Chapter 20
1 En het geschiedde in een van die dagen, als Hij in den tempel het volk leerde, en het Evangelie verkondigde, dat de overpriesters, en Schriftgeleerden, met de ouderlingen daarover kwamen,1
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ἡμερῶνhēmerōndaysG2250N-GPF ἐκείνωνekeinōnof thoseG1565D-GPF διδάσκοντοςdidaskontoswhen is teachingG1321V-PAP-GSM ἱερῷhi'erōtempleG2411N-DSN εὐαγγελιζομένουeuangelizomenouevangelisingG2097V-PMP-GSM ἐπέστησανepestēsancame upG2186V-2AAI-3P ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM πρεσβυτέροιςpresbuteroiseldersG4245GN-DPM - het Evangelie verkondigde, Grieks Evangeliseerde.
2 En spraken tot Hem zeggende: Zeg ons, door wat macht Gij deze dingen doet; of wie Hij is, Die U deze macht heeft gegeven?123
εἶπανeipanspokeG2036V-2AAI-3P λέγοντεςlegontessayingG3004GV-PAP-NPM αὐτόν·autonHim:G0846P-ASM εἰπὸνeipondo tellG2036V-2AAM-2S ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ποιεῖςpoieisYou doG4160GV-PAI-2S ἐστινestinisG1510V-PAI-3S δούςdoushaving givenG1325V-2AAP-NSM ἐξουσίανexousianauthorityG1849N-ASF ταύτην;¶tautēnthis?G3778D-ASF - door wat Grieks in hoedanige.
- macht Gij Dat is, autoriteit.
- deze dingen doet; Namelijk die in het voorgaande hoofdstuk verhaald worden.
3 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, en zegt Mij:1
ἈποκριθεὶςApokritheisAnsweringG0611V-AOP-NSM εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτούς·autousthem;G0846P-APM ἐρωτήσωerōtēsōWill askG2065V-FAI-1S κἀγὼkagōI myself alsoG1473P-1NS + G2532 λόγον,logonthing,G3056N-ASM εἴπατέeipatedo tellG2036V-2AAM-2P - een woord vragen, Dat is een ding, of zaak. Hebreeuws.
4 De doop van Johannes, was die uit den Hemel, of uit de mensen?12
βάπτισμαbaptismabaptismG0908N-NSN ἸωάννουIōannouof JohnG2491GN-GSM-P οὐρανοῦouranouheavenG3772N-GSM ἀνθρώπων;anthrōpōnmen?G0444N-GPM - De doop van Johannes, Zie hiervan de aantekeningen Mat 21:25 .
- uit den Hemel, of uit de mensen? Dat is, van God, gelijk Luk 15:18 .
5 En zij overleiden onder zich, zeggende: Indiën wij zeggen: Uit den Hemel; zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij dan hem niet geloofd?1
συνελογίσαντοsunelogisantothey reasonedG4817V-ADI-3P ἑαυτοὺςhe'autousthemselvesG1438F-3APM λέγοντεςlegontessayingG3004GV-PAP-NPM εἴπωμεν·eipōmenwe shall say:G2036V-2AAS-1P οὐρανοῦ,ouranouheaven,G3772N-GSM ἐρεῖ·ereiHe will say;G4483V-FAI-3S διὰdiaBecause ofG1223PREP ἐπιστεύσατεepisteusatedid you believeG4100V-AAI-2P αὐτῷ;autōin him?G0846P-DSM - onder zich, Of, bij zichzelven.
6 En indien wij zeggen: Uit de mensen; zo zal ons al het volk stenigen; want zij houden voor zeker, dat Johannes een profeet was.
εἴπωμεν·eipōmenwe shall say;G2036V-2AAS-1P ἀνθρώπων,anthrōpōnmen,G0444N-GPM καταλιθάσειkatalithaseiwill stoneG2642V-FAI-3S πεπεισμένοςpepeismenospersuadedG3982V-RPP-NSM ἐστινestinthey areG1510V-PAI-3S ἸωάννηνIōannēnJohnG2491GN-ASM-P προφήτηνprophētēna prophetG4396N-ASM εἶναι.einaito be.G1511V-PAN 7 En zij antwoordden, dat zij niet wisten, vanwaar die was.1
ἀπεκρίθησανapekrithēsanthey answeredG0611V-ADI-3P εἰδέναιeidenaito knowG6063V-RAN πόθεν.pothenfrom where.G4159ADV - die was Namelijk de doop van Johannes.
8 En Jezus zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.1
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM οὐδὲoudeNeitherG3761CONJ-N ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ποιῶ.¶poiōI am doing.G4160GV-PAI-1S - door wat macht Grieks in.
9 En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buiten 's lands.12
ἬρξατοĒrxatoHe beganG0757V-ADI-3S λέγεινlegeinto speakG3004GV-PAN παραβολὴνparabolēnparableG3850N-ASF ταύτην·tautēnthis:G3778D-ASF ἄνθρωπόςanthrōposA manG0444N-NSM ἐφύτευσενephuteusenplantedG5452V-AAI-3S ἀμπελῶναampelōnaa vineyardG0290N-ASM ἐξέδετοexedetorentedG1554V-2AMI-3S γεωργοῖςgeōrgoisto farmersG1092N-DPM ἀπεδήμησενapedēmēsenwent abroadG0589V-AAI-3S χρόνουςchronousa timeG5550N-APM ἱκανούς.hikanouslong.G2425A-APM - deze gelijkenis te zeggen Van deze gelijkenis, zie de verklaring Mat 21:33 .
- een langen tijd buitenslands Grieks genoegzamen, of tamelijke tijden.
10 En als het de tijd was, zond hij tot de landlieden een dienstknecht, opdat zij hem van de vrucht des wijngaards geven zouden; maar de landlieden sloegen denzelven, en zonden hem ledig heen.1
καιρῷkairō[in the] seasonG2540N-DSM ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S γεωργοὺςgeōrgousfarmersG1092N-APM δοῦλονdoulona servantG1401N-ASM καρποῦkarpoufruitG2590N-GSM ἀμπελῶνοςampelōnosvineyardG0290N-GSM δώσουσινdōsousinthey will giveG1325V-FAI-3P αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM γεωργοὶgeōrgoithe farmersG1092N-NPM ἐξαπέστειλανexapesteilansent awayG1821V-2AAI-3P δείραντεςdeiranteshaving beaten [him]G1194V-AAP-NPM κενόν.kenonempty-handed.G2756A-ASM - de tijd was, Namelijk dat de vruchten rijp zijnde, ingezameld worden. Zie Mat 21:34 .
11 En wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; maar ook dien geslagen en smadelijk behandeld hebbende, zonden zij hem ledig heen.1
προσέθετοprosethetohe proceededG4369V-2AMI-3S ἕτερονheteronanotherG2087A-ASM πέμψαιpempsaito sendG3992V-AAN δοῦλον·doulona servant;G1401N-ASM κἀκεῖνονkakeinonhimG2532CONJ + G1565 δείραντεςdeiranteshaving beatenG1194V-AAP-NPM ἀτιμάσαντεςatimasanteshaving dishonoredG0818V-AAP-NPM ἐξαπέστειλανexapesteilanthey sent awayG1821V-2AAI-3P κενόν.kenonempty-handed.G2756A-ASM - wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; Grieks en hij deed daartoe, en zond. Hebreeuws. Gelijk ook in vs.12.
12 En wederom zond hij nog een derden; maar zij verwondden ook dezen, en wierpen hem uit.
προσέθετοprosethetohe proceededG4369V-2AMI-3S τρίτονtritona thirdG5154A-ASN πέμψαι·pempsaito send;G3992V-AAN τοῦτονtoutonhimG3778D-ASM τραυματίσαντεςtraumatisanteshaving woundedG5135V-AAP-NPM ἐξέβαλον.¶exebalonthey cast out.G1544V-2AAI-3P 13 En de heer des wijngaards zeide: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefden zoon zenden; mogelijk dezen ziende, zullen zij hem ontzien.1
ΕἶπενEipenSaidG2036V-2AAI-3S ἀμπελῶνος·ampelōnosvineyard;G0290N-GSM ποιήσω;poiēsōshall I do?G4160GV-AAS-1S πέμψωpempsōI will sendG3992V-FAI-1S ἀγαπητόν·agapētonbeloved;G0027A-ASM τοῦτονtoutonhimG3778D-ASM ἰδόντεςidonteshaving seenG1492HV-2AAP-NPM ἐντραπήσονται.entrapēsontaithey will respect.G1788V-2FPI-3P - Wat zal ik doen? Dit zijn woorden, uitdrukkende niet enige twijfeling, maar naar menselijke wijze van spreken, een grote genegenheid om hen terecht te brengen, gelijk Hos 6:4 .
14 Maar als de landlieden hem zagen, overleiden zij onder elkander, en zeiden: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, opdat de erfenis onze worde.
ἰδόντεςidontesHaving seenG1492HV-2AAP-NPM γεωργοὶgeōrgoifarmersG1092N-NPM διελογίζοντοdielogizontowere reasoningG1260V-INI-3P ἀλλήλουςallēlousone anotherG0240C-APM λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM οὗτόςhoutosThisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S κληρονόμος·klēronomosheir;G2818N-NSM ἀποκτείνωμενapokteinōmenlet us killG0615V-PAS-1P γένηταιgenētaimay becomeG1096V-2ADS-3S κληρονομία.klēronomiainheritance.G2817N-NSF 15 En als zij hem buiten den wijngaard uitgeworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de heer des wijngaards hun doen?
ἐκβαλόντεςekbalonteshaving cast forthG1544V-2AAP-NPM ἀμπελῶνοςampelōnosvineyardG0290N-GSM ἀπέκτειναν.apekteinanthey killed [him].G0615V-AAI-3P ποιήσειpoiēseiwill doG4160GV-FAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM ἀμπελῶνος;ampelōnosvineyard?G0290N-GSM 16 Hij zal komen en deze landlieden verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En als zij dat hoorden, zeiden zij: Dat zij verre!12
ἐλεύσεταιeleusetaiHe will comeG2064V-FDI-3S ἀπολέσειapoleseihe will destroyG0622V-FAI-3S γεωργοὺςgeōrgousfarmersG1092N-APM τούτουςtoutoustheseG3778D-APM δώσειdōseiwill giveG1325V-FAI-3S ἀμπελῶναampelōnavineyardG0290N-ASM ἄλλοις.alloisto others.G0243A-DPM ἀκούσαντεςakousantesHaving heard [it]G0191V-AAP-NPM εἶπαν·eipanthey said;G2036V-2AAI-3P γένοιτο.genoitowould it be!G1096V-2ADO-3S - anderen geven Namelijk den heidenen; Mat 21:43 .
- Dat zij verre Namelijk dat wij den Zoon zouden doden, en dat ons zulks zou overkomen, als gij hier zegt.
17 Maar Hij zag hen aan, en zeide: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden?1
ἐμβλέψαςemblepsashaving lookedG1689V-AAP-NSM αὐτοῖςautoisat themG0846P-DPM εἶπεν·eipenHe said;G2036V-2AAI-3S ἐστινestinisG1510V-PAI-3S γεγραμμένονgegrammenonwrittenG1125V-RPP-NSN τοῦτο·toutothis:G3778D-NSN λίθονlithon[The] stoneG3037N-ASM ἀπεδοκίμασανapedokimasanrejectedG0593V-AAI-3P οἰκοδομοῦντες,oikodomountesbuilding,G3618V-PAP-NPM οὗτοςhoutosthisG3778D-NSM ἐγενήθηegenēthēhas becomeG1096V-2AOI-3S κεφαλὴνkephalēn[the] headG2776N-ASF γωνίας;gōniasof [the] corner’?G1137N-GSF - De steen, Zie de aantekeningen Mat 21:42 .
18 Een iegelijk, die op dien steen valt, zal verpletterd worden, en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.12
πεσὼνpesōnfallingG4098V-2AAP-NSM ἐκεῖνονekeinonthat [very]G1565D-ASM λίθονlithonstoneG3037N-ASM συνθλασθήσεται·sunthlasthēsetaiwill be broken;G4917V-FPI-3S πέσῃ,pesēit may fall,G4098V-2AAS-3S λικμήσειlikmēseiit will grind into powderG3039V-FAI-3S αὐτόν.¶autonhim.G0846P-ASM - op dien steen valt, Dat is, die zich aan Hem stoten en Hem ongehoorzaam zijn; 1Pe 2:7-8 .
- op wien hij valt, Namelijk door de zwaarte zijns oordeels en zijner straf; Psa 2:9 .
19 En de overpriesteren en de Schriftgeleerden zochten te dierzelver ure de handen aan Hem te slaan; maar zij vreesden het volk; want zij verstonden, dat Hij deze gelijkenis tegen hen gesproken had.
ἐζήτησανezētēsansoughtG2212V-AAI-3P γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM ἐπιβαλεῖνepibaleinto layG1911V-2AAN χεῖραςcheirashandsG5495N-APF ἐφοβήθησανephobēthēsanthey fearedG5399V-AOI-3P λαόν·laonpeople;G2992N-ASM ἔγνωσανegnōsanthey perceivedG1097V-2AAI-3P αὐτοὺςautousthemG0846P-APM εἶπενeipenHe was speakingG2036V-2AAI-3S παραβολὴνparabolēnparableG3850N-ASF ταύτην.¶tautēnthis.G3778D-ASF 20 En zij namen Hem waar, en zonden verspieders uit, die zichzelven veinsden rechtvaardig te zijn; opdat zij Hem in Zijn rede vangen mochten, om Hem aan de heerschappij en de macht des stadhouders over te leveren.123
παρατηρήσαντεςparatērēsanteshaving watched [Him]G3906V-AAP-NPM ἀπέστειλανapesteilanthey sentG0649V-AAI-3P ἐγκαθέτουςegkathetousspiesG1455A-APM ὑποκρινομένουςhupokrinomenousfeigningG5271V-PNP-APM ἑαυτοὺςhe'autousthemselvesG1438F-3APM δικαίουςdikaiousrighteousG1342A-APM εἶναι,einaito be,G1511V-PAN ἐπιλάβωνταιepilabōntaithey may catchG1949V-2ADS-3P λόγου,logouin talk,G3056N-GSM ὥστεhōstein orderG5620CONJ παραδοῦναιparadounaito deliverG3860V-2AAN ἀρχῇarchēaruleG0746N-DSF ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ἡγεμόνος.hēgemonosgovernor.G2232N-GSM - verspieders uit, Of, laagleggers.
- rechtvaardig te zijn; Dat is, als die oprecht met Hem wilden handelen, en niet gaarne iets zouden doen of lijden, dat onrecht ware, of tegen Gods bevel.
- vangen mochten, Dat is, behalen, of achterhalen, of zijne rede berispen.
21 En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wij weten, dat Gij recht spreekt en leert, en den persoon niet aanneemt, maar den weg Gods leert in der waarheid.1
ἐπηρώτησανepērōtēsanthey questionedG1905V-AAI-3P λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T οἴδαμενoidamenwe knowG6063V-RAI-1P ὀρθῶςorthōsrightlyG3723ADV λέγειςlegeisYou speakG3004GV-PAI-2S διδάσκειςdidaskeisYou teachG1321V-PAI-2S λαμβάνειςlambaneisYou receiveG2983V-PAI-2S πρόσωπονprosōpon[any] personG4383N-ASN ἐπ᾽ep᾽on the basis ofG1909PREP ἀληθείαςalētheiastruthG0225N-GSF θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T διδάσκεις.didaskeisteach.G1321V-PAI-2S - den persoon niet aanneemt, Grieks aangezicht. Zie der verklaring Mat 22:16 .
22 Is het ons geoorloofd den keizer schatting te geven, of niet?1
ἔξεστινexestinIs it lawfulG1832V-PAI-3S ἡμᾶςhēmasfor usG3165P-1AP ΚαίσαριKaisarito CaesarG2541JN-DSM-T φόρονphorontributeG5411N-ASM δοῦναιdounaito giveG1325V-2AAN - ons geoorloofd Namelijk die wij Joden en Gods volk zijn, aan een heidensen keizer. Van deze schatting, zie Mat 17:24 .
23 En Hij, hun arglistigheid bemerkende, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij?
κατανοήσαςkatanoēsashaving perceivedG2657V-AAP-NSM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM πανουργίανpanourgiancraftinessG3834N-ASF εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτούςautousthemG0846P-APM πειράζετε·peirazetedo you test;G3985HV-PAI-2P 24 Toont Mij een penning; wiens beeld en opschrift heeft hij? En zij, antwoordende, zeiden: Des keizers.1
δείξατέdeixatedo showG1166V-AAM-2P δηνάριον·dēnariona denarius;G1220N-ASN τίνοςtinosOf whomG5101I-GSM ἔχειecheihas itG2192V-PAI-3S εἰκόναeikona[the] imageG1504N-ASF ἐπιγραφήν;epigraphēninscription?G1923N-ASF εἶπαν·eipanthey said;G2036V-2AAI-3P Καίσαρος.KaisarosCaesar’s.G2541JN-GSM-T - penning; Grieks denarius; waarvan zie Mat 22:19 .
25 En Hij zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτούς·autousthem;G0846P-APM τοίνυνtoinunThereforeG5106CONJ ἀπόδοτεapodotedo give backG0591V-2AAM-2P τὰtathe [things]G3588T-APN ΚαίσαροςKaisarosof CaesarG2541JN-GSM-T ΚαίσαριKaisarito CaesarG2541JN-DSM-T τὰtathe [things]G3588T-APN θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T θεῷ.theōto God.G2316N-DSM-T 26 En zij konden Hem in Zijn woord niet vatten voor het volk; en zich verwonderende over Zijn antwoord, zwegen zij stil.1
ἴσχυσανischusanthey were ableG2480V-AAI-3P ἐπιλαβέσθαιepilabesthaito catch Him inG1949V-2ADN ῥήματοςrhēmatosdeclarationG4487N-GSN ἐναντίονenantionbeforeG1726PREP λαοῦ,laoupeople,G2992N-GSM θαυμάσαντεςthaumasanteshaving marveledG2296V-AAP-NPM ἀποκρίσειapokriseianswerG0612N-DSF αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ἐσίγησαν.¶esigēsanthey became silent.G4601V-AAI-3P - vatten voor het volk; Of, behalen, achterhalen. Of, zijn woord berispen.
27 En tot Hem kwamen sommigen der Sadduceën, welke tegensprekende zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem,12
ΠροσελθόντεςProselthontesHaving approachedG4334V-2AAP-NPM Σαδδουκαίων,SaddoukaiōnSadducees,G4523N-GPM-T ἀντιλέγοντεςantilegontesdenyingG0483V-PAP-NPM ἀνάστασινanastasina resurrectionG0386N-ASF εἶναι,einaibeing,G1511V-PAN ἐπηρώτησανepērōtēsanthey questionedG1905V-AAI-3P - Sadduceën, Van de leer der Sadduceën, zie breder Act 23:8 .
- tegensprekende zeggen, Grieks tegenspreken; namelijk de rechte leer van deze zaak.
28 Zeggende: Meester! Mozes heeft ons geschreven: Zo iemands broeder sterft, die een vrouw heeft, en hij sterft zonder kinderen, dat zijn broeder de vrouw nemen zal, en zijn broeder zaad verwekken.12
λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P ἔγραψενegrapsenwroteG1125V-2AAI-3S ἡμῖν·hēminto us:G3165P-1DP τινοςtinosanyone’sG5100X-GSM ἀδελφὸςadelphosbrotherG0080N-NSM ἀποθάνῃapothanēshall dieG0599V-2AAS-3S ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM γυναῖκαgunaikaa wifeG1135HN-ASF ἄτεκνοςateknoschildlessG0815A-NSM ᾖ,ēshall be,G1510V-PAS-3S λάβῃlabēshall takeG2983V-2AAS-3S ἀδελφὸςadelphosbrotherG0080N-NSM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἐξαναστήσῃexanastēsēshall raise upG1817V-AAS-3S ἀδελφῷadelphōbrotherG0080N-DSM αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM - geschreven Dat is, in zijne schriften bevolen, Deu 25:5 .
- zaad verwekken Dat is, een zoon bij haar gewinnen, die des eersten broeders naam zou dragen en zijn erfgenaam zijn.
29 Er waren nu zeven broeders; en de eerste nam een vrouw, en hij stierf zonder kinderen.
ἀδελφοὶadelphoibrothersG0080N-NPM ἦσαν·ēsanthere were;G1510V-IAI-3P λαβὼνlabōnhaving takenG2983V-2AAP-NSM γυναῖκαgunaikaa wifeG1135HN-ASF ἀπέθανενapethanendiedG0599V-2AAI-3S ἄτεκνος,ateknoschildless,G0815A-NSM 30 En de tweede nam die vrouw, en ook deze stierf zonder kinderen.
ἔλαβενelabentookG2983V-2AAI-3S δεύτεροςdeuterossecondG1208A-NSM οὑτὸςhoutosthisG3778D-NSM ἀπέθανενapethanendiedG0599V-2AAI-3S ἄτεκνοςateknoschildlessG0815A-NSM 31 En de derde nam dezelve vrouw; en desgelijks ook de zeven, en hebben geen kinderen nagelaten, en zijn gestorven.1
τρίτοςtritosthirdG5154A-NSM ἔλαβενelabentookG2983V-2AAI-3S ὡσαύτως,hōsautōslikewiseG5615ADV ὡσαύτωςhōsautōslikewiseG5615ADV κατέλιπονkatelipondid leaveG2641V-2AAI-3P τέκναteknachildrenG5043N-APN ἀπέθανον.apethanondied.G0599V-2AAI-3P - de zeven, Dat is, de andere vier tot zeven toe.
32 En ten laatste na allen stierf ook de vrouw.
ὕστερονhusteronFinallyG5306A-ASN-C πάντωνpantōnof allG3956A-GPN ἀπέθανεν.apethanendied.G0599V-2AAI-3S 33 In de opstanding dan, wiens vrouw van dezen zal zij zijn? Want die zeven hebben dezelve tot een vrouw gehad.
ἀναστάσει,anastaseiresurrection,G0386N-DSF τίνοςtinosof whichG5101I-GSM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM γίνεταιginetaidoes she becomeG1096V-PNI-3S ἑπτὰheptathe sevenG2033A-NUI ἔσχονeschonhadG2192V-2AAI-3P γυναῖκα.¶gunaikaas wife.G1135HN-ASF 34 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw trouwen, en worden ten huwelijk uitgegeven;1
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P τούτουtoutouthisG3778D-GSM γαμοῦσινgamousinmarryG1060V-PAI-3P γαμίσκονται,gamiskontaiare given in marriage,G1061V-PPI-3P - dezer eeuw trouwen, Door dezen worden verstaan, niet de wereldse mensen, gelijk Luk 16:8 , maar degenen, die in deze wereld leven; want het huwelijk is eerlijk onder allen, Heb 13:4 .
35 Maar die waardig zullen geacht zijn die eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen, noch ten huwelijk uitgegeven worden;12
καταξιωθέντεςkataxiōthenteshaving been considered worthyG2661V-APP-NPM ἐκείνουekeinouthat [one]G1565D-GSM τυχεῖνtucheinto obtainG5177V-2AAN ἀναστάσεωςanastaseōsresurrectionG0386N-GSF νεκρῶνnekrōn[the] deadG3498A-GPM οὔτεouteneitherG3777CONJ-N γαμοῦσινgamousinmarryG1060V-PAI-3P γαμίζονται·gamizontaiare given in marriage;G1061V-PPI-3P - geacht zijn Namelijk van God uit genade, 2Th 1:5 , 2Th 1:11 , alzo wordt dit woord ook genomen in Luk 21:36 .
- die eeuw te verwerven Dat is, het eeuwige leven en de opstanding ter heerlijkheid in de toekomende eeuw. Want de goddelozen zullen ook opstaan, maar ter verdoemenis, Joh 5:29 .
36 Want zij kunnen niet meer sterven, want zij zijn den engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods, dewijl zij kinderen der opstanding zijn.1
οὐδὲoudeneitherG3761CONJ-N ἀποθανεῖνapothaneinto dieG0599V-2AAN δύνανται,dunantaiare they able,G1410V-PNI-3P ἰσάγγελοιisangeloilike [the] angelsG2465A-NPM εἰσιν,eisinthey are,G1510V-PAI-3P εἰσινeisinthey areG1510V-PAI-3P θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T ἀναστάσεωςanastaseōsresurrectionG0386N-GSF ὄντες.ontesbeing.G1510V-PAP-NPM - zijn kinderen Gods, Namelijk geopenbaard in heerlijkheid, dewijl zij der zalige opstanding deelachtig zijn. Zie 1Jo 3:2 .
37 En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes aangewezen bij het doornenbos, als hij den Heere noemt den God Abrahams, en den God Izaks, en den God Jakobs.123
ἐγείρονταιegeirontaiare raisedG1453V-PPI-3P νεκροί,nekroidead,G3498A-NPM ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P ἐμήνυσενemēnusenshowedG3377V-AAI-3S λέγειlegeihe namesG3004HV-PAI-3S κύριονkurion[the] LordG2962GN-ASM-T ἈβραὰμAbraamof AbrahamG0011N-GSM-P ἸσαὰκIsaakof IsaacG2464N-GSM-P Ἰακώβ.Iakōbof Jacob.’G2384HN-GSM-P - Mozes Christus bewijst de opstanding der doden uit de schriften van Mozes, omdat de Sadduceën dezelve daartegen hadden voorgebracht.
- aangewezen bij het doornenbos, Of, te kennen gegeven, getoond; namelijk in de beschrijving van de verschijning des Heeren in het doornenbos.
- als hij den Heere noemt den God Abrahams, Van de kracht van deze besluitrede zie Mat 22:32 .
38 God nu is niet een God der doden, maar der levenden; want zij leven Hem allen.1
ἔστινestinHe isG1510V-PAI-3S νεκρῶνnekrōnof [the] deadG3498A-GPM ζώντων·zōntōnof [the] living;G2198V-PAP-GPM πάντεςpantesallG3956A-NPM ζῶσιν.¶zōsinlive.G2198V-PAI-3P - zij leven Hem allen Namelijk niet alleen naar de ziel, die onsterflijk is, maar ook naar het lichaam, omdat hetzelve weder opgewekt zal worden, en bij God alle toekomende dingen reeds als tegenwoordig zijn; Rom 4:17 .
39 En sommigen der Schriftgeleerden, antwoordende, zeiden: Meester! Gij hebt wel gezegd.
ἈποκριθέντεςApokrithentesAnsweringG0611V-AOP-NPM γραμματέωνgrammateōnscribesG1122N-GPM εἶπαν·eipansaid;G2036V-2AAI-3P διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T εἶπας.eipasyou have spoken.G2036V-2AAI-2S 40 En zij durfden Hem niet meer iets vragen.1
οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089 ἐτόλμωνetolmōnwere they daringG5111V-IAI-3P ἐπερωτᾶνeperōtanto askG1905V-PAN οὐδέν.¶oudenno [thing].G3762A-ASN - zij durfden Hem niet meer iets vragen Namelijk de schriftgeleerden. Zie Mar 12:34 .
41 En Hij zeide tot hen: Hoe zeggen zij, dat de Christus Davids Zoon is?
ΕἶπενEipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτούς·autousthem;G0846P-APM λέγουσινlegousindo they declareG3004GV-PAI-3P χριστὸνchristonChristG5547N-ASM-T εἶναιeinaito beG1511V-PAN ΔαυὶδDauidDavid'sG1138N-GSM-P 42 En David zelf zegt in het boek der psalmen: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand,
αὐτὸςautosHimselfG0846P-NSM ΔαυὶδDauidDavidG1138N-NSM-P βίβλῳbiblō[the] bookG0976N-DSF ψαλμῶν·psalmōnof Psalms:G5568N-GPM εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S κάθουkathoudo sitG2521V-PNM-2S δεξιῶνdexiōn[the] right handG1188A-GPN 43 Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
θῶthōI may placeG5087V-2AAS-1S ἐχθρούςechthrousenemiesG2190N-APM ὑποπόδιονhupopodion[as] a footstoolG5286N-ASN 44 David dan noemt Hem zijn Heere; en hoe is Hij zijn Zoon?1
ΔαυὶδDauidDavidG1138N-NSM-P καλεῖ,kaleicalls,G2564GV-PAI-3S αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἐστιν;¶estinis He?G1510V-PAI-3S - hoe is Hij zijn Zoon? Dat is, indien Hij alleen een zoon Davids, dat is een bloot mens uit David is, hoe noemt hem dan David, die een souverein koning was, en geen heer boven zich erkende dan God alleen, zijnen Heere. Waarop zij niet konden antwoorden, omdat zij den Messias niet hielden waarachtig God te zijn.
45 En daar al het volk het hoorde, zeide Hij tot Zijn discipelen:
ἈκούοντοςAkouontosWhen are listeningG0191V-PAP-GSM παντὸςpantosallG3956A-GSM εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S μαθηταῖςmathētaisdisciplesG3101N-DPM αὐτοῦ·autouof Him;G0846P-GSM 46 Wacht u van de Schriftgeleerden, die daar willen wandelen in lange klederen, en beminnen de groetingen op de markten, en de voorgestoelten in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;12
προσέχετεprosechetedo bewareG4337V-PAM-2P γραμματέωνgrammateōnscribesG1122N-GPM θελόντωνthelontōnare desiringG2309V-PAP-GPM περιπατεῖνperipateinto walkG4043V-PAN στολαῖςstolaislong robesG4749N-DPF φιλούντωνphilountōnlovingG5368V-PAP-GPM ἀσπασμοὺςaspasmousgreetingsG0783N-APM ἀγοραῖςagoraismarketplacesG0058N-DPF πρωτοκαθεδρίαςprōtokathedriasfirst seatsG4410N-APF συναγωγαῖςsunagōgaissynagoguesG4864N-DPF πρωτοκλισίαςprōtoklisiasfirst placesG4411N-APF δείπνοις,deipnoisbanquets,G1173N-DPN - lange klederen, Grieks Stolais. Zie Mar 12:38 .
- maaltijden; Grieks avondmalen.
47 Die der weduwen huizen opeten, en onder een schijn lange gebeden doen; dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.123
κατεσθίουσινkatesthiousindevourG2719V-PAI-3P χηρῶνchērōnof widowsG5503N-GPF προφάσειprophaseias a pretextG4392N-DSF μακρὰmakraat great lengthG3117A-APN προσεύχονται·proseuchontaipray;G4336V-PNI-3P οὗτοιhoutoiTheseG3778D-NPM λήμψονταιlēmpsontaiwill receiveG2983V-FDI-3P περισσότερονperissoteronmore excessiveG4055A-ASN-C κρίμα.¶krimacondemnation.G2917N-ASN - huizen opeten, Dat is, de middelen, waardoor zij hare huisgezinnen zouden onderhouden.
- zwaarder Grieks overvloediger.
- oordeel ontvangen Dat is, straf in het oordeel.