reltext

Chapter 13

1 Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd.12345678

Original Greek

ΠᾶσαPasaEveryG3956A-NSF
ψυχὴpsuchēsoulG5590JN-NSF
ἐξουσίαιςexousiaisto the authoritiesG1849N-DPF
ὑπερεχούσαιςhuperechousaisbeing above [him]G5242V-PAP-DPF
ὑποτασσέσθω.hupotassesthōshould be subject.G5293V-PPM-3S
οὐouNotG3756PRT-N
γὰρgarforG1063CONJ
ἔστινestinthere isG1510V-PAI-3S
ἐξουσίαexousiaauthorityG1849N-NSF
εἰeionlyG1487HCOND
μὴmēexceptG3361PRT-N
ὑπὸhupobyG5259GPREP
θεοῦ,theouGod,G2316N-GSM-T
αἱhaithoseG3588T-NPF
δὲdehoweverG1161CONJ
οὖσαιousaiexistingG1510V-PAP-NPF
ἐξουσίαιexousiaiauthoritiesG1849N-NPF
ὑπὸhupobyG5259GPREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouGodG2316N-GSM-T
τεταγμέναιtetagmenaiinstitutedG5021V-RPP-NPF
εἰσίν.eisinare.G1510V-PAI-3P
  1. ziel zij Dat is, een ieder mens van welk geslacht, staat, beroeping of ouderdom hij zij; en dus ook de kerkedienaren.
  2. den machten, Dat is, den overheden, die van God over andere met macht en autoriteit gesteld zijn.
  3. over haar gesteld Grieks, over hebbende, op uitnemende; dat is, overste macht hebbende; waardoor verstaan worden niet alleen de hoge overheden, maar ook allen, die onder hen in enig ambt van regering gesteld zijn; 1Ti 2:2 ; 1Pe 2:13-14 .
  4. onderworpen; Dat is, moeten hun niet alleen gehoorzaam zijn, maar ook behoorlijk erkennen en eer bewijzen.
  5. geen macht Dat is geen overheid met macht bekleed.
  6. dan van God, Namelijk die niet alleen het ambt der overheid heeft ingesteld, maar die ook de personen [hoewel meest door het middel van mensen] daartoe verkiest en stelt; Pro 8:15 ; Dan 4:32 .
  7. die er zijn, Namelijk hetzij hoge of lage, hetzij opperste of onder anderen gesteld; 1Pe 2:13-14 .
  8. geordineerd Dat is, ingesteld onder het menselijk geslacht, om hetzelve in Gods plaats met orde te regeren; hoewel sommigen hunne macht dikwijls misbruiken, hetwelk God toelaat om de zonden des volks te straffen; Job 34:30 .

2 Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen.123

Original Greek

ὥστεhōsteThereforeG5620CONJ
ὁhothe [one]G3588T-NSM
ἀντιτασσόμενοςantitassomenosresistingG0498V-PMP-NSM
τῇtēatheG3588T-DSF
ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF
τῇtēatheG3588T-DSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
διαταγῇdiatagēaordinanceG1296N-DSF
ἀνθέστηκεν·anthestēkenhas resisted;G0436V-RAI-3S
οἱhoithoseG3588T-NPM
δὲdenowG1161CONJ
ἀνθεστηκότεςanthestēkoteshaving resistedG0436V-RAP-NPM
ἑαυτοῖςhe'autoisupon themselvesG1438F-3DPM
κρίμαkrimajudgmentG2917N-ASN
λήμψονται.lēmpsontaiwill bring.G2983V-FDI-3P
  1. tegen de macht stelt, Namelijk niet alleen met opstand, gelijk Absalom, maar ook met ongehoorzaamheid in zaken, die tegen Gods Woord niet strijden.
  2. een oordeel Dat is, ene straf, zo van God als van de overheden.
  3. halen Grieks, ontvangen.

3 Want de oversten zijn niet tot een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben;123456

Original Greek

οἱhoiTheG3588T-NPM
γὰρgarforG1063CONJ
ἄρχοντεςarchontesrulersG0758N-NPM
οὐκouknotG3756PRT-N
εἰσὶνeisinareG1510V-PAI-3P
φόβοςphobosa terrorG5401N-NSM
τῷtōto theG3588T-DSN
ἀγαθῷagathōgoodG0018A-DSN
ἔργῳergōworkG2041N-DSN
ἀλλὰallabutG0235CONJ
τῷtōto theG3588T-DSN
κακῷ.kakōevil.G2556GA-DSN
θέλειςtheleisDo you desireG2309V-PAI-2S
δὲdenowG1161CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
φοβεῖσθαιphobeisthaito fearG5399V-PNN
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἐξουσίαν;exousianauthority?G1849N-ASF
τὸtoTheG3588T-ASN
ἀγαθὸνagathongoodG0018A-ASN
ποίειpoieido performG4160GV-PAM-2S
καὶkaiandG2532CONJ
ἕξειςhexeisyou will haveG2192V-FAI-2S
ἔπαινονepainonpraiseG1868N-ASM
ἐξexfromG1537PREP
αὐτῆς·autēshim;G0846P-GSF
  1. de oversten Dat is, de overheden over ons gesteld.
  2. tot een vreze Namelijk van te zullen straffen.
  3. den goeden werken, Dat is, als gij weldoet en hunne bevelen gehoorzaam zijt.
  4. den kwaden Namelijk, werken, dat is, als gij kwaaddoet en hunne bevelen overtreedt.
  5. Wilt gij nu de macht niet vrezen, Dat is, wilt gij vrij zijn van de vrees om van hen gestraft te worden.
  6. lof van haar hebben; Dat is, van hen geprezen worden en met vergelding vereerd. Want het ambt der overheid is, niet alleen het kwaad te straffen, maar ook het goed te belonen; door welke twee zaken als door zenuwen het lichaam van den staat samengebonden en bijeengehouden wordt.

4 Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees ; want zij draagt het zwaard niet te vergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet.1234567

Original Greek

θεοῦtheouOf GodG2316N-GSM-T
γὰρgarforG1063CONJ
διάκονόςdiakonosservantG1249N-NSM
ἐστινestinhe isG1510V-PAI-3S
σοὶsoito youG4771P-2DS
εἰςeisforG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
ἀγαθόν.agathongood.G0018A-ASN
ἐὰνeanIfG1437COND
δὲdehoweverG1161CONJ
τὸto<the>G3588T-ASN
κακὸνkakonevilG2556GA-ASN
ποιῇς,poiēasyou shall do,G4160GV-PAS-2S
φοβοῦ·phoboudo be afraid;G5399V-PNM-2S
οὐounotG3756PRT-N
γὰρgarforG1063CONJ
εἰκῇeikēain vainG1500ADV
τὴνtēntheG3588T-ASF
μάχαιρανmachairanswordG3162N-ASF
φορεῖ.phoreihe bears.G5409V-PAI-3S
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
γὰρgarforG1063CONJ
διάκονόςdiakonosa servantG1249N-NSM
ἐστινestinHe isG1510V-PAI-3S
ἔκδικοςekdikosan avengerG1558A-NSM
εἰςeisforG1519PREP
ὀργὴνorgēnwrathG3709N-ASF
τῷtōto the [one]G3588T-DSM
τὸto<the>G3588T-ASN
κακὸνkakonevilG2556GA-ASN
πράσσοντι.prassontidoing.G4238V-PAP-DSM
  1. Gods dienares, Dat is, van God gesteld, om als een instrument Gods u te dienen.
  2. u ten goede Dat is, om door dezelve alle goeds u toe te brengen en voor uw welvaren te zorgen. Zie de aantekeningen 1Ti 2:2 .
  3. kwaad doet, Dat is, de goede wetten der overheden overtreedt.
  4. zo vrees; Namelijk van hen daarover gestraft te zullen worden.
  5. draagt het zwaard niet tevergeefs; Dat is, heeft de macht ontvangen om de kwaaddoeners zelfs ook met den dood te straffen, Gen 9:6 ; en laat niet zonder oorzaak het zwaard voor zich dragen, of draagt het aan zijne zijde, om te kennen te geven dat hij zulke macht heeft en die tegen de boosdoeners ook zal uitvoeren.
  6. een wreekster Namelijk van Gods wege, dien de wraak toekomt; Rom 12:19 .
  7. tot straf dengene, Grieks, toorn. Zie dergelijke Mat 3:7 ; Luk 21:23 ; Rom 2:8 .

5 Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen om der straffe, maar ook om des gewetens wil.123

Original Greek

διὸdioThereforeG1352CONJ
ἀνάγκηanagkēnecessary [it is]G0318N-NSF
ὑποτάσσεσθαι,hupotassesthaito be subject,G5293V-PPN
οὐounotG3756PRT-N
μόνονmonononlyG3441A-ASN
διὰdiaon account ofG1223PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
ὀργὴνorgēnwrathG3709N-ASF
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
διὰdiaon account ofG1223PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
συνείδησιν.suneidēsinconscience.G4893N-ASF
  1. nodig onderworpen te zijn, Namelijk om rechte onderdanen, en voornamelijk rechte Christenen te zijn.
  2. om der straffe, Dat is, uit vrees van straf. Grieks, toorn.
  3. om des gewetens wil Dat is, omdat wij weten, dat God zulks verordineerd en bevolen heeft, en dat overzulks niemand met een goede en geruste conscientie kan zijn, die dat niet doet.

6 Want daarom betaalt gij ook schattingen; want zij zijn dienaars van God, in ditzelve geduriglijk bezig zijnde.1234567

Original Greek

διὰdiaBecause ofG1223PREP
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
γὰρgarforG1063CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
φόρουςphoroustaxesG5411N-APM
τελεῖτε·teleitepay you;G5055V-PAI-2P
λειτουργοὶleitourgoiservantsG3011N-NPM
γὰρgarforG1063CONJ
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
εἰσινeisinthey areG1510V-PAI-3P
εἰςeisuponG1519PREP
αὐτὸautothis veryG0846P-ASN
τοῦτοtoutothingG3778D-ASN
προσκαρτεροῦντες.¶proskarterountesattending continually.G4342V-PAP-NPM
  1. daarom Dat is, het blijkt dat gij den overheden onderworpen zijt en behoort te zijn, omdat gij schatting betaalt; zie Mat 22:21 .
  2. betaalt gij ook Namelijk aan de overheden, of die van hen daartoe gesteld zijn.
  3. schattingen; Daardoor worden verstaan alle lasten, die den onderdanen opgelegd worden.
  4. want zij zijn Dit is ene reden, om te bewijzen billijk te zijn, dat men den overheden gehoorzaam zij en schatting betale.
  5. dienaars van God, Grieks, Leitourgoi; welk woord men hier ziet niet alleen van kerkelijke diensten, gelijk Act 13:2 , maar ook van staatkundige en burgerlijke diensten gebruikt te worden; zie ook Rom 15:27 ; Heb 1:14 .
  6. in ditzelve Namelijk om God te dienen in het regeren des volks.
  7. geduriglijk bezig zijnde Grieks, tot datzelve volhardende; dat is, in dezen dienst veel arbeid, zwarigheid, moeiten en zorgen gedurig uitstaande. Zie van dit woord Act 1:14 .

7 Zo geeft dan een iegelijk, wat gij schuldig zijt; schatting, dien gij de schatting, tol, dien gij den tol, vreze, dien gij de vreze, eer, dien gij de eer schuldig zijt.123456

Original Greek

ἀπόδοτεapodotedo renderG0591V-2AAM-2P
οὖνounthereforeG3767CONJ
πᾶσινpasinto allG3956A-DPM
τὰςtastheirG3588T-APF
ὀφειλάς,opheilasdues,G3782N-APF
τῷtōto whomG3588T-DSM
τὸνtontheG3588T-ASM
φόρονphorontaxG5411N-ASM
τὸνtontheG3588T-ASM
φόρον,phorontax,G5411N-ASM
τῷtōto whomG3588T-DSM
τὸtotheG3588T-ASN
τέλοςtelosrevenueG5056N-ASN
τὸtotheG3588T-ASN
τέλος,telosrevenue,G5056N-ASN
τῷtōto whomG3588T-DSM
τὸνtontheG3588T-ASM
φόβονphobonrespectG5401N-ASM
τὸνtontheG3588T-ASM
φόβον,phobonrespect,G5401N-ASM
τῷtōto whomG3588T-DSM
τὴνtēntheG3588T-ASF
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
τὴνtēntheG3588T-ASF
τιμήν.timēnhonor.G5092N-ASF
  1. geeft dan Grieks, geeft wederom, of vergeldt een iegelijk de schulden.
  2. een iegelijk, Namelijk overheid; hoewel het ook in het algemeen kan genomen worden.
  3. schatting, Is eigenlijk hetgeen gesteld wordt op de personen of vaste goederen.
  4. tol, dien gij den tol, Is hetgeen gesteld wordt op de koopmanschappen, of op de uit en inkomende goederen en waren.
  5. dien gij de vreze, Namelijk den overheden en hunnen dienaren, die hen gebruiken om de kwaaddoeners te straffen.
  6. die gij de eer schuldig zijt Namelijk den overheden, hetzij hoge of lage; 1Pe 2:17 .

8 Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld.12345

Original Greek

μηδενὶmēdeniTo no oneG3367A-DSM
μηδὲνmēdennothingG3367A-ASN-N
ὀφείλετεopheiletedo oweG3784V-PAM-2P
εἰeionlyG1487HCOND
μὴmēexceptG3361PRT-N
τὸto<the>G3588T-ASN
ἀλλήλουςallēlousone anotherG0240C-APM
ἀγαπᾶν·agapanto love;G0025V-PAN
ὁhothe [one]G3588T-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
ἀγαπῶνagapōnlovingG0025V-PAP-NSM
τὸνtontheG3588T-ASM
ἕτερονheteronotherG2087A-ASM
νόμονnomon[the] LawG3551N-ASM
πεπλήρωκεν·peplērōkenhas fulfilled;G4137V-RAI-3S
  1. Zijt niemand iets schuldig, Dat is, betaalt een iegelijk hetgeen waartoe gij aan hem verplicht zijt, hetzij geld, diensten of iets anders. Hetwelk als men niet doet, zo blijft de verplichting en schuld.
  2. dan elkander lief te hebben; Want die verplichting kan nimmermeer afgedaan of betaald worden, maar blijft altijd een verse schuld die geduriglijk moet betaald worden.
  3. den ander liefheeft, Dat is, zijnen naaste.
  4. de wet Dat is, de geboden van de tweede tafel der wet, gelijk in vs.9 verklaard wordt.
  5. vervuld Dat is, gedaan en onderhouden hetgeen niet alleen in een of twee geboden, maar in al de geboden tezamen geëist wordt, ten aanzien van al de delen zelve; hoewel niemand ten aanzien van de trappen der volmaaktheid in dit leven hetzelve kan volbrengen, alzo onze liefde hier nog onvolmaakt is; 1Ki 8:46 ; Psa 19:13 ; Pro 20:9 ; Jam 3:2 ; 1Jo 1:8 .

9 Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.12

Original Greek

τὸto<the>G3588T-NSN
γὰρgarForG1063CONJ
οὐouNotG3756PRT-N
μοιχεύσεις,moicheuseisyou will commit adultery,G3431V-FAI-2S
οὐouNotG3756PRT-N
φονεύσεις,phoneuseisyou will murder,G5407V-FAI-2S
οὐouNotG3756PRT-N
κλέψειςklepseisyou will stealG2813V-FAI-2S
οὐounotG3756PRT-N
ψευδομαρτυρήσεις,pseudomarturēseiswill you bear false witnessG5576V-FAI-2S
οὐκoukNotG3756PRT-N
ἐπιθυμήσεις,epithumēseisyou will covet,G1937V-FAI-2S
καὶkaiandG2532CONJ
εἴeiifG1487GCOND
τιςtisanyG5100X-NSF
ἑτέραheteraotherG2087A-NSF
ἐντολή,entolēcommandment,G1785N-NSF
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
λόγῳlogōwordG3056N-DSM
τούτῳtoutōthisG3778D-DSM
ἀνακεφαλαιοῦται,anakephalaioutaiit is summed up,G0346V-PPI-3S
ἐνeninG1722PREP
τῷtōthe [saying]G3588T-DSM
ἀγαπήσειςagapēseisYou will loveG0025V-FAI-2S
τὸνtontheG3588T-ASM
πλησίονplēsionneighbourG4139ADV
σουsouof youG4771P-2GS
ὡςhōsasG5613PRT
σεαυτόν.seautonyourself.G4771F-2ASM
  1. Gij zult geen overspel doen, De apostel houdt de orde van de geboden niet, gelijk zij in de tien geboden voorgesteld worden, omdat daaraan niet zoveel is gelegen, als maar al de geboden wel onderhouden worden.
  2. in dit woord als in een hoofdsom begrepen, Dat is, in dit ene gebod.

10 De liefde doet den naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet.12

Original Greek

ἡhē<the>G3588T-NSF
ἀγάπηagapēLoveG0026N-NSF
τῷtōto theG3588T-DSM
πλησίονplēsionneighbourG4139ADV
κακὸνkakonevilG2556GA-ASN
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐργάζεται·ergazetaidoes do;G2038V-PNI-3S
πλήρωμαplērōma[the] fulfillmentG4138N-NSN
οὖνounthereforeG3767CONJ
νόμουnomouof [the] lawG3551N-GSM
ἡhē<the>G3588T-NSF
ἀγάπη.¶agapēlove [is].G0026N-NSF
  1. De liefde doet den naaste geen kwaad Hij beschrijft hier den aard der liefde, gelijk ook 1Co 13 .
  2. de vervulling der wet Zie vs.8, en 1Ti 1:5 .

11 En dit zeg ik te meer, dewijl wij de gelegenheid des tijds weten, dat het de ure is, dat wij nu uit den slaap opwaken; want de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben.12345

Original Greek

ΚαὶKaiAndG2532CONJ
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
εἰδότεςeidotesknowingG6063V-RAP-NPM
τὸνtontheG3588T-ASM
καιρόν,kairontime,G2540N-ASM
ὅτιhotithat [it is the]G3754GCONJ
ὥραhōrahourG5610N-NSF
ἤδηēdēalreadyG2235ADV
ὑμᾶςhumas[for] youG4771P-2AP
ἐξexout ofG1537PREP
ὕπνουhupnousleepG5258N-GSM
ἐγερθῆναι·egerthēnaito awaken;G1453V-APN
νῦνnunnowG3568ADV
γὰρgarforG1063CONJ
ἐγγύτερονenguteronnearerG1452ADV
ἡμῶνhēmōn[is] of usG3165P-1GP
ἡhētheG3588T-NSF
σωτηρίαsōtēriasalvationG4991N-NSF
ἢēthanG2228CONJ
ὅτεhotewhen firstG3753CONJ
ἐπιστεύσαμεν·episteusamenwe believed;G4100V-AAI-1P
  1. dewijl wij de gelegenheid des tijds weten, Dat is, alzo wij nu niet meer ongelovig zijn, gelijk wij in voortijden waren, zijnde in den duisteren nacht der onwetendheid, Eph 4:18 ; Col 1:13 ; 1Jo 2:8 , maar alzo Christus de Zon der gerechtigheid, Mal 4:2 , en het licht der wereld, Joh 8:12 , ons nu verschenen is.
  2. den slaap opwaken; Namelijk der zonden; Eph 5:14 ; 1Th 5:6 .
  3. de zaligheid Of, onze zaligheid is nu nader; dit is, de prijs onzer hemelse roeping in Christus Jezus, waar wij naar lopen en jagen, 1Co 9:24-25 ; Phi 3:14 , welke is het einde onzes geloofs; 1Pe 1:9 .
  4. is ons nu nader, Dat is, wij zijn nu voor onzen Christelijken loop dezelve nader bijgekomen, om dezelve haast te grijpen, Phi 3:12 ; 1Ti 6:12 ; en daarom moeten wij niet verflauwen om dezen Christelijken loop te voleindigen, 2Ti 4:7 , alzo het grote schande en schade zou zijn, dat wij, zo nabij gekomen zijnde, door verflauwen of afwijken dezelve niet zouden verkrijgen. Want hoe nader iemand aan den prijs komt, hoe sterker hij behoort te lopen.
  5. toen wij eerst geloofd hebben Dat is, toen wij eerst tot het geloof in Christus geroepen en bekeerd zijn.

12 De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts.123456789

Original Greek

ἡhēTheG3588T-NSF
νὺξnuxnightG3571N-NSF
προέκοψενproekopsenis nearly overG4298V-AAI-3S
ἡhē<the>G3588T-NSF
δὲdeandG1161CONJ
ἡμέραhēmerathe dayG2250N-NSF
ἤγγικεν.ēngikenhas drawn near.G1448V-RAI-3S
ἀποθώμεθαapothōmethaWe may cast offG0659V-2AMS-1P
οὖνounthereforeG3767CONJ
τὰtatheG3588T-APN
ἔργαergaworksG2041N-APN
τοῦtou<the>G3588T-GSN
σκότους,skotousof darkness,G4655N-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
ἐνδυσώμεθαendusōmethawe may put onG1746V-AMS-1P
δὲdenowG1161CONJ
τὰtatheG3588T-APN
ὅπλαhoplaarmorG3696N-APN
τοῦtou<the>G3588T-GSN
φωτός.phōtosof light.G5457N-GSN
  1. nacht is Namelijk der onwetendheid; 1Th 5:5 .
  2. voorbijgegaan, Het Griekse woord betekent dat dezelve ten merendeel voorbijgegaan is. Want al de duisternis is nog uit onze harten niet volkomen weggedaan; 1Co 13:9-10 .
  3. de dag Namelijk der zaligmakende kennis, vs.13; 1Th 5:5 .
  4. is nabij gekomen Dat is, wij zijn tot het zaligmakende licht der kennis van Christus gekomen, doch niet volkomen, zolang wij in dit leven zijn, maar hebben zulk een licht, gelijk er is als de dag begint aan te breken en te lichten.
  5. afleggen Namelijk gelijk de mensen, als het dag is geworden, de nachtklederen en dekens verwerpen, en met dezelve gene gemeenschap meer hebben; Eph 4:22 .
  6. de werken der duisternis, Dat is, de zonden, die degenen, die nog in de duisternis der onwetendheid zijn, gewoon zijn te doen, en voornamelijk die lelijke zonden, welke ook de mensen zich schamen openbaar in het licht te doen, maar die zij des nachts in duisternis bedrijven; Job 24:15-16 ; Joh 3:20-21 ; 1Th 5:7 . Waarvan enige in het vs.13 verhaald worden.
  7. aandoen Of, aantrekken; gelijk degenen doen, die, uit den slaap opstaande, hunne klederen aantrekken of hunne naaktheid te bedekken en eerbaar in den dag te wandelen.
  8. de wapenen Dit woord betekent al hetgeen waarmede het lichaam bedekt wordt tegen alle kwetsingen; en worden daardoor alhier verstaan allerlei Christelijke deugden, met welke onze ziel niet alleen bekleed en versierd wordt, maar ook als gewapend tegen de kwetsingen en verzoekingen des duivels en des vleesches. Zie Rom 6:13 ; 2Co 6:7 ; Eph 6:11-12 , enz.; 1Th 5:8 .
  9. des lichts Dat is, die voortkomen van het licht der ware kennis Gods en tot Zijne eer voor de mensen lichten, en die betamen dengenen, die tot dit licht geroepen zijn en in het licht eerbaar willen wandelen.

13 Laat ons, als in den dag, eerlijk wandelen; niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkameren en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid;1234567

Original Greek

ὡςhōsAsG5613PRT
ἐνeninG1722PREP
ἡμέρᾳhēmeradaytimeG2250N-DSF
εὐσχημόνωςeuschēmonōsproperlyG2156ADV
περιπατήσωμεν,peripatēsōmenwe may walk,G4043V-AAS-1P
μὴmēnotG3361PRT-N
κώμοιςkōmoisin revelingG2970N-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
μέθαις,methaisin drinking,G3178N-DPF
μὴmēnotG3361PRT-N
κοίταιςkoitaisin sexual immoralityG2845N-DPF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀσελγείαις,aselgeiaisin sensuality,G0766N-DPF
μὴmēnotG3361PRT-N
ἔριδιeridiin dissensionG2054N-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
ζήλῳ·zēlōin jealousy;G2205N-DSM
  1. als in den dag, Dat is, gelijk betaamt dengenen, wien door de genade Gods het licht der zaligmakende kennis verschenen is.
  2. eerlijk Dat is, niet alleen godzalig voor God, maar ook eerbaar voor de mensen.
  3. wandelen; Dat is, ons leven aanstellen, en onder de mensen verkeren.
  4. brasserijen Waardoor verstaan worden, niet eerlijke en matige maaltijden, Gen 21:8 ; Joh 2:1 , maar gulzige en ontuchtige, in welke allerlei overdadigheid, dartelheid, danserij en lichtvaardigheid gepleegd wordt.
  5. dronkenschappen, Of, onmatig zuipen van wijn of sterken drank; Isa 5:22 .
  6. in slaapkameren Dat is, overspelen, of hoererijen, die in de slaapkamers gemeenlijk gepleegd worden.
  7. ontuchtigheden, Dat is, geile en onkuische dartelheden.

14 Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.12345

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽ButG0235CONJ
ἐνδύσασθεendusasthedo put onG1746V-AMM-2P
τὸνtontheG3588T-ASM
κύριονkurionLordG2962GN-ASM-T
ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P
ΧριστὸνChristonChristG5547N-ASM-T
καὶkaiandG2532CONJ
τῆςtēsof theG3588T-GSF
σαρκὸςsarkosfleshG4561N-GSF
πρόνοιανpronoianprovisionG4307N-ASF
μὴmēnotG3361PRT-N
ποιεῖσθεpoieisthedo makeG4160GV-PMM-2P
εἰςeisforG1519PREP
ἐπιθυμίας.¶epithumiasdesires.G1939N-APF
  1. doet aan Of, trekt aan; namelijk als uw kleed en wapen.
  2. den Heere Jezus Christus, Namelijk aannemende door het geloof Zijne gerechtigheid, en al Zijne deugden navolgende, daarmede uwe ziel bekledende en versierende; Gal 3:27 .
  3. verzorgt Grieks, maakt geen voorzorg des vleesches.
  4. het vlees niet Dat is, het lichaam, waarmede niet wordt verboden dat men het lichaam zou mogen verzorgen met een eerlijk kleed, spijs, drank, medicijnen en andere dingen tot onderhoud van hetzelve nodig; want dat wordt ook geprezen; Eph 5:29 ; 1Ti 5:8 , 1Ti 5:23 , maar om het in zijn kwade lusten te voldoen; 1Co 9:27 .
  5. begeerlijkheden Namelijk die strekken tot onmatigheid, hovaardij, gulzigheid, onkuischheid, om het daarin te voeden en zijn eis te geven; 1Jo 2:16 .