reltext

Chapter 6

1 Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde?123

Original Greek

ΤίTiWhatG5101I-ASN
οὖνounthenG3767CONJ
ἐροῦμεν;eroumenwill we say?G4483V-FAI-1P
ἐπιμένωμενepimenōmenShall we continueG1961V-PAS-1P
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἁμαρτίᾳhamartiain sinG0266N-DSF
ἵναinathatG2443CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
χάριςcharisgraceG5485N-NSF
πλεονάσῃ;pleonasēmay abound?G4121V-AAS-3S
  1. zullen wij dan zeggen? Deze tegenwerping rijst uit hetgeen Paulus in de Rom 5:20-21 had gezegd.
  2. in de zonde blijven, Dat is, onder de heerschappij der verdorvenheid, die in ons nog overig is, Rom 7:14 . Of, in allerlei zonde, die in de wereld de overhand heeft.
  3. te meerder worde? Namelijk gelijk in Rom 5:20-21 schijnt betuigd te zijn; hetwelk aldaar verklaard is.

2 Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven?123

Original Greek

μὴmēNeverG3361PRT-N
γένοιτο.genoitowould it be!G1096V-2ADO-3S
οἵτινεςoitinesWhoG3748R-NPM
ἀπεθάνομενapethanomenwe diedG0599V-2AAI-1P
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἁμαρτίᾳ,hamartiato sin,G0266N-DSF
πῶςpōshowG4459PRT-I
ἔτιetistillG2089ADV
ζήσομενzēsomenwill we liveG2198V-FAI-1P
ἐνeninG1722PREP
αὐτῇ;autēait?G0846P-DSF
  1. Dat zij verre De apostel verwerpt met deze woorden zulk gevolg, als het antwoord onwaardig, en bewijst het tegendeel, dat wij in de zonde niet moeten blijven.
  2. die der zonde gestorven zijn, Dat is, wij die van de heersende macht der inwonende zonde door Christus' Geest verlost zijn, vs.6,7; want der zonde sterven betekent in de Schrift des Nieuwen Testaments de zonde in ons geen leven laten hebben, dat is, niet leven onder de macht en heerschappij der zonde.
  3. in dezelve leven Dat is, de zonde haar leven en kracht laten, en in ons de overhand laten hebben.

3 Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn?12

Original Greek

ἢēOrG2228CONJ
ἀγνοεῖτεagnoeiteare you unawareG0050V-PAI-2P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ὅσοιhosoias many asG3745K-NPM
ἐβαπτίσθημενebaptisthēmenwere baptizedG0907V-API-1P
εἰςeisintoG1519PREP
ΧριστὸνChristonChristG5547N-ASM-T
Ἰησοῦν,IēsounJesus,G2424GN-ASM-P
εἰςeisintoG1519PREP
τὸνtontheG3588T-ASM
θάνατονthanatondeathG2288N-ASM
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἐβαπτίσθημεν;ebaptisthēmenwere baptized?G0907V-API-1P
  1. in Christus Jezus gedoopt zijn Namelijk om te betuigen onze gemeenschap, die wij met Christus hebben door het geloof.
  2. in Zijn dood gedoopt zijn Dat is, door de doop verzekerd worden dat wij gemeenschap hebben aan Zijnen dood, waardoor niet alleen onze zonden voor God verzoend zijn, maar ook de Heilige Geest is verworven, door wiens werking de verdorvenheid, die in ons is, haar leven of heersende kracht is benomen, hetwelk is de eerste trap onzer wedergeboorte; Tit 3:5-6 . De apostel schijnt hier te zien op de wijze van dopen, in de warme Oosterse landen veel gebruikelijk, waar de mensen geheel in het water ingedoopt werden, een weinig tijds onder het water bleven, en daarna uit het water oprezen; en aan te wijzen, dat deze indoping en blijven in het water ene afbeelding is van Christus' dood en begrafenis, en het oprijzen uit het water van Zijne verrijzenis. Hetwelk ook op onze wijze van dopen door besprenging wel kan gepast worden.

4 Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.123

Original Greek

συνετάφημενsunetaphēmenWe were buriedG4916V-2API-1P
οὖνounthereforeG3767CONJ
αὐτῷautōwith HimG0846P-DSM
διὰdiathroughG1223PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSN
βαπτίσματοςbaptismatosbaptismG0908N-GSN
εἰςeisintoG1519PREP
τὸνton<the>G3588T-ASM
θάνατον,thanatondeath,G2288N-ASM
ἵναinaso thatG2443CONJ
ὥσπερhōsperjust asG5618CONJ
ἠγέρθηēgerthēwas raised upG1453V-API-3S
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
ἐκekout fromG1537PREP
νεκρῶνnekrōn[the] deadG3498A-GPM
διὰdiathroughG1223PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF
τοῦtouof theG3588T-GSM
πατρός,patrosFather,G3962N-GSM-T
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
ἡμεῖςhēmeiswe ourselvesG3165P-1NP
ἐνeninG1722PREP
καινότητιkainotētinewnessG2538N-DSF
ζωῆςzōēsof lifeG2222N-GSF
περιπατήσωμεν.peripatēsōmenmay walk.G4043V-AAS-1P
  1. met Hem begraven, Dit is de tweede trap onzer wedergeboorte, die ons door den doop wordt verzegeld, namelijk de toeneming en volharding in de doding der zonde in ons, gelijk de begrafenis ene volharding was van den dood van Christus, vs.6.
  2. tot de heerlijkheid des Vaders, Grieks dia; welk woord meest betekent door; dat is door de heerlijkheid des Vaders; doch wordt ook somwijlen voor tot genomen, hetwelk hier best past. Zie 2Pe 1:3 .
  3. alzo ook wij Dit is de derde trap onzer wedergeboorte, die wij door de kracht der opstanding van Christus ontvangen, en ons door den doop wordt betekend en verzegeld; namelijk dat wij kracht ontvangen hebben om voortaan in nieuwheid des levens, dat is in heiligheid en reinigheid te wandelen; Eph 5:26-27 .

5 Want indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding;1

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
γὰρgarforG1063CONJ
σύμφυτοιsumphutoiunitedG4854A-NPM
γεγόναμενgegonamenwe have becomeG1096V-2RAI-1P
τῷtōin theG3588T-DSN
ὁμοιώματιhomoiōmatilikenessG3667N-DSN
τοῦtouof theG3588T-GSM
θανάτουthanatoudeathG2288N-GSM
αὐτοῦ,autouof Him,G0846P-GSM
ἀλλὰallacertainlyG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἀναστάσεωςanastaseōsresurrectionG0386N-GSF
ἐσόμεθα·esomethawe will be;G1510V-FDI-1P
  1. een plant geworden zijn Of, tezamen geplant zijn; ene gelijkenis, genomen van een ent, die in een jeugdigen boom ingegrift wordt, welke tot eene plant wordt met den boom en het sap des levens en der vruchtbaarheid uit hem trekt. Alzo, wil hij zeggen, die met Christus, als de stam, door het geloof zijn verenigd [waarvan de doop ook een teken is, Gal 3:27 ] , die verkrijgen door den Geest van Christus de kracht niet alleen om de zonden te doden en allengskens te begraven, maar ook om in nieuwheid des levens meer en meer op te staan en ter ere Gods heiliglijk te leven; Joh 15:1 .

6 Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen.12345

Original Greek

τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
γινώσκοντεςginōskontesknowingG1097V-PAP-NPM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ὁhotheG3588T-NSM
παλαιὸςpalaiosoldG3820A-NSM
ἡμῶνhēmōnof usG3165P-1GP
ἄνθρωποςanthrōposselfG0444N-NSM
συνεσταυρώθη,sunestaurōthēwas crucified with [Him],G4957V-API-3S
ἵναinaso thatG2443CONJ
καταργηθῇkatargēthēamay be annulledG2673V-APS-3S
τὸtotheG3588T-NSN
σῶμαsōmabodyG4983N-NSN
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἁμαρτίαςhamartiasof sinG0266N-GSF
τοῦtou[that]G3588T-GSN
μηκέτιmēketino longerG3371ADV-N
δουλεύεινdouleueinbeing enslavedG1398V-PAN
ἡμᾶςhēmasweG3165P-1AP
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἁμαρτίᾳ.hamartiato sin.G0266N-DSF
  1. onze oude mens Alzo noemt hij de aangeboren blindheid en verdorvenheid des mensen, die wij van den eersten mens erven, die hij elders ook vlees noemt, gesteld tegen den nieuwen mens, die bestaat in kennis, heiligheid en rechtvaardigheid; Eph 4:22 ; Col 3:9 .
  2. met Hem gekruisigd is, Dewijl Christus onze zonden aan het kruis op zich geladen heeft, niet alleen om die te verzoenen, maar ook om dezelve te niet te doen, gelijk volgt. Zie ook Heb 9:14 , Heb 9:26 , Heb 9:28 .
  3. het lichaam der zonde Dat is, de gehele massa of samenvoeging van deze verdorvenheid, welke is als een onzuiver lichaam, dat vele onzuivere leden heeft; Col 2:11 , en Col 3:5 .
  4. te niet gedaan worde, Dit lichaam der zonde is wel van Christus geheel teniet gedaan, zoveel Zijne verdiensten aangaat, en is ook door Zijnen Geest in de wedergeborenen de kracht van heersen benomen, vs.12, 14, maar moet allengskens meer en meer in ons vernietigd worden door denzelfden Geest, met nadere toeëigening van den dood van Christus, gelijk Paulus daartoe de wedergeborenen vermaant, Rom 8:13 , en Rom 12:2 ; Eph 4:22 ; Col 3:9 , totdat dezelve in ons namaals geheel zal vernietgigd worden; Heb 4:10 .
  5. niet meer de zonde dienen Namelijk gelijk wij deden vóór onze wedergeboorte. Zie van dezen dienst der zonde nader verklaring vs.16-19.

7 Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde.12

Original Greek

ὁhoThe [one]G3588T-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
ἀποθανὼνapothanōnhaving diedG0599V-2AAP-NSM
δεδικαίωταιdedikaiōtaihe has been freedG1344V-RPI-3S
ἀπὸapofromG0575PREP
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἁμαρτίας.hamartiassin.G0266N-GSF
  1. die gestorven is, Dit is ene rede, genomen van de gelijkenis van een dood mens, die de werken van levenden niet meer doet en aan gene diensten meer is verbonden, waaraan hij in zijn leven verbonden was.
  2. gerechtvaardigd van de zonde Dat is, van hare macht vrijgemaakt of verlost. Want hier wordt eigenlijk niet gesproken van de vergeving der zonden, gelijk in de vijf voorgaande hoofdstukken, maar van de vernietiging van de macht der zonde; ene gelijkenis, genomen van een mens, die van den rechter gerechtvaardigd of vrijgesproken zijnde, ook meteen van de banden verlost en vrijgelaten wordt.

8 Indiën wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven;12

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δὲdenowG1161CONJ
ἀπεθάνομενapethanomenwe diedG0599V-2AAI-1P
σὺνsunwithG4862PREP
Χριστῷ,ChristōChrist,G5547N-DSM-T
πιστεύομενpisteuomenwe believeG4100V-PAI-1P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
συζήσομενsuzēsomenwe will live withG4800V-FAI-1P
αὐτῷ,autōHim,G0846P-DSM
  1. met Christus gestorven zijn, Zie de aantekeningen vs.3,4.
  2. met Hem zullen leven; Namelijk in dit leven een geestelijk leven, en hiernamaals het eeuwige leven. Zie Rom 8:10-11 ; Eph 2:5 ; Col 2:13 , en Col 3:1-4 .

9 Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem.1

Original Greek

εἰδότεςeidotesknowingG6063V-RAP-NPM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
ἐγερθεὶςegertheishaving been raised upG1453V-APP-NSM
ἐκekout fromG1537PREP
νεκρῶνnekrōn[the] deadG3498A-GPM
οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089
ἀποθνῄσκει·apothnēskeidies;G0599V-PAI-3S
θάνατοςthanatosDeathG2288N-NSM
αὐτοῦautouover HimG0846P-GSM
οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089
κυριεύει.kurieueirules.G2961V-PAI-3S
  1. heerst niet meer over Hem Dat is, heeft gene macht meer over Hem.

10 Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode.123

Original Greek

ὃhoThat whichG3739R-ASN
γὰρgarforG1063CONJ
ἀπέθανεν,apethanenHe died,G0599V-2AAI-3S
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἁμαρτίᾳhamartiato sinG0266N-DSF
ἀπέθανενapethanenHe diedG0599V-2AAI-3S
ἐφάπαξ·ephapaxonce for all;G2178ADV
ὃhothat whichG3739R-ASN
δὲdehoweverG1161CONJ
ζῇ,zēaHe lives,G2198V-PAI-3S
ζῇzēaHe livesG2198V-PAI-3S
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ.theōto God.G2316N-DSM-T
  1. der zonde Namelijk tot verzoening en vernietiging derzelve.
  2. eenmaal gestorven; Want door eene offerande heeft hij in eeuwigheid volmaakt die geheiligd worden; Heb 10:14 .
  3. Gode Dat is, bij God en ter heerlijkheid Gods, tot Zijne rechterhand gezet zijnde.

11 Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere.12

Original Greek

οὕτωςhoutōsSoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
ὑμεῖςhumeis<you yourselves>G4771P-2NP
λογίζεσθεlogizesthedo considerG3049V-PNM-2P
ἑαυτοὺςhe'autousyourselvesG1438F-2APM
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
νεκροὺςnekrousdeadG3498A-APM
μὲνmenindeedG3303PRT
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἁμαρτίᾳhamartiato sinG0266N-DSF
ζῶνταςzōntaslivingG2198V-PAP-APM
δὲdehoweverG1161CONJ
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-DSM-P
τῷtōtheG3588T-DSM
κυρίῳkuriōLordG2962GN-DSM-T
ἡμῶν.¶hēmōnof us.G3165P-1GP
  1. der zonde dood zijt, Dat is, der zonde gestorven zijt. Zie de aantekeningen vs.2.
  2. Gode levende zijt Dat is, de kracht hebt ontvangen door den Geest van Christus om voor God en ter ere Gods te leven en de zonde meer en meer te doden. Daaruit vloeit dan de vermaning in de volgende verzen. Zie ook Rom 8:1 , enz.

12 Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams.12345

Original Greek

ΜὴMēNotG3361PRT-N
οὖνounthereforeG3767CONJ
βασιλευέτωbasileuetōshould reignG0936V-PAM-3S
ἡhē<the>G3588T-NSF
ἁμαρτίαhamartiasinG0266N-NSF
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSN
θνητῷthnētōmortalG2349A-DSN
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
σώματιsōmatibodyG4983N-DSN
εἰςeisin orderG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
ὑπακούεινhupakoueinto obeyG5219V-PAN
αὐτῇautēaitG0846P-DSF
ἐνeninG1722PREP
ταῖςtaistheG3588T-DPF
ἐπιθυμίαιςepithumiaisdesiresG1939N-DPF
αὐτοῦ,autouof it,G0846P-GSN
  1. dan de Dat is, dewijl gij wedergeboren zijt en verlost van de macht der zonde.
  2. zonde niet Dat is, de overblijfselen der verdorvenheid, die in ons tot onze oefening en vernedering overig zijn.
  3. heerse in uw Dat is de overhand hebbe, namelijk over de kracht en bewegingen des Geestes in u. Zie Rom 8:13-14 ; Gal 5:16-18 .
  4. sterfelijk lichaam, Dit wordt gezegd, niet omdat de kwade begeerlijkheden alleen in het lichaam zijn, of haar oorsprong alleen uit het lichaam en niet uit de ziel hebben; want dat strijdt tegen hetgeen Christus zegt Mat 15:18-19 , en Paulus, Gal 5:19-20 ; maar omdat deze kwade begeerlijkheden zich in het lichaam meest openbaren en door het lichaam uitgevoerd worden.
  5. te gehoorzamen Dat is, te volgen of te doen, waar de zonde ons door verscheidene begeerlijkheden toe verlokt Jam 1:14 .

13 En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid.12345

Original Greek

μηδὲmēdeNeitherG3366CONJ-N
παριστάνετεparistanetedo yieldG3936V-PAM-2P
τὰtatheG3588T-APN
μέληmelēmembersG3196N-APN
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ὅπλαhopla[as] instrumentsG3696N-APN
ἀδικίαςadikiasof unrighteousnessG0093N-GSF
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἁμαρτίᾳ,hamartiato sin,G0266N-DSF
ἀλλὰallabutG0235CONJ
παραστήσατεparastēsatedo yieldG3936V-2AAM-2P
ἑαυτοὺςhe'autousyourselvesG1438F-2APM
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T
ὡσεὶhōseiasG5616PREP
ἐκekout fromG1537PREP
νεκρῶνnekrōn[the] deadG3498A-GPM
ζῶνταςzōntaslivingG2198V-PAP-APM
καὶkaiandG2532CONJ
τὰtatheG3588T-APN
μέληmelēmembersG3196N-APN
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
ὅπλαhopla[as] instrumentsG3696N-APN
δικαιοσύνηςdikaiosunēsof righteousnessG1343N-GSF
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ.theōto God.G2316N-DSM-T
  1. der zonde Dat is, tot dienst van de zonde, die in u nog is.
  2. wapenen der ongerechtigheid; Dat is, instrumenten, uitvoerders der ongerechtigheid, gelijk een soldaat met zijne wapenen uitvoert hetgeen hem zijn overste gebiedt.
  3. Gode, Dat is, ten dienste Gods.
  4. uit de doden Dat is, als uit den dood en de macht der zonde verlost en met het leven der gerechtigheid door Christus begaafd.
  5. uw leden Namelijk als die instrumenten zijn der ziel, om uit te voeren hetgeen zij wil of begeert.

14 Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.123

Original Greek

ἁμαρτίαhamartiaSinG0266N-NSF
γὰρgarforG1063CONJ
ὑμῶνhumōnyouG4771P-2GP
οὐounotG3756PRT-N
κυριεύσει·kurieuseiwill rule over;G2961V-FAI-3S
οὐounotG3756PRT-N
γάρgarforG1063CONJ
ἐστεesteyou areG1510V-PAI-2P
ὑπὸhupounderG5259HPREP
νόμονnomonlawG3551N-ASM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὑπὸhupounderG5259HPREP
χάριν.¶charingrace.G5485N-ASF
  1. de zonde In vs.12 was dit ene vermaning, doch hier is het ene belofte, dat de zonde in ons niet zal heersen, zo wij maar daartegen behoorlijk strijden; waarvan de reden in de navolgende woorden wordt gegeven.
  2. onder de wet, Namelijk die wel beveelt wat wij doen moeten, maar geeft de macht niet om te doen wat zij beveelt; verschrikt ons wel door hare dreigementen, maar verkwikt en verwakkert ons niet om de zonde te overwinnen, doordien wij daardoor meer en meer van de zonde worden overtuigd; Rom 7 , en 2Co 3 .
  3. maar onder de genade Namelijk Jezus Christus, die ons niet alleen van de schuld, maar ook van de macht der zonde heeft verlost, en ons door Zijnen Geest de kracht geeft om de zonde met hare begeerten tegen te staan, en te overwinnen. Zie Rom 8:1-3 , Rom 8:13 ; 2Ti 1:7 ; 1Jo 5:4 .

15 Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.1

Original Greek

ΤίTiWhatG5101I-ASN
οὖν;ounthen?G3767CONJ
ἁμαρτήσωμεν,hamartēsōmenShall we sinG0264V-AAS-1P
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐσμὲνesmenwe areG1510V-PAI-1P
ὑπὸhupounderG5259HPREP
νόμονnomonlawG3551N-ASM
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὑπὸhupounderG5259HPREP
χάριν;charingrace?G5485N-ASF
μὴmēNeverG3361PRT-N
γένοιτο.genoitowould it be!G1096V-2ADO-3S
  1. Wat dan? Deze tegenwerping rijst daaruit, dat iemand deze woorden, niet zijn onder de wet, kwalijk had kunnen duiden; namelijk alsof hij dat verstaan had van de gehoorzaamheid der wet, of van den regel der gerechtigheid, die in de wet begrepen is, en het woord genade, van ene toelating of vrijheid van leven zo het elk belieft; hetwelk de apostel in het einde van dit vs. verwerpt en in de navolgende verzen krachtig wederlegt.

16 Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid?1234

Original Greek

οὐκoukNotG3756PRT-N
οἴδατεoidateknow youG6063V-RAI-2P
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ᾧhōto whomG3739R-DSM
παριστάνετεparistaneteyou yieldG3936V-PAI-2P
ἑαυτοὺςhe'autousyourselvesG1438F-2APM
δούλουςdoulous[as] slavesG1401N-APM
εἰςeisforG1519PREP
ὑπακοήν,hupakoēnobedience,G5218N-ASF
δοῦλοίdouloislavesG1401N-NPM
ἐστεesteyou areG1510V-PAI-2P
ᾧhōto him whomG3739R-DSM
ὑπακούετε,hupakoueteyou obey,G5219V-PAI-2P
ἤτοιētoiwhetherG2273COND
ἁμαρτίαςhamartiasof sinG0266N-GSF
εἰςeistoG1519PREP
θάνατονthanatondeathG2288N-ASM
ἢēorG2228CONJ
ὑπακοῆςhupakoēsof obedienceG5218N-GSF
εἰςeistoG1519PREP
δικαιοσύνην;dikaiosunēnrighteousness?G1343N-ASF
  1. ter gehoorzaamheid, Dat is, om dien te gehoorzamen en uzelven te onderwerpen.
  2. der zonde tot den dood, Dat is, der heersende zonde, gelijk voren.
  3. der gehoorzaamheid Namelijk die gij God voor uwe verlossing schuldig zijt.
  4. tot gerechtigheid? Namelijk om gerechtigheid te oefenen.

17 Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt;12

Original Greek

χάριςcharisThanks [be]G5485N-NSF
δὲdehoweverG1161CONJ
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἦτεēteyou wereG1510V-IAI-2P
δοῦλοιdouloislavesG1401N-NPM
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἁμαρτίας,hamartiasof sin,G0266N-GSF
ὑπηκούσατεhupēkousateyou have become obedientG5219V-AAI-2P
δὲdenowG1161CONJ
ἐκekfrom [the]G1537PREP
καρδίαςkardiasheartG2588N-GSF
εἰςeistoG1519PREP
ὃνhonwhichG3739R-ASM
παρεδόθητεparedothēteyou were handed overG3860V-API-2P
τύπονtuponto the formG5179N-ASM
διδαχῆς.¶didachēsof teaching.G1322N-GSF
  1. waart, Namelijk eer gij in Christus hebt geloofd.
  2. aan het voorbeeld der leer, Namelijk des Evangelies, die ene leer is der godzaligheid en gerechtigheid, en gelijk een voorbeeld, dat zodanigen nadruk ook laat in degenen, die haar aannemen, alzo dat zij door de kracht van Gods Geest zichzelven tot navolging derzelver leer ook overgeven.

18 En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid.1

Original Greek

ἘλευθερωθέντεςEleutherōthentesHaving been set freeG1659V-APP-NPM
δὲdenowG1161CONJ
ἀπὸapofromG0575PREP
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἁμαρτίαςhamartiassinG0266N-GSF
ἐδουλώθητεedoulōthēteyou have become slavesG1402V-API-2P
τῇtēa<the>G3588T-DSF
δικαιοσύνῃ.¶dikaiosunēto righteousness.G1343N-DSF
  1. van de zonde, Dat is, van de slavernij der zonde.

19 Ik spreek op menselijke wijze, om der zwakheid uws vleses wil; want gelijk gij uw leden gesteld hebt, om dienstbaar te zijn der onreinigheid en der ongerechtigheid, tot ongerechtigheid, alzo stelt nu uw leden, om dienstbaar te zijn der gerechtigheid, tot heiligmaking.123456

Original Greek

ἈνθρώπινονAnthrōpinonIn human termsG0442A-ASN
λέγωlegōI speakG3004GV-PAI-1S
διὰdiaon account ofG1223PREP
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἀσθένειανastheneianweaknessG0769GN-ASF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
σαρκὸςsarkosfleshG4561N-GSF
ὑμῶν.humōnof you.G4771P-2GP
ὥσπερhōsperFor asG5618CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
παρεστήσατεparestēsateyou yieldedG3936V-AAI-2P
τὰtatheG3588T-APN
μέληmelēmembersG3196N-APN
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
δοῦλαdoula[as] slavesG1401N-APN
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἀκαθαρσίᾳakatharsiato impurityG0167N-DSF
καὶkaiandG2532CONJ
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἀνομίᾳanomiato lawlessnessG0458N-DSF
εἰςeisuntoG1519PREP
τὴνtēn<the>G3588T-ASF
ἀνομίαν,anomianlawlessness,G0458N-ASF
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
νῦνnunnowG3568ADV
παραστήσατεparastēsatedo yieldG3936V-2AAM-2P
τὰtatheG3588T-APN
μέληmelēmembersG3196N-APN
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
δοῦλαdoula[as] slavesG1401N-APN
τῇtēa<the>G3588T-DSF
δικαιοσύνῃdikaiosunēto righteousnessG1343N-DSF
εἰςeisuntoG1519PREP
ἁγιασμόν.hagiasmonsanctification.G0038N-ASM
  1. menselijke wijze, Dat is, bij gelijkenis van zaken, die onder de mensen bekend zijn.
  2. om der zwakheid uws vleses wil; Dat is, opdat gij vanwege de zwakheid uws verstands in geestelijke zaken hetzelve te beter moogt begrijpen, Joh 3:12 .
  3. der onreinigheid Dat is, der vleselijke lusten.
  4. der ongerechtigheid, Dat is, der begeerlijkheden, die strekken tot onderdrukking uws naasten.
  5. tot ongerechtigheid, Dat is, tot volvoering van zulke kwade lusten en begeerlijkheden.
  6. tot heiligmaking Namelijk van uwen handel en wandel voor God en de mensen, gelijk vs.22.

20 Want toen gij dienstknechten waart der zonde, zo waart gij vrij van de gerechtigheid.1

Original Greek

ὅτεhoteWhenG3753CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
δοῦλοιdouloislavesG1401N-NPM
ἦτεēteyou wereG1510V-IAI-2P
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἁμαρτίας,hamartiasof sin,G0266N-GSF
ἐλεύθεροιeleutheroifreeG1658A-NPM
ἦτεēteyou wereG1510V-IAI-2P
τῇtēa<the>G3588T-DSF
δικαιοσύνῃ.dikaiosunēfrom righteousness.G1343N-DSF
  1. vrij van de gerechtigheid Grieks vrij der gerechtigheid; dat is, ontbloot van alle ware gerechtigheid; of der gerechtigheid niet onderworpen, gelijk een vrij mens, die onder niemand staat.

21 Wat vrucht dan hadt gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde derzelve is de dood.123

Original Greek

τίναtinaWhatG5101I-ASM
οὖνounthereforeG3767CONJ
καρπὸνkarponfruitG2590N-ASM
εἴχετεeichetehad youG2192V-IAI-2P
τότε,totethenG5119ADV
ἐφ᾽eph᾽in the [things]G1909PREP
οἷςhoisof whichG3739R-DPN
νῦνnunnowG3568ADV
ἐπαισχύνεσθε;epaischunestheyou are ashamed?G1870V-PNI-2P
τὸtoTheG3588T-NSN
γὰρgarforG1063CONJ
τέλοςtelosendG5056N-NSN
ἐκείνωνekeinōnof those thingsG1565D-GPM
θάνατος.thanatos[is] death.G2288N-NSM
  1. nu Namelijk nadat gij tot kennis zijt gekomen.
  2. schaamt? Dat is, leedwezen hebt en schaamte, over de schandelijkheden, waar gij tevoren behagen in had.
  3. is de dood Namelijk tenzij wij daarvan gerechtvaardigd en geheiligd geweest waren door het bloed en den Geest van Christus; 1Co 6:11 .

22 Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven.123

Original Greek

νυνὶnuniNowG3570ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
ἐλευθερωθέντεςeleutherōthenteshaving been set freeG1659V-APP-NPM
ἀπὸapofromG0575PREP
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἁμαρτίαςhamartiassinG0266N-GSF
δουλωθέντεςdoulōthenteshaving become slavesG1402V-APP-NPM
δὲdenowG1161CONJ
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T
ἔχετεecheteyou haveG2192V-PAI-2P
τὸνtontheG3588T-ASM
καρπὸνkarponfruitG2590N-ASM
ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP
εἰςeisuntoG1519PREP
ἁγιασμόν,hagiasmonsanctification,G0038N-ASM
τὸto<the>G3588T-ASN
δὲdenowG1161CONJ
τέλοςtelosthe endG5056N-ASN
ζωὴνzōēn[is] lifeG2222N-ASF
αἰώνιον.aiōnioneternal.G0166A-ASF
  1. van de zonde vrijgemaakt zijnde, Dat is, van de slavernij der zonde, gelijk voren.
  2. Gode dienstbaar gemaakt zijnde, Dat is, bekwaam en gewillig om God te dienen.
  3. tot heiligmaking, Namelijk in dit leven, gelijk vs.19. Zie 1Th 4:3 .

23 Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.1234

Original Greek

τὰtaTheG3588T-NPN
γὰρgarforG1063CONJ
ὀψώνιαopsōniawagesG3800N-NPN
τῆςtēs<the>G3588T-GSF
ἁμαρτίαςhamartiasof sinG0266N-GSF
θάνατος,thanatos[is] death,G2288N-NSM
τὸto<the>G3588T-NSN
δὲdebutG1161CONJ
χάρισμαcharismathe giftG5486N-NSN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ζωὴzōēlifeG2222N-NSF
αἰώνιοςaiōnioseternalG0166A-NSF
ἐνeninG1722PREP
ΧριστῷChristōChristG5547N-DSM-T
ἸησοῦIēsouJesusG2424GN-DSM-P
τῷtōtheG3588T-DSM
κυρίῳkuriōLordG2962GN-DSM-T
ἡμῶν.¶hēmōnof us.G3165P-1GP
  1. de bezoldiging der zonde Grieks bezoldingen; ene gelijkenis, genomen van de krijgslieden, die ten einde van hun dienst hunne betaling of soldij krijgen.
  2. de dood, Namelijk niet alleen de tijdelijke, maar ook de eeuwige, gelijk uit het navolgende lid blijkt.
  3. de genadegift Gods Namelijk die wij door Christus verkrijgen in onze heiligmaking, waarvan hij hier spreekt.
  4. is het eeuwige leven, Dat is, heeft tot een einde het eeuwige leven, gelijk gesproken wordt vs.22; niet dat dezelve zulks verdient [want dan zou het niet zijn ene genadegift], maar omdat Christus ons zulks verdiend heeft, en uit genade zal schenken, gelijk de volgende woorden, door Jezus Christus onzen Heere, bewijzen.