reltext

Chapter 11

1 Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin.123456

Original Greek

ΛέγωLegōI askG3004GV-PAI-1S
οὖν·ounthen;G3767CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ἀπώσατοapōsatodid rejectG0683V-ADI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τὸνtontheG3588T-ASM
λαὸνlaonpeopleG2992N-ASM
αὐτοῦ;autouof Him?G0846P-GSM
μὴmēNeverG3361PRT-N
γένοιτο.genoitowould it be!G1096V-2ADO-3S
καὶkaiAlsoG2532CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
ἸσραηλίτηςIsraēlitēsan IsraeliteG2475N-NSM-PG
εἰμί,eimiam,G1510V-PAI-1S
ἐκekof [the]G1537PREP
σπέρματοςspermatosseedG4690GN-GSN
Ἀβραάμ,Abraamof Abraham,G0011N-GSM-P
φυλῆςphulēsof [the] tribeG5443N-GSF
Βενιαμίν.Beniaminof Benjamin.G0958N-GSM-P
  1. zeg dan Dat is, hetgeen ik tevoren gezegd heb van de verwerping der Joden, daarmede wil ik niet zeggen dat God al de Joden zou hebben verstoten; gelijk iemand daaruit zou kunnen besluiten.
  2. Zijn volk Dat is, de Joden, die Hij tot Zijn volk bijzonder had verkoren.
  3. verstoten? Grieks, afgestoten; namelijk van die waardigheid, waar zij in gesteld waren, zodat zij de beloofde zegening in Christus niet meer zouden deelachtig zijn.
  4. een Israëliet, Dat is, een Jood van afkomst, en nochtans van God niet verstoten.
  5. uit het zaad Abrahams, Namelijk naar het vlees; en ook naar de genade des verbonds, hetwelk God met Abraham en zijn zaad gemaakt heeft; Gen 17:1 .
  6. Benjamin Namelijk den zoon van Jakob, uit Rachel, een van de aanzienlijkste stammen Israëls, uit welken ook de koning Saul gesproten is geweest, 1Sa 9:1 , en de koningin Esther; Est 2:5 .

2 God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe hij God aanspreekt tegen Israël, zeggende:1234567

Original Greek

οὐκoukNotG3756PRT-N
ἀπώσατοapōsatodid rejectG0683V-ADI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τὸνtontheG3588T-ASM
λαὸνlaonpeopleG2992N-ASM
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ὃνhonwhomG3739R-ASM
προέγνω.¶proegnōHe foreknew.G4267V-2AAI-3S
ἪĒOrG2228CONJ
οὐκouknotG3756PRT-N
οἴδατεoidateknow youG6063V-RAI-2P
ἐνeninG1722PREP
ἨλίᾳĒliaElijahG2243N-DSM-P
τίtiwhatG5101I-ASN
λέγειlegeisaysG3004GV-PAI-3S
ἡhētheG3588T-NSF
γραφή,graphēScripture,G1124N-NSF
ὡςhōshowG5613PRT
ἐντυγχάνειentugchaneihe pleadsG1793V-PAI-3S
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōwith GodG2316N-DSM-T
κατὰkataagainstG2596PREP
τοῦtou<the>G3588T-GSM
ἸσραήλIsraēlIsraelG2474N-GSM-L
λέγων;legōnsayingG3004GV-PAP-NSM
  1. Zijn volk Namelijk dat waarlijk Zijn volk was, niet naar het vlees alleen, maar ook naar de belofte.
  2. verstoten, Zie vs.1.
  3. gekend heeft Dat is, voor de Zijnen erkend en verkoren heeft; Mat 7:23 ; Joh 10:14 ; Rom 8:29 ; 2Ti 2:19 ; 1Pe 1:2 , 1Pe 1:20 .
  4. weet gij niet, Dat is, ik meen dat gij wel weet.
  5. van Elia, Grieks, in Elia; dat is, in de geschiedenis van Elia, die beschreven wordt 1Ki 17 , en in de volgende hoofdstukken.
  6. aanspreekt Grieks, bejegent, ontmoet; namelijk met woorden.
  7. tegen Israël, Dit kan gevoegd worden, òf met het woord aanspreekt, òf met het woord zeggende; namelijk klagende over den afval der Israëlieten.

3 Heere! zij hebben Uw profeten gedood, en Uw altaren omgeworpen; en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn ziel.123

Original Greek

κύριε,kurieLord,G2962GN-VSM-T
τοὺςtoustheG3588T-APM
προφήταςprophētasprophetsG4396N-APM
σουsouof YouG4771P-2GS
ἀπέκτειναν,apekteinanthey have killed,G0615V-AAI-3P
καὶkaiandG2532CONJ
τὰtatheG3588T-APN
θυσιαστήριάthusiastēriaaltarsG2379N-APN
σουsouof YouG4771P-2GS
κατέσκαψαν,kateskapsanthey have torn down,G2679V-AAI-3P
κἀγὼkagōand I myselfG1473P-1NS + G2532
ὑπελείφθηνhupeleiphthēnwere leftG5275V-API-1S
μόνος,monosalone,G3441A-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
ζητοῦσινzētousinthey are seekingG2212V-PAI-3P
τὴνtēntheG3588T-ASF
ψυχήνpsuchēnlifeG5590HN-ASF
μου.mouof me.G3165P-1GS
  1. Uw altaren Dat is, die eertijds tot uw dienst en eer opgericht waren geweest.
  2. omgeworpen; Grieks, ondergraven; dat is, met ondergraving omvergeworpen; 1Ki 19:10 , 1Ki 19:14 .
  3. zoeken mijn ziel Dat is, zij staan naar mijn leven; Mat 2:20 .

4 Maar wat zegt tot hem het Goddelijk antwoord? Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben.123456

Original Greek

ἀλλὰallaButG0235CONJ
τίtiwhat [was]G5101I-ASN
λέγειlegeispokenG3004GV-PAI-3S
αὐτῷautōto himG0846P-DSM
ὁhotheG3588T-NSM
χρηματισμός;chrēmatismosdivine answer?G5538N-NSM
κατέλιπονkateliponI have leftG2641V-2AAI-1S
ἐμαυτῷemautōto MyselfG1473F-1DSM
ἑπτακισχιλίουςheptakischiliousseven thousandG2035A-APM
ἄνδραςandrasmenG0435GN-APM
οἵτινεςoitineswhoG3748R-NPM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἔκαμψανekampsanbowedG2578V-AAI-3P
γόνυgonu[the] kneeG1119N-ASN
τῇtēa<the>G3588T-DSF
Βάαλ.Baalto Baal.G0896N-GSM-T
  1. het Goddelijk antwoord? Of, de goddelijke openbaring. Zie Mat 2:12 , Mat 2:22 ; Luk 2:26 .
  2. zeven duizend Dat is, enige duizenden. Hebreeuws. Gen 33:3 ; Psa 12:7 .
  3. mannen Dat is, mensen, waardoor ook zonder twijfel vrouwen waren.
  4. overgelaten, Dat is, doen overblijven, of gemaakt dat zij overgebleven zijn, door mijne genade hen behoudende dat zij niet in afgoderij gevallen zijn.
  5. de knie voor het beeld Namelijk om godsdienstige of enige andere eer te bewijzen; Exo 20:5 ; Phi 2:10 .
  6. Baäl niet gebogen hebben Dit woord betekent iemand, die over anderen macht en gebied heeft, gelijk de man over de vrouw en een heer over zijnen knecht; en met dezen naam werd genaamd een afgod der Babyloniërs, Moabieten en Samaritanen; Num 22:41 ; 1Ki 16:31-32 ; 2Ki 10:26 ; Jer 11:13 ; Hos 2:12 , Hos 2:16 .

5 Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.123

Original Greek

οὕτωςhoutōsThusG3779ADV
οὖνounthenG3767CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
ἐνeninG1722PREP
τῷtōtheG3588T-DSM
νῦνnunpresentG3568ADV
καιρῷkairōtimeG2540N-DSM
λεῖμμαleimmaa remnantG3005N-NSN
κατ᾽kat᾽according toG2596PREP
ἐκλογὴνeklogēn[the] electionG1589N-ASF
χάριτοςcharitosof graceG5485N-GSF
γέγονεν.gegonenthere has been.G1096V-2RAI-3S
  1. in dezen tegenwoordigen tijd Namelijk van de prediking des Evangelies.
  2. een overblijfsel geworden, Dat is, God heeft nog enige Joden laten overblijven, die het Evangelie niet verwerpen maar aannemen, en krachtiglijk geroepen zijn; die maar voor een overblijfsel tot overschot mogen gerekent worden, ten aanzien van de grote menigte dergenen, die het verwerpen en ongelovig blijven.
  3. naar de verkiezing der genade Dat is, de genadige verkiezing, namelijk die uit enkel genade van eeuwigheid ter zaligheid zijn verkoren, en in den tijd krachtiglijk geroepen; Rom 8:30 .

6 En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.1234567

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δὲdenowG1161CONJ
χάριτιcharitiby graceG5485N-DSF
οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089
ἐξexfromG1537PREP
ἔργων,ergōnworks,G2041N-GPN
ἐπεὶepeiotherwiseG1893CONJ
ἡhē<the>G3588T-NSF
χάριςcharisgraceG5485N-NSF
οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089
γίνεταιginetaiwould beG1096V-PNI-3S
χάριςcharisgraceG5485N-NSF
εἰeiifG1487GCOND
δὲdenowG1161CONJ
ἐξexfromG1537PREP
ἔργωνergōnworksG2041N-GPN
οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
χάριςcharisgraceG5485N-NSF
ἐπεὶepeisinceG1893CONJ
τὸtotheG3588T-NSN
ἔργονergonworkG2041N-NSN
οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S
ἔργον.ergonwork.G2041N-NSN
  1. door genade is, Namelijk dat dezen tot de zaligheid uitverkoren en krachtiglijk geroepen zijn.
  2. zo is het niet meer Of, zo is het gewisselijk niet.
  3. uit de werken; Dat is, uit de verdiensten of waardigheid hunner werken.
  4. anderszins is de genade Namelijk zo het ware uit de werken alleen, of uit de genade en werken tezamen.
  5. geen genade meer; en Namelijk overmits genade alle schuld, verdienste of waardigheid uitsluit, en daarmede niet kan bestaan; want genade is geen genade enigszins zo zij niet is genade alleszins; Rom 4:4 .
  6. geen genade meer; anderszins Namelijk maar een verdiend loon. Dat is, zo is hunne verkiezing en roeping niet uit genade geschied.
  7. geen werk meer Dat is, geen verdienend werk.

7 Wat dan? Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.1234567

Original Greek

τίtiWhatG5101I-ASN
οὖν;ounthen?G3767CONJ
ὃhoWhatG3739R-ASN
ἐπιζητεῖepizēteiis seekingG1934V-PAI-3S
Ἰσραήλ,IsraēlIsrael,G2474N-NSM-L
τοῦτοtoutothisG3778D-ASN
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐπέτυχεν,epetuchenit has obtained,G2013V-2AAI-3S
ἡhē<the>G3588T-NSF
δὲdebutG1161CONJ
ἐκλογὴeklogēthe electG1589N-NSF
ἐπέτυχεν·epetuchenobtained [it];G2013V-2AAI-3S
οἱhoiTheG3588T-NPM
δὲdenowG1161CONJ
λοιποὶloipoirestG3062A-NPM
ἐπωρώθησανepōrōthēsanwere hardenedG4456V-API-3P
  1. Wat dan? Namelijk zullen wij zeggen? gelijk Rom 6:1 , en Rom 7:7 , en Rom 8:31 . Dit is ene tegenwerping van iemand, die meent ongerijmd te zijn dat de Joden de gerechtigheid niet zouden verkrijgen, daar zij zozeer naar dezelve trachten.
  2. Hetgeen Namelijk dit zullen wij zeggen.
  3. Israël Dat is, de Israëlieten, dat is, de meeste hoop derzelve, die naar het vlees alleen Israëlieten zijn; Rom 9:31 ; 2Co 11:22 .
  4. zoekt, Dat is, dat hij tracht te verkrijgen door zijne werken, namelijk de gerechtigheid voor God en het eeuwige leven.
  5. de uitverkorenen Grieks, de verkiezing heeft het verkregen; dat is, al de uitverkorenen onder de Israëlieten, ten aanzien en omdat zij uit genade zijn uitverkoren.
  6. de anderen Namelijk die niet verkoren en krachtig geroepen zijn.
  7. verhard geworden Grieks, vereeld. Zie Mar 3:5 .

8 ( Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag.1234

Original Greek

καθὼςkathōseven asG2531CONJ
γέγραπται·gegraptaiit has been written:G1125V-RPI-3S
ἔδωκενedōkenGaveG1325V-AAI-3S
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
πνεῦμαpneumaa spiritG4151GN-ASN
κατανύξεως,katanuxeōsof stupor,G2659N-GSF
ὀφθαλμοὺςophthalmouseyesG3788N-APM
τοῦtou<the>G3588T-GSN
μὴmēnotG3361PRT-N
βλέπεινblepeinto seeG0991V-PAN
καὶkaiandG2532CONJ
ὦταōtaearsG3775N-APN
τοῦtou<the>G3588T-GSN
μὴmēnotG3361PRT-N
ἀκούεινakoueinto hearG0191V-PAN
ἕωςhe'ōsuntoG2193PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
σήμερονsēmerontodayG4594ADV
ἡμέρας.hēmerasday.G2250N-GSF
  1. geest Dat is, gemoed.
  2. des diepen slaaps; Of, een knagenden, prikkelenden geest, gelijk het Griekse woord ook betekent. Doch het eerste komt met het Hebreeuwse woord Isa 29:10 beter overeen.
  3. ogen om niet te zien, Dat is, die onbekwaam zijn om te zien.
  4. tot op den huidigen dag Deze woorden moeten gevoegd worden met het woord verhard, vs.7. Zie ook 2Co 3:15 .

9 En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen.1234

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
ΔαυὶδDauidDavidG1138N-NSM-P
λέγει·legeisays:G3004GV-PAI-3S
γενηθήτωgenēthētōshould beG1096V-AOM-3S
ἡhētheG3588T-NSF
τράπεζαtrapezatableG5132N-NSF
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
εἰςeisforG1519PREP
παγίδαpagidaa snareG3803N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
εἰςeisforG1519PREP
θήρανthērana trapG2339N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
εἰςeisforG1519PREP
σκάνδαλονskandalona stumbling blockG4625N-ASN
καὶkaiandG2532CONJ
εἰςeisforG1519PREP
ἀνταπόδομαantapodomaa retributionG0468N-ASN
αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM
  1. David zegt Namelijk als een voorbeeld van Christus en van Christus profeterende.
  2. tafel worde Dat is, al hun vermaak.
  3. tot een strik, Dat is, tot hun verderf; gelijk ook een val, waar wilde beesten mede gevangen worden, en een aanstoot, hetzelfde betekenen bij gelijkenis.
  4. tot een vergelding voor hen Dat is, tot hetgeen hun vergolden zal worden, hetwelk is het eeuwig verderf.

10 Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd.1

Original Greek

σκοτισθήτωσανskotisthētōsanshould be darkenedG4654V-APM-3P
οἱhoitheG3588T-NPM
ὀφθαλμοὶophthalmoieyesG3788N-NPM
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
τοῦtou<the>G3588T-GSN
μὴmēnotG3361PRT-N
βλέπειν,blepeinto see,G0991V-PAN
καὶkaiandG2532CONJ
τὸνtontheG3588T-ASM
νῶτονnōtonbacksG3577N-ASM
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
διὰdiaforG1223PREP
παντὸςpantosall [times]G3956A-GSM
σύγκαμψον.¶sugkampsondo bend over.G4781V-AAM-2S
  1. verkrom hun rug allen tijd Hebreeuws, doet hunne leden waggelen; dat is, dat hunne conscientiën mogen beven en benauwd zijn; of beneemt hun hunne kracht.

11 Zo zeg ik dan: Hebben zij gestruikeld, opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid den heidenen geworden, om hen tot jaloërsheid te verwekken.123456

Original Greek

ΛέγωLegōI sayG3004GV-PAI-1S
οὖν,ounthen,G3767CONJ
μὴmēsurely notG3361PRT-N
ἔπταισανeptaisanthey did stumbleG4417V-AAI-3P
ἵναinaso thatG2443CONJ
πέσωσιν;pesōsinthey may fall?G4098V-2AAS-3P
μὴmēNeverG3361PRT-N
γένοιτο.genoitowould it be!G1096V-2ADO-3S
ἀλλὰallaButG0235CONJ
τῷtōin theG3588T-DSN
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
παραπτώματιparaptōmatitrespassG3900N-DSN
ἡhē<the>G3588T-NSF
σωτηρίαsōtēria[is] salvationG4991N-NSF
τοῖςtoisto theG3588T-DPN
ἔθνεσινethnesinGentilesG1484N-DPN
εἰςeisso asG1519PREP
τὸto<the>G3588T-ASN
παραζηλῶσαιparazēlōsaito provoke to jealousyG3863V-AAN
αὐτούς.autousthem.G0846P-APM
  1. Zo zeg ik dan Of, zij dan, zeg ik, hebben zij, enz.
  2. vallen zouden? Namelijk in ongeloof, met het verwerpen van het Evangelie zonder hoop van bekering. Of, vervallen, verloren gaan, gelijk Rev 18:2 .
  3. val is Dat is de verwerping des Evangelies van het merendeel onder hen.
  4. de zaligheid Dat is, ene gelegenheid geweest, dat den heidenen het Evangelie is gepredikt, en dat zij daardoor tot de zaligheid geroepen en gebracht zijn.
  5. om hen Namelijk de Joden, die het Evangelie niet aannemen.
  6. tot jaloersheid te verwekken Dat is, door het voorbeeld der gelovige heidenen mogen opgewekt worden, om hetzelve navolgende, het Evangelie mede aan te nemen en zich tot Christus te bekeren, en daardoor de zaligheid mede te verkrijgen. Want jaloersheid is ook ene beweging des gemoeds, waardoor iemand een ander enig goed ziende hebben, dat hij niet heeft, met een ijver en lust wordt ontstoken om naar hetzelfde goed mede te trachten en dat te verkrijgen.

12 En indien hun val de rijkdom is der wereld, en hun vermindering de rijkdom der heidenen, hoeveel te meer hun volheid!12345

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δὲdehoweverG1161CONJ
τὸtotheG3588T-NSN
παράπτωμαparaptōmatrespassG3900N-NSN
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
πλοῦτοςploutos[is] richesG4149N-NSM
κόσμουkosmouof [the] worldG2889N-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
τὸtotheG3588T-NSN
ἥττημαhēttēmafailureG2275N-NSN
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
πλοῦτοςploutos[is the] richesG4149N-NSM
ἐθνῶν,ethnōnof [the] Gentiles,G1484N-GPN
πόσῳposōhow muchG4214Q-DSN
μᾶλλονmallonmoreG3123GADV
τὸtotheG3588T-NSN
πλήρωμαplērōmafullnessG4138N-NSN
αὐτῶν;¶autōnof them?G0846P-GPM
  1. hun val Dat is, der Joden ongelovigheid en verwerping van het Evangelie. Zie vs.11.
  2. de rijkdom is Dat is tot een rijke en overvloedige kennis van Christus en van het Evangelie gelegenheid gegeven heeft.
  3. der wereld, Dat is, der heidenen door de ganse wereld verstrooid, gelijk daarna verklaard wordt.
  4. hun vermindering Dat is, dat zo weinigen onder hen het Evangelie hebben aangenomen, gelegenheid is geweest, dat hetzelve zo rijkelijk aan de heidenen is bediend geworden.
  5. hun volheid Dat is, wanneer de Joden met grote hopen en menigte het Evangelie zullen aannemen, namelijk zal hetzelve wezen de rijkdom der heidenen.

13 Want ik spreek tot u, heidenen, voor zoveel ik der heidenen apostel ben; ik maak mijn bediening heerlijk;12345

Original Greek

ὙμῖνHuminTo youG4771P-2DP
δὲdenowG1161CONJ
λέγωlegōI am speakingG3004GV-PAI-1S
τοῖςtois<the>G3588T-DPN
ἔθνεσιν·ethnesinGentiles;G1484N-DPN
ἐφ᾽eph᾽UponG1909PREP
ὅσονhosonas much asG3745K-ASN
μὲνmenindeedG3303PRT
οὖνounthereforeG3767CONJ
εἰμιeimiamG1510V-PAI-1S
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
ἐθνῶνethnōnof [the] GentilesG1484N-GPN
ἀπόστολος,apostolosapostle,G0652N-NSM
τὴνtēntheG3588T-ASF
διακονίανdiakonianministryG1248N-ASF
μουmouof mineG3165P-1GS
δοξάζω,doxazōI magnify,G1392V-PAI-1S
  1. Want ik spreek tot u, Hij spreekt nu dat deel der gemeente van Rome aan, dat uit de heidenen geroepen was.
  2. voor zoveel ik Of, overmits; en daarom mijn dienst en vermaning bij de heidenen veel behoort te gelden.
  3. der heidenen apostel ben; Namelijk voornamelijk; anderszins was hij ook gesteld om de Joden mede het Evangelie te verkondigen, gelijk hij ook gedaan heeft en hier nog doet.
  4. mijn bediening Namelijk des apostelschaps.
  5. heerlijk; Grieks, verheerlijke; dat is, versiere die met dezelve te bedienen in alle naarstigheid en getrouwheid om vele heidenen tot Christus te bekeren; hetwelk een eer en sieraad is voor mijn dienst; Phi 4:1 ; 1Th 2:19 .

14 Of ik enigszins mijn vlees tot jaloërsheid verwekken, en enigen uit hen behouden mocht.12345

Original Greek

εἴeiifG1487JCOND
πωςpōsat allG4458PRT
παραζηλώσωparazēlōsōI will provoke to jealousyG3863V-FAI-1S
μουmouof meG3165P-1GS
τὴνtēntheG3588T-ASF
σάρκαsarkafleshG4561N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
σώσωsōsōwill saveG4982V-FAI-1S
τινὰςtinassomeG5100X-APM
ἐξexofG1537PREP
αὐτῶν.autōnthem.G0846P-GPM
  1. mijn vlees Dat is, mijne bloedverwanten, de Joden. Zie Gen 29:14 ; Isa 58:7 ; Rom 9:3 .
  2. jaloersheid verwekken, Zie de aantekeningen vs.11.
  3. enigen Namelijk weinigen; alzo hij wist dat de tijd nog niet was gekomen, dat zij met grote menigte zouden bekeerd worden.
  4. uit hen Namelijk de Joden, die mijn vlees zijn.
  5. behouden mocht Namelijk hen brengende door mijn dienst tot het geloof in Christus, door wien de zaligheid alleen verkregen wordt. Zie 1Co 3:5 , en 1Ti 4:16 .

15 Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?123456

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
γὰρgarforG1063CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
ἀποβολὴapobolērejectionG0580N-NSF
αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM
καταλλαγὴkatallagē[is the] reconciliationG2643N-NSF
κόσμου,kosmouof [the] world,G2889N-GSM
τίςtiswhat [will be]G5101I-NSF
ἡhētheG3588T-NSF
πρόσλημψιςproslēmpsisacceptanceG4356N-NSF
εἰeionlyG1487GCOND
μὴmēexceptG3361PRT-N
ζωὴzōēlifeG2222N-NSF
ἐκekout fromG1537PREP
νεκρῶν;nekrōn[the] dead?G3498A-GPM
  1. hun Dat is, van het merendeel van hen.
  2. verwerping Of, verwerping, verstoting; namelijk, om de verachting en verwerping des Evangelies.
  3. de verzoening Dat is, gelegenheid is geweest dat den heidenen het Evangelie, hetwelk de bediening is der verzoening, 2Co 5:18 , is verkondigd geweest; Act 13:46 .
  4. der wereld, Dat is, der heidenen, die verre het merendeel der wereld bewonen, en door de ganse wereld verstrooid zijn.
  5. de aanneming wezen, Namelijk tot de gemeente van Christus, wanneer de Joden met grote menigte zich tot Christus zullen bekeren.
  6. het leven uit de doden? Dit is een algemeen spreekwoord, waarmede te kennen gegeven wordt ene zeer grote verandering ten beste, alsof iemand dood zijnde wederom levend werd. Hetwelk geschiedt door de predikatie des Evangelies, waardoor degenen die dood waren, Eph 2:1 , levend gemaakt worden; Joh 6:68 ; Phi 2:16 .

16 En indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig, en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig.12345

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δὲdenowG1161CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
ἀπαρχὴaparchēfirstfruitG0536N-NSF
ἁγία,hagia[is] holy,G0040GA-NSF
καὶkaialsoG2532CONJ
τὸtotheG3588T-NSN
φύραμα·phuramalump;G5445N-NSN
καὶkaiandG2532CONJ
εἰeiifG1487GCOND
ἡhētheG3588T-NSF
ῥίζαrhizarootG4491N-NSF
ἁγία,hagia[is] holy,G0040GA-NSF
καὶkaialsoG2532CONJ
οἱhoitheG3588T-NPM
κλάδοι.kladoibranches.G2798N-NPM
  1. de eerstelingen Dat is, Abraham en de patriarchen van wie de Joden afkomstig waren. De apostel neemt hier ene gelijkenis van de eerste broden, die naar de wet opgeofferd werden, tot heiliging der andere vruchten; Lev 23:14 , Lev 23:17 ; Num 15:20 .
  2. heilig zijn, Dat is, tot het verbond behoren; 1Co 7:14 .
  3. het deeg heilig, Dat is, de nakomelingen, die van hen afkomstig zijn, alzo God het verbond gemaakt heeft niet alleen met hen, maar ook men hun zaad; Gen 17:7 .
  4. de wortel heilig is, Dit is een andere gelijkenis, genomen van de bomen, om hetzelfde te verklaren; en worden daardoor ook de patriarchen verstaan, uit wie de Joden gesproten zijn.
  5. de takken heilig Dat is, de Joden, die als takken van dezen wortel zijn gesproten.

17 En zo enige der takken afgebroken zijn, en gij, een wilde olijfboom zijnde, in derzelver plaats zijt ingeent, en des wortels en der vettigheid des olijfbooms mede deelachtig zijt geworden,12345678

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
δέdehoweverG1161CONJ
τινεςtinessomeG5100X-NPM
τῶνtōnof theG3588T-GPM
κλάδωνkladōnbranchesG2798N-GPM
ἐξεκλάσθησαν,exeklasthēsanwere broken off,G1575V-API-3P
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
δὲdenowG1161CONJ
ἀγριέλαιοςagrielaiosa wild olive treeG0065N-NSF
ὢνōnbeingG1510V-PAP-NSM
ἐνεκεντρίσθηςenekentristhēsyou were grafted inG1461V-API-2S
ἐνenamongG1722PREP
αὐτοῖςautoisthemG0846P-DPM
καὶkaiandG2532CONJ
συγκοινωνὸςsugkoinōnosa fellow-partakerG4791N-NSM
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ῥίζηςrhizēsrootG4491N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
τῆςtēsof theG3588T-GSF
πιότητοςpiotētosfatnessG4096N-GSF
τῆςtēsof theG3588T-GSF
ἐλαίαςelaiasolive treeG1636N-GSF
ἐγένου,egenouyou have become,G1096V-2ADI-2S
  1. enige der takken Dat is, enige ongelovige Joden. Van hier af vermaant de apostel de geroepen heidenen dat zij zich niet moeten beroemen tegen de verstoten Joden; maar toezien dat zij door hun voorbeeld mogen gewaarschuwd worden, om zich te wachten dat zij niet mede tot ongeloof vervallen, opdat hun hetzelfde ook niet overkome.
  2. afgebroken zijn, Namelijk van den wortel en stam; dat is, verstoten zijn van het verbond.
  3. gij, Namelijk geroepen heidenen. De apostel spreekt hier aan het gehele lichaam der geroepen heidenen, niet deze of gene in het bijzonder.
  4. een wilde olijfboom zijnde, Dat is, een spruit of ent, van een wilden olijfboom genomen, dat is, uit de heidenen, die een ongelovig volk waren.
  5. in derzelver plaats Dat is, in plaats der afgebroken takken, welke zijn de ongelovige Joden. Grieks, in dezelve.
  6. zijt ingeënt, Dat is, in de gemeente Gods ingelijfd.
  7. des wortels en der vettigheid Dat is, van het sap, hetwelk uit den wortel voortkomt en zich verspreidt in de takken; welke hier ook vettigheid genaamd wordt. En worden daardoor verstaan de voordelen en beloften den Joden van God gedaan.
  8. des olijfbooms mede deelachtig zijt geworden, Dat is, der Israëlietische gemeente.

18 Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.12

Original Greek

μὴmēnotG3361PRT-N
κατακαυχῶkatakauchōdo boastG2620V-PNM-2S
τῶνtōnover theG3588T-GPM
κλάδων·kladōnbranches;G2798N-GPM
εἰeiIfG1487GCOND
δὲdenowG1161CONJ
κατακαυχᾶσαι,katakauchasaiyou boast against [them],G2620V-PNI-2S
οὐounotG3756PRT-N
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
τὴνtēntheG3588T-ASF
ῥίζανrhizanrootG4491N-ASF
βαστάζειςbastazeissupportG0941V-PAI-2S
ἀλλ᾽all᾽butG0235CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
ῥίζαrhizarootG4491N-NSF
σέ.seyou.G4771P-2AS
  1. de takken; Dat is, de Joden, die om hun ongeloof nu afgebroken zijn, alsof gij van nature deze genade waardiger waart.
  2. gij draagt den wortel niet, Namelijk zo zal u dit geantwoord worden, dat gij gene oorzaak hebt te roemen tegen hen, overmits gij een ent zijt, die den wortel niet draagt, maar van denzelven gedragen wordt.

19 Gij zult dan zeggen: De takken zijn afgebroken, opdat ik zou ingeent worden.1

Original Greek

ἐρεῖςereisYou will sayG4483V-FAI-2S
οὖν·ounthen;G3767CONJ
ἐξεκλάσθησανexeklasthēsanWere broken offG1575V-API-3P
οἵoi<the>G3588T-NPM
κλάδοιkladoibranchesG2798N-NPM
ἵναinathatG2443CONJ
ἐγὼegōI myselfG1473P-1NS
ἐγκεντρισθῶ.egkentristhōmay be grafted in.G1461V-APS-1S
  1. Gij zult dan zeggen Dit is, dit zult gij dan gedenken en zeggen, waarom gij tegen hen zoudt mogen roemen.

20 Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en gij staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees .12345

Original Greek

καλῶς·kalōsRightly so;G2573ADV
τῇtēaby theG3588T-DSF
ἀπιστίᾳapistiaunbeliefG0570N-DSF
ἐξεκλάσθησαν,exeklasthēsanthey were broken off,G1575V-API-3P
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
δὲdehoweverG1161CONJ
τῇtēa<the>G3588T-DSF
πίστειpisteiby faithG4102GN-DSF
ἕστηκας.hestēkashave stood.G2476V-RAI-2S
μὴmēNotG3361PRT-N
ὑψηλὰhupsēlahighG5308A-APN
φρόνειphroneido be mindedG5426V-PAM-2S
ἀλλὰallabutG0235CONJ
φοβοῦ·phoboudo be afraid;G5399V-PNM-2S
  1. Het is wel; Dat is, het is alzo, dit antwoordt de apostel.
  2. zij zijn door ongeloof afgebroken, Dat is, doch dit moet gij daarbij weten en gedenken dat zij afgebroken zijn door hunne ongelovigheid, waartoe gij ook van nature zijt genegen, en mede zoudt kunnen vervallen, zo gij hun voorbeeld zoudt navolgen.
  3. gij staat door het geloof Dat is, zijt ingeënt en tot nog toe staande gebleven.
  4. Zijt niet hooggevoelende, Namelijk òf van enige uwe waardigheid, waarom gij zoudt ingeëent zijn, òf van uwe krachten bij uzelven, om staande te blijven.
  5. vrees Namelijk dat gij niet mede in ongeloof valt en daardoor ook afgehouwen wordt. Deze vrees is een heilige zorgvuldigheid om in het geloof te volharden, die met de verzekering der zaligheid wel kan bestaan; Phi 2:12 .

21 Want is het, dat God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zie toe, dat Hij ook mogelijk u niet spare.123

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
γὰρgarforG1063CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τῶνtōntheG3588T-GPM
κατὰkataaccording toG2596PREP
φύσινphusinnatureG5449N-ASF
κλάδωνkladōnbranchesG2798N-GPM
οὐκouknotG3756PRT-N
ἐφείσατο,epheisatospared,G5339V-ADI-3S
μήmēsurelyG3361PRT-N
πωςpōsperhapsG4458PRT
οὐδὲoudeneitherG3761CONJ-N
σοῦsouyouG4771P-2GS
φείσεται.¶pheisetaiwill He spare.G5339V-FDI-3S
  1. de natuurlijke takken Grieks, die naar de natuur zijn; dat is, de Joden, die natuurlijkerwijze afkomstig zijn van de heilige vaders, met wie en hun zaad God Zijn verbond heeft opgericht, Gen 17:7 , en die in de Joodse gemeente geboren zijn.
  2. gespaard heeft, Namelijk maar uit Zijne gemeente en verbond verstoten.
  3. u niet spare Namelijk die een wilden olijfbom genomen zijde, als een vreemde tak ingeënt zijt, dat Hij u ook om dezelfde oorzaak niet verstote.

22 Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God; de strengheid wel over degenen, die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anderszins zult ook gij afgehouwen worden.12345678

Original Greek

ἼδεIdeBeholdG2396INJ
οὖνounthereforeG3767CONJ
χρηστότηταchrēstotēta[the] kindnessG5544N-ASF
καὶkaiandG2532CONJ
ἀποτομίανapotomianseverityG0663N-ASF
θεοῦ·theouof God;G2316N-GSM-T
ἐπὶepiuponG1909PREP
μὲνmenindeedG3303PRT
τοὺςtousthoseG3588T-APM
πεσόνταςpesontashaving fallenG4098V-2AAP-APM
ἀποτομία,apotomiaseverity,G0663N-NSF
ἐπὶepitowardG1909PREP
δὲdehoweverG1161CONJ
σὲseyouG4771P-2AS
χρηστότηςchrēstotēskindnessG5544N-NSF
θεοῦ,theouof God,G2316N-GSM-T
ἐὰνeanifG1437COND
ἐπιμένῃςepimenēsyou shall continue inG1961V-PAS-2S
τῇtēatheG3588T-DSF
χρηστότητι·chrēstotētikindness;G5544N-DSF
ἐπεὶepeiotherwiseG1893CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
ἐκκοπήσῃ.ekkopēsēwill be cut off.G1581V-2FPI-2S
  1. Zie dan Dat is, let dan wel in deze zaak op beide deze eigenschappen Gods, die zich daarin vertonen.
  2. de goedertierenheid Of, goedaardigheid; dat is genade, barmhartigheid.
  3. de strengheid van God; Grieks, afsnijding, of afgesnedenheid, preciesheid, gelijk degenen, die straf zijn, hunne woorden kort afsnijden; dat is, strenge rechtvaardigheid.
  4. over degenen, Dat is, over de Joden, die in ongeloof zijn gevallen, en daarom van God rechtvaardig zijn verstoten, namelijk om door hun voorbeeld vermaand en gewaarschuwd te worden, u te wachten dat gij niet mede tot ongeloof vervalt, en alzo ook met hen niet rechtvaardig verstoten wordt.
  5. over u, Namelijk die uit de heidenen genadig geroepen zijt, zonder enige uwer waardigheid of verdienste; om daardoor vermaand te worden, dat gij tegen de Joden niet behoort te roemen.
  6. indien gij in de goedertierenheid blijft; Dat is, in den stand der genade en des geloofs, waarin gij door de genade en goedertierenheid Gods gesteld zijt. Zie dergelijke wijze van spreken vs.31.
  7. gij De apostel spreekt hier ook van het gehele lichaam der geroepen heidenen, gelijk vs.17.
  8. afgehouwen worden Namelijk als onnutte takken; Joh 15:2 , Joh 15:6 . Dat is, verstoten worden.

23 Maar ook zij, indien zij in het ongeloof niet blijven, zullen ingeent worden; want God is machtig om dezelve weder in te enten.123

Original Greek

κἀκεῖνοιkakeinoiAnd theyG2532CONJ + G1565
δέ,denowG1161CONJ
ἐὰνeanonlyG1437COND
μὴmēunlessG3361PRT-N
ἐπιμένωσινepimenōsinthey shall continueG1961V-PAS-3P
τῇtēa<the>G3588T-DSF
ἀπιστίᾳ,apistiain unbelief,G0570N-DSF
ἐγκεντρισθήσονται·egkentristhēsontai[then] they will be grafted in;G1461V-FPI-3P
δυνατὸςdunatosableG1415A-NSM
γάρgarforG1063CONJ
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
πάλινpalinagainG3825ADV
ἐγκεντρίσαιegkentrisaito graft inG1461V-AAN
αὐτούς·autousthem;G0846P-APM
  1. zij, indien zij Namelijk de Joden, of het Joodse volk.
  2. ingeënt worden; Dat is, wedergebracht worden tot de gemeente Gods.
  3. weder in te enten Dat is, hun verstokt hart te veranderen, hen met het geloof te begaven, en daardoor wederom als in de enten.

24 Want indien gij afgehouwen zijt uit den olijfboom , die van nature wild was, en tegen nature in den goeden olijfboom ingeent; hoeveel te meer zullen deze, die natuurlijke takken zijn, in hun eigen olijfboom geent worden?123456

Original Greek

εἰeiIfG1487GCOND
γὰρgarforG1063CONJ
σὺsuyou yourselfG4771P-2NS
ἐκekout ofG1537PREP
τῆςtēstheG3588T-GSF
κατὰkataaccording toG2596PREP
φύσινphusinnatureG5449N-ASF
ἐξεκόπηςexekopēswere cut offG1581V-2API-2S
ἀγριελαίουagrielaioua wild olive treeG0065N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
παρὰparacontrary toG3844PREP
φύσινphusinnatureG5449N-ASF
ἐνεκεντρίσθηςenekentristhēswere graftedG1461V-API-2S
εἰςeisintoG1519PREP
καλλιέλαιον,kallielaiona cultivated olive tree,G2565N-ASF
πόσῳposōhow muchG4214Q-DSN
μᾶλλονmallonmoreG3123GADV
οὗτοιhoutoitheseG3778D-NPM
οἱhoiwhoG3588T-NPM
κατὰkataaccording toG2596PREP
φύσινphusinnature [are]G5449N-ASF
ἐγκεντρισθήσονταιegkentristhēsontaiwill be grafted intoG1461V-FPI-3P
τῇtēatheirG3588T-DSF
ἰδίᾳidiaownG2398A-DSF
ἐλαίᾳ;¶elaiaolive tree?G1636N-DSF
  1. gij Namelijk geroepen heidenen.
  2. afgehouwen zijt uit den olijfboom, Namelijk niet om weggeworpen, maar om ingeënt te worden.
  3. die van nature wild was, Dat is, uit de heidenen, die van nature vreemd waren van de Testamenen der beloften; Eph 2:12 .
  4. tegen nature in den goeden olijfboom ingeënt; Namelijk van uwe afkomst, overmits gij een wilde olijfboom waart, en door een zonderlinge genade Gods in den rechten of tammen olijfboom zijt ingeënt.
  5. deze, die natuurlijke takken zijn, Namelijk Joden, die van de vaderen, met wie God Zijn verbond gemaakt heeft, afkomstig zijn.
  6. hun eigen olijfboom geënt worden? Namelijk waar zij van afgehouwen waren.

25 Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.1234567

Original Greek

ΟὐOuNotG3756PRT-N
γὰρgarforG1063CONJ
θέλωthelōI wantG2309V-PAI-1S
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
ἀγνοεῖν,agnoeinto be ignorant,G0050V-PAN
ἀδελφοί,adelphoibrothers,G0080N-VPM
τὸtoof theG3588T-ASN
μυστήριονmustērionmysteryG3466N-ASN
τοῦτο,toutothis,G3778D-ASN
ἵναinathatG2443CONJ
μὴmēnotG3361PRT-N
ἦτεēteyou may beG1510V-PAS-2P
παρ᾽par᾽besideG3844PREP
ἑαυτοῖςhe'autoisyourselvesG1438F-2DPM
φρόνιμοι,phronimoiwise,G5429A-NPM
ὅτιhotithatG3754GCONJ
πώρωσιςpōrōsisa hardeningG4457N-NSF
ἀπὸapoinG0575PREP
μέρουςmerouspartG3313N-GSN
τῷtō<the>G3588T-DSM
ἸσραὴλIsraēlto IsraelG2474N-DSM-L
γέγονενgegonenhas happenedG1096V-2RAI-3S
ἄχριachriuntilG0891PREP
οὗhouthatG3739R-GSM
τὸtotheG3588T-NSN
πλήρωμαplērōmafullnessG4138N-NSN
τῶνtōnof theG3588T-GPN
ἐθνῶνethnōnGentilesG1484N-GPN
εἰσέλθῃ,eiselthēmay come in,G1525V-2AAS-3S
  1. deze verborgenheid onbekend zij Dat is, deze zaak, die tot nog toe weinig bekend is geweest.
  2. wijs zijt, Dat is, laatdunkend of hoogmoedig in uwe ogen; Pro 3:7 ; Rom 12:16 .
  3. de verharding Dat is, de ongehoorzaamheid, gelijk vs.30, 32; zie vs.7.
  4. voor een deel Dat is, niet van alle Joden, maar van enigen, hoewel zeer velen. Want daar is nog altijd enig overblijfsel behouden geweest, en daarna zullen zij zich met grote menigte bekeren.
  5. Israël gekomen is, Dat is, het Israëlietische volk, de Joden.
  6. de volheid der heidenen Dat is, het volle getal, of de menigte der heidenen, en gelijk als het lichaam derzelve. Zie dergelijk vs.12.
  7. ingegaan zijn Namelijk door belijdenis des Christelijken geloofs in de gemeente Gods.

26 En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.123456

Original Greek

καὶkaiandG2532CONJ
οὕτωςhoutōssoG3779ADV
πᾶςpasallG3956A-NSM
ἸσραὴλIsraēlIsraelG2474N-NSM-L
σωθήσεταιsōthēsetaiwill be savedG4982V-FPI-3S
καθὼςkathōseven asG2531CONJ
γέγραπται·gegraptaiit has been written:G1125V-RPI-3S
ἥξειhēxeiWill comeG2240V-FAI-3S
ἐκekout ofG1537PREP
ΣιὼνSiōnZionG4622N-GSF-L
ὁhothe [One]G3588T-NSM
ῥυόμενος,rhuomenosDelivering,G4506V-PNP-NSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀποστρέψειapostrepseiHe will removeG0654V-FAI-3S
ἀσεβείαςasebeiasungodlinessG0763N-APF
ἀπὸapofromG0575PREP
Ἰακώβ·IakōbJacob;G2384HN-GSM-P
  1. alzo zal Dat is, alsdan, namelijk als de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.
  2. geheel Israël Dat is, niet enige weinigen, maar ene zeer grote menigte, en gelijk als de ganse Joodse natie.
  3. zalig worden; Namelijk door de predikatie des Evangelies krachtig geroepen, en door het geloof gerechtvaardigd zijnde.
  4. De Verlosser zal uit Sion komen Grieks, die uittrekt; namelijk iemand uit enige zwarigheid. Hebreeuws, Goël. Waardoor de Messias verstaan wordt, die, als een naaste bloedverwant der Joden, hen uit het verderf zal trekken en verlossen.
  5. de goddeloosheden Namelijk hen door den Geest der wedergeboorte van dezelve bekerende, en hen die vergevende.
  6. van Jakob Dat is, van de Joden, die Jakobs nakomelingen zijn.

27 En dit is hun een verbond van Mij, als Ik hun zonden zal wegnemen.1

Original Greek

καὶkaiAndG2532CONJ
αὕτηhautēthis [is]G3778D-NSF
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM
ἡhētheG3588T-NSF
παρ᾽par᾽fromG3844PREP
ἐμοῦemouMeG1473S-1SGSN
διαθήκη,diathēkēcovenant,G1242N-NSF
ὅτανhotanwhenG3752CONJ
ἀφέλωμαιaphelōmaiI may take awayG0851V-2AMS-1S
τὰςtastheG3588T-APF
ἁμαρτίαςhamartiassinsG0266N-APF
αὐτῶν.autōnof them.G0846P-GPM
  1. hun een verbond van Mij, Namelijk den Joden, die derhalve, alzo dit verbond onveranderlijk en vast is, nog bekeerd zullen worden tot het geloof, opdat hunne zonden daardoor mogen vergeven en weggenomen worden.

28 Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil;1234567

Original Greek

κατὰkataAs regardsG2596PREP
μὲνmenindeedG3303PRT
τὸtotheG3588T-ASN
εὐαγγέλιονeuangeliongospelG2098N-ASN
ἐχθροὶechthroi[they are] enemiesG2190N-NPM
δι᾽di᾽on account ofG1223PREP
ὑμᾶςhumasyouG4771P-2AP
κατὰkataAs regardsG2596PREP
δὲdehoweverG1161CONJ
τὴνtēntheG3588T-ASF
ἐκλογὴνeklogēnelectionG1589N-ASF
ἀγαπητοὶagapētoibelovedG0027A-NPM
διὰdiaon account ofG1223PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
πατέρας·pateraspatriarchs;G3962N-APM
  1. Zo zijn zij wel Dit is een antwoord op ene tegenwerping, dat het niet wel gelofelijk was dat de Joden wederom zouden aangenomen worden, overmits zij door het verwerpen des Evangelies van God gehaat waren. De apostel bekent dat zij wel daarom gehaat waren, maar dat zij ook evenwel om een andere reden bemind waren, namelijk omdat zij afkomstig zijn van de vaderen, die God verkoren had tot Zijn volk.
  2. vijanden Dat is, van God gehaat.
  3. aangaande het Evangelie, Dat is, omdat zij nu tegenwoordig het Evangelie verwerpen en bestrijden.
  4. om uwentwil, Dat is, omdat zij u vanwege de belijdenis des Evangelies haten en vervolgen, of opdat gij, heidenen, in hunne plaats zoudt geroepen en ingeënt worden.
  5. aangaande de verkiezing Dat is, dewijl God deze natie uit alle andere tot Zijn volk uitverkoren heeft, en nog onder haar Zijne uitverkorenen heeft.
  6. beminden, Namelijk van God, dat is Gode aangenaam.
  7. om der vaderen wil; Dat is om het verbond, dat God met Abraham en zijne nakomelingen en de andere patriarchen, van wie de Joden afkomstig zijn, gemaakt heeft; Gen 17:7 .

29 Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.1

Original Greek

ἀμεταμέληταametamelētaIrrevocableG0278A-NPN
γὰρgarforG1063CONJ
τὰta[are] theG3588T-NPN
χαρίσματαcharismatagiftsG5486N-NPN
καὶkaiandG2532CONJ
ἡhētheG3588T-NSF
κλῆσιςklēsiscallingG2821N-NSF
τοῦtou<the>G3588T-GSM
θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T
  1. onberouwelijk Dat is, zodanig, dat God van dezelve geen berouw krijgt, dat is, onveranderlijk is; want bij de mensen ontstaat veranderen van voornemen daaruit, dat het hun berouwt zulk een voornemen genomen te hebben; 1Sa 15:29 ; 2Co 7:10 .

30 Want gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid;12345

Original Greek

ὥσπερhōsperJust asG5618CONJ
γὰρgarforG1063CONJ
καὶkaiandG2532CONJ
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP
ποτεpoteonceG4218PRT
ἠπειθήσατεēpeithēsatewere disobedientG0544V-AAI-2P
τῷtō<the>G3588T-DSM
θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T
νῦνnunnowG3568ADV
δὲdehoweverG1161CONJ
ἠλεήθητεēleēthētewere shown mercyG1653V-API-2P
τῇtēato themG3588T-DSF
τούτωνtoutōnthrough theirG3778D-GPM
ἀπειθείᾳ,apeitheiadisobedience,G0543N-DSF
  1. gijlieden Namelijk geroepenen uit de heidenen.
  2. eertijds Gode Namelijk eer Christus gekomen en u gepredikt is geweest.
  3. ongehoorzaam geweest zijt, Namelijk niet gelovende Zijn woord en niet houdende Zijne geboden.
  4. barmhartigheid verkregen hebt Dat is, uit enkele barmhartigheid Gods, door de predikatie des Evangelies, tot het geloof geroepen zijt.
  5. door dezer ongehoorzaamheid Dat is, bij gelegenheid dat de Joden het Evangelie ongehoorzaam zijn geweest, heeft God het Evangelie tot u laten komen, vs.11. Ongehoorzaamheid is meer dan ongelovigheid, want het betekent ene hardnekkigheid van niet te willen geloven.

31 Alzo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen.123

Original Greek

οὕτωςhoutōssoG3779ADV
καὶkaialsoG2532CONJ
οὗτοιhoutoitheseG3778D-NPM
νῦνnunnowG3568ADV
ἠπείθησανēpeithēsanwere disobedientG0544V-AAI-3P
τῷtō<the>G3588T-DSN
ὑμετέρῳhumeterōto yourG4771A-DSN
ἐλέειeleeimercyG1656N-DSN
ἵναinaso thatG2443CONJ
καὶkaialsoG2532CONJ
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM
νῦνnunnowG3568ADV
ἐλεηθῶσιν.eleēthōsinmay have mercy shown [them].G1653V-APS-3P
  1. nu ongehoorzaam geweest, Namelijk nadat Christus gekomen en u gepredikt is.
  2. door uw barmhartigheid zouden Namelijk die u geschied is, dat is, door de krachtige roeping en het geloof, hetwelk God u, heidenen, uit enkel barmhartigheid en genade gegeven heeft.
  3. barmhartigheid verkrijgen Namelijk aanmerkende de barmhartigheid, die den heidenen geschied is, en hun geloof, door dezelfde genade zouden opgewekt worden, om hun voorbeeld te volgen, en alzo mede derzelver barmhartigheid Gods deelachtig te worden.

32 Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn.123

Original Greek

συνέκλεισενsunekleisenHas bound upG4788V-AAI-3S
γὰρgarforG1063CONJ
ὁho<the>G3588T-NSM
θεὸςtheosGodG2316N-NSM-T
τοὺςtous<the>G3588T-APM
πάνταςpantasallG3956A-APM
εἰςeisinG1519PREP
ἀπείθειανapeitheiandisobedienceG0543N-ASF
ἵναinathatG2443CONJ
τοὺςtous<the>G3588T-APM
πάνταςpantasallG3956A-APM
ἐλεήσῃ.¶eleēsēHe may show mercy to.G1653V-AAS-3S
  1. allen onder de ongehoorzaamheid Namelijk zo Joden als heidenen.
  2. besloten, Of, gelijk als tezamen gebonden.
  3. allen zou barmhartig zijn Dat is, opdat allen, zo Joden als heidenen, zalig gemaakt zouden worden alleen uit Gods barmhartigheid en genade, en niet uit hunne verdiensten. Zodat het woord allen niet verstaan wordt van een ieder mens in het bijzonder, want dat geschiedt niet; maar van allen, die uit de Joden of heidenen zalig worden; namelijk dat niemand hunner zalig wordt dan uit barmhartigheid. Zie Joh 12:32 ; Gal 3:22 .

33 O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!1234

Original Greek

ὮŌOG5599INJ
βάθοςbathos[the] depthG0899N-NSN
πλούτουploutouof richesG4149N-GSM
καὶkaibothG2532CONJ
σοφίαςsophiasof wisdomG4678N-GSF
καὶkaiandG2532CONJ
γνώσεωςgnōseōsknowledgeG1108N-GSF
θεοῦ,theouof God!G2316N-GSM-T
ὡςhōsHowG5613PRT
ἀνεξεραύνηταanexeraunētaunsearchableG0419A-NPN
τὰtatheG3588T-NPN
κρίματαkrimatajudgmentsG2917N-NPN
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀνεξιχνίαστοιanexichniastoiuntraceableG0421A-NPF
αἱhaitheG3588T-NPF
ὁδοὶhodoiwaysG3598N-NPF
αὐτοῦ.autouof Him!G0846P-GSM
  1. O diepte des rijkdoms, Dat is, zeer overvloedige verborgenheid der geestelijke wijsheid.
  2. Gods, Niet die God in ons werkt, maar die in God zelf is, door welke Hij alles wijselijk overlegt en bestuurt.
  3. Zijn oordelen, Dat is, Zijne wijze die Hij houdt in het beschikken en besturen van der mensen verkiezing en verwerping.
  4. Zijn wegen Dat is, Zijne redenen, waarom Hij dus of zo doet.

34 Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?12

Original Greek

τίςtisWhoG5101I-NSM
γὰρgarforG1063CONJ
ἔγνωegnōhas knownG1097V-2AAI-3S
νοῦνnoun[the] mindG3563N-ASM
κυρίου;kuriouof [the] Lord?G2962GN-GSM-T
ἢēorG2228CONJ
τίςtiswhoG5101I-NSM
σύμβουλοςsumbouloscounselorG4825N-NSM
αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM
ἐγένετο;egenetohas been?G1096V-2ADI-3S
  1. den zin des Heeren gekend? Of, mening, gedachten, voornemen, raad.
  2. raadsman geweest? Namelijk die Hem raad zou gegeven hebben, hoe en aan wien Hij de zaligheid tot Zijn meeste eer zou teweegbrengen; niemand namelijk dan Hij zelf, naar Zijn oneindelijke wijsheid.

35 Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden?12

Original Greek

ἢēOrG2228CONJ
τίςtiswhoG5101I-NSM
προέδωκενproedōkenhas first givenG4272V-AAI-3S
αὐτῷ,autōto Him,G0846P-DSM
καὶkaiandG2532CONJ
ἀνταποδοθήσεταιantapodothēsetaiit will be recompensedG0467V-FPI-3S
αὐτῷ;autōto him?G0846P-DSM
  1. eerst gegeven, Of, tevoren gegeven; dat is, eerst iets goeds gehad of gedaan tot Gods eer, waardoor God aan hem zou verplicht zijn.
  2. wedervergolden worden? Namelijk naar verdienste; te weten, zo er iemand is, die Gode eerst gegeven heeft. Waarmede hij wil tonen dat alzo God niemand schuldig is ene vergelding te geven, dat dan de zaligheid niet uit verdienste, maar uit genade van Hem gegeven wordt; Psa 16:2 .

36 Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.12345

Original Greek

ὅτιhotiForG3754HCONJ
ἐξexfromG1537PREP
αὐτοῦautouHimG0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
δι᾽di᾽throughG1223PREP
αὐτοῦautouHimG0846P-GSM
καὶkaiandG2532CONJ
εἰςeisuntoG1519PREP
αὐτὸνautonHimG0846P-ASM
τὰta<the>G3588T-NPN
πάντα·panta[are] all things;G3956A-NPN
αὐτῷautōTo Him [be]G0846P-DSM
ἡhētheG3588T-NSF
δόξαdoxagloryG1391N-NSF
εἰςeistoG1519PREP
τοὺςtoustheG3588T-APM
αἰῶνας,aiōnasages!G0165HN-APM
ἀμήν.¶amēnAmen.G0281INJ-HEB
  1. uit Hem, Namelijk als de eerste oorzaak, die alles naar Zijn wijzen raad schikt en ordineert.
  2. door Hem, Namelijk als die alles, wat den mens ter zaligheid nodig is, werkt en hetgeen naar Zijn wijzen raad geordineerd is, krachtig uitvoert.
  3. tot Hem Namelijk als tot het uiterste einde, tot wiens eer alles moet strekken en gebracht worden; Pro 16:4 .
  4. alle dingen Namelijk die niet alleen de schepping, onderhouding en regering aller schepselen, maar voornamelijk die de zaligmaking der mensen aangaan, waarvan hier inzonderheid gehandeld wordt.
  5. Amen Van dit woord, zie Mat 6:13 .