzekerd was, dat Hij door de kracht Zijner goddelijke natuur alles zou overwinnen, en zo den duivel en den dood zelf onder Zijn voeten brengen. Anderen zetten het over: vanwege de godvruchtigheid; of, om Zijner godvruchtigheid wil, gelijk dit woord eulabeia ook betekent. Doch het Griekse woord apo, dat is, van of uit, kan deze verklaring niet wel lijden.

8 Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden.1

Original Greek

καίπερkaiperthoughG2539CONJ
ὢνōnbeingG1510V-PAP-NSM
υἱός,huiosa Son,G5207N-NSM
ἔμαθενemathenHe learnedG3129V-2AAI-3S
ἀφ᾽aph᾽fromG0575PREP
ὧνhōn[the] thingsG3739R-GPN
ἔπαθενepathenHe sufferedG3958V-2AAI-3S
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
ὑπακοήν,hupakoēnobedience,G5218N-ASF
  1. geleerd heeft Dat is, ervaren heeft, wat het is in zulke benauwdheden zichzelf den wil Zijns Vaders in alles gehoorzaam te onderwerpen.

9 En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden;12

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
τελειωθεὶςteleiōtheishaving been perfectedG5048V-APP-NSM
ἐγένετοegenetoHe becameG1096V-2ADI-3S
πᾶσινpasinto allG3956A-DPM
τοῖςtoisthoseG3588T-DPM
ὑπακούουσινhupakouousinobeyingG5219V-PAP-DPM
αὐτῷautōHimG0846P-DSM
αἴτιοςaitios[the] authorG0159A-NSM
σωτηρίαςsōtēriasof salvationG4991N-GSF
αἰωνίου,aiōnioueternal,G0166A-GSF
  1. geheiligd zijnde, Of, volmaakt geworden zijnde, namelijk in deze Zijn gehoorzaamheid. Of, opgeofferd zijnde, namelijk aan het kruis door den eeuwigen Geest, gelijk de apostel hierna spreekt hfdst. 9:14. Of volkomen ingewijd zijnde. Want al deze betekenissen heeft dit Griekse woord teleiotheis in zich.
  2. die Hem gehoorzaam zijn, Dat is, die in Hem geloven, en vervolgens ook dit geloof met de andere delen der gehoorzaamheid vergezelschappen, gelijk de schrift doorgaans ook het geloof de gehoorzaamheid noemt, als den grond van alle ware gehoorzaamheid. Zie Joh 3:36.

10 En is van God genaamd een Hogepriester, naar de ordening van Melchizedek.1

Original Greek

προσαγορευθεὶςprosagoreutheishaving been designatedG4316V-APP-NSM
ὑπὸhupobyG5259GPREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
ἀρχιερεὺςarchiereusa high priestG0749N-NSM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
τάξινtaxinorderG5010N-ASF
Μελχισέδεκ.Melchisedekof Melchizedek.G3198N-GSM-P
  1. van God genaamd een hogepriester, Of van God toegenaamd, dat is, van God gesteld of geordineerd. Want dien God den naam geeft, dien geeft Hij ook de zaak zelf.

11 Van Denwelken wij hebben vele dingen, en zwaar om te verklaren, te zeggen, dewijl gij traag om te horen geworden zijt.1234

Original Greek

περὶperiConcerningG4012PREP
οὗhouthisG3739R-GSM
πολὺςpolus[there is] muchG4183A-NSM
ἡμῖνhēminfrom usG3165P-1DP
ὁho<the>G3588T-NSM
λόγοςlogosspeechG3056N-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
δυσερμήνευτοςdusermēneutosdifficult in interpretationG1421A-NSM
λέγειν,legeinto speak,G3004GV-PAN
ἐπεὶepeisinceG1893CONJ
νωθροὶnōthroisluggishG3576A-NPM
γεγόνατεgegonateyou have becomeG1096V-2RAI-2P
ταῖςtaisin theG3588T-DPF
ἀκοαῖς.akoaishearings.G0189N-DPF
  1. Van Denwelken wij hebben Namelijk Melchizedek. Of van welke, namelijk zaak.
  2. dingen, Grieks reden.
  3. dewijl gij In deze woorden geeft de apostel reden van hetgeen hij gezegd had, dat de zaken, die hij voor had te schrijven, zwaar waren om te verklaren, namelijk niet zozeer ten aanzien van de zaak zelf, als ten aanzien van hunne traagheid, waarom hij hen hiermede tot opmerkzaamheid aanmaant.
  4. traag om te horen Of, traag in het gehoor, of van gehoor.

12 Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd, hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben, en niet vaste spijze.1234

Original Greek

καὶkaiEvenG2532CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
ὀφείλοντεςopheilontesyou oughtG3784V-PAP-NPM
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
διδάσκαλοιdidaskaloiteachersG1320N-NPM
διὰdiabyG1223PREP
τὸνtontheG3588T-ASM
χρόνον,chronontime,G5550N-ASM
πάλινpalinagainG3825ADV
χρείανchreianneed ofG5532N-ASF
ἔχετεecheteyou haveG2192V-PAI-2P
τοῦtou[one]G3588T-GSN
διδάσκεινdidaskeinto teachG1321V-PAN
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
τινὰtinawhat [is]G5100X-ASM
τὰtatheG3588T-APN
στοιχεῖαstoicheiaprinciplesG4747N-APN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἀρχῆςarchēsbeginningG0746N-GSF
τῶνtōnof theG3588T-GPN
λογίωνlogiōnoraclesG3051N-GPN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
γεγόνατεgegonateyou have becomeG1096V-2RAI-2P
χρείανchreianneedG5532N-ASF
ἔχοντεςechontes[those] havingG2192V-PAP-NPM
γάλακτοςgalaktosof milkG1051N-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
οὐounotG3756PRT-N
στερεᾶςstereasof solidG4731A-GSF
τροφῆς.trophēsfood.G5160N-GSF
  1. vanwege den tijd, Of ten aanzien van den tijd, namelijk dat gij in de leer van Christus geoefend zijt.
  2. de eerste beginselen zijn Grieks de elementen, of A B C des beginsels, dat is, de eerste gronden en fondamenten der christelijke leer, welke hij in Heb 6 zal verhalen. Anders worden ook de ceremoniën des Ouden Testaments, waar de Hebreën licht toe vervielen, en altijd in bleven hangen, de eerste beginselen der wereld en zwakke elementen genoemd, Gal 4:9; Col 2:8; omdat God daardoor dezelve als een A B C tot de geestelijke leer der zaligheid had geleid, waarvan de Hebreën nu tot de zaak, daardoor betekend, moesten voortgaan, en daarin meer en meer toenemen.
  3. melk van node hebben, Dezelfde gelijkenis gebruikt de apostel ook 1Co 3:2, om hun hunne traagheid en onwetendheid te doen verstaan in de zaken der verborgenheden van het Evangelie, gelijk de volgende verzen verklaren.
  4. spijze Grieks voedsel.

13 Want een iegelijk, die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind.12

Original Greek

πᾶςpasEveryoneG3956A-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
ὁhowhoG3588T-NSM
μετέχωνmetechōnis partaking [only]G3348V-PAP-NSM
γάλακτοςgalaktosof milkG1051N-GSN
ἄπειροςapeiros[is] inexperiencedG0552A-NSM
λόγουlogouin [the] wordG3056N-GSM
δικαιοσύνης·dikaiosunēsof righteousness;G1343N-GSF
νήπιοςnēpiosan infantG3516A-NSM
γάρgarforG1063CONJ
ἐστιν·estinhe is;G1510V-PAI-3S
  1. onervaren Dat is, niet genoeg onderwezen in de leer des Evangelies, waarin de ware gerechtigheid, die in Gods oordeel bestaat en van ons geëist wordt, is geopenbaard.
  2. hij is een kind Dat is, als een kind, namelijk in wetenschap. Zie 1Co 14:20; Eph 4:14.

14 Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.1234

Original Greek

τελείωνteleiōn[for the] matureG5046A-GPM
δέdehoweverG1161CONJ
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἡhētheG3588T-NSF
στερεὰstereasolidG4731A-NSF
τροφὴtrophēfoodG5160N-NSF
τῶνtōnfor thoseG3588T-GPM
διὰdiathroughG1223PREP
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
ἕξινhexinconstant useG1838N-ASF
τὰtatheG3588T-APN
αἰσθητήριαaisthētēriasensesG0145N-APN
γεγυμνασμέναgegumnasmenatrainedG1128V-RPP-APN
ἐχόντωνechontōnwho are havingG2192V-PAP-GPM
πρὸςpros[ability] toG4314PREP
διάκρισινdiakrisindistinguishG1253N-ASF
καλοῦkalougoodG2570GA-GSN
τεtebothG5037CONJ
καὶkaiandG2532CONJ
κακοῦ.¶kakouevil.G2556GA-GSN
  1. der volmaakten is Dat is, der volwassenen, gelijk 1Co 2:6, en 1Co 14:20; Eph 4:13.
  2. de vaste spijze, Dat is, ook de naakte en diepste verborgenheden en leerstukken van Gods Woord; gesteld eensdeels tegen de eerste beginselen der leer, eensdeels tegen de ceremoniën, waartoe de Joden, als kinderen, altijd vervielen.
  3. door de gewoonheid Dat is, door bekwaamheid, die een mens verkrijgt door vele oefeningen in enige kunst, of andere zaak.
  4. de zinnen geoefend hebben, Of, geoefende zinnen hebben. Het Griekse woord betekent de werktuigen, waardoor de zinnen hunne werkingen doen en geoefend worden, als ogen, oren, tongen, enz., waardoor de inwendige instrumenten der ziel hier verstaan worden, als rede, verstand, wil, enz., welke door de kracht des Geestes verlicht en vernieuwd zijnde, ook de oefening van Gods Woord dagelijks meer en meer moeten gesterkt worden, om het kwade en het valse te kunnen verwerpen, en het goede en de waarheid te kunnen aannemen.