reltext

Chapter 5

1 En ik zag in de rechter hand Desgenen, Die op den troon zat, een boek, geschreven van binnen en van buiten, verzegeld met zeven zegelen.123

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
εἶδονeidonI sawG1492HV-2AAI-1S
ἐπὶepionG1909PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
δεξιὰνdexianright handG1188A-ASF
τοῦtouof the [One]G3588T-GSM
καθημένουkathēmenousittingG2521V-PNP-GSM
ἐπὶepiuponG1909PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
βιβλίονbibliona scrollG0975N-ASN
γεγραμμένονgegrammenonwrittenG1125V-RPP-ASN
ἔσωθενesōtheninsideG2081ADV
καὶkaiandG2532CONJ
ὄπισθεν,opisthenon [the] back,G3693PREP
κατεσφραγισμένονkatesphragismenonsealedG2696V-RPP-ASN
σφραγῖσινsphragisinwith sealsG4973N-DPF
ἑπτά.¶heptaseven.G2033A-NUI
  1. in de rechter- hand Desgenen, Het Griekse woord epi wordt ook overgezet aan de rechterhand; doch uit het vs.7 blijkt dat deze overzetting beter is.
  2. van binnen en van buiten, Of van binnen en van achteren. Hieruit blijkt dat dit boek een rol is geweest aan weerszijden beschreven, gelijk de ouden veel plachten te gebruiken. Zie een voorbeeld Psa 40:8; Zec 5:1.
  3. verzegeld met zeven zegelen Sommigen verstaan dit van het boek des Ouden en Nieuwen Testaments; doch daar hier gesproken wordt van een openbaring der toekomende dingen, die God Jezus Christus gegeven heeft, om daarna Johannes te melden, welke in dit hoofdstuk wordt vertoond, zo wordt het beter verstaan van het boek der regering Gods over Zijn gemeente en van Zijn oordelen tegen haar vijanden, gelijk ook het opendoen der zeven zegelen het een na het ander, waarop deze openbaring volgt, het genoeg te kennen geeft.

2 En ik zag een sterken engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegelen open te breken?12

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
εἶδονeidonI sawG1492HV-2AAI-1S
ἄγγελονangelonan angelG0032GN-ASM
ἰσχυρὸνischuronstrongG2478A-ASM
κηρύσσονταkērussontaproclaimingG2784V-PAP-ASM
ἐνeninG1722PREP
φωνῇphōnēaa voiceG5456GN-DSF
μεγάλῃ·megalēloud;G3173A-DSF
τίςtisWhoG5101I-NSM
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἄξιοςaxiosworthyG0514A-NSM
ἀνοῖξαιanoixaito openG0455V-AAN
τὸtotheG3588T-ASN
βιβλίονbiblionscrollG0975N-ASN
καὶkaiandG2532CONJ
λῦσαιlusaito breakG3089V-AAN
τὰςtastheG3588T-APF
σφραγῖδαςsphragidassealsG4973N-APF
αὐτοῦ;autouof it?G0846P-GSN
  1. een sterken engel, Namelijk om door sterk roepen van een ieder door de gehele wereld gehoord te worden. En deze titel wordt allen engelen Gods gegeven; Psa 103:20.
  2. Wie is waardig Dat is, met aanzien en macht daartoe gerechtigd en bekwaam.

3 En niemand in den hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde, kon het boek openen, noch hetzelve in zien.1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM
ἐδύνατοedunatowas ableG1410V-INI-3S
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
οὐρανῷouranōheavenG3772N-DSM
ἄνωanōaboveG0507ADV
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
ἐπὶepiuponG1909PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆςgēsearthG1093GN-GSF
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
ὑποκάτωhupokatōunderG5270PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆςgēsearthG1093GN-GSF
ἀνοῖξαιanoixaito openG0455V-AAN
τὸtotheG3588T-ASN
βιβλίονbiblionscrollG0975N-ASN
οὔτεoutenorG3777CONJ-N
βλέπεινblepeinto seeG0991V-PAN
αὐτό.autoit.G0846P-ASN
  1. in zien Namelijk om hetgeen daarin begrepen is Johannes, en door hem de gehele gemeente, tot haar troost en waarschuwing bericht te doen, volgens de belofte tevoren gedaan; Rev 1:1.

4 En ik weende zeer, dat niemand waardig gevonden was, om dat boek te openen, en te lezen, noch hetzelve in te zien.1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
ἔκλαιονeklaionI was weepingG2799V-IAI-1S
πολὺpolumuchG4183A-ASN
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM
ἄξιοςaxiosworthyG0514A-NSM
εὑρέθηheurethēwas foundG2147V-API-3S
ἀνοῖξαιanoixaito openG0455V-AAN
καὶkaiandG2532CONJ
ἀναγνῶναιanagnōnaito readG0314V-2AAN
τὸtotheG3588T-ASN
βιβλίονbiblionscrollG0975N-ASN
οὔτεoutenorG3777CONJ-N
βλέπεινblepeinto seeG0991V-PAN
αὐτό.autoit.G0846P-ASN
  1. ik weende zeer, Namelijk omdat hij vreesde, dat hierdoor de belofte, aan hem tevoren geschied, zo haast geen voortgang mocht hebben; waar hij nochtans zeer naar verlangde.

5 En een van de ouderlingen zeide tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken.123

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
εἷςheisoneG1520A-NSM
ἐκekofG1537PREP
τῶνtōntheG3588T-GPM
πρεσβυτέρωνpresbuterōneldersG4245GN-GPM
λέγειlegeisaysG3004GV-PAI-3S
μοι·moito me;G3165P-1DS
μὴmēNotG3361PRT-N
κλαῖε.klaiedo weep.G2799V-PAM-2S
ἰδοὺidouBeholdG2400INJ
ἐνίκησενenikēsenhas overcomeG3528V-AAI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
λέωνleōnLionG3023N-NSM
ὁhowhoG3588T-NSM
ὢνōnis beingG1510V-PAP-NSM
ἐκekofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
φυλῆςphulēstribeG5443N-GSF
Ἰούδα,Ioudaof Judah,G2455NN-GSM-P
ἡhētheG3588T-NSF
ῥίζαrhizarootG4491N-NSF
Δαυίδ,Dauidof David,G1138N-GSM-P
ὁhoThe [one]G3588T-NSM
ἀνοῖξαιanoixaito openG0455V-AAN
τὸtotheG3588T-ASN
βιβλίονbiblionscrollG0975N-ASN
καὶkaiandG2532CONJ
λῦσαιlusaito untieG3089V-AAN
τὰςtastheG3588T-APF
ἑπτὰheptasevenG2033A-NUI
σφραγῖδαςsphragidassealsG4973N-APF
αὐτοῦ.autouof it.G0846P-GSN
  1. een van de ouderlingen Namelijk die hem de naaste was.
  2. de Leeuw, Die uit den Zo wordt Christus genoemd uit de zegening van Juda in het testament van Jakob, Gen 49:9, en dat vanwege zijn koninklijke en overwinnende kracht over den duivel, wereld, zonde en dood.
  3. de Wortel Davids, Gelijk ook hierna Rev 22:16; en Christus wordt zo genoemd omdat Hij uit den zade Davids, als een wortel die uitspruit, voortgekomen is, en onder dezen naam ook beloofd wordt; Isa 53:2.

6 En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen.12345

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
εἶδονeidonI sawG1492HV-2AAI-1S
καὶkaiandG2532CONJ
ἰδού,idoubeholdG2400INJ
ἐνeninG1722PREP
μέσῳmesō[the] midstG3319A-DSN
τοῦtouof theG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
τῶνtōnof theG3588T-GPN
τεσσάρωνtessarōnfourG5064A-GPN
ζῴωνzōōnliving creaturesG2226N-GPN
καὶkaiandG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
μέσῳmesō[the] midstG3319A-DSN
τῶνtōnof theG3588T-GPM
πρεσβυτέρωνpresbuterōneldersG4245GN-GPM
ἀρνίονarniona LambG0721N-NSN
ἑστηκὸςhestēkosstandingG2476V-RAP-NSN
ὡςhōsasG5613PRT
ἐσφαγμένονesphagmenonslainG4969V-RPP-NSN
ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM
κέραταkeratahornsG2768N-APN
ἑπτὰheptasevenG2033A-NUI
καὶkaiandG2532CONJ
ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM
ἑπτὰheptasevenG2033A-NUI
οἵoiwhichG3739R-NPM
εἰσινeisinareG1510V-PAI-3P
τὰtatheG3588T-NPN
ἑπτὰheptasevenG2033A-NUI
πνεύματαpneumataSpiritsG4151GN-NPN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
τὰtawhichG3588T-NPN
ἀπεσταλμένοιapestalmenoisent outG0649V-RPP-NPM
εἰςeisintoG1519PREP
πᾶσανpasanallG3956A-ASF
τὴνtēntheG3588T-ASF
γῆν.gēnearth.G1093GN-ASF
  1. een Lam, staande Zo wordt Christus hier afgebeeld omdat het paaslam en andere lammeren, die voor de zonde dagelijks geofferd werden, Exo 29:38, schaduwen van Christus waren, gelijk Hij ook zo genoemd wordt Isa 53:7. Zie ook Joh 1:29.
  2. als geslacht, hebbende Of geslacht geweest zijnde. Het woord als nemen sommigen voor de waarheid der zaak, gelijk het Joh 1:14 en elders meer genomen wordt. Anderen nemen het alleen voor een gelijkenis, namelijk omdat Christus nu verheerlijkt op den troon Zijns Vaders, de littekenen van Zijn wonden en andere smarten, die Hij tevoren voor ons gedragen had, in dit gezicht nog droeg, gelijk Luk 24:40, en Joh 20:27, ook deed.
  3. zeven hoornen, en zeven ogen; Hierdoor wordt de Heilige Geest afgebeeld, dien Christus zonder mate heeft ontvangen, Joh 3:34, waardoor Hij ook Zijn macht en Zijn voorzienigheid in het regeren Zijner gemeente uitvoert.
  4. zeven geesten Gods, Dat is, de volheid van den Heiligen Geest. De reden van deze wijze van spreken, zie Rev 1:4.
  5. die uitgezonden zijn in alle landen Grieks uitgezonden in al het land, of de aarde. Deze woorden zijn genomen uit Zec 3:9; waar zeven ogen worden gegraveerd op den steen, waar God Zijn tempel onder Jozua op bouwt die Rev 4:10 verklaard worden te zijn de ogen Gods die het aardrijk doorgaan; dat is, Zijn voorzienigheid en Geest, waardoor Hij de wereld en en inzonderheid Zijn gemeente regeert.

7 En Het kwam, en heeft het boek genomen uit de rechter hand Desgenen, Die op den troon zat.1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἦλθενēlthenHe cameG2064V-2AAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
εἴληφενeilēphenHe has takenG2983V-2RAI-3S
τὸto<the>G3588T-ASN
βιβλίονbiblionscrollG0975N-ASN
ἐκekout ofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
δεξιᾶςdexiasright handG1188A-GSF
τοῦtouof the [One]G3588T-GSM
καθημένουkathēmenousittingG2521V-PNP-GSM
ἐπὶepionG1909PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
θρόνου.thronouthrone.G2362N-GSM
  1. Het kwam, en heeft Namelijk als een middelaar tussen God en de mensen.

8 En als Het dat boek genomen had, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neder, hebbende elk citeren en gouden fiolen, zijnde vol reukwerks, welke zijn de gebeden der heiligen.1234

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ὅτεhotewhenG3753CONJ
ἔλαβενelabenHe had takenG2983V-2AAI-3S
τὸtotheG3588T-ASN
βιβλίον,biblionscroll,G0975N-ASN
τὰtatheG3588T-NPN
τέσσαραtessarafourG5064A-NPN
ζῷαzōaliving creaturesG2226N-NPN
καὶkaiandG2532CONJ
οἱhoitheG3588T-NPM
εἴκοσιeikositwentyG1501A-NUI
τέσσαρεςtessaresfourG5064A-NPM
πρεσβύτεροιpresbuteroieldersG4245GN-NPM
ἔπεσανepesanfell downG4098V-2AAI-3P
ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP
τοῦtoutheG3588T-GSN
ἀρνίουarniouLambG0721N-GSN
ἔχοντεςechonteshavingG2192V-PAP-NPM
ἕκαστοςhekastoseachG1538A-NSM
κιθάρανkitharana harpG2788N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
φιάλαςphialasbowlsG5357N-APF
χρυσᾶςchrusasgoldenG5552A-APF
γεμούσαςgemousasbeing fullG1073V-PAP-APF
θυμιαμάτωνthumiamatōnof incensesG2368N-GPN
αἵaiwhichG3739R-NPF
εἰσινeisinareG1510V-PAI-3P
αἱhaitheG3588T-NPF
προσευχαὶproseuchaiprayersG4335N-NPF
τῶνtōnof theG3588T-GPM
ἁγίων.hagiōnsaints.G0040HA-GPM
  1. genomen had, Namelijk om de zegelen daarvan te openen en hetgeen daarin begrepen was te openbaren, gelijk Rev 6:1, en vervolgens tot het einde van deze openbaring.
  2. vielen de vier dieren en de vier en twintig Gelijk zij hiervoor, Rev 4:10, voor degene die op den troon zat hadden gedaan, waarmee zij bewijzen, dat zij Hem ook erkennen voor den enigen en waarachtigen God, van één wezen en heerlijkheid met den Vader, gelijk de engelen en alle andere schepselen, in het volgende Hem ook dezelfde eer geven, die zij Gode den Vader geven.
  3. citeren en gouden fiolen, Namelijk gelijk de priesters en levieten in den tempel plachten te gebruiken. Van de citers, als instrumenten van muziek, waarmee zij hun harten verhieven en God loofden, is alom te lezen in de psalmen van David. Van de fiolen, schalen of kruiken van reukwerk, zie 2Ch 4:22; Zec 14:20; door welk reukwerk, de gebeden, die tot God opklommen en Hem in Christus aangenaam waren, werden betekend, gelijk te zien is Psa 141:2.
  4. welke zijn de gebeden der heiligen Dat is, welke betekenen de gebeden der heiligen; en wordt hier gezien op de wijze van doen in het Oude Testament. Want gelijk de priesters dagelijks en de hogepriester eens in het jaar het reukwerk, gevoegd met het bloed der offeranden, Lev 16:13; Heb 9:4, enz., voor God offerden, om te kennen te geven, dat zij als voorgangers der gemeente, en te zamen met de gemeente van het Oude Testament, hun gebeden en dankzeggingen tot God brachten, zo wordt ook hier afgebeeld, dat de voorgangers der gemeente, zo van het Oude als van het Nieuwe Testament, in de triomferende Kerk in den hemel ook gezamenlijk hun gebeden en dankzeggingen in Christus voor Gods troon brengen, gelijk met deze vier dieren en vier en twintig ouderlingen ook alle andere heiligen in den hemel hier verstaan worden, naar den inhoud van den lofzang, die in vs.9 wordt uitgedrukt en nader verklaard Rev 6:10, en Rev 7:9-10, Rev 7:15, en Rev 8:3.

9 En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie;12

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ᾄδουσινadousinthey are singingG0103V-PAI-3P
ᾠδὴνōdēna songG5603N-ASF
καινὴνkainēnnewG2537A-ASF
λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM
ἄξιοςaxiosWorthyG0514A-NSM
εἶeiare YouG1510V-PAI-2S
λαβεῖνlabeinto takeG2983V-2AAN
τὸtotheG3588T-ASN
βιβλίονbiblionscrollG0975N-ASN
καὶkaiandG2532CONJ
ἀνοῖξαιanoixaito openG0455V-AAN
τὰςtastheG3588T-APF
σφραγῖδαςsphragidassealsG4973N-APF
αὐτοῦ,autouof it,G0846P-GSN
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
ἐσφάγηςesphagēsYou were slainG4969V-2API-2S
καὶkaiandG2532CONJ
ἠγόρασαςēgorasasYou purchasedG0059V-AAI-2S
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T
ἡμᾶςhēmasof usG3165P-1AP
ἐνenbyG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
αἵματίaimatibloodG0129GN-DSN
σουsouof YouG4771P-2GS
ἐκekout ofG1537PREP
πάσηςpasēseveryG3956A-GSF
φυλῆςphulēstribeG5443N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
γλώσσηςglōssēstongueG1100N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
λαοῦlaoupeopleG2992N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἔθνουςethnousnationG1484N-GSN
  1. nieuw lied, zeggende Dat is, van een nieuw maaksel en van een nieuwen inhoud, gelijk Psa 33:3; Isa 42:10.
  2. met Uw bloed, Grieks in uw bloed; dat is, door of met.

10 En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesteren; en wij zullen als koningen heersen op de aarde.12

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
ἐποίησαςepoiēsasYou have madeG4160GV-AAI-2S
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
τῷtōto theG3588T-DSM
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
βασιλείανbasileiana kingdomG0932N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
ἱερεῖς,hi'ereispriests,G2409N-APM
καὶkaiandG2532CONJ
βασιλεύσουσινbasileusousinthey will reignG0936V-FAI-3P
ἐπὶepiuponG1909PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆς.¶gēsearth.G1093GN-GSF
  1. tot koningen en priesteren; Zie hiervoren Rev 1:6.
  2. heersen op de aarde Sommigen verstaan dit van de heerschappij der heiligen op de aarde ten tijde vn de duizend jaren, waarvan gesproken zal worden Rev 20. Zie daar de wederlegging van dit gevoelen. Anderen verstaan dit van een heerschappij, die de heiligen in den hemel nu reeds over de mensen, die op de aarde zijn, voeren. Doch dit strijdt tegen andere plaatsen der Schrift, 2Ki 22:2. Zie Job 14:21; Isa 63:16. En hier wordt uitdrukkelijk gesproken, niet van een tegenwoordige, maar van een toekomende heerschappij, die namelijk dan wezen zal wanneer zij met Christus in Zijn laatste komst zullen zitten op tronen, en de wereld, ook de engelen zelf oordelen, Mat 19:28; Luk 22:30; 1Co 6:3, en wanneer de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal zijn, in welke de rechtvaardigheid zal wonen; 2Pe 3:13. Zie ook Mat 5:5.

11 En ik zag, en ik hoorde een stem veler engelen rondom den troon, en de dieren, en de ouderlingen; en hun getal was tien duizendmaal tien duizenden, en duizendmaal duizenden;1

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
εἶδονeidonI lookedG1492HV-2AAI-1S
καὶkaiandG2532CONJ
ἤκουσαēkousaI heardG0191V-AAI-1S
ὡςhōslikeG5613PRT
φωνὴνphōnēn[the] voiceG5456GN-ASF
ἀγγέλωνangelōnof angelsG0032GN-GPM
πολλῶνpollōnmanyG4183A-GPM
κύκλῳkuklōsurroundingG2945ADV
τοῦtoutheG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
τῶνtōnof theG3588T-GPN
ζῴωνzōōnliving creaturesG2226N-GPN
καὶkaiandG2532CONJ
τῶνtōnof theG3588T-GPM
πρεσβυτέρων.presbuterōnelders.G4245GN-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἦνēnwasG1510V-IAI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
ἀριθμὸςarithmosnumberG0706N-NSM
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
μυριάδεςmuriadesmyriadsG3461N-NPF
μυριάδωνmuriadōnof myriadsG3461N-GPF
καὶkaiandG2532CONJ
χιλιάδεςchiliadesthousandsG5505N-NPF
χιλιάδωνchiliadōnof thousandsG5505N-GPF
  1. tien duizendmaal tien duizenden, Dit is genomen uit Dan 7:10 waardoor de heerlijkheid en macht van God en Christus wordt afgebeeld, die talloze dienaren rondom zich heeft.

12 Zeggende met een grote stem: Het Lam, Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.123

Original Greek

λέγοντεςlegontessayingG3004GV-PAP-NPM
φωνῇphōnēain a voiceG5456GN-DSF
μεγάλῃ·megalēloud:G3173A-DSF
ἄξιόνaxionWorthyG0514A-NSN
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
τὸtotheG3588T-NSN
ἀρνίονarnionLambG0721N-NSN
τὸtowhichG3588T-NSN
ἐσφαγμένονesphagmenonslainG4969V-RPP-NSN
λαβεῖνlabeinto receiveG2983V-2AAN
τὴνtēntheG3588T-ASF
δύναμινdunaminpowerG1411N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
τὸνton<the>G3588T-ASM
πλοῦτονploutonrichesG4149N-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
σοφίανsophianwisdomG4678N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
ἰσχὺνischunstrengthG2479N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
δόξανdoxangloryG1391N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
εὐλογίαν.eulogianblessing!G2129N-ASF
  1. te ontvangen de kracht, Niet dat hij ze nog niet had; want hij was verheven boven alle namen die genoemd worden in hemel en op aarde, Phi 2:9; maar dit moet verstaan worden van de erkentenis van al deze eigenschappen onder alle schepselen, gelijk hierna wordt uitgedrukt.
  2. rijkdom, en wijsheid, en sterkte, Want in Hem zijn al de schatten der wijsheid en kennis verborgen; Col 2:3.
  3. dankzegging Grieks zegening; gelijk ook in vs.13.

13 En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.12

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
πᾶνpaneveryG3956A-ASN
κτίσμαktismacreatureG2938N-ASN
ὃhowhichG3739R-NSN
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
οὐρανῷouranōheavenG3772N-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐπὶepiuponG1909PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆςgēsearthG1093GN-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
ὑποκάτωhupokatōunderG5270PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆςgēsearthG1093GN-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἐπὶepionG1909PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
θαλάσσηςthalassēsseaG2281N-GSF
ἅhathatG3739R-APN
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
τὰta<the>G3588T-APN
ἐνeninG1722PREP
αὐτοῖςautoisthemG0846P-DPM
πάνταpantaeverythingG3956A-APN
ἤκουσαēkousaI heardG0191V-AAI-1S
λέγοντας·legontassaying:G3004GV-PAP-APM
τῷtōTo the [One]G3588T-DSM
καθημένῳkathēmenōsittingG2521V-PNP-DSM
ἐπὶepionG1909PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
θρόνῳthronōthroneG2362N-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
τῷtōto theG3588T-DSN
ἀρνίῳarniōLambG0721N-DSN
ἡhē<the>G3588T-NSF
εὐλογίαeulogiablessingG2129N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
τιμὴtimēhonorG5092N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
δόξαdoxagloryG1391N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
τὸto<the>G3588T-NSN
κράτοςkratosmightG2904N-NSN
εἰςeistoG1519PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
αἰῶναςaiōnasagesG0165HN-APM
τῶνtōnof theG3588T-GPM
αἰώνωνaiōnōnagesG0165HN-GPM
ἀμήν.amēnAmen.G0281INJ-HEB
  1. onder de aarde, en Dit wordt gezegd, gelijk hierna in de zee, van alle schepselen, levende en levenloze, omdat zij allen stof en oorzaak geven, dat men Christus lof en ere geven, gelijk Psa 148:1, enz. Anderen verstaan door degenen, die te zijner tijd uit de graven zullen opstaan.
  2. in alle eeuwigheid Grieks in de eeuwigheden der eeuwigheden.

14 En de vier dieren zeiden: Amen. En de vier en twintig ouderlingen vielen neder, en aanbaden Dengene, Die leeft in alle eeuwigheid.1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
τὰtatheG3588T-NPN
τέσσαραtessarafourG5064A-NPN
ζῷαzōaliving creaturesG2226N-NPN
ἔλεγον·elegonwere saying;G3004GV-IAI-3P
τὸto<the>G3588T-ASN
ἀμήν.amēnAmen.G0281INJ-HEB
καὶkaiAndG2532CONJ
οἱhoitheG3588T-NPM
εἴκοσιτέσσαρεςeikositessarestwenty fourG1501A-NUI + G5064
πρεσβύτεροιpresbuteroieldersG4245GN-NPM
ἔπεσανepesanfell downG4098V-2AAI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
προσεκύνησανprosekunēsanthey worshipedG4352V-AAI-3P
ζῶντιzōnti[the one] livingG2198V-PAP-DSM
εἰςeisintoG1519PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
αἰωναςaiōnasagesG0165HN-APM
τῶνtōnof theG3588T-GPM
αἰώνων.¶aiōnōnages.G0165HN-GPM
  1. Amen Zie hiervan Rev 1:7.