reltext

Chapter 7

1 En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enigen boom.1234

Original Greek

ΚαὶKaiandG2532CONJ
μετὰmetaAfterG3326PREP
τοῦτοtoutothis thingG3778D-ASN
εἶδονeidonI sawG1492HV-2AAI-1S
τέσσαραςtessarasfourG5064A-APM
ἀγγέλουςangelousangelsG0032GN-APM
ἑστῶταςhestōtasstandingG2476V-RAP-APM
ἐπὶepiuponG1909PREP
τὰςtastheG3588T-APF
τέσσαραςtessarasfourG5064A-APF
γωνίαςgōniascornersG1137N-APF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
γῆςgēsearthG1093GN-GSF
κρατοῦνταςkratountasholdingG2902V-PAP-APM
τοὺςtoustheG3588T-APM
τέσσαραςtessarasfourG5064A-APM
ἀνέμουςanemouswindsG0417N-APM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
γῆςgēsearthG1093GN-GSF
ἵναinaso thatG2443CONJ
μὴmēnoG3361PRT-N
πνέῃpneēmay blowG4154V-PAS-3S
ἄνεμοςanemoswindG0417N-NSM
ἐπὶepionG1909PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆςgēsearthG1093GN-GSF
μήτεmētenorG3383CONJ-N
ἐπὶepionG1909PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
θαλάσσηςthalassēsseaG2281N-GSF
μήτεmētenorG3383CONJ-N
ἐπὶepionG1909PREP
πᾶνpanallG3956A-ASN
δένδρον.¶dendrontree.G1186N-ASN
  1. na dezen zag ik Namelijk toen dit voorgaande gezicht voorbij was, zag ik als een deel van hetgeen na de opening van het zesde zegel nog moet geschieden. Want hetgeen in dit hoofdstuk volgt, behoort ook tot de opening van het zesde zegel, gelijk uit het begin van Rev 8 blijkt, waar het zevende zegel eerst wordt geopend. Waaruit ook besloten wordt, dat de stof van dit hoofdstuk met die van het voorgaande samenhangt, en elkander verklaart.
  2. vier engelen staan op de Sommigen nemen dit voor goede engelen, die ook soms tot uitvoering van Gods oordelen in de wereld worden gebruikt, en verstaan door deze vier engelen, die macht hadden om de aarde en zee met onstuimige winden en stormen te beschadigen of die op te houden, zodanige middelen, die God door een rechtvaardig oordeel in alle kwartieren der wereld heeft gebruikt, om de Arabieren, Agarenen, Moren, Saracenen, en andere wrede volken in het Oosten en Zuiden, en de Gothen, Wandalen, Longobarden, Hunnen en andere hunsgelijken in het Westen en Noorden, op te wekken, om het gehele Roomse Rijk te overlopen en te verstoren, gelijk zulke zwarigheden onder de gelijkenis van winden en stormen dikwijls worden verstaan. Zie Jer 49:36, en Jer 51:1; Dan 7:2, welke verstoring van het Romeinse Rijk voor den opstand van den antichrist is geschied, gelijk Paulus getuigt te zullen geschieden; 2Th 2:7. Waarop gevolgd is, dat God om de christengemeente in het midden van deze verwoestingen in wezen te houden, deze uittekening der verzegelden uit alle natiën door den anderen engel heeft laten doen, gelijk dergelijke
  3. vier engelen staan op de uittekening ten tijde van de verwoesting van het Israelitische land door de Babyloniërs en Assyriërs op Gods last, door den engel is gedaan, Eze 9:4, waar deze profetie hier merkbaar op ziet. Anderen verstaan door deze vier engelen, zo vele kwade geesten, die als werktuigen van den satan in het oprichten van het antichristendom, daartoe vooral in alle gewesten hebben gearbeid, opdat de werking van Gods Geest, die bij wind ook wordt vergeleken, Joh 3:8; Act 2:2, mocht worden gestuit en verhinderd, en de trouwe en rechtzinnige leraars alom gedempt en tot stilzwijgen gebracht, tot verdorring en verderving der rechtzinnige religie, dewijl een kracht der dwaling door tekenen der leugens onder hen is gezonden, gelijk Paulus 2Th 2:9, enz., getuigt. Waarop God nochtans deze uittekening van deze Zijne uitverkorenen uit alle geslachten heeft willen doen, om Zijn gemeente zelfs in het midden van deze allen nog altijd te behouden, gelijk Hij gedaan heeft in Israël, als Hij die zeven duizend heeft behouden, die hun knieën voor Baäl niet hadden gebogen; waarvan zie 1Ki 19:18; Rom 11:4-5.
  4. op de aarde, Deze drie soorten worden genoemd, omdat de winden deze drie zaken gewoonlijk schadelijk of bevorderlijk zijn; De aarde, dat is de mensen op de aarde; de zee, dat is de mensen op eilanden en op schepen, en de bomen, die met hun takken zich in de lucht uitspreiden; daardoor worden zodanige mensen verstaan, die wat uitsteken boven anderen, gelijk blijkt Rev 9:4, waar den sprinkhanen wordt gelast, dat zij geen boom zullen beschadigen, maar alleen mensen, die het teken Gods niet op hun voorhoofden hebben.

2 En ik zag een anderen engel opkomen van den opgang der zon, hebbende het zegel des levenden Gods; en hij riep met een grote stem tot de vier engelen, welke macht gegeven was de aarde en de zee te beschadigen,1

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
εἶδονeidonI sawG1492HV-2AAI-1S
ἄλλονallonanotherG0243A-ASM
ἄγγελονangelonangelG0032GN-ASM
ἀναβαίνονταanabainontais ascendingG0305V-PAP-ASM
ἀπὸapofromG0575PREP
ἀνατολῆςanatolēs[the] risingG0395N-GSF
ἡλίουhēliouof [the] sunG2246N-GSM
ἔχονταechontahavingG2192V-PAP-ASM
σφραγῖδαsphragida[the] sealG4973N-ASF
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ζῶντος.zōntos[the] living.G2198V-PAP-GSM
καὶkaiAndG2532CONJ
ἔκραξενekraxenhe criedG2896V-AAI-3S
φωνῇphōnēain a voiceG5456GN-DSF
μεγάλῃmegalēloudG3173A-DSF
τοῖςtoisto theG3588T-DPM
τέσσαρσινtessarsinfourG5064A-DPM
ἀγγέλοιςangeloisangelsG0032GN-DPM
οἷςhoisto whomG3739R-DPM
ἐδόθηedothēit had been givenG1325V-API-3S
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM
ἀδικῆσαιadikēsaito harmG0091V-AAN
τὴνtēntheG3588T-ASF
γῆνgēnearthG1093GN-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
τὴνtēntheG3588T-ASF
θάλασσανthalassanseaG2281N-ASF
  1. ik zag een anderen engel Hierdoor wordt Christus verstaan, die de opgang is uit de hoogte, en die alleen het zegel van den levenden God heeft, om de Zijnen daarmee te verzegelen, en die het opperste gebied heeft over alle engelen.

3 Zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.1234

Original Greek

λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM
μὴmēNotG3361PRT-N
ἀδικήσητεadikēsētemay harmG0091V-AAS-2P
τὴνtēntheG3588T-ASF
γῆνgēnearthG1093GN-ASF
μήτεmētenorG3383CONJ-N
τὴνtēntheG3588T-ASF
θάλασσανthalassanseaG2281N-ASF
μήτεmētenorG3383CONJ-N
τὰtatheG3588T-APN
δένδραdendratreesG1186N-APN
ἄχριachriuntilG0891PREP
οὗhouwhenG3739R-GSM
σφραγίσωμενsphragisōmenwe may have sealedG4972V-AAS-1P
τοὺςtoustheG3588T-APM
δούλουςdoulousservantsG1401N-APM
τοῦtouof theG3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἐπὶepionG1909PREP
τῶνtōntheG3588T-GPN
μετώπωνmetōpōnforeheadsG3359N-GPN
αὐτῶν.¶autōnof them.G0846P-GPM
  1. Beschadigt de aarde niet, Grieks verongelijkt.
  2. de dienstknechten onzes Gods zullen Dat is, de ware gelovigen en uitverkorenen van God, opdat zij met de anderen niet worden verleid; zie Mat 24:24.
  3. verzegeld hebben Dat is, met een zegel als een merkteken getekend, opdat zij daardoor van andere onderscheiden zijnde, met die niet worden beschadigd. Deze tekening is de werking en versterking door den Heiligen Geest, waardoor zij tot kinderen Gods gesteld zijnde, tegen alle verleiding verzekerd worden. Zie Rom 8:15, enz.; 2Co 1:21-22; Eph 4:30; 2Ti 2:19.
  4. aan hun voorhoofden Hier wordt vooral gezien op hetgeen verhaald staat Eze 9:4, en dit wordt ook bij gelijkenis gesproken, omdat eertijds de slaven aan hun voorhoofden getekend waren met de namen van hun heren, en de soldaten aan hun handen met de namen van hun oversten-kaptein ; en deze tekening geschiedt op het voorhoofd, omdat die, hoewel zij vooral inwendig is, hun nochtans door hun belijdenis en vruchten voor een ieder openbaar maakt. Zie hierna Rev 14:1.

4 En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israëls.1

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
ἤκουσαēkousaI heardG0191V-AAI-1S
τὸνtontheG3588T-ASM
ἀριθμὸνarithmonnumberG0706N-ASM
τῶνtōnof thoseG3588T-GPM
ἐσφραγισμένων·esphragismenōnsealed;G4972V-RPP-GPM
ἑκατὸνhekatonone hundredG1540A-NUI
καὶkaiandG2532CONJ
τεσσεράκονταtesserakontafortyG5062A-NUI
τέσσαρεςtessaresfourG5064A-NPF
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοιesphragismenoisealedG4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
πάσηςpasēseveryG3956A-GSF
φυλῆςphulēstribeG5443N-GSF
υἱῶνhuiōnof [the] sonsG5207N-GPM
Ἰσραήλ·Israēlof Israel:G2474N-GSM-L
  1. uit alle geslachten der kinderen Israëls Sommigen nemen dit eigenlijk voor de uitverkorenen uit de Joden, onder welker benaming nu geen orde wordt gehouden, als in het Oude Testament, omdat God in het Nieuwe Testament al degenen die Hem liefhebben op één lijn heeft gesteld, en in Christus, noch Jood, noch Griek, noch dienstbare, noch vrije wordt aangezien; Gal 3:28. Anderen nemen het voor het Israël Gods uit Joden en heidenen bijeen gevoegd, die gedurende den tijd van de heerschappij van den antichrist door den Heere zijn vergaderd; een getal dat groot is, en nochtans telbaar voor de mensen. Maar het getal, dat hierna in den hemel zal worden gezien, bestaande uit alle uitverkorenen van alle tijden, is ook voor God wel bekend, maar voor de mensen ontelbaar. Zie Gen 15:5; Isa 49:20, en Isa 60:4-5, enz.

5 Uit het geslacht van Juda waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Ruben waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Gad waren twaalf duizend verzegeld;

Original Greek

ἐκekOut ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ἸούδαIoudaof JudahG2455NN-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ῬουβὴνRhoubēnof ReubenG4502N-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ΓὰδGadof GadG1045N-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM

6 Uit het geslacht van Aser waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Nafthali waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Manasse waren twaalf duizend verzegeld;

Original Greek

ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ἈσὴρAsērof AsherG0768N-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ΝεφθαλὶμNephthalimof NaphtaliG3508N-GSM-PG
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ΜανασσῆManassēof ManassehG3128GN-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM

7 Uit het geslacht van Simeon waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Levi waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Issaschar waren twaalf duizend verzegeld;1

Original Greek

ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ΣυμεὼνSumeōnof SimeonG4826JN-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ΛευὶLeuiof LeviG3017JN-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ἸσσαχὰρIssacharof IsaacharG2466N-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
  1. uit het geslacht van Levi Hier wordt het geslacht van Levi onder de geslachten van Israël geteld, in het land Kanaän, en het geslacht van Dan wordt uitgelaten. De reden is, omdat wij nu allen priesters en levieten zijn voor God. Doch wat de Danieten aangaat, hun geslacht wordt hier voorbijgegaan, omdat zij de eersten geweest zijn, die zich tot afgoderij begeven hebben, Jdg 18, en de kalveren van Jerobeam te Dan hebben geherbergd, 1Ki 12. Waarom zij ook onder de eersten zijn geweest, die door de heidenen zijn weggevoerd, 2Ki 16; en zijn onder deze verstrooid gebleven. Waarom ook de stam van Dan in de wederkering der Israelieten na de gevangenschap van Babel, onder Israelitische stammen in het eerste boek der Kronieken niet meer wordt geteld.

8 Uit het geslacht van Zebulon waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Jozef waren twaalf duizend verzegeld; uit het geslacht van Benjamin waren twaalf duizend verzegeld.1

Original Greek

ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ΖαβουλὼνZaboulōnof ZebulunG2194N-GSM-L
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ἸωσὴφIōsēphof JosephG2501NN-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι·esphragismenoisealed;G4972V-RPP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
φυλῆςphulēs[the] tribeG5443N-GSF
ΒενιαμὶνBeniaminof BenjaminG0958N-GSM-P
δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI
χιλιάδεςchiliadesthousandG5505N-NPF
ἐσφραγισμένοι.¶esphragismenoisealed.G4972V-RPP-NPM
  1. uit het geslacht van Jozef Dat is, uit het geslacht van Efraïm, wiens naam ook wordt verzwegen, omdat ook uit hen de afgoderij te Dan en te Bethel haar oorsprong heeft gehad. Want Jerobeam was uit Efraïm, 1Ki 11:26; daarom wordt Jozef, de vader van Efraïm, hier in zijn plaats gesteld. Anderen menen dat de stam van Efraïm daarom de stam van Jozef wordt genoemd, omdat de stam van Efraïm boven den stam van Manasse in den zegen van Jakob is verheven; Gen 48:14, Gen 48:19; Psa 78:67.

9 Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen.123

Original Greek

ΜετὰMetaAfterG3326PREP
ταῦταtautathese thingsG3778D-APN
εἶδονeidonI lookedG1492HV-2AAI-1S
καὶkaiandG2532CONJ
ἰδοὺidoubeholdG2400INJ
ὄχλοςochlosa multitudeG3793N-NSM
πολὺςpolusgreatG4183A-NSM
ὃνhonwhichG3739R-ASM
ἀριθμῆσαιarithmēsaito numberG0705V-AAN
αὐτὸνautonitG0846P-ASM
οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM
ἐδύνατοedunatowas ableG1410V-INI-3S
ἐκekout ofG1537PREP
παντὸςpantoseveryG3956A-GSN
ἔθνουςethnousnationG1484N-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
φυλῶνphulōntribesG5443N-GPF
καὶkaiandG2532CONJ
λαῶνlaōnpeoplesG2992N-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
γλωσσῶνglōssōntonguesG1100N-GPF
ἑστῶτεςhestōtesstandingG2476V-RAP-NPM
ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP
τοῦtoutheG3588T-GSN
ἀρνίου,arniouLamb,G0721N-GSN
περιβεβλημένουςperibeblēmenoushaving clothed themselves withG4016V-RMP-APM
στολὰςstolasrobesG4749N-APF
λευκὰςleukaswhiteG3022A-APF
καὶkaiandG2532CONJ
φοίνικεςphoinikespalm branchesG5404N-NPM
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
χερσὶνchersinhandsG5495N-DPF
αὐτῶν.autōnof them.G0846P-GPM
  1. Na dezen zag ik, en ziet, Gelijk de voorgaande tekening der honderd vier en veertig duizend is geschied op aarde, ten tijde van den antichrist, toen de Kerk van Christus nog onder Hem schuilde en vervolgd werd, alzo is dit ontelbaar getal uit alle volken in den hemel gezien, voor den troon Gods, waar zij uit alle gewesten en tijden zijn vergaderd. Anderen nemen dit ontelbaar getal voor degenen, die na het begin van den val van den antichrist in de openbare gemeenten door alle landen zijn vergaderd, en nog dagelijks vergaderd worden. Want deze tekening, pleegt in de verdrukte en schuilende, niet in de openbare en vrije Kerken te geschieden, gelijk de plaats Eze 9:4 ook medebrengt. Zie ook Rev 14:1.
  2. talen, staande voor den troon, Grieks tongen.
  3. palm- takken waren Namelijk tot een teken van overwinning.

10 En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
κράζουσινkrazousinthey were crying outG2896V-PAI-3P
φωνῇphōnēain a voiceG5456GN-DSF
μεγάλῃmegalēloudG3173A-DSF
λέγοντες·legontessaying:G3004GV-PAP-NPM
ἡhē<the>G3588T-NSF
σωτηρίαsōtēriaSalvationG4991N-NSF
τῷtōto theG3588T-DSM
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
τῷtōto the [One]G3588T-DSM
καθημένῳkathēmenōsittingG2521V-PNP-DSM
ἐπὶepionG1909PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
θρόνῳthronōthroneG2362N-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
τῷtōto theG3588T-DSN
ἀρνίῳ.arniōLamb!G0721N-DSN
  1. zij onzen God, Die op Namelijk alleen toe te schrijven; dat is, wij hebben die verkregen niet door onze eigen kracht, werken of waardigheid, maar door enkel genade Gods en de verdiensten van Jezus Christus onze Zaligmaker. Zie Eph 2:8-10; Rev 19:1.

11 En al de engelen stonden rondom den troon, en rondom de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor den troon neder op hun aangezicht, en aanbaden God,1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
πάντεςpantesallG3956A-NPM
οἱhoitheG3588T-NPM
ἄγγελοιangeloiangelsG0032GN-NPM
εἱστήκεισανheistēkeisanhad stoodG2476V-LAI-3P
κύκλῳkuklōaroundG2945ADV
τοῦtoutheG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
τῶνtōntheG3588T-GPM
πρεσβυτέρωνpresbuterōneldersG4245GN-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
τῶνtōntheG3588T-GPN
τεσσάρωνtessarōnfourG5064A-GPN
ζῴωνzōōnliving creaturesG2226N-GPN
καὶkaiandG2532CONJ
ἔπεσανepesanthey fellG4098V-2AAI-3P
ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
ἐπὶepiuponG1909PREP
τὰtatheG3588T-APN
πρόσωπαprosōpafacesG4383N-APN
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
προσεκύνησανprosekunēsanworshipedG4352V-AAI-3P
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
  1. op hun aangezicht, en aanbaden God, Dat is, met een vernederd gemoed, en met eerbied voor Zijn majesteit. Want de engelen en geesten hebben noch aangezichten, noch vlees, noch benen, gelijk Christus spreekt Luk 24:39.

12 Zeggende: Amen. De lof, en de heerlijkheid, en de wijsheid, en de dankzegging, en de eer, en de kracht, en de sterkte zij onzen God in alle eeuwigheid. Amen.123

Original Greek

λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM
ἀμήν,amēnAmen!G0281INJ-HEB
ἡhē<the>G3588T-NSF
εὐλογίαeulogiaBlessingG2129N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
δόξαdoxagloryG1391N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
σοφίαsophiawisdomG4678N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
εὐχαριστίαeucharistiathanksgivingG2169N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
τιμὴtimēhonorG5092N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
δύναμιςdunamispowerG1411N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
ἰσχὺςischusstrengthG2479N-NSF
τῷtōto theG3588T-DSM
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
εἰςeistoG1519PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
αἰῶναςaiōnasagesG0165HN-APM
τῶνtōnof theG3588T-GPM
αἰώνων,aiōnōnages!G0165HN-GPM
ἀμήν.¶amēnAmen.G0281INJ-HEB
  1. De lof, en de heerlijkheid, Grieks de zegening.
  2. zij onzen God Dat is, de lof over al deze eigenschappen wordt door allen verbreid en God toegeschreven.
  3. in alle eeuwigheid Grieks in de eeuwigheden der eeuwigheden.

13 En een uit de ouderlingen antwoordde, zeggende tot mij: Deze, die bekleed zijn met de lange witte klederen, wie zijn zij, en van waar zijn zij gekomen?1

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
ἀπεκρίθηapekrithēansweredG0611V-ADI-3S
εἷςheisoneG1520A-NSM
ἐκekofG1537PREP
τῶνtōntheG3588T-GPM
πρεσβυτέρωνpresbuterōneldersG4245GN-GPM
λέγωνlegōnsayingG3004GV-PAP-NSM
μοι·moito me;G3165P-1DS
οὗτοιhoutoiTheseG3778D-NPM
οἱhoionesG3588T-NPM
περιβεβλημένοιperibeblēmenoihaving clothed themselves withG4016V-RMP-NPM
τὰςtastheG3588T-APF
στολὰςstolasrobesG4749N-APF
τὰςtas<the>G3588T-APF
λευκάς,leukaswhite,G3022A-APF
τίνεςtineswhoG5101I-NPM
εἰσὶνeisinare theyG1510V-PAI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
πόθενpothenfrom whereG4159ADV-I
ἦλθον;ēlthonhave they come?G2064V-2AAI-3P
  1. Dezen, die bekleed Hier schijnt de ouderling een deel van deze gehele schaar aan te wijzen, die enige bijzondere gedaante van kledingen hadden.

14 En ik sprak tot hem: Heere, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange klederen gewassen, en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams.123

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
εἴρηκαeirēkaI have saidG2046V-RAI-1S
αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM
κύριέkurielordG2962HN-VSM
μου,mouof mine,G3165P-1GS
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
οἶδας.oidasknow.G6063V-RAI-2S
καὶkaiAndG2532CONJ
εἶπένeipenhe saidG2036V-2AAI-3S
μοι·moito me;G3165P-1DS
οὗτοίhoutoiTheseG3778D-NPM
εἰσινeisinareG1510V-PAI-3P
οἱhoithe [ones]G3588T-NPM
ἐρχόμενοιerchomenoicomingG2064V-PNP-NPM
ἐκekout ofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
θλίψεωςthlipseōstribulationG2347N-GSF
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
μεγάληςmegalēsgreatG3173A-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἔπλυνανeplunanthey have washedG4150V-AAI-3P
τὰςtastheG3588T-APF
στολὰςstolasrobesG4749N-APF
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐλεύκανανeleukananmade whiteG3021V-AAI-3P
στολὰςstolasrobesG4749N-APF
αὐτὰςautasfor themG0846P-APF
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
αἵματιaimatibloodG0129GN-DSN
τοῦtouof theG3588T-GSN
ἀρνίου.arniouLamb.G0721N-GSN
  1. Heer, gij Zo noemt Johannes dezen ouderling uit eerbied.
  2. de grote verdrukking komen; Namelijk onder den antichrist. Want van de andere martelaars is in Rev 6 gesproken.
  3. wit gemaakt in het bloed des Lams Dat is gereinigd. Want het bloed van Jezus Christus reinigt ons van al onze zonden; 1Jo 1:7.

15 Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.1234

Original Greek

διὰdiaBecause ofG1223PREP
τοῦτόtoutothisG3778D-ASN
εἰσινeisinThey areG1510V-PAI-3P
ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
καὶkaiandG2532CONJ
λατρεύουσινlatreuousinserveG3000V-PAI-3P
αὐτῷautōHimG0846P-DSM
ἡμέραςhēmerasby dayG2250N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
νυκτὸςnuktosnightG3571N-GSF
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
ναῷnaōtempleG3485N-DSM
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
ὁhothe [One]G3588T-NSM
καθήμενοςkathēmenossittingG2521V-PNP-NSM
ἐπὶepionG1909PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
σκηνώσειskēnōseiwill tabernacleG4637V-FAI-3S
ἐπ᾽ep᾽overG1909PREP
αὐτούς.autousthem.G0846P-APM
  1. voor den troon van God, Dat is, in de tegenwoordigheid van Gods aanschijn.
  2. dienen Hem dag en nacht Namelijk met Hem te loven en danken.
  3. in Zijn tempel; Namelijk in het binnenste des hemels. Want het hemelse Jeruzalem heeft geen anderen tempel dan God en het Lam; Rev 21:22.
  4. hen overschaduwen Of bijwonen. Grieks ene hut, of tabernakel over hen zijn, of maken.

16 Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte.1

Original Greek

οὐouNotG3756PRT-N
πεινάσουσινpeinasousinthey will hungerG3983V-FAI-3P
ἔτιetiany moreG2089ADV
οὐδὲoudeneitherG3761CONJ-N
διψήσουσινdipsēsousinwill they thirstG1372V-FAI-3P
ἔτιetianymoreG2089ADV
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
οὐounotG3756PRT-N
μὴmēnoG3361PRT-N
πέσῃpesēmay fallG4098V-2AAS-3S
ἐπ᾽ep᾽uponG1909PREP
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
ὁhotheG3588T-NSM
ἥλιοςhēliossunG2246N-NSM
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
πᾶνpananyG3956A-NSN
καῦμα,kaumascorching heat,G2738N-NSN
  1. hongeren, en zullen niet Dat is, hun zal geen leed of gebrek meer overkomen. Zie dergelijke Isa 49:10.

17 Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.12

Original Greek

ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
τὸtotheG3588T-NSN
ἀρνίονarnionLambG0721N-NSN
τὸto<the>G3588T-NSN
ἀνὰanain theG0303PREP
μέσονmesoncenterG3319A-ASN
τοῦtouof theG3588T-GSM
θρόνουthronouthroneG2362N-GSM
ποιμανεῖpoimaneiwill shepherdG4165V-FAI-3S
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
καὶkaiandG2532CONJ
ὁδηγήσειhodēgēseiHe will leadG3594V-FAI-3S
αὐτοὺςautousthemG0846P-APM
ἐπὶepitoG1909PREP
ζωῆςzōēsof lifeG2222N-GSF
πηγὰςpēgasfountainsG4077N-APF
ὑδάτων,hudatōnof waters,G5204N-GPN
καὶkaiandG2532CONJ
ἐξαλείψειexaleipseiwill wipe awayG1813V-FAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
πᾶνpaneveryG3956A-ASN
δάκρυονdakruontearG1144N-ASN
ἐκekfromG1537PREP
τῶνtōntheG3588T-GPM
ὀφθαλμῶνophthalmōneyesG3788N-GPM
αὐτῶν.¶autōnof them.’G0846P-GPM
  1. levende fonteinen der wateren; Dat is de volheid der gaven van den Heiligen Geest. Zie Joh 4:14, en Joh 7:38, en Rev 22:1.
  2. afwissen Een gelijkenis van een voedster of moeder, die haar kind dat schreit vertroost; en hier wordt zulk een afwissen verstaan, waar geen andere tranen meer op zullen volgen. Zie Isa 25:8, en Rev 21:4.