reltext

Chapter 9

1 Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet ( mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest),123

Original Greek

ἈλήθειανAlētheian[The] truthG0225N-ASF
λέγωlegōI speakG3004GV-PAI-1S
ἐνeninG1722PREP
Χριστῷ,ChristōChrist,G5547N-DSM-T
οὐouNotG3756PRT-N
ψεύδομαι,pseudomaiI am lying,G5574V-PNI-1S
συμμαρτυρούσηςsummarturousēswhile is bearing witnessG4828V-PAP-GSF
μοιmoiwith meG3165P-1DS
τῆςtēstheG3588T-GSF
συνειδήσεώςsuneidēseōsconscienceG4893N-GSF
μουmouof mineG3165P-1GS
ἐνenin [the]G1722PREP
πνεύματιpneumatiSpiritG4151GN-DSN
ἁγίῳ,hagiōHoly,G0040GA-DSN
  1. in Christus, Dat is, bij Christus, zoals het woordje in genomen wordt Mat 5:34-36 . En dit is ene wijze van eedzwering, die de Schrift in zaken van gewicht meer gebruikt. Of, gelijk het dien betaamt, die in Christus is, dat is, die een lid van Christus is. Zie Gen 22:16 ; 2Co 12:2 .
  2. Mede getuigenis Namelijk dat ik alzo in mijn hart gevoel, gelijk ik spreek of schrijf; 2Co 1:12 .
  3. door den Heiligen Geest), Dit voegt de apostel er bij om te bewijzen dat hetgeen hij hier zal zeggen, niet voortkomt uit zekere haastige onbedachtzaamheid of vleselijke beweging, maar uit een ernstig gemoed, hetwelk door den Heiligen Geest bewogen wordt.

2 Dat het mij een grote droefheid, en mijn hart een gedurige smart is.1

Original Greek

ὅτιhotithatG3754GCONJ
λύπηlupēgriefG3077N-NSF
μοίmoito meG3165P-1DS
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
μεγάληmegalēgreatG3173A-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀδιάλειπτοςadialeiptosunceasingG0088A-NSF
ὀδύνηodunēsorrowG3601N-NSF
τῇtēain theG3588T-DSF
καρδίᾳkardiaheartG2588N-DSF
μου.mouof me.G3165P-1GS
  1. een grote droefheid, Namelijk dat ik zie, dat het volk der Joden zoveel openlijke tekenen geven van het verachten, verwerpen en vervolgen der Evangelische leer, zodat zij van God en Christus verworpen zijn, gelijk uit vs.3 blijkt.

3 Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus, voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees;1234

Original Greek

ηὐχόμηνēuchomēnwas wishingG2172V-INI-1S
γὰρgarforG1063CONJ
ἀνάθεμαanathemaa curseG0331N-NSN
εἶναιeinaito beG1511V-PAN
αὐτὸςautos[my]selfG0846P-NSM
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
ἀπὸaposeparated fromG0575PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ΧριστοῦChristouChristG5547N-GSM-T
ὑπὲρhuperforG5228PREP
τῶνtōntheG3588T-GPM
ἀδελφῶνadelphōnbrothersG0080N-GPM
μουmouof mineG3165P-1GS
τῶνtōntheG3588T-GPM
συγγενῶνsungenōnkinsmenG4773A-GPM
μουmouof mineG3165P-1GS
κατὰkataaccording toG2596PREP
σάρκα·sarka[the] flesh;G4561N-ASF
  1. ik zou zelf wel wensen Namelijk indien het mogelijk of Gods wil ware, gelijk Christus in een dergelijke niet te behoren bede deze voorwaarde daarbij voegt; Mat 26:39 .
  2. verbannen te zijn Grieks, Anathema; dat is, ene verbanning of ene vervloeking te zijn. Zie Gal 1:8 , en de aantekeningen op Act 23:12 . Niet dat de apostel zou wensen verstokt of verhard te zijn tegen Christus, gelijk zij waren; want dit kan van geen godzalig mens gewenst worden; maar hij wenst door een overvloeiende liefde, die zich nochtans altijd aan Gods wil onderwerpt, de straf, die hun vanwege hunne verhardheid in Gods rechtvaardig oordeel te verwachten stond, in hunne plaats te mogen dragen, opdat zij van hunne verhardheid en verbanning mochten bevrijd worden, gelijk ook Mozes gedaan heeft voor de Israëlieten; Exo 32:32 . Zie ook 1Jo 3:16 .
  3. van Christus, Dat is, van Christus' aanschijn.
  4. naar het vlees; Dat is, naar de uitwendige en natuurlijke afkomst; Gen 29:14 .

4 Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen;12345678

Original Greek

οἵτινέςoitineswhoG3748R-NPM
εἰσινeisinareG1510V-PAI-3P
Ἰσραηλῖται,IsraēlitaiIsraelites,G2475N-NPM-PG
ὧνhōnwhose [is]G3739R-GPM
ἡhētheG3588T-NSF
υἱοθεσίαhuiothesiadivine adoption as sonsG5206N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
δόξαdoxagloryG1391N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
αἱhaitheG3588T-NPF
διαθῆκαιdiathēkaicovenantsG1242N-NPF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
νομοθεσίαnomothesialawgivingG3548N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
λατρείαlatreiaserviceG2999N-NSF
καὶkaiandG2532CONJ
αἱhaitheG3588T-NPF
ἐπαγγελίαι,epangeliaipromises,G1860N-NPF
  1. Welke In deze twee verzen verhaalt hij de voordelen die de Joden boven andere volken in het Oude Testament gehad hadden, om te tonen dat hij niet zonder grote reden zulk een wens deed; en dat hetgeen hij hierna van de Joden en hunne verwerping zou verklaren, niet voortkwam uit enige kwaadwilligheid jegens hen, of kleinachting van hen, maar alleen uit een heiligen ijver tot verdediging van Gods eer, waarheid en trouw in het volbrengen van zijne beloften.
  2. Israëlieten zijn, Dit is de eerste eretitel van de Joden, dat zij afkomstig waren van Jakob, die van God zelf, toen Hij met hem om den zegen geworsteld had, Israël, dat is een overwinnaar van God, is genaamd; Gen 32:28 .
  3. de aanneming tot kinderen, Dat is niet te verstaan van die aanneming tot kinderen, waarvan de apostel spreekt Rom 8:15 , Rom 8:29 ; Eph 1:5 ; want die kan ons niemand ontvreemden, Rom 8:38-39 ; maar van de aanneming van dit volk boven nadere volken tot een volk van God; Exo 4:22 ; Deu 4:7 en Deu 7:6 ; Jer 31:20 .
  4. de heerlijkheid, Waardoor verstaan wordt òf al de heerlijkheid, waarmede God hen verhoogd heeft boven anderen, door vele wonderbare verlossingen; òf de ark des verbonds, die de heerlijkheid van God genaamd wordt, 1Sa 4:21-22 , omdat de cherubijnen der heerlijkheid die bedekten, en deze een schaduw en teken was van Gods heerlijkheid en majesteit; Psa 26:8 ; Heb 9:5 .
  5. de verbonden, Dat is, de tafelen van het verbond, of van de wet; Deu 9:11 ; Heb 9:4 .
  6. de wetgeving, Namelijk die van God zelf uit den hemel is geschied; Deu 4:8 , Deu 4:32 , of, de wetgeving, wetzetting; en kan verstaan worden de wet der politie, gelijk in het vorafgaande de wet der zeden.
  7. de dienst van God, Namelijk der ceremoniën, die God door de priesters, eerst in den tabernakel en daarna in den tempel, wilde gepleegd hebben.
  8. de beloftenissen; Namelijk van den Messias en Zijne weldaden, aan Abraham eerst gedaan, en door Mozes en andere profeten menigmalen vernieuwd; Act 2:39 ; Eph 2:12 .

5 Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.12345

Original Greek

ὧνhōnwhose [are]G3739R-GPM
οἱhoitheG3588T-NPM
πατέρεςpaterespatriarchsG3962N-NPM
καὶkaiandG2532CONJ
ἐξexfromG1537PREP
ὧνhōnwhom [is]G3739R-GPM
ὁho<the>G3588T-NSM
ΧριστὸςChristosChristG5547N-NSM-T
τὸto<the>G3588T-ASN
κατὰkataaccording toG2596PREP
σάρκα,sarkathe flesh,G4561N-ASF
ὁhowhoG3588T-NSM
ὢνōnis beingG1510V-PAP-NSM
ἐπὶepioverG1909PREP
πάντωνpantōnallG3956A-GPN
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
εὐλογητὸςeulogētosblessedG2128A-NSM
εἰςeistoG1519PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
αἰῶνας,aiōnasages,G0165HN-APM
ἀμήν.¶amēnAmen.G0281INJ-HEB
  1. Welker zijn de vaders, Dat is, welke afkomstig zijn van de patriarchen en andere voorvaders, die Gods vrienden en profeten waren.
  2. uit welke Christus is, Namelijk Joden, zoals het woordje en aanwijst. Want Christus is gesproten uit den stam van Juda; Heb 7:14 ; Rev 5:5 .
  3. zoveel het vlees aangaat, Of, naar het vlees, dat is, naar Zijn menselijke natuur; Rom 1:3 .
  4. boven allen Namelijk dingen, namelijk naar Zijn goddelijke natuur.
  5. te prijzen in der eeuwigheid Door dezen titel wordt de waarachtige en eeuwige God onderscheiden van alle anderen, wien deze naam zou mogen gegeven worden; Rom 1:25 . Zodat daarmede de Heere Christus verklaard wordt te zijn de waarachtige en eeuwige God met den Vader en den Heiligen Geest.

6 Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.123456

Original Greek

ΟὐχOuch[It is] notG3756PRT-N
οἷονhoionasG3634K-NSN
δὲdehoweverG1161CONJ
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ἐκπέπτωκενekpeptōkenhas failedG1601V-RAI-3S
ὁhotheG3588T-NSM
λόγοςlogoswordG3056N-NSM
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T
οὐouNotG3756PRT-N
γὰρgarforG1063CONJ
πάντεςpantesallG3956A-NPM
οἱhoiwho [are]G3588T-NPM
ἐξexofG1537PREP
ἸσραὴλIsraēlIsraelG2474N-GSM-L
οὗτοιhoutoi[are] theseG3778D-NPM
Ἰσραήλ·IsraēlIsrael;G2474N-NSM-L
  1. Doch ik zeg Of, doch het is niet mogelijk, dat het woord van God uitgevallen is. Hier begint de apostel een grote zwarigheid te beantwoorden, die tegen zijn vorafgaande leer kon ingebracht worden, namelijk hoe het kon geschieden, dat de rechtvaardigheid en heiligheid alleen door het geloof in Jezus Christus wordt verkregen, daar de Joden, met wie God Zijn Verbond gemaakt had, en aan wie de beloften van de rechtvaardigheid door den Messias voornamelijk geschied waren, Christus en het geloof in Hem verwierpen; het zou dan mogen geschenen hebben dat de beloften Gods krachteloos waren geworden; waarop de apostel antwoordt dat deze beloften niet eigenlijk waren geschied aan de vleselijke nakomelingen, van Abraham, maar aan degenen, die God zo uit zijn geslacht als uit de heidenen, daartoe ook krachtiglijk naar Zijn eeuwige verkiezing zou roepen; latende de anderen, door een rechtvaardig en ondoorgrondelijk oordeel, in hunne verdorvenheid verharden.
  2. dit] niet, Namelijk van de verwerping der Joden, vs.3.
  3. het woord Gods Dat is, de beloften van God aan Abraham en zijne nakomelingen gedaan, en door de profeten doorgaans herhaald.
  4. uitgevallen; Dat is, teniet of krachteloos gemaakt, gelijk een aarden pot, iemand ontvallende, in stukken gebroken wordt.
  5. die zijn niet allen Israël, Dat is, rechte Israëlieten, daar Gods beloften eigenlijk op gezien hebben.
  6. die uit Israël zijn Dat is, van Jakob afkomstig zijn.

7 Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden.123

Original Greek

οὐδ᾽oud᾽NorG3761CONJ-N
ὅτιhotibecauseG3754HCONJ
εἰσὶνeisinthey areG1510V-PAI-3P
σπέρμαspermaseedG4690GN-NSN
ἈβραὰμAbraamof AbrahamG0011N-GSM-P
πάντεςpantes[are] allG3956A-NPM
τέκνα,teknachildren,G5043N-NPN
ἀλλ᾽all᾽ratherG0235CONJ
ἐνenInG1722PREP
ἸσαὰκIsaakIsaacG2464N-DSM-P
κληθήσεταίklēthēsetaiwill be namedG2564HV-FPI-3S
σοιsoito youG4771P-2DS
σπέρμα.spermaoffspring.G4690GN-NSN
  1. Abrahams zaad zijn, Dat is, van Abraham naar het vlees geboren.
  2. kinderen; Dat is, ware kinderen en erfgenamen der beloften.
  3. het zaad genoemd worden Dat is, het ware zaad, dat een erfgenaam zal zijn der beloften; en niet in Ismaë, die van de beloofde erve uitgesloten is, hoewel hij ook van Abraham vleselijk geboren was.

8 Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.123

Original Greek

τοῦτ᾽tout᾽ThatG3778D-NSN
ἔστιν,estinisG1510V-PAI-3S
οὐounotG3756PRT-N
τὰtatheG3588T-NPN
τέκναteknachildrenG5043N-NPN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
σαρκὸςsarkosfleshG4561N-GSF
ταῦταtautathese [are]G3778D-NPN
τέκναteknachildrenG5043N-NPN
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ,theouof God,G2316N-GSM-T
ἀλλὰallabutG0235CONJ
τὰtatheG3588T-NPN
τέκναteknachildrenG5043N-NPN
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἐπαγγελίαςepangeliaspromiseG1860N-GSF
λογίζεταιlogizetaiare regardedG3049V-PNI-3S
εἰςeisasG1519PREP
σπέρμα.spermaoffspring.G4690GN-ASN
  1. de kinderen des vleses, Dat is, die alleen naar het vlees uit Abraham geboren zijn.
  2. de kinderen der beloftenis Dat is, die, gelijk Izak, uit kracht der belofte Gods, tegen den loop der natuur geboren is, alzo ook door kracht van Gods verkiezing en belofte tot het geloof zouden gebracht worden.
  3. worden voor het zaad gerekend Namelijk aan welke God Zijn geestelijken zegen en Zijn erfdeel belooft.

9 Want dit is het woord der beloftenis: Omtrent dezen tijd zal Ik komen, en Sara zal een zoon hebben.1

Original Greek

ἐπαγγελίαςepangeliasOf [the] promiseG1860N-GSF
γὰρgarforG1063CONJ
ὁhotheG3588T-NSM
λόγοςlogoswordG3056N-NSM
οὗτος·houtos[is] this:G3778D-NSM
κατὰkataAtG2596PREP
τὸνton<the>G3588T-ASM
καιρὸνkairontimeG2540N-ASM
τοῦτονtoutonthisG3778D-ASM
ἐλεύσομαιeleusomaiI will comeG2064V-FDI-1S
καὶkaiandG2532CONJ
ἔσταιestaithere will beG1510V-FDI-3S
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ΣάρρᾳSarrato SarahG4564N-DSF-P
υἱός.¶huiosa son.G5207N-NSM
  1. Omtrent dezen tijd zal Ik komen, Namelijk in het toekomende jaar.

10 En niet alleenlijk deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit een bevrucht was, namelijk Izaak, onzen vader.1

Original Greek

ΟὐOuNotG3756PRT-N
μόνονmonononlyG3441A-ASN
δέ,dethen,G1161CONJ
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ῬεβέκκαRhebekkaRebeccaG4479N-NSF-P
ἐξexbyG1537PREP
ἑνὸςhenosoneG1520A-GSM
κοίτηνkoitēnconceptionG2845N-ASF
ἔχουσαechousahavingG2192V-PAP-NSF
ἸσαὰκIsaakIsaacG2464N-GSM-P
τοῦtoutheG3588T-GSM
πατρὸςpatrosfatherG3962N-GSM
ἡμῶν·hēmōnof us;G3165P-1GP
  1. En niet alleenlijk deze, Omdat in het voorgaande voorbeeld enige ongelijkheid scheen te zijn, waarom God Izak boven Ismaël verkoren had, als die een zoon was van ene dienstmaagd en nu tot enige jaren gekomen, waarin hij enige tekenen van verkeerdheid getoond had, zo komt hij nu tot het tweede voorbeeld van Ezau en Jakob, waarin gene ongelijkheid tussen de personen, noch in hunne geboorte noch in hunne werken, kon bespeurd worden, maar alleen door Gods genadige en onverdiende verkiezing.

11 Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende;1234

Original Greek

μήπωmēpōnot yetG3361PRT-N + G4452
γὰρgarforG1063CONJ
γεννηθέντωνgennēthentōnhaving been bornG1080V-APP-GPM
μηδὲmēdenorG3366CONJ-N
πραξάντωνpraxantōnhaving doneG4238V-AAP-GPM
τιtianythingG5100X-ASN
ἀγαθὸνagathongoodG0018A-ASN
ἢēorG2228CONJ
φαῦλον,phaulonevil,G5337A-ASN
ἵναinaso thatG2443CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
κατ᾽kat᾽according toG2596PREP
ἐκλογὴνeklogēnelectionG1589N-ASF
πρόθεσιςprothesispurposeG4286N-NSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
μένῃ,menēmay stand,G3306V-PAS-3S
  1. nog niet geboren waren, Dat is, nog in het lichaam van de moeder waren; Gen 25:22-23 .
  2. noch iets goeds Namelijk waardoor zij van elkander konden worden onderscheiden; want anderszins waren zij alrede in zonden ontvangen, en in het lichaam der moeder levende, toen dit goddelijke antwoord over hen geschiedde. Zodat God op het geloof in hen niet heeft gezien, dewijl de ware gelovigen niet kunnen gezegd worden den ongelovigen gelijk te zijn, alzo zij, door den Geest Gods geheiligd zijnde, beter zijn dan de ongelovigen; Rom 5:19 .
  3. het voornemen Gods, Dat is, het genadige besluit van God, van sommigen uit het menselijke geslacht in Christus te verkiezen; Eph 1:4 . Of, opdat het voornemen, dat naar de verkiezing Gods is, vast bleve.
  4. uit den Roepende; Dat is, uit de onverdiende genade en gunst van God, die degenen, die Hij uitverkoren heeft, ook krachtiglijk roept en tot het geloof en de godzaligheid brengt, Rom 8:30 ; 2Ti 1:9 . Zie ook Gal 5:8 ; 1Th 2:12 . Zo is het dan niet uit het geloof, want hetzelve is niet in den roependen God, maar in den geroepen mens.

12 Zo werd tot haar gezegd: De meerdere zal den mindere dienen.12

Original Greek

ἐρρέθηerrethē[12] it was saidG2046V-API-3S
αὐτῇautēato herG0846P-DSF
ὅτιhotithatG3754GCONJ
ὁhoTheG3588T-NSM
μείζωνmeizōnolderG3173A-NSM-C
δουλεύσειdouleuseiwill serveG1398V-FAI-3S
τῷtōtheG3588T-DSM
ἐλάσσονι·elassoniyounger;G1640A-DSM-C
  1. De meerdere Dat is, de oudste; alzo Ezau de eerstgeborene zijn zou en Jakob de laatstgeborene; Gen 25:25-26 .
  2. mindere dienen Dit wordt niet verstaan van een uiterlijken dienst of heerschappij, want Ezau heeft Jakob aldus niet gediend, maar van de eeuwige en geestelijke heerschappij, die de kinderen Gods hiernamaals zullen hebben, waarvan de erve en de heerschappij in het land Kanaän een voorbeeld was; Heb 11:13-16 , en waarvan Ezau is verstoken geweest.

13 Gelijk geschreven is: Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.1

Original Greek

καθὼςkathōsEven asG2531CONJ
γέγραπται·gegraptaiit has been written:G1125V-RPI-3S
τὸνton<the>G3588T-ASM
ἸακὼβIakōbJacobG2384HN-ASM-P
ἠγάπησα,ēgapēsaI loved,G0025V-AAI-1S
τὸνton<the>G3588T-ASM
δὲdebutG1161CONJ
ἨσαῦĒsauEsauG2269HN-ASM-L
ἐμίσησα.¶emisēsaI hated.G3404V-AAI-1S
  1. Jakob heb Ik liefgehad, Omdat het woord dienen niet klaar genoeg scheen, om de verkiezing van Jakob en de verwerping van Ezua in Gods voornemen uit te drukken, zo brengt de apostel deze plaats, Mal 1:2 , er nog bij, tot verklaring van het eerste, en bewijst dat deze dienst of onderwerping van Ezau aan Jakob met Gods eeuwige en onverdiende liefde jegens Jakob en rechtvaardigen haat tegen Ezau gevoegd was; gelijk uit het volgende breder blijkt.

14 Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Dat zij verre.1

Original Greek

ΤίTiWhatG5101I-ASN
οὖνounthenG3767CONJ
ἐροῦμεν;eroumenwill we say?G4483V-FAI-1P
μὴmēNotG3361PRT-N
ἀδικίαadikiainjusticeG0093N-NSF
παρὰparawithG3844PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ;theōGod [is there]?G2316N-DSM-T
μὴmēNeverG3361PRT-N
γένοιτο.genoitowould it be!G1096V-2ADO-3S
  1. Is er onrechtvaardigheid bij God? Namelijk dat Hij de mensen, die den anderen gelijk zijn, zo ongelijk behandelt, alzo dat Hij den een liefheeft en verkiest, en den ander haat en verwerpt. Dit dunkt de natuurlijke rede vreemd; doch de apostel antwoordt dat hierin gene ongerechtigheid is, omdat God dengene, dien Hij verkiest, uit genade verkiest, en dengene, dien Hij verwerpt, rechtvaardiglijk verwerpt, hetwelk hij uit Gods Woord bewijst: het eerste met het voorbeeld van Mozes, en het andere met dat van Farao.

15 Want Hij zegt tot Mozes: Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.12

Original Greek

τῷtō<the>G3588T-DSM
ΜωϋσεῖMōuseiTo MosesG3475N-DSM-P
γὰρgarforG1063CONJ
λέγει·legeiHe says:G3004GV-PAI-3S
ἐλεήσωeleēsōI will show mercy toG1653V-FAI-1S
ὃνhonwhomG3739R-ASM
ἂνanmaybeG0302PRT
ἐλεῶeleōI may show mercyG1653V-PAS-1S
καὶkaiandG2532CONJ
οἰκτιρήσωoiktirēsōI will have compassion onG3627V-FAI-1S
ὃνhonwhomG3739R-ASM
ἂνanmaybeG0302PRT
οἰκτίρω.oiktirōI may have compassion.G3627V-PAS-1S
  1. Ik zal Mij ontfermen, Dat is, Ik zal met de daad en gestadig mij blijven ontfermen; of, meer en meer mij ontfermen.
  2. diens Ik Mij ontferm, Dat is, wien Ik voorgenomen heb mij te ontfermen; of, wiens Ik heb begonnen mij te ontfermen. Alzo, dat door de verdubbeling dezer woorden de eerste oorsprong en de volharding daarin verstaan wordt. Is het dan ontferming, zo is het gene ongerechtigheid, want ontferming ziet op de ellende des mensen en is ene weldaad die onverdiend is en uit enkele goedwilligheid voorkomt, en van gene onrechtvaardigheid kan beschuldigd worden, zo hierdoor niemand wordt verongelijkt.

16 Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods.12

Original Greek

ἄραaraSoG0686CONJ
οὖνounthenG3767CONJ
οὐou[it is] notG3756PRT-N
τοῦtouof the [one who is]G3588T-GSM
θέλοντοςthelontoswillingG2309V-PAP-GSM
οὐδὲoudenorG3761CONJ-N
τοῦtouof the [one who is]G3588T-GSM
τρέχοντοςtrechontosrunningG5143V-PAP-GSM
ἀλλὰallabutG0235CONJ
τοῦtouof the [one who is]G3588T-GSM
ἐλεῶντοςeleōntosshowing mercyG1653V-PAP-GSM
θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T
  1. desgenen, die wil, Dat is, des mensen, die, door zijn goeden wil en goeden loop zijns levens, God er toe zou bewegen; Rom 11:35 ; Phi 2:13 , daar niemand dit van zichzelven heeft.
  2. des ontfermenden Gods Namelijk die dit alles besluiten doet naar het welbehagen Zijns willens, vs.18; Eph 1:11 .

17 Want de Schrift zegt tot Farao: Tot ditzelve heb Ik u verwekt, opdat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en opdat Mijn Naam verkondigd worde op de ganse aarde.12

Original Greek

λέγειlegeiSaysG3004GV-PAI-3S
γὰρgarforG1063CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
γραφὴgraphēScriptureG1124N-NSF
τῷtō<the>G3588T-DSM
ΦαραὼPharaōto PharaohG5328IN-DSM-T
ὅτιhotithatG3754GCONJ
εἰςeisForG1519PREP
αὐτὸautothis veryG0846P-ASN
τοῦτοtoutothereforeG3778D-ASN
ἐξήγειράexēgeiraI have raised upG1825V-AAI-1S
σεseyouG4771P-2AS
ὅπωςhopōsso thatG3704CONJ
ἐνδείξωμαιendeixōmaiI may showG1731V-AMS-1S
ἐνeninG1722PREP
σοὶsoiyouG4771P-2DS
τὴνtēntheG3588T-ASF
δύναμίνdunaminpowerG1411N-ASF
μουmouof MineG3165P-1GS
καὶkaiandG2532CONJ
ὅπωςhopōsthatG3704CONJ
διαγγελῇdiangelēamay be declaredG1229V-2APS-3S
τὸtotheG3588T-ASN
ὄνομάonomanameG3686N-ASN
μουmouof MeG3165P-1GS
ἐνeninG1722PREP
πάσῃpasēallG3956A-DSF
τῇtēatheG3588T-DSF
γῇ.gēaearth.G1093GN-DSF
  1. tot Faraö Met dit voorbeeld van Farao bewijst hij het tweede lid van het antwoord op de voorgaande tegenwerping, namelijk dat er ook gene onrechtvaardigheid is ten aanzien van degenen, die in hunne zonden worden verlaten en verworpen, dewijl God zulks rechtvaardiglijk doet en tot eer van Zijnen naam richt.
  2. verwekt, Dit woord verwekken kan genomen worden, òf voor de verwekking van Farao tot het koninkrijk, òf voor zijne behoudenis in het midden van al de plagen, die God over hem en zijn volk had gebracht. En ook wordt tevens daaronder verstaan zijne verharding tegen het volk Israëls en Gods bevel, gelijk uit het besluit van Paulus in vs.18 blijkt; niet dat Hij hem tot zondigen zou hebben verwekt, hetwelk niet zijn kan, Jam 1:13 , maar omdat Hij hem rechtvaardig in zijne zonden heeft verlaten, en aan zijn eigen boze en hoogmoedige begeerten overgegeven, waardoor hij tegen God en Zijn gebod zolang heeft geworsteld, totdat God de verdiende straf over hem heeft uitgevoerd, en Zijne eer en macht alzo voor de gehele wereld aan hem betoond. Zie Pro 16:4 ; Hab 1:12 .

18 Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil.12

Original Greek

ἄραaraSoG0686CONJ
οὖνounthenG3767CONJ
ὃνhonto whomG3739R-ASM
θέλειtheleiHe wantsG2309V-PAI-3S
ἐλεεῖ,eleeiHe shows mercy,G1653V-PAI-3S
ὃνhonwhomG3739R-ASM
δὲdenowG1161CONJ
θέλειtheleiHe wantsG2309V-PAI-3S
σκληρύνει.¶sklēruneiHe hardens.G4645V-PAI-3S
  1. verhardt, dien Hij Dat is, neemt de hardigheid des harten, die zij van zichzelven hebben, niet weg, maar geeft hen over tot dezelve. Zie hiervan breder in de aantekening op Rom 1:24 .
  2. wil Het woord willen wordt hier niet genomen voor een wil, die geen reden zou hebben van Zijn doen. Want de wil Gods is een regel van alle rechtvaardigheid, Deu 32:4 , en is nimmermeer gescheiden van Zijne wijsheid en rechtvaardigheid, al is het dat de redenen daarvan ons niet zijn geopenbaard, of ons verstand teboven gaan; Rom 11:33-34 , waarmede wij ons ook altijd moeten tevreden houden. En dit is het besluit van Paulus uit de voorgaande voorbeelden van Mozes en Farao.

19 Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan?1

Original Greek

ἘρεῖςEreisYou will sayG4483V-FAI-2S
μοιmoito meG3165P-1DS
οὖν·ounthen:G3767CONJ
τίtiWhyG5101I-ASN
οὖνounthenG3767CONJ
ἔτιetistillG2089ADV
μέμφεται;memphetaidoes He find fault?G3201V-PNI-3S
τῷtōTheG3588T-DSN
γὰρgarforG1063CONJ
βουλήματιboulēmatipurposeG1013N-DSN
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
τίςtiswhoG5101I-NSM
ἀνθέστηκεν;anthestēkenhas been resisting?G0436V-RAI-3S
  1. Wat klaagt Hij dan nog? Of, wat beschuldigt en toornt Hij nog? namelijk over degenen, die Hij verhardt, overmits zij naar Zijn wil, die onwederstandelijk is, verhard worden. Dit is een nieuwe tegenwerping des vleesches tegen de voorgaande woorden van Paulus, waarop het antwoord volgt.

20 Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt?123

Original Greek

ὦōOG5599INJ
ἄνθρωπε,anthrōpeman,G0444N-VSM
μενοῦνγε,menoungebut rather,G3304PRT
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
τίςtiswhoG5101I-NSM
εἶeiareG1510V-PAI-2S
ὁhowhoG3588T-NSM
ἀνταποκρινόμενοςantapokrinomenosis answering againstG0470V-PNP-NSM
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷ;theōto God?G2316N-DSM-T
μὴmēNotG3361PRT-N
ἐρεῖereiwill sayG4483V-FAI-3S
τὸtotheG3588T-NSN
πλάσμαplasmathing formedG4110N-NSN
τῷtōto the [One]G3588T-DSM
πλάσαντι·plasantihaving formed [it];G4111V-AAP-DSM
τίtiWhyG5101I-ASN
μεmemeG3165P-1AS
ἐποίησαςepoiēsasdid you makeG4160HV-AAI-2S
οὕτως;houtōslike this?G3779ADV
  1. o mens, In dit woord mens is de eerste reden van antwoord, dewijl een broos mens niet behoort tegen God te twisten, als te gering en onbekwaam zijnde om over Gods doen te oordelen.
  2. tegen God antwoordt? Of, God tegenspreekt?
  3. het maaksel tot dengene, Dit is het tweede deel van Paulus' antwoord, waarmede hij toont dat het den mens onbetamelijk is aan God redenen van zijn doen af te eisen, dewijl God zijn Schepper is, en hij Zijn maaksel of schepsel. Zie Isa 45:9 .

21 Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken, het ene vat ter ere, en het andere ter onere?1234

Original Greek

ἢēOrG2228CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἔχειecheihasG2192V-PAI-3S
ἐξουσίανexousianauthorityG1849N-ASF
ὁhotheG3588T-NSM
κεραμεὺςkerameuspotterG2763GN-NSM
τοῦtouover theG3588T-GSM
πηλοῦpēlouclayG4081N-GSM
ἐκekout ofG1537PREP
τοῦtoutheG3588T-GSN
αὐτοῦautousameG0846P-GSN
φυράματοςphuramatoslumpG5445N-GSN
ποιῆσαιpoiēsaito makeG4160GV-AAN
ὃhooneG3739R-ASN
μὲνmenindeedG3303PRT
εἰςeisuntoG1519PREP
τιμὴνtimēnhonorG5092N-ASF
σκεῦοςskeuosvesselG4632N-ASN
ὃhooneG3739R-ASN
δὲdehoweverG1161CONJ
εἰςeisuntoG1519PREP
ἀτιμίαν;¶atimiandishonor?G0819N-ASF
  1. Of heeft de pottenbakker Dit is de derde reden van Paulus' antwoord, genomen van het recht en de macht van God over alle mensen, die niet minder is dan de macht van den pottenbakker over zijn leem.
  2. uit denzelfden klomp Waardoor afgebeeld wordt de oorsprong van het gehele verdorven menselijke geslacht uit eenen bloede; Act 17:26 .
  3. ter ere, Dat is, tot eerlijk gebruik; 2Ti 2:20 .
  4. ter onere? Dat is, tot slechter of verachtelijker gebruik.

22 En of God, willende Zijn toorn bewijzen, en Zijn macht bekend maken, met vele lankmoedigheid verdragen heeft de vaten des toorns, tot het verderf toebereid;123

Original Greek

ΕἰEiWhat ifG1487GCOND
δὲdenowG1161CONJ
θέλωνthelōndesiringG2309V-PAP-NSM
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
ἐνδείξασθαιendeixasthaito showG1731V-AMN
τὴνtēntheG3588T-ASF
ὀργὴνorgēnwrathG3709N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
γνωρίσαιgnōrisaito make knownG1107V-AAN
τὸtotheG3588T-ASN
δυνατὸνdunatonpowerG1415A-ASN
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἤνεγκενēnegkenboreG5342V-AAI-3S
ἐνenwithG1722PREP
πολλῇpollēamuchG4183A-DSF
μακροθυμίᾳmakrothumiapatienceG3115N-DSF
σκεύηskeuē[the] vesselsG4632N-APN
ὀργῆςorgēsof wrathG3709N-GSF
κατηρτισμέναkatērtismenafittedG2675V-RPP-APN
εἰςeisforG1519PREP
ἀπώλειαν,apōleiandestruction,G0684N-ASF
  1. En of God, Dit is de vierde reden van Paulus' antwoord, genomen van het loffelijk einde, waarom God zulks doet, namelijk om toorn, dat is, rechtvaardige straf, te oefenen tegen de vaten des toorns, nadat Hij die met veel lankmoedigheid in hunne verdorvenheid en wederspannigheid heeft verdragen.
  2. de vaten des toorns, Dat is, over welke God Zijn rechtvaardigen toorn voorgenomen heeft te bewijzen.
  3. tot het verderf toebereid; Namelijk ten dele door henzelven, daar zij in hunne verdorvenheid en wederspannigheid een vermaak hebben: en ten dele door Gods rechtvaardig oordeel die hen daarin heeft willen verlaten en tot de verdiende straf brengen, gelijk aan Farao is geschied.

23 En opdat Hij zou bekend maken den rijkdom Zijner heerlijkheid over de vaten der barmhartigheid, die Hij te voren bereid heeft tot heerlijkheid?123

Original Greek

καὶkaialsoG2532CONJ
ἵναinathatG2443CONJ
γνωρίσῃgnōrisēHe may make knownG1107V-AAS-3S
τὸνtontheG3588T-ASM
πλοῦτονploutonrichesG4149N-ASM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
δόξηςdoxēsgloryG1391N-GSF
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἐπὶepiuponG1909PREP
σκεύηskeuē[the] vesselsG4632N-APN
ἐλέουςeleousof mercyG1656N-GSN
ἃhawhichG3739R-APN
προητοίμασενproētoimasenHe prepared beforehandG4282V-AAI-3S
εἰςeisforG1519PREP
δόξαν;doxanglory?G1391N-ASF
  1. opdat Hij zou bekend maken Dit is het andere einde, hetwelk God voorgehad heeft in het verkiezen van de Zijnen, namelijk het bewijzen van Zijn overvloedige genade en heerlijkheid, welke Hij hun wil deelachtig maken; Rom 8:29 .
  2. de vaten der barmhartigheid, Dat is, over welken Hij Zich heeft willen ontfermen, om hen door Christus van het verderf te verlossen.
  3. te voren bereid heeft tot heerlijkheid Dat is, van eeuwigheid geschikt en uitverkoren heeft tot het eeuwige leven; Eph 1:4-6 .

24 Welke Hij ook geroepen heeft, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.12

Original Greek

οὓςhouswhomG3739R-APM
καὶkaievenG2532CONJ
ἐκάλεσενekalesenHe has calledG2564GV-AAI-3S
ἡμᾶςhēmasusG3165P-1AP
οὐounotG3756PRT-N
μόνονmonononlyG3441A-ASN
ἐξexout fromG1537PREP
ἸουδαίωνIoudaiōn[the] JewsG2453N-GPM-PG
ἀλλὰallabutG0235CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐξexout fromG1537PREP
ἐθνῶν,ethnōn[the] Gentiles,G1484N-GPN
  1. Welke Hij ook Tot hiertoe heeft de apostel gesproken van Gods voornemen der verkiezing van sommigen en der verwerping van anderen; nu gaat hij voort en spreekt van de roeping dergenen, die verkoren zijn, ten dele uit de Joden, maar merendeels uit de heidenen; welke roeping het middel en kenteken is, waardoor de uitverkorenen Gods van anderen worden onderscheiden.
  2. geroepen heeft, Namelijk niet alleen uitwendig door het Woord, maar, ook inwendig door Zijnen Geest, gelijk het woordje uit ook medebrengt; want anderszins is naar de uitwendige roeping zowel de Jood als de heiden geroepen; Mat 22:14 ; Rom 8:28 , Rom 8:30 ; 1Co 1:26 .

25 Gelijk Hij ook in Hosea zegt: Ik zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was, Mijn beminde.1

Original Greek

ὡςhōsAsG5613PRT
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
τῷtō<the>G3588T-DSM
ὩσηὲHōsēeHoseaG5617N-DSM-P
λέγει·legeiHe says:G3004GV-PAI-3S
καλέσωkalesōI will callG2564GV-FAI-1S
τὸνtonthat which [is]G3588T-ASM
οὐounotG3756PRT-N
λαόνlaonpeopleG2992N-ASM
μουmouof MineG3165P-1GS
λαόνlaonpeopleG2992N-ASM
μουmouof MineG3165P-1GS
καὶkaiandG2532CONJ
τὴνtēnher whoG3588T-ASF
οὐκouknotG3756PRT-N
ἠγαπημένηνēgapēmenēnlovedG0025V-RPP-ASF
ἠγαπημένην.ēgapēmenēnloved.G0025V-RPP-ASF
  1. hetgeen Mijn volk niet was, Namelijk de heidenen, die Hij in het O.T. voorbijgegaan was en nu door Christus ook tot Zijn volk zou aannemen nevens de uitverkorenen uit de Joden; Eph 2:13 ; 1Pe 2:10 . Alzo bewijst de apostel dat hij niets leerde dan hetgeen door de profeten voorzegd was wat geschieden zou: namelijk dat Hij uit heidenen en Joden het ware Israël Gods zou vergaderen; Rom 11:26 ; 1Pe 2:10 .

26 En het zal zijn, in de plaats, waar tot hen gezegd was: Gijlieden zijt Mijn volk niet, aldaar zullen zij kinderen des levenden Gods genaamd worden.

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
ἔσταιestaiIt will happen thatG1510V-FDI-3S
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
τόπῳtopōplaceG5117N-DSM
οὗhouwhereG3757ADV
ἐρρέθηerrethēit was saidG2046V-API-3S
αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM
οὐouNotG3756PRT-N
λαόςlaospeopleG2992N-NSM
μουmouof Mine [are]G3165P-1GS
ὑμεῖς,humeisYou yourselves,G4771P-2NP
ἐκεῖekeithereG1563ADV
κληθήσονταιklēthēsontaithey will be calledG2564GV-FPI-3P
υἱοὶhuioisonsG5207N-NPM
θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T
ζῶντος.zōntos[the] living.G2198V-PAP-GSM

27 En Jesaja roept over Israël: Al ware het getal der kinderen Israëls gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.123

Original Greek

ἨσαΐαςĒsaiasIsaiahG2268N-NSM-P
δὲdealsoG1161CONJ
κράζειkrazeicries outG2896V-PAI-3S
ὑπὲρhuperconcerningG5228PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
Ἰσραήλ·IsraēlIsrael:G2474N-GSM-L
ἐὰνeanThoughG1437COND
ᾖēshall beG1510V-PAS-3S
ὁhotheG3588T-NSM
ἀριθμὸςarithmosnumberG0706N-NSM
τῶνtōnof theG3588T-GPM
υἱῶνhuiōnsonsG5207N-GPM
ἸσραὴλIsraēlof IsraelG2474N-GSM-L
ὡςhōsasG5613PRT
ἡhētheG3588T-NSF
ἄμμοςammossandG0285N-NSF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
θαλάσσης,thalassēssea,G2281N-GSF
τὸto[only] theG3588T-NSN
ὑπόλειμμαhupoleimmavestigeG9577N-NSN
σωθήσεται·sōthēsetaiwill be saved;G4982V-FPI-3S
  1. En Jesája roept over Israël In deze drie verzen bewijst hij voorzegd te zijn, dat God in Zijn krachtige roeping het merendeel der Joden zou voorbijgaan, en alleen het overblijfsel daarvan nevens de uitverkorenen uit de heidenen behouden.
  2. het overblijfsel Dat is, een kleine hoop, dien Hij heeft laten overblijven uit de grote menigte, die verloren gaat, gelijk Rom 11:5 .
  3. behouden worden Het Hebreeuwse woord bij den profeet, Isa 10:22 , betekent eigenlijk zal in, of tot Hem wederkeren, namelijk tot God, gelijk in Rom 10:21 , uitgedrukt wordt. Doch de zin is even dezelfde, hoewel sommigen menen dat bij Jesaja gezien wordt op het wederkeren van weinigen uit de gevangenis van Babylonië, die een voorbeeld is geweest van het uitgaan der uitverkorenen uit het Babel der zonde en der wereld.

28 Want Hij voleindt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid; want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.1

Original Greek

λόγονlogon[The] sentenceG3056N-ASM
γὰρgarforG1063CONJ
συντελῶνsuntelōnconcludingG4931V-PAP-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
συντέμνωνsuntemnōnbringing swiftlyG4932V-PAP-NSM
ἐνeninG1722PREP
δικαιοσύνῃdikaiosunērighteousnessG1343N-DSF
ὅτιhotiforG3754HCONJ
λόγονlogonwordG3056N-ASM
συντετμημένονsuntetmēmenonbrought swiftlyG4932V-RPP-ASM
ποιήσειpoiēseiwill perform [the]G4160GV-FAI-3S
κύριοςkuriosLordG2962GN-NSM-T
ἐπὶepiuponG1909PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
γῆς.gēsearth.G1093GN-GSF
  1. een zaak Grieks, een woord, of rede. Sommigen nemen dit voor een dreigement tegen de goddeloze Joden, die God zou afsnijden en verwerpen, de Zijnen nochtans er onder altijd behoudende. Anderen nemen het voor het besluit, of de standvastigheid van het besluit Gods, in het behouden van de Zijnen, niettegenstaande de wederspannigheid van de meeste menigte der anderen, hetwelk met vs.29 wel zo bekwamelijk schijnt overeen te komen.

29 En gelijk Jesaja te voren gezegd heeft: Indiën de Heere Sebaoth ons geen zaad had overgelaten, zo waren wij als Sodom geworden, en Gomorra gelijk gemaakt geweest.12

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
προείρηκενproeirēkenhas foretoldG4280V-RAI-3S
Ἠσαΐας·ĒsaiasIsaiah:G2268N-NSM-P
εἰeionlyG1487HCOND
μὴmēunlessG3361PRT-N
κύριοςkurios[the] LordG2962GN-NSM-T
σαβαὼθsabaōthof HostsG4519N-GPM-T
ἐγκατέλιπενegkatelipenhad leftG1459V-2AAI-3S
ἡμῖνhēminusG3165P-1DP
σπέρμα,spermadescendants,G4690GN-ASN
ὡςhōslikeG5613PRT
ΣόδομαSodomaSodomG4670N-NPN-L
ἂνanthenG0302PRT
ἐγενήθημενegenēthēmenwe should have becomeG1096V-2AOI-1P
καὶkaiandG2532CONJ
ὡςhōslikeG5613PRT
ΓόμορραGomorraGomorrahG1116N-NSF-L
ἂνanthen wouldG0302PRT
ὡμοιώθημεν.¶hōmoiōthēmenwe have been made.G3666V-API-1P
  1. geen zaad Dat is, een kleine hoop, gelijk een weinig overschietend zaad is tegen een geheel gewas, welke overblijfsel God daarna gebruikt heeft als een zaad, om daaruit Zijne kerk uit Joden en heidenen wederom te doen opwassen.
  2. overgelaten, Dat is, zichzelven krachtiglijk over bewaard had, midden onder al de goddelozen en huichelaars. Zie Rom 11:4-5 .

30 Wat zullen wij dan zeggen? Dat de heidenen, die de rechtvaardigheid niet zochten, de rechtvaardigheid verkregen hebben, doch de rechtvaardigheid, die uit het geloof is.1234

Original Greek

ΤίTiWhatG5101I-ASN
οὖνounthenG3767CONJ
ἐροῦμεν;eroumenwill we say?G4483V-FAI-1P
ὅτιhotiThatG3754GCONJ
ἔθνηethnēGentilesG1484N-NPN
τὰta<the>G3588T-NPN
μὴmēnotG3361PRT-N
διώκονταdiōkontapursuingG1377V-PAP-NPN
δικαιοσύνηνdikaiosunēnrighteousnessG1343N-ASF
κατέλαβενkatelabenhave graspedG2638V-2AAI-3S
δικαιοσύνην,dikaiosunēnrighteousness,G1343N-ASF
δικαιοσύνηνdikaiosunēnrighteousnessG1343N-ASF
δὲdenowG1161CONJ
τὴνtēnthat [is]G3588T-ASF
ἐκekbyG1537PREP
πίστεως·pisteōsfaith;G4102GN-GSF
  1. Wat zullen wij dan zeggen? Hiermede besluit de apostel deze verhandeling van de verkiezing en roeping van sommigen en van de verwerping van anderen, met een gevolg, dat hij hieruit trekt van de vervulling zelve, zowel onder Joden als heidenen, gelijk het de gewoonte is des apostels, met zulke gevolgtrekkingen aldus te besluiten, gelijk te zien is Rom 8:31 .
  2. de heidenen, Dat is, de uitverkorenen onder de heidenen.
  3. niet zochten, Dat is, die zich nevens anderen overgaven tot alle ongerechtigheid en goddeloosheid, eer zij door de kracht van deze roeping tot Christus bekeerd zijn; Rom 1:18 ; Eph 2:1-3 , enz.
  4. die uit het geloof is Dat is, de rechtvaardigheid van Christus door het ware geloof aangenomen; 2Co 5:21 ; Phi 3:9 .

31 Maar Israël, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen.12

Original Greek

ἸσραὴλIsraēlIsraelG2474N-NSM-L
δὲdehoweverG1161CONJ
διώκωνdiōkōnpursuingG1377V-PAP-NSM
νόμονnomona lawG3551N-ASM
δικαιοσύνηςdikaiosunēsof righteousnessG1343N-GSF
εἰςeistoG1519PREP
νόμονnomon[that] lawG3551N-ASM
δικαιοσύνηςdikaiosunēsrighteousnessG1343N-GSF
οὐκouknotG3756PRT-N
ἔφθασεν.ephthasendid attain.G5348V-AAI-3S
  1. de wet der rechtvaardigheid zocht, Namelijk in de uitwendige onderhouding der wet en der ceremoniën.
  2. tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen Dat is, tot de verkrijging of het recht bezit der rechtvaardigheid, die voor God bestaat, niet gekomen.

32 Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots;123

Original Greek

διὰdiaBecause ofG1223PREP
τί;tiwhy?G5101I-ASN
ὅτιhotiBecause [it was]G3754HCONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐκekbyG1537PREP
πίστεωςpisteōsfaithG4102GN-GSF
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ὡςhōsasG5613PRT
ἐξexbyG1537PREP
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
νόμου·nomouof law;G3551N-GSM
προσέκοψανprosekopsanThey stumbledG4350V-AAI-3P
γὰρgarforG1063CONJ
τῷtōover theG3588T-DSM
λίθῳlithōstoneG3037N-DSM
τοῦtou<the>G3588T-GSN
προσκόμματοςproskommatosof stumblingG4348N-GSN
  1. uit het geloof, Namelijk in Christus, gelijk in vs.33 wordt uitgedrukt.
  2. uit de werken der wet, Namelijk waarin zij ver tekort zijn gekomen, gelijk de apostel tevoren geleerd heeft; Rom 3:20 .
  3. aan den steen des aanstoots; Dat is, zij hebben zich geërgerd aan den geringen uiterlijken stand en het kruis van Christus. Zie 1Co 1:23 .

33 Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.1

Original Greek

καθὼςkathōseven asG2531CONJ
γέγραπται·gegraptaiit has been written:G1125V-RPI-3S
ἰδοὺidouBeholdG2400INJ
τίθημιtithēmiI layG5087V-PAI-1S
ἐνeninG1722PREP
ΣιὼνSiōnZionG4622N-DSF-L
λίθονlithona stoneG3037N-ASM
προσκόμματοςproskommatosof stumblingG4348N-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
πέτρανpetrana rockG4073N-ASF
σκανδάλου,skandalouof offense,G4625N-GSN
καὶkaiandG2532CONJ
πᾶςpaseveryoneG3956A-NSM
ὁhowhoG3588T-NSM
πιστεύωνpisteuōnis believingG4100V-PAP-NSM
ἐπ᾽ep᾽onG1909PREP
αὐτῷautōHimG0846P-DSM
οὐouneverG3756PRT-N
καταισχυνθήσεται.¶kataischunthēsetaiwill be put to shame.G2617V-FPI-3S
  1. Gelijk geschreven is Namelijk bij den profeet Jesaja Isa 8:14 , en Isa 28:16 , welke twee plaatsen de apostel bijeenvoegt. En wordt Christus hier genaamd een steen des aanstoots, ten aanzien van de ongehoorzamen en wederspannigen, gelijk Petrus verklaart; 1Pe 2:7-8 .