Chapter 9
1 En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af.1
παράγωνparagōnpassing byG3855V-PAP-NSM εἶδενeidenHe sawG1492HV-2AAI-3S ἄνθρωπονanthrōpona manG0444N-ASM τυφλὸνtuphlonblindG5185A-ASM γενετῆς.genetēsbirth.G1079N-GSF - blind van de Namelijk die zat en bedelde, vs.8.
2 En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden?12
ἠρώτησανērōtēsanaskedG2065V-AAI-3P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM ῥαββί,rhabbiRabbi,G4461N-VSM-T ἥμαρτεν,hēmartensinned,G0264V-2AAI-3S οὗτοςhoutosthis [man]G3778D-NSM γονεῖςgoneisparentsG1118N-NPM αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM τυφλὸςtuphlosblindG5185A-NSM γεννηθῇ;¶gennēthēahe may be born?G1080V-APS-3S - gezondigd, Dat is, enige bijzondere grote zonde gedaan.
- deze, of zijn Het schijnt dat de discipelen in deze dwaling waren, welke toen bij sommige Joden was, dat als de mens sterft, zijne ziel dan weder zou gaan in een ander lichaam, en dat derhalve de ziel des blindgeborenen in een ander lichaam zou gezondigd hebben.
3 Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.12
ἈπεκρίθηApekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P οὔτεouteNeitherG3777CONJ-N οὗτοςhoutosthis [man]G3778D-NSM ἥμαρτενhēmartensinnedG0264V-2AAI-3S οὔτεoutenor [sinned]G3777CONJ-N γονεῖςgoneisparentsG1118N-NPM αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM ἵναina[it was] thatG2443CONJ φανερωθῇphanerōthēamay be displayedG5319V-APS-3S θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T - Noch deze heeft Namelijk dat hij blindgeboren zou worden.
- Gods in hem Dat is der goddelijke barmhartigheid en kracht, gelijk Christus die aan hem betonen zou, om daarmede te bevestigen dat Hij de ware Messias is, volgens de voorzegging; Isa 35:5 .
4 Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.123
δεῖdeiit behoovesG1163V-PAI-3S ἐργάζεσθαιergazesthaito workG2038V-PNN τοῦtouof the [One who]G3588T-GSM πέμψαντόςpempsantoshaving sentG3992V-AAP-GSM ἐστίν·estinit is;G1510V-PAI-3S ἔρχεταιerchetaiis comingG2064V-PNI-3S οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM δύναταιdunataiis ableG1410V-PNI-3S ἐργάζεσθαι.ergazesthaito work.G2038V-PNN - de werken Desgenen, Welke zijn, het Evangelie prediken, en hetzelve met wonderwerken bevestigen.
- zolang het dag is; Dat is, zolang dit mijn leven en de tijd van mijn dienst, van God gesteld, duren zal.
- de nacht komt, Dat is, de dood na welken geljk niemand kan doen hetgeen zijn beroep in dit leven aangaat, alzo zal ik na mijn dood dusdanige werken zelf op de aarde niet meer doen.
5 Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld.12
κόσμῳkosmōworldG2889N-DSM ὦ,ōI may be,G1510V-PAS-1S φῶςphōs[the] lightG5457N-NSN εἰμιeimiI amG1510V-PAI-1S κόσμου.kosmouworld.G2889N-GSM - Zolang Ik in Grieks wanneer.
- Licht der wereld Dat is, moet Ik de wereld verlichten met mijne leer en wonderwerken, hoewel Ik daarover gelasterd en vervolgd word.
6 Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinden;1
ταῦταtautaThese thingsG3778D-APN εἰπὼνeipōnhaving saidG2036V-2AAP-NSM ἔπτυσενeptusenHe spatG4429V-AAI-3S χαμαὶchamaion [the] groundG5476ADV ἐποίησενepoiēsenHe madeG4160GV-AAI-3S πτύσματοςptusmatosspittleG4427N-GSN ἐπέχρισενepechrisenhe rubbedG2025V-AAI-3S αὐτοῦautouon himG0846P-GSM ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM τυφλοῦtuphloublindG5185A-GSM - streek dat slijk Dit teken gebruikt Christus, niet dat daarin enige kracht was, alzo hetzelve meer dient om te verblinden; maar om te tonen dat de kracht om het gezicht te geven van Hem alleen kwam, gelijk Hij den gehelen mens ook uit slijk der aarde geschapen heeft; Gen 2:7 .
7 En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam ( hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende.1
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ὕπαγεhupagedo goG5217V-PAM-2S νίψαιnipsaido wash yourselfG3538V-AMM-2S κολυμβήθρανkolumbēthranpoolG2861N-ASF ΣιλωάμSilōamof SiloamG4611N-GSM-L ἑρμηνεύεταιhermēneuetaimeansG2059V-PPI-3S ἀπεσταλμένος.apestalmenosSent.G0649V-RPP-NSM ἀπῆλθενapēlthenHe wentG0565V-2AAI-3S ἐνίψατοenipsatowashedG3538V-AMI-3S ἦλθενēlthencame [back]G2064V-2AAI-3S βλέπων.¶blepōnseeing.G0991V-PAP-NSM - badwater Silóam Van dit badwater zie Isa 8:6 , en Luk 13:4 . Sommigen menen dat het was hetzelfde water, waarvan gesproken wordt Joh 5:2 .
8 De geburen dan, en die hem te voren gezien hadden, dat hij blind was, zeiden: Is deze niet, die zat en bedelde?12
γείτονεςgeitonesneighboursG1069N-NPM θεωροῦντεςtheōrounteshaving seenG2334V-PAP-NPM πρότερονproteronbeforeG4387A-ASN-C προσαίτηςprosaitēsa beggarG6075N-NSM ἦν,ēnhe was,G1510V-IAI-3S ἔλεγον·elegonwere saying;G3004GV-IAI-3P οὗτόςhoutosthisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S καθήμενοςkathēmenossittingG2521V-PNP-NSM προσαιτῶν;prosaitōnbegging?G4319V-PAP-NSM - gezien hadden, dat Grieks zagen.
- zat en bedelde? Namelijk omtrent den tempel, gelijk schijnt uit Joh 8:59 , vergeleken met vs.1. Zie dergelijke Act 3:2 .
9 Anderen zeiden: Hij is het; en anderen: Hij is hem gelijk. Hij zeide: Ik ben het.
ἔλεγονelegonwere sayingG3004GV-IAI-3P ἐστιν,estinit is,G1510V-PAI-3S ἄλλοιalloibut othersG0243A-NPM ἔλεγον·elegonwere saying;G3004GV-IAI-3P ὅμοιοςhomoioslikeG3664A-NSM ἐστιν.estinhe is.G1510V-PAI-3S ἐκεῖνοςekeinosHeG1565D-NSM ἔλεγενelegenwas sayingG3004GV-IAI-3S εἰμι.eimiam [he].G1510V-PAI-1S 10 Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend?1
ἔλεγονelegonThey were sayingG3004GV-IAI-3P αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ἠνεῴχθησάνēneōchthēsanwere openedG0455V-API-3P ὀφθαλμοί;ophthalmoieyes?G3788N-NPM - Hoe zijn u de Dat is, hoe zijt gij ziende geworden?
11 Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende.12
ἀπεκρίθηapekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S ἐκεῖνοςekeinosHeG1565D-NSM εἶπεν·eipensaid:G2036V-2AAI-3S ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM λεγόμενοςlegomenosis being namedG3004HV-PPP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐποίησενepoiēsenmadeG4160GV-AAI-3S ἐπέχρισένepechrisenHe anointedG2025V-AAI-3S ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM εἶπένeipenHe saidG2036V-2AAI-3S ὕπαγεhupagedo goG5217V-PAM-2S κολυμβήθρανkolumbēthranpoolG2861N-ASF ΣιλωὰμSilōamSiloamG4611N-ASM-L νίψαι.nipsaido wash. yourselfG3538V-AMM-2S ἀπελθὼνapelthōnHaving goneG0565V-2AAP-NSM νιψάμενοςnipsamenoshaving washedG3538V-AMP-NSM ἀνέβλεψα.aneblepsaI received sight.G0308V-AAI-1S - bestreek mijn ogen, Grieks bezalfde.
- ik werd ziende Of, ik heb gezien.
12 Zij dan zeiden tot hem: Waar is Die? Hij zeide: Ik weet het niet.
εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S ἐκεῖνος;ekeinosHe?G1565D-NSM λέγει·legeiHe says;G3004GV-PAI-3S οἶδα.oidaI know.G6063V-RAI-1S 13 Zij brachten hem tot de Farizeën, hem namelijk, die te voren blind geweest was.1
ἌγουσινAgousinThey bringG0071V-PAI-3P Φαρισαίους,PharisaiousPhariseesG5330N-APM-T ποτεpoteonce [was]G4218PRT τυφλόν·tuphlonblind;G5185A-ASM - Zij brachten hem Namelijk de geburen of bekenden.
14 En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende.
σάββατονsabbatonSabbathG4521N-NSN ἐποίησενepoiēsenmadeG4160GV-AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἀνέῳξενaneōxenopenedG0455V-AAI-3S αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ὀφθαλμούς.ophthalmouseyes.G3788N-APM 15 De Farizeën dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie.
ἠρώτωνērōtōnwere askingG2065V-IAI-3P ΦαρισαῖοιPharisaioiPhariseesG5330N-NPM-T ἀνέβλεψεν.aneblepsenhe had received sight.G0308V-AAI-3S εἶπενeipenhe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ἐπέθηκένepethēkenHe put onG2007V-AAI-3S ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM ἐνιψάμηνenipsamēnI washedG3538V-AMI-1S βλέπω.blepōI see.G0991V-PAI-1S 16 Sommigen dan uit de Farizeën zeiden: Deze Mens is van God niet, want Hij houdt den sabbat niet. Anderen zeiden: Hoe kan een mens, die een zondaar is, zulke tekenen doen? En er was tweedracht onder hen.1234
ἔλεγονelegonWere sayingG3004GV-IAI-3P ΦαρισαίωνPharisaiōnPhariseesG5330N-GPM-T τινές·tinessome;G5100X-NPM ἔστινestinisG1510V-PAI-3S οὗτοςhoutosthisG3778D-NSM ἄνθρωπος,anthrōposmanG0444N-NSM σάββατονsabbatonSabbathG4521N-ASN τηρεῖ.tēreiHe does keep.G5083GV-PAI-3S ἄλλοιalloiOthersG0243A-NPM ἔλεγον·elegonwere saying;G3004GV-IAI-3P δύναταιdunataiis ableG1410V-PNI-3S ἄνθρωποςanthrōposa manG0444N-NSM ἁμαρτωλὸςhamartōlossinfulG0268A-NSM τοιαῦταtoiautasuchG5108D-APN σημεῖαsēmeiasignsG4592N-APN ποιεῖν;poieinto do?G4160GV-PAN σχίσμαschismadivisionG4978N-NSN ἦνēnthere wasG1510V-IAI-3S αὐτοῖς.autoisthem.G0846P-DPM - Deze Mens is van Namelijk die op den sabbat uwe ogen met slijk bestreken en geopend heeft.
- houdt den sabbat niet Grieks bewaart.
- Anderen zeiden Namelijk uit hunne vergadering gelijk Nikodemus, of iemand dergelijks; Joh 7:50 .
- een zondaar is, Dat is, goddeloos, of een openbaar verachter van Gods wet, gelijk zij Hem hier beschuldigen.
17 Zij zeiden wederom tot den blinde: Gij, wat zegt gij van Hem; dewijl Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een Profeet.1
λέγουσινlegousinThey sayG3004GV-PAI-3P τυφλῷtuphlōblind [man]G5185A-DSM πάλιν·palinagain;G3825ADV σὺsuyou yourselfG4771P-2NS περὶpericoncerningG4012PREP ἠνέῳξένēneōxenHe openedG0455V-AAI-3S ὀφθαλμούς;ophthalmouseyes?G3788N-APM εἶπενeipenhe saidG2036V-2AAI-3S προφήτηςprophētēsA prophetG4396N-NSM ἐστίν.estinHe is.G1510V-PAI-3S - dewijl Hij uw Of, dat.
18 De Joden dan geloofden van hem niet, dat hij blind geweest was, en ziende was geworden, totdat zij geroepen hadden de ouders desgenen, die ziende geworden was.12
ἐπίστευσανepisteusandid believeG4100V-AAI-3P ἸουδαῖοιIoudaioiJewsG2453N-NPM-PG περὶpericoncerningG4012PREP ἦνēnhe was beingG1510V-IAI-3S τυφλὸςtuphlosblindG5185A-NSM ἀνέβλεψενaneblepsenreceived sightG0308V-AAI-3S ἐφώνησανephōnēsanthey calledG5455V-AAI-3P γονεῖςgoneisparentsG1118N-APM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἀναβλέψαντος,anablepsantoshaving received sight,G0308V-AAP-GSM - De Joden dan Dat is, de oversten der Joden, gelijk blijkt uit vs.22.
- ziende was geworden, Grieks en zag; of ziende was.
19 En zij vraagden hun, zeggende: Is deze uw zoon, welken gij zegt, dat blind geboren is? Hoe ziet hij dan nu?
ἠρώτησανērōtēsanthey askedG2065V-AAI-3P αὐτοὺςautousthemG0846P-APM λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM οὗτόςhoutosThisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP τυφλὸςtuphlosblindG5185A-NSM ἐγεννήθη;egennēthēhe was born?G1080V-API-3S βλέπειblepeidoes he seeG0991V-PAI-3S ἄρτι;¶artipresentlyG0737ADV 20 Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten, dat deze onze zoon is, en dat hij blind geboren is;
ἀπεκρίθησανapekrithēsanAnsweredG0611V-ADI-3P αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM γονεῖςgoneisparentsG1118N-NPM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM εἶπαν·eipansaid;G2036V-2AAI-3P οἴδαμενoidamenWe knowG6063V-RAI-1P οὗτόςhoutosthisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S τυφλὸςtuphlosblindG5185A-NSM ἐγεννήθη·egennēthēhe was born;G1080V-API-3S 21 Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven; hij zal van zichzelven spreken.
βλέπειblepeihe seesG0991V-PAI-3S οἴδαμεν,oidamenwe know,G6063V-PAI-1P ἤνοιξενēnoixenopenedG0455V-2AAI-3S αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP οἴδαμεν·oidamenknow;G6063V-PAI-1P ἐρωτήσατε,erōtēsatedo ask,G2065V-AAM-2P αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM ἡλικίανhēlikian[of] ageG2244N-ASF ἔχει·echeiis;G2192V-PAI-3S αὐτὸςautosHe himselfG0846P-NSM περὶperiConcerningG4012PREP ἑαυτοῦhe'autouhimselfG1438F-3GSM λαλήσει.¶lalēseihe will speak.G2980V-FAI-3S 22 Dit zeiden zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden alrede te zamen een besluit gemaakt, zo iemand Hem beleed Christus te zijn, dat die uit de synagoge zou geworpen worden.12
ΤαῦταTautaThese thingsG3778D-APN εἶπανeipansaidG2036V-2AAI-3P γονεῖςgoneisparentsG1118N-NPM αὐτοῦ,autouof HimG0846P-GSM ἐφοβοῦντοephobountothey were afraidG5399V-INI-3P Ἰουδαίους·IoudaiousJews;G2453N-APM-PG συνετέθειντοsunetetheintohad agreed togetherG4934V-LMI-3P ἸουδαῖοιIoudaioiJewsG2453N-NPM-PG ὁμολογήσῃhomologēsēshall confessG3670V-AAS-3S χριστόν,christonChrist,G5547N-ASM-T ἀποσυνάγωγοςaposunagōgosexpelled from the synagogueG0656A-NSM γένηται.genētaihe shall be.G1096V-2ADS-3S - want de Joden hadden Dat is, de oversten de Joden waren het samen eens geworden.
- uit de synagoge Dat is, uitgesloten uit de gemeenschap van den godsdienst, gelijk men nu houdt degenen, die uit de gemeente gebannen worden.
23 Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven.
διὰdiaBecause ofG1223PREP γονεῖςgoneisparentsG1118N-NPM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM εἶπανeipansaidG2036V-2AAI-3P ἡλικίανhēlikianAgeG2244N-ASF ἔχει,echeihe has,G2192V-PAI-3S ἐπερωτήσατε.¶eperōtēsatedo question.G1905V-AAM-2P 24 Zij dan riepen voor de tweede maal den mens, die blind geweest was, en zeiden tot hem: Geef God de eer; wij weten, dat deze Mens een zondaar is.12
ἘφώνησανEphōnēsanThey calledG5455V-AAI-3P ἄνθρωπονanthrōponmanG0444N-ASM δευτέρου,deuteroua second timeG1208A-GSN τυφλὸςtuphlosblindG5185A-NSM εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM δὸςdosdo giveG1325V-2AAM-2S δόξανdoxangloryG1391N-ASF θεῷ·theōto God!G2316N-DSM-T ἡμεῖςhēmeisWe ourselvesG3165P-1NP οἴδαμενoidamenknowG6063V-RAI-1P οὗτοςhoutosthisG3778D-NSM ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM ἁμαρτωλόςhamartōlosa sinnerG0268A-NSM ἐστιν.¶estinis.G1510V-PAI-3S - Geef God de eer; Dat is, belijd oprecht de waarheid voor God, waarmede Hem, als een kenner der harten, Zijne eer wordt gegeven. Zie Jos 7:19 ; 1Sa 6:5 .
- een zondaar is Dat is, een openbaar overtreder van Gods wet.
25 Hij dan antwoordde en zeide: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie.
ἈπεκρίθηApekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S ἐκεῖνοςekeinosheG1565D-NSM εἶπεν·eipensaid:G2036V-2AAI-3S ἁμαρτωλόςhamartōlosa sinnerG0268A-NSM ἐστινestinHe isG1510V-PAI-3S οἶδα·oidaI know;G6063V-PAI-1S ἓνhenOne [thing]G1520A-ASN οἶδαoidaI do knowG6063V-PAI-1S τυφλὸςtuphlosblindG5185A-NSM βλέπω.blepōI see.G0991V-PAI-1S 26 En zij zeiden wederom tot hem: Wat heeft Hij u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?1
εἶπονeiponThey saidG2036V-2AAI-3P πάλιν·palinagain:G3825ADV ἐποίησένepoiēsendid HeG4160GV-AAI-3S ἤνοιξένēnoixenopened HeG0455V-2AAI-3S ὀφθαλμούς;¶ophthalmouseyes?G3788N-APM - wederom tot hem Namelijk voor de derde maal, om te zien of zij hem ergens in zouden kunnen achterhalen.
27 Hij antwoordde hun: Ik heb het u alrede gezegd, en gij hebt het niet gehoord; wat wilt gij het wederom horen? Wilt gijlieden ook Zijn discipelen worden?1
ἈπεκρίθηApekrithēHe answeredG0611V-ADI-3S αὐτοῖς·autoisthem;G0846P-DPM εἶπονeiponI toldG2036V-2AAI-1S ἠκούσατε.ēkousateyou did listen.G0191V-AAI-2P θέλετεtheletedo you wishG2309V-PAI-2P ἀκούειν;akoueinto hear?G0191V-PAN ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP θέλετεtheletedo wishG2309V-PAI-2P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM γενέσθαι;genesthaito become?G1096V-2ADN - niet gehoord; Dat is, niet willen verstaan of aannemen.
28 Zij gaven hem dan scheldwoorden, en zeiden: Gij zijt Zijn discipel; maar wij zijn discipelen van Mozes.
οἱhoi<the>[they]G3588T-NPM ἐλοιδόρησανeloidorēsanrailed atG3058V-AAI-3P εἶπον·eiponsaid;G2036V-2AAI-3P σὺsuYou yourselfG4771P-2NS μαθητὴςmathētēsa discipleG3101N-NSM ἐκείνου,ekeinouof that One,G1565D-GSM ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP ΜωϋσέωςMōuseōsof MosesG3475N-GSM-P ἐσμὲνesmenareG1510V-PAI-1P μαθηταί.mathētaidisciples.G3101N-NPM 29 Wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft; maar Dezen weten wij niet, van waar Hij is.1
ἡμεῖςhēmeisWe ourselvesG3165P-1NP οἴδαμενoidamenknowG6063V-PAI-1P ΜωϋσεῖMōuseito MosesG3475N-DSM-P λελάληκενlelalēkenhas spokenG2980V-RAI-3S θεός,theosGod,G2316N-NSM-T τοῦτονtoutonthis [man]G3778D-ASM οἴδαμενoidamenwe knowG6063V-PAI-1P πόθενpothenfrom whereG4159ADV ἐστίν.estinis.G1510V-PAI-3S - van waar Hij is Dat is, van wien Hij is gezonden en macht heeft ontvangen om te leren. Waartegen niet strijdt hetgeen zij tevoren zeiden, Joh 7:27 , want daar spreken zij van Zijn vaderland.
30 De mens antwoordde, en zeide tot hen: Hierin is immers wat wonders, dat gij niet weet, van waar Hij is, en nochtans heeft Hij mijn ogen geopend.1
ἀπεκρίθηapekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM θαυμαστόνthaumastonan amazing thingG2298A-NSN ἐστινestinisG1510V-PAI-3S ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP οἴδατεoidateknowG6063V-RAI-2P πόθενpothenfrom whereG4159ADV ἐστίν,estinHe is,G1510V-PAI-3S ἤνοιξένēnoixenHe openedG0455V-2AAI-3S ὀφθαλμούς.ophthalmouseyes.G3788N-APM - mijn ogen geopend Dat is, heeft met zulk een treffelijk wonderteken getoond dat Hij van God gezonden is; gelijk hij besluit, vs.33. Zie ook Joh 3:2 .
31 En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij.12
οἴδαμενoidamenWe knowG6063V-RAI-1P ἁμαρτωλῶνhamartōlōnto sinnersG0268A-GPM ἀκούει,akoueidoes listen,G0191V-PAI-3S θεοσεβὴςtheosebēsGod-fearingG2318A-NSM θέλημαthelēmawillG2307N-ASN αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ποιῇ,poiēashall do,G4160GV-PAS-3S τούτουtoutouto himG3778D-GSM ἀκούει.akoueiHe listens.G0191V-PAI-3S - de zondaars niet Zie vs.16, 24.
- hoort; maar zo Dat is, verhoord.
32 Van alle eeuw is het niet gehoord, dat iemand eens blindgeborenen ogen geopend heeft.12
ἠκούσθηēkousthēit has been heardG0191V-API-3S ἠνέῳξένēneōxenopenedG0455V-AAI-3S ὀφθαλμοὺςophthalmous[the] eyesG3788N-APM τυφλοῦtuphlouof [one] blindG5185A-GSM γεγεννημένου.gegennēmenouborn.G1080V-RPP-GSM - Van alle Dat is, zolang de wereld gestaan heeft.
- ogen geopend heeft Dat is, het gezicht gegeven heeft. Zie vs.10.
33 Indiën Deze van God niet ware, Hij zou niets kunnen doen.12
οὗτοςhoutosthis [man]G3778D-NSM θεοῦ,theouGod,G2316N-GSM-T ἠδύνατοēdunatoHe was ableG1410V-INI-3S οὐδέν.¶oudenno [thing].G3762A-ASN - ware, Hij zou Namelijk gekomen of gezonden.
- niets kunnen doen Grieks niet iets; namelijk dergelijks.
34 Zij antwoordden, en zeiden tot hem: Gij zijt geheel in zonden geboren, en leert gij ons? En zij wierpen hem uit.12
ἀπεκρίθησανapekrithēsanThey answeredG0611V-ADI-3P εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ἁμαρτίαιςhamartiaissinsG0266N-DPF σὺsuyou yourselfG4771P-2NS ἐγεννήθηςegennēthēswere bornG1080V-API-2S ὅλοςholosentirelyG3650A-NSM σὺsuyou yourselfG4771P-2NS διδάσκειςdidaskeisteachG1321V-PAI-2S ἐξέβαλονexebalonthey castG1544V-2AAI-3P - geheel in zonden Zie hier voren vs.1,2.
- uit Grieks buiten; dat is, uit hunne vergadering of synagoge, gelijk vs.22.
35 Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en hem vindende, zeide Hij tot hem: Gelooft gij in den Zoon van God?
ἤκουσενēkousenHeardG0191V-AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐξέβαλονexebalonthey had castG1544V-2AAI-3P εὑρὼνheurōnhaving foundG2147V-2AAP-NSM εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto him:G0846P-DSM σὺsuYou yourselfG4771P-2NS πιστεύειςpisteueisbelieveG4100V-PAI-2S ἀνθρώπου;anthrōpouof Man?G0444N-GSM-T 36 Hij antwoordde en zeide: Wie is Hij, Heere, opdat ik in Hem moge geloven?
ἀπεκρίθηapekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S ἐκεῖνοςekeinosheG1565D-NSM εἶπεν·eipensaid;G2036V-2AAI-3S ἐστιν,estinis He,G1510V-PAI-3S πιστεύσωpisteusōI may believeG4100V-AAS-1S αὐτόν;autonHim?G0846P-ASM 37 En Jezus zeide tot Hem: En gij hebt Hem gezien, en Die met u spreekt, Dezelve is het.
εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P ἑώρακαςhe'ōrakasYou have seenG3708V-RAI-2S αὐτόν,autonHim,G0846P-ASM λαλῶνlalōnspeakingG2980V-PAP-NSM ἐκεῖνόςekeinosHeG1565D-NSM ἐστιν.estinis.G1510V-PAI-3S 38 En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.1
ἔφη·ephēhe was saying;G5346V-IAI-3S πιστεύω,pisteuōI believe,G4100V-PAI-1S προσεκύνησενprosekunēsenhe worshipedG4352V-AAI-3S - aanbad Hem Namelijk als Hem nu voor den Zoon God erkennende.
39 En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden.12345
εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P κρίμαkrimajudgmentG2917N-ASN κόσμονkosmonworldG2889N-ASM τοῦτονtoutonthisG3778D-ASM ἦλθον,ēlthoncame,G2064V-2AAI-1S βλέποντεςblepontesseeingG0991V-PAP-NPM βλέπωσινblepōsinmay seeG0991V-PAS-3P βλέποντεςblepontesseeingG0991V-PAP-NPM τυφλοὶtuphloiblindG5185A-NPM γένωνται.¶genōntaimay become.G1096V-2ADS-3P - oordeel in deze Dat is, met macht om de oordelen Gods uit te voeren, zo in het straffen van de verachters Zijns Woords, dien het een reuk des doods is, als in het aannemen van de boetvaardige zondaren, dien het is een reuk des levens; 2Co 2:16 .
- die niet zien, Dat is, die hun geestelijke blindheid kennen en begeren daarvan verlost te worden.
- zien mogen, en Dat is, tot de rechte en zaligmakende kennis Gods mogen gebracht worden.
- die zien, Dat is, die zich laten voorstaan dat zij deze kennis hebben, dat zij nochtans niet recht hebben; Rom 1:22 , en Rom 2:18 .
- blind worden Dat is, dat zij het licht des Evangelies verachtende, door Gods rechtvaardig oordeel in hunne blindheid gelaten en meer en meer verhard worden. Zie Psa 69:24 ; Isa 6:9 ; Mat 13:14 .
40 En dit hoorden enigen uit de Farizeën, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind?
ἤκουσανēkousanHeardG0191V-AAI-3P ΦαρισαίωνPharisaiōnPhariseesG5330N-GPM-T ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ὄντεςontesbeingG1510V-PAP-NPM εἶπονeiponthey saidG2036V-2AAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP τυφλοίtuphloiblindG5185A-NPM ἐσμεν;esmenare?G1510V-PAI-1P 41 Jezus zeide tot hen: Indiën gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; zo blijft dan uw zonde.123
εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P τυφλοὶtuphloiblindG5185A-NPM ἦτε,ēteyou were,G1510V-IAI-2P εἴχετεeicheteyou haveG2192V-IAI-2P ἁμαρτίαν.hamartiansin.G0266N-ASF λέγετεlegeteyou sayG3004GV-PAI-2P βλέπομεν,blepomenWe see,G0991V-PAI-1P ἁμαρτίαhamartiasinG0266N-NSF ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP μένει.¶meneiremains.G3306V-PAI-3S - Indien gij blind Dat is, indien gij uit enkel onwetendheid mijne leer niet aannaamt; of indien gij uwe onwetendheid en blindheid kendet.
- geen zonde hebben; Dat is, geen zo grote en ongeneeslijke zonde; Joh 15:22 .
- blijft dan uw zonde Namelijk op u liggende als een ongeneeslijke ziekte.