Chapter 21
1 En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan den Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen:12
ἤγγισανēngisanthey drew nearG1448V-AAI-3P ἹεροσόλυμαHi'erosolumaJerusalemG2414N-APN-L ἦλθονēlthoncameG2064V-2AAI-3P ΒηθφαγὴBēthphagēBethphageG0967N-ASF-L ὄροςorosMountG3735N-ASN-L ἐλαιῶν,elaiōnof Olives,G1638N-GPF-L ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἀπέστειλενapesteilensentG0649V-AAI-3S μαθητὰςmathētasdisciplesG3101N-APM - Beth-fage, Marcus 11:1, en Luk 19:29 , stelt hierbij Bethanië, welke waren twee vlekken of plaatsen bij elkaar gelegen aan de Olijfberg omtrent vijftien stadiën van Jeruzalem, gelijk te zien is Joh 11:18 .
- Olijfberg, Grieks, berg der olijven; die gelegen was een sabbatsreis oostwaarts van Jeruzalem; Act 1:12 .
2 Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij.1
λέγωνlegōnsayingG3004GV-PAP-NSM αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM πορεύεσθεporeuesthedo goG4198V-PNM-2P κώμηνkōmēnvillageG2968N-ASF τὴνtēnwhich [is]G3588T-ASF κατέναντιkatenantiin frontG2713PREP ὑμῶν.humōnof you.G4771P-2GP εὐθέωςeutheōsimmediatelyG2112ADV εὑρήσετεheurēseteyou will findG2147V-FAI-2P ὄνονonona donkeyG3688N-ASF δεδεμένηνdedemenēntiedG1210V-RPP-ASF πῶλονpōlona coltG4454N-ASM αὐτῆς·autēsher;G0846P-GSF λύσαντεςlusanteshaving untied [them]G3089V-AAP-NPM ἀγάγετέagagetedo bring [them]G0071V-2AAM-2P - en brengt haar tot mij Anders, leidt haar.
3 En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.1
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP εἴπῃeipēmay sayG2036V-2AAS-3S ἐρεῖτεereiteyou will sayG4483V-FAI-2P αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM χρείανchreianneedG5532N-ASF ἔχει,echeihas,G2192V-PAI-3S εὐθὺςeuthusImmediatelyG2112ADV ἀποστελεῖaposteleihe will sendG0649V-FAI-3S αὐτούς.¶autousthem.G0846P-APM - zenden Anders, weder zenden; alzo dat dit de woorden van Christus zouden zijn, die Hij de eigenaar van deze ezelin heeft doen aanzeggen.
4 Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende:
γέγονενgegonenhas come to passG1096V-2RAI-3S πληρωθῇplērōthēait may be fulfilledG4137V-APS-3S ῥηθὲνrhēthenhaving been spokenG2046V-APP-NSN προφήτουprophētouprophetG4396N-GSM λέγοντος·legontossaying;G3004GV-PAP-GSM 5 Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.123
εἴπατεeipatedo sayG2036V-2AAM-2P θυγατρὶthugatridaughterG2364N-DSF Σιών·Siōnof Zion;G4622N-GSF-L βασιλεύςbasileusKingG0935N-NSM-T ἔρχεταίerchetaicomesG2064V-PNI-3S πραῢςprausgentleG4235A-NSM ἐπιβεβηκὼςepibebēkōsalready ridingG1910V-RAP-NSM ὄνονonona donkeyG3688N-ASF πῶλονpōlona coltG4454N-ASM υἱὸνhuion[the] foalG5207N-ASM ὑποζυγίου.¶hupozugiouof a beast of burden.G5268N-GSN - der dochter Sions Dat is, de inwoners der stad Jeruzalem, die alzo genaamd worden omdat een gedeelte van Jeruzalem op de berg Zion gebouwd was; 2Ki 19:21 . En hierdoor wordt ook de kerk Gods verstaan, van welke Jeruzalem en Zion voorbeelden waren.
- ezelin Christus heeft eigenlijk op het veulen gezeten, gelijk blijkt uit Mar 11:7 ; Luk 19:35 , maar de ezelin wordt hier bijgevoegd, om te tonen dat het een veulen was, dat nog zijn moeder volgde, zodat niemand nog daarop gezeten had, gelijk de andere Evangelisten getuigen.
- jong Grieks, zoon.
6 En de discipelen heengegaan zijnde, en gedaan hebbende, gelijk Jezus hun bevolen had,
ΠορευθέντεςPoreuthentesHaving goneG4198V-AOP-NPM μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM ποιήσαντεςpoiēsanteshaving doneG4160GV-AAP-NPM καθὼςkathōseven asG2531CONJ συνέταξενsunetaxendirectedG4929V-AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς,IēsousJesus,G2424GN-NSM-P 7 Brachten de ezelin en het veulen, en leiden hun klederen op dezelve, en zetten Hem daarop.1
ἤγαγονēgagonthey broughtG0071V-2AAI-3P ἐπέθηκανepethēkanputG2007V-2AAI-3P ἱμάτιαhimatiacloaksG2440N-APN αὐτῶν,autōnof themG0846P-GPN ἐπεκάθισενepekathisenHe satG1940V-AAI-3S αὐτῶν.autōnthem.G0846P-GPM - daarop Namelijk op de klederen.
8 En de meeste schare spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen takken van de bomen, en spreidden ze op den weg.1
πλεῖστοςpleistosvery greatG4118A-NSM-S ὄχλοςochloscrowdG3793N-NSM ἔστρωσανestrōsanspreadG4766V-AAI-3P ἑαυτῶνhe'autōntheir ownG1438F-3GPM ἱμάτιαhimatiacloaksG2440N-APN ἄλλοιalloiothersG0243A-NPM ἔκοπτονekoptonwere cutting downG2875V-IAI-3P κλάδουςkladousbranchesG2798N-APM δένδρωνdendrōntreesG1186N-GPN ἐστρώννυονestrōnnuonwere spreading [them]G4766V-IAI-3P - spreidden hun klederen Namelijk tot een teken van blijdschap en eer, die men gewoon was grote heren en koningen daarmee te bewijzen. Zie 2Ki 9:13 .
9 En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna den Zone Davids! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!123
ὄχλοιochloicrowdsG3793N-NPM προάγοντεςproagontesare going beforeG4254V-PAP-NPM ἀκολουθοῦντεςakolouthountesfollowingG0190V-PAP-NPM ἔκραζονekrazonthey were crying outG2896V-IAI-3P λέγοντες·legontessaying:G3004GV-PAP-NPM ὡσαννὰhōsannaHosannaG5614PRT Δαυίδ,Dauidof David!G1138N-GSM-P εὐλογημένοςeulogēmenosBlessed [is]G2127V-RPP-NSM ἐρχόμενοςerchomenoscomingG2064V-PNP-NSM ὀνόματιonomati[the] nameG3686N-DSN κυρίου,kuriouof [the] Lord!G2962GN-GSM-T ὡσαννὰhōsannaHosannaG5614PRT ὑψίστοις.¶hupsistoishighest!G5310A-DPN - Hosanna den Zone Davids Het woord Hosanna, genomen uit Psa 118:25 , is een Hebreeuws woord, van twee een gemaakt, en betekent zoveel als: behoed toch, of geef toch geluk en voorspoed.
- is Hij, Of, zij, Hij.
- naam des Heeren Dat is, gezonden van de Heere om, volgens zijn beloften, zijn werk uit te voeren; Luk 1:32-33 .
10 En als Hij te Jeruzalem inkwam, werd de gehele stad beroerd, zeggende: Wie is Deze?
εἰσελθόντοςeiselthontoswhen was enteringG1525V-2AAP-GSM ἹεροσόλυμαHi'erosolumaJerusalemG2414N-APN-L ἐσείσθηeseisthēwas stirredG4579V-API-3S λέγουσα·legousasaying;G3004GV-PAP-NSF ἐστινestinisG1510V-PAI-3S οὗτος;¶houtosthis?G3778D-NSM 11 En de scharen zeiden: Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea.
ὄχλοιochloithe crowdsG3793N-NPM ἔλεγον·elegonwere saying;G3004GV-IAI-3P οὗτόςhoutosThisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S προφήτηςprophētēsprophetG4396N-NSM Ἰησοῦς,IēsousJesus,G2424GN-NSM-P ΝαζαρὲθNazarethNazarethG3478N-GSF-L Γαλιλαίας.¶Galilaiasof Galilee.G1056GN-GSF-L 12 En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten.12
εἰσῆλθενeisēlthenenteredG1525V-2AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἱερὸνhi'erontempleG2411N-ASN θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T ἐξέβαλενexebalencast outG1544V-2AAI-3S πάνταςpantasallG3956A-APM πωλοῦνταςpōlountassellingG4453V-PAP-APM ἀγοράζονταςagorazontasbuyingG0059V-PAP-APM ἱερῷ,hi'erōtemple,G2411N-DSN τραπέζαςtrapezastablesG5132N-APF κολλυβιστῶνkollubistōnmoney changersG2855N-GPM κατέστρεψενkatestrepsenHe overturnedG2690V-AAI-3S καθέδραςkathedrasseatsG2515N-APF πωλούντωνpōlountōnsellingG4453V-PAP-GPM περιστεράς.peristerasdoves.G4058N-APF - dreef uit allen, Grieks, wierp uit.
- wisselaars om, Deze wisselaars en verkopers werden, buiten Gods bevel, door de overpriesters toegelaten in de tempel, wel onder de schijn om de godsdienst te bevorderen, maar inderdaad uit gierigheid, opdat het volk altijd gangbaar geld en beesten hebben mocht tot de offeranden, waarvan zij hun voordeel hadden.
13 En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.1
λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM γέγραπται·gegraptaiIt has been written:G1125V-RPI-3S προσευχῆςproseuchēsof prayerG4335N-GSF κληθήσεται,klēthēsetaiwill be called,’G2564GV-FPI-3S ὑμεῖςhumeisYou yourselvesG4771P-2NP ποιεῖτεpoieitemakeG4160GV-PAI-2P σπήλαιονspēlaiona denG4693N-ASN λῃστῶν.lēstōnof robbers.’G3027N-GPM - moordenaarskuil gemaakt Of, rovers, straatschenders; want gelijk de rovers hun spelonken plegen te hebben in de rotsstenen, waar zij hun roof brachten en deelden, zo deden ook de priesters in de tempel. Deze woorden zijn genomen uit Jer 7:11 .
14 En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve.
προσῆλθονprosēlthoncameG4334V-2AAI-3P τυφλοὶtuphloiblindG5185A-NPM χωλοὶchōloilameG5560A-NPM ἱερῷ,hi'erōtemple,G2411N-DSN ἐθεράπευσενetherapeusenHe healedG2323V-AAI-3S αὐτούς.autousthem.G0846P-APM 15 Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk;1
ἰδόντεςidontesHaving seenG1492HV-2AAP-NPM ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM θαυμάσιαthaumasiawondersG2297A-APN ἐποίησενepoiēsenHe didG4160GV-AAI-3S παῖδαςpaidaschildrenG3816N-APM κράζονταςkrazontasare crying outG2896V-PAP-APM ἱερῷhi'erōtempleG2411N-DSN λέγοντας·legontassaying;G3004GV-PAP-APM ὡσαννὰhōsannaHosannaG5614PRT Δαυίδ,Dauidof David,G1138N-GSM-P ἠγανάκτησανēganaktēsanthey were indignantG0023V-AAI-3P - wonderheden, Grieks, wonderlijke, namelijk daden.
16 En zeiden tot Hem: Hoort Gij wel, wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit den mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid?12
εἶπανeipansaidG2036V-2AAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM ἀκούειςakoueisHear youG0191V-PAI-2S οὗτοιhoutoitheseG3778D-NPM λέγουσιν;legousinsay?G3004GV-PAI-3P ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM οὐδέποτεoudepotesurely sometimeG3763ADV-N ἀνέγνωτεanegnōteyou did readG0314V-2AAI-2P ἐκekOut of [the]G1537PREP στόματοςstomatosmouthG4750N-GSN νηπίωνnēpiōnof babesG3516A-GPM θηλαζόντωνthēlazontōnsucklingsG2337V-PAP-GPM κατηρτίσωkatērtisōYou have prepared for yourselfG2675V-AMI-2S αἶνον;¶ainonpraise’?G0136N-ASM - Hoort gij wel Dit zeggen zij als bij manier van bestraffing, dat Hij de kinderen niet deed zwijgen.
- toebereid? Of, volmaakt.
17 En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanië, en overnachtte aldaar.12
καταλιπὼνkatalipōnhaving leftG2641V-2AAP-NSM αὐτοὺςautousthemG0846P-APM ἐξῆλθενexēlthenHe wentG1831V-2AAI-3S πόλεωςpoleōscityG4172N-GSF ΒηθανίανBēthanianBethanyG0963N-ASF-L ηὐλίσθηēulisthēHe passed the nightG0835V-AOI-3S - Bethanië, Van Bethanië, zie de aantekening bij vs.1.
- overnachtte aldaar Of, logeerde daar, en nam daar zijn herberg.
18 En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem.
ἐπανάγωνepanagōnhe is coming backG1877V-PAP-NSM ἐπείνασεν,epeinasenHe became hungry,G3983V-AAI-3S 19 En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.
ἰδὼνidōnhaving seenG1492HV-2AAP-NSM συκῆνsukēnfig treeG4808N-ASF ἦλθενēlthenHe cameG2064V-2AAI-3S οὐδὲνoudenno [thing]G3762A-ASN εὗρενheurenfoundG2147V-2AAI-3S φύλλαphullaleavesG5444N-APN μόνονmononaloneG3441A-ASN λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτῇ·autēato it;G0846P-DSF μηκέτιmēketino moreG3371ADV-N καρπὸςkarposfruitG2590N-NSM γένηταιgenētaithere may beG1096V-2ADS-3S ἐξηράνθηexēranthēwitheredG3583V-API-3S παραχρῆμαparachrēmaimmediatelyG3916ADV συκῆ.sukēfig tree.G4808N-NSF 20 En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?
ἰδόντεςidonteshaving seen [it]G1492HV-2AAP-NPM μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM ἐθαύμασανethaumasanmarveledG2296V-AAI-3P λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM παραχρῆμαparachrēmaso quicklyG3916ADV ἐξηράνθηexēranthēwitheredG3583V-API-3S συκῆ;¶sukēfig tree?G4808N-NSF 21 Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Voorwaar zeg Ik u: Indiën gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleenlijk doen, hetgeen den vijgeboom is geschied; maar indien gij ook tot dezen berg zeidet: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden.1
ἈποκριθεὶςApokritheisAnsweringG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ὑμῖν·huminto you;G4771P-2DP ἔχητεechēteyou shall haveG2192V-PAS-2P διακριθῆτε,diakrithēteshall doubt,G1252V-APS-2P τὸtothe [miracle]G3588T-ASN συκῆςsukēsfig treeG4808N-GSF ποιήσετε,poiēsetewill you do,G4160GV-FAI-2P κἂνkaneven ifG2532CONJ + G1437 ὄρειoreimountainG3735N-DSN εἴπητε·eipēteyou shall say;G2036V-2AAS-2P ἄρθητιarthētido be taken awayG0142V-APM-2S βλήθητιblēthētido be castG0906GV-APM-2S θάλασσαν,thalassansea,G2281N-ASF γενήσεται·genēsetaiit will come to pass;G1096V-FDI-3S - geloof had Van dit geloof, zie tevoren Mat 17:20 .
22 En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.
πάνταpantaall thingsG3956A-APN ὅσαhosaas much asG3745K-APN αἰτήσητεaitēsēteyou shall askG0154V-AAS-2P προσευχῇproseuchēaprayerG4335N-DSF πιστεύοντες,pisteuontesbelieving,G4100V-PAP-NPM λήμψεσθε.¶lēmpsestheyou will receive.G2983V-FDI-2P 23 En als Hij in den tempel gekomen was, kwamen tot Hem, terwijl Hij leerde, de overpriesters en de ouderlingen des volks, zeggende: Door wat macht doet Gij deze dingen? En Wie heeft U deze macht gegeven?123
ἐλθόντοςelthontoswhen was comingG2064V-2AAP-GSM ἱερὸνhi'erontempleG2411N-ASN προσῆλθονprosēlthoncameG4334V-2AAI-3P διδάσκοντιdidaskontiteachingG1321V-PAP-DSM ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM πρεσβύτεροιpresbuteroieldersG4245GN-NPM-T λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ποιεῖςpoieisare You doingG4160GV-PAI-2S ἔδωκενedōkengaveG1325V-AAI-3S ἐξουσίανexousianauthorityG1849N-ASF ταύτην;¶tautēnthis?G3778D-ASF - Door wat Grieks, in.
- macht Of, autoriteit.
- deze dingen Namelijk die tevoren beschreven zijn.
24 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen, hetwelk indien gij Mij zult zeggen, zo zal Ik u ook zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe.1
ἈποκριθεὶςApokritheisAnsweringG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ἐρωτήσωerōtēsōWill askG2065V-FAI-1S κἀγὼkagōI myself alsoG1473P-1NS + G2532 λόγονlogonthingG3056N-ASM εἴπητέeipēteyou shall tellG2036V-2AAS-2P κἀγὼkagōI myself alsoG1473P-1NS + G2532 ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP ἐρῶerōwill sayG4483V-FAI-1S ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN - woord vragen, Dat is, zaak.
25 De doop van Johannes, van waar was die, uit den hemel, of uit de mensen? En zij overlegden bij zichzelven en zeiden: Indiën wij zeggen: Uit den hemel; zo zal Hij ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?123
βάπτισμαbaptismabaptismG0908N-NSN ἸωάννουIōannouof JohnG2491GN-GSM-P πόθενpothenfrom whereG4159ADV-I ἦν;ēnwas it?G1510V-IAI-3S οὐρανοῦouranouheavenG3772N-GSM ἀνθρώπων;¶anthrōpōnmen?G0444N-GPM διελογίζοντοdielogizontothey were reasoningG1260V-INI-3P ἑαυτοῖςhe'autoisthemselvesG1438F-3DPM λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM εἴπωμεν·eipōmenwe shall say;G2036V-2AAS-1P οὐρανοῦ,ouranouheaven,G3772N-GSM ἐρεῖereiHe will sayG4483V-FAI-3S ἡμῖν·hēminto us;G3165P-1DP διὰdiaBecause ofG1223PREP ἐπιστεύσατεepisteusatedid you believeG4100V-AAI-2P αὐτῷ;autōin him?G0846P-DSM - doop van Johannes, Dat is, de leer van Johannes door zijn doop bevestigd. Met deze vraag beantwoordt Christus de vraag van de overpriesters, overmits Johannes, wiens leer uit de hemel was, getuigenis van Hem gegeven had dat Hij de ware Messias was; gelijk ook God, de Vader zelf, toen Christus door Johannes gedoopt werd.
- Uit de hemel Dat is, van God; Luk 15:18 .
- bij zichzelven Of, onder elkander.
26 En indien wij zeggen: Uit de mensen: zo vrezen wij de schare; want zij houden allen Johannes voor een profeet.
εἴπωμεν·eipōmenwe shall say;G2036V-2AAS-1P ἀνθρώπων,anthrōpōnmen,G0444N-GPM φοβούμεθαphoboumethawe fearG5399V-PNI-1P ὄχλον·ochlonmultitude;G3793N-ASM πάντεςpantesallG3956A-NPM προφήτηνprophētēna prophetG4396N-ASM ἔχουσινechousinholdG2192V-PAI-3P Ἰωάννην.¶IōannēnJohn.G2491GN-ASM-P 27 En zij, Jezus antwoordende, zeiden: Wij weten het niet. En Hij zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik dit doe.
ἀποκριθέντεςapokrithentesansweringG0611V-AOP-NPM εἶπαν·eipanthey said;G2036V-2AAI-3P οἴδαμεν.oidamendo we know.G6063V-RAI-1P ἔφηephēWas sayingG5346V-IAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM αὐτός·autosHe himself;G0846P-NSM οὐδὲoudeNeitherG3761CONJ-N ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN 28 Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard.12
δοκεῖ;dokeithink?G1380V-PAI-3S ἄνθρωποςanthrōposA manG0444N-NSM εἶχενeichenhadG2192V-IAI-3S προσελθὼνproselthōnhaving comeG4334V-2AAP-NSM εἶπεν·eipenhe said;G2036V-2AAI-3S τέκνον,teknonSon,G5043N-VSN ὕπαγεhupagedo goG5217V-PAM-2S σήμερονsēmerontodayG4594ADV ἐργάζουergazoudo workG2038V-PNM-2S ἀμπελῶνιampelōnivineyardG0290N-DSM μου.mouof mine.G3165P-1GS - zonen, Grieks, kinderen.
- eersten, Door de eerste zoon worden verstaan de openbare zondaars, die, zich bekerende, het Evangelie gehoorzaam zijn.
29 Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen.
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM εἶπεν·eipenhe said;G2036V-2AAI-3S θέλω·thelōI want to;G2309V-PAI-1S ὕστερονhusteronAfterwardG5306A-ASN-C μεταμεληθεὶςmetamelētheishaving repentedG3338V-AOP-NSM ἀπῆλθεν.apēlthenhe went.G0565V-2AAI-3S 30 En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet.1
προσελθὼνproselthōnHaving comeG4334V-2AAP-NSM ἑτέρῳheterōotherG2087A-DSN εἶπενeipenhe saidG2036V-2AAI-3S ὡσαύτως.hōsautōslikewise.G5615ADV ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM εἶπεν·eipenhe said;G2036V-2AAI-3S ἐγώ,egōI myself [will]G1473P-1NS ἀπῆλθεν.apēlthendid he go.G0565V-2AAI-3S - tweeden, Door de tweede zoon worden verstaan degenen, die belijdenis doen van God te dienen, en nochtans in der waarheid zulks niet doen.
31 Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.12
ἐποίησενepoiēsendidG4160GV-AAI-3S θέλημαthelēmawillG2307N-ASN πατρός;patrosfather?G3962N-GSM λέγουσινlegousinThey sayG3004GV-PAI-3P αὐτῷ·autōto him:G0846P-DSM πρῶτος.prōtosfirst.G4413GA-NSM αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP τελῶναιtelōnaitax collectorsG5057N-NPM πόρναιpornaiprostitutesG4204N-NPF προάγουσινproagousingo beforeG4254V-PAI-3P βασιλείανbasileiankingdomG0932N-ASF θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T - tollenaars en de hoeren Namelijk bekeerd zijnde.
- voorgaan in het koninkrijk Gods Dat is, zij bekeren zich en nemen het Evangelie aan, daar gij, onbekeerd zijnde en blijvende, hetzelve verwerpt; en zullen dienvolgens ook in de hemel ingaan, waar gij zult uitgesloten worden. Zie Mat 25:12 .
32 Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.1
ἦλθενēlthenCameG2064V-2AAI-3S ἸωάννηςIōannēsJohnG2491GN-NSM-P δικαιοσύνης,dikaiosunēsof righteousness,G1343N-GSF ἐπιστεύσατεepisteusateyou did believeG4100V-AAI-2P αὐτῷ·autōin him;G0846P-DSM τελῶναιtelōnaithe tax collectorsG5057N-NPM πόρναιpornaiprostitutesG4204N-NPF ἐπίστευσανepisteusanbelievedG4100V-AAI-3P αὐτῷ.autōin him.G0846P-DSM ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP ἰδόντεςidonteshaving seenG1492HV-2AAP-NPM οὐδὲoudenot evenG3761CONJ-N μετεμελήθητεmetemelēthētedid repentG3338V-AOI-2P ὕστερονhusteronafterwardG5306A-ASN-C πιστεῦσαιpisteusaito believeG4100V-AAN - weg der gerechtigheid, Dat is, de rechte weg der zaligheid lerende en in dezelve wandelende.
33 Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak daarin, en bouwde een toren, en verhuurde dien den landlieden, en reisde buiten 's lands.12345
ἌλληνAllēnAnotherG0243A-ASF παραβολὴνparabolēnparableG3850N-ASF ἀκούσατε·akousatedo hear:G0191V-AAM-2P ἄνθρωποςanthrōposA manG0444N-NSM ἦνēnthere wasG1510V-IAI-3S οἰκοδεσπότηςoikodespotēsa master of a houseG3617N-NSM ἐφύτευσενephuteusenplantedG5452V-AAI-3S ἀμπελῶναampelōnaa vineyardG0290N-ASM φραγμὸνphragmona fenceG5418N-ASM αὐτῷautōaround itG0846P-DSM περιέθηκενperiethēkenplacedG4060V-AAI-3S ὤρυξενōruxenhe dugG3736V-AAI-3S ληνὸνlēnona winepressG3025N-ASF ᾠκοδόμησενōkodomēsenhe builtG3618V-AAI-3S πύργονpurgona towerG4444N-ASM ἐξέδετοexedetohe rented outG1554V-2AMI-3S γεωργοῖςgeōrgoisto farmersG1092N-DPM ἀπεδήμησεν.apedēmēsenhe traveled abroad.G0589V-AAI-3S - een heer des huizes, Grieks, een mens, die een heer des huisgezins was.
- tuin Of, heining, heg, haag.
- wijnpersbak Namelijk waarin de wijn onder de pers inloopt en vergaderd wordt.
- toren, Namelijk om de gehele wijngaard te overzien en die te bewaken.
- verhuurde Grieks, gaf die uit.
34 Toen nu de tijd der vruchten genaakte, zond hij zijn dienstknechten tot de landlieden, om zijn vruchten te ontvangen.1
ἤγγισενēngisendrew nearG1448V-AAI-3S καιρὸςkairosseasonG2540N-NSM καρπῶν,karpōnfruits,G2590N-GPM ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S δούλουςdoulousservantsG1401N-APM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM γεωργοὺςgeōrgousfarmersG1092N-APM λαβεῖνlabeinto receiveG2983V-2AAN καρποὺςkarpousfruitsG2590N-APM αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM - zond hij In deze gelijkenis wordt God vergeleken met een huisvader; de Joodse gemeente met een wijngaard; de priesters en schriftgeleerden met de landlieden; de profeten en getrouwe leraren met de dienstknechten; Christus met de zoon des huisvaders; en het geloof en de gehoorzaamheid met de vruchten, welke, mits zij die niet voortbrachten, zo wordt hun ondergang door de Romeinen bedreigd en de roeping der heidenen in hun plaats voorzegd. Zie dergelijke gelijkenis Psa 80:9 ; Isa 5:1 ; Jer 12:10 .
35 En de landlieden, nemende zijn dienstknechten, hebben den een geslagen, en den anderen gedood, en den derden gestenigd.1
λαβόντεςlabonteshaving takenG2983V-2AAP-NPM γεωργοὶgeōrgoifarmersG1092N-NPM δούλουςdoulousservantsG1401N-APM αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM ἔδειραν,edeiranthey beat,G1194V-AAI-3P ἀπέκτειναν,apekteinanthey killed,G0615V-AAI-3P ἐλιθοβόλησαν.elithobolēsanthey stoned.G3036V-AAI-3P - den een geslagen, Zie hiervan Heb 11:36-37 .
36 Wederom zond hij andere dienstknechten, meer in getal dan de eersten, en zij deden hun desgelijks.
ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S ἄλλουςallousotherG0243A-APM δούλουςdoulousservantsG1401N-APM πλείοναςpleionasmoreG4119A-APM-C πρώτων,prōtōnfirst,G4413GA-GPM ἐποίησανepoiēsanthey didG4160GV-AAI-3P αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM ὡσαύτως.hōsautōslikewise.G5615ADV 37 En ten laatste zond hij tot hen zijn zoon, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.
ὕστερονhusteronAfterwardG5306A-ASN-C ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S αὐτοὺςautousthemG0846P-APM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM ἐντραπήσονταιentrapēsontaiThey will respectG1788V-2FPI-3P μου.¶mouof mine.G3165P-1GS 38 Maar de landlieden, den zoon ziende, zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, en zijn erfenis aan ons behouden.
γεωργοὶgeōrgoithe farmersG1092N-NPM ἰδόντεςidonteshaving seenG1492HV-2AAP-NPM εἶπονeiponsaidG2036V-2AAI-3P ἑαυτοῖς·he'autoisthemselves;G1438F-3DPM οὗτόςhoutosThisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S κληρονόμος·klēronomosheir;G2818N-NSM ἀποκτείνωμενapokteinōmenlet us killG0615V-PAS-1P σχῶμενschōmenlet us haveG2192V-2AAS-1P κληρονομίανklēronomianinheritanceG2817N-ASF αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM 39 En hem nemende, wierpen zij hem uit, buiten den wijngaard, en doodden hem.
λαβόντεςlabonteshaving takingG2983V-2AAP-NPM ἐξέβαλονexebalonthey cast [him]G1544V-2AAI-3P ἀμπελῶνοςampelōnosvineyardG0290N-GSM ἀπέκτειναν.apekteinankilled [him].G0615V-AAI-3P 40 Wanneer dan de heer des wijngaards komen zal, wat zal hij dien landlieden doen?
ἔλθῃelthēmay comeG2064V-2AAS-3S ἀμπελῶνος,ampelōnosvineyard,G0290N-GSM ποιήσειpoiēseiwill he doG4160GV-FAI-3S γεωργοῖςgeōrgoisfarmersG1092N-DPM ἐκείνοις;ekeinoisto those?G1565D-DPM 41 Zij zeiden tot hem: Hij zal den kwaden een kwaden dood aandoen, en zal den wijngaard aan andere landlieden verhuren, die hem de vruchten op haar tijden zullen geven.
λέγουσινlegousinThey sayG3004GV-PAI-3P αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM κακοὺςkakous[The] wretchesG2556GA-APM κακῶςkakōsgrievouslyG2560ADV ἀπολέσειapoleseiHe will destroyG0622V-FAI-3S αὐτοὺςautousthemG0846P-APM ἀμπελῶναampelōnavineyardG0290N-ASM ἐκδώσεταιekdōsetaihe will rent outG1554V-FDI-3S ἄλλοιςalloisto otherG0243A-DPM γεωργοῖςgeōrgoisfarmersG1092N-DPM οἵτινεςoitineswhoG3748R-NPM ἀποδώσουσινapodōsousinwill giveG0591V-FAI-3P καρποὺςkarpousfruitsG2590N-APM καιροῖςkairoisseasonsG2540N-DPM αὐτῶν.¶autōnof them.G0846P-GPM 42 Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks; van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?123
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P οὐδέποτεoudepotesurely sometimeG3763ADV-N ἀνέγνωτεanegnōteyou did readG0314V-2AAI-2P γραφαῖς·graphaisScriptures:G1124N-DPF λίθονlithon[The] stoneG3037N-ASM ἀπεδοκίμασανapedokimasanrejectedG0593V-AAI-3P οἰκοδομοῦντες,oikodomountesbuilding,G3618V-PAP-NPM οὗτοςhoutosthisG3778D-NSM ἐγενήθηegenēthēhas becomeG1096V-2AOI-3S κεφαλὴνkephalēnchiefG2776N-ASF γωνίας.gōniascorner.G1137N-GSF κυρίουkuriou[the] LordG2962GN-GSM-T ἐγένετοegenetowasG1096V-2ADI-3S αὕτη,hautēthis,G3778D-NSF ἔστινestinit isG1510V-PAI-3S θαυμαστὴthaumastēmarvelousG2298A-NSF ὀφθαλμοῖςophthalmois[the] eyesG3788N-DPM ἡμῶν;¶hēmōnof us?’G3165P-1GP - De steen, Deze steen is Christus, 1Pe 2:4 , welke de bouwlieden, dat is de schriftgeleerden en overpriesters, verworpen hebben.
- verworpen hebben, Grieks, afgekeurd.
- hoofd des hoeks; Dat is, de uiterste hoeksteen, op welke twee muren vast staan en aan elkander gehecht worden, namelijk de gemeente uit de Joden en heidenen bijeengebracht. Zie Eph 2:13 , Eph 2:20 en 1Pe 2:7-8 .
43 Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt.1
διὰdiaBecause ofG1223PREP ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP ἀρθήσεταιarthēsetaiit will be taken awayG0142V-FPI-3S βασιλείαbasileiakingdomG0932N-NSF θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T δοθήσεταιdothēsetaiit will be givenG1325V-FPI-3S ἔθνειethneito a peopleG1484N-DSN ποιοῦντιpoiountiproducingG4160GV-PAP-DSN καρποὺςkarpousfruitsG2590N-APM αὐτῆς.autēsof it.G0846P-GSF - zijn vruchten voortbrengt Namelijk van het koninkrijk der hemelen; dat is die het koninkrijk betamen.
44 En wie op dezen steen valt, die zal verpletterd worden; en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.123
πεσὼνpesōnhaving fallenG4098V-2AAP-NSM λίθονlithonstoneG3037N-ASM τοῦτονtoutonthisG3778D-ASM συνθλασθήσεται·sunthlasthēsetaiwill be broken;G4917V-FPI-3S πέσῃ,pesēit may fall,G4098V-2AAS-3S λικμήσειlikmēseiit will grind to powderG3039V-FAI-3S αὐτόν.¶autonhim.G0846P-ASM - valt, die zal verpletterd worden; Namelijk door verachting of ongeloof, 1Pe 2:8 .
- valt, dien zal hij Namelijk door de last van zijn oordeel of van zijn straf.
- vermorzelen Grieks, wannen; dat is zo klein verbrijzelen, dat men het zou kunnen wannen of ziften; Psa 2:9 .
45 En als de overpriesters en Farizeën deze Zijn gelijkenissen hoorden, verstonden zij, dat Hij van hen sprak.
ἀκούσαντεςakousanteshaving heardG0191V-AAP-NPM ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM ΦαρισαῖοιPharisaioiPhariseesG5330N-NPM-T παραβολὰςparabolasparablesG3850N-APF αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ἔγνωσανegnōsanthey knewG1097V-2AAI-3P λέγει.legeiHe speaks.G3004GV-PAI-3S 46 En zoekende Hem te vangen, vreesden zij de scharen, dewijl deze Hem hielden voor een profeet.
ζητοῦντεςzētountesseekingG2212V-PAP-NPM κρατῆσαιkratēsaito lay hold ofG2902V-AAN ἐφοβήθησανephobēthēsanthey fearedG5399V-AOI-3P ὄχλους,ochlouscrowds,G3793N-APM προφήτηνprophētēna prophetG4396N-ASM εἶχον.¶eichonthey were holding.G2192V-IAI-3P