Chapter 22
1 En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende:
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipenspokeG2036V-2AAI-3S παραβολαῖςparabolaisparablesG3850N-DPF αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM 2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had;123
ὡμοιώθηhōmoiōthēHas become likeG3666V-API-3S βασιλείαbasileiakingdomG0932N-NSF οὐρανῶνouranōnheavensG3772N-GPM ἀνθρώπῳanthrōpōto a manG0444N-DSM βασιλεῖbasileia kingG0935N-DSM ἐποίησενepoiēsenmadeG4160GV-AAI-3S γάμουςgamousa wedding feastG1062N-APM αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM - is gelijk Door deze gelijkenis wordt voor ogen gesteld de grote ondankbaarheid der Joden, die, van God door de predikatie des Evangelies tot de gemeenschap zijns Zoons en der zaligheid geroepen zijnde, dezelve veracht hebben en daarom zwaarlijk gestraft en verworpen zouden worden en dat de heidenen daarna in hun plaats zouden worden geroepen.
- een zeker koning, Grieks, een mens, die een koning was; dat is God de Vader.
- bruiloft bereid had Dat is, de genadige en geestelijke gemeenschap met Christus en de eeuwige zaligheid.
3 En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen.123
ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S δούλουςdoulousservantsG1401N-APM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM καλέσαιkalesaito callG2564GV-AAN κεκλημένουςkeklēmenousinvitedG2564GV-RPP-APM γάμους,gamouswedding feast,G1062N-APM ἤθελονēthelonthey were willingG2309V-IAI-3P ἐλθεῖν.eltheinto come.G2064V-2AAN - dienstknechten uit Namelijk de profeten en trouwe priesters.
- genoden ter bruiloft Namelijk de Joden.
- te roepen; Dat is, te halen.
4 Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft.12
ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S ἄλλουςallousotherG0243A-APM δούλουςdoulousservantsG1401N-APM λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM εἴπατεeipatedo sayG2036V-2AAM-2P τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM κεκλημένοις·keklēmenoisinvited;G2564GV-RPP-DPM ἄριστόνaristondinnerG0712N-ASN ἡτοίμακα,hētoimakaI have prepared,G2090V-RAI-1S ταῦροίtauroioxenG5022N-NPM σιτιστὰsitistafatlingsG4619A-NPN τεθυμένα,tethumenakilled,G2380V-RPP-NPN πάνταpantaall things [are]G3956A-NPN ἕτοιμα·hetoimaready;G2092A-NPN γάμους.gamouswedding feast.G1062N-APM - andere dienstknechten uit, Namelijk de apostelen, evangelisten en andere leraren van het heilig Evangelie.
- gereed; Alzo Christus nu in het vlees gekomen was om het werk der zaligheid dadelijk te volbrengen.
5 Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap.
ἀμελήσαντεςamelēsanteshaving paid no attentionG0272V-AAP-NPM ἀπῆλθον,apēlthonthey went away,G0565V-2AAI-3P ὃςhosthat [one]G3739R-NSM ἴδιονidion[his] ownG2398A-ASM ὃςhosthat [one]G3739R-NSM ἐμπορίανemporianbusinessG1711N-ASF αὐτοῦ·autouof him;G0846P-GSM 6 En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan, en doodden hen.
λοιποὶloipoithe restG3062A-NPM κρατήσαντεςkratēsanteshaving laid hold ofG2902V-AAP-NPM δούλουςdoulousservantsG1401N-APM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ὕβρισανhubrisanmistreatedG5195V-AAI-3P ἀπέκτειναν.apekteinankilled [them].G0615V-AAI-3P 7 Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken.1
ἀκούσαςakousashaving heardG0191V-AAP-NSM βασιλεὺςbasileusthe kingG0935N-NSM ἐκεῖνοςekeinosthatG1565D-NSM ὠργίσθη,ōrgisthēwas angry,G3710V-API-3S πέμψαςpempsashaving sentG3992V-AAP-NSM στρατεύματαstrateumataarmiesG4753N-APN αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἀπώλεσενapōlesenhe destroyedG0622V-AAI-3S φονεῖςphoneismurderersG5406N-APM ἐκείνουςekeinousthoseG1565D-APM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM ἐνέπρησεν.¶eneprēsenhe burned.G1714V-AAI-3S - krijgsheiren zendende, Welke de Romeinen zijn geweest, die God heeft gebruikt om deze straf hun aan te doen, hoewel zij zulks niet voorhadden, gelijk Isa 10:7 .
8 Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig.1
λέγειlegeihe saysG3004GV-PAI-3S δούλοιςdouloisservantsG1401N-DPM αὐτοῦ·autouof him;G0846P-GSM γάμοςgamoswedding feastG1062N-NSM ἕτοιμόςhetoimosreadyG2092A-NSM ἐστιν,estinis,G1510V-PAI-3S κεκλημένοιkeklēmenoiinvitedG2564GV-RPP-NPM ἦσανēsanwereG1510V-IAI-3P ἄξιοι.axioiworthy.G0514A-NPM - niet waardig Zie Act 13:46 .
9 Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.12
πορεύεσθεporeuesthedo goG4198V-PNM-2P διεξόδουςdiexodousthoroughfaresG1327N-APF ὁδῶν,hodōnhighways,G3598N-GPF ὅσουςhosousas many asG3745K-APM εὕρητε,heurēteyou shall find,G2147V-2AAS-2P καλέσατεkalesatedo inviteG2564GV-AAM-2P γάμους.gamouswedding feast.G1062N-APM - uitgangen der wegen, Of wegscheidingen; dat is, in alle delen en landen der wereld; Rom 10:18 .
- zovelen als gij Dat is, van allerlei soorten, zonder onderscheid.
10 En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten.
ἐξελθόντεςexelthonteshaving gone outG1831V-2AAP-NPM δοῦλοιdouloiservantsG1401N-NPM ἐκεῖνοιekeinoithoseG1565D-NPM ὁδοὺςhodoushighwaysG3598N-APF συνήγαγονsunēgagonthey brought togetherG4863V-2AAI-3P πάνταςpantasallG3956A-APM οὓςhousas many asG3739R-APM εὗρον,heuronthey found,G2147V-2AAI-3P πονηρούςponērousevilG4190A-APM ἀγαθούς·agathousgood;G0018A-APM ἐπλήσθηeplēsthēbecame fullG4130V-API-3S γάμοςgamoswedding hallG1062N-NSM ἀνακειμένων.¶anakeimenōnof those reclining.G0345V-PNP-GPM 11 En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed;12
ΕἰσελθὼνEiselthōnHaving entered inG1525V-2AAP-NSM βασιλεὺςbasileuskingG0935N-NSM θεάσασθαιtheasasthaito seeG2300V-ADN ἀνακειμένουςanakeimenousrecliningG0345V-PNP-APM εἶδενeidenhe sawG1492HV-2AAI-3S ἄνθρωπονanthrōpona manG0444N-ASM ἐνδεδυμένονendedumenonbeing dressed himselfG1746V-RMP-ASM ἔνδυμαendumain clothesG1742N-ASN γάμουgamouof weddingG1062N-GSM - overzien, Namelijk als het uiterste oordeel zal gehouden worden. Zie vs.13.
- bruiloftskleed, Dit bruilofskleed is Christus met zijn gerechtigheid, aangenomen door een waar geloof, hetwelk door de werken der liefde krachtig is en betoond wordt; Rom 13:14 ; Gal 3:26-27 ; Rev 19:8 .
12 En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde.12
λέγειlegeihe saysG3004GV-PAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ἑταῖρε,hetaireFriend,G2083N-VSM εἰσῆλθεςeisēlthesdid you enterG1525V-2AAI-2S ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM ἔνδυμαendumagarmentG1742N-ASN γάμου;gamouof wedding?G1062N-GSM ἐφιμώθη.ephimōthēhe was speechless.G5392V-API-3S - Vriend, Grieks, gezel.
- verstomde Namelijk als een die gemuilband is.
13 Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.12
βασιλεὺςbasileuskingG0935N-NSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S διακόνοις·diakonoisservants;G1249N-DPM δήσαντεςdēsantesHaving boundG1210V-AAP-NPM χεῖραςcheirashandsG5495N-APF ἄρατεaratedo takeG0142V-AAM-2P ἐκβάλετεekbaletedo cast outG1544V-2AAM-2P σκότοςskotosdarknessG4655N-ASN ἐξώτερον·exōteronouter;G1857A-ASN-C ἔσταιestaiwill beG1510V-FDI-3S κλαυθμὸςklauthmosweepingG2805N-NSM βρυγμὸςbrugmosgnashingG1030N-NSM ὀδόντων.odontōnteeth.G3599N-GPM - de dienaars Namelijk die aan de talfel dienden; waardoor verstaan worden de engelen. Zie Mat 13:41-42 .
- buitenste duisternis; Zie hiervan Mat 8:12 .
14 Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.1
πολλοὶpolloiManyG4183A-NPM εἰσινeisinareG1510V-PAI-3P κλητοί,klētoicalled,G2822A-NPM ὀλίγοιoligoifewG3641A-NPM ἐκλεκτοί.¶eklektoichosen.G1588A-NPM - Want velen zijn geroepen, Dit bestuur ziet niet alleen op deze ene, die als een voorbeeld is van alle huichelaars, maar ook op de menigte dergenen, die tevoren genood zijnde zulks hebben veracht.
15 Toen gingen de Farizeën heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in Zijn rede.1
πορευθέντεςporeuthenteshaving gone outG4198V-AOP-NPM ΦαρισαῖοιPharisaioiPhariseesG5330N-NPM-T συμβούλιονsumboulioncounselG4824N-ASN ἔλαβονelabontookG2983V-2AAI-3P παγιδεύσωσινpagideusōsinthey may trapG3802V-AAS-3P λόγῳ.logōHis words.G3056N-DSM - in zijn rede Of, met hunne rede. zie Mar 12:13 .
16 En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en den weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan;12
ἀποστέλλουσινapostellousinthey sendG0649V-PAI-3P μαθητὰςmathētasdisciplesG3101N-APM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM ἩρῳδιανῶνHērōdianōnHerodiansG2265N-GPM-T λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T οἴδαμενoidamenwe knowG6063V-RAI-1P ἀληθὴςalēthēstrueG0227A-NSM θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T ἀληθείᾳalētheia[the] truthG0225N-DSF διδάσκεις,didaskeisYou teach,G1321V-PAI-2S μέλειmeleithere is careG3199V-PAI-3S οὐδενός,oudenosno [one],G3762A-GSM βλέπειςblepeisYou lookG0991V-PAI-2S πρόσωπονprosōponappearanceG4383N-ASN ἀνθρώπων.anthrōpōnof men.G0444N-GPM - Herodianen, Sommige oude leraars menen dat deze Herodianen een bijzondere sekte waren, die ene mengeling uit den Joodse en den heidense godsdienst, van Herodes den Grote ingevoerd, toestonden en navolgden. Hetwelk overeenkomt met Mar 8:15 . Anderen menen dat zij ook hovelingen of dienaars waren van Herodes Antipas, die deze schattingen voor de keizer vergaderden, en aan degenen, die zulke schatting zouden weigeren of ontkennen geoorloofd te zijn, de handen sloegen, hetwelk uit de woorden van Luk 20:20 , afgenomen wordt.
- persoon des mensen niet aan; Grieks, aangezicht; dat is, de uiterlijke gestaltenis of gelegenheid des mensen, gelijk daar is macht, rijkdom, maagschap of dergelijke.
17 Zeg ons dan: wat dunkt U? Is het geoorloofd, den keizer schatting te geven of niet?1
εἰπὲeipedo tellG2036V-2AAM-2S δοκεῖ;dokeithink?G1380V-PAI-3S ἔξεστινexestinIs it lawfulG1832V-PAI-3S δοῦναιdounaito giveG1325V-2AAN κῆνσονkēnsontributeG2778N-ASM ΚαίσαριKaisarito CaesarG2541JN-DSM-T - schatting te geven Of, cijns.
18 Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide:
ΓνοὺςGnousHaving knownG1097V-2AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P πονηρίανponērianmaliceG4189N-ASF αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM εἶπεν·eipenHe said;G2036V-2AAI-3S πειράζετε,peirazetedo you test,G3985HV-PAI-2P ὑποκριταί;hupokritaihypocrites?G5273N-VPM 19 Gij geveinsden, wat verzoekt gij Mij? Toont Mij de schattingpenning. En zij brachten Hem een penning.1
ἐπιδείξατέepideixatedo showG1925V-AAM-2P νόμισμαnomismacoinG3546N-ASN κήνσου.kēnsoutribute.G2778N-GSM προσήνεγκανprosēnegkanthey presentedG4374V-AAI-3P δηνάριον.dēnariona denarius.G1220N-ASN - schattingpenning Dit was een stuk geld van de Romeinen, genaamd denarius, gelijk in het laatste van dit vers uitgedrukt wordt waarop het beeld van de Romeinse keizer en de naam gemunt was; welke, en geen andere munt, men tot schatting geven moest, opdat daardoor zou blijken dat zij onder de heerschappij van het Romeinse rijk stonden, gelijk zij ook plachten de schatting des tempels te betalen met een halven sikkel des heiligdoms, op welken aan de ene zijde stond: de sikkel Israëls, en op de andere zijde: het heilige Jeruzalem. Van den denarius, zie Mat 18:28 .
20 En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en het opschrift?
λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM τίνοςtinosOf whom [is]G5101I-GSM εἰκὼνeikōnlikenessG1504N-NSF ἡhē[of whom is] theG3588T-NSF ἐπιγραφή;epigraphēinscription?G1923N-NSF 21 Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.
λέγουσινlegousinThey sayG3004GV-PAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM Καίσαρος.¶KaisarosOf Caesar.G2541JN-GSM-T λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ἀπόδοτεapodotedo give backG0591V-2AAM-2P τὰtathe [things]G3588T-APN ΚαίσαροςKaisarosof CaesarG2541JN-GSM-T ΚαίσαριKaisarito CaesarG2541JN-DSM-T τὰtathe [things]G3588T-APN θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T θεῷ.theōto God.G2316N-DSM-T 22 En zij, dit horende, verwonderden zich, en Hem verlatende, zijn zij weggegaan.
ἀκούσαντεςakousanteshaving heardG0191V-AAP-NPM ἐθαύμασαν,ethaumasanthey marveled,G2296V-AAI-3P ἀφέντεςaphenteshaving leftG0863GV-2AAP-NPM ἀπῆλθαν.¶apēlthanthey went away.G0565V-2AAI-3P 23 Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceën, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem.1
ἐκείνῃekeinēthat [very]G1565D-DSF προσῆλθονprosēlthoncameG4334V-2AAI-3P ΣαδδουκαῖοιSaddoukaioiSadduceesG4523N-NPM-T λέγοντεςlegontessayingG3004GV-PAP-NPM εἶναιeinaibeingG1511V-PAN ἀνάστασινanastasina resurrectionG0386N-ASF ἐπηρώτησανepērōtēsanthey questionedG1905V-AAI-3P - Sadduceën, Van de sekte der Sadduceën zie breder Act 23:8 .
24 Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indiën iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken.12
λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P εἶπεν·eipensaid;G2036V-2AAI-3S ἀποθάνῃapothanēshall dieG0599V-2AAS-3S ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM τέκνα,teknachildren,G5043N-APN ἐπιγαμβρεύσειepigambreuseiwill marryG1918V-FAI-3S ἀδελφὸςadelphosbrotherG0080N-NSM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἀναστήσειanastēseihe will raise upG0450V-FAI-3S σπέρμαspermaoffspringG4690GN-ASN ἀδελφῷadelphōbrotherG0080N-DSM αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM - kinderen hebbende, Dat is, zonen; mits hij zijnen broeder zaad moest verwekken, dat zijns broeders naam zou voeren en zijn erfgenaam wezen; Deu 25:5-6 .
- trouwen Grieks, uit recht des zwagerschaps tot ene huisvrouw nemen.
25 Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder.
ἦσανēsanThere wereG1510V-IAI-3P ἀδελφοί.adelphoibrothers.G0080N-NPM γήμαςgēmashaving marriedG1060V-AAP-NSM ἐτελεύτησεν,eteleutēsendied,G5053V-AAI-3S ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM ἀφῆκενaphēkenhe leftG0863GV-AAI-3S αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἀδελφῷadelphōbrotherG0080N-DSM αὐτοῦ·autouof him;G0846P-GSM 26 Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot den zevende toe.1
ὁμοίωςhomoiōsLikewiseG3668ADV δεύτεροςdeuterossecondG1208A-NSM τρίτοςtritosthirdG5154A-NSM ἑπτά.heptaseventh.G2033A-NUI - zevenden toe Grieks, tot de zeven toe.
27 Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven.
ὕστερονhusteronFinallyG5306A-ASN-C πάντωνpantōnof allG3956A-GPN ἀπέθανενapethanendiedG0599V-2AAI-3S 28 In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?
ἀναστάσειanastaseiresurrectionG0386N-DSF τίνοςtinosof whichG5101I-GSM ἔσταιestaiwill she beG1510V-FDI-3S πάντεςpantesAllG3956A-NPM ἔσχονeschonhadG2192V-2AAI-3P αὐτήν.¶autēnher.G0846P-ASF 29 Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.
ἈποκριθεὶςApokritheisAnsweringG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM πλανᾶσθεplanastheYou errG4105V-PPI-2P εἰδότεςeidotesknowingG6063V-RAP-NPM γραφὰςgraphasScripturesG1124N-APF δύναμινdunaminpowerG1411N-ASF θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T 30 Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.123
ἀναστάσειanastaseiresurrectionG0386N-DSF οὔτεouteneitherG3777CONJ-N γαμοῦσινgamousindo they marryG1060V-PAI-3P γαμίζονταιgamizontaiare given in marriageG1061V-PPI-3P ἄγγελοιangeloiangelsG0032GN-NPM θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T οὐρανῷouranōheavenG3772N-DSM εἰσιν.eisinthey are.G1510V-PAI-3P - nemen zij niet Namelijk de mannen.
- worden niet ten huwelijk uitgegeven; Namelijk de vrouwen.
- als engelen Gods Niet en aanzien van het wezen, maar aangaande het huwelijk en de natuurlijke eigenschappen van dit vergankelijke leven. Zie 1Co 15:44 ; Phi 3:21 .
31 En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:
περὶperiConcerningG4012PREP ἀναστάσεωςanastaseōsresurrectionG0386N-GSF νεκρῶνnekrōndeadG3498A-GPM ἀνέγνωτεanegnōteyou have readG0314V-2AAI-2P ῥηθὲνrhēthenhas been spokenG2046V-APP-ASN ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP λέγοντος·legontossaying;G3004GV-PAP-GSM 32 Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden.1
ἈβραὰμAbraamof AbrahamG0011N-GSM-P ἸσαὰκIsaakof IsaacG2464N-GSM-P Ἰακώβ;Iakōbof Jacob?’G2384HN-GSM-P ἔστινestinHe isG1510V-PAI-3S νεκρῶνnekrōnof [the] deadG3498A-GPM ζώντων.¶zōntōnof [the] living.G2198V-PAP-GPM - de God Abrahams, Iemands god te zijn, is iemand de eeuwige zaligheid naar lichaam en ziel te willen geven; zie Psa 33:12 , en Psa 144:15 , waaruit volgt dat deze pariarchem naar de ziel bij God leefden [ hetwelk deze Sadduceën ook ontkenden, Act 23:8 ] en ook naar deze lichamen opstaan zouden en eeuwiglijk leven, mits Hij een God, niet alleen van een deel van hen, maar van hun gehele personen genaamd wordt.
33 En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer.
ἀκούσαντεςakousanteshaving heardG0191V-AAP-NPM ὄχλοιochloicrowdsG3793N-NPM ἐξεπλήσσοντοexeplēssontowere astonishedG1605V-IPI-3P διδαχῇdidachēateachingG1322N-DSF αὐτοῦ.¶autouof Him.G0846P-GSM 34 En den Farizeën, gehoord hebbende, dat Hij den Sadduceën den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd.
ΦαρισαῖοιPharisaioithe PhariseesG5330N-NPM-T ἀκούσαντεςakousanteshaving heardG0191V-AAP-NPM ἐφίμωσενephimōsenHe had silencedG5392V-AAI-3S ΣαδδουκαίουςSaddoukaiousSadduceesG4523N-APM-T συνήχθησανsunēchthēsanwere gatheredG4863V-API-3P 35 En een uit hen, zijnde een wetgeleerde, heeft gevraagd, Hem verzoekende, en zeggende:
ἐπηρώτησενepērōtēsenquestioned [Him]G1905V-AAI-3S νομικὸςnomikosa lawyerG3544A-NSM πειράζωνpeirazōntestingG3985HV-PAP-NSM λέγων·legōnsaying:G3004GV-PAP-NSM 36 Meester! welk is het grote gebod in de wet?1
διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T ἐντολὴentolēcommandmentG1785N-NSF μεγάληmegalē[is the] greatestG3173A-NSF - grote gebod in de wet? Dat is, grootste.
37 En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.1
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἔφηephēwas sayingG5346V-IAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ἀγαπήσειςagapēseisYou will loveG0025V-FAI-2S κύριονkurion[the] LordG2962GN-ASM-T καρδίᾳkardiaheartG2588N-DSF διανοίᾳdianoiamindG1271N-DSF σου.souof you.’G4771P-2GS - verstand Of, gedachte; dat is, overlegging des verstands.
38 Dit is het eerste en het grote gebod.
ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S μεγάληmegalēgreatG3173A-NSF ἐντολή.entolēcommandment.G1785N-NSF 39 En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
δευτέραdeutera[The] secondG1208A-NSF ὁμοίαhomoia[is] likeG3664A-NSF αὐτῇ·autēato it:G0846P-DSF ἀγαπήσειςagapēseisYou will loveG0025V-FAI-2S πλησίονplēsionneighbourG4139ADV σεαυτόν.seautonyourself.’G4771F-2ASM 40 Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.1
ταύταιςtautaistheseG3778D-DPF ἐντολαῖςentolaiscommandmentsG1785N-DPF κρέματαιkremataihangsG2910V-PPI-3S προφῆται.¶prophētaiProphets.G4396N-NPM - de ganse wet Dat is hierin, als een hoofdsom, zijn alle geboden van de wet en verklaringen der profeten over dezelve vervat. Zie Rom 13:10 ; 1Ti 1:5 .
41 Als nu de Farizeën samenvergaderd waren, vraagde hun Jezus,
ΣυνηγμένωνSunēgmenōnWhen were assembledG4863V-RPP-GPM ΦαρισαίωνPharisaiōnPhariseesG5330N-GPM-T ἐπηρώτησενepērōtēsenquestionedG1905V-AAI-3S αὐτοὺςautousthemG0846P-APM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P 42 En zeide: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon.1
λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM δοκεῖdokeithinkG1380V-PAI-3S περὶpericoncerningG4012PREP χριστοῦ;christouChrist?G5547N-GSM-T τίνοςtinosOf whomG5101I-GSM ἐστιν;estinis He?G1510V-PAI-3S λέγουσινlegousinThey sayG3004GV-PAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM Δαυίδ.¶DauidOf David.G1138N-GSM-P - den Christus, Dat is, van de beloofden Messias of Gezalfde.
43 Hij zeide tot hen: Hoe noemt Hem dan David, in den Geest, zijn Heere? zeggende:1
ΛέγειLegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ΔαυὶδDauidDavidG1138N-NSM-P πνεύματιpneumatispiritG4151GN-DSN καλεῖkaleidoes callG2564GV-PAI-3S λέγων·legōnsaying:G3004GV-PAP-NSM - in den geest Dat is, door den Heiligen Geest gedreven zijnde. Zie 2Pe 1:21 .
44 De Heere heeft gezegd tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.1
εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S κάθουkathoudo sitG2521V-PNM-2S δεξιῶνdexiōn[the] right handG1188A-GPN θῶthōI may placeG5087V-2AAS-1S ἐχθρούςechthrousenemiesG2190N-APM ὑποκάτωhupokatō[as] a footstoolG5270PREP - rechter -hand, Van de rechterhand zie Mat 20:21 .
45 Indiën Hem dan David noemt zijn Heere, hoe is Hij zijn Zoon?1
ΔαυὶδDauidDavidG1138N-NSM-P κύριον,kurionLord,G2962GN-ASM-T αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἐστιν;estinis He?G1510V-PAI-3S - Indien Hem dan Zie hiervan de verklaring Luk 20:44 .
46 En niemand kon Hem een woord antwoorden; noch iemand durfde Hem van dien dag aan iets meer vragen.
οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM ἐδύνατοedunatowas ableG1410V-INI-3S ἀποκριθῆναιapokrithēnaito answerG0611V-AON λόγονlogona wordG3056N-ASM ἐτόλμησένetolmēsendaredG5111V-AAI-3S ἐκείνηςekeinēsthat [very]G1565D-GSF ἡμέραςhēmerasdayG2250N-GSF ἐπερωτῆσαιeperōtēsaito questionG1905V-AAN οὐκέτι.¶ouketino longer.G3756PRT-N + G2089