Chapter 24
1 En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar.1234
μιᾷmiaon [the] first [day]G1520A-DSF σαββάτωνsabbatōnweekG4521N-GPN ὄρθρουorthroudawnG3722N-GSM βαθέωςbatheōsvery earlyG0901A-GSM ἦλθονēlthonthey cameG2064V-2AAI-3P φέρουσαιpherousaibringingG5342V-PAP-NPF ἡτοίμασανhētoimasanthey had preparedG2090V-AAI-3P ἀρώματαarōmataspicesG0759N-APN τινέςtinescertainG5100X-NPF αὐταῖς.autaisthem.G0846P-DPF - eersten dag Grieks op ene.
- der week, Grieks der sabbaten. Zie Mat 28:1 ; Mar 16:2 .
- zeer vroeg in den morgenstond, Zie hiervan de aantekeningen Mar 16:2 .
- sommigen met haar Namelijk andere vrouwen, van welke zie nader vs.10.
2 En zij vonden den steen afgewenteld van het graf.
εὗρονheuronThey foundG2147V-2AAI-3P λίθονlithonstoneG3037N-ASM ἀποκεκυλισμένονapokekulismenonrolled awayG0617V-RPP-ASM μνημείου.mnēmeioutomb.G3419N-GSN 3 En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet.
εἰσελθοῦσαιeiselthousaiHaving enteredG1525V-2AAP-NPF εὗρονheuronthey foundG2147V-2AAI-3P Ἰησοῦ.¶IēsouJesus.G2424GN-GSM-P 4 En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.123
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ἀπορεῖσθαιaporeisthaiperplexingG0639V-PMN τούτουtoutouthisG3778D-GSN ἐπέστησανepestēsanstood byG2186V-2AAI-3P αὐταῖςautaisthemG0846P-DPF ἐσθῆτιesthētigarmentG2066N-DSF ἀστραπτούσῃ.astraptousēdazzling.G0797V-PAP-DSF - twijfelmoedig waren, Of, zeer bekommerd.
- mannen stonden bij haar in Dat is, engelen in mans gedaanten . Zie Mat 28:2 , die maar van een verhaalt, omdat die het woord voerde.
- blinkende klederen Grieks bliksemende; dat is glinsterende gelijk de bliksem.
5 En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?
ἐμφόβωνemphobōnTerrifiedG1719A-GPF γενομένωνgenomenōnwere becomingG1096V-2ADP-GPF κλινουσῶνklinousōnbowingG2827V-PAP-GPF πρόσωπαprosōpafacesG4383N-APN εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P αὐτάς·autasthem;G0846P-APF ζητεῖτεzēteiteseek youG2212V-PAI-2P ζῶνταzōntalivingG2198V-PAP-ASM νεκρῶν;nekrōndead?G3498A-GPM 6 Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,1
ἔστινestinHe isG1510V-PAI-3S ἠγέρθη·ēgerthēHe is risen!G1453V-API-3S μνήσθητεmnēsthētedo rememberG3403V-APM-2P ἐλάλησενelalēsenHe spokeG2980V-AAI-3S ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP ΓαλιλαίᾳGalilaiaGalileeG1056GN-DSF-L - gesproken heeft, Waarvan zie Mat 16:21 .
7 Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.
λέγωνlegōnsayingG3004GV-PAP-NSM ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T δεῖdeiit behoovesG1163V-PAI-3S παραδοθῆναιparadothēnaito be deliveredG3860V-APN χεῖραςcheirashandsG5495N-APF ἀνθρώπωνanthrōpōnof menG0444N-GPM ἁμαρτωλῶνhamartōlōnsinfulG0268A-GPM σταυρωθῆναιstaurōthēnaito be crucifiedG4717V-APN τρίτῃtritēthirdG5154A-DSF ἀναστῆναι.anastēnaito arise.G0450V-2AAN 8 En zij werden indachtig Zijner woorden.
ἐμνήσθησανemnēsthēsanthey rememberedG3403V-API-3P ῥημάτωνrhēmatōndeclarationsG4487N-GPN αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM 9 En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al deze dingen aan de elven, en aan al de anderen.1
ὑποστρέψασαιhupostrepsasaihaving returnedG5290V-AAP-NPF μνημείουmnēmeioutombG3419N-GSN ἀπήγγειλανapēngeilanthey relatedG0518V-AAI-3P ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ἕνδεκαhendekaelevenG1733A-NUI πᾶσινpasinto allG3956A-DPM λοιποῖς.¶loipoisrest.G3062A-DPM - al de anderen Namelijk discipelen, die daar vergaderd waren.
10 En deze waren Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden.12
ἦσανēsanIt wasG1510V-IAI-3P ΜαγδαληνὴMagdalēnēMagdaleneG3094N-NSF-LG ἸωάνναIōannaJoannaG2489N-NSF-P ἡhēthe [mother]G3588T-NSF ἸακώβουIakōbouof JamesG2385IN-GSM-P λοιπαὶloipaiother womenG3062A-NPF αὐταῖς·autaisthem;G0846P-DPF ἔλεγονelegonwere tellingG3004GV-IAI-3P ἀποστόλουςapostolousapostlesG0652N-APM ταῦτα,tautathese things,G3778D-APN - Johanna, en Maria, Zie van deze Johanna Luk 8:3 .
- de moeder van Jakobus, Namelijk van den kleinen. Zie Mar 15:40 .
11 En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet.1
ἐφάνησανephanēsanappearedG5316V-2API-3P ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP λῆροςlērosfollyG3026N-NSM ῥήματαrhēmatadeclarationsG4487N-NPN ταῦταtautaof themG3778D-NPN ἠπίστουνēpistounthey were not believingG0569V-IAI-3P αὐταῖς.¶autaisin them.G0846P-DPF - ijdel geklap, Of, razernij, sufferij.
12 Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en nederbukkende, zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelven van hetgeen geschied was.1
ΠέτροςPetrosPeterG4074GN-NSM-P ἀναστὰςanastashaving risen upG0450V-2AAP-NSM ἔδραμενedramenhe ranG5143V-2AAI-3S μνημεῖον,mnēmeiontomb,G3419N-ASN παρακύψαςparakupsashaving stooped downG3879V-AAP-NSM βλέπειblepeihe seesG0991V-PAI-3S ὀθόνιαothonialinen stripsG3608N-APN κείμεναkeimenalyingG2749V-PNP-APN ἀπῆλθενapēlthenhe went awayG0565V-2AAI-3S ἑαυτὸνhe'autonhimselfG1438F-3ASM θαυμάζωνthaumazōnwondering atG2296V-PAP-NSM γεγονός.¶gegonoshaving come to pass.G1096V-2RAP-ASN - liep tot het graf, Namelijk met Johannes. Zie Joh 20:3 .
13 En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadiën van Jeruzalem was, welks naam was Emmaüs;12
ἦσανēsanwereG1510V-IAI-3P πορευόμενοιporeuomenoigoingG4198V-PNP-NPM κώμηνkōmēna villageG2968N-ASF ἀπέχουσανapechousanbeing distantG0568V-PAP-ASF σταδίουςstadiousstadiaG4712N-APM ἑξήκονταhexēkontasixtyG1835A-NUI ἸερουσαλὴμIerousalēmJerusalemG2419N-GSF-L ὄνομαonomaname [is]G3686N-NSN Ἐμμαοῦς.EmmaousEmmaus.G1695N-NSF-L - van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, Niet van de apostelen, maar van de andere discipelen, gelijk blijkt vs.18, 33.
- stadiën van Jeruzalem was, Een stadie is honderd en vijf en twintig schreden, zodat acht stadiën maken een Italiaanse mijl, waarvan drie omtrent een uur gaans zijn; zodat zestig stadiën maken omtrent twee en een half uur gaans.
14 En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren.
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM ὡμίλουνhōmilounwere talkingG3656V-IAI-3P ἀλλήλουςallēlousone anotherG0240C-APM πάντωνpantōnallG3956A-GPN συμβεβηκότωνsumbebēkotōnhaving taken placeG4819V-RAP-GPN τούτων.toutōnthese things.G3778D-GPN 15 En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ὁμιλεῖνhomileintalkingG3656V-PAN αὐτοὺςautousby themG0846P-APM συζητεῖνsuzēteinreasoningG4802V-PAN αὐτὸςautosHimselfG0846P-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐγγίσαςengisashaving drawn nearG1448V-AAP-NSM συνεπορεύετοsuneporeuetoHe was walking alongG4848V-INI-3S αὐτοῖς.autoiswith them.G0846P-DPM 16 En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.12
ὀφθαλμοὶophthalmoithe eyesG3788N-NPM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM ἐκρατοῦντοekratountowere heldG2902V-IPI-3P ἐπιγνῶναιepignōnaito knowG1921V-2AAN αὐτόν.autonHim.G0846P-ASM - gehouden, Dat is, wederhouden door Christus' macht.
- dat zij Hem niet kenden Of, opdat zij Hem niet zouden kennen.
17 En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?1
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτούς·autousthem;G0846P-APM λόγοιlogoiwords [are]G3056N-NPM οὗτοιhoutoitheseG3778D-NPM ἀντιβάλλετεantiballeteyou exchangeG0474V-PAI-2P ἀλλήλουςallēlousone anotherG0240C-APM περιπατοῦντες;peripatounteswalking?G4043V-PAP-NPM ἐστάθησανestathēsanthey stood stillG2476V-API-3P σκυθρωποί.skuthrōpoilooking sad.G4659A-NPM - droevig? Of, stuur.
18 En de een, wiens naam was Kleopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die deze dagen daarin geschied zijn?1
ἀποκριθεὶςapokritheisAnsweringG0611V-AOP-NSM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM ὀνόματιonomatinameG3686N-DSN ΚλεοπᾶςKleopasCleopasG2810N-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτόν·autonHim;G0846P-ASM σὺsuYou yourselfG4771P-2NS μόνοςmonosaloneG3441A-NSM παροικεῖςparoikeisvisitG3939V-PAI-2S ἸερουσαλὴμIerousalēmJerusalemG2419N-ASF-L ἔγνωςegnōshave knownG1097V-2AAI-2S τὰtathe [things]G3588T-APN γενόμεναgenomenahaving come to passG1096V-2ADP-APN ἡμέραιςhēmeraisdaysG2250N-DPF ταύταις;tautaisthese?G3778D-DPF - een vreemdeling te Jeruzalem, Of, een inwoner.
19 En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.1234
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ποῖα;poiaWhat things?G4169I-APN εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM τὰtaThe [things]G3588T-APN περὶpericoncerningG4012PREP Ναζαρηνοῦ,Nazarēnouof Nazareth,G3479A-GSM-LG ἐγένετοegenetowasG1096V-2ADI-3S προφήτηςprophētēsa prophetG4396N-NSM δυνατὸςdunatosmightyG1415A-NSM ἐναντίονenantionbeforeG1726PREP παντὸςpantosallG3956A-GSM λαοῦ,laoupeople,G2992N-GSM - een Profeet was, Grieks een man, een profeet.
- in werken en woorden, Grieks inderdaad, ook in het werk en in het woord.
- voor God Namelijk die door vele wondertekenen zulks van Hem betuigde.
- het volk Namelijk dat zulks met verwondering en prijzen hoorde en zag.
20 En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.
παρέδωκανparedōkandelivered upG3860V-AAI-3P ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM ἄρχοντεςarchontesrulersG0758N-NPM κρίμαkrima[the] judgmentG2917N-ASN θανάτουthanatouof deathG2288N-GSM ἐσταύρωσανestaurōsancrucifiedG4717V-AAI-3P αὐτόν.autonHim.G0846P-ASM 21 En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn.12
ἡμεῖςhēmeisWe ourselvesG3165P-1NP ἠλπίζομενēlpizomenwere hopingG1679V-IAI-1P αὐτόςautosHe himselfG0846P-NSM ἐστινestinit isG1510V-PAI-3S μέλλωνmellōnis aboutG3195V-PAP-NSM λυτροῦσθαιlutrousthaito redeemG3084V-PMN Ἰσραήλ.IsraēlIsrael.G2474N-ASM-L τούτοιςtoutoisthese thingsG3778D-DPN τρίτηνtritēn[the] thirdG5154A-ASF ταύτηνtautēnthisG3778D-ASF ἡμέρανhēmerandayG2250N-ASF ἄγειageibringsG0071V-PAI-3S σήμερονsēmerontodayG4594ADV ἀφ᾽aph᾽away fromG0575PREP ταῦταtautathese thingsG3778D-NPN ἐγένετο.egenetocame to pass.G1096V-2ADI-3S - Israël Dat is, het Israëlietische of Joodse volk.
- verlossen zou Dat is, verlost zou hebben.
22 Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn;1
γυναῖκέςgunaikeswomenG1135GN-NPF τινεςtinescertainG5100X-NPF ἐξέστησανexestēsanamazedG1839V-2AAI-3P γενόμεναιgenomenaiHaving beenG1096V-2ADP-NPF ὀρθριναὶorthrinaiat dawnG3720A-NPF μνημεῖον,mnēmeiontombG3419N-ASN - uit ons hebben ons ontsteld, Dat is, van ons gezelschap.
23 En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
εὑροῦσαιheurousaihaving foundG2147V-2AAP-NPF αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ἦλθονēlthonthey cameG2064V-2AAI-3P λέγουσαιlegousaideclaringG3004GV-PAP-NPF ὀπτασίανoptasiana visionG3701N-ASF ἀγγέλωνangelōnof angelsG0032GN-GPM ἑωρακέναιhe'ōrakenaito have seenG3708V-RAN λέγουσινlegousinsayG3004GV-PAI-3P ζῆν.zēn[is] living.G2198V-PAN 24 En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet.
ἀπῆλθόνapēlthonwentG0565V-2AAI-3P μνημεῖονmnēmeiontombG3419N-ASN εὗρονheuronfound [it]G2147V-2AAI-3P καθὼςkathōseven asG2531CONJ γυναῖκεςgunaikeswomenG1135GN-NPF εἶπον,eiponsaid,G2036V-2AAI-3P εἶδον.¶eidonthey saw.G1492HV-2AAI-3P 25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
αὐτὸςautosHe himselfG0846P-NSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτούς·autousthem;G0846P-APM ἀνόητοιanoētoifoolishG0453A-VPM βραδεῖςbradeisslowG1021A-VPM καρδίᾳkardiaof heartG2588N-DSF πιστεύεινpisteueinto believeG4100V-PAN ἐλάλησανelalēsanspokeG2980V-AAI-3P προφῆται·prophētaiprophets;G4396N-NPM 26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?1
οὐχὶouchiSurelyG3780PRT-N ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ἔδειedeiit was necessary forG1163V-IAI-3S παθεῖνpatheinto sufferG3958V-2AAN χριστὸνchristonChristG5547N-ASM-T εἰσελθεῖνeiseltheinto enterG1525V-2AAN δόξανdoxangloryG1391N-ASF αὐτοῦ;autouof Him?G0846P-GSM - ingaan? Namelijk na of door Zijn lijden; Heb 2:9 ; 1Pe 1:11 .
27 En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.
ἀρξάμενοςarxamenoshaving begunG0757V-AMP-NSM ΜωϋσέωςMōuseōsMosesG3475N-GSM-P πάντωνpantōnallG3956A-GPM προφητῶνprophētōnProphetsG4396N-GPM διερμήνευσενdiermēneusenHe interpretedG1329V-AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM πάσαιςpasaisallG3956A-DPF γραφαῖςgraphaisScripturesG1124N-DPF τὰtathe [things]G3588T-APN περὶpericoncerningG4012PREP ἑαυτοῦ.he'autouof Himself.G1438F-3GSM 28 En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.1
ἤγγισανēngisanthey drew nearG1448V-AAI-3P κώμηνkōmēnvillageG2968N-ASF ἐπορεύοντο,eporeuontothey were going,G4198V-INI-3P αὐτὸςautosHe himselfG0846P-NSM προσεποιήσατοprosepoiēsatoappearedG4364V-AMI-3S πορρώτερονporrōteronfartherG4206ADV-C πορεύεσθαι.poreuesthaito be going.G4198V-PNN - hield Zich, Of, stelde zich zo aan; hetwelk zonder veinzing geschied is, om hen te beproeven; alzo Hij het gedaan zou hebben, tenware zij Hem met bidden gehouden hadden.
29 En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.1
παρεβιάσαντοparebiasantothey constrainedG3849V-ADI-3P λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM μεῖνονmeinondo abideG3306V-AAM-2S ἑσπέρανhesperaneveningG2073N-ASF ἐστὶνestinit isG1510V-PAI-3S κέκλικενkeklikenhas declinedG2827V-RAI-3S ἡμέρα.hēmeraday.G2250N-NSF εἰσῆλθενeisēlthenHe entered inG1525V-2AAI-3S μεῖναιmeinaito abideG3306V-AAN αὐτοῖς.autoisthem.G0846P-DPM - dwongen Hem, Namelijk met bidden en aanhouden. Zie Gen 33:11 .
30 En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.12
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S κατακλιθῆναιkataklithēnairecliningG2625V-APN αὐτὸνautonof HimG0846P-ASM λαβὼνlabōnhaving takenG2983V-2AAP-NSM ἄρτονartonbreadG0740N-ASM εὐλόγησενeulogēsenHe blessed [it]G2127V-AAI-3S κλάσαςklasashaving broken [it]G2806V-AAP-NSM ἐπεδίδουepedidouHe was giving [it]G1929V-IAI-3S αὐτοῖς.autoisto them.G0846P-DPM - zegende het, Namelijk door gebed en dankzegging, 1Ti 4:4-5 .
- gebroken had, gaf Hij het hun Namelijk naar de wijze der Joden in het begin van hunne maaltijden, welker broden zo gebakken waren, dat zij bekwamelijk gebroken konden worden, Act 2:46 .
31 En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.1
αὐτῶνautōnOf themG0846P-GPM διηνοίχθησανdiēnoichthēsanwere openedG1272V-API-3P ὀφθαλμοὶophthalmoieyesG3788N-NPM ἐπέγνωσανepegnōsanthey knewG1921V-2AAI-3P αὐτόν·autonHim;G0846P-ASM αὐτὸςautosHe himselfG0846P-NSM ἄφαντοςaphantosvanishedG0855A-NSM ἐγένετοegenetobeing seenG1096V-2ADI-3S αὐτῶν.autōnthem.G0846P-GPM - kwam weg uit hun gezicht Grieks Hij werd onschijnbaar van hen; dat is, Hij onttrok zich haastelijk aan hun gezicht.
32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?1
εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P ἀλλήλους·allēlousone another;G0240C-APM οὐχὶouchiSurelyG3780PRT-N καρδίαkardiaheartG2588N-NSF καιομένηkaiomenēburningG2545V-PPP-NSF ἐλάλειelaleiHe was speakingG2980V-IAI-3S ἡμῖνhēminwith usG3165P-1DP διήνοιγενdiēnoigenHe was openingG1272V-IAI-3S γραφάς;¶graphasScriptures?G1124N-APF - opende? Dat is, verklaarde, of uitlegde.
33 En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;
ἀναστάντεςanastanteshaving risen upG0450V-2AAP-NPM αὐτῇautēaon [that] sameG0846P-DSF ὑπέστρεψανhupestrepsanthey returnedG5290V-AAI-3P ἸερουσαλὴμIerousalēmJerusalemG2419N-ASF-L εὗρονheuronthey foundG2147V-2AAI-3P ἠθροισμένουςēthroismenousgatheredG6003V-RPP-APM ἕνδεκαhendekaelevenG1733A-NUI αὐτοῖςautoisthemG0846P-DPM 34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.1
λέγονταςlegontassayingG3004GV-PAP-APM ἠγέρθηēgerthēhas risenG1453V-API-3S ὤφθηōphthēHe has appearedG3700HV-API-3S Σίμωνι.Simōnito Simon.G4613ON-DSM-P - Welke zeiden Namelijk elven, en die bij hen waren.
35 En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM ἐξηγοῦντοexēgountowere relatingG1834V-INI-3P τὰtathe [things]G3588T-APN ἐγνώσθηegnōsthēHe was knownG1097V-2API-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM κλάσειklaseibreakingG2800N-DSF ἄρτου.¶artoubread.G0740N-GSM 36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
ΤαῦταTautaThese thingsG3778D-APN αὐτῶνautōnwhen theyG0846P-GPM λαλούντωνlalountōnare tellingG2980V-PAP-GPM αὐτὸςautosHe HimselfG0846P-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἔστηestēstoodG2476V-2AAI-3S αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM εἰρήνηeirēnēPeaceG1515N-NSF ὑμῖν.huminto you.G4771P-2DP 37 En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.1
πτοηθέντεςptoēthentesHaving been terrifiedG4422V-APP-NPM ἔμφοβοιemphoboifilled with fearG1719A-NPM γενόμενοιgenomenoihaving beenG1096V-2ADP-NPM ἐδόκουνedokounthey were thinking [themselves]G1380V-IAI-3P πνεῦμαpneumaa spiritG4151GN-ASN θεωρεῖν.theōreinto see.G2334V-PAN - een geest zagen Dat is, spooksel. Zie Mat 14:26 . Of, een engel in menselijke gedaante, Act 12:9 .
38 En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM τεταραγμένοιtetaragmenoitroubledG5015V-RPP-NPM ἐστὲesteare youG1510V-PAI-2P διαλογισμοὶdialogismoidoubtsG1261N-NPM ἀναβαίνουσινanabainousindo come upG0305V-PAI-3P καρδίᾳkardiaheartG2588N-DSF ὑμῶν;humōnof you?G4771P-2GP 39 Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.1
ἴδετεidetedo seeG1492HV-2AAM-2P χεῖράςcheirashandsG5495N-APF αὐτός·autosHe himself;G0846P-NSM ψηλαφήσατέpsēlaphēsatedo touchG5584V-AAM-2P ἴδετεidetedo seeG1492HV-2AAM-2P πνεῦμαpneumaa spiritG4151GN-NSN σάρκαsarkafleshG4561N-ASF ὀστέαosteabonesG3747N-APN ἔχειecheihasG2192V-PAI-3S καθὼςkathōseven asG2531CONJ ἐμὲemeMe myselfG1473P-1AS θεωρεῖτεtheōreiteyou seeG2334V-PAI-2P ἔχοντα.echontahaving.G2192V-PAP-ASM - want Ik ben het Zelf; Of, dat Ik het zelf ben.
40 En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.
εἰπὼνeipōnhaving saidG2036V-2AAP-NSM ἔδειξενedeixenHe showedG1166V-AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM χεῖραςcheirashandsG5495N-APF πόδας.podasfeet.G4228N-APM 41 En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?1
ἀπιστούντωνapistountōnwhile are disbelievingG0569V-PAP-GPM θαυμαζόντωνthaumazontōnamazementG2296V-PAP-GPM εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ἔχετέecheteHave youG2192V-PAI-2P βρώσιμονbrōsimonto eatG1034A-ASN ἐνθάδε;enthadehere?G1759ADV - om te eten? Grieks etelijks, of eetbaars.
42 En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.
ἐπέδωκανepedōkanthey gaveG1929V-AAI-3P ἰχθύοςichthuosof a fishG2486N-GSM ὀπτοῦoptoubroiledG3702A-GSM μελισσίουmelissiouhoneycombG3193A-GSN κηρίου.kērioutablet.G2781N-GSN 43 En Hij nam het, en at het voor hun ogen.1
λαβὼνlabōnhaving taken [it]G2983V-2AAP-NSM ἐνώπιονenōpionbeforeG1799PREP ἔφαγεν.¶ephagenHe ate [it].G5315V-AAI-3S - at het voor hun ogen Niet dat Hij zulks van node had, dewijl Hij nu onsterflijk geworden was; maar om hun te verzekeren dat Hij hetzelfde lichaam nog had. Zie Act 10:41 .
44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.1
ΕἶπενEipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτούς·autousto them;G0846P-APM οὗτοιhoutoiThese [are]G3778D-NPM λόγοιlogoiwordsG3056N-NPM ἐλάλησαelalēsaI spokeG2980V-AAI-1S δεῖdeiit behoovesG1163V-PAI-3S πληρωθῆναιplērōthēnaito be fulfilledG4137V-APN πάνταpantaall thingsG3956A-APN γεγραμμέναgegrammenawrittenG1125V-RPP-APN ΜωϋσέωςMōuseōsof MosesG3475N-GSM-P προφήταιςprophētaisProphetsG4396N-DPM ψαλμοῖςpsalmoisin [the] PsalmsG5568N-DPM περὶpericoncerningG4012PREP - met u was, Dat is, openbaar en gedurig met u verkeerde vóór mijn dood.
45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.1
διήνοιξενdiēnoixenHe openedG1272V-AAI-3S αὐτῶνautōntheirG0846P-GPM συνιέναιsunienaito understandG4920V-PAN γραφὰςgraphasScripturesG1124N-APF - opende Hij hun verstand, Namelijk door de verlichting Zijns Heiligen Geestes; Act 16:14 ; 1Co 2:13 .
46 En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM γέγραπταιgegraptaiit has been writtenG1125V-RPI-3S ἔδειedeiit was necessary forG1163V-IAI-3S παθεῖνpatheinWas to sufferG3958V-2AAN χριστὸνchristonChristG5547N-ASM-T ἀναστῆναιanastēnaito riseG0450V-2AAN νεκρῶνnekrōn[the] deadG3498A-GPM τρίτῃtritēthirdG5154A-DSF 47 En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.1
κηρυχθῆναιkēruchthēnaito be proclaimedG2784V-APN ὀνόματιonomatinameG3686N-DSN αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM μετάνοιανmetanoianrepentanceG3341N-ASF ἄφεσινaphesinforgivenessG0859N-ASF ἁμαρτιῶνhamartiōnof sinsG0266N-GPF ἔθνηethnēnationsG1484N-APN ἀρξάμενοιarxamenoihaving begunG0757V-AMP-NPM Ἰερουσαλήμ.IerousalēmJerusalem.G2419N-GSF-L - beginnende van Jeruzalem Dewijl den Joden voornamelijk de Messias beloofd was, Rom 1:16 , en het Evangelie uit Zion en Jeruzalem moest uitgaan, Isa 2:3 .
48 En gij zijt getuigen van deze dingen.
ὑμεῖςhumeisYou yourselvesG4771P-2NP μάρτυρεςmartureswitnessesG3144N-NPM τούτων,toutōnof these things,G3778D-GPN 49 En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.1234
ἀποστέλλωapostellōam sendingG0649V-PAI-1S ἐπαγγελίανepangelianpromiseG1860N-ASF πατρόςpatrosFatherG3962N-GSM-T ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP καθίσατεkathisatedo remainG2523V-AAM-2P ἹερουσαλήμHi'erousalēmJerusalemG2419N-DSF-L ἐνδύσησθεendusēstheyou may be clothed withG1746V-AMS-2P ὕψουςhupsouson highG5311N-GSN δύναμιν.¶dunaminpower.G1411N-ASF - belofte Mijns Vaders op u; Dat is, den Heiligen Geest, dien Ik u beloofd heb van den Vader te zullen zenden; Joh 14:16 , en Joh 15:26 ; Act 1:4 .
- blijft gij in de stad Jeruzalem, Grieks zet u neder.
- kracht Namelijk met den Heiligen Geest; Act 1:8 .
- uit de hoogte Dat is, uit den hemel; Heb 1:3 ; Act 2:2 .
50 En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanië, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.1
ἘξήγαγενExēgagenHe ledG1806V-2AAI-3S αὐτοὺςautousthemG0846P-APM Βηθανίαν,BēthanianBethany,G0963N-ASF-L ἐπάραςeparashaving lifted upG1869V-AAP-NSM χεῖραςcheirashandsG5495N-APF αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM εὐλόγησενeulogēsenHe blessedG2127V-AAI-3S αὐτούς.autousthem.G0846P-APM - buiten tot aan Bethánië, Zie hiervan breder Act 1:12 .
51 En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S εὐλογεῖνeulogeinblessingG2127V-PAN αὐτὸνautonby HimG0846P-ASM αὐτοὺςautousthemG0846P-APM διέστηdiestēHe was separatedG1339V-2AAI-3S ἀνεφέρετοanepheretowas carried upG0399V-IPI-3S οὐρανόν.ouranonheaven.G3772N-ASM 52 En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM προσκυνήσαντεςproskunēsanteshaving worshipedG4352V-AAP-NPM ὑπέστρεψανhupestrepsanreturnedG5290V-AAI-3P ἸερουσαλὴμIerousalēmJerusalemG2419N-ASF-L μεγάληςmegalēsgreatG3173A-GSF 53 En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.1
ἦσανēsanwereG1510V-IAI-3P παντὸςpantosall [times]G3956A-GSM ἱερῷhi'erōtempleG2411N-DSN αἰνοῦντεςainountespraisingG0134V-PAP-NPM εὐλογοῦντεςeulogountesblessingG2127V-PAP-NPM θεόν.theonGod.G2316N-ASM-T ἀμήν¶amēnAmenG0281INJ-HEB - dankende God Grieks zegenende.