Chapter 11
1 En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanië, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha.1
τιςtisa certain [man]G5100X-NSM ἀσθενῶν,asthenōnailing,G0770HV-PAP-NSM ΛάζαροςLazarosLazarusG2976HN-NSM-P ΒηθανίαςBēthaniasBethanyG0963N-GSF-L κώμηςkōmēsvillageG2968N-GSF ΜαρίαςMariasof MaryG3137JN-GSF-P ΜάρθαςMarthasMarthaG3136N-GSF-P ἀδελφῆςadelphēssisterG0079N-GSF αὐτῆς·autēsof her;G0846P-GSF - Maria en haar Dat is, waar Maria en Martha woonden, Luk 10:38 ; Joh 12:1 . Van de ligging van dit vlek zie vs.18.
2 ( Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)1
ἀλείψασαaleipsasahaving anointedG0218V-AAP-NSF μύρῳmurōwith fragrant oilG3464N-DSN ἐκμάξασαekmaxasahaving wipedG1591V-AAP-NSF αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ταῖςtaiswith theG3588T-DPF θριξὶνthrixinhairG2359N-DPF αὐτῆς,autēsof her,G0846P-GSF ἀδελφὸςadelphosbrotherG0080N-NSM ΛάζαροςLazarosLazarusG2976HN-NSM-P ἠσθένει.ēstheneiwas sick.G0770HV-IAI-3S - gezalfd heeft Zie hiervan in Joh 12:3 .
3 Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.1
ἀπέστειλανapesteilanSentG0649V-AAI-3P ἀδελφαὶadelphaisistersG0079N-NPF λέγουσαι·legousaisaying;G3004GV-PAP-NPF φιλεῖςphileisYou loveG5368V-PAI-2S ἀσθενεῖ.¶astheneiwas being sick.G0770HV-PAI-3S - zonden tot Hem, Namelijk naar Bethabara over de Jordaan, waar Hij toen was. Zie Joh 10:40 .
4 En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.1234
ἈκούσαςAkousasHaving heardG0191V-AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπεν·eipensaid;G2036V-2AAI-3S ἀσθένειαastheneiasicknessG0769HN-NSF ἔστινestinisG1510V-PAI-3S θάνατονthanatondeathG2288N-ASM δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T δοξασθῇdoxasthēamay be glorifiedG1392V-APS-3S θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T αὐτῆς.¶autēsit.G0846P-GSF - tot den dood, Namelijk om daarin te blijven; namelijk tot den tijd der algemene opstanding.
- ter heerlijkheid Grieks voor de eer Gods.
- dezelve Namelijk krankheid, gelijk het Griekse woord klaarlijk uitwijst.
- verheerlijkt worde Namelijk als Hij hem wederom van de doden zal opwekken.
5 Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.
ἨγάπαĒgapawas lovingG0025V-IAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ΜάρθανMarthanMarthaG3136N-ASF-P ἀδελφὴνadelphēnsisterG0079N-ASF αὐτῆςautēsof herG0846P-GSF Λάζαρον.LazaronLazarus.G2976HN-ASM-P 6 Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.
ἤκουσενēkousenHe heardG0191V-AAI-3S ἀσθενεῖ,astheneihe is sick,G0770HV-PAI-3S ἔμεινενemeinenHe remainedG3306V-AAI-3S τόπῳtopō[the] placeG5117N-DSM ἡμέρας.hēmerasdays.G2250N-APF 7 Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.1
λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S μαθηταῖς·mathētaisdisciples;G3101N-DPM ἄγωμενagōmenLet us goG0071V-PAS-1P ἸουδαίανIoudaianJudeaG2449N-ASF-L πάλιν.palinagain.G3825ADV - naar Judea gaan Namelijk waar Hij uitgeweken was, omdat de Joden Hem wilden stenigen; Joh 10:40 .
8 De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?12
λέγουσινlegousinSayG3004GV-PAI-3P μαθηταί·mathētaidisciples;G3101N-NPM ῥαββί,rhabbiRabbi,G4461N-VSM-T ἐζήτουνezētounwere seekingG2212V-IAI-3P λιθάσαιlithasaito stoneG3034V-AAN Ἰουδαῖοι,IoudaioiJews,G2453N-NPM-PG ὑπάγειςhupageisYou are goingG5217V-PAI-2S - nu onlangs Want het was omtrent twee maanden geleden.
- derwaarts? Namelijk om u daar in gevaar te begeven.
9 Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indiën iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;123
ἈπεκρίθηApekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P οὐχὶouchiSurelyG3780PRT-N δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI εἰσινeisinare thereG1510V-PAI-3P ἡμέρας;hēmerasday?G2250N-GSF περιπατῇperipatēashall walkG4043V-PAS-3S ἡμέρᾳ,hēmeraday,G2250N-DSF προσκόπτει,proskopteihe stumbles,G4350V-PAI-3S κόσμουkosmouworldG2889N-GSM τούτουtoutouthisG3778D-GSM βλέπει.blepeihe sees.G0991V-PAI-3S - twaalf uren Dit moet verstaan worden naar de rekening der Joden, die de uren telden van den opgang der zon tot den ondergang, en deelden den dag altijd af in twaalf uren. Zie ook Mat 20:3 .
- in den dag? Grieks des daags.
- dag wandelt, Christus' vergelijkt hier Zijn leven bij den dag en Zijn sterven bij den nacht, gelijk ook Joh 9:4 , en wil daarmede zeggen dat gelijk de dag zekere uren heeft, namelijk zolang het licht der wereld, dat is de zon, schijnt, dat ook alzo Zijn leven op aarde een zeker perk of tijd heeft van zijnen Vader gesteld, vóór welken de mensen Hem het leven niet zullen kunnen benemen, of verhinderen de werken Zijns beroeps uit te voeren. Maar als die tijd zal verstreken zijn, dat zij alsdan macht zullen krijgen om Hem te doden.
10 Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.1
περιπατῇperipatēashall walkG4043V-PAS-3S νυκτί,nuktinight,G3571N-DSF προσκόπτει,proskopteihe stumbles,G4350V-PAI-3S ἔστινestinisG1510V-PAI-3S - in hem niet is Dat is, in zijne ogen niet schijnt.
11 Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken.
ταῦταtautaThese thingsG3778D-APN εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ΛάζαροςLazarosLazarusG2976HN-NSM-P φίλοςphilosfriendG5384A-NSM κεκοίμηται·kekoimētaihas fallen asleep;G2837V-RMI-3S πορεύομαιporeuomaiI goG4198V-PNI-1S ἐξυπνίσωexupnisōI may awakenG1852V-AAS-1S αὐτόν.¶autonhim.G0846P-ASM 12 Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.1
εἶπανeipanSaidG2036V-2AAI-3P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM κεκοίμηται,kekoimētaihe has fallen asleep,G2837V-RMI-3S σωθήσεται.sōthēsetaihe will get well.G4982V-FPI-3S - gezond worden Grieks behouden worden; dat is, dat is een goed teken dat hij van de ziekte zal genezen.
13 Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps.1
εἰρήκειeirēkeiHad spokenG2036V-LAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P θανάτουthanatoudeathG2288N-GSM αὐτοῦ·autouof him;G0846P-GSM ἐκεῖνοιekeinoitheyG1565D-NPM ἔδοξανedoxanthoughtG1380V-AAI-3P κοιμήσεωςkoimēseōsrestG2838N-GSF ὕπνουhupnouof sleepG5258N-GSM λέγει.¶legeiHe speaks.G3004GV-PAI-3S - de rust des Dat is, van den natuurlijken en eigenlijk genaamden slaap.
14 Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven.
εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P παρρησίᾳ·parrēsiaplainly;G3954N-DSF ΛάζαροςLazarosLazarusG2976HN-NSM-P ἀπέθανεν.apethanenhas died.G0599V-2AAI-3S 15 En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben , opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.1
χαίρωchairōI rejoiceG5463V-PAI-1S δι᾽di᾽for sake ofG1223PREP ἵναinain order thatG2443CONJ πιστεύσητε,pisteusēteyou may believe,G4100V-AAS-2P ἤμηνēmēnI wasG1510V-IMI-1S ἄγωμενagōmenlet us goG0071V-PAS-1P αὐτόν.¶autonhim.G0846P-ASM - geloven moogt; Dat is, in uw geloof door zijne opwekking gesterkt worden.
16 Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.12
ΕἶπενEipenSaidG2036V-2AAI-3S ΘωμᾶςThōmasThomasG2381N-NSM-P λεγόμενοςlegomenosis being namedG3004HV-PPP-NSM ΔίδυμοςDidumosDidymusG1324N-NSM-P συμμαθηταῖς·summathētaisfellow disciples;G4827N-DPM ἄγωμενagōmenLet us goG0071V-PAS-1P ἀποθάνωμενapothanōmenwe may dieG0599V-2AAS-1P αὐτοῦ.autouHim.G0846P-GSM - Didymus, Dat is, tweeling, met welk Grieks woord het Hebreeuwse woord Thomas uitgelegd wordt, gelijk Cefas door het woord Petrus ; Joh 1:43 .
- Hem sterven Namelijk Christus onzen Meester, dewijl Hij immers zich in gevaar wil begeven. Zie vs.8.
17 Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.1
ἐλθὼνelthōnHaving comeG2064V-2AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εὗρενheurenfoundG2147V-2AAI-3S τέσσαραςtessarasfourG5064A-APF ἡμέραςhēmerasdaysG2250N-APF ἔχονταechontahaving beenG2192V-PAP-ASM μνημείῳ.mnēmeiōtomb.G3419N-DSN - in het graf Grieks in het graf had; dat is gelegen had.
18 ( Bethanië nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadiën van daar.)1
ΒηθανίαBēthaniaBethanyG0963N-NSF-L ἹεροσολύμωνHi'erosolumōnJerusalemG2414N-GPN-L σταδίωνstadiōnstadiaG4712N-GPM δεκαπέντε.¶dekapentefifteen.G1178A-NUI - stadiën Een stadie houdt honderd vijf en twintig schreden; en vijftien stadiën maken wat meer dan een half uur gaans. Zie Luk 24:13 .
19 En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.123
ΠολλοὶPolloiManyG4183A-NPM ἸουδαίωνIoudaiōnJewsG2453N-GPM-PG ἐληλύθεισανelēlutheisanhad comeG2064V-2LAI-3P περὶpericoncerningG4012PREP ΜάρθανMarthanMarthaG3136N-ASF-P παραμυθήσωνταιparamuthēsōntaithey may consoleG3888V-ADS-3P περὶpericoncerningG4012PREP ἀδελφοῦadelphoubrotherG0080N-GSM αὐτῶν.¶autōnof them.G0846P-GPF - Joden waren Namelijk die te Jeruzalem en daaromtrent, gelijk vs.18 uitwijst, woonden.
- tot Martha Grieks tot de vrouwen omtrent Martha en Maria zijnde.
- zij haar vertroosten Namelijk de Joden.
20 Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.1
Μάρθα,MarthaMartha,G3136N-NSF-P ἤκουσενēkousenshe heardG0191V-AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἔρχεται,erchetaiis coming,G2064V-PNI-3S ὑπήντησενhupēntēsenmetG5221V-AAI-3S αὐτῷ·autōwith Him;G0846P-DSM ἐκαθέζετο.ekathezetowas sitting.G2516V-INI-3S - bleef in huis zitten Grieks zat in het huis.
21 Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;1
εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S ΜάρθαMarthaMarthaG3136N-NSF-P Ἰησοῦν·IēsounJesus;G2424GN-ASM-P ἦςēsYou had beenG1510V-IAI-2S ἀπέθανενapethanenbe deadG0599V-2AAI-3S ἀδελφόςadelphosbrotherG0080N-NSM μου.mouof mine.G3165P-1GS - zo ware mijn Dat is, ik vertrouw dat gij hem van zijne krankheid zoudt genezen hebben.
22 Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.1
ἀλλὰallaNeverthelessG0235CONJ οἶδαoidaI knowG6063V-RAI-1S ὅσαhosaas much asG3745K-APN αἰτήσῃaitēsēYou may askG0154V-AMS-2S δώσειdōseiwill giveG1325V-FAI-3S θεός.¶theosGod.G2316N-NSM-T - alles, wat Gij Namelijk zelfs ook dat mijn broeder weder levend worde.
23 Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan.
αὐτῇautēato herG0846P-DSF Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P ἀναστήσεταιanastēsetaiWill rise againG0450V-FMI-3S ἀδελφόςadelphosbrotherG0080N-NSM 24 Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.12
Μάρθα·MarthaMartha;G3136N-NSF-P οἶδαoidaI knowG6063V-RAI-1S ἀναστήσεταιanastēsetaihe will rise againG0450V-FMI-3S ἀναστάσειanastaseiresurrectionG0386N-DSF ἐσχάτῃeschatēlastG2078A-DSF ἡμέρᾳ.¶hēmeraday.G2250N-DSF - in de opstanding Dat is, in de algemene opstanding aller mensen.
- laatsten dage Namelijk dezer wereld.
25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;123
ΕἶπενEipenSaidG2036V-2AAI-3S αὐτῇautēato herG0846P-DSF Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P ἀνάστασιςanastasisresurrectionG0386N-NSF πιστεύωνpisteuōnbelievingG4100V-PAP-NSM ἐμὲemeMe myselfG1473P-1AS κἂνkaneven ifG2532CONJ + G1437 ἀποθάνῃapothanēhe shall dieG0599V-2AAS-3S ζήσεται,zēsetaihe will live,G2198V-FDI-3S - Ik ben de Opstanding Dat is, ik ben de bewerker en oorzaak der opstanding en des levens.
- leven, al ware Dat is, zal tot het eeuwige leven weder opgewekt worden.
- gestorven; Namelijk naar het lichaam.
26 En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?1
ζῶνzōnis livingG2198V-PAP-NSM πιστεύωνpisteuōnbelievingG4100V-PAP-NSM ἐμὲemeMe myselfG1473P-1AS ἀποθάνῃapothanēhe shall dieG0599V-2AAS-3S πιστεύειςpisteueisBelieve youG4100V-PAI-2S τοῦτο;toutothis?G3778D-ASN - niet sterven in Namelijk den eeuwigen en tweeden dood; Rev 20:6 .
27 Zij zeide tot Hem: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.
λέγειlegeiShe saysG3004GV-PAI-3S αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM πεπίστευκαpepisteukahave believedG4100V-RAI-1S σὺsuYou yourselfG4771P-2NS χριστὸςchristosChristG5547N-NSM-T θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T κόσμονkosmonworldG2889N-ASM ἐρχόμενος.¶erchomenoscoming.G2064V-PNP-NSM 28 En dit gezegd hebbende, ging zij heen, en riep Maria, haar zuster, heimelijk, zeggende: De Meester is daar, en Hij roept u.
τοῦτοtoutothese thingsG3778D-ASN εἰποῦσαeipousahaving saidG2036V-2AAP-NSF ἀπῆλθενapēlthenshe went awayG0565V-2AAI-3S ἐφώνησενephōnēsenshe calledG5455V-AAI-3S ἀδελφὴνadelphēnsisterG0079N-ASF αὐτῆςautēsof herG0846P-GSF λάθρᾳlathrasecretlyG2977ADV εἰποῦσα·eipousahaving said;G2036V-2AAP-NSF διδάσκαλοςdidaskalosTeacherG1320N-NSM-T πάρεστινparestinis comeG3918V-PAI-3S φωνεῖphōneiHe callsG5455V-PAI-3S 29 Deze, als zij dat hoorde, stond haastelijk op, en ging tot Hem.
ἐκείνηekeinēSheG1565D-NSF ἤκουσενēkousenshe heardG0191V-AAI-3S ἠγέρθηēgerthē[she] rose upG1453V-API-3S ἤρχετοērchetowas comingG2064V-INI-3S αὐτόν.autonHim.G0846P-ASM 30 ( Jezus nu was nog in het vlek niet gekomen, maar was in de plaats, waar Hem Martha tegemoet gekomen was.)1
οὔπωoupōNot yetG3768ADV-N ἐληλύθειelēlutheihad comeG2064V-2LAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P κώμην,kōmēnvillage,G2968N-ASF ὑπήντησενhupēntēsenmetG5221V-AAI-3S αὐτῷautōwith HimG0846P-DSM Μάρθα.¶MarthaMartha.G3136N-NSF-P - het vlek niet Namelijk van Bethanië.
31 De Joden dan, die met haar in het huis waren, en haar vertroostten, ziende Maria, dat zij haastelijk opstond en uitging, volgden haar, zeggende: Zij gaat naar het graf, opdat zij aldaar wene.1
ἸουδαῖοιIoudaioiJewsG2453N-NPM-PG ὄντεςontesare beingG1510V-PAP-NPM παραμυθούμενοιparamuthoumenoiconsolingG3888V-PNP-NPM αὐτήν,autēnher,G0846P-ASF ἰδόντεςidonteshaving seenG1492HV-2AAP-NPM ταχέωςtacheōssoonG5030ADV ἀνέστηanestēshe rose upG0450V-2AAI-3S ἐξῆλθεν,exēlthenwent out,G1831V-2AAI-3S ἠκολούθησανēkolouthēsanfollowedG0190V-AAI-3P αὐτῇ,autēaafter her,G0846P-DSF δόξαντεςdoxanteshaving supposedG1380V-AAP-NPM ὑπάγειhupageishe is goingG5217V-PAI-3S μνημεῖονmnēmeiontombG3419N-ASN κλαύσῃklausēshe may weepG2799V-AAS-3S - het graf, opdat Namelijk dat buiten het vlek was, naar de gewoonte der Joden.
32 Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven.
ἦλθενēlthenshe cameG2064V-2AAI-3S ὅπουhopouto whereG3699CONJ Ἰησοῦς,IēsousJesus,G2424GN-NSM-P ἰδοῦσαidousahaving seenG1492HV-2AAP-NSF ἔπεσενepesenshe fellG4098V-2AAI-3S αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM λέγουσαlegousasayingG3004GV-PAP-NSF αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM ἦςēsYou had beenG1510V-IAI-2S ἀπέθανενapethanenhave diedG0599V-2AAI-3S ἀδελφός.adelphosbrother.G0080N-NSM 33 Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven;12
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶδενeidenHe sawG1492HV-2AAI-3S κλαίουσανklaiousanweepingG2799V-PAP-ASF συνελθόνταςsunelthontashaving come withG4905V-2AAP-APM ἸουδαίουςIoudaiousJewsG2453N-APM-PG κλαίοντας,klaiontasweeping,G2799V-PAP-APM ἐνεβριμήσατοenebrimēsatoHe was deeply movedG1690V-ADI-3S πνεύματιpneumatiin spiritG4151GN-DSN ἐτάραξενetaraxentroubledG5015V-AAI-3S ἑαυτὸνhe'autonHimselfG1438F-3ASM - zeer bewogen Of, zeer gestoord, in zijn gemoed. Zie ook vs.38.
- ontroerde Zichzelven; Namelijk door medelijden en droefheid; Heb 4:15 .
34 En zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het.
εἶπεν·eipenHe said;G2036V-2AAI-3S τεθείκατεtetheikatehave you laidG5087V-RAI-2P αὐτόν;autonhim?G0846P-ASM λέγουσινlegousinThey sayG3004GV-PAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM ἔρχουerchoudo comeG2064V-PNM-2S 35 Jezus weende.1
ἐδάκρυσενedakrusenWeptG1145V-AAI-3S Ἰησοῦς.IēsousJesus.G2424GN-NSM-P - weende Of, liet tranen.
36 De Joden dan zeiden: Ziet, hoe lief Hij hem had!
ἔλεγονelegonWere sayingG3004GV-IAI-3P Ἰουδαῖοι·IoudaioiJews;G2453N-NPM-PG ἐφίλειephileiHe was lovingG5368V-IAI-3S αὐτόν.autonhim!G0846P-ASM 37 En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware?
εἶπαν·eipansaid;G2036V-2AAI-3P ἐδύνατοedunatowas ableG1410V-INI-3S οὗτοςhoutosthis [man]G3778D-NSM ἀνοίξαςanoixashaving openedG0455V-AAP-NSM ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM τυφλοῦtuphloublindG5185A-GSM ποιῆσαιpoiēsaito have causedG4160GV-AAN οὗτοςhoutosthis oneG3778D-NSM ἀποθάνῃ;¶apothanēmay have died?G0599V-2AAS-3S 38 Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.1
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐμβριμώμενοςembrimōmenosbeing deeply movedG1690V-PNP-NSM ἑαυτῷhe'autōHimselfG1438F-3DSM ἔρχεταιerchetaiHe comesG2064V-PNI-3S μνημεῖον·mnēmeiontomb;G3419N-ASN σπήλαιον,spēlaiona cave,G4693N-NSN λίθοςlithosa stoneG3037N-NSM ἐπέκειτοepekeitowas lyingG1945V-INI-3S - daarop gelegd Of daartegen.
39 Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen.1
Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P ἄρατεaratedo take awayG0142V-AAM-2P λίθον.lithonstone.G3037N-ASM ἀδελφὴadelphēsisterG0079N-NSF τοῦtouof the [one]G3588T-GSM τετελευτηκότοςteteleutēkotoshaving deceasedG5053V-RAP-GSM Μάρθα·MarthaMartha;G3136N-NSF-P ὄζει·ozeihe stinks;G3605V-PAI-3S τεταρταῖοςtetartaiosfour daysG5066A-NSM ἐστιν.estinit is.G1510V-PAI-3S - aldaar gelegen Namelijk in het graf, gelijk blijkt uit vs.17. Grieks hij is vierdagig.
40 Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?1
αὐτῇautēato herG0846P-DSF Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P εἶπόνeiponI saidG2036V-2AAI-1S πιστεύσῃςpisteusēsyou shall believeG4100V-AAS-2S ὄψῃopsēyou will seeG3708V-FDI-2S δόξανdoxangloryG1391N-ASF θεοῦ;theouof God?G2316N-GSM-T - de heerlijkheid Dat is, de wonderbaarlijke opwekking uws broeders, waardoor de kracht Gods gezien en Zijne eer verbreid wordt.
41 Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.12
ἦρανēranThey took awayG0142V-AAI-3P λίθονlithonstoneG3037N-ASM τεθνηκὼςtethnēkōshaving diedG2348V-RAP-NSM κειμένος.keimenoslaid.G2749V-PNP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἦρενērenliftedG0142V-AAI-3S ὀφθαλμοὺςophthalmous[His] eyesG3788N-APM εἶπεν·eipensaid;G2036V-2AAI-3S πάτερ,paterFather,G3962N-VSM-T εὐχαριστῶeucharistōI thankG2168V-PAI-1S ἤκουσάςēkousasYou have heardG0191V-AAI-2S - lag Grieks was liggende.
- zeide Vader, Christus bidt Zijnen Vader, niet omdat Hij als Zoon Gods de macht niet zou hebben om doden te verwekken, Joh 5:21 ; maar omdat Hij als Middelaar Zich in het gebruik dezer macht den wil des Vaders had onderworpen; Phi 2:7-8 ; Heb 10:7 .
42 Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
πάντοτέpantotealwaysG3842ADV ἀκούεις·akoueisYou hear;G0191V-PAI-2S διὰdiaon account ofG1223PREP ὄχλονochloncrowdG3793N-ASM περιεστῶταperiestōtaalready standing aroundG4026V-RAP-ASM εἶπον,eiponI said [it],G2036V-2AAI-1S πιστεύσωσινpisteusōsinthey may believeG4100V-AAS-3P σύsuYou yourselfG4771P-2NS ἀπέστειλας.apesteilassent.G0649V-AAI-2S 43 En als Hij dit gezegd had, riep Hij met grote stemme: Lazarus, kom uit!
ταῦταtautathese thingsG3778D-APN εἰπὼνeipōnhaving saidG2036V-2AAP-NSM φωνῇphōnēain a voiceG5456GN-DSF μεγάλῃmegalēloudG3173A-DSF ἐκραύγασεν·ekraugasenHe cried out;G2905V-AAI-3S Λάζαρε,LazareLazarus,G2976HN-VSM-P 44 En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Ontbindt hem, en laat hem heengaan.1
ἐξῆλθενexēlthenCame forthG1831V-2AAI-3S τεθνηκὼςtethnēkōshaving diedG2348V-RAP-NSM δεδεμένοςdedemenosboundG1210V-RPP-NSM χεῖραςcheirashandsG5495N-APF κειρίαις,keiriaiswith linen strips,G2750N-DPF αὐτοῦautouof himG0846P-GSM σουδαρίῳsoudariōin a headclothG4676N-DSN περιεδέδετο.periededetohad bound about.G4019V-LPI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς·IēsousJesus:G2424GN-NSM-P λύσατεlusatedo unbindG3089V-AAM-2P ἄφετεaphetedo allowG0863IV-2AAM-2P ὑπάγειν.¶hupageinto go.G5217V-PAN - grafdoeken, en Of, windselbanden, waar Hij mede begraven was, naar de gewoonte der Joden; Joh 20:6-7 .
45 Velen dan uit de Joden, die tot Maria gekomen waren, en aanschouwd hadden, hetgeen Jezus gedaan had, geloofden in Hem.
ΠολλοὶPolloiManyG4183A-NPM ἸουδαίωνIoudaiōnJewsG2453N-GPM-PG ἐλθόντεςelthonteshaving comeG2064V-2AAP-NPM θεασάμενοιtheasamenoihaving seenG2300V-ADP-NPM ἐποίησενepoiēsenHe didG4160GV-AAI-3S Ἰησοῦς,IēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐπίστευσανepisteusanbelievedG4100V-AAI-3P αὐτόν.autonHim.G0846P-ASM 46 Maar sommigen van hen gingen tot de Farizeën, en zeiden tot hen, hetgeen Jezus gedaan had.
ἀπῆλθονapēlthonwentG0565V-2AAI-3P ΦαρισαίουςPharisaiousPhariseesG5330N-APM-T εἶπανeipantoldG2036V-2AAI-3P αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM ἐποίησενepoiēsendidG4160GV-AAI-3S Ἰησοῦς.¶IēsousJesus.G2424GN-NSM-P 47 De overpriesters dan en de Farizeën vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen.1
ΣυνήγαγονSunēgagonGatheredG4863V-2AAI-3P ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM ΦαρισαῖοιPharisaioiPhariseesG5330N-NPM-T συνέδριονsunedriona councilG4892N-ASN ἔλεγον·elegonthey were saying;G3004GV-IAI-3P ποιοῦμεν,poioumenare we to do?G4160GV-PAI-1P οὗτοςhoutosthisG3778D-NSM ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM σημεῖα;sēmeiasigns!G4592N-APN - den raad, Grieks Synedrion; van welken zie Mat 5:22 .
48 Indiën wij Hem alzo laten geworden, zij zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen, en wegnemen beide onze plaats en volk.123
ἀφῶμενaphōmenwe shall let him aloneG0863GV-2AAS-1P οὕτως,houtōslike this,G3779ADV πάντεςpantesallG3956A-NPM πιστεύσουσινpisteusousinwill believeG4100V-FAI-3P αὐτόν,autonHim,G0846P-ASM ἐλεύσονταιeleusontaiwill comeG2064V-FDI-3P ῬωμαῖοιRhōmaioiRomansG4514N-NPM-LG ἀροῦσινarousinwill take awayG0142V-FAI-3P τόπονtoponplaceG5117N-ASM ἔθνος.¶ethnosnation.G1484N-ASN - laten geworden, Grieks aflaten.
- komen, en wegnemen Namelijk tegen ons als tegen rebellen.
- onze plaats en volk De stad en tempel van Jeruzalem uitroeien.
49 En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets;1
Καϊάφας,KaiaphasCaiaphas,G2533GN-NSM-P ἀρχιερεὺςarchiereushigh priestG0749N-NSM ἐνιαυτοῦeniautouyearG1763N-GSM ἐκείνου,ekeinousame,G1565D-GSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ὑμεῖςhumeisYou yourselvesG4771P-2NP οἴδατεoidateknowG6063V-RAI-2P οὐδέν,oudenno [thing],G3762A-ASN - deszelven jaars Het hogepriesterambt werd toen door de Romeinen vergeven voor zekeren tijd, somwijlen ook van jaar tot jaar, Luk 3:2 ; Act 4:6 , tegen de ordinantie Gods. Zie Num 35:28 ; Jos 20:6 ; Heb 7:23 .
50 En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga.1
λογίζεσθεlogizestheconsider youG3049V-PNI-2P συμφέρειsumphereiit is profitableG4851V-PAI-3S ὑμῖνhuminfor youG4771P-2DP ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM ἀποθάνῃapothanēmay dieG0599V-2AAS-3S λαοῦ,laoupeople,G2992N-GSM ἔθνοςethnosnationG1484N-NSN ἀπόληται.apolētaimay perish.G0622V-2AMS-3S - dat een mens Hij verstond dit wel van den wereldlijken stand des Joodsen volks, maar God heeft zijne tong alzo bestuurd, dat hij onwetend geprofeteerd heeft van de vrucht des doods van Christus, tot verzoening en behoudenis der uitverkoren kinderen Gods.
51 En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk;1
ἑαυτοῦhe'autouhimselfG1438F-3GSM εἶπεν,eipenhe said,G2036V-2AAI-3S ἀρχιερεὺςarchiereushigh priestG0749N-NSM ἐνιαυτοῦeniautouyearG1763N-GSM ἐκείνουekeinouthatG1565D-GSM ἐπροφήτευσενeprophēteusenhe prophesiedG4395V-AAI-3S ἔμελλενemellenwas aboutG3195V-IAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἀποθνῄσκεινapothnēskeinto dieG0599V-PAN ἔθνους,ethnousnation,G1484N-GSN - het volk; Namelijk der Joden.
52 En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen.12
ἔθνουςethnousnationG1484N-GSN τέκναteknachildrenG5043N-APN θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T διεσκορπισμέναdieskorpismenascatteredG1287V-RPP-APN συναγάγῃsunagagēHe may gather togetherG4863V-2AAS-3S - de kinderen Gods, Dat is, de uitverkorenen uit alle volken door de ganse wereld; Rev 5:9 .
- een zou vergaderen Namelijk lichaam, kudde of gemeente; gelijk Joh 10:16 ; Eph 2:14 .
53 Van dien dag dan af beraadslaagden zij te zamen, dat zij Hem doden zouden.1
ἐκείνηςekeinēsthat [very]G1565D-GSF ἡμέραςhēmerasdayG2250N-GSF ἐβουλεύσαντοebouleusantothey plottedG1011V-ADI-3P ἀποκτείνωσινapokteinōsinthey may killG0615V-AAS-3P αὐτόν.¶autonHim.G0846P-ASM - beraadslaagden Dat is, besloten in hun Raad.
54 Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraïm, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen.12
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089 παρρησίᾳparrēsiapubliclyG3954N-DSF περιεπάτειperiepateiwas walkingG4043V-IAI-3S Ἰουδαίοις,IoudaioisJews,G2453N-DPM-PG ἀπῆλθενapēlthenwent awayG0565V-2AAI-3S ἐκεῖθενekeithenfrom thereG1564ADV χώρανchōranregionG5561N-ASF ἐρήμουerēmouwildernessG2048A-GSF ἘφραὶμEphraimEphraimG2187N-ASM-L λεγομένηνlegomenēnbeing namedG3004HV-PPP-ASF πόλιν,polina city,G4172N-ASF κἀκεῖkakeiAnd thereG2532CONJ + G1563 ἔμεινενemeinenHe stayedG3306V-AAI-3S μαθητῶνmathētōndisciplesG3101N-GPM αὐτοῦ.¶autouof him.G0846P-GSM - van daar naar Namelijk van Jeruzalem en daaromtrent.
- Efraïm Anders, Efrem; welke sommigen menen te wezen de stad Efraïm of Efron, waarvan men leest 2Ch 13:19 .
55 En het pascha der Joden was nabij, en velen uit dat land gingen op naar Jeruzalem, voor het pascha, opdat zij zichzelven reinigden.12
πάσχαpaschaPassoverG3957N-NSN-T Ἰουδαίων,IoudaiōnJews,G2453N-GPM-PG ἀνέβησανanebēsanwent upG0305V-2AAI-3P πολλοὶpolloimanyG4183A-NPM ἹεροσόλυμαHi'erosolumaJerusalemG2414N-APN-L χώραςchōrasregionG5561N-GSF πάσχαpaschaPassoverG3957N-GSN ἁγνίσωσινhagnisōsinthey may purifyG0048V-AAS-3P ἑαυτούς.he'autousthemselves.G1438F-3APM - pascha der Joden Dit was het laatste pascha, dat Christus gehouden heeft, in hetwelk Hij gekruisigd is.
- reinigden Namelijk volgens het bevel Gods; Num 9:6 , en 2Ch 30:15 .
56 Zij zochten dan Jezus, en zeiden onder elkander, staande in den tempel: Wat dunkt u? Dunkt u, dat Hij niet komen zal tot het feest?1
ἐζήτουνezētounThey were seekingG2212V-IAI-3P ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P ἔλεγονelegonwere sayingG3004GV-IAI-3P ἀλλήλωνallēlōnone anotherG0240C-GPM ἱερῷhi'erōtempleG2411N-DSN ἑστηκότες·hestēkotesalready standing;G2476V-RAP-NPM δοκεῖdokeidoes it seemG1380V-PAI-3S ὑμῖν,huminto you,G4771P-2DP ἔλθῃelthēHe may comeG2064V-2AAS-3S ἑορτήν;he'ortēnfeast?G1859N-ASF - Hij niet komen Namelijk Jezus.
57 De overpriesters nu en de Farizeën hadden een gebod gegeven, dat, zo iemand wist, waar Hij was, hij het zou te kennen geven, opdat zij Hem mochten vangen.12
δεδώκεισανdedōkeisanHad givenG1325V-LAI-3P ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM ΦαρισαῖοιPharisaioiPhariseesG5330N-NPM-T ἐντολὰςentolascommandsG1785N-APF γνῷgnōshall knowG1097V-2AAS-3S ἐστινestinHe isG1510V-PAI-3S μηνύσῃ,mēnusēhe shall show [it],G3377V-AAS-3S ὅπωςhopōsso thatG3704CONJ πιάσωσινpiasōsinthey may seizeG4084V-AAS-3P αὐτόν.¶autonHim.G0846P-ASM - gebod gegeven, Dat is, laten afkondigen.
- vangen Grieks grijpen.