reltext

Chapter 2

1 Gij dan, mijn zoon, word gesterkt in de genade, die in Christus Jezus is;1234

Original Greek

ΣὺSuYou yourselfG4771P-2NS
οὖν,ountherefore,G3767CONJ
τέκνονteknonchildG5043N-VSN
μου,mouof mine,G3165P-1GS
ἐνδυναμοῦendunamoudo be strongG1743V-PPM-2S
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
χάριτιcharitigraceG5485N-DSF
τῇtēathat [is]G3588T-DSF
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
Ἰησοῦ,IēsouJesus,G2424GN-DSM-P
  1. mijn zoon, word Zie van deze benaming 1Co 4:17; 1Ti 1:2, en 2Ti 1:2.
  2. gesterkt Of, sterk; dat is, met sterkte en kracht aangedaan, namelijk, om den kracht van den dienst te verdragen, en allerlei verdrukkingen met standvastigheid te lijden.
  3. in de genade, Of, door de genade.
  4. die in Christus Jezus is; Dat is, die God ons bewezen en betuigd heeft door Jezus Christus.

2 En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren.1234

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ἃha[the things] whichG3739R-APN
ἤκουσαςēkousasyou have heardG0191V-AAI-2S
παρ᾽par᾽fromG3844PREP
ἐμοῦemoumeG1473S-1SGSN
διὰdiaamongG1223PREP
πολλῶνpollōnmanyG4183A-GPM
μαρτύρων,marturōnwitnesses,G3144N-GPM
ταῦταtautatheseG3778D-APN
παράθουparathoudo yourself entrustG3908V-2AMM-2S
πιστοῖςpistoisto faithfulG4103A-DPM
ἀνθρώποις,anthrōpoismen,G0444N-DPM
οἵτινεςoitinessuch asG3748R-NPM
ἱκανοὶhikanoisufficientG2425A-NPM
ἔσονταιesontaiwill beG1510V-FDI-3P
καὶkaialsoG2532CONJ
ἑτέρουςheterousothersG2087A-APM
διδάξαι.didaxaito teach.G1321V-AAN
  1. onder vele getuigen, Grieks door vele getuigen; gelijk 2Co 2:4, en 2Co 3:11. Dat is, dat gij openbaar hebt gehoord in tegenwoordigheid van zovelen mijner toehoorders, die allen getuigen kunnen, dat hetgeen gij leert, gij dit van mij gehoord en ontvangen hebt.
  2. betrouw dat aan Of, leg het weg bij getrouwe, enz.
  3. getrouwe mensen, Namelijk in het bewaren en voorstellen van de zuivere leer en in het bedienen van hun ambt.
  4. bekwaam zullen zijn Dat is, die niet alleen in de leer geoefend zijn, maar ook bekwaamheid hebben, om deze stichtelijk voor te dragen.

3 Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus.12

Original Greek

σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
οὖνounthereforeG3767CONJ
συγκακοπάθησονsugkakopathēsondo share in sufferingG4777V-AAM-2S
ὡςhōsasG5613PRT
καλὸςkalos[a] goodG2570GA-NSM
στρατιώτηςstratiōtēssoldierG4757N-NSM
ΧριστοῦChristouof ChristG5547N-GSM-T
Ἰησοῦ.IēsouJesus.G2424GN-GSM-P
  1. lijd verdrukkingen, als Grieks lijd kwaad; gelijk ook vs.9, en 2Ti 4:5.
  2. een goed krijgsknecht Dat is, den Heere Christus en dien onder Christus, in een geestelijken oorlog, tegen Zijn en Zijner uitverkorenen vijanden. Zie 2Co 10:3-4, enz.; 1Ti 1:18. Want een recht krijgsman moet zich geen arbeid, moeite, ongemak, noch gevaren ontzien.

4 Niemand, die in den krijg dient, wordt ingewikkeld in de handelingen des leeftochts, opdat hij dien moge behagen, die hem tot den krijg aangenomen heeft.12

Original Greek

οὐδεὶςoudeisNo [one]G3762A-NSM
στρατευόμενοςstrateuomenosserving as a soldierG4754V-PMP-NSM
ἐμπλέκεταιempleketaientangles himselfG1707V-PMI-3S
ταῖςtaisin theG3588T-DPF
τοῦtouof thisG3588T-GSM
βίουbioulifeG0979N-GSM
πραγματείαις,pragmateiaisaffairs,G4230N-DPF
ἵναinaso thatG2443CONJ
τῷtōthe [one]G3588T-DSM
στρατολογήσαντιstratologēsantihaving enlisted himG4758V-AAP-DSM
ἀρέσῃ.aresēhe may please.G0700V-AAS-3S
  1. Niemand, die in de Dat is, gelijk de krijgslieden zich niet kunnen bemoeien met koopmanschap, ambachten, of landbouw, waardoor de leeftocht of kost gewoon gewonnen wordt, maar altijd moeten passen op hunne wachten, tochten en andere diensten den krijg aangaande, naar het bevel van hun oversten, zo moet ook een getrouw leraar des Evangelies desgelijks doen, en zich met geen andere wereldlijke dingen bemoeien, om zijn ambt getrouw te bedienen, opdat hij Gode aangenaam moge zijn; 2Co 5:9.
  2. die hem tot den Dat is, zijn overste of kapitein.

5 En indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden.123

Original Greek

ἐὰνeanIfG1437COND
δὲdenowG1161CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἀθλῇathlēashall competeG0118V-PAS-3S
τις,tisanyone,G5100X-NSM
οὐounotG3756PRT-N
στεφανοῦταιstephanoutaihe is crownedG4737V-PPI-3S
ἐὰνeanonlyG1437COND
μὴmēunlessG3361PRT-N
νομίμωςnomimōslawfullyG3545ADV
ἀθλήσῃ.athlēsēhe shall compete.G0118V-AAS-3S
  1. strijdt, die Namelijk met worstelen, lopen, of dergelijke strijden, die om den prijs werden ingesteld. Zie 1Co 9:24.
  2. wordt niet gekroond, Dat is, ontvangt den prijs niet, welke gewoonlijk een gevlochten kroon was.
  3. wettelijk heeft gestreden Dat is, volgens de bepalingen voor zodanige strijden gesteld; zo hij die niet behoorlijk voldaan heeft.

6 De landman, als hij arbeidt, moet alzo eerst de vruchten genieten.1

Original Greek

τὸνtonFor theG3588T-ASM
κοπιῶνταkopiōntahardworkingG2872V-PAP-ASM
γεωργὸνgeōrgonfarmerG1092N-ASM
δεῖdeiit is necessaryG1163V-PAI-3S
πρῶτονprōtonfirstG4413GA-ASN
τῶνtōnof theG3588T-GPM
καρπῶνkarpōnfruitsG2590N-GPM
μεταλαμβάνειν·metalambaneinto partake;G3335V-PAN
  1. De landman, als hij Dat is, gelijk een landbouwer eerst moet ploegen, eggen, zaaien, wieden, maaien, planten, nat maken, enz eer hij vruchten kan genieten, zo moet ook een leraar des Evangelies eerst vlijtigen arbeid aanwenden, eer hij enige vrucht kan genieten òf voor de gemeente, òf voor zichzelf; Psa 126:6; Isa 65:23; Mat 13:3, enz; 1Co 9:10.

7 Merk, hetgeen ik zeg; doch de Heere geve u verstand in alle dingen.12

Original Greek

νόειnoeido considerG3539V-PAM-2S
ὃho[the] thingG3739R-ASN
λέγω·legōI am saying;G3004GV-PAI-1S
δώσειdōseiwill grantG1325V-FAI-3S
γάρgarforG1063CONJ
σοιsoiyouG4771P-2DS
ὁhotheG3588T-NSM
κύριοςkuriosLordG2962GN-NSM-T
σύνεσινsunesinunderstandingG4907N-ASF
ἐνeninG1722PREP
πᾶσιν.¶pasinall things.G3956A-DPN
  1. ik zeg; Dat is, wil zeggen met deze gelijkenissen, om u deze toe te passen in uwen dienst.
  2. doch de Heere geve Doch zo wij van nature niet kunnen begrijpen de dingen, die van den Geest Gods zijn, en geestelijk onderscheiden worden, 1Co 2:14, zo bid ik God, dat Hij u, zo in deze als in andere dingen, de zaligheid en uw ambt aangaande, uw verstand wil verlichten, om alles volkomen en recht te begrijpen.

8 Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie;123

Original Greek

ΜνημόνευεMnēmoneuedo rememberG3421V-PAM-2S
ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P
ΧριστὸνChristonChristG5547N-ASM-T
ἐγηγερμένονegēgermenonraisedG1453V-RPP-ASM
ἐκekout fromG1537PREP
νεκρῶνnekrōn[the] deadG3498A-GPM
ἐκekfrom [the]G1537PREP
σπέρματοςspermatosseedG4690GN-GSN
ΔαυὶδDauidof DavidG1138N-GSM-P
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
εὐαγγέλιόνeuangeliongospelG2098N-ASN
μου·mouof mine;G3165P-1GS
  1. Houd in gedachtenis, Dat is, wees altijd gedachtig om dit artikel des geloofs dikwijls te overdenken en naarstig in te scherpen, zo tot uwe en der gemeente troost, als tot wederlegging der valse leraars, die de opstanding loochenen; zie 1Co 15:12-13, enz. en hier vs.18.
  2. dat Jezus Christus uit Of, dat Jezus Christus, die uit de doden opgewekt is, uit de zade Davids is.
  3. naar mijn Evangelie; Dat is, naar de leer des Evangelies, die ik altijd en standvastig heb geleerd, waarvan dit artikel een van de voornaamste is.

9 Om hetwelk ik verdrukkingen lijde tot de banden toe, als een kwaaddoener; maar het Woord Gods is niet gebonden.1234

Original Greek

ἐνeninG1722PREP
ᾧhōwhichG3739R-DSN
κακοπαθῶkakopathōI suffer hardshipG2553V-PAI-1S
μέχριmechrieven toG3360PREP
δεσμῶνdesmōnchainsG1199N-GPM
ὡςhōsasG5613PRT
κακοῦργος,kakourgosan evildoer,G2557A-NSM
ἀλλ᾽all᾽ButG0235CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
λόγοςlogoswordG3056N-NSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
οὐounotG3756PRT-N
δέδεται.dedetaihas been bound!G1210V-RPI-3S
  1. Om hetwelk ik verdrukkingen Grieks in welke; ene Hebreeuwse wijze van spreken.
  2. tot de banden toe, Dat is, zo veel en zo ver, dat ik daarom hier te Rome ben gevangen gebracht, en met een keten gebonden en bewaard wordt, om van den keizer gericht te worden.
  3. als een kwaaddoener; Dat is, word zo behandeld, alsof ik enige boze feiten bedreven had.
  4. het Woord Gods is niet gebonden Dat is, de prediking des Evangelies gaat evenwel voort, niettegenstaande mijne gevangenschap; zie Phi 1:12-13.

10 Daarom verdraag ik alles om de uitverkorenen, opdat ook zij de zaligheid zouden verkrijgen, die in Christus Jezus is, met eeuwige heerlijkheid.123

Original Greek

διὰdiaBecause ofG1223PREP
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
πάνταpantaall thingsG3956A-APN
ὑπομένωhupomenōI endureG5278V-PAI-1S
διὰdiafor the sake ofG1223PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
ἐκλεκτούς,eklektouselect,G1588A-APM
ἵναinaso thatG2443CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM
σωτηρίαςsōtērias[the] salvationG4991N-GSF
τύχωσινtuchōsinmay obtainG5177V-2AAS-3P
τῆςtēsthat [is]G3588T-GSF
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-DSM-P
μετὰmetawithG3326PREP
δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF
αἰωνίου.¶aiōnioueternal.G0166A-GSF
  1. om de uitverkorenen, Dat is, ten beste en dienst der uitverkorenen, niet om daarmede voor hen te voldoen tot hun verzoening met God; want dat heeft Christus alleen en volkomen gedaan, Isa 63:3; Act 4:12; 1Ti 2:5; maar tot stichting en versterking derzelve in het geloof. Zie Col 1:24.
  2. opdat ook zij de Namelijk in het geloof gesterkt zijnde door mijn standvastigheid in het lijden om den Evangelies wil.
  3. die in Christus Jezus is, Dat is, die Christus ons verdiend en verkregen heeft, en die den uitverkorenen om Christus' wil geschonken wordt.

11 Dit is een getrouw woord; want indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven;123

Original Greek

ΠιστὸςPistosTrustworthy [is]G4103A-NSM
ὁhotheG3588T-NSM
λόγος·logossaying:G3056N-NSM
εἰeiIfG1487GCOND
γὰρgarforG1063CONJ
συναπεθάνομεν,sunapethanomenwe have died with [Him],G4880V-2AAI-1P
καὶkaialsoG2532CONJ
συζήσομεν·suzēsomenwe will live with [Him];G4800V-FAI-1P
  1. Dit is een getrouw woord; Zie 1Ti 1:15, en 1Ti 3:1, en 1Ti 4:9; Tit 3:8.
  2. met Hem gestorven zijn, Dat is, om Zijnentwil, onschuldig zullen verdrukt of gedood worden, Rom 8:36; 2Co 4:10; gelijk in het volgende vs. verklaard wordt.
  3. leven; Namelijk hier namaals eeuwig.

12 Indiën wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen; indien wij Hem verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen;123

Original Greek

εἰeiifG1487GCOND
ὑπομένομεν,hupomenomenwe endure,G5278V-PAI-1P
καὶkaialsoG2532CONJ
συμβασιλεύσομεν·sumbasileusomenwe will reign with [Him];G4821V-FAI-1P
εἰeiifG1487GCOND
ἀρνησόμεθα,arnēsomethawe will deny [Him],G0720V-FDI-1P
κἀκεῖνοςkakeinosHe alsoG2532CONJ + G1565
ἀρνήσεταιarnēsetaiwill denyG0720V-FDI-3S
ἡμᾶς·hēmasus;G3165P-1AP
  1. verdragen, wij zullen Namelijk allerlei verdrukkingen, met lijdzaamheid en standvastigheid in het geloof.
  2. heersen; indien wij Grieks als koningen heersen, of, regeren.
  3. Hem verloochenen, Namelijk Christus, of Zijne leer. zie Mat 10:33.

13 Indiën wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.123

Original Greek

εἰeiifG1487GCOND
ἀπιστοῦμεν,apistoumenwe are faithless,G0569V-PAI-1P
ἐκεῖνοςekeinosHeG1565D-NSM
πιστὸςpistosfaithfulG4103A-NSM
μένει·meneiremains;G3306V-PAI-3S
ἀρνήσασθαιarnēsasthaito denyG0720V-ADN
γὰρgarforG1063CONJ
ἑαυτὸνhe'autonHimselfG1438F-3ASM
οὐounotG3756PRT-N
δύναται.¶dunataiHe is able.G1410V-PNI-3S
  1. ontrouw zijn, Namelijk in Hem standvastig aan te hangen en te belijden, of in Hem getrouw te dienen. Of ongelovig zijn; dat is, niet geloven of betrouwen op Zijne beloften.
  2. Hij blijft getrouw; Namelijk evenwel, in al Zijne woorden, bedreigingen en beloften; Rom 3:3-4.
  3. Zichzelven niet verloochenen Dat is, iets doen dat tegen de volmaaktheid Zijner natuur strijdt, gelijk het zou zijn, indien Hij iets zou zeggen, of beloven, of dreigen, en dat niet zou volbrengen; Num 23:19.

14 Breng deze dingen in gedachtenis, en betuig voor den Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, hetwelk tot geen ding nut is, dan tot verkering der toehoorders.12345

Original Greek

ΤαῦταTautaThese thingsG3778D-APN
ὑπομίμνῃσκεhupomimnēskedo remind [them]G5279V-PAM-2S
διαμαρτυρόμενοςdiamarturomenossolemnly charging [them]G1263V-PNP-NSM
ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
μὴmēnotG3361PRT-N
λογομαχεῖνlogomacheinto quarrel about wordsG3054V-PAN
ἐπ᾽ep᾽uponG1909PREP
οὐδὲνoudenno [thing]G3762A-ASN
χρήσιμονchrēsimonprofitableG5539A-ASN
ἐπὶepi[but] toG1909PREP
καταστροφῇkatastrophēa[the] subversionG2692N-DSF
τῶνtōnof thoseG3588T-GPM
ἀκουόντων.akouontōnhearing.G0191V-PAP-GPM
  1. Breng deze dingen in gedachtenis, Of, doe hun deze dingen gedenken, namelijk ze bij alle gelegenheden de gemeente inscherpende.
  2. voor den Heere, dat Dat is, in des Heeren Jezus Christus' naam, en als in Zijn tegenwoordigheid, zo lief als zij den Heere hebben.
  3. woordenstrijd voeren, Zie daarvan 1Ti 6:4.
  4. tot geen ding nut is, Dat is, tot geen stichting der gemeente in het geloof, of godzaligheid.
  5. verkering der toehoorders Dat is, verwarring, ontstichting, verzwakking des geloofs, of ook afkering van de gezonde leer.

15 Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.12345

Original Greek

σπούδασονspoudasondo hastenG4704V-AAM-2S
σεαυτὸνseautonyourselfG4771F-2ASM
δόκιμονdokimonapprovedG1384A-ASM
παραστῆσαιparastēsaito presentG3936V-2AAN
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ,theōto GodG2316N-DSM-T
ἐργάτηνergatēna workmanG2040N-ASM
ἀνεπαίσχυντον,anepaischuntonnot ashamed,G0422A-ASM
ὀρθοτομοῦνταorthotomountaaccurately handlingG3718V-PAP-ASM
τὸνtontheG3588T-ASM
λόγονlogonwordG3056N-ASM
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἀληθείας.¶alētheiasof truth.G0225N-GSF
  1. beproefd voor te Dat is na lange beproeving door arbeid en verdrukkingen getrouw en oprecht bevonden.
  2. een arbeider, Namelijk in het werk des Heeren, in het prediken van Gods woord, in alle naarstigheid en getrouwheid.
  3. die niet beschaamd wordt, Dat is, die van wege enige nalatigheid, onzuiverheid, of ontrouwheid zich niet behoefte te schamen.
  4. het Woord der waarheid Dat is, de zuivere en waarachtige leer des Evangelies. Zie 2Co 6:7; Col 1:5; Jam 1:18.
  5. recht snijdt Dat is, ordelijk al de hoofdstukken en leden daarvan voorstelt en toepast, naar het begrip en gelegenheid der toehoorders; ene gelijkenis genomen òf van de priesters des Ouden Testaments, die de beesten tot offerande geslacht, bekwamelijk ontleedden en verdeelden, òf van de huishouders, die den huisgenoten hunne spijs voorsnijden en uitdelen, een iegelijk naar zijne gelegenheid. Zie 1Co 3:2; Heb 5:12, enz.

16 Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdelroepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen.1234

Original Greek

ΤὰςTas<the>G3588T-APF
δὲdeButG1161CONJ
βεβήλουςbebēlousworldlyG0952A-APF
κενοφωνίαςkenophōniasempty babblingsG2757N-APF
περιΐστασο·periistasodo yourself avoid;G4026V-PMM-2S
ἐπὶepionG1909PREP
πλεῖονpleionto moreG4119A-ASN-C
γὰρgarforG1063CONJ
προκόψουσινprokopsousinthey will leadG4298V-FAI-3P
ἀσεβείας,asebeiasto ungodliness,G0763N-GSF
  1. Maar stel u tegen Grieks sta om; dat is, wacht u niet alleen daarvan, maar bestraf en belet het ook in anderen.
  2. het ongoddelijk Dat is, wat de godzaligheid niet bevordert, maar veel meer hinderlijk is, en derhalve godzaligen leraars niet betaamt.
  3. ijdelroepen; want Waarvan zie 1Ti 6:20.
  4. toenemen Namelijk indien dat in hen eerst plaats greep, en men hen niet terstond tegengaat.

17 En hun woord zal voorteten, gelijk de kanker; onder welke is Hymeneüs en Filetus;12345

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
λόγοςlogostalkG3056N-NSM
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
ὡςhōslikeG5613PRT
γάγγραιναgangrainagangreneG1044N-NSF
νομὴνnomēnpasture to growG3542N-ASF
ἕξει·hexeiwill have;G2192V-FAI-3S
ὧνhōnamong whomG3739R-GPM
ἐστινestinareG1510V-PAI-3S
ὙμέναιοςHumenaiosHymenaeusG5211N-NSM-P
καὶkaiandG2532CONJ
Φίλητος,PhilētosPhiletus,G5372N-NSM-P
  1. hun Namelijk der ijdelroepers.
  2. woord zal Dat is, valse leer, die zij met zulk ijdelroepen en menselijke welsprekendheid oppronken en instampen.
  3. voorteten, gelijk de Dat is, verspreid worden door het lichaam van de gemeente en het verderven; ene gelijkenis, genomen van inetende gezwellen of wonden, die het vlees des lichaams verteren en altijd voortkruipen, gelijk het volgende woord verklaart.
  4. kanker; onder welke is Grieks gangraina, wond, eigenlijk niet wat men kanker noemt, hoewel het ook altijd als kanker voortkruipt, en het vlees verteert; maar hetgeen men gewoonlijk noemt het vuur, of koud vuur; hetwelk zeer haastig voortspruit en het leven en gevoel beneemt, tenzij dat men het terstond zoekt weg te nemen.
  5. Hymenéüs en Van dezen; zie 1Ti 1:20. Hij noemt hier de voornaamste ijdelroepers, opdat zij, bekend zijnde, te beter mogen gemeden worden.

18 Die van de waarheid zijn afgeweken, zeggende, dat de opstanding alrede geschied is, en verkeren sommiger geloof.123

Original Greek

οἵτινεςoitineswhoG3748R-NPM
περὶpericoncerningG4012PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἀλήθειανalētheiantruthG0225N-ASF
ἠστόχησανēstochēsanwent astrayG0795V-AAI-3P
λέγοντεςlegontesassertingG3004GV-PAP-NPM
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἀνάστασινanastasinresurrectionG0386N-ASF
ἤδηēdēalreadyG2235ADV
γεγονέναι,gegonenaito have taken place,G1096V-2RAN
καὶkaiandG2532CONJ
ἀνατρέπουσινanatrepousinthey are overthrowingG0396V-PAI-3P
τήνtēntheG3588T-ASF
τινωνtinōnof someG5100X-GPM
πίστιν.pistinfaith.G4102GN-ASF
  1. van de waarheid Dat is, van de rechtzinnige leer des Evangelies, die zij tevoren beleden hadden.
  2. alrede geschied is, Dat is, dat er dan geen opstanding des vleesches zal wezen, en dat al wat de Schrift zegt van de opstanding, verstaan moet worden van de geestelijke opstanding der zielen uit den dood der zonden.
  3. geloof Dat is, hunne historische kennis en toestemming, die zij gehad hebben van de rechte leer. Zie van zulk geloof Mat 13:21; Jam 2:19.

19 Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.1234567

Original Greek

ὁho<the>G3588T-NSM
μέντοιmentoiNeverthelessG3305CONJ
στερεὸςstereosthe firmG4731A-NSM
θεμέλιοςthemeliosfoundationG2310N-NSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἕστηκενhestēkenhas stoodG2476V-RAI-3S
ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
σφραγῖδαsphragidasealG4973N-ASF
ταύτην·tautēnthis:G3778D-ASF
ἔγνωegnōKnowsG1097V-2AAI-3S
κύριοςkurios[the] LordG2962GN-NSM-T
τοὺςtousthoseG3588T-APM
ὄνταςontasbeingG1510V-PAP-APM
αὐτοῦ,autouHis,G0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀποστήτωapostētōshould departG0868V-2AAM-3S
ἀπὸapofromG0575PREP
ἀδικίαςadikiasiniquityG0093N-GSF
πᾶςpaseveryoneG3956A-NSM
ὁhowhoG3588T-NSM
ὀνομάζωνonomazōnis namingG3687V-PAP-NSM
τὸtotheG3588T-ASN
ὄνομαonomanameG3686N-ASN
κυρίου.¶kuriouof the Lord.G2962GN-GSM-T
  1. Evenwel Namelijk hoewel sommigen van de waarheid afwijken, en sommiger geloof verdorven wordt, zo moeten wij ons daaraan niet stoten, alsof der uitverkorenen zaligheid in het onzeker stond, daar daaruit blijkt, dat de zodanigen niet geweest zijn uit het getal der uitverkorenen, die niet kunnen verleid worden; Mat 24:24.
  2. het vaste fondament Gods Dat is, het voornemen Gods der eeuwige verkiezing, hetwelk vast en onveranderlijk is, Isa 14:27, en Isa 46:10; Mal 3:6; Jam 1:17, en gelijk een wel gelegd fondament, de zaligheid der uitverkorenen steunt; en dit fondament wordt gesteld tegen hetgeen tevoren gezegd is, dat sommiger geloof verkeerd of omgekeerd wordt, gelijk een huis, dat geen vast fondament heeft. Zie Mat 7:24, enz.; Luk 10:20.
  3. staat, hebbende Dat is, is bestendig, vast en zeker; 1Co 16:13; 2Co 1:24; Phi 1:27, en Phi 4:1.
  4. dit zegel De Heere Da tis, dit teken, waarmede het boek des levens, in hetwelk de namen der uitverkorenen zijn geschreven, als met een zegel bevestigd is; en waarmede het getal der uitverkorenen in de voorwetenschap Gods, als in een toegesloten boek verzegeld is, Rev 22:10. Of waardoor bekend gemaakt wordt of iemand van God is uitverkoren of niet; Rev 7:3-4.
  5. kent degenen, die Dat is, weet, wie Hij voor de Zijnen houdt, uitverkoren heeft en liefheeft, Psa 1:6; Mat 7:23; Joh 13:18; en maakt ook dikwijls, dat sommigen die van de mensen voor uitverkorenen aangezien waren, door hun afwijking van de gezonde leer en tot goddeloosheid vervallende, bekend worden zodanigen nimmer geweest te zijn. Zie Num 16:5, en 1Jo 2:19.
  6. die den Naam van Christus noemt, Dat is, die zich uitgeeft voor een gelovig Christen, en volgens dien uitverkoren van God.
  7. van ongerechtigheid Dat is, van allerlei zonde, welke is ongerechtigheid, 1Jo 3:4, en in het bijzonder van valse leer, gelijk daar was de ketterij van Hymeneus en Filetus. Dit is dan een kenteken van onze verkiezing, als wij van zonde en valse leer afwijken, de ware godzaligheid betrachten, en bij de zuivere leer volstandig blijven. En die zulks niet doet, kan niet verzekerd zijn, dat hij verkoren is.

20 Doch in een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden vaten; en sommige ter ere, maar sommige ter onere.123

Original Greek

ἘνEnInG1722PREP
μεγάλῃmegalēa greatG3173A-DSF
δὲdenowG1161CONJ
οἰκίᾳoikiahouseG3614GN-DSF
οὐκouknotG3756PRT-N
ἔστινestinthere areG1510V-PAI-3S
μόνονmonononlyG3441A-ASN
σκεύηskeuēvesselsG4632N-NPN
χρυσᾶchrusagoldenG5552A-NPN
καὶkaiandG2532CONJ
ἀργυρᾶargurasilverG0693A-NPN
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ξύλιναxulinawoodenG3585A-NPN
καὶkaiandG2532CONJ
ὀστράκινα,ostrakinaearthen,G3749A-NPN
καὶkaiandG2532CONJ
ἃhasomeG3739R-NPN
μὲνmenindeedG3303PRT
εἰςeisuntoG1519PREP
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
ἃhasomeG3739R-NPN
δὲdehoweverG1161CONJ
εἰςeisuntoG1519PREP
ἀτιμίαν.atimiandishonor.G0819N-ASF
  1. in een groot huis Dat is, gelijk in een groot huis of paleis, dat door een rijk of machtig man bewoond wordt, allerlei vaten zijn van verscheidene stof, waardij en gebruik, zo worden ook in de uiterlijke en zichtbare gemeente, welke het huis Gods is, 1Ti 3:15, gevonden, niet alleen oprechte gelovigen, van God uitverkoren tot Zijn eer, maar ook huichelaars, die nimmer van God voor de Zijnen gekend zijn, en te Zijner tijd ontdekt worden. Zie Mat 3:12, en Mat 13:26, Mat 13:47, en Mat 22:11, Mat 22:14, en Mat 25:1.
  2. ter ere, maar sommige Dat is, die gebruikt worden tot eerlijke, of treffelijke diensten. Daarbij worden de uitverkorenen vergeleken.
  3. ter onere Dat is, die gebruikt worden tot slechte en vuile diensten. Bij deze worden vergeleken de huichelaars en verworpenen. Zie dergelijke Rom 9:21.

21 Indiën dan iemand zichzelven van deze reinigt, die zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik des Heeren, tot alle goed werk toebereid.12345678

Original Greek

ἐὰνeanIfG1437COND
οὖνounthereforeG3767CONJ
τιςtisanyoneG5100X-NSM
ἐκκαθάρῃekkatharēshall cleanseG1571V-AAS-3S
ἑαυτὸνhe'autonhimselfG1438F-3ASM
ἀπὸapofromG0575PREP
τούτων,toutōnthese,G3778D-GPN
ἔσταιestaihe will beG1510V-FDI-3S
σκεῦοςskeuosa vesselG4632N-NSN
εἰςeisforG1519PREP
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
ἡγιασμένονhēgiasmenonsanctifiedG0037V-RPP-NSN
καὶkaiandG2532CONJ
εὔχρηστονeuchrēstonusefulG2173A-NSN
τῷtōto theG3588T-DSM
δεσπότῃ,despotēMaster,G1203N-DSM-T
εἰςeisforG1519PREP
πᾶνpaneveryG3956A-ASN
ἔργονergonworkG2041N-ASN
ἀγαθὸνagathongoodG0018A-ASN
ἡτοιμασμένον.¶hētoimasmenonprepared.G2090V-RPP-NSN
  1. zichzelven Daarmede wordt niet te kennen gegeven, dat iemand door zijn eigen kracht zich zou kunnen reinigen; want dat moet geschieden door de genade des Heiligen Geestes, die als rein water ons reinigt, Eze 36:25; 1Co 6:11; maar dat wij niet moeten zien op anderen die afvallen, om ons daaraan te stoten, maar dat elkeen zichzelf zo moet gedragen in reinheid, dat hij hierdoor van zijne verkiezing mag verzekerd zijn.
  2. van deze Namelijk lieden, die vaten zijn ter onere, dat is, van de goddeloze en verworpene huichelaars, en van verleiders, als daar Hymeneus en Filetus waren. Of van deze dingen, die bij deze lieden gevonden worden, dat is, van hunne dwalingen, ijdel roepen, en goddeloosheid.
  3. reinigt, die Dat is, daarvan afstand doet, of zich wacht om daarmede niet besmet te worden.
  4. zal een vat zijn ter ere, Dat is, zal daarmede betonen, dat hij waarlijk zulk een vat, dat is, uitverkoren is, en zal daarvoor erkend worden. Zie dergelijke wijze van spreken Joh 15:8.
  5. geheiligd en Dat is, gereinigd van de vuiligheid der zonden, en ten dienste des Heeren toegeëigend.
  6. bekwaam tot gebruik des Heeren, Dat is, wat tot eerlijke en treffelijke diensten van den heer des huizes kan gebruikt worden.
  7. tot alle goed werk Dat is, tot een heiligen en godzaligen wandel, en tot oefening van allerlei goede werken.
  8. toebereid Namelijk door God, door Zijne genade; 1Co 4:7; Eph 2:10.

22 Maar vlied de begeerlijkheden der jonkheid; en jaag naar rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede, met degenen, die den Heere aanroepen uit een rein hart.123

Original Greek

ΤὰςTas<the>G3588T-APF
δὲdeAndG1161CONJ
νεωτερικὰςneōterikasyouthfulG3512A-APF
ἐπιθυμίαςepithumiaslustsG1939N-APF
φεῦγε,pheugedo flee,G5343V-PAM-2S
δίωκεdiōkedo pursueG1377V-PAM-2S
δὲdenowG1161CONJ
δικαιοσύνην,dikaiosunēnrighteousness,G1343N-ASF
πίστιν,pistinfaith,G4102GN-ASF
ἀγάπην,agapēnlove,G0026N-ASF
εἰρήνηνeirēnēn[and] peaceG1515N-ASF
μετὰmetaalong withG3326PREP
τῶνtōnthoseG3588T-GPM
ἐπικαλουμένωνepikaloumenōncalling onG1941V-PMP-GPM
τὸνtontheG3588T-ASM
κύριονkurionLordG2962GN-ASM-T
ἐκekout ofG1537PREP
καθαρᾶςkatharaspureG2513A-GSF
καρδίας.kardiasa heart.G2588N-GSF
  1. de begeerlijkheden der Dat is, waaraan de jonge lieden meest onderworpen zijn, als door zijn eergierigheid, moedigheid, ongestadigheid, ijdele eer, wellustigheid en dergelijke.
  2. jaag naar rechtvaardigheid, Of, vervolg.
  3. met degenen, die den Dat is, met de oprechte gelovigen, namelijk, voornamelijk; want anderszins moeten wij ook met alle mensen in vrede leven; Rom 12:18.

23 En verwerp de vragen, die dwaas en zonder lering zijn, wetende, dat zij twistingen voortbrengen.123

Original Greek

τὰςtas<the>G3588T-APF
δὲdeAndG1161CONJ
μωρὰςmōrasfoolishG3474A-APF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀπαιδεύτουςapaideutousignorantG0521A-APF
ζητήσειςzētēseisspeculationsG2214N-APF
παραιτοῦparaitoudo refuseG3868V-PNM-2S
εἰδὼςeidōsknowingG6063V-RAP-NSM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
γεννῶσινgennōsinthey breedG1080V-PAI-3P
μάχας·machasquarrels;G3163N-APF
  1. de vragen, die dwaas en Dat is, de kwesties waarover men twist.
  2. zonder lering zijn, Grieks ongeleerd; dat is, die ons niet kunnen leren wat tot onze stichting dient of nodig is.
  3. twistingen voortbrengen Grieks gevecht; namelijk met woorden.

24 En een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren, en die de kwaden kan verdragen;123

Original Greek

δοῦλονdoulon[The] bond-servantG1401N-ASM
δὲdenowG1161CONJ
κυρίουkuriouof [the] LordG2962GN-GSM-T
οὐounotG3756PRT-N
δεῖdeiit behoovesG1163V-PAI-3S
μάχεσθαιmachesthaito quarrelG3164V-PNN
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ἤπιονēpiongentleG2261A-ASM
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
πρὸςprostowardG4314PREP
πάντας,pantasall,G3956A-APM
διδακτικόν,didaktikonable to teach,G1317A-ASM
ἀνεξίκακον,anexikakonforbearing,G0420A-ASM
  1. een dienstknecht des Heeren Dat is, die den Heere dient in het leerambt.
  2. twisten, maar vriendelijk Grieks vechten; gelijk in vs.23, dat is, om ijdele dingen veel ongenoegen maken, of de waarheid met kibbelen verstaan.
  3. die de kwaden kan verdragen; Of het kwaad, namelijk van lastering en vervolging.

25 Met zachtmoedigheid onderwijzende degenen, die tegenstaan; of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid;123

Original Greek

ἐνeninG1722PREP
πραΰτητιprautētigentlenessG4236N-DSF
παιδεύονταpaideuontadiscipliningG3811V-PAP-ASM
τοὺςtousthoseG3588T-APM
ἀντιδιατιθεμένους,antidiatithemenousopposing,G0475V-PMP-APM
μήποτεmēpoteotherwiseG3361PRT-N + G4218
δώῃdōēhe may giveG1325V-2AAS-3S
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
μετάνοιανmetanoianrepentanceG3341N-ASF
εἰςeisuntoG1519PREP
ἐπίγνωσινepignōsina knowledgeG1922N-ASF
ἀληθείας,alētheiasof [the] truth,G0225N-GSF
  1. die tegenstaan; Namelijk de gezonde leer van het Evangelie. Of die van een tegenstrijdig gevoelen zijn.
  2. of hun God te eniger tijd Hiermee wordt aangewezen hoe moelijk iemand van dwalingen tot de kennis der waarheid kan gebracht worden.
  3. bekering gave tot Namelijk van hunne dwaling.

26 En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen waren tot zijn wil.1234

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
ἀνανήψωσινananēpsōsinthey may recoverG0366V-AAS-3P
ἐκekout ofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
τοῦtouof theG3588T-GSM
διαβόλουdiaboloudevilG1228A-GSM
παγίδοςpagidossnareG3803N-GSF
ἐζωγρημένοιezōgrēmenoicapturedG2221V-RPP-NPM
ὑπ᾽hup᾽byG5259GPREP
αὐτοῦautouhimG0846P-GSM
εἰςeisforG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
ἐκείνουekeinouhisG1565D-GSM
θέλημα.¶thelēmawill.G2307N-ASN
  1. wederom ontwaken mochten Het Griekse woord betekent eigenlijk wederom nuchteren te worden uit de dronkenschap; ene gelijkenis van het lichaam genomen, om op de ziel toe te passen.
  2. den strik des duivels, Dat is, uit de onwetendheid, dwalingen, of ketterijen waarmede de Satan hen verstrikt houdt.
  3. gevangen waren Het Griekse woord betekent levend gevangen te worden, gelijk de wilde beesten van de jagers in de strikken of netten gevangen worden.
  4. tot zijn wil Dat is om den wil des Satans te doen, waartoe zij van God door een rechtvaardig oordeel zijn overgegeven; Joh 8:44; Eph 2:2.