reltext

Chapter 2

1 Indiën er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige troost is der liefde, indien er enige gemeenschap is des Geestes, indien er enige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn;12345678

Original Greek

ΕἴEiIf [there is]G1487GCOND
τιςtisanyG5100X-NSF
οὖνounthereforeG3767CONJ
παράκλησιςparaklēsisencouragementG3874N-NSF
ἐνeninG1722PREP
Χριστῷ,ChristōChrist,G5547N-DSM-T
εἴeiifG1487GCOND
τιtianyG5100X-NSN
παραμύθιονparamuthioncomfortG3890N-NSN
ἀγάπης,agapēsof love,G0026N-GSF
εἴeiifG1487GCOND
τιςtisanyG5100X-NSF
κοινωνίαkoinōniafellowshipG2842N-NSF
πνεύματος,pneumatosof [the] Spirit,G4151GN-GSN
εἴeiifG1487GCOND
τιςtisanyG5100X-NSF
σπλάγχναsplagchnaaffectionsG4698N-NPN
καὶkaiandG2532CONJ
οἰκτιρμοί,oiktirmoicompassions,G3628N-NPM
  1. vertroosting Of, vermaning. Want het Griekse woord betekent liefde.
  2. is Of, plaats heeft bij ulieden; of bij u gelden mag.
  3. in Christus, Dat is, in Christus' naam, of om Christus' wil.
  4. troost is Dat is, troostelijke aanspraak.
  5. der liefde, Dat is, uit oprechte liefde gedaan.
  6. gemeenschap is Dat is, zo gij ook de genade der wedergeboorte toont in het betrachten van deze vermaning. Of zo gij door éénen geest aan elkander verbonden zijt.
  7. innerlijke bewegingen Grieks ingewanden. Zie Phi 1:8.
  8. ontfermingen zijn Dat is, medelijden, namelijk met mijne banden en verdrukkingen. Zie Col 3:12; Heb 10:28.

2 Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde.123

Original Greek

πληρώσατέplērōsatedo fulfillG4137V-AAM-2P
μουmoumyG3165P-1GS
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
χαρὰνcharanjoyG5479N-ASF
ἵναinaso thatG2443CONJ
τὸtotheG3588T-ASN
αὐτὸautosameG0846P-ASN
φρονῆτε,phronēteyou may be minded,G5426V-PAS-2P
τὴνtēntheG3588T-ASF
αὐτὴνautēnsameG0846P-ASF
ἀγάπηνagapēnloveG0026N-ASF
ἔχοντες,echonteshaving,G2192V-PAP-NPM
σύμψυχοι,sumpsuchoiunited in soul,G4861A-NPM
τὸtotheG3588T-ASN
ἓνhensame thingG1520A-ASN
φρονοῦντες,phronountesminding,G5426V-PAP-NPM
  1. vervult mijn Dat is, vermeerdert die hoe langer hoe meer met uwen Christelijken wandel.
  2. eensgezind zijn, Door deze enigheid van zinnen wordt verstaan, niet alleen enerlei gevoelen in het verstand, aangaande hoofdstukken der Christelijke leer, maar ook enigheid in wil, genegenheden en liefde, gelijk hetzelve hier ook uitgedrukt wordt. Zie Act 4:32.
  3. van een gemoed Grieks van ééne ziel; of, de zielen tezamengevoegd hebbende.

3 Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.1

Original Greek

μηδὲνmēdennothingG3367A-ASN-N
κατ᾽kat᾽according toG2596PREP
ἐριθείανeritheianself-interestG2052N-ASF
μηδὲmēdenorG3366CONJ-N
κατὰkataaccording toG2596PREP
κενοδοξίανkenodoxianvain conceitG2754N-ASF
ἀλλὰallabutG0235CONJ
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ταπεινοφροσύνῃtapeinophrosunēin humilityG5012N-DSF
ἀλλήλουςallēlousone anotherG0240C-APM
ἡγούμενοιhēgoumenoibe esteemingG2233V-PNP-NPM
ὑπερέχονταςhuperechontassurpassingG5242V-PAP-APM
ἑαυτῶν·he'autōnthemselves;G1438F-2GPM
  1. uitnemender Namelijk van gaven, of van diensten.

4 Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is.123

Original Greek

μὴmēnotG3361PRT-N
τὰtathe [things]G3588T-APN
ἑαυτῶνhe'autōntheir ownG1438F-2GPM
ἕκαστοςhekastoseach oneG1538A-NSM
σκοποῦντεςskopountesconsideringG4648V-PAP-NPM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
τὰtathe [things]G3588T-APN
ἑτέρωνheterōnof othersG2087A-GPM
ἕκαστοι.hekastoieveryone.G1538A-NPM
  1. zie niet op Namelijk voornamelijk, of, alleen. Want anderszins moet ook een Christen zijne huisgenoten verzorgen, 1Ti 5:8. De apostel gebruikt hier een woord, hetwelk eigenlijk betekent te zien op iets als op een doelwit waar men naar schiet.
  2. het zijne, maar Dat is, zijn voordeel, eer, of gemak.
  3. der anderen is Dat is, dat tot zijns naasten voordeel, eer, dienst en stichting strekt.

5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was;1

Original Greek

τοῦτοtoutoThisG3778D-ASN
γὰρgarforG1063CONJ
φρονεῖτεphroneitedo be thinkingG5426V-PAM-2P
ἐνeninG1722PREP
ὑμῖνhuminyouG4771P-2DP
ὃhowhichG3739R-NSN
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
Ἰησοῦ,IēsouJesus [was]:G2424GN-DSM-P
  1. dat gevoelen Grieks hetzelve worde gevoeld; dat is, dat dan in u dezelfde gezindheid en genegenheid zij tot nederigheid.

6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn;123

Original Greek

ὃςhosWhoG3739R-NSM
ἐνeninG1722PREP
μορφῇmorphēa[the] formG3444N-DSF
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ὑπάρχωνhuparchōnexistingG5225V-PAP-NSM
οὐχouchnotG3756PRT-N
ἁρπαγμὸνharpagmonsomething to be graspedG0725N-ASM
ἡγήσατοhēgēsatoconsideredG2233V-ADI-3S
τὸto<the>G3588T-ASN
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
ἴσαisaequalG2470A-APN
θεῷ,theōwith God,G2316N-DSM-T
  1. gestaltenis Gods Grieks morphe; dat is, gedaante, of, gestaltenis, met welk woord hetzelve hier overgezet is, omdat daardoor hier betekend wordt, niet alleen een goddelijke majesteit en heerlijkheid, maar ook het goddelijke wezen zelf, overmits zonder hetzelve geen ware goddelijke majesteit en heerlijkheid kan wezen, en deze ook bij niemand kunnen zijn dan bij den waarachtigen God, Isa 42:8. En uit het volgende blijkt dat door dit woord hier ook het wezen Gods betekend wordt, gelijk in dit vs. gezegd wordt, dat hij Gode evengelijk was, en vs.7, dat hij de gestaltenis van een dienstknecht heeft aangenomen; dat is, niet alleen een dienstbare en knechtelijke hoedanigheid, maar ook een ware menselijke natuur zelve met zodanige hoedanigheid bekleed. Zodat de woorden gestaltenis Gods te verstaan zijn van zijn wezen en staat, in welke hij geweest is van alle eeuwigheid, eer hij de menselijke natuur heeft aangenomen. Zie Joh 1:1, Joh 1:14, en Joh 17:5.
  2. geen roof Dat is, geen zaak die ongeoorloofd, of onrechtvaardig was, die Hem met recht niet toebehoorde, alsof Hij ze geroofd had.
  3. Gode even Dat is, Gode Zijnen Vader naar Zijn goddelijk wezen, en dienvolgens ook in majesteit en heerlijkheid volkomen gelijk te zijn en te blijven, als zijnde één met den Vader. Zie Joh 5:18, Joh 5:26, en Joh 10:20, en Joh 16:15; Heb 1:3.

7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;1234

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ἑαυτὸνhe'autonHimselfG1438F-3ASM
ἐκένωσενekenōsenemptiedG2758V-AAI-3S
μορφὴνmorphēn[the] formG3444N-ASF
δούλουdoulouof a servantG1401N-GSM
λαβών,labōnhaving taken,G2983V-2AAP-NSM
ἐνeninG1722PREP
ὁμοιώματιhomoiōmati[the] likenessG3667N-DSN
ἀνθρώπωνanthrōpōnof menG0444N-GPM
γενόμενος,genomenoshaving been made,G1096V-2ADP-NSM
  1. Zichzelven Namelijk gans vrijwillig.
  2. vernietigd, Grieks verijdeld; of ledig gemaakt; dat is, heeft het gebruik Zijner goddelijke heerlijkheid voor een tijd, om het werk onzer verlossing in den staat der nederigheid te volbrengen, gelijk als afgelegd, en Zich daarvan gelijk als ledig gemaakt, en in Zijn menselijke natuur verborgen gehouden, alleen enige klein straten derzelve door zijne wonderwerken en anderszins, altemet latende schijnden, Joh 1:14, en Joh 2:11. In het volgende vs.8 wordt het verklaard met het woord vernederd.
  3. de gestaltenis Dit wordt verklaard met de volgende woorden, namelijk dat Hij een ware menselijke natuur heeft aangenomen, en met dezelve een gans nederigen en verachten staat, als van een slaaf of dienstknecht, om alzo voor onze zonden te voldoen, en tot onze verlossing Zijn Vader te dienen. Zie Isa 53:11.
  4. en is den mensen Grieks in gelijkmaking der mensen geworden zijnde; dat is, den mensen gelijk gemaakt zijnde, namelijk niet alleen naar de menselijke natuur door Hem aangenomen, maar ook naar alle zwakheden derzelve, zonder zonde. Zie Heb 2:17, en Heb 4:15. Of, als een slecht en veracht mens. Zie Jdg 16:7, Jdg 16:11, Psa 82:7.

8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.1234567

Original Greek

ἐταπείνωσενetapeinōsenHe humbledG5013V-AAI-3S
ἑαυτὸνhe'autonHimselfG1438F-3ASM
γενόμενοςgenomenoshaving becomeG1096V-2ADP-NSM
ὑπήκοοςhupēkoosobedientG5255A-NSM
μέχριmechriuntoG3360PREP
θανάτου,thanatoudeath,G2288N-GSM
θανάτουthanatou[the] deathG2288N-GSM
δὲdeevenG1161CONJ
σταυροῦ·staurouof [the] cross;G4716N-GSM
  1. in gedaante Daardoor wordt verstaan hetzelfde dat tevoren genoemd is gestaltenis en gelijkmaking; gevoegd met den uitwendigen wandel onder de mensen.
  2. gevonden Dat is, bevonden te zijn.
  3. als een mens, Dat is, als een waar en ook als een slecht en veracht mens. Zie vs.7.
  4. Zichzelven Zie het voorgaande 7e vs..
  5. gehoorzaam geworden Namelijk Zich aan den wil Zijns Vaders in alles gewillig onderwerpende.
  6. tot den dood, Dat is, niet alleen in allerlei bevelen, maar ook in de zwaarste, om den dood te sterven; dien Hij anderszins niet onderworpen was, noch naar Zijn goddelijke natuur, die onsterflijk is, 1Ti 1:17; noch naar Zijn menselijke, overmits in dezelve gene zonde was, 1Jo 3:5, en daarom de bezolding derzelve niet verdiend had, Rom 6:23.
  7. den dood des kruises Dat is, den allerbittersten en allersmadelijksten dood, die ook van God vervloekt was, Deu 21:23. Onder deze uiterste trap van vernedering begrijpt de apostel alle andere, die dezelve voorgegaan zijn naar lichaam en naar ziel, en drukt deze uit om te beter de uiterste vernedering van Christus voor ogen te stellen, en de gelovigen daarmede tot nederigheid te vermanen.

9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;123456

Original Greek

διὸdioThereforeG1352CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
αὐτὸνautonHimG0846P-ASM
ὑπερύψωσενhuperupsōsenhighly exaltedG5251V-AAI-3S
καὶkaiandG2532CONJ
ἐχαρίσατοecharisatograntedG5483V-ADI-3S
αὐτῷautōto HimG0846P-DSM
τὸtotheG3588T-ASN
ὄνομαonomanameG3686N-ASN
τὸto<the>G3588T-ASN
ὑπὲρhuperaboveG5228PREP
πᾶνpaneveryG3956A-ASN
ὄνομα,onomaname,G3686N-ASN
  1. Daarom heeft Met dit woord daarom wordt niet aangewezen dat Christus met deze vernedering de volgende heerlijkheid voor Zichzelven zou verdiend hebben; want al wat Christus verdiend heeft, dat heeft Hij voor ons verdiend, Joh 17:19; maar wijst alleen aan wat hierop gevolgd is, of betamelijk was te volgen. Zie dergelijke Act 20:26; Heb 3:7; 2Pe 1:10.
  2. God Namelijk de Vader.
  3. uitermate verhoogd, Namelijk nadat Hij van de doden opgestaan en ten hemel opgevaren zijnde, ter rechterhand Gods gezet is in de hoogste heerlijkheid, Eph 1:20; Heb 1:3, welke Hij wel naar Zijn goddelijke natuur van eeuwigheid heeft gehad, Joh 17:5; maar alzo hij het gebruik van die in den staat Zijner nederigheid gelijk als afgelegd had, zo heeft Hij hetzelve na Zijne hemelvaart wederom aangenomen en heerlijk vertoond, en Zijn menselijke natuur is naar lichaam en naar ziel met zo hoge heerlijkheid en gelukzaligheid versierd, als een schepsel ontvangen kan, verre tebovengaande alle heerlijkheid van engelen en andere mensen.
  4. een Naam Daardoor wordt verstaan niet de blote naam, waardoor hij van andere mensen onderscheiden is; want dien heeft Hij ook in den staat Zijner nederheid gehad; noch ook alleen de vermaardheid van Zijnen persoon, maar de majesteit en heerlijkheid deszelven. Zie Eph 1:21.
  5. gegeven, Of, geschonken. Zie Phi 1:29. Waarmede te kennen gegeven wordt dat deze verhoging geschied is naar des Vaders wil en believen.
  6. boven allen naam is; Dat is, de allergrootste en hoogste heerlijkheid.

10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.123456

Original Greek

ἵναinathatG2443CONJ
ἐνenatG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
ὀνόματιonomatinameG3686N-DSN
ἸησοῦIēsouof JesusG2424GN-GSM-P
πᾶνpaneveryG3956A-NSN
γόνυgonukneeG1119N-NSN
κάμψῃkampsēmay bowG2578V-AAS-3S
ἐπουρανίωνepouraniōnin the heavensG2032A-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐπιγείωνepigeiōnon earthG1919A-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
καταχθονίων,katachthoniōnunder the earth,G2709A-GPM
  1. Opdat Of, zodat.
  2. in de Naam Dat is, deze Jezus Christus aldus verheerlijkt zijnde, en vanwege deze Zijne heerlijkheid.
  3. buigen alle knie Dat is, alle redegebruikende schepselen zich onderwerpen, zelfs ook Zijne vijanden tegen hunnen dank. De apostel ziet hier op hetgeen God zegt, Isa 45:23, en past datzelfde Jezus Christus hier toe, gelijk ook Rom 14:11. Deze woorden moeten dan niet eigenlijk verstaan worden, te weten, dat als de naam Jezus genoemd wordt, men de knieën zou moeten buigen, gelijk sommigen uit misverstand van deze plaats, niet zonder bijgeloof doen, want de engelen en boze geesten, van welke hier ook gesproken wordt, eigenlijk geen knieën hebben; maar bij gelijkenis van den uiterlijken eerbied, dien men koningen of prinsen daarmede betoont, onder welke men staat, wordt hier verstaan de onderwerping aller schepselen onder Christus, als den Heere der heren, en Koning der koningen, Rev 19:16, den overste der koningen der aarde, Rev 1:5, en den Heere overal, Act 10:36.
  4. die in den hemel, Namelijk de heilige engelen en zalige zielen, Rev 5:13.
  5. die op de aarde, Dat is, alle mensen op de aarde levende.
  6. die onder de aarde zijn Dat is, alle mensen, die gestorven en in de graven zijn, of, ook alle boze geesten en verdoemde mensen, die in de hel zijn, dat is, alle redegebruikende schepselen in welke plaats der geschapen wereld zij ook zouden mogen zijn. Want hoewel de duivelen en de goddeloze en verdoemde mensen Christus de behoorlijke onderdanigheid en eer niet tonen, zo moeten zij nochtans, ook tegen hunnen dank, Hem, als den Heere en Rechter over allen, onderworpen zijn. Zie Psa 22:30, en Psa 72:9.

11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.123

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
πᾶσαpasaeveryG3956A-NSF
γλῶσσαglōssatongueG1100N-NSF
ἐξομολογήσηταιexomologēsētaimay confessG1843V-AMS-3S
ὅτιhotithatG3754GCONJ
κύριοςkurios[is] LordG2962GN-NSM-T
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
εἰςeistoG1519PREP
δόξανdoxan[the] gloryG1391N-ASF
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
πατρός.¶patros[the] Father.G3962N-GSM-T
  1. alle tong zou belijden, Namelijk van alle natiën en volken, en ook van alle redegebruikende schepselen, niet alleen der goeden maar ook der kwaden, dewelke, hoe zeer zij zich tegen Christus stellen, evenwel Hem, tegen hun dank, dikwijls hebben moeten belijden, Mar 5:7; Act 16:17; en zullen in het laatste oordeel Hem moeten erkennen voor den Rechter der levenden en der doden, en voor den Heere, Mat 7:22.
  2. dat Jezus Christus Of, dat de Heere Jezus zij Christus, dat is, de Gezalfde.
  3. tot heerlijkheid Dat is, welke belijdenis strekt tot uitbreiding van de heerlijkheid des Vaders, die uit enkel barmhartigheid en genade jegens ons, dezen Zijnen Zoon Jezus tot een Heere en Zaligmaker gesteld en gegeven heeft.

12 Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven:123

Original Greek

Ὥστε,HōsteTherefore,G5620CONJ
ἀγαπητοίagapētoibelovedG0027A-VPM
μου,mouof mine,G3165P-1GS
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
πάντοτεpantotealwaysG3842ADV
ὑπηκούσατε,hupēkousateyou have obeyed,G5219V-AAI-2P
μὴmēnotG3361PRT-N
ὡςhōsasG5613PRT
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
παρουσίᾳparousiapresenceG3952N-DSF
μουmouof meG3165P-1GS
μόνονmonononlyG3441A-ASN
ἀλλὰallabutG0235CONJ
νῦνnunnowG3568ADV
πολλῷpollōmuchG4183A-DSN
μᾶλλονmallonmoreG3123GADV
ἐνeninG1722PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
ἀπουσίᾳapousiaabsenceG0666N-DSF
μου,mouof me,G3165P-1GS
μετὰmetawithG3326PREP
φόβουphoboufearG5401N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
τρόμουtromoutremblingG5156N-GSM
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
ἑαυτῶνhe'autōnyour ownG1438F-2GPM
σωτηρίανsōtēriansalvationG4991N-ASF
κατεργάζεσθε·katergazesthedo work out;G2716V-PNM-2P
  1. gehoorzaam geweest zijt, Namelijk het Evangelie, hetzelve met een waar geloof aannemende, en met een godzaligen wandel belevende.
  2. werkt uws zelfs Dat is, benaarstigt, bearbeidt, gebruikende de middelen die God tot bevordering derzelve heeft verordineerd.
  3. met vreze en beven Dat is, met een nederig gevoelen van uzelven en met grote en kinderlijke zorgvuldigheid, vrezende dat gij iets zoudt mogen doen of nalaten, waarmede gij God zoudt mogen vertoornen, of dat ter zaligheid hinderlijk zou mogen zijn. Zie van deze wijze van spreken Psa 2:11; 1Co 2:3; 2Co 7:15; Eph 6:5; Heb 12:28; 1Pe 1:17.

13 Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.1234

Original Greek

ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
γάρgarforG1063CONJ
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ὁhothe [One]G3588T-NSM
ἐνεργῶνenergōnworkingG1754V-PAP-NSM
ἐνeninG1722PREP
ὑμῖνhuminyouG4771P-2DP
καὶkaibothG2532CONJ
τὸto<the>G3588T-ASN
θέλεινtheleinto willG2309V-PAN
καὶkaiandG2532CONJ
τὸto<the>G3588T-ASN
ἐνεργεῖνenergeinto workG1754V-PAN
ὑπὲρhuperaccording toG5228PREP
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
εὐδοκίας.eudokias[His] good pleasure.G2107N-GSF
  1. Die in u werkt Dit wordt daarbij gedaan opdat men uit deze voorgaande vermaning niet zou denken of besluiten, dat de mens uit zichzelven en door zijn eigen krachten de zaligheid zou kunnen werken. Zie Phi 1:6; 2Co 3:5; Jam 1:17.
  2. het willen Dat is, niet alleen het kunnen willen, maar ook het willen zelf; den wil krachtiglijk neigende en buigende om het goede te verkiezen, en alzo van onwilligen gewilligen makende, door de kracht des Heiligen Geestes; Joh 3:5, en Joh 6:44; Rom 9:16; 1Pe 1:3.
  3. het werken, Of, het uitwerken; dat is, het doen en volbrengen van het goede dat men wil.
  4. naar Zijn welbehagen Dat is, niet naar enige voorgaande goede schikking of voorbereiding, die Hij in den mens zou vinden, maar naar Zijn believen, uit loutere genade. Zie Eph 1:5, Eph 1:9, Eph 1:11, en Eph 2:8; 2Ti 1:9.

14 Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken;123

Original Greek

πάνταpantaAll thingsG3956A-APN
ποιεῖτεpoieitedo performG4160GV-PAM-2P
χωρὶςchōriswithoutG5565PREP
γογγυσμῶνgongusmōnmurmuringsG1112N-GPM
καὶkaiandG2532CONJ
διαλογισμῶν,dialogismōndisputings,G1261N-GPM
  1. alle dingen Namelijk die u de Heere beveelt, hoe zwaar die ook het vlees zouden mogen zijn.
  2. zonder murmureren Dat is, gewillig en geduldig.
  3. tegenspreken Of, twistingen, overleggingen; namelijk, of gij hetgeen God gebiedt zult doen of niet. Want het Griekse woord betekent òf in zijn gemoed, òf met woorden, over en weder disputeren of knibbelen.

15 Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;123456

Original Greek

ἵναinaso thatG2443CONJ
γένησθεgenēstheyou may beG1096V-2ADS-2P
ἄμεμπτοιamemptoiblamelessG0273A-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀκέραιοι,akeraioiinnocent,G0185A-NPM
τέκναteknachildrenG5043N-NPN
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἄμωμαamōmablamelessG0299A-NPN
ἐνeninG1722PREP
μέσονmeson[the] midstG3319A-ASN
γενεᾶςgeneasof a generationG1074N-GSF
σκολιᾶςskoliascrookedG4646A-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
διεστραμμένηςdiestrammenēspervertedG1294V-RPP-GSF
ἐνenamongG1722PREP
οἷςhoiswhomG3739R-DPM
φαίνεσθεphainestheyou shineG5316V-PEI-2P
ὡςhōsasG5613PRT
φωστῆρεςphōstēreslightsG5458N-NPM
ἐνeninG1722PREP
κόσμῳ,kosmō[the] world,G2889N-DSM
  1. onberispelijk Dat is, alzo dat de mensen uwen wandel met recht niet mogen berispten. Zie Luk 1:6; Eph 5:26-27.
  2. oprecht zijn, Of, eenvoudig, zonder bedrog. Zie Mat 10:16.
  3. een krom Dat is, ongelovige en onwedergeboren mensen. Zie Act 2:40.
  4. welke Namelijk mensen.
  5. gij schijnt als Dat is, voortaan ook moet schijnen en voorlichten.
  6. lichten in de wereld Of, voorlichters, gesternten. Zie Pro 4:18; Mat 5:14.

16 Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid.1234

Original Greek

λόγονlogon[the] wordG3056N-ASM
ζωῆςzōēsof lifeG2222N-GSF
ἐπέχοντες,epechontesholding forth,G1907V-PAP-NPM
εἰςeisuntoG1519PREP
καύχημαkauchēmaa boastG2745N-ASN
ἐμοὶemoito me myselfG1473P-1DS
εἰςeisinG1519PREP
ἡμέρανhēmeran[the] dayG2250N-ASF
Χριστοῦ,Christouof ChristG5547N-GSM-T
ὅτιhotithatG3754GCONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
εἰςeisinG1519PREP
κενὸνkenonvainG2756A-ASN
ἔδραμον,edramonI did runG5143V-2AAI-1S
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
εἰςeisinG1519PREP
κενὸνkenonvainG2756A-ASN
ἐκοπίασα.ekopiasatoil.G2872V-AAI-1S
  1. Voorhoudende Dat is, de gezonde leer des Evangelies standvastig behoudende, belijdende en betrachtende, of voordragende.
  2. levens, Dat is, in hetwelk ons het eeuwige leven, en de weg om daartoe te komen, aangewezen wordt, en hetwelk ons daartoe leidt. Zie Joh 6:68.
  3. den dag van Namelijk als Hij zal komen om alle mensen te oordelen, of mij uit dit leven te verlossen.
  4. gelopen Namelijk in de loopbaan van mijn dienst aan u bediend door de predikatie van dit woord.

17 Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.1234

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
εἰeiifG1487GCOND
καὶkaievenG2532CONJ
σπένδομαιspendomaiI am being poured outG4689V-PPI-1S
ἐπὶepionG1909PREP
τῇtēatheG3588T-DSF
θυσίᾳthusiasacrificeG2378N-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
λειτουργίᾳleitourgiaon [the] serviceG3009N-DSF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
πίστεωςpisteōsfaithG4102GN-GSF
ὑμῶν,humōnof you,G4771P-2GP
χαίρωchairōI am gladG5463V-PAI-1S
καὶkaiandG2532CONJ
συγχαίρωsugchairōI rejoice withG4796V-PAI-1S
πᾶσινpasinallG3956A-DPM
ὑμῖν·huminyou;G4771P-2DP
  1. ik ook Namelijk mijn bloed vergietende om des Evangelies wil.
  2. tot een drankoffer Het Griekse woord betekent zo geofferd te worden, gelijk in het Oude Testament, benevens het offer van meel, ook wijn tot drankoffer opgeofferd werd. De apostel ziet hier op het storten zijns bloeds; want het bloed der martelaren is den Heere een aangename offerande; Psa 116:15.
  3. over de offerande Dat is, omdat ik u door de predikatie des Evangelies Gods gelijk als opgeofferd en toegeheiligd heb, en daarmede u gediend heb, om tot het geloof te brengen, waarin gij door mijnen dood zult bevestigd worden.
  4. bediening Grieks Leitourgia. Zie van dit woord Rom 15:16; 2Co 9:12; Heb 8:2, Heb 8:6.

18 En om datzelfde verblijdt gij u ook, en verblijdt ook ulieden met mij.1

Original Greek

τὸto<the>G3588T-ASN
δὲdeAndG1161CONJ
αὐτὸautolikewiseG0846P-ASN
καὶkaialsoG2532CONJ
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
χαίρετεchairetedo be gladG5463V-PAM-2P
καὶkaiandG2532CONJ
συγχαίρετέsugchairetedo rejoice withG4796V-PAM-2P
μοι.¶moime.G3165P-1DS
  1. verblijdt gij Dit kan verstaan worden of vermanender wijze, dat zij zich dan zullen verblijden; of, verhalenderwijze, dat zij zulks deden.

19 En ik hoop in den Heere Jezus Timotheüs haast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn, als ik uw zaken zal verstaan hebben.1

Original Greek

ἘλπίζωElpizōI hopeG1679V-PAI-1S
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐνeninG1722PREP
κυρίῳkuriō[the] LordG2962GN-DSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-DSM-P
ΤιμόθεονTimotheonTimothyG5095N-ASM-P
ταχέωςtacheōssoonG5030ADV
πέμψαιpempsaito sendG3992V-AAN
ὑμῖν,huminto you,G4771P-2DP
ἵναinathatG2443CONJ
κἀγὼkagōI myself alsoG1473P-1NS + G2532
εὐψυχῶeupsuchōmay be encouragedG2174V-PAS-1S
γνοὺςgnoushaving knownG1097V-2AAP-NSM
τὰtathe [things]G3588T-APN
περὶpericoncerningG4012PREP
ὑμῶν·humōnyou;G4771P-2GP
  1. in den Heere Dat is, met hulp en door de genade des Heeren, zo het Hem zal believen. Zie Act 18:21; 1Th 3:2.

20 Want ik heb niemand, die even alzo gemoed is, dewelke oprechtelijk uw zaken zal bezorgen.123

Original Greek

οὐδέναoudenaNo [one]G3762A-ASM
γὰρgarforG1063CONJ
ἔχωechōI haveG2192V-PAI-1S
ἰσόψυχον,isopsuchonlike-minded,G2473A-ASM
ὅστιςhostiswhoG3748R-NSM
γνησίωςgnēsiōsgenuinelyG1104ADV
τὰtathe [things]G3588T-APN
περὶperirelative toG4012PREP
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
μεριμνήσει·merimnēseiwill care for;G3309V-FAI-3S
  1. even alzo gemoed Grieks gelijkzielig; dat is, die u even zo goed hart toedraagt als ik en als hij.
  2. oprechtelijk Het Griekse woord betekent eigenlijk zo oprecht, als het van de natuur zelve komt, gelijk de ouders voor hunne kinderen zorgen, die van hen geboren zijn.
  3. uw zaken zal Namelijk die aangaan de stichting van uwe gemeente en uwe zaligheid.

21 Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.123

Original Greek

οἱhoiThoseG3588T-NPM
πάντεςpantesallG3956A-NPM
γὰρgarforG1063CONJ
τὰtathe [things]G3588T-APN
ἑαυτῶνhe'autōntheir ownG1438F-3GPM
ζητοῦσιν,zētousinare seeking,G2212V-PAI-3P
οὐounotG3756PRT-N
τὰtathe [things]G3588T-APN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-GSM-P
Χριστοῦ·Christouof Christ;G5547N-GSM-T
  1. allen Dat is, bijna allen, of meest allen, gelijk Mat 10:22; Mar 1:5; Joh 10:8.
  2. het hunne, Dat is, hun eigen gemak, nut, of eer.
  3. hetgeen van Christus Dat is, hetgeen tot bevordering van Christus' rijk, eer en leer behoort.

22 En gij weet zijn beproeving, dat hij, als een kind zijn vader, met mij gediend heeft in het Evangelie.123

Original Greek

τὴνtēn<the>G3588T-ASF
δὲdeButG1161CONJ
δοκιμὴνdokimēnthe proven worthG1382N-ASF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
γινώσκετε,ginōsketeyou know,G1097V-PAI-2P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ὡςhōsasG5613PRT
πατρὶpatria father [with]G3962N-DSM
τέκνονteknona childG5043N-NSN
σὺνsunwithG4862PREP
ἐμοὶemoime myselfG1473P-1DS
ἐδούλευσενedouleusenhe has servedG1398V-AAI-3S
εἰςeisinG1519PREP
τὸtotheG3588T-ASN
εὐαγγέλιον.euangeliongospel.G2098N-ASN
  1. zijn beproeving, Dat is, de proefstukken van zijne oprechtheid en getrouwheid, die hij voor dezen dikwijls heeft getoond. Of, hoe dat hij altijd oprecht en getrouw bevonden is geweest.
  2. als een kind Dat is, niet als een knecht uit bedwang, maar met een onderdanige en bereidwillige genegenheid. Zie 1Co 4:17; 2Ti 2:1.
  3. met mij gediend Dat is, mij geholpen heeft in het verkondigen, verbreiden en verdedigen van de leer des Evangelies.

23 Ik hoop dan wel dezen van stonde aan te zenden, zo haast als ik in mijn zaken zal voorzien hebben;123

Original Greek

τοῦτονtoutonHimG3778D-ASM
μὲνmenindeedG3303PRT
οὖνounthereforeG3767CONJ
ἐλπίζωelpizōI hopeG1679V-PAI-1S
πέμψαιpempsaito sendG3992V-AAN
ὡςhōswhenG5613PRT
ἂνanmaybeG0302PRT
ἀφίδωaphidōI may have seenG0872V-2AAS-1S
τὰtathe [things]G3588T-APN
περὶpericoncerningG4012PREP
ἐμὲememe myselfG1473P-1AS
ἐξαυτῆς·exautēsimmediately;G1824ADV
  1. dezen Namelijk Timotheüs, zulk een treffelijk jonge man en getrouw leraar, die mij zo dienstig en behulpzaam is geweest.
  2. van stonden Dit kan, òf tot het woord zenden, òf tot het woord voorzien, gevoegd worden.
  3. mijn zaken Namelijk die aangaan de bediening van mijn ambt.

24 Doch ik vertrouw in den Heere, dat ik ook zelf haast tot u komen zal.1

Original Greek

πέποιθαpepoithaI have been persuadedG3982V-2RAI-1S
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐνeninG1722PREP
κυρίῳkuriō[the] LordG2962GN-DSM-T
ὅτιhotithatG3754GCONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
αὐτὸςautosI myselfG0846P-NSM
ταχέωςtacheōssoonG5030ADV
ἐλεύσομαι.¶eleusomaiI will come.G2064V-FDI-1S
  1. vertrouw Dat is, ik hoop vastelijk en twijfel weinig daaraan; want dit betekent hier niet een vaste zekerheid des harten, maar een grote en sterke hoop. Zie Phi 1:25.

25 Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafroditus, mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft;1234567

Original Greek

ἈναγκαῖονAnagkaionNecessaryG0316A-NSN
δὲdenowG1161CONJ
ἡγησάμηνhēgēsamēnI esteemed [it]G2233V-ADI-1S
ἘπαφρόδιτονEpaphroditonEpaphroditusG1891N-ASM-P
τὸνtontheG3588T-ASM
ἀδελφὸνadelphonbrotherG0080N-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
συνεργὸνsunergonfellow workerG4904A-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
συστρατιώτηνsustratiōtēnfellow soldierG4961N-ASM
μου,mouof mine,G3165P-1GS
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
δὲdenowG1161CONJ
ἀπόστολονapostolonmessengerG0652N-ASM
καὶkaiandG2532CONJ
λειτουργὸνleitourgonministerG3011N-ASM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
χρείαςchreiasneedG5532N-GSF
μου,mouof mine,G3165P-1GS
πέμψαιpempsaito sendG3992V-AAN
πρὸςprostoG4314PREP
ὑμᾶς·humasyou;G4771P-2AP
  1. tot u te Namelijk nu terstond met dezen zendbriEf.
  2. Epafroditus, Zie van hem ook Phi 4:18. Sommige menen, dat hij dezelfde zou zijn die Epafras genaamd wordt, Col 1:7, en Col 4:12; Phm 1:23, maar dat is onzeker.
  3. mijn broeder, Dat is, mijn medebroeder en een leraar des Heiligen Evangelies.
  4. medearbeider Namelijk in het werk van de verkondiging des Evangelies.
  5. medestrijder, Namelijk in den geestelijken strijd tegen de vijanden des Evangelies, met grote moeite en gevaar zijns levens.
  6. afgezondene, Grieks Apostolon; welk woord in het bijzonder betekent enen die van Christus zelf geroepen en uitgezonden is, om het Evangelie te prediken door de gehele wereld, Gal 1:1; Eph 4:11; maar hier wordt het breder genomen in het algemeen, voor een die van iemand afgezonden is, om uit zijnen naam of voor zich iets uit te brengen hetgeen zij tot zijn onderhoud toegevoegd hadden. Of ook, uwen leraar; want alzo wordt dit woord ook somtijds genomen voor allerlei leraars. Zie Rom 16:7; 2Co 8:23.
  7. bedienaar Waarom de apostel hem zo noemt, wordt breder verklaard Phi 4:23.

26 Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.123

Original Greek

ἐπειδὴepeidēsinceG1894CONJ
ἐπιποθῶνepipothōnlonging afterG1971V-PAP-NSM
ἦνēnhe wasG1510V-IAI-3S
πάνταςpantasallG3956A-APM
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
ἰδεῖνideinto seeG1492HV-2AAN
καὶkaiandG2532CONJ
ἀδημονῶνadēmonōnbeing deeply distressedG0085V-PAP-NSM
διότιdiotibecauseG1360CONJ
ἠκούσατεēkousateyou heardG0191V-AAI-2P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἠσθένησεν.ēsthenēsenhe was ill.G0770HV-AAI-3S
  1. naar u allen, Dat is, om u allen weder te zien en bij u te zijn.
  2. beangst was, Het Griekse woord betekent een zeer bekommerlijke verwachting van enig kwaad of leed, met grote benauwdheid des harten. Zie Mat 26:37; Mar 14:33.
  3. gij gehoord hadt, Namelijk wist dat gij, die Hem zo lief en waard hebt, daarover ten uiterste zoudt bedroefd zijn.

27 En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.12345

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
γὰρgarindeedG1063CONJ
ἠσθένησενēsthenēsenhe was sickG0770HV-AAI-3S
παραπλήσιονparaplēsionnearlyG3897A-ASN
θανάτῳ·thanatōunto death;G2288N-DSM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ἠλέησενēleēsenhad mercy onG1653V-AAI-3S
αὐτόν,autonhimG0846P-ASM
οὐκouknotG3756PRT-N
αὐτὸνautonon himG0846P-ASM
δὲdenowG1161CONJ
μόνονmononaloneG3441A-ASM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐμέ,emeon me myself,G1473P-1AS
ἵναinathatG2443CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
λύπηνlupēnsorrowG3077N-ASF
ἐπὶepiuponG1909PREP
λύπηνlupēnsorrowG3077N-ASF
σχῶ.schōI may have.G2192V-2AAS-1S
  1. tot nabij den Dat is, alzo dat hij in groot gevaar is geweest, dat hij aan die ziekte zou gestorven zijn.
  2. zijner ontfermd; Dat is, heeft hem uit genade bij het leven behouden en tot gezondheid wedergebracht.
  3. ook mijner, Namelijk alzo ik houd de genade, die hem geschied is, alsof zij mijzelven gedaan ware, om de hulp die ik van hem heb.
  4. droefheid op Namelijk om den dood van zo een treffelijk leraar en dienstig werktuig in de kerk Gods.
  5. droefheid zou hebben Namelijk die mij in deze banden van de vijanden des Evangelies dagelijks aangedaan wordt.

28 Zo heb ik dan hem te spoediger gezonden, opdat gij, hem ziende, wederom u zoudt verblijden, en ik te min zou droevig zijn.12

Original Greek

σπουδαιοτέρωςspoudaioterōsAll the more speedilyG4708ADV-C
οὖνounthereforeG3767CONJ
ἔπεμψαepempsaI have sentG3992V-AAI-1S
αὐτόν,autonhim,G0846P-ASM
ἵναinathatG2443CONJ
ἰδόντεςidonteshaving seenG1492HV-2AAP-NPM
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
πάλινpalinagainG3825ADV
χαρῆτε,charēteyou may rejoice,G5463V-2AOS-2P
κἀγὼkagōand I myselfG1473P-1NS + G2532
ἀλυπότεροςalupoterosless anxiousG0253A-NSM-C
ὦ.ōmay be.G1510V-PAS-1S
  1. te spoediger gezonden, Namelijk zo haast hij weder gezond is geworden. Of, te vlijtiger, te naarstiger.
  2. te min zou Namelijk gelijk ik ben geweest als gij uwen getrouwen leraar zo lang hebt moeten ontberen.

29 Ontvangt hem dan in den Heere, met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.123

Original Greek

προσδέχεσθεprosdechesthedo receiveG4327V-PNM-2P
οὖνounthereforeG3767CONJ
αὐτὸνautonhimG0846P-ASM
ἐνeninG1722PREP
κυρίῳkuriō[the] LordG2962GN-DSM-T
μετὰmetawithG3326PREP
πάσηςpasēsallG3956A-GSF
χαρᾶςcharasjoyG5479N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
τοὺςtous<the>G3588T-APM
τοιούτουςtoioutoussuchG5108D-APM
ἐντίμουςentimousin honorG1784A-APM
ἔχετε·echetedo hold;G2192V-PAM-2P
  1. in den Heere, Dat is, om des Heeren wil, wiens dienaar hij is; of, onthaalt niet met een wereldse vreugde, maar gelijk den Heere aangenaam is.
  2. dezulken Dat is, die dienaars zijn des Evangelies, en voornamelijk die zo getrouw zijn als hij en Timotheüs.
  3. in waarde Of, in eer; of, dierbaar.

30 Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.12345

Original Greek

ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
διὰdiafor the sake ofG1223PREP
τὸtotheG3588T-ASN
ἔργονergonworkG2041N-ASN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ΧριστοῦChristouof ChristG5547N-GSM-T
μέχριmechriuntoG3360PREP
θανάτουthanatoudeathG2288N-GSM
ἤγγισενēngisenhe came nearG1448V-AAI-3S
παραβολευσάμενοςparaboleusamenoshaving disregardedG3851V-ADP-NSM
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ψυχῇ,psuchēa[his] lifeG5590HN-DSF
ἵναinaso thatG2443CONJ
ἀναπληρώσῃanaplērōsēhe may fill upG0378V-AAS-3S
τὸtotheG3588T-ASN
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ὑστέρημαhusterēmadeficitG5303N-ASN
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
πρόςprosof towardG4314PREP
μεmemeG3165P-1AS
λειτουργίας.¶leitourgiasservice.G3009N-GSF
  1. om het werk Dat is, om het werk waartoe Christus hem beroepen had; of, hetwelk hij tot verbreiding van het rijk van Christus en tot Zijne eer aangenomen had. Waardoor verstaan wordt, òf in het algemeen de dienst des Woords met al wat daaraan kleeft, òf in het bijzonder de dienst, dien hij den apostel gedaan had, in het overbrengen van hetgeen de Filippensen hem gezonden hadden, en die hij nog deed in hem te dienen in zijne banden; hetwelk alles ook strekte tot verbreiding en dienst van het rijk van Christus.
  2. tot nabij den Dat is, is in groot gevaar zijns levens geweest, namelijk òf op die gevaarlijke reis, òf hier te Rome, omdat hij mij helpt en dient in het Evangelie te verbreiden.
  3. zijn leven Grieks zijne ziel.
  4. niet achtende, Het Griekse woord betekent raad nemen zonder op zijn ziel of leven te achten of te letten; dat is, dat hij, overlegd hebbende wat hij behoorde te doen, zijn leven in gevaar te stellen, of zijn dienst na te laten, besloten en raad genomen heeft zijn leven liever te wagen.
  5. het gebrek Dat is, opdat, dewijl gij zelf hier niet tegenwoordig kunt zijn om mij te dienen in mijne banden, hij in uwer aller plaats hetzelfdezou mogen doen. Grieks uw gebrek der bediening aan mij.