reltext

Chapter 2

1 Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want waarin gij een ander oordeelt, veroordeelt gij uzelven; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.123

Original Greek

ΔιὸDioThereforeG1352CONJ
ἀναπολόγητοςanapologētosinexcusableG0379A-NSM
εἶ,eiyou are,G1510V-PAI-2S
ὦōOG5599INJ
ἄνθρωπεanthrōpemanG0444N-VSM
πᾶςpaseveryoneG3956A-VSM
ὁhoyou who [are]G3588T-VSM
κρίνων·krinōnjudging;G2919V-PAP-VSM
ἐνenInG1722PREP
ᾧhōthat whichG3739R-DSN
γὰρgarforG1063CONJ
κρίνειςkrineisyou judgeG2919V-PAI-2S
τὸνtontheG3588T-ASM
ἕτερον,heteronother,G2087A-ASM
σεαυτὸνseautonyourselfG4771F-2ASM
κατακρίνεις·katakrineisyou are condemning;G2632V-PAI-2S
τὰta<the>G3588T-APN
γὰρgarforG1063CONJ
αὐτὰautathe same thingsG0846P-APN
πράσσειςprasseisyou doG4238V-PAI-2S
ὁhowhoG3588T-NSM
κρίνων.krinōnare judging.G2919V-PAP-NSM
  1. Daarom Namelijk dewijl gij Gods recht weet, Rom 1:32 .
  2. die anderen oordeelt Dat is, berispt, bestraft, of ook straft. Hierdoor verstaat de apostel zodanigen onder de heidenen, die rechters onder, of die een ingetogener leven leidden, gelijk sommige wijsgeren, en daarmede het doen van anderen schenen te veroordelen; van haat, nijd, opgeblazenheid, enz., en in het heimelijke dezelfde zonden bedreven, wanneer zij die voor mensen konden verbergen,gelijk ook de Farizeën onder de Joden. 2Sa 12:5 ; Mat 7:1 ; 1Co 4:5 .
  3. doet dezelfde dingen Namelijk inwendig of bedekt.

2 En wij weten, dat het oordeel Gods naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen.12

Original Greek

οἴδαμενoidamenWe knowG6063V-RAI-1P
δὲdehoweverG1161CONJ
ὅτιhotithatG3754GCONJ
τὸtotheG3588T-NSN
κρίμαkrimajudgmentG2917N-NSN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
κατὰkataaccording toG2596PREP
ἀλήθειανalētheiantruthG0225N-ASF
ἐπὶepiuponG1909PREP
τοὺςtousthoseG3588T-APM
τὰta<the>G3588T-APN
τοιαῦταtoiautasuch thingsG5108D-APN
πράσσοντας·prassontaspracticing;G4238V-PAP-APM
  1. wij weten Dat is, het is kennelijk, zelfs naar het algemeen gevoelen van alle mensen.
  2. naar waarheid Dat is, oprecht, niet naar den uitwendigen schijn, maar naar dat de zaak inderdaad is.

3 En denkt gij dit, o mens, die oordeelt dengenen, die zulke dingen doen, en dezelve doet, dat gij het oordeel Gods zult ontvlieden?1

Original Greek

λογίζῃlogizēSuppose youG3049V-PNI-2S
δὲdenowG1161CONJ
τοῦτο,toutothis,G3778D-ASN
ὦōOG5599INJ
ἄνθρωπεanthrōpemanG0444N-VSM
ὁhoyou who [are]G3588T-VSM
κρίνωνkrinōnjudgingG2919V-PAP-VSM
τοὺςtousthoseG3588T-APM
τὰta<the>G3588T-APN
τοιαῦταtoiautasuch thingsG5108D-APN
πράσσονταςprassontaspracticingG4238V-PAP-APM
καὶkaiandG2532CONJ
ποιῶνpoiōndoingG4160GV-PAP-VSM
αὐτά,autathem [yourself],G0846P-APN
ὅτιhotithatG3754GCONJ
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
ἐκφεύξῃekpheuxēwill escapeG1628V-FDI-2S
τὸtotheG3588T-ASN
κρίμαkrimajudgmentG2917N-ASN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ;theouof God?G2316N-GSM-T
  1. dezelve doet Namelijk al is het dat gij die bedekt doet, of zo onbeschaamd niet als andere.

4 Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?12345

Original Greek

ἢēOrG2228CONJ
τοῦtoutheG3588T-GSM
πλούτουploutourichesG4149N-GSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
χρηστότητοςchrēstotētoskindnessG5544N-GSF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
τῆςtēstheG3588T-GSF
ἀνοχῆςanochēsforbearanceG0463N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
τῆςtēstheG3588T-GSF
μακροθυμίαςmakrothumiaspatienceG3115N-GSF
καταφρονεῖςkataphroneisdespise youG2706V-PAI-2S
ἀγνοῶνagnoōnnot knowingG0050V-PAP-NSM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
τὸtotheG3588T-NSN
χρηστὸνchrēstonkindnessG5543A-NSN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
εἰςeistoG1519PREP
μετάνοιάνmetanoianrepentanceG3341N-ASF
σεseyouG4771P-2AS
ἄγει;ageileads?G0071V-PAI-3S
  1. den rijkdom Zijner Dat is, de grootheid en menigvuldigheid. Hier wederlegt hij degenen, die meenden dat hun zaken bij God niet kwalijk stonden, omdat God goeddeed en zegende naar de wereld, gelijk Hij de Romeinen in dien tijd bijzonder deed.
  2. goedertierenheid, Dit is ene eigenschap Gods, waardoor Hij zegent en weldoet, ook zelfs degenen die kwaad zijn; Mat 5:45 .
  3. verdraagzaamheid, Namelijk waardoor Hij de zonden der mensen met oogluiking overziet voor een tijd, of zij zich nog zouden bekeren; Luk 3:7-8 .
  4. lankmoedigheid, Namelijk waardoor Hij de straf, die zij verdienen, uitstelt totdat de maat derzelve vervuld is; Rom 9:22 .
  5. tot bekering leidt? Dat is, tijd en redenen geeft om te bekeren.

5 Maar naar uw hardigheid, en onbekeerlijk hart, vergadert gij uzelven toorn als een schat, in den dag des toorns, en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.123

Original Greek

κατὰkataBecause ofG2596PREP
δὲdehoweverG1161CONJ
τὴνtēntheG3588T-ASF
σκληρότητάsklērotētahardnessG4643N-ASF
σουsouof youG4771P-2GS
καὶkaiandG2532CONJ
ἀμετανόητονametanoētonunrepentantG0279A-ASF
καρδίανkardianheartG2588N-ASF
θησαυρίζειςthēsaurizeisyou are treasuring upG2343V-PAI-2S
σεαυτῷseautōto yourselfG4771F-2DSM
ὀργὴνorgēnwrathG3709N-ASF
ἐνeninG1722PREP
ἡμέρᾳhēmera[the] dayG2250N-DSF
ὀργῆςorgēsof wrathG3709N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀποκαλύψεωςapokalupseōsrevelationG0602N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
δικαιοκρισίαςdikaiokrisiasof justiceG1341N-GSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ,theouof God,G2316N-GSM-T
  1. hardigheid, en onbekeerlijk hart, Dat is, verharding in uwe zonden.
  2. vergadert gij uzelven toorn Dat is, verwekt meer en meer den toorn en de straf Gods als een schat, waar men dagelijks altijd meer toedoet.
  3. in den dag des toorns, Dat is tegen den uitersten dag, wanneer God de zonden der mensen, zelfs die bedekt zijn, voor een ieder zal openbaar maken en straffen, vs.16; 2Th 1:7 ; Rev 20:12-13 .

6 Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken;1

Original Greek

ὃςhoswhoG3739R-NSM
ἀποδώσειapodōseiwill giveG0591V-FAI-3S
ἑκάστῳhekastōto eachG1538A-DSM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὰtatheG3588T-APN
ἔργαergaworksG2041N-APN
αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM
  1. vergelden zal naar zijn werken; Hij spreekt hier van de vergeldingen naar de beloften en dreigementen der wet, die den heidenen ook uit de natuur bekend waren, vs.15; want van de rechtvaardigmaking uit het geloof begint hij eerst te spreken Rom 3:21 . Hoewel dit ook wel toegepast kan worden op de vergelding naar de beloften en dreigementen des Evangelies, gelijk 2Co 5:10 het alzo in het algemeen gezegd wordt; overmits ook de goede werken als vruchten des geloofs, uit genade, om Christus' wil zullen vergolden worden.

7 Dengenen wel, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid, en eer, en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;123

Original Greek

τοῖςtoisto those whoG3588T-DPM
μὲνmenindeedG3303PRT
καθ᾽kath᾽withG2596PREP
ὑπομονὴνhupomonēnenduranceG5281N-ASF
ἔργουergouin workG2041N-GSN
ἀγαθοῦagathougoodG0018A-GSN
δόξανdoxangloryG1391N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀφθαρσίανaphtharsianimmortalityG0861N-ASF
ζητοῦσινzētousinare seekingG2212V-PAP-DPM
ζωὴνzōēnlifeG2222N-ASF
αἰώνιον·aiōnioneternal;G0166A-ASF
  1. volharding Het Griekse woord betekent ook geduldigheid; maar wordt hier bekwamelijker voor volharding of volstandigheid genomen, gelijk Mat 10:22 ; Luk 8:15 .
  2. in goeddoen, Grieks des goeden werks.
  3. onverderfelijkheid zoeken, Dat is, de zalige onsterflijkheid.

8 Maar dengenen, die twistgierig zijn, en die der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden;123

Original Greek

τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐξexofG1537PREP
ἐριθείαςeritheiasself-interestG2052N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀπειθοῦσινapeithousindisobeyingG0544V-PAP-DPM
μὲνmenindeedG3303PRT
τῇtēatheG3588T-DSF
ἀληθείᾳ,alētheiatruth,G0225N-DSF
πειθομένοιςpeithomenoisbeing persuaded aboutG3982V-PPP-DPM
δὲdehoweverG1161CONJ
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἀδικίᾳ,adikiaunrighteousness,G0093N-DSF
ὀργὴorgēwrathG3709N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
θυμός,thumosangerG2372N-NSM
  1. die twistgierig zijn, Grieks uit twisting; dat is twistig of twistgierig; gelijk uit het geloof, Rom 3:26 ; dat is, gelovigen, en uit de besnijdenis, Rom 4:12 ; dat is besnedenen.
  2. der waarheid ongehoorzaam, Namelijk die hun van God door de natuur bekend is gemaakt; Rom 1:19 .
  3. toorn vergolden worden ; Namelijk van God, die rechtvaardig over de zonde tot straf is onstoken.

9 Verdrukking en benauwdheid over alle ziel des mensen, die het kwade werkt, eerst van den Jood, en ook van den Griek;1

Original Greek

θλῖψιςthlipsistribulationG2347N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
στενοχωρίαstenochōriadistressG4730N-NSF
ἐπὶepiuponG1909PREP
πᾶσανpasaneveryG3956A-ASF
ψυχὴνpsuchēnsoulG5590JN-ASF
ἀνθρώπουanthrōpouof manG0444N-GSM
τοῦtouwhichG3588T-GSM
κατεργαζομένουkatergazomenouis workingG2716V-PNP-GSM
τὸtotheG3588T-ASN
κακόν,kakonevil,G2556GA-ASN
ἸουδαίουIoudaiouof JewG2453N-GSM-PG
τεtebothG5037CONJ
πρῶτονprōtonfirstG4413GA-ASN
καὶkaiand alsoG2532CONJ
Ἕλληνος·Hellēnosof Greek;G1672N-GSM-LG
  1. Verdrukking en benauwdheid Dat is, helse pijnen en smarten, die door Gods rechtvaardigen toorn hun zullen toegezonden worden.

10 Maar heerlijkheid, en eer, en vrede een iegelijk, die het goede werkt, eerst den Jood, en ook den Griek.1

Original Greek

δόξαdoxagloryG1391N-NSF
δὲdehoweverG1161CONJ
καὶkaiandG2532CONJ
τιμὴtimēhonorG5092N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
εἰρήνηeirēnēpeaceG1515N-NSF
παντὶpantito everyoneG3956A-DSM
τῷtōwhoG3588T-DSM
ἐργαζομένῳergazomenōis doingG2038V-PNP-DSM
τὸto<the>G3588T-ASN
ἀγαθόν,agathongood,G0018A-ASN
ἸουδαίῳIoudaiōto JewG2453N-DSM-PG
τεtebothG5037CONJ
πρῶτονprōtonfirstG4413GA-ASN
καὶkaiandG2532CONJ
Ἕλληνι·Hellēnito Greek;G1672N-DSM-LG
  1. heerlijkheid, Dat is, de eeuwige zaligheid, die zij in hun leven gezocht hebben, zal hun gegeven worden, vs.7, 27.

11 Want er is geen aanneming des persoons bij God.1

Original Greek

οὐouNotG3756PRT-N
γάρgarforG1063CONJ
ἐστινestinthere isG1510V-PAI-3S
προσωπολημψίαprosōpolēmpsiapartialityG4382N-NSF
παρὰparawithG3844PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ.¶theōGod.G2316N-DSM-T
  1. des persoons bij God Grieks des aangezichts. Van deze wijze van spreken, zie breder de aantekening Mat 22:16 , en Act 10:34 .

12 Want zovelen, als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen, als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden;1234

Original Greek

ὍσοιHosoiAs many asG3745K-NPM
γὰρgarforG1063CONJ
ἀνόμωςanomōswithout [the] LawG0460ADV
ἥμαρτον,hēmartonhave sinned,G0264V-2AAI-3P
ἀνόμωςanomōswithout [the] LawG0460ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
ἀπολοῦνται·apolountaiwill perish;G0622V-FMI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
ὅσοιhosoias many asG3745K-NPM
ἐνeninG1722PREP
νόμῳnomō[the] LawG3551N-DSM
ἥμαρτον,hēmartonhave sinned,G0264V-2AAI-3P
διὰdiathroughG1223PREP
νόμουnomou[the] LawG3551N-GSM
κριθήσονται·krithēsontaiwill be judged;G2919V-FPI-3P
  1. zonder wet gezondigd hebben, Dat is, de heidenen, die de geschreven wet van Mozes niet hadden.
  2. zonder wet verloren gaan; Dat is, veroordeeld worden uit de getuigenis van hun eigen conscientie, vs.15.
  3. onder de wet gezondigd hebben, Dat is, de Joden, aan welke de wet door Mozes was gegeven. Grieks in de wet.
  4. door de wet geoordeeld worden; Dat is, zullen naar de dreigementen van de wet geoordeeld, dat is, veroordeeld worden.

13 ( Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden;1234

Original Greek

οὐounotG3756PRT-N
γὰρgarforG1063CONJ
οἱhoitheG3588T-NPM
ἀκροαταὶakroataihearersG0202N-NPM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
νόμουnomouof [the] law [are]G3551N-GSM
δίκαιοιdikaioirighteousG1342A-NPM
παρὰparawithG3844PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ,theōGod,G2316N-DSM-T
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
οἱhoitheG3588T-NPM
ποιηταὶpoiētaidoersG4163N-NPM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
νόμουnomouof [the] lawG3551N-GSM
δικαιωθήσονται.dikaiōthēsontaiwill be justified.G1344V-FPI-3P
  1. de hoorders der wet Dat is, die de wet alleen weten en daarvan roemen.
  2. zijn niet rechtvaardig voor God, Dat is, worden niet in Gods oordeel voor rechtvaardigen erkend, noch voor zulken verklaard; Psa 143:2 ; Mat 12:37 ; Rom 8:33 .
  3. de daders der wet Dat is, volbrengers der wet; Gal 3:10 ; Jam 2:10 .
  4. gerechtvaardigd worden; Namelijk door de wet, of naar de beloften der wet; Rom 10:5 . Doch alzo niemand de wet volkomen onderhoudt, vanwege de verdorvenheid, die in den mens is, Rom 8:3 ; Gal 3:10 , zo wordt niemand uit de wet of door zijne werken gerechtvaardigd, maar alleen door de gerechtigheid van Christus, door het geloof ons toegerekend; Rom 3:20-22 .

14 Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet;123

Original Greek

ὅτανhotanWhenG3752CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
ἔθνηethnēGentilesG1484N-NPN
τὰta<the>G3588T-NPN
μὴmēnotG3361PRT-N
νόμονnomonthe lawG3551N-ASM
ἔχονταechontahavingG2192V-PAP-NPN
φύσειphuseiby natureG5449N-DSF
τὰtathe [things]G3588T-APN
τοῦtouof theG3588T-GSM
νόμουnomoulawG3551N-GSM
ποιῶσιν,poiōsinthey may do,G4160GV-PAS-3P
οὗτοιhoutoitheseG3778D-NPM
νόμονnomon[the] LawG3551N-ASM
μὴmēnotG3361PRT-N
ἔχοντεςechonteshavingG2192V-PAP-NPM
ἑαυτοῖςhe'autoisto themselvesG1438F-3DPM
εἰσινeisinareG1510V-PAI-3P
νόμος,nomosa law,G3551N-NSM
  1. de wet niet hebben, Namelijk de geschreven wet.
  2. de dingen doen, Dat is, enige dingen voorschrijven en volgen, die God in Zijne wet heeft bevolen.
  3. zijn zichzelven een wet; Namelijk in het gebieden of verbieden van hetgeen Gods wet gebiedt of verbiedt, of ook in enige delen van hun leven.

15 Als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, of ook ontschuldigende).1234

Original Greek

οἵτινεςoitineswhoG3748R-NPM
ἐνδείκνυνταιendeiknuntaishowG1731V-PMI-3P
τὸtotheG3588T-ASN
ἔργονergonworkG2041N-ASN
τοῦtouof theG3588T-GSM
νόμουnomoulawG3551N-GSM
γραπτὸνgraptonwrittenG1123A-ASN
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
καρδίαιςkardiaisheartsG2588N-DPF
αὐτῶνautōnwhen theyG0846P-GPM
συμμαρτυρούσηςsummarturousēsare bearing witnessG4828V-PAP-GSF
αὐτῶνautōnto themG0846P-GPM
τῆςtēstheirG3588T-GSF
συνειδήσεωςsuneidēseōsconscienceG4893N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
μεταξὺmetaxubetweenG3342PREP
ἀλλήλωνallēlōnone anotherG0240C-GPM
τῶνtōntheG3588T-GPM
λογισμῶνlogismōnthoughtsG3053N-GPM
κατηγορούντωνkatēgorountōnaccusingG2723V-PAP-GPM
ἢēorG2228CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἀπολογουμένων,apologoumenōnpresenting a defenseG0626V-PNP-GPM
  1. betonen Namelijk door hunne wetten, en ook somwijlen door een uitwendige onderhouding van dezelve.
  2. het werk der wet Dat is, een deel van den inhoud der wet Gods.
  3. beschuldigende, Namelijk wanneer zij tegen hun gemoed het kwaad doen.
  4. ontschuldigende). Namelijk wanneer zij volgens hunne conscientie het goed doen.

16 In den dag wanneer God de verborgene dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie.12

Original Greek

ἐνenonG1722PREP
ἡμέρᾳhēmeradayG2250N-DSF
ὅτεhotewhenG3753PREP
κρίνειkrineijudgesG2919V-PAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τὰtatheG3588T-APN
κρυπτὰkruptasecretsG2927A-APN
τῶνtōn<the>G3588T-GPM
ἀνθρώπωνanthrōpōnof menG0444N-GPM
κατὰkataaccording toG2596PREP
τὸtotheG3588T-ASN
εὐαγγέλιόνeuangeliongospelG2098N-ASN
μουmouof mineG3165P-1GS
διὰdiathroughG1223PREP
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
Ἰησοῦ.¶IēsouJesus.G2424GN-GSM-P
  1. In den dag Die woorden moeten gevoegd worden met het 12e vs., doch kunnen ook volgen op vs.15, zo men het overzet tegen dien dag, want alsdan zullen de getuigenissen van de conscientiën der mensen, ook over hun verborgen zonden, dienen om het oordeel van Christus voor de gehele wereld te billijken, ook zelfs voor degenen, wien het Evangelie nooit is gepredikt; Rev 20:12 .
  2. naar mijn evangelie Namelijk hetwelk betuigt dat Christus hierna een rechter zal zijn over alle mensen, ook over degenen, wien het Evangelie niet is gepredikt, vs.12.

17 Zie, gij wordt een Jood genaamd en rust op de wet; en roemt op God,1234

Original Greek

ΕἰEiIfG1487GCOND
δὲdehoweverG1161CONJ
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
ἸουδαῖοςIoudaiosa JewG2453N-NSM-PG
ἐπονομάζῃeponomazēare calledG2028V-PMI-2S
καὶkaiandG2532CONJ
ἐπαναπαύῃepanapauēyou rely onG1879V-PNI-2S
τῷtōtheG3588T-DSM
νόμῳnomōlawG3551N-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
καυχᾶσαιkauchasaiyou boastG2744V-PNI-2S
ἐνeninG1722PREP
θεῷtheōGodG2316N-DSM-T
  1. gij wordt Van hier voorts handelt hij bijzonder tegen de Joden, die op hun geslacht, op de kennis van Gods wet, op de besnijdenis en andere uiterlijke voordelen roemden en zich verlieten, en hij bewijst, dat zij daardoor niet meer rechtvaardig zullen zijn voor God dan de heidenen door de wet der natuur.
  2. een Jood genaamd Grieks een Jood toegenaamd; namelijk vanwege uwe afkomst uit Israël en Juda, uit welken de Messias moest voortkomen, Rev 2:9 ; waarom de Joden ook gaarne naar hem genoemd werden.
  3. en rust op de wet; Dat is, verlaat u op de wet, die u door Mozes is gegeven, als de tafelen van het verbond Gods.
  4. roemt op God, Dat is, beroemt u, dat God uw God is, en dat gij Zijn volk zijt; Joh 8:33 , Joh 8:41 .

18 En gij weet Zijn wil, en beproeft de dingen, die daarvan verschillen, zijnde onderwezen uit de wet;12

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
γινώσκειςginōskeisknowG1097V-PAI-2S
τὸtotheG3588T-ASN
θέλημαthelēmawillG2307N-ASN
καὶkaiandG2532CONJ
δοκιμάζειςdokimazeisapproveG1381V-PAI-2S
τὰtathe [things]G3588T-APN
διαφέρονταdiapherontabeing superiorG1308V-PAP-APN
κατηχούμενοςkatēchoumenosbeing instructedG2727V-PPP-NSM
ἐκekout ofG1537PREP
τοῦtoutheG3588T-GSM
νόμου·nomoulaw;G3551N-GSM
  1. die daarvan verschillen, Of, die uitmunten, uitnemend zijn. Want het Griekse woord betekent beide; Mat 12:12 ; Phi 1:10 .
  2. zijnde onderwezen uit de wet; Grieks gecatechiseerd; dat is, van jongs op, en naarstig van mond tot mond onderwezen; Act 18:25 ; 1Co 14:19 .

19 En gij betrouwt uzelven te zijn een leidsman der blinden, een licht dergenen, die in duisternis zijn;

Original Greek

πέποιθάςpepoithasyou are confidentG3982V-2RAI-2S
τεtethen [that]G5037CONJ
σεαυτὸνseautonyou yourselfG4771F-2ASM
ὁδηγὸνhodēgona guideG3595N-ASM
εἶναιeinaibeingG1511V-PAN
τυφλῶν,tuphlōnof [the] blind,G5185A-GPM
φῶςphōsa lightG5457N-ASN
τῶνtōnto thoseG3588T-GPM
ἐνeninG1722PREP
σκότει,skoteidarkness,G4655N-DSN

20 Een onderrichter der onwijzen, en een leermeester der onwetenden, hebbende de gedaante der kennis en der waarheid in de wet.12

Original Greek

παιδευτὴνpaideutēnan instructorG3810N-ASM
ἀφρόνων,aphronōnof [the] foolish,G0878A-GPM
διδάσκαλονdidaskalona teacherG1320N-ASM
νηπίων,nēpiōnof infants,G3516A-GPM
ἔχονταechontahavingG2192V-PAP-ASM
τὴνtēntheG3588T-ASF
μόρφωσινmorphōsinembodimentG3446N-ASF
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
γνώσεωςgnōseōsof knowledgeG1108N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἀληθείαςalētheiastruthG0225N-GSF
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
νόμῳ·nomōlaw;G3551N-DSM
  1. der onwetenden, Grieks der onmondige kinderen; dat is, die van kleine wetenschap zijn, gelijk kinderen; Mat 11:25 ; 1Co 13:11 .
  2. de gedaante der kennis Grieks morphosin; dat is, een gezette wijze of gestalte van kennis; of een schijn, en niet een waarachtig wezen van kennis. Zie 2Ti 3:5 .

21 Die dan een anderen leert, leert gij uzelven niet? Die predikt, dat men niet stelen zal, steelt gij?12

Original Greek

ὁhoYou who [are]G3588T-VSM
οὖνounthenG3767CONJ
διδάσκωνdidaskōnteachingG1321V-PAP-VSM
ἕτερονheteronanotherG2087A-ASM
σεαυτὸνseautonyourselfG4771F-2ASM
οὐounotG3756PRT-N
διδάσκεις;didaskeisdo you teach?G1321V-PAI-2S
ὁhoYou who [are]G3588T-VSM
κηρύσσωνkērussōnpreachingG2784V-PAP-VSM
μὴmēnotG3361PRT-N
κλέπτεινklepteinto stealG2813V-PAN
κλέπτεις;klepteisdo you steal?G2813V-PAI-2S
  1. leert gij uzelven niet? Namelijk gehoorzamen en doen hetgeen gij een ander leert, gelijk blijkt uit het volgende.
  2. steelt gij? Dat is, strekt gij het goed van een ander door behendige wegen en kwade trekken tot u? gelijk de Joden hiervan altijd zeer berucht zijn geweest en nog zijn; Mat 23:14 .

22 Die zegt, dat men geen overspel doen zal, doet gij overspel? Die van de afgoden een gruwel hebt, berooft gij het heilige?1

Original Greek

ὁhoYou who [are]G3588T-VSM
λέγωνlegōnsayingG3004GV-PAP-VSM
μὴmēnotG3361PRT-N
μοιχεύεινmoicheueinto commit adulteryG3431V-PAN
μοιχεύεις;moicheueisdo you commit adultery?G3431V-PAI-2S
ὁhoYou who [are]G3588T-VSM
βδελυσσόμενοςbdelussomenosabhorringG0948V-PNP-VSM
τὰta<the>G3588T-APN
εἴδωλαeidōlaidolsG1497N-APN
ἱεροσυλεῖς;hi'erosuleisdo you rob temples?G2416V-PAI-2S
  1. berooft gij het heilige? Of, bedrijft gij kerkroof? namelijk met God Zijne eer te nemen; of Hem te onthouden in Zijn tempel wat Hij aan zich wil geheiligd of opgeofferd hebben. Zie hiervan Mal 1:6 .

23 Die op de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet?

Original Greek

ὃςhosYou whoG3739R-NSM
ἐνeninG1722PREP
νόμῳnomōlawG3551N-DSM
καυχᾶσαι,kauchasaiboast,G2744V-PNI-2S
διὰdiathroughG1223PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
παραβάσεωςparabaseōstransgressionG3847N-GSF
τοῦtouof theG3588T-GSM
νόμουnomoulawG3551N-GSM
τὸνton<the>G3588T-ASM
θεὸνtheonGodG2316N-ASM-T
ἀτιμάζεις;atimazeisdishonor you?G0818V-PAI-2S

24 Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is.1

Original Greek

τὸto<the>G3588T-NSN
γὰρgarForG1063CONJ
ὄνομαonomathe nameG3686N-NSN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
δι᾽di᾽throughG1223PREP
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
βλασφημεῖταιblasphēmeitaiis blasphemedG0987V-PPI-3S
ἐνenamongG1722PREP
τοῖςtoistheG3588T-DPN
ἔθνεσινethnesinGentilesG1484N-DPN
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
γέγραπται.¶gegraptaiit has been written.G1125V-RPI-3S
  1. om uwentwil gelasterd Dat is, om uwer en uwer voorvaderen zonden wil.

25 Want de besnijdenis is wel nut, indien gij de wet doet; maar indien gij een overtreder der wet zijt, zo is uw besnijdenis voorhuid geworden.12

Original Greek

ΠεριτομὴPeritomēCircumcisionG4061N-NSF
μὲνmenindeedG3303PRT
γὰρgarforG1063CONJ
ὠφελεῖōpheleiprofitsG5623V-PAI-3S
ἐὰνeanifG1437COND
νόμονnomon[the] lawG3551N-ASM
πράσσῃς·prassēsyou shall do;G4238V-PAS-2S
ἐὰνeanifG1437COND
δὲdehoweverG1161CONJ
παραβάτηςparabatēsa transgressorG3848N-NSM
νόμουnomouof lawG3551N-GSM
ᾖς,ēsyou shall be,G1510V-PAS-2S
ἡhētheG3588T-NSF
περιτομήperitomēcircumcisionG4061N-NSF
σουsouof youG4771P-2GS
ἀκροβυστίαakrobustiauncircumcisionG0203N-NSF
γέγονεν.gegonenhas become.G1096V-2RAI-3S
  1. indien gij de wet doet; Hij spreekt de Joden aan, die hunne rechtvaardigheid zochten in de onderhouding der ceremoniën; dezulke moeten de gehele wet onderhouden, of de besnijdenis kan hun niet helpen; Gal 5:3 . Hoewel het ook in het algemeen verstaan kan worden, dat de uiterlijke godsdiensten niet helpen ter zaligheid, als zij niet vergezelschapt zijn met een recht godzalig leven; Isa 1:11-12 , enz.; Jer 6:20 , enz.
  2. voorhuid geworden Dat is, zo zijt gij, hoewel gij besneden zijt, in enerlei staat met een ongelovigen onbesnedene.

26 Indiën dan de voorhuid de rechten der wet bewaart, zal niet zijn voorhuid tot een besnijdenis gerekend worden?1234

Original Greek

ἐὰνeanIfG1437COND
οὖνounthereforeG3767CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
ἀκροβυστίαakrobustiauncircumcisionG0203N-NSF
τὰtatheG3588T-APN
δικαιώματαdikaiōmatarequirementsG1345N-APN
τοῦtouof theG3588T-GSM
νόμουnomoulawG3551N-GSM
φυλάσσῃ,phulassēshall keep,G5442GV-PAS-3S
οὐχouchsurelyG3756PRT-N
ἡhētheG3588T-NSF
ἀκροβυστίαakrobustiauncircumcisionG0203N-NSF
αὐτοῦautouof himG0846P-GSM
εἰςeisforG1519PREP
περιτομὴνperitomēncircumcisionG4061N-ASF
λογισθήσεται;logisthēsetaiwill be reckoned?G3049V-FPI-3S
  1. de voorhuid Dat is, degenen, die onbesneden zijn.
  2. rechten der wet bewaart, Of, rechtvaardigmakingen; dat is, hetgeen de wet tot rechtvaardigmaking vereist.
  3. zijn voorhuid Dat is, de stand van den onbesneden mens.
  4. tot een besnijdenis gerekend worden? Dat is, alzo gehouden worden alsof hij besneden ware, gelijk in Abraham te zien is eer hij besneden was, die nochtans niet door de wet, maar door het geloof is gerechtvaardigd, Rom 4:10 , waarmede hij de besnijdenis niet ten enenmale verwerpt, als zij nog niet afgedaan was,maar hij handelt hier met de Joden, die de leer der Farizeën volgden en hunne gerechtigheid stelden in de onderhouding van den uiterlijken godsdienst. Anders was de besnijdenis in zichzelve een teken en zegel van de rechtvaardigmaking des geloofs, Rom 4:11 , en is met de andere ceremoniën en schaduwen door Christus vervuld en afgedaan; Col 2:17 .

27 En zal de voorhuid, die uit de natuur is, als zij de wet volbrengt, u niet oordelen, die door de letter en besnijdenis een overtreder der wet zijt?1234

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
κρινεῖkrineiwill judgeG2919V-FAI-3S
ἡhētheG3588T-NSF
ἐκekbyG1537PREP
φύσεωςphuseōsnatureG5449N-GSF
ἀκροβυστίαakrobustiauncircumcisionG0203N-NSF
τὸνtontheG3588T-ASM
νόμονnomonlawG3551N-ASM
τελοῦσαtelousafulfillingG5055V-PAP-NSF
σὲseyouG4771P-2AS
τὸνtonwhoG3588T-ASM
διὰdiawithG1223PREP
γράμματοςgrammatos[the] letterG1121N-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
περιτομῆςperitomēscircumcisionG4061N-GSF
παραβάτηνparabatēn[are] a transgressorG3848N-ASM
νόμου.nomouof law.G3551N-GSM
  1. de voorhuid, Dat is, de mens, die van nature zonder besnijdenis is.
  2. als zij de wet volbrengt Dat is, indien hij de wet volbrengt. Niet dat er iemand is, die de wet in alles heeft volbracht, Rom 3:9 ; maar dit zegt hij om de Joden te overtuigen, dat zowel zij als de heidenen hunne rechtvaardigheid buiten zichzelven in Christus, die alleen de wet volbracht heeft, moeten zoeken; Act 13:38-39 , enz.
  3. u niet oordelen, Namelijk met zijn exempel, gelijk Mat 12:41-42 .
  4. de letter en besnijdenis Dat is, de uitwendige en letterlijke besnijdenis; of die alleen naar de uitwendige letter van het gebod geschiedt; 2Co 3:6-7 .

28 Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is;123

Original Greek

οὐouNotG3756PRT-N
γὰρgarforG1063CONJ
ὁhothe [one]G3588T-NSM
ἐνenonG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
φανερῷphanerōoutwardG5318A-DSN
ἸουδαῖόςIoudaiosa JewG2453N-NSM-PG
ἐστιν,estinis,G1510V-PAI-3S
οὐδὲoudeneitherG3761CONJ-N
ἡhēthe [one]G3588T-NSF
ἐνenoutwardlyG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
φανερῷphanerōoutwardG5318A-DSN
ἐνeninG1722PREP
σαρκὶsarkifleshG4561N-DSF
περιτομή,peritomē[is] circumcision,G4061N-NSF
  1. is niet een Jood, Dat is, een rechte of waarachtige Jood, die erfgenaam is van de beloften des verbonds, den vaderen gedaan.
  2. in het openbaar is; Dat is, van afkomst uit Abraham door Juda, en die uitwendige belijdenis van het Jodendom doet.
  3. de besnijdenis, Dat is, de rechte of ware besnijdenis, die God in Zijn woord voornamelijk eist, en hem ter zaligheid aangenaam is.

29 Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God.1234567

Original Greek

ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὁhohe who [is]G3588T-NSM
ἐνenonG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
κρυπτῷkruptōinwardG2927A-DSN
Ἰουδαῖος,Ioudaiosa Jew [is one],G2453N-NSM-PG
καὶkaiandG2532CONJ
περιτομὴperitomēcircumcision [is]G4061N-NSF
καρδίαςkardiasof heartG2588N-GSF
ἐνeninG1722PREP
πνεύματιpneumatispiritG4151GN-DSN
οὐounotG3756PRT-N
γράμματι,grammatiin letter,G1121N-DSN
οὗhouof whomG3739R-GSM
ὁhotheG3588T-NSM
ἔπαινοςepainospraiseG1868N-NSM
οὐκouk[is] notG3756PRT-N
ἐξexofG1537PREP
ἀνθρώπωνanthrōpōnmenG0444N-GPM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ἐκekofG1537PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ.¶theouGod.G2316N-GSM-T
  1. een Jood, Dat is, een rechte en ware Jood, gelijk voren.
  2. de besnijdenis des harten, Dat is, de ware bekering en vernieuwing des harten; Col 2:11 .
  3. in den geest, Dat is, in het hart en gemoed; of door den Heiligen Geest, die alleen de harten besnijdt. Hetwelk met het volgende woord letter overeenkomt.
  4. in de letter, Daardoor verstaat Paulus de uitwendige geboden der wet alleen; gelijk door den geest de inwendige werking des Heiligen Geestes in de predikatie des heiligen Evangelies. Zie 2Co 3:6 .
  5. wiens lof Namelijk lof van den Jood, niet waar hij door roemt, maar waarmede hij terecht geroemd en geprezen wordt.
  6. niet is uit de mensen, Dat is, zijn oorsprong niet heeft uit des mensen krachten of werken.
  7. maar uit God Namelijk die zulks in hem door zijnen Geest gewrocht heeft; Rom 9:16 ; 1Co 3:7 , en 2Co 4:6 .