Chapter 4
1 Als dan de Heere verstond, dat de Farizeën gehoord hadden, dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes;12
ἔγνωegnōknewG1097V-2AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἤκουσανēkousanheardG0191V-AAI-3P ΦαρισαῖοιPharisaioiPhariseesG5330N-NPM-T ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P πλείοναςpleionasmoreG4119A-APM-C μαθητὰςmathētasdisciplesG3101N-APM βαπτίζειbaptizeibaptizesG0907V-PAI-3S Ἰωάννης,IōannēsJohnG2491GN-NSM-P - de Heere verstond, Namelijk Jezus.
- meer discipelen En overzulks vreesden dat zij hun aanzien bij het volk meer zouden verliezen door Hem, dan geschied was door Johannes; en dat zij daarover met nijdigheid en haat tegen Hem zo langer zo meer ontstoken werden, Joh 11:48 .
2 ( Hoewel Jezus zelf niet doopte, maar Zijn discipelen),
καίτοιγεkaitoigeand certainly indeedG2532CONJ + G5104 ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P αὐτὸςautosHimselfG0846P-NSM ἐβάπτιζενebaptizenwas baptizingG0907V-IAI-3S μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM αὐτοῦ,autouof HimG0846P-GSM 3 Zo verliet Hij Judea, en ging wederom heen naar Galilea.12
ἀφῆκενaphēkenHe leftG0863GV-AAI-3S ἸουδαίανIoudaianJudeaG2449N-ASF-L ἀπῆλθενapēlthenwent awayG0565V-2AAI-3S Γαλιλαίαν.GalilaianGalilee.G1056GN-ASF-L - verliet Hij Judea Namelijk om hun lagen en geweld te ontgaan, alzo Zijne ure nog niet gekomen was, Joh 7:30 .
- wederom heen naar Waaruit Hij tevoren naar Jeruzalem was vertrokken, Joh 2:12 .
4 En Hij moest door Samaria gaan.1
ἔδειedeiIt was necessary forG1163V-IAI-3S διέρχεσθαιdierchesthaito passG1330V-PNN Σαμαρείας.SamareiasSamaria.G4540N-GSF-L - door Samaria gaan Overmits de naaste weg om van Judea naar Galilea te reizen door het land van Samaria lag, Luk 9:51-52 , en Luk 17:11 .
5 Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf.1
ἔρχεταιerchetaiHe comesG2064V-PNI-3S πόλινpolina cityG4172N-ASF ΣαμαρείαςSamareiasof SamariaG4540N-GSF-L λεγομένηνlegomenēnbeing namedG3004HV-PPP-ASF Συχάρ,SucharSychar,G4965N-ASF-L πλησίονplēsionnearbyG4139N-NSF χωρίουchōriouplot of groundG5564GN-GSN ἔδωκενedōkengaveG1325V-AAI-3S ἸωσὴφIōsēphto JosephG2501NN-DSM-P αὐτοῦ·autouof him;G0846P-GSM - gaf Namelijk bij testament. Zie Gen 48:22 , op welk stuk land ook Jozefs beenderen begraven zijn, Jos 24:32 .
6 En aldaar was de fontein Jakobs. Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens de fontein. Het was omtrent de zesde ure.12
πηγὴpēgē[the] wellG4077N-NSF Ἰακώβ.¶Iakōbof Jacob.G2384HN-GSM-P ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P κεκοπιακὼςkekopiakōsalready wearyingG2872V-RAP-NSM ὁδοιπορίαςhodoiporiasjourneyG3597N-GSF ἐκαθέζετοekathezetowas sittingG2516V-INI-3S πηγῇ·pēgēawell;G4077N-DSF ὥραhōra[The] hourG5610N-NSF ἕκτη.¶hektē[the] sixth.G1623A-NSF - de fontein Jakobs Dit is ene fontein geweest in datzelfde stuk land, of een put, dien Jakob heeft doen graven, gelijk zijne voorvaders.
- zesde ure Dat is, omtrent den middag, als de zon op het heetst is. Zie Joh 11:9 .
7 Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken.1
ἜρχεταιErchetaiComesG2064V-PNI-3S ΣαμαρείαςSamareiasSamariaG4540N-GSF-L ἀντλῆσαιantlēsaito drawG0501V-AAN ὕδωρ.hudōrwater.G5204N-ASN αὐτῇautēato herG0846P-DSF Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P δόςdosdo giveG1325V-2AAM-2S πεῖν.peinto drink.G4095V-2AAN - uit Samaria om Dat is, zijnde uit het land van Samaria, en komende uit Sichar, welk stadje in het land van Samaria lag, vs.5, anders ook genaamd Sichem, Gen 33:19 .
8 ( Want Zijn discipelen waren heengegaan in de stad, opdat zij zouden spijze kopen.)
μαθηταὶmathētaithe disciplesG3101N-NPM αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ἀπεληλύθεισανapelēlutheisanhad gone awayG0565V-2LAI-3P τροφὰςtrophasfoodG5160N-APF ἀγοράσωσιν.agorasōsinthey may buy.G0059V-AAS-3P 9 Zo zeide dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen.1
Σαμαρῖτις·SamaritisSamaritan;G4542N-NSF-LG σὺsuYou yourselfG4771P-2NS ἸουδαῖοςIoudaiosa JewG2453N-NSM-PG πεῖνpeinto drinkG4095V-2AAN αἰτεῖςaiteisyou do askG0154V-PAI-2S γυναικὸςgunaikosa womanG1135GN-GSF ΣαμαρίτιδοςSamaritidosSamaritanG4542N-GSF-LG οὔσης;ousēsbeing?G1510V-PAP-GSF συγχρῶνταιsugchrōntaihave associationG4798V-PNI-3P ἸουδαῖοιIoudaioiJewsG2453N-NPM-PG Σαμαρίταις.¶Samaritaiswith Samaritans.G4541N-DPM-LG - Want de Joden houden De oorzaak hiervan zie de aantekeningen Luk 9:53 .
10 Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indiën gij de gave Gods kendet, en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben.12
ἈπεκρίθηApekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτῇ·autēato her;G0846P-DSF ᾔδειςēdeisyou had knownG1492IV-2LAI-2S δωρεὰνdōreangiftG1431N-ASF θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T ἐστινestinit isG1510V-PAI-3S λέγωνlegōnis sayingG3004GV-PAP-NSM δόςdosdo giveG1325V-2AAM-2S πεῖν,peinto drink,G4095V-2AAN σὺsuyou yourselfG4771P-2NS ᾔτησαςētēsasyou have askedG0154V-AAI-2S ἔδωκενedōkenHe gaveG1325V-AAI-3S ζῶν.zōnliving.G2198V-PAP-ASN - de gave Gods kendet, Dat is, mij, die den mensen tot een Zaligmaker van God gegeven ben; Rom 8:32 .
- levend water gegeven Dat is, levend makende, waarmede bij gelijkenis verstaan wordt de gave des Heiligen Geestes, door welken wij wedergeboren en verkwikt worden ten eeuwigen leven. In zulker voege, dat hoewel wij somtijds wel dorsten naar troost in zware vallen en aanvechtingen, nochtans door deze genade des Heiligen Geestes alzo wederom verkwikt en gesterkt worden, dat wij nimmermeer in wanhoop vervallen, noch verloren gaan. Zie Isa 12:3 ; Joh 6:35 , en Joh 7:38-39 .
11 De vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep; van waar hebt Gij dan het levend water?
οὔτεoutenothingG3777CONJ-N ἄντλημαantlēmato draw withG0502N-ASN ἔχεις,echeisYou have,G2192V-PAI-2S φρέαρphrearwellG5421N-NSN ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S βαθύ·bathudeep;G0901A-NSN πόθενpothenfrom whereG4159ADV-I ἔχειςecheishave YouG2192V-PAI-2S ζῶν;zōnis living?G2198V-PAP-ASN 12 Zijt Gij meerder dan onze vader Jakob, die ons den put gegeven heeft, en hijzelf heeft daaruit gedronken, en zijn kinderen en zijn vee?12
σὺsuYou yourselfG4771P-2NS μείζωνmeizōngreaterG3173A-NSM-C τοῦtou[than] theG3588T-GSM πατρὸςpatrosfatherG3962N-GSM Ἰακώβ,IakōbJacob,G2384HN-GSM-P ἔδωκενedōkengaveG1325V-AAI-3S φρέαρ,phrearwell,G5421N-ASN αὐτὸςautoshimselfG0846P-NSM ἔπιενepiendrankG4095V-2AAI-3S αὐτοῦautouof himG0846P-GSM θρέμματαthremmatalivestockG2353N-NPN αὐτοῦ;¶autouof him?G0846P-GSM - vader Jakob, die De Samaritanen roemden dat zij afkomstig waren van Jakob door Jozef, hoewel zij meest allen uit de heidenen waren, die uit Assyrië daar waren gebracht. Zie 2Ki 17 , en Josef, Antiq. lib.9.
- kinderen Grieks zonen.
13 Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten;
ἈπεκρίθηApekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτῇ·autēato her;G0846P-DSF πίνωνpinōnis drinkingG4095V-PAP-NSM ὕδατοςhudatoswaterG5204N-GSN τούτουtoutouthisG3778D-GSN διψήσειdipsēseiwill thirstG1372V-FAI-3S πάλιν.palinagain.G3825ADV 14 Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.
πίῃpiēmay drinkG4095V-2AAS-3S ὕδατοςhudatoswaterG5204N-GSN δώσωdōsōwill giveG1325V-FAI-1S αὐτῷ,autōto him,G0846P-DSM διψήσειdipsēseiwill thirstG1372V-FAI-3S δώσωdōsōI will giveG1325V-FAI-1S γενήσεταιgenēsetaiit will becomeG1096V-FDI-3S πηγὴpēgēa springG4077N-NSF ὕδατοςhudatosof waterG5204N-GSN ἁλλομένουhallomenouwelling upG0242V-PNP-GSN αἰώνιον.¶aiōnioneternal.G0166A-ASF 15 De vrouw zeide tot Hem: Heere, geef mij dat water, opdat mij niet dorste, en ik hier niet moet komen, om te putten.
δόςdosdo giveG1325V-2AAM-2S διψῶdipsōI may thirstG1372V-PAS-1S διέρχωμαιdierchōmaiI may comeG1330V-PNS-1S ἐνθάδεenthadehereG1759ADV ἀντλεῖν.antleinto draw.G0501V-PAN 16 Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier.
λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτῇautēato herG0846P-DSF Ἰησοῦς·IēsousJesus:G2424GN-NSM-P ὕπαγεhupagedo goG5217V-PAM-2S φώνησονphōnēsondo callG5455V-AAM-2S ἐλθὲelthedo comeG2064V-2AAM-2S ἐνθάδε.enthadehere.G1759ADV 17 De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man. Jezus zeide tot haar: Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man.1
ἀπεκρίθηapekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto Him:G0846P-DSM ἔχωechōI haveG2192V-PAI-1S ἄνδρα.¶andraa husband.G0435HN-ASM αὐτῇautēato herG0846P-DSF Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P καλῶςkalōsCorrectlyG2573ADV εἶπαςeipasyou have spokenG2036V-2AAI-2S ἄνδραandraA husbandG0435HN-ASM ἔχω·echōI have;G2192V-PAI-1S - geen man Dat is, geen getrouwde man.
18 Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet; dat hebt gij met waarheid gezegd.
ἄνδραςandrashusbandsG0435HN-APM ἔσχες,eschesyou have had,G2192V-2AAI-2S ἔχειςecheisyou haveG2192V-PAI-2S ἔστινestinisG1510V-PAI-3S ἀληθὲςalēthestrulyG0227A-ASN εἴρηκας.¶eirēkasyou have spoken.G2046V-RAI-2S 19 De vrouw zeide tot Hem: Heere, ik zie, dat Gij een profeet zijt.
θεωρῶtheōrōI understandG2334V-PAI-1S προφήτηςprophētēsa prophetG4396N-NSM σύ.suYou yourself.G4771P-2NS 20 Onze vaders hebben op dezen berg aangebeden; en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.12
πατέρεςpateresfathersG3962N-NPM ὄρειoreimountainG3735N-DSN προσεκύνησαν,prosekunēsanworshiped,G4352V-AAI-3P ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP ἹεροσολύμοιςHi'erosolumoisJerusalemG2414N-DPN-L ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S τόποςtoposplaceG5117N-NSM προσκυνεῖνproskuneinto worshipG4352V-PAN δεῖ.¶deiit is necessary.G1163V-PAI-3S - berg aangebeden; Namelijk den berg Gerizim, alwaar Manasse, de broeder van den hogepriester Jaddus, getrouwd hebbende, tegen de wet der Joden, de dochter van een Samaritaansen overste Sanaballath, [zie Neh 6] , en daarover verstoten zijnde, heeft zich tot de Samaritanen begeven, en door toedoen zijns schoonvaders een nieuwen tempel op dien berg gebouwd, en ene scheuring aangericht, en is aldaar tot hogepriester gesteld. Waardoor namaals tussen de Joden en Samaritanen grote twist is ontstaan, over de plaats waar men behoorde aan te bidden. Zie 2 Mach.6:2, JosEf. Antiq. lib.11, cap.8.
- aanbidden Door aanbidden wordt hier verstaan de gehele openbare en uiterlijke godsdienst.
21 Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt, wanneer gijlieden , noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden.1
αὐτῇautēato herG0846P-DSF Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P πίστευέpisteuedo believeG4100V-PAM-2S ἔρχεταιerchetaiis comingG2064V-PNI-3S οὔτεouteneither [you will worship]G3777CONJ-N ὄρειoreimountainG3735N-DSN ἹεροσολύμοιςHi'erosolumoisJerusalemG2414N-DPN-L προσκυνήσετεproskunēsetewill you worshipG4352V-FAI-2P πατρί.patriFather.G3962N-DSM-T - zult aanbidden Dat is, niet zult gehouden zijn op die plaatsen meer dan op andere aan te bidden, 1Ti 2:8 .
22 Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want de zaligheid is uit de Joden.12
ὑμεῖςhumeisYou yourselvesG4771P-2NP προσκυνεῖτεproskuneiteworshipG4352V-PAI-2P οἴδατε,oidateyou know,G6063V-PAI-2P ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP προσκυνοῦμενproskunoumenworshipG4352V-PAI-1P οἴδαμεν,oidamenwe know,G6063V-PAI-1P σωτηρίαsōtēriasalvationG4991N-NSF ἸουδαίωνIoudaiōnJewsG2453N-GPM-PG ἐστίν.estinis.G1510V-PAI-3S - wat gij niet weet; Dat is, waarvan gij niet zijt verzekerd, dat God aldaar wil gediend zijn, alzo gij daarvan geen gebod hebt, gelijk wij Joden hebben van den godsdienst in den tempel te Jeruzalem te doen; gelijk ook niet, dat God op zulke wijze wil gediend zijn als gij Hem dient.
- de zaligheid Dat is, de Zaligmaker en de zaligmakende leer, Isa 2:3 ; Rom 9:5 .
23 Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden.1
ἔρχεταιerchetaiis comingG2064V-PNI-3S ἐστιν,estinis,G1510V-PAI-3S ἀληθινοὶalēthinoitrueG0228A-NPM προσκυνηταὶproskunētaiworshipersG4353N-NPM προσκυνήσουσινproskunēsousinwill worshipG4352V-FAI-3P πατρὶpatriFatherG3962N-DSM-T πνεύματιpneumatispiritG4151GN-DSN ἀληθείᾳ·alētheiatruth;G0225N-DSF πατὴρpatērFatherG3962N-NSM-T τοιούτουςtoioutoussuchG5108D-APM ζητεῖzēteiseeksG2212V-PAI-3S προσκυνοῦνταςproskunountasworshipG4352V-PAP-APM αὐτόν.autonHim.G0846P-ASM - in geest en Dat is, niet gebonden zijnde aan zekere plaats of uitwendige ceremoniën, gelijk in het Oude Testament.
24 God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.1
θεός,theosGod [is],G2316N-NSM-T προσκυνοῦνταςproskunountasworshipingG4352V-PAP-APM πνεύματιpneumatispiritG4151GN-DSN ἀληθείᾳalētheiatruthG0225N-DSF δεῖdeiit behoovesG1163V-PAI-3S προσκυνεῖν.¶proskuneinto worship.G4352V-PAN - een Geest, en Dat is, een geestelijk, onzienlijk wezen, en wil daarom gediend worden met een dienst, die met zijne natuur overeenkomt, dat is, die inwendig en geestelijk is, voortkomende uit een oprecht en gelovig hart; Rom 12:1-2 .
25 De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt ( Die genaamd wordt Christus); wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen.123
οἶδαoidaI knowG6063V-RAI-1S ΜεσσίαςMessiasMessiahG3323N-NSM-T ἔρχεται,erchetaiis coming,G2064V-PNI-3S λεγόμενοςlegomenosis calledG3004GV-PPP-NSM χριστός,christosChrist,G5547N-NSM-T ἔλθῃelthēmay comeG2064V-2AAS-3S ἐκεῖνος,ekeinosHe,G1565D-NSM ἀναγγελεῖanangeleiHe will tellG0312V-FAI-3S ἅπαντα.hapantaall things.G0537A-APN - Messias Zie van dit woord Joh 1:42 .
- komt Dat is, haast komen zal.
- alle dingen verkondigen Namelijk die tot den godsdienst en ter zaligheid nodig zijn.
26 Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.1
αὐτῇautēato herG0846P-DSF Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P εἰμι,eimiam [He],G1510V-PAI-1S λαλῶνlalōnis speakingG2980V-PAP-NSM - Ik ben het, Namelijk de Messias, van wien gij zegt dat Hij komen zal.
27 En daarop kwamen Zijn discipelen en verwonderden zich, dat Hij met een vrouw sprak. Nochtans zeide niemand: Wat vraagt Gij, of: Wat spreekt Gij met haar?
ἦλθανēlthancameG2064V-2AAI-3P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ἐθαύμαζονethaumazonwere amazedG2296V-IAI-3P γυναικὸςgunaikosa womanG1135GN-GSF ἐλάλει·elaleiHe was speaking;G2980V-IAI-3S οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM μέντοιmentoihoweverG3305CONJ εἶπεν·eipensaid;G2036V-2AAI-3S ζητεῖς,zēteisseek You?G2212V-PAI-2S λαλεῖςlaleisspeak YouG2980V-PAI-2S αὐτῆς;¶autēsher?G0846P-GSF 28 Zo verliet de vrouw dan haar watervat, en ging heen in de stad en zeide tot de lieden:12
ἈφῆκενAphēkenLeftG0863GV-AAI-3S ὑδρίανhudrianwater potG5201N-ASF αὐτῆςautēsof herG0846P-GSF ἀπῆλθενapēlthenwent awayG0565V-2AAI-3S ἀνθρώποις·anthrōpoismen;G0444N-DPM - stad en zeide Namelijk Sichar, vs.5.
- lieden Grieks mensen; namelijk van die stad.
29 Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?1
ἴδετεidetedo seeG1492HV-2AAM-2P ἄνθρωπονanthrōpona manG0444N-ASM εἶπένeipentoldG2036V-2AAI-3S πάνταpantaall thingsG3956A-APN ὅσαhosaas much asG3745K-APN ἐποίησα·epoiēsaI did;G4160GV-AAI-1S μήτιmētisurely not everG3385PRT-N οὗτόςhoutosthisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S χριστός;christosChrist?G5547N-NSM-T - alles, wat ik Namelijk ook heimelijke en verborgen zaken.
30 Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem.1
ἐξῆλθονexēlthonThey went forthG1831V-2AAI-3P πόλεωςpoleōscityG4172N-GSF ἤρχοντοērchontowere comingG2064V-INI-3P αὐτόν.¶autonHim.G0846P-ASM - Zij dan gingen Namelijk de inwoners van Sichar.
31 En ondertussen baden Hem de discipelen, zeggende: Rabbi, eet.1
μεταξὺmetaxumeantimeG3342PREP ἠρώτωνērōtōnwere askingG2065V-IAI-3P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM ῥαββί,rhabbiRabbi,G4461N-VSM-T φάγε.phagedo eat.G5315V-AAM-2S - eet Namelijk van deze spijs, die wij tot het middagmaal gekocht hebben.
32 Maar Hij zeide tot hen: Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.1
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM βρῶσινbrōsinfoodG1035N-ASF φαγεῖνphageinto eatG5315V-AAN ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP οἴδατε.oidateknow.G6063V-RAI-2P - Ik heb een spijs Dit wordt verklaard vs.34.
33 Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?
ἔλεγονelegonWere sayingG3004GV-IAI-3P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM ἀλλήλους·allēlousone another;G0240C-APM ἤνεγκενēnegkendid bringG5342V-AAI-3S φαγεῖν;phagein[something] to eat?G5315V-AAN 34 Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.12
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P ἐμὸνemonMy ownG1473S-1SNSN ἐστινestinisG1510V-PAI-3S ποιήσωpoiēsōI may doG4160GV-AAS-1S θέλημαthelēmawillG2307N-ASN τοῦtouof the [One who]G3588T-GSM πέμψαντόςpempsantoshaving sentG3992V-AAP-GSM τελειώσωteleiōsōmay finishG5048V-AAS-1S αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ἔργον.ergonwork.G2041N-ASN - en Zijn werk Namelijk dat mij de Vader opgelegd heeft om het Evangelie te prediken, als de mensen tot mij komen, gelijk de Samaritanen terstond doen zouden.
- volbrenge Of, voleinde.
35 Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten.12
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP τετράμηνόςtetramēnosfour monthsG5072A-NSM ἐστινestinit isG1510V-PAI-3S θερισμὸςtherismosharvestG2326N-NSM ἔρχεται;erchetaicomes?G2064V-PNI-3S ὑμῖν·huminto you;G4771P-2DP ἐπάρατεeparatedo lift upG1869V-AAM-2P ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP θεάσασθεtheasasthedo seeG2300V-ADM-2P χώραςchōrasfieldsG5561N-APF λευκαίleukaiwhiteG3022A-NPF εἰσινeisinthey areG1510V-PAI-3P θερισμόνtherismonharvestG2326N-ASM - de oogst? +Namelijk de natuurlijke oogst, welke begon in Judea van pasen aan. Zie Lev 23:10 , Lev 23:15 ; Deu 16:9 .
- om te oogsten Grieks tot den oogst. Dit moest verstaan worden van een geestelijken oogst, welke hier waren de Samaritanen, die met menigte over de velden kwamen om Christus te horenen derhalve als rijp waren om geestelijk geoogst, dat is, tot de gemeente gebracht te worden.
36 En die maait, ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwigen leven; opdat zich te zamen verblijde, beide, die zaait en die maait.
θερίζωνtherizōnreapingG2325V-PAP-NSM μισθὸνmisthona rewardG3408N-ASM λαμβάνειlambaneireceivesG2983V-PAI-3S συνάγειsunageihe gathersG4863V-PAI-3S καρπὸνkarponfruitG2590N-ASM αἰώνιον,aiōnioneternal,G0166A-ASF σπείρωνspeirōnis sowingG4687V-PAP-NSM ὁμοῦhomoutogetherG3674ADV χαίρῃchairēmay rejoiceG5463V-PAS-3S θερίζων.therizōnis reaping.G2325V-PAP-NSM 37 Want hierin is die spreuk waarachtig: Een ander is het, die zaait, en een ander, die maait.1
λόγοςlogossayingG3056N-NSM ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S ἀληθινός,alēthinostrueG0228A-NSM ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S σπείρωνspeirōnis sowingG4687V-PAP-NSM ἄλλοςallosanotherG0243A-NSM ὁho[is] the [one] whoG3588T-NSM θερίζων.therizōnis reaping.G2325V-PAP-NSM - spreuk waarachtig Grieks woord, of rede.
38 Ik heb u uitgezonden, om te maaien, hetgeen gij niet bearbeid hebt; anderen hebben het bearbeid, en gij zijt tot hun arbeid ingegaan.12
ἀπέστειλαapesteilasentG0649V-AAI-1S θερίζεινtherizeinto reapG2325V-PAN ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP κεκοπιάκατε·kekopiakatehave toiled for;G2872V-RAI-2P ἄλλοιalloiothersG0243A-NPM κεκοπιάκασιν,kekopiakasinhave toiled,G2872V-RAI-3P ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP κόπονkoponlaborG2873N-ASM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM εἰσεληλύθατε.eiselēluthatehave entered.G1525V-2RAI-2P - u uitgezonden, Namelijk apostelen.
- anderen hebben Namelijk de voorgaande profeten en Johannes de Doper, welke Christus hiervoren bij zaaiers vergelijkt, gelijk de apostelen bij maaiers.
39 En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb.
πόλεωςpoleōscityG4172N-GSF ἐκείνηςekeinēsthatG1565D-GSF πολλοὶpolloimanyG4183A-NPM ἐπίστευσανepisteusanbelievedG4100V-AAI-3P ΣαμαριτῶνSamaritōnSamaritansG4541N-GPM-LG διὰdiabecause ofG1223PREP γυναικὸςgunaikoswomanG1135GN-GSF μαρτυρούσηςmarturousēstestifyingG3140V-PAP-GSF εἶπένeipenHe toldG2036V-2AAI-3S πάνταpantaall thingsG3956A-APN ἐποίησα.epoiēsaI did.G4160GV-AAI-1S 40 Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en Hij bleef aldaar twee dagen.
ἦλθονēlthoncameG2064V-2AAI-3P Σαμαρῖται,SamaritaiSamaritans,G4541N-NPM-LG ἠρώτωνērōtōnthey were askingG2065V-IAI-3P μεῖναιmeinaito abideG3306V-AAN αὐτοῖς.autoisthem.G0846P-DPM ἔμεινενemeinenHe stayedG3306V-AAI-3S ἡμέρας.hēmerasdays.G2250N-APF 41 En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;1
πλείουςpleiousmoreG4183A-NPM-C ἐπίστευσανepisteusanbelievedG4100V-AAI-3P διὰdiabecause ofG1223PREP αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM - om Zijns woords wil; Dat is omdat zij Hem zelf nu gehoord en de kracht Zijns woord gevoeld hadden.
42 En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.
γυναικὶgunaikito the womanG1135GN-DSF ἔλεγονelegonthey were sayingG3004GV-IAI-3P οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089 διὰdiabecause ofG1223PREP λαλιὰνlalianspeechG2981N-ASF πιστεύομεν·pisteuomenwe believe;G4100V-PAI-1P αὐτοὶautoiwe ourselvesG0846P-NPM ἀκηκόαμενakēkoamenhave heardG0191V-2RAI-1P οἴδαμενoidamenwe knowG6063V-RAI-1P οὗτόςhoutosthisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S ἀληθῶςalēthōstrulyG0230ADV σωτὴρsōtērSaviorG4990N-NSM κόσμουkosmouworldG2889N-GSM χριστός.¶christosChrist.G5547N-NSM-T 43 En na de twee dagen ging Hij van daar en ging heen naar Galilea;1
ἡμέραςhēmerasdaysG2250N-APF ἐξῆλθενexēlthenHe went forthG1831V-2AAI-3S ἐκεῖθενekeithenfrom thereG1564ADV ἀπῆλθενapēlthenwent awayG0565V-2AAI-3S Γαλιλαίαν.GalilaianGalilee.G1056GN-ASF-L - naar Galilea; Namelijk niet naar Nazareth, maar naar Kana, gelijk blijkt uit vs.46.
44 Want Jezus heeft Zelf getuigd, dat een profeet in zijn eigen vaderland geen eer heeft.1
αὐτὸςautosHimselfG0846P-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐμαρτύρησενemarturēsentestifiedG3140V-AAI-3S προφήτηςprophētēsa prophetG4396N-NSM πατρίδιpatridihometownG3968N-DSF τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF ἔχει.¶echeihas.G2192V-PAI-3S - vaderland geen Hier wordt reden gegeven waarom Hij naar Kana en naar andere steden van Galilea ging en niet naar Nazareth. Zie Mat 13:54 , Mat 13:57 .
45 Als Hij dan in Galilea kwam, ontvingen Hem de Galileërs, gezien hebbende al de dingen, die Hij te Jeruzalem op het feest gedaan had; want ook zij waren tot het feest gegaan.12
ἦλθενēlthenHe cameG2064V-2AAI-3S Γαλιλαίαν,GalilaianGalilee,G1056GN-ASF-L ἐδέξαντοedexantoreceivedG1209V-ADI-3P ΓαλιλαῖοιGalilaioiGalileansG1057N-NPM-LG πάνταpantaall thingsG3956A-APN ἑωρακότεςhe'ōrakoteshaving seenG3708V-RAP-NPM ὅσαhosahow muchG3745K-APN ἐποίησενepoiēsenHe had doneG4160GV-AAI-3S ἹεροσολύμοιςHi'erosolumoisJerusalemG2414N-DPN-L ἑορτῇ·he'ortēafeast;G1859N-DSF αὐτοὶautoithemselvesG0846P-NPM ἦλθονēlthonthey had goneG2064V-2AAI-3P ἑορτήν.¶he'ortēnfeast.G1859N-ASF - ontvingen Hem Dat is, namen Zijne leer aan.
- op het feest gedaan Namelijk van pasen.
46 Zo kwam dan Jezus wederom te Kana in Galilea, waar Hij het water wijn gemaakt had. En er was een zeker koninklijk hoveling, wiens zoon krank was, te Kapernaum.1
ἮλθενĒlthenHe cameG2064V-2AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P Γαλιλαίας,Galilaiasof Galilee,G1056GN-GSF-L ἐποίησενepoiēsenHe had madeG4160GV-AAI-3S οἶνον.oinonwine.G3631N-ASM ἦνēnthere wasG1510V-IAI-3S τιςtisa certainG5100X-NSM βασιλικὸςbasilikosroyal officialG0937A-NSM ἠσθένειēstheneiwas sickG0770HV-IAI-3S Καφαρναούμ.KapharnaoumCapernaum.G2584N-DSF-L - koninklijk hoveling, Grieks koninklijk; namelijk officier of heer, in dienst of uit het hof van den koning Herodes, welke sommigen menen, dat Chusa zou geweest zijn, de rentmeester van Herodes, wiens huisvrouw Johanna, benevens andere vrouwen, den Heere Christus dienden van hare goederen, Luk 8:3 , hetwelk ook vs.53 schijnt te bevestigen.
47 Deze, gehoord hebbende, dat Jezus uit Judea in Galilea kwam, ging tot Hem, en bad Hem, dat Hij afkwame, en zijn zoon gezond maakte; want hij lag op zijn sterven.1
ἀκούσαςakousashaving heardG0191V-AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἥκειhēkeihad comeG2240V-PAI-3S ἸουδαίαςIoudaiasJudeaG2449N-GSF-L Γαλιλαίαν,GalilaianGalilee,G1056GN-ASF-L ἀπῆλθενapēlthenwentG0565V-2AAI-3S ἠρώταērōtawas askingG2065V-IAI-3S καταβῇkatabēaHe may come downG2597V-2AAS-3S ἰάσηταιiasētaiHe may healG2390V-ADS-3S ἤμελλενēmellenhe was aboutG3195V-IAI-3S ἀποθνῄσκειν.apothnēskeinto die.G0599V-PAN - lag op zijn sterven Grieks hij zou sterven.
48 Jezus dan zeide tot hem: Tenzij dat gijlieden tekenen en wonderen ziet, zo zult gij niet geloven.
εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P αὐτόν·autonhim;G0846P-ASM σημεῖαsēmeiasignsG4592N-APN τέραταteratawondersG5059N-APN ἴδητε,idēteyou [people] may see,G1492HV-2AAS-2P πιστεύσητε.pisteusēteshall you believe.G4100V-AAS-2P 49 De koninklijke hoveling zeide tot Hem: Heere, kom af, eer mijn kind sterft.
βασιλικός·basilikosroyal official;G0937A-NSM κατάβηθιkatabēthido come downG2597V-2AAM-2S ἀποθανεῖνapothaneinto dieG0599V-2AAN παιδίονpaidionchildG3813N-ASN μου.¶mouof mine.G3165P-1GS 50 Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de mens geloofde het woord, dat Jezus tot hem zeide, en ging heen.1
Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P πορεύου,poreuoudo go,G4198V-PNM-2S ζῇ.zēalives.G2198V-PAI-3S ἐπίστευσενepisteusenBelievedG4100V-AAI-3S ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S Ἰησοῦς,IēsousJesus,G2424GN-NSM-P ἐπορεύετο.eporeuetohe was going.G4198V-INI-3S - Leeft Dat is, is weder gezond geworden, en van het sterven voor dezen tijd bevrijd.
51 En als hij nu afging, kwamen hem zijn dienstknechten tegemoet, en boodschapten, zeggende: Uw kind leeft!
αὐτοῦautouwhen heG0846P-GSM καταβαίνοντοςkatabainontosis going downG2597V-PAP-GSM δοῦλοιdouloiservantsG1401N-NPM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ὑπήντησανhupēntēsanmetG5221V-AAI-3P αὐτῷautōwith himG0846P-DSM ἀπήγγειλανapēngeilanreportedG0518V-AAI-3P λέγοντεςlegontessayingG3004GV-PAP-NPM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ζῇ.zēalives.G2198V-PAI-3S 52 Zo vraagde hij dan van hen de ure, in welke het beter met hem geworden was. En zij zeiden tot hem: Gisteren te zeven ure verliet hem de koorts.1
ἐπύθετοeputhetoHe inquiredG4441V-2ADI-3S κομψότερονkompsoteronbetterG2866A-ASN-C ἔσχεν.eschenhe got.G2192V-2AAI-3S εἶπανeipanThey saidG2036V-2AAI-3P ἐχθὲςechthesYesterdayG5504ADV ὥρανhōranat hourG5610N-ASF ἑβδόμηνhebdomēnseventhG1442A-ASF ἀφῆκενaphēkenleftG0863GV-AAI-3S πυρετός.¶puretosfever.G4446N-NSM - zeven ure verliet Dat is, omtrent een ure na den middag.
53 De vader bekende dan, dat het in dezelve ure was, in dewelke Jezus tot hem gezegd had: Uw zoon leeft. En hij geloofde zelf, en zijn gehele huis.
ἜγνωEgnōKnewG1097V-2AAI-3S πατὴρpatērfatherG3962N-NSM ὅτιhotithat [it was]G3754GCONJ ἐκείνῃekeinēthat [very]G1565D-DSF εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ζῇ.zēalives.G2198V-PAI-3S ἐπίστευσενepisteusenhe believedG4100V-AAI-3S αὐτὸςautoshimselfG0846P-NSM οἰκίαoikiahouseholdG3614HN-NSF αὐτοῦautouof himG0846P-GSM 54 Dit tweede teken heeft Jezus wederom gedaan, als Hij uit Judea in Galilea gekomen was.
ΤοῦτοToutoThis [is]G3778D-ASN δεύτερονdeuteron[the] secondG1208A-ASN σημεῖονsēmeionsignG4592N-ASN ἐποίησενepoiēsendidG4160GV-AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐλθὼνelthōnhaving comeG2064V-2AAP-NSM ἸουδαίαςIoudaiasJudeaG2449N-GSF-L Γαλιλαίαν.¶GalilaianGalilee.G1056GN-ASF-L