Chapter 19
1 En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.12
εἰσελθὼνeiselthōnhaving enteredG1525V-2AAP-NSM διήρχετοdiērchetoHe was passing throughG1330V-INI-3S Ἰεριχώ.IerichōJericho.G2410N-ASF-L - ingekomen zijnde, Namelijk in de stad. Zie Luk 18:35 .
- Jericho Van de ligging van deze stad zie Mar 10:46 .
2 En zie, er was een man, met name geheten Zacheüs; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk;1
ὀνόματιonomatiby nameG3686N-DSN καλούμενοςkaloumenosbeing calledG2564HV-PPP-NSM ΖακχαῖοςZakchaiosZacchaeusG2195N-NSM-P αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM ἀρχιτελώνηςarchitelōnēsa chief tax collectorG0754N-NSM αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM πλούσιος·plousiosrich;G4145A-NSM - overste der tollenaren, In elke provincie en stad waren verscheidene tollenaars, onder welken een de opperste was, die de tollen aan de Romeinen moest verantwoorden. Zie dergelijke bij Josefus Antiq.lib.12 cap.4.
3 En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.1
ἐζήτειezēteihe was seekingG2212V-IAI-3S ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P ἐστινestinHe isG1510V-PAI-3S ἠδύνατοēdunatohe was ableG1410V-INI-3S ἀπὸapobecause ofG0575PREP ὄχλου,ochloucrowd,G3793N-GSM ἡλικίᾳhēlikiain statureG2244N-DSF μικρὸςmikrossmallG3398A-NSM ἦν.ēnhe was.G1510V-IAI-3S - van persoon was Grieks statuur, of lengte.
4 En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.1
προδραμὼνprodramōnhaving runG4390V-2AAP-NSM ἔμπροσθενemprosthenfrontG1715PREP ἀνέβηanebēhe went upG0305V-2AAI-3S συκομορέανsukomoreana sycamore-fig treeG4809N-ASF ἴδῃidēhe may seeG1492HV-2AAS-3S αὐτόν,autonHim,G0846P-ASM ἐκείνηςekeinēsthat [way]G1565D-GSF ἤμελλενēmellenHe was soonG3195V-IAI-3S διέρχεσθαι.dierchesthaito pass.G1330V-PNN - wilden vijgeboom, Grieks Sycomoraea; dit was een boom in Syrië en Egypte, hebbende de grootte en bladeren van een moerbeziënboom, en vruchten als vijgen, doch zonder pitten. Plin.lib.13, cap.7.
5 En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheüs! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.1
ἦλθενēlthenHe cameG2064V-2AAI-3S τόπον,toponplace,G5117N-ASM ἀναβλέψαςanablepsashaving looked upG0308V-AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶδενeidenhe sawG1492HV-2AAI-3S εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτόν·autonhim;G0846P-ASM Ζακχαῖε,ZakchaieZacchaeus,G2195N-VSM-P σπεύσαςspeusashaving hurriedG4692V-AAP-NSM κατάβηθι·katabēthido come down;G2597V-2AAM-2S σήμερονsēmerontodayG4594ADV δεῖdeiit behoovesG1163V-PAI-3S μεῖναι.meinaito stay.G3306V-AAN - blijven Dat is, herbergen, gelijk vs.7 verklaard wordt.
6 En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.1
σπεύσαςspeusashaving hurriedG4692V-AAP-NSM κατέβηkatebēhe came downG2597V-2AAI-3S ὑπεδέξατοhupedexatoreceivedG5264V-ADI-3S χαίρων.chairōnrejoicing.G5463V-PAP-NSM - met blijdschap Grieks blijde zijnde.
7 En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen.1
ἰδόντεςidonteshaving seen [it]G1492HV-2AAP-NPM πάντεςpantesallG3956A-NPM διεγόγγυζονdiegonguzonwere grumblingG1234V-IAI-3P λέγοντεςlegontessayingG3004GV-PAP-NPM ἁμαρτωλῷhamartōlōa sinfulG0268A-DSM εἰσῆλθενeisēlthenHe has enteredG1525V-2AAI-3S καταλῦσαι.¶katalusaito stay.G2647V-AAN - te herbergen Grieks uit te spannen; ene wijze van spreken genomen van het uitspannen der paarden, als men voor de herberg komt.
8 En Zacheüs stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.12
ΣταθεὶςStatheisHaving stoodG2476V-APP-NSM ΖακχαῖοςZakchaiosZacchaeusG2195N-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S κύριον·kurionLord;G2962GN-ASM-T ἡμίσιάhēmisiahalfG2255A-APN ὑπαρχόντων,huparchontōnpossessionsG5225V-PAP-GPN πτωχοῖςptōchoispoorG4434N-DPM δίδωμι·didōmiI give;G1325V-PAI-1S τινόςtinosof anyoneG5100X-GSM ἐσυκοφάντησα,esukophantēsaI have defrauded,G4811V-AAI-1S ἀποδίδωμιapodidōmiI restore [it]G0591V-PAI-1S τετραπλοῦν.¶tetraplounfourfold.G5073A-ASN - door bedrog ontvreemd heb, Of, door vals aanbrengen, of beschuldigen, afgenomen heb. Zie Luk 3:14 .
- vierdubbel weder Namelijk volgens de wet der straf over de dieverij; Exo 22:1 ; 2Sa 12:6 .
9 En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.12
ΕἶπενEipenSaidG2036V-2AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P σήμερονsēmeronTodayG4594ADV σωτηρίαsōtēriasalvationG4991N-NSF ἐγένετο,egenetohas come,G1096V-2ADI-3S καθότιkathotibecauseG2530CONJ αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM ἈβραάμAbraamof AbrahamG0011N-GSM-P ἐστιν·estinis;G1510V-PAI-3S - huize zaligheid geschied, Dat is, huisgezin; alzo de huisvader in Christus gelovende, het gehele huisgezin in het verbond ook gerekend wordt, volgens de belofte Gen 17:7 ; Act 2:39 , en Act 16:15 , Act 16:33 , tenzij dat zij door hunne ongelovigheid deze genade verwerpen.
- een zoon van Abraham is Namelijk niet alleen naar het vlees, maar ook naar de belofte; Rom 9:8 .
10 Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
ἦλθενēlthenCameG2064V-2AAI-3S ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T ζητῆσαιzētēsaito seekG2212V-AAN σῶσαιsōsaito saveG4982V-AAN ἀπολωλός.¶apolōloshaving been lost.G0622V-2RAP-ASN 11 En als zij dat hoorden, voegde Hij daarbij, en zeide een gelijkenis; omdat Hij nabij Jeruzalem was, en omdat zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond zou openbaar worden.1
ἈκουόντωνAkouontōnWhen are hearingG0191V-PAP-GPM ταῦταtautathese thingsG3778D-APN προσθεὶςprostheishaving proceededG4369V-2AAP-NSM εἶπενeipenHe spokeG2036V-2AAI-3S παραβολὴνparabolēna parableG3850N-ASF εἶναιeinaibeingG1511V-PAN ἸερουσαλὴμIerousalēmto JerusalemG2419N-GSF-L δοκεῖνdokeinthinkingG1380V-PAN αὐτοὺςautoustheyG0846P-APM παραχρῆμαparachrēmaimmediatelyG3916ADV μέλλειmelleiis aboutG3195V-PAI-3S βασιλείαbasileiakingdomG0932N-NSF θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T ἀναφαίνεσθαι.¶anaphainesthaito appear.G0398V-PPN - het Koninkrijk Gods Namelijk hetwelk zij zich inbeeldden een werelds koninkrijk te zullen zijn.
12 Hij zeide dan: Een zeker welgeboren man reisde in een ver gelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren.1
ΕἶπενEipenHe saidG2036V-2AAI-3S οὖν·ountherefore;G3767CONJ ἄνθρωπόςanthrōposA manG0444N-NSM εὐγενὴςeugenēsof noble birthG2104A-NSM ἐπορεύθηeporeuthēproceededG4198V-AOI-3S χώρανchōrana countryG5561N-ASF μακρὰνmakrandistantG3117A-ASF λαβεῖνlabeinto receiveG2983V-2AAN ἑαυτῷhe'autōfor himselfG1438F-3DSM βασιλείανbasileiana kingdomG0932N-ASF ὑποστρέψαι.hupostrepsaito return.G5290V-AAN - man reisde in een ver gelegen land, Grieks mens. Door dezen welgeboren man verstaat Hij zichzelven; door de dienstknechten Zijne discipelen, en voornamelijk de leraars; door deze burgers de hardnekkige Joden; door het vergelegen land den hemel; door de ponden de geestelijke gaven; door het wederkomen Zijn laatste komst om te oordelen, en door het geven der steden de geestelijke en eeuwige beloning.
13 En geroepen hebbende zijn tien dienstknechten, gaf hij hun tien ponden, en zeide tot hen: Doet handeling, totdat ik kome.1
καλέσαςkalesasHaving calledG2564GV-AAP-NSM δούλουςdoulousservantsG1401N-APM ἑαυτοῦhe'autouhis ownG1438F-3GSM ἔδωκενedōkenhe gaveG1325V-AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτούς·autousthem;G0846P-APM πραγματεύσασθεpragmateusastheDo tradeG4231V-ADM-2P ἔρχομαι.erchomaiI come back.G2064V-PNI-1S - ponden, Grieks Mna, in het Latijn mina; welke gerekend wordt op zestig gemene sikkels, of honderd en twintig denariën of drachmen zilvers; zie Eze 45:12 ; en wat een denarie doet, zie Mat 18:28 . Zo men deze mina wil verstaan van goud, zo bedraagt zij zoveel meer als het goud meer waard is dan het zilver.
14 En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.
πολῖταιpolitaithe citizensG4177N-NPM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἐμίσουνemisounwere hatingG3404V-IAI-3P ἀπέστειλανapesteilansentG0649V-AAI-3P πρεσβείανpresbeiana delegationG4242N-ASF λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM θέλομενthelomenwe are willing [for]G2309V-PAI-1P τοῦτονtoutonthis [man]G3778D-ASM βασιλεῦσαιbasileusaito reignG0936V-AAN 15 En het geschiedde, toen hij wederkwam, als hij het koninkrijk ontvangen had, dat hij zeide, dat die dienstknechten tot hem zouden geroepen worden, wien hij het geld gegeven had; opdat hij weten mocht, wat een iegelijk met handelen gewonnen had.12
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ἐπανελθεῖνepaneltheinreturningG1880V-2AAN αὐτὸνautonof himG0846P-ASM λαβόνταlabontahaving receivedG2983V-2AAP-ASM βασιλείανbasileiankingdomG0932N-ASF εἶπενeipenhe directedG2036V-2AAI-3S φωνηθῆναιphōnēthēnaito be calledG5455V-APN δούλουςdoulousservantsG1401N-APM τούτουςtoutoustheseG3778D-APM δεδώκειdedōkeihe had givenG1325V-LAI-3S ἀργύριον,argurionmoney,G0694N-ASN ἵναinain order thatG2443CONJ γνοῖgnoihe may knowG1097V-2AAS-3S διεπραγματεύσαντο.¶diepragmateusantothey had gained by trading.G1281V-ADI-3P - zeide, Dat is, beval.
- het geld gegeven had; Grieks het zilver.
16 En de eerste kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft tien ponden daartoe gewonnen.
ΠαρεγένετοParegenetoCame upG3854V-2ADI-3S λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM προσηργάσατοprosērgasatohas producedG4333V-AMI-3S μνᾶς.mnasmore minas.G3414N-APF 17 En hij zeide tot hem: Wel, gij goede dienstknecht, dewijl gij in het minste getrouw zijt geweest, zo heb macht over tien steden.1
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM εὖγεeugewell doneG7530PRT ἀγαθὲagathegoodG0018A-VSM δοῦλε,douleservant!G1401N-VSM ἐλαχίστῳelachistōvery littleG1646A-DSN πιστὸςpistosfaithfulG4103A-NSM ἐγένου,egenouyou were,G1096V-2ADI-2S ἴσθιisthido beG1510V-PAM-2S ἐξουσίανexousianhaving authorityG1849N-ASF ἔχωνechōnyou areG2192V-PAP-NSM πόλεων.¶poleōncities.G4172N-GPF - macht over tien steden Of, gebied.
18 En de tweede kwam, en zeide: Heer, uw pond heeft vijf ponden gewonnen.1
ἦλθενēlthencameG2064V-2AAI-3S δεύτεροςdeuterossecondG1208A-NSM λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM ἐποίησενepoiēsenhas madeG4160GV-AAI-3S μνᾶς.mnasminas.G3414N-APF - gewonnen Grieks gemaakt.
19 En hij zeide ook tot dezen: En gij, wees over vijf steden.
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S τούτῳ·toutōto this one;G3778D-DSM σὺsuyou yourselfG4771P-2NS γίνουginoudo beG1096V-PNM-2S πόλεων.¶poleōncities.G4172N-GPF 20 En een ander kwam, zeggende: Heer, zie hier uw pond, hetwelk ik in een zweetdoek weggelegd had;1
ἕτεροςheterosanotherG2087A-NSM ἦλθενēlthencameG2064V-2AAI-3S λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM εἶχονeichonI was keepingG2192V-IAI-1S ἀποκειμένηνapokeimenēnlyingG0606V-PNP-ASF σουδαρίῳ·soudariōa piece of cloth;G4676N-DSN - zweetdoek weggelegd had; Of, neusdoek, of linnen doek.
21 Want ik vreesde u, omdat gij een straf mens zijt; gij neemt weg, wat gij niet gelegd hebt, en gij maait, wat gij niet gezaaid hebt.
ἐφοβούμηνephoboumēnI was afraidG5399V-INI-1S ἄνθρωποςanthrōposa manG0444N-NSM αὐστηρὸςaustērosharshG0840A-NSM εἶ·eiyou are;G1510V-PAI-2S αἴρειςaireisYou take upG0142V-PAI-2S ἔθηκαςethēkasyou did lay downG5087V-AAI-2S θερίζειςtherizeisyou reapG2325V-PAI-2S ἔσπειρας.¶espeirasyou did sow.G4687V-AAI-2S 22 Maar hij zeide tot hem: Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb.
ΛέγειLegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM στόματόςstomatosmouthG4750N-GSN κρινῶkrinōI will judgeG2919V-FAI-1S πονηρὲponēreevilG4190A-VSM δοῦλε.douleservant.G1401N-VSM ᾔδειςēdeisYou knewG1492IV-2LAI-2S ἄνθρωποςanthrōposa manG0444N-NSM αὐστηρόςaustērosharshG0840A-NSM αἴρωνairōntaking upG0142V-PAP-NSM ἔθηκαethēkaI did lay downG5087V-AAI-1S θερίζωνtherizōnreapingG2325V-PAP-NSM ἔσπειρα·espeiraI did sow;G4687V-AAI-1S 23 Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen?12
διὰdiabecause ofG1223PREP ἔδωκάςedōkasdid you giveG1325V-AAI-2S ἀργύριονargurionmoneyG0694N-ASN τράπεζαν,trapezanbank,G5132N-ASF κἀγὼkagōand I myselfG1473P-1NS + G2532 ἐλθὼνelthōnhaving comeG2064V-2AAP-NSM τόκῳtokōinterestG5110N-DSM ἔπραξα;epraxacollectedG4238V-AAI-1S - bank gegeven, Grieks tafel; dat is, dengenen, die tafel bank houden, om geld op wissel of winst uit te geven.
- woeker mogen eisen? Dat is, winst. Niet dat de Heere onbehoorlijken woeker zou prijzen, maar dat hij daarmede wil leren dat men zijne gaven tot winst en stichting van onze naasten en tot Gods eer moet besteden. Zie dergelijke Mat 25:27 .
24 En hij zeide tot degenen, die bij hem stonden: Neemt dat pond van hem weg, en geeft het dien, die de tien ponden heeft.
τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM παρεστῶσινparestōsinhaving stood byG3936V-RAP-DPM εἶπεν·eipenhe said;G2036V-2AAI-3S ἄρατεaratedo takeG0142V-AAM-2P δότεdotedo give [it]G1325V-2AAM-2P τῷtōto the [one]G3588T-DSM ἔχοντι.echontihaving.G2192V-PAP-DSM 25 En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft tien ponden.
εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM κύριε,kurieMaster,G2962HN-VSM-T ἔχειecheihe hasG2192V-PAI-3S μνᾶς.mnasminas.G3414N-APF 26 Want ik zeg u, dat een iegelijk, die heeft, zal gegeven worden; maar van degene, die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.1
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP παντὶpantito everyoneG3956A-DSM ἔχοντιechontiis havingG2192V-PAP-DSM δοθήσεται,dothēsetaiwill be given,G1325V-FPI-3S τοῦtouthe [one]G3588T-GSM ἔχοντοςechontoshavingG2192V-PAP-GSM ἔχειecheihe hasG2192V-PAI-3S ἀρθήσεταιarthēsetaiwill be taken awayG0142V-FPI-3S αὐτοῦ.¶autouof him.G0846P-GSM - dat een iegelijk, Deze rede past niet op het naaste, maar op vs.24, waarvan zie Mat 13:12 .
27 Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.12
ΠλὴνPlēnFurthermoreG4133CONJ ἐχθρούςechthrousenemiesG2190N-APM τούτουςtoutoustheseG3778D-APM θελήσαντάςthelēsantashaving been willing [for]G2309V-AAP-APM βασιλεῦσαιbasileusaito reignG0936V-AAN αὐτοὺςautousthemG0846P-APM ἀγάγετεagagetedo bringG0071V-2AAM-2P κατασφάξατεkatasphaxatedo slayG2695V-AAM-2P αὐτοὺςautousthemG0846P-APM ἔμπροσθένemprosthenbeforeG1715PREP - deze mijn vijanden, Hierdoor worden de hardnekkige Joden verstaan, die vs.24 zijne burgers genaamd worden, en door hunne wederspannigheid zijne vijanden waren geworden.
- slaat ze hier voor mij dood Grieks slacht hen.
28 En dit gezegd hebbende, reisde Hij voor hen heen, en ging op naar Jeruzalem.1
εἰπὼνeipōnhaving saidG2036V-2AAP-NSM ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ἐπορεύετοeporeuetoHe was going onG4198V-INI-3S ἔμπροσθενemprosthenaheadG1715PREP ἀναβαίνωνanabainōngoing upG0305V-PAP-NSM Ἱεροσόλυμα.Hi'erosolumaJerusalem.G2414N-APN-L - voor hen heen, Of, voor henen; om zijne gewilligheid en vrijmoedigheid in het aangaan van Zijn lijden te betonen.
29 En het geschiedde, als Hij nabij Beth-fage en Bethanië gekomen was, aan den berg, genaamd den Olijfberg, dat Hij twee van Zijn discipelen uitzond,12
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ἤγγισενēngisenHe drew nearG1448V-AAI-3S ΒηθφαγὴBēthphagēBethphageG0967N-ASF-L ΒηθανίανBēthanianBethanyG0963N-ASF-L καλούμενονkaloumenonis being calledG2564GV-PPP-ASN ἘλαιῶνElaiōnOlivetG1638N-GPF-L ἀπέστειλενapesteilenHe sentG0649V-AAI-3S μαθητῶνmathētōndisciplesG3101N-GPM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM - Beth-fage Hoe ver deze plaatsen van Jeruzalem gelegen waren, zie Mat 21:1 .
- den Olijfberg, Grieks der olijven; namelijk berg.
30 Zeggende: Gaat henen in dat vlek, dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt hetzelve, en brengt het.1
λέγων·legōnspeaking;G3004GV-PAP-NSM ὑπάγετεhupagetedo goG5217V-PAM-2P κατέναντιkatenantiaheadG2713ADV κώμην,kōmēnvillage,G2968N-ASF εἰσπορευόμενοιeisporeuomenoienteringG1531V-PNP-NPM εὑρήσετεheurēseteyou will findG2147V-FAI-2P πῶλονpōlona coltG4454N-ASM δεδεμένονdedemenontiedG1210V-RPP-ASM οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM πώποτεpōpoteever yetG4455ADV ἀνθρώπωνanthrōpōnof menG0444N-GPM ἐκάθισεν·ekathisenhas sat;G2523V-AAI-3S λύσαντεςlusanteshaving untiedG3089V-AAP-NPM ἀγάγετε.agagetedo bring [it].G0071V-2AAM-2P - een veulen gebonden vinden, Namelijk van ene ezelin met hare moeder; zie Mat 21:2 ; Mar 11:2 .
31 En indien iemand u vraagt: Waarom ontbindt gij dat, zo zult gij alzo tot hem zeggen: Omdat het de Heere van node heeft.
ἐρωτᾷ·erōtashall ask;G2065V-PAS-3S διὰdiaBecause ofG1223PREP λύετε;luetedo you untie [it]?G3089V-PAI-2P ἐρεῖτεereitewill you sayG4483V-FAI-2P αὐτῷ·autōto him:G0846P-DSM αὐτοῦautouof itG0846P-GSM χρείανchreianneedG5532N-ASF ἔχει.¶echeihas.’G2192V-PAI-3S 32 En die uitgezonden waren, heengegaan zijnde, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had.
ἈπελθόντεςApelthontesHaving departedG0565V-2AAP-NPM ἀπεσταλμένοιapestalmenoisentG0649V-RPP-NPM εὗρονheuronfound [it]G2147V-2AAI-3P καθὼςkathōseven asG2531CONJ εἶπενeipenHe had saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς.autoisto them.G0846P-DPM 33 En als zij het veulen ontbonden, zeiden de heren van hetzelve tot hen: Waarom ontbindt gij het veulen?
λυόντωνluontōnWhen are untyingG3089V-PAP-GPM εἶπανeipansaidG2036V-2AAI-3P κύριοιkurioimastersG2962HN-NPM αὐτοῦautouof itG0846P-GSM αὐτούς·autousthem;G0846P-APM λύετεlueteuntie youG3089V-PAI-2P πῶλον;pōloncolt?G4454N-ASM 34 En zij zeiden: De Heere heeft het van node.
εἶπαν·eipanthey said:G2036V-2AAI-3P αὐτοῦautouof itG0846P-GSM χρείανchreianneedG5532N-ASF ἔχει.echeihas.G2192V-PAI-3S 35 En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop.123
ἤγαγονēgagonthey ledG0071V-2AAI-3P Ἰησοῦν,IēsounJesus,G2424GN-ASM-P ἐπιρίψαντεςepiripsanteshaving castG1977V-AAP-NPM αὐτῶνautōntheirG0846P-GPM ἱμάτιαhimatiagarmentsG2440N-APN ἐπεβίβασανepebibasanthey put on [it]G1913V-AAI-3P Ἰησοῦν.IēsounJesus.G2424GN-ASM-P - brachten hetzelve tot Jezus Grieks leidden het.
- klederen op het veulen geworpen hebbende, Dat is, opperklederen of mantels.
- zij Jezus daarop Namelijk velen uit de schare, Mar 11:8 .
36 En als Hij voort reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.
πορευομένουporeuomenouWhen is goingG4198V-PNP-GSM ὑπεστρώννυονhupestrōnnuonthey were spreadingG5291V-IAI-3P ἱμάτιαhimatiagarmentsG2440N-APN αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM 37 En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden, en God te loven met grote stemme, vanwege al de krachtige daden, die zij gezien hadden;12
ἘγγίζοντοςEngizontosWhen is drawing nearG1448V-PAP-GSM καταβάσειkatabaseidescentG2600N-DSF ὄρουςorousMountG3735N-GSN-L ἐλαιῶνelaiōnof OlivesG1638N-GPF-L ἤρξαντοērxantobeganG0757V-ADI-3P πλῆθοςplēthosmultitudeG4128N-NSN μαθητῶνmathētōndisciplesG3101N-GPM χαίροντεςchairontesrejoicingG5463V-PAP-NPM αἰνεῖνaineinto praiseG0134V-PAN φωνῇphōnēain a voiceG5456GN-DSF μεγάλῃmegalēloudG3173A-DSF εἶδονeidonthey had seenG1492HV-2AAI-3P δυνάμεωνdunameōn[the] mighty worksG1411N-GPF - der discipelen zich te verblijden, Namelijk zo die Hem gevolgd waren, als die Hem uit Jeruzalem tegemoet gekomen waren, Joh 12:12-13 .
- de krachtige daden, Grieks de krachten.
38 Zeggende: Gezegend is de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren! Vrede zij in den hemel, en heerlijkheid in de hoogste plaatsen!12
λέγοντες·legontessaying:G3004GV-PAP-NPM εὐλογημένοςeulogēmenosBlessed [is]G2127V-RPP-NSM ἐρχόμενοςerchomenoscomingG2064V-PNP-NSM βασιλεὺςbasileusKingG0935N-NSM-T ὀνόματιonomati[the] nameG3686N-DSN κυρίου·kuriouof [the] Lord;G2962GN-GSM-T οὐρανῷouranōheavenG3772N-DSM εἰρήνη,eirēnēpeace,G1515N-NSF ὑψίστοις.hupsistois[the] highest.G5310A-DPN - Gezegend is de Koning, Zie hiervan Mat 21:9 .
- Vrede zij in den hemel, Dat is, God zij bevredigd en verzoend met de mensen, door de komst van dezen koning, en daardoor verheerlijkt.
39 En sommigen der Farizeën uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.
ΦαρισαίωνPharisaiōnPhariseesG5330N-GPM-T ὄχλουochloucrowdG3793N-GSM εἶπανeipansaidG2036V-2AAI-3P αὐτόν·autonHim;G0846P-ASM διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T ἐπιτίμησονepitimēsondo rebukeG2008V-AAM-2S μαθηταῖςmathētaisdisciplesG3101N-DPM 40 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo deze zwijgen, de stenen haast roepen zullen.
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them:G0846P-DPM ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP οὗτοιhoutoitheseG3778D-NPM σιωπήσουσιν,siōpēsousinwill be silent,G4623V-FAI-3P λίθοιlithoistonesG3037N-NPM κράξουσιν.¶kraxousinwill cry out.G2896V-FAI-3P 41 En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar,
ἤγγισεν,ēngisenHe drew near,G1448V-AAI-3S ἰδὼνidōnhaving seenG1492HV-2AAP-NSM ἔκλαυσενeklausenHe weptG2799V-AAI-3S 42 Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.1
λέγωνlegōnsayingG3004GV-PAP-NSM ἔγνωςegnōsyou had knownG1097V-2AAI-2S σὺsuyou yourselfG4771P-2NS τὰtathe [things]G3588T-APN εἰρήνηνeirēnēnpeaceG1515N-ASF ἐκρύβηekrubēthey are hiddenG2928V-2API-3S ὀφθαλμῶνophthalmōneyesG3788N-GPM - dezen uw dag, Namelijk op welken ik nu voor de laatste reis tot u kom, en u waarschuw, tot uw behoud en zaligheid. Dit is een afgebroken rede, waarop moet worden verstaan: hoe gelukkig zoudt gij dan zijn? of iets dergelijks.
43 Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen;12
ἥξουσινhēxousinwill comeG2240V-FAI-3P ἡμέραιhēmeraidaysG2250N-NPF παρεμβαλοῦσινparembalousinwill cast aroundG6070V-FAI-3P ἐχθροίechthroienemiesG2190N-NPM χάρακάcharakaa barricadeG5482N-ASM περικυκλώσουσίνperikuklōsousinthey will surroundG4033V-FAI-3P συνέξουσίνsunexousinthey will hem inG4912V-FAI-3P πάντοθενpantothenon every sideG3840ADV - vijanden Namelijk de Romeinen. Zie de vervulling hiervan bij Josefus, van de Joodse oorlogen in het zesde Boek.
- een begraving rondom Of, wat van uitgegraven aarde opgeworpen.
44 En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.12
ἐδαφιοῦσίνedaphiousinwill level to the groundG1474V-FAI-3P τέκναteknachildrenG5043N-APN ἀφήσουσινaphēsousinwill leaveG0863GV-FAI-3P λίθονlithona stoneG3037N-ASM λίθονlithona stoneG3037N-ASM ἀνθ᾽anth᾽becauseG0473PREP ἔγνωςegnōsyou knewG1097V-2AAI-2S καιρὸνkaironseasonG2540N-ASM ἐπισκοπῆςepiskopēsof visitationG1984N-GSF σου.¶souof you.G4771P-2GS - kinderen in u; Dat is, inwoners, gelijk Mat 23:37 .
- den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt Namelijk in welke u door de predikatie des Evangelies de genade Gods nu wordt aangeboden.
45 En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten,
εἰσελθὼνeiselthōnhaving enteredG1525V-2AAP-NSM ἱερὸνhi'erontempleG2411N-ASN ἤρξατοērxatoHe beganG0757V-ADI-3S ἐκβάλλεινekballeinto cast outG1544V-PAN πωλοῦνταςpōlountassellingG4453V-PAP-APM ἀγοράζονταςagorazontasbuyingG0059V-PAP-APM 46 Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.1
λέγωνlegōnsayingG3004GV-PAP-NSM αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM γέγραπται,gegraptaiIt has been written:G1125V-RPI-3S ἔσταιestaiwill beG1510V-FDI-3S προσευχῆς·proseuchēsof prayer’;G4335N-GSF ὑμεῖςhumeisYou yourselvesG4771P-2NP ἐποιήσατεepoiēsatemadeG4160GV-AAI-2P σπήλαιονspēlaiona denG4693N-ASN λῃστῶν.lēstōnof robbers.’G3027N-GPM - Mijn huis is een huis des gebeds; Dat is, de tempel.
47 En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden.12
διδάσκωνdidaskōnteachingG1321V-PAP-NSM ἡμέρανhēmerandayG2250N-ASF ἱερῷ·hi'erōtemple;G2411N-DSN ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM ἐζήτουνezētounwere seekingG2212V-IAI-3P ἀπολέσαιapolesaito destroyG0622V-AAN πρῶτοιprōtoiforemostG4413JA-NPM λαοῦ,laoupeople,G2992N-GSM - de oversten des volks Grieks de eerste, of voornaamste.
- te doden Grieks verderven, of vernielen.
48 En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.1
εὕρισκονheuriskonthey were findingG2147V-IAI-3P ποιήσωσιν·poiēsōsinthey may do;G4160GV-AAS-3P ἐξεκρέματοexekrematowere hanging onG1582V-IMI-3S αὐτοῦautouHis [words]G0846P-GSM ἀκούων.¶akouōnlistening.G0191V-PAP-NSM - hing Hem aan, Grieks hing van Hem; dat is, hing Hem aan; of was zeer begerig om Hem te horen.