Chapter 26
1 En het is geschied, als Jezus al deze woorden geëindigd had, dat Hij tot Zijn discipelen zeide:1
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ἐτέλεσενetelesenfinishedG5055V-AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P πάνταςpantasallG3956A-APM λόγουςlogouswordsG3056N-APM τούτους,toutousthese,G3778D-APM εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S μαθηταῖςmathētaisdisciplesG3101N-DPM αὐτοῦ·autouof Him;G0846P-GSM - deze woorden geëindigd had, Namelijk tot nog toe in de voorgaande hoofdstukken verhaald; zodat Christus zijn profetisch ambt dusverre volbracht hebbende, nu begint zijn priesterambt nader te treden.
2 Gij weet, dat na twee dagen het pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.1
οἴδατεoidateYou knowG6063V-RAI-2P ἡμέραςhēmerasdaysG2250N-APF πάσχαpaschaPassoverG3957N-NSN-T γίνεται,ginetaitakes place,G1096V-PNI-3S ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T παραδίδοταιparadidotaiis deliveredG3860V-PPI-3S σταυρωθῆναι.¶staurōthēnaito be crucified.G4717V-APN - pascha is, Het is een Hebreeuws woord, betekenende een voorbijgang of overschrijding, waarmede genaamd werd het eerste van de drie grote jaarlijkse feesten der Joden, gehouden op de veertiende dag der eerste maand, die met onzen Maart bijna overeenkwam; ingesteld ter gedaachtenis van de verlossing der kinderen Israëls uit Egypte, en inzonderheid van dat de slaande engel, die de eerstgeborenen der Egyptenaars doodde, de huizen der Israëlieten voorbijging. Zie hiervan Exo 12 . Op welken tijd Christus ook heeft willen geslacht worden, omdat het slachten van het paaslam daarvan een voorbeeld was. Zie 1Co 5:7-8 .
3 Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;123
συνήχθησανsunēchthēsanwere gathered togetherG4863V-API-3P ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM πρεσβύτεροιpresbuteroieldersG4245GN-NPM αὐλὴνaulēncourtyardG0833N-ASF ἀρχιερέωςarchiereōshigh priestG0749N-GSM λεγομένουlegomenouis being namedG3004HV-PPP-GSM ΚαϊάφαKaiaphaCaiaphasG2533GN-GSM-P - de overpriesters Uit dezen allen bestond in dien tijd de hoge Raad der Joden, bij welken de allerzwaarste zaken verhandeld werden, waarvan de hogepriester het hoofd en de overste was.
- in de zaal des hogepriesters, Of, in het hof, of paleis.
- Kajafas Van dezen Kajafas zie ook Joh 11:49 en bij Jos-Antiq. lib. 18, cap. 3,6.
4 En zij beraadslaagden te zamen, dat zij Jezus met listigheid vangen en doden zouden.1
συνεβουλεύσαντοsunebouleusantothey plotted togetherG4823V-AMI-3P ἵναinain order thatG2443CONJ ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P δόλῳdolōby guileG1388N-DSM κρατήσωσινkratēsōsinthey may seizeG2902V-AAS-3P ἀποκτείνωσιν.apokteinōsinmay kill.G0615V-AAS-3P - met listigheid Omdat zij het openbaar niet durfden doen, uit vrees van het volk.
5 Doch zij zeiden: Niet in het feest, opdat er geen oproer worde onder het volk.1
ἔλεγονelegonThey were sayingG3004GV-IAI-3P μὴmēNot [seize him]G3361PRT-N ἑορτῇ,he'ortēafeast,G1859N-DSF θόρυβοςthorubosa riotG2351N-NSM γένηταιgenētaimay happenG1096V-2ADS-3S λαῷ.¶laōpeople.G2992N-DSM - Niet in het feest, Dat is, laat ons niet wachten tot op het feest, maar hetzelve voorkomen gelijk ook geschied is.
6 Als nu Jezus te Bethanië was, ten huize van Simon, den melaatse,1
ἸησοῦIēsouof JesusG2424GN-GSM-P γενομένουgenomenouhaving beenG1096V-2ADP-GSM ΒηθανίᾳBēthaniaBethanyG0963N-DSF-L ΣίμωνοςSimōnosof SimonG4613IN-GSM-P λεπροῦleprouleperG3015A-GSM - den melaatse, Niet die toen melaats was, want zulkem mochten in de steden of vlekken niet wonen, en men nocht met hen niet eten of omgaan. Num 5:2 , maar die òf zulks geweest was, òf zulk een toenaam had van zijne voorouders.
7 Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.1
προσῆλθενprosēlthencameG4334V-2AAI-3S ἔχουσαechousahavingG2192V-PAP-NSF ἀλάβαστρονalabastronan alabaster flaskG0211N-ASN μύρουmurouof fragrant oilG3464N-GSN βαρυτίμουbarutimouvery costlyG0927A-GSN κατέχεενkatecheenpoured [it]G2708V-AAI-3S κεφαλῆςkephalēsheadG2776N-GSF αὐτοῦautouwhen heG0846P-GSM ἀνακειμένου.anakeimenouis reclining.G0345V-PNP-GSM - zeer kostelijke zalf, Grieks, van zwaren prijs; die uitgedrukt wordt Mar 14:5 .
8 En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies?
ἰδόντεςidontesHaving seenG1492HV-2AAP-NPM μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἠγανάκτησανēganaktēsanbecame indignantG0023V-AAI-3P λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM ἀπώλειαapōleiawasteG0684N-NSF αὕτη;hautēthis?G3778D-NSF 9 Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.1
ἐδύνατοedunatoIt was possibleG1410V-INI-3S μύρονmuronfragrant oilG3464N-NSN πραθῆναιprathēnaito be soldG4097V-APN πολλοῦpolloufor muchG4183A-GSN δοθῆναιdothēnaito be givenG1325V-APN πτωχοῖς.ptōchoisto [the] poor.G4434N-DPM - duur verkocht Grieks, voor veel.
10 Maar Jezus, zulks verstaande, zeide tot hen: Waarom doet gij deze vrouw moeite aan? want zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.1
γνοὺςgnousHaving known [this]G1097V-2AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM κόπουςkopoustroubleG2873N-APM παρέχετεparechetedo you causeG3930V-PAI-2P γυναικί;gunaikiwoman?G1135GN-DSF ἔργονergonA workG2041N-ASN καλὸνkalonbeautifulG2570GA-ASN ἠργάσατοērgasatoshe didG2038V-ADI-3S ἐμέ.emeMe myself.G1473P-1AS - een goed werk aan mij gewrocht Dat is, hetgeen zij aan mij gedaan heeft, is welgedaan.
11 Want de armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.1
πάντοτεpantoteAlwaysG3842ADV πτωχοὺςptōchouspoorG4434N-APM ἔχετεecheteyou haveG2192V-PAI-2P ἑαυτῶν,he'autōnyourselves,G1438F-2GPM ἐμὲemeMe myselfG1473P-1AS πάντοτεpantotealwaysG3842ADV ἔχετε.echeteyou have.G2192V-PAI-2P - niet altijd Namelijk naar mijn lichamelijke tegenwoordigheid, want naar zijne godheid en genade zal Hij altijd bij ons blijven; Mat 28:20 .
12 Want als zij deze zalf op Mijn lichaam gegoten heeft, zo heeft zij het gedaan tot een voorbereiding van Mijn begrafenis.12
βαλοῦσαbalousaIn pouringG0906JV-2AAP-NSF αὕτηhautēthis [woman]G3778D-NSF μύρονmuronfragrant oilG3464N-ASN σώματόςsōmatosbodyG4983N-GSN ἐνταφιάσαιentaphiasaito buryG1779V-AAN ἐποίησεν.¶epoiēsenshe did [it].G4160GV-AAI-3S - gegoten heeft, Grieks, geworpen.
- tot een voorbereiding van Niet dat deze vrouw zulks voorgehad heeft, maar omdat Gods voorzienigheid hetzelve zo heeft bestuurd, dat zijn lichaam juist vóór zijn sterven alzo zou gezalfd worden; gelijk de dode lichamen der personen van aanzien alzo tot de begrafenis werden bereid, Gen 50:2 . Zie ook Mar 14:8 . Gelijk het Griekse woord zulk ook medebrengt.
13 Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft.
ὑμῖν·huminto you;G4771P-2DP ὅπουhopouwhereverG3699CONJ κηρυχθῇkēruchthēashall be proclaimedG2784V-APS-3S εὐαγγέλιονeuangeliongospelG2098N-NSN κόσμῳ,kosmōworld,G2889N-DSM λαληθήσεταιlalēthēsetaiwill be spoken ofG2980V-FPI-3S ἐποίησενepoiēsendidG4160GV-AAI-3S αὕτηhautēthis [woman]G3778D-NSF μνημόσυνονmnēmosunona memorialG3422N-ASN αὐτῆς.¶autēsof her.G0846P-GSF 14 Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters,
πορευθεὶςporeutheishaving goneG4198V-AOP-NSM δώδεκα,dōdekaTwelve,G1427A-NUI λεγόμενοςlegomenosbeing namedG3004HV-PPP-NSM ἸούδαςIoudasJudasG2455HN-NSM-P Ἰσκαριώτης,IskariōtēsIscariot,G2469N-NSM-P ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-APM 15 En zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.123
εἶπεν·eipenhe said;G2036V-2AAI-3S θέλετέtheleteare you willingG2309V-PAI-2P δοῦναι,dounaito give,G1325V-2AAN κἀγὼkagōand I myselfG1473P-1NS + G2532 ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP παραδώσωparadōsōwill betrayG3860V-FAI-1S αὐτόν;¶autonHim?G0846P-ASM ἔστησανestēsanthey appointedG2476V-2AAI-3P τριάκονταtriakontathirtyG5144A-NUI ἀργύρια.arguriapieces of silver.G0694N-APN - overleveren? Namelijk heimelijk, zonder moeite en buiten kennis van het volk.
- toegelegd Of toegezegd of toegewogen; gelijk dit woord ook zomtijds genomen wordt alzo men eertijds het geld placht toe te wegen, Gen 23:16 ; 1Ki 20:39 .
- zilveren Grieks, zilverlingen. dit woord wannneer het aldus alleen gesteld wordt, betekent gemeenlijk een sikkel, welke was òf des heiligdoms, doende omtrent een halven rijksdaalder; òf een gemene, doende half zoveel.En dit was de prijs waarmede een slaaf, die door een anders os gedood was, geboet moest worden. Exo 21:23 , en het schijnt dat zij Christus niet meer waardeerden dan een slaaf placht gewaardeerd te zijn, gelijk God hierover klaagt bij Zec 11:12-13 en hetzelfde in het volgende Zec 12:9 aangewezen wordt.
16 En van toen af zocht hij gelegenheid, opdat hij Hem overleveren mocht.1
τότεtotethat timeG5119ADV ἐζήτειezēteihe was seekingG2212V-IAI-3S εὐκαιρίανeukairianan opportunityG2120N-ASF παραδῷ.¶paradōhe may betray.G3860V-2AAS-3S - gelegenheid, Of, bekwamen tijd.
17 En op den eersten dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij U bereiden het pascha te eten?1
πρώτῃprōtēfirst [day]G4413GA-DSF ἀζύμωνazumōnunleavened [bread]G0106A-GPN προσῆλθονprosēlthoncameG4334V-2AAI-3P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM ἸησοῦIēsouto JesusG2424GN-DSM-P λέγοντεςlegontessayingG3004GV-PAP-NPM αὐτῷ·autōto him:G0846P-DSM θέλειςtheleiswish you [that]G2309V-PAI-2S ἑτοιμάσωμένhetoimasōmenwe may prepareG2090V-AAS-1P φαγεῖνphageinto eatG5315V-AAN πάσχα;¶paschaPassover?G3957N-ASN - eersten dag Dat is, op dien dag als men des avonds moest beginnen de ongehevelde broden te eten en het Pascha te slachten.
18 En Hij zeide: Gaat heen in de stad, tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen.1
εἶπεν·eipenHe said;G2036V-2AAI-3S ὑπάγετεhupagetedo goG5217V-PAM-2P δεῖναdeinaa certain manG1170N-ASM εἴπατεeipatedo tellG2036V-2AAM-2P διδάσκαλοςdidaskalosTeacherG1320N-NSM-T λέγει·legeisays;G3004GV-PAI-3S καιρόςkairostimeG2540N-NSM ἐστιν,estinis,G1510V-PAI-3S πάσχαpaschaPassoverG3957N-ASN μαθητῶνmathētōndisciplesG3101N-GPM μου.mouof Mine.’G3165P-1GS - zulk enen, Alzo spreekt men, als men een persoon met zekere tekenen aanwijst, wiens naam men niet uitdrukt; Rth 4:1 . De tekenen van dezen man worden aangewezen Mar 14:13 ; Luk 22:10 .
19 En de discipelen deden, gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha.1
ἐποίησανepoiēsandidG4160GV-AAI-3P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM συνέταξενsunetaxendirectedG4929V-AAI-3S αὐτοῖςautoisthemG0846P-DPM Ἰησοῦς,IēsousJesus,G2424GN-NSM-P ἡτοίμασανhētoimasanpreparedG2090V-AAI-3P πάσχα.¶paschaPassover.G3957N-ASN - het pascha Dat is, het paaslam; een oneigenlijke manier van spreken, zeer gebruikelijk in de Heilige Schrift als er van sacramenten gesproken wordt.
20 En als het avond geworden was, zat Hij aan met de twaalven.1
ὈψίαςOpsiasAs eveningG3798A-GSF γενομένηςgenomenēshaving arrivedG1096V-2ADP-GSF ἀνέκειτοanekeitoHe was recliningG0345V-INI-3S δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI μαθητῶν.mathētōndisciples.G3101N-GPM - het avond geworden was, Christus heeft dan het pascha gegeten ter rechter tijd, op den avond van den veertienden dag, gelijk God bevolen had, Exo 12:6 , Exo 12:18 ; Lev 23:5 . Doch de Joden hebben hetzelve toen ter tijd eerst gegeten des anderen daags des avonds, gelijk blijkt uit de gehele geschiedenis en inzonderheid Joh 18:28 . Hetwelk geschiedde uit een oud gebruik, waardoor zij, als de veertiende dag viel op den dag voor den sabbat, denzelven verzetten op den volgenden sabbat, opdat zij niet genoodzaakt zouden zijn twee dagen aan elkander van hun werk te rusten. Zo is dan Christus, het ware pascha, op den rechten dag van God geordonneerd voor onze zonden opgeofferd.
21 En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, Mij zal verraden.
ἐσθιόντωνesthiontōnwhen were eatingG2068V-PAP-GPM εἶπεν·eipenHe said;G2036V-2AAI-3S ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP παραδώσειparadōseiwill betrayG3860V-FAI-3S 22 En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
λυπούμενοιlupoumenoibeing grievedG3076V-PPP-NPM σφόδραsphodraexceedinglyG4970ADV ἤρξαντοērxantothey beganG0757V-ADI-3P ἕκαστοςhekastoseachG1538A-NSM αὐτῶν·autōnof them:G0846P-GPM μήτιmētisurely not everG3385PRT-N εἰμι,eimiis it,G1510V-PAI-1S κύριε;¶kurieLord?G2962GN-VSM-T 23 En Hij, antwoordende, zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden.1
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM εἶπεν·eipenHe said;G2036V-2AAI-3S ἐμβάψαςembapsashaving dippedG1686V-AAP-NSM χεῖραcheirahandG5495N-ASF τρυβλίῳ,trubliōdishG5165N-DSN παραδώσει.paradōseiwill betray.G3860V-FAI-3S - Die de hand Dat is, een die met mij dagelijks eet, die mijn huis en tafelgenoot is. Zie Psa 41:10 ; Mar 14:20 ; Joh 13:18 . Niet dat Christus toen juist met hem tezamen indoopte; want zo zouden de discipelen zekerlijk hebben kunne weten wie hij was.
24 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest.1
υἱὸςhuiosthe SonG5207N-NSM-T ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T ὑπάγειhupageigoesG5217V-PAI-3S καθὼςkathōseven asG2531CONJ γέγραπταιgegraptaiit has been writtenG1125V-RPI-3S αὐτοῦ,autouHim,G0846P-GSM ἀνθρώπῳanthrōpōmanG0444N-DSM ἐκείνῳekeinōthat [one]G1565D-DSM ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T παραδίδοται·paradidotaiis betrayed;G3860V-PPI-3S ἦνēnwas beingG1510V-IAI-3S αὐτῷautōfor himG0846P-DSM ἐγεννήθηegennēthēwas bornG1080V-API-3S ἄνθρωποςanthrōposmanG0444N-NSM ἐκεῖνος.ekeinosthat.G1565D-NSM - wee dien mens, De voorzienigheid Gods verontschuldig dan de mensen niet die kwaad doen.
25 En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd.1
ἀποκριθεὶςapokritheisAnsweringG0611V-AOP-NSM ἸούδαςIoudasJudasG2455HN-NSM-P παραδιδοὺςparadidousis betrayingG3860V-PAP-NSM εἶπεν·eipensaid;G2036V-2AAI-3S μήτιmētisurely not everG3385PRT-N εἰμι,eimiis it,G1510V-PAI-1S ῥαββί;rhabbiRabbi?G4461N-NSM-T λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM σὺsuYou yourselfG4771P-2NS εἶπας.¶eipashave said.G2036V-2AAI-2S - Gij hebt het gezegd Dat is ene manier van spreken wanneer men ene zaak niet ronduit wil zeggen, maar evenwel niet ontkent. Zie hiervan vs.64,65. Verg. met Mar 14:62 .
26 En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.1234
ἘσθιόντωνEsthiontōnWhen were eatingG2068V-PAP-GPM λαβὼνlabōnhaving takenG2983V-2AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἄρτονartonbreadG0740N-ASM εὐλογήσαςeulogēsashaving blessedG2127V-AAP-NSM ἔκλασεν,eklasenbroke [it],G2806V-AAI-3S δοὺςdousgivingG1325V-2AAP-NSM μαθηταῖςmathētaisdisciplesG3101N-DPM εἶπεν·eipenHe said;G2036V-2AAI-3S λάβετεlabetedo takeG2983V-2AAM-2P φάγετε·phagetedo eat;G5315V-AAM-2P ἐστινestinisG1510V-PAI-3S - als zij aten, Dat is, toen zij na het eten des paaslams nog aan tafel zaten.
- gezegend hebbende, Lucas 22:19, en Paulus 1Co 11:24 , in plaats van gezegend hebbende, gebruiken het woord gedankt hebbende, gelijk sommige Griekse boeken hier ook hebben. Zodat zegenen en danken of dankzeggen voor eenzelfde zaak genomen worden en betenen het brood, alsook daarna den wijn, van algemeen gebruik afzonderen den door dankzegging tot God heiligen, of tot een heilig gebruik toeëigenen, gelijk Gen 2:3 , de zevende dag van God gezegend en geheiligd wordt.
- dat is Namelijk brood, gelijk de zaak zelve uitwijst en Paulus verklaart 1Co 10:16 .
- mijn lichaam Dat is, een teken zijns lichaams; naar de manier van spreken in de sacramenten gebruikelijk, gelijk hiervoor een lam een pascha genoemd wordt, vs.19. Het brood is de gemeenschap des lichaams van Christus, 1Co 10:16 , en de drinkbeker het Nieuwe Testament, 1Co 11:25 , omdat het tekenen en zegelen zijn van onze gestelijke gemeenschap met Christus, en van het Nieuwe Testament, hetwelk met zijn bloed is bevestigd.
27 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit;1
λαβὼνlabōnhaving takenG2983V-2AAP-NSM ποτήριονpotēriona cupG4221N-ASN εὐχαριστήσαςeucharistēsashaving given thanksG2168V-AAP-NSM ἔδωκενedōkenHe gave [it]G1325V-AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM πίετεpietedo drinkG4095V-2AAM-2P πάντες·pantesall of you;G3956A-NPM - dien, zeggende Namelijk drinkbeker.
28 Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.12
ἐστινestinisG1510V-PAI-3S καινῆςkainēsof a newG2537A-GSF διαθήκηςdiathēkēscovenantG1242N-GSF πολλῶνpollōnmanyG4183A-GPM ἐκχυννόμενονekchunnomenonbeing poured outG1632V-PPP-NSN ἄφεσινaphesinforgivenessG0859N-ASF ἁμαρτιῶν.hamartiōnof sins.G0266N-GPF - mijn bloed, Dat is, een teken van mijn bloed, gelijk tevoren vs.26, het brood zijn lichaam genaamd wordt.
- vergoten wordt Dat is, kort hierna uitgestort zal worden. Zie hiervan Heb 9:14-15 , enz, waar de apostel van dit bloed des Nieuwe Testaments een brede verklaring doet, met ene tegenstelling van het bloed des Oude Testaments.
29 En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.1
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP πίωpiōshall I drinkG4095V-2AAS-1S τούτουtoutouthisG3778D-GSN γενήματοςgenēmatosfruitG6013N-GSN ἀμπέλουampelouvineG0288N-GSF ἡμέραςhēmerasdayG2250N-GSF ἐκείνηςekeinēsthatG1565D-GSF πίνωpinōI may drinkG4095V-PAS-1S καινὸνkainonanewG2537A-ASN βασιλείᾳbasileiakingdomG0932N-DSF πατρόςpatrosFatherG3962N-GSM-T μου.¶mouof Mine.G3165P-1GS - dien dag, Sommigen verstaan dit van den tijd van veertig dagen na zijne opstanding, in welke Hij met zijne discipelen gegeten en gedronken heeft, Act 10:41 . anderen, van de eeuwige vreugde in het eeuwige leven, hetwelk doorgaans bij een maaltijd vergeleken wordt, Mat 8:11 ; Luk 22:29 ; Rev 19:9 .
30 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.1
ὑμνήσαντεςhumnēsanteshaving sung a hymnG5214V-AAP-NPM ἐξῆλθονexēlthonthey went outG1831V-2AAI-3P ὄροςorosMountG3735N-ASN-L ἐλαιῶν.¶elaiōnof Olives.G1638N-GPF-L - den lofzang gezongen hadden, Naar het gebruik der Joden, die toen plachten te zingen enige psalmen, gelijk sommigen menen van de Psa 113 af tot den Psa 119 toe.
31 Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geërgerd worden in dezen nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.1
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P πάντεςpantesAllG3956A-NPM ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP σκανδαλισθήσεσθεskandalisthēsesthewill fall awayG4624V-FPI-2P ἐμοὶemoiMe myselfG1473P-1DS νυκτὶnuktinightG3571N-DSF ταύτῃ·tautēthis;G3778D-DSF γέγραπταιgegraptaiIt has been writtenG1125V-RPI-3S πατάξωpataxōI will strikeG3960V-FAI-1S ποιμένα,poimenashepherd,G4166N-ASM διασκορπισθήσονταιdiaskorpisthēsontaithey will be scatteredG1287V-FPI-3P πρόβαταprobatasheepG4263N-NPN ποίμνης.poimnēsflock.’G4167N-GSF - aan mij geërgerd worden Grieks, in mij.
32 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
ἐγερθῆναίegerthēnaito raiseG1453V-APN προάξωproaxōI will go beforeG4254V-FAI-1S Γαλιλαίαν.¶GalilaianGalilee.G1056GN-ASF-L 33 Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden.
ἈποκριθεὶςApokritheisAnsweringG0611V-AOP-NSM ΠέτροςPetrosPeterG4074GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM πάντεςpantesallG3956A-NPM σκανδαλισθήσονταιskandalisthēsontaiwill fall awayG4624V-FPI-3P οὐδέποτεoudepoteneverG3763ADV-N σκανδαλισθήσομαι.¶skandalisthēsomaiwill fall away.G4624V-FPI-1S 34 Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.1
ἜφηEphēwas sayingG5346V-IAI-3S Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P νυκτὶnuktinightG3571N-DSF πρὶνprinbefore [the]G4250ADV ἀλέκτοραalektoraroosterG0220N-ASM φωνῆσαιphōnēsaicrowingG5455V-AAN τρὶςtristhree timesG5151ADV ἀπαρνήσῃaparnēsēyou will denyG0533V-FDI-2S - eer de haan gekraaid zal hebben, Dat is, eer de mogenstond aankomt, vanner de hanen gemeenlijk voor de laatste maal beginnen te kraaien, Mar 13:35 .
35 Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen.
Πέτρος·PetrosPeter;G4074GN-NSM-P κἂνkanEven ifG2532CONJ + G1437 δέῃdeēit shall be necessary forG1163V-PAS-3S ἀποθανεῖν,apothaneinto die,G0599V-2AAN ἀπαρνήσομαι.aparnēsomaiI will deny.G0533V-FDI-1S ὁμοίωςhomoiōsLikewiseG3668ADV πάντεςpantesallG3956A-NPM μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM εἶπαν.¶eipansaid.G2036V-2AAI-3P 36 Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben.1
ἔρχεταιerchetaicomesG2064V-PNI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P χωρίονchōriona placeG5564GN-ASN λεγόμενονlegomenonbeing namedG3004HV-PPP-ASN ΓεθσημανὶGethsēmaniGethsemaneG1068N-ASN-L λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S μαθηταῖς·mathētaisdisciples;G3101N-DPM καθίσατεkathisatedo sitG2523V-AAM-2P ἀπελθὼνapelthōnhaving gone awayG0565V-2AAP-NSM ἐκεῖekeiover thereG1563ADV προσεύξωμαι.¶proseuxōmaiI may pray.G4336V-ADS-1S - ene plaats, Of, gehucht; namelijk van huizen en hoven; Joh 18:1 zegt dat het een hof was, waar Christus placht te gaan om te bidden.
37 En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeüs, begon Hij droevig en zeer beangst te worden.12
παραλαβὼνparalabōnhaving taken with [Him]G3880V-2AAP-NSM ΠέτρονPetronPeterG4074GN-ASM-P υἱοὺςhuioussonsG5207N-APM ΖεβεδαίουZebedaiouof ZebedeeG2199GN-GSM-P ἤρξατοērxatoHe beganG0757V-ADI-3S λυπεῖσθαιlupeisthaito be sorrowfulG3076V-PPN ἀδημονεῖν.¶adēmoneinto be deeply distressed.G0085V-PAN - twee zonen van Zebedeüs, Namelijk Jakobus en Johannes; Mar 10:35 .
- droevig en zeer beangst te worden Met deze woorden wordt te kennen gegeven een uiterste droefheid en benauwdheid, die Hem het bloedige zweet uitgedrukt heeft, Luk 22:44 , en is onstaan, niet zo zeer uit vrees van den aanstaanden wreden dood, die ook vele martelaars onbeschroomd hebben ondergaan, als wel uit het voorgevoel van den last des toorns van God en der helse kwalen, die Hij aan het kruis voor ons geleden heeft; Isa 53:4-6 ; Gal 3:13 .
38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.1
λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM Ἰησοῦς·IēsousJesus:G2424GN-NSM-P περίλυπόςperiluposVery sorrowfulG4036A-NSF ἐστινestinisG1510V-PAI-3S θανάτου·thanatoudeath;G2288N-GSM μείνατεmeinatedo remainG3306V-AAM-2P γρηγορεῖτεgrēgoreitedo watchG1127V-PAM-2P ἐμοῦ.¶emouMe.G1473S-1SGSN - geheel bedroefd Of aan alle zijden; dat is met droefheid gelijk als omsingeld.
39 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan! doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.123
προελθὼνproelthōnhaving gone forwardG4281V-2AAP-NSM μικρὸνmikrona littleG3398A-ASN ἔπεσενepesenHe fellG4098V-2AAI-3S πρόσωπονprosōponfaceG4383N-ASN αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM προσευχόμενοςproseuchomenosprayingG4336V-PNP-NSM λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM πάτερpaterFatherG3962N-VSM-T μου,mouof Mine,G3165P-1GS δυνατόνdunatonpossibleG1415A-NSN ἐστιν,estinit is,G1510V-PAI-3S παρελθάτωparelthatōshould passG3928V-2AAM-3S ποτήριονpotērioncupG4221N-NSN τοῦτο·toutothis;G3778D-NSN πλὴνplēnNeverthelessG4133CONJ οὐχouchnot [it is]G3756PRT-N θέλωthelōwishG2309V-PAI-1S - dezen drinkbeker Dat is, dit bitter lijden. Zie Mat 20:22 .
- voorbijgaan; Of, weggaan.
- gelijk Ik wil maar gelijk Gij Namelijk naar de genegenheid, die de menselijke natuur is ingeschapen, om zijn eigen verderf te ontvlieden, welke Ik nochtans uwen wil in alles onderwerp. En is daarom deze genegenheid van Christus zonder zonde geweest.
40 En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet een uur met Mij waken?1
ἔρχεταιerchetaiHe comesG2064V-PNI-3S μαθητὰςmathētasdisciplesG3101N-APM εὑρίσκειheuriskeifindsG2147V-PAI-3S αὐτοὺςautousthemG0846P-APM καθεύδονταςkatheudontassleepingG2518V-PAP-APM λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S Πέτρῳ·Petrōto Peter;G4074GN-DSM-P ἰσχύσατεischusatewere you ableG2480V-AAI-2P γρηγορῆσαιgrēgorēsaito watchG1127V-AAN - dan niet een uur met mij waken? Grieks, zo.
41 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.1
γρηγορεῖτεgrēgoreitedo watchG1127V-PAM-2P προσεύχεσθεproseuchesthedo prayG4336V-PNM-2P εἰσέλθητεeiselthēteyou may enterG1525V-2AAS-2P πειρασμόν.peirasmontemptation.G3986GN-ASM πρόθυμονprothumon[is] willingG4289A-NSN σὰρξsarxthe fleshG4561N-NSF ἀσθενής.¶asthenēsweak.G0772GA-NSF - geest is wel gewillig, Dat is, uw wil is wel goed, maar wordt verhinderd door uw natuurlijke zwakheid.
42 Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader! Indiën deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede!
δευτέρουdeuteroua second timeG1208A-GSN ἀπελθὼνapelthōnhaving gone awayG0565V-2AAP-NSM προσηύξατοprosēuxatoHe prayedG4336V-ADI-3S λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM πάτερpaterFatherG3962N-VSM-T μου,mouof Mine,G3165P-1GS δύναταιdunataiis possibleG1410V-PNI-3S ποτήριονpotērioncupG4221N-NSN παρελθεῖνpareltheinto passG3928V-2AAN πίω,piōI shall drink,G4095V-2AAS-1S γενηθήτωgenēthētō[then] should be [done]G1096V-AOM-3S θέλημάthelēmawillG2307N-NSN 43 En komende bij hen, vond Hij hen wederom slapende; want hun ogen waren bezwaard.1
ἐλθὼνelthōnhaving comeG2064V-2AAP-NSM εὗρενheurenHe foundG2147V-2AAI-3S αὐτοὺςautousthemG0846P-APM καθεύδοντας·katheudontassleeping;G2518V-PAP-APM ἦσανēsanwereG1510V-IAI-3P αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM ὀφθαλμοὶophthalmoieyesG3788N-NPM βεβαρημένοι.¶bebarēmenoiwearied.G0916V-RPP-NPM - bezwaard Namelijk met slaap, door waken en droefheid.
44 En hen latende, ging Hij wederom heen, en bad ten derden male, zeggende dezelfde woorden.
ἀφεὶςapheishaving leftG0863GV-2AAP-NSM αὐτοὺςautousthemG0846P-APM ἀπελθὼνapelthōnhaving gone awayG0565V-2AAP-NSM προσηύξατοprosēuxatoHe prayedG4336V-ADI-3S τρίτουtritou[the] third timeG5154A-GSN λόγονlogonthingG3056N-ASM εἰπὼνeipōnhaving saidG2036V-2AAP-NSM πάλιν.¶palinagain.G3825ADV 45 Toen kwam Hij tot Zijn discipelen, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust ; ziet, de ure is nabij gekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.1
ἔρχεταιerchetaiHe comesG2064V-PNI-3S μαθητὰςmathētasdisciplesG3101N-APM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM καθεύδετεkatheudeteSleepG2518V-PAI-2P λοιπὸνloiponlater onG3063A-ASN ἀναπαύεσθε·anapauesthetake your rest;G0373V-PMI-2P ἤγγικενēngikenhas drawn nearG1448V-RAI-3S ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T παραδίδοταιparadidotaiis betrayedG3860V-PPI-3S χεῖραςcheiras[the] handsG5495N-APF ἁμαρτωλῶν.hamartōlōnof sinners.G0268A-GPM - Slaapt nu Dit zegt Hij bestraffenderwijze gelijk men dikwijls iemand eindelijk iets schijnt toe te laten als het te laat is, waarvan men hem tevergeefs heeft afgemaand.
46 Staat op, laat ons gaan; ziet, hij is nabij, die Mij verraadt.
ἐγείρεσθεegeiresthedo rise upG1453V-PEM-2P ἄγωμεν·agōmenlet us go;G0071V-PAS-1P ἤγγικενēngikenhe has drawn nearG1448V-RAI-3S παραδιδούςparadidousis betrayingG3860V-PAP-NSM 47 En als Hij nog sprak, ziet, Judas, een van de twaalven, kwam, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en ouderlingen des volks.1
αὐτοῦautouwhen heG0846P-GSM λαλοῦντοςlalountosis speakingG2980V-PAP-GSM ἸούδαςIoudasJudasG2455HN-NSM-P δώδεκαdōdekaTwelveG1427A-NUI ἦλθεν,ēlthencame,G2064V-2AAI-3S ὄχλοςochlosa crowdG3793N-NSM πολὺςpolusgreatG4183A-NSM μαχαιρῶνmachairōnswordsG3162N-GPF ξύλωνxulōnclubsG3586N-GPN ἀρχιερέωνarchiereōnchief priestsG0749N-GPM πρεσβυτέρωνpresbuterōneldersG4245GN-GPM λαοῦ.laoupeople.G2992N-GSM - een grote schare Namelijk een ganse bende krijgsknechten met de dienaars der overpriesters schriftgeleerden. Zie Joh 18:3 .
48 En die Hem verried, had hun een teken gegeven, zeggende: Dien ik zal kussen, Dezelve is het, grijpt Hem.
παραδιδοὺςparadidousbetrayingG3860V-PAP-NSM ἔδωκενedōkengaveG1325V-AAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM σημεῖονsēmeiona signG4592N-ASN λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM φιλήσω,philēsōI may kiss,G5368V-AAS-1S αὐτόςautosHe himselfG0846P-NSM ἐστιν·estinit is;G1510V-PAI-3S κρατήσατεkratēsatedo seizeG2902V-AAM-2P αὐτόν.autonHim.G0846P-ASM 49 En terstond komende tot Jezus, zeide hij: Wees gegroet, Rabbi! en hij kuste Hem.
εὐθέωςeutheōsimmediatelyG2112ADV προσελθὼνproselthōnhaving come upG4334V-2AAP-NSM ἸησοῦIēsouto JesusG2424GN-DSM-P εἶπεν·eipenhe said;G2036V-2AAI-3S χαῖρεchaireGreetingsG5463V-PAM-2S ῥαββί,rhabbiRabbi,G4461N-VSM-T κατεφίλησενkatephilēsenkissedG2705V-AAI-3S αὐτόν.¶autonHim.G0846P-ASM 50 Maar Jezus zeide tot hem: Vriend! waartoe zijt gij hier! Toen kwamen zij toe, en sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem.1
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ἑταῖρε,hetaireFriend,G2083N-VSM πάρει.pareiyou are come.G3918V-PAI-2S προσελθόντεςproselthonteshaving come to [him]G4334V-2AAP-NPM ἐπέβαλονepebalonthey laidG1911V-2AAI-3P χεῖραςcheirashandsG5495N-APF ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P ἐκράτησανekratēsanseizedG2902V-AAI-3P αὐτόν.autonHim.G0846P-ASM - Vriend, Grieks, gezel.
51 En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.12
ἐκτείναςekteinashaving stretched outG1614V-AAP-NSM χεῖραcheirahandG5495N-ASF ἀπέσπασενapespasendrewG0645V-AAI-3S μάχαιρανmachairanswordG3162N-ASF αὐτοῦ,autouof him,G0846P-GSM πατάξαςpataxashaving struckG3960V-AAP-NSM δοῦλονdoulonservantG1401N-ASM ἀρχιερέωςarchiereōshigh priestG0749N-GSM ἀφεῖλενapheilencut offG0851V-2AAI-3S αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ὠτίον.¶ōtionear.G5621N-ASN - een van degenen, Namelijk Petrus. Zie Joh 18:10 .
- hieuw zijn oor af Grieks, nam zijn oor weg.
52 Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats; want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.12
Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P ἀπόστρεψονapostrepsondo returnG0654V-AAM-2S μάχαιράνmachairanswordG3162N-ASF τόπονtoponplaceG5117N-ASM αὐτῆς·autēsof it;G0846P-GSF πάντεςpantesallG3956A-NPM λαβόντεςlabonteshaving takenG2983V-2AAP-NPM μάχαιρανmachairan[the] swordG3162N-ASF μαχαίρῃmachairē[the] swordG3162N-DSF ἀπολοῦνται.apolountaiwill perish.G0622V-FMI-3P - nemen, zullen Namelijk zonder wettelijk beroep of last daartoe te hebben.
- door het zwaard vergaan Namelijk door bevel der overheid, welke tot dat einde het zwaard gegeven is, om de doodslager met den dood te straffen; Gen 9:6 ; Rom 13:4 .
53 Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?1
δοκεῖςdokeisthink youG1380V-PAI-2S δύναμαιdunamaiI am ableG1410V-PNI-1S παρακαλέσαιparakalesaito call uponG3870V-AAN πατέραpateraFatherG3962N-ASM-T μου,mouof Mine,G3165P-1GS παραστήσειparastēseiHe will furnishG3936V-FAI-3S ἄρτιartipresentlyG0737ADV πλείωpleiōmoreG4183A-APN-C δώδεκαdōdekatwelveG1427A-NUI λεγιῶναςlegiōnaslegionsG3003N-APF ἀγγέλων;angelōnof angels?G0032GN-GPM - legioenen engelen Een legioen was bij de Romeinen een regiment krijgsvolk, bestaande uit enige duizenden, somtijd vier, somtijds zes, en somtijds meer.
54 Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, die zeggen, dat het alzo geschieden moet?
πληρωθῶσινplērōthōsinmay be fulfilledG4137V-APS-3P γραφαὶgraphaiScripturesG1124N-NPF δεῖdeiit must beG1163V-PAI-3S γενέσθαι;¶genesthaibeing?G1096V-2ADN 55 Ter zelfder ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen een moordenaar, met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; dagelijks zat Ik bij u, lerende in den tempel, en gij hebt Mij niet gegrepen;1
ἐκείνῃekeinēthat [very]G1565D-DSF εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ὄχλοις·ochloiscrowds;G3793N-DPM λῃστὴνlēstēna robberG3027N-ASM ἐξήλθατεexēlthatedid you come outG1831V-2AAI-2P μαχαιρῶνmachairōnswordsG3162N-GPF ξύλωνxulōnclubsG3586N-GPN συλλαβεῖνsullabeinto captureG4815V-2AAN ἡμέρανhēmerandayG2250N-ASF ἱερῷhi'erōtempleG2411N-DSN ἐκαθεζόμηνekathezomēnI was sittingG2516V-INI-1S διδάσκων,didaskōnteachingG1321V-PAP-NSM ἐκρατήσατέekratēsateyou did seizeG2902V-AAI-2P - moordenaar, Of, straatschender.
56 Doch dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden. Toen vluchtten al de discipelen, Hem verlatende.
γέγονενgegonenhas come to passG1096V-2RAI-3S πληρωθῶσινplērōthōsinmay be fulfilledG4137V-APS-3P γραφαὶgraphaiScripturesG1124N-NPF προφητῶν.¶prophētōnprophets.G4396N-GPM μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM πάντεςpantesallG3956A-NPM ἀφέντεςaphenteshaving forsakenG0863GV-2AAP-NPM ἔφυγον.ephugonfled.G5343V-2AAI-3P 57 Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.1
κρατήσαντεςkratēsanteshaving seizedG2902V-AAP-NPM ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P ἀπήγαγονapēgagonled [Him] awayG0520V-2AAI-3P ΚαϊάφανKaiaphanCaiaphasG2533GN-ASM-P ἀρχιερέαarchiereahigh priestG0749N-ASM γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM πρεσβύτεροιpresbuteroieldersG4245GN-NPM συνήχθησαν.¶sunēchthēsanwere assembled.G4863V-API-3P - tot Kajafas, Namelijk nadat zij Hem eerst tot Annas hadden gebracht, die Kajafas schoonvader was; Joh 18:13 .
58 En Petrus volgde Hem van verre tot aan de zaal des hogepriesters, en binnengegaan zijnde, zat hij bij de dienaren, om het einde te zien.1
ΠέτροςPetrosPeterG4074GN-NSM-P ἠκολούθειēkoloutheiwas followingG0190V-IAI-3S μακρόθενmakrothenafarG3113ADV αὐλῆςaulēscourtG0833N-GSF ἀρχιερέως,archiereōshigh priest,G0749N-GSM εἰσελθὼνeiselthōnhaving enteredG1525V-2AAP-NSM ἐκάθητοekathētohe was sittingG2521V-INI-3S ὑπηρετῶνhupēretōnguardsG5257N-GPM τέλος.¶telosoutcome.G5056N-ASN - zaal des hogepriesters, Of, tot aan het paleis.
59 En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet.1
ἀρχιερεῖςarchiereisthe chief priestsG0749N-NPM πρεσβύτεροιpresbuteroieldersG4245HN-NPM-C συνέδριονsunedrionCouncilG4892N-NSN ἐζήτουνezētounwere seekingG2212V-IAI-3P ψευδομαρτυρίανpseudomarturianfalse testimonyG5577N-ASF ὅπωςhopōsso thatG3704CONJ θανατώσωσιν,thanatōsōsinthey may put to deathG2289V-AAS-3P - vonden niet Namelijk wat met enigen schijn zou kunnen voortgebracht worden, om daarop Hem te veroordelen.
60 En hoewel er vele valse getuigen gekomen waren, zo vonden zij toch niet.
εὗρονheuronthey foundG2147V-2AAI-3P πολλῶνpollōnof manyG4183A-GPM προσελθόντωνproselthontōnhaving come forward asG4334V-2AAP-GPM ψευδομαρτύρωνpseudomarturōnfalse witnessesG5575N-GPM εὗρον.heuronthey found.G2147V-2AAI-3P ὕστερονhusteronFinallyG5306A-ASN-C προσελθόντεςproselthonteshaving come forwardG4334V-2AAP-NPM ψευδομάρτυρεςpseudomarturesfalse witnessesG5575N-NPM 61 Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen.1
εἶπαν·eipanthey said;G2036V-2AAI-3P οὗτοςhoutosThis [man]G3778D-NSM ἔφη·ephēwas saying:G5346V-IAI-3S δύναμαιdunamaiI am ableG1410V-PNI-1S καταλῦσαιkatalusaito destroyG2647V-AAN θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T τριῶνtriōnthreeG5140A-GPF ἡμερῶνhēmerōndaysG2250N-GPF οἰκοδομῆσαιoikodomēsaito rebuild itG3618V-AAN αὐτόν.autonhim.G0846P-ASM - Deze heeft gezegd Dit was een verdraaiing der woorden van Christus, Joh 2:19 , want Christus heeft aldaar niet gezegd: Ik kan den tempel afbreken. enz., maar: breekt gij den tempel af, enz., verstaande dat van den tempels zijns lichaams.
62 En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
ἀναστὰςanastashaving stood upG0450V-2AAP-NSM ἀρχιερεὺςarchiereushigh priestG0749N-NSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM οὐδὲνoudenNo [thing]G3762A-ASN ἀποκρίνῃ;apokrinēanswer you?G0611V-PNI-2S οὗτοίhoutoitheseG3778D-NPM καταμαρτυροῦσιν;katamarturousindo witness against?G2649V-PAI-3P 63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?1
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐσιώπα.esiōpawas silent.G4623V-IAI-3S ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM ἀρχιερεὺςarchiereushigh priestG0749N-NSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM ἐξορκίζωexorkizōI adjureG1844V-PAI-1S ζῶντοςzōntoslivingG2198V-PAP-GSM εἴπῃςeipēsmay you tellG2036V-2AAS-2S σὺsuYou yourselfG4771P-2NS χριστὸςchristosChristG5547N-NSM-T θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T - zweeg stil Om daarmede te kennen te geven dat deze zaak zo ongegrond was, dat zij niet waardig was beantwoord te worden.
64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.12
Ἰησοῦς·IēsousJesus;G2424GN-NSM-P σὺsuYou yourselfG4771P-2NS εἶπας.eipashave said.G2036V-2AAI-2S ὑμῖν·huminto you;G4771P-2DP ὄψεσθεopsestheyou will beholdG3700GV-FDI-2P ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T καθήμενονkathēmenonsittingG2521V-PNP-ASM δεξιῶνdexiōn[the] right handG1188A-GPN δυνάμεωςdunameōsof PowerG1411N-GSF ἐρχόμενονerchomenoncomingG2064V-PNP-ASM νεφελῶνnephelōncloudsG3507N-GPF οὐρανοῦ.¶ouranouof heaven.G3772N-GSM - Gij hebt het gezegd Zie hier voor vs.25.
- zult gij zien den Zoon des mensen Dat is, gij zult alsdan metterdaad bevinden, dat Ik de Zoon Gods ben, inzonderheid als gij voor Mij zult moeten verschijnen om geoordeeld te worden.
65 Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord.1
ἀρχιερεὺςarchiereushigh priestG0749N-NSM διέρρηξενdierrēxentearsG1284V-AAI-3S ἱμάτιαhimatiagarmentsG2440N-APN αὐτοῦautouof himG0846P-GSM λέγωνlegōnsayingG3004GV-PAP-NSM ἐβλασφήμησεν·eblasphēmēsenHe has blasphemed;G0987V-AAI-3S χρείανchreianneedG5532N-ASF ἔχομενechomenhave weG2192V-PAI-1P μαρτύρων;marturōnof witnesses?G3144N-GPM ἠκούσατεēkousateyou have heardG0191V-AAI-2P βλασφημίανblasphēmianblasphemyG0988N-ASF αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM - verscheurde Dit plachten de Joden te doen als zij een uiterste droefheid of mishagen over zekere zaak wilden betonen als godslastering, enz. Zie 2Ki 19:1 .
66 Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.
δοκεῖ;dokeido think?G1380V-PAI-3S ἀποκριθέντεςapokrithentesansweringG0611V-AOP-NPM εἶπαν·eipanthey said;G2036V-2AAI-3P ἔνοχοςenochosDeservingG1777A-NSM θανάτουthanatouof deathG2288N-GSM ἐστίν.¶estinHe is.G1510V-PAI-3S 67 Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten.
ἐνέπτυσανeneptusanthey spatG1716V-AAI-3P πρόσωπονprosōponfaceG4383N-ASN αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ἐκολάφισανekolaphisanstruckG2852V-AAI-3P αὐτόν.autonHim.G0846P-ASM ἐράπισανerapisanslapped [Him]G4474V-AAI-3P 68 En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?1
λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM προφήτευσονprophēteusondo prophesyG4395V-AAM-2S ἡμῖν,hēminto us,G3165P-1DP χριστέ,christeChrist,G5547N-VSM-T ἐστινestinisG1510V-PAI-3S παίσαςpaisashaving struckG3817V-AAP-NSM - gaven Hem kinnebakslagen, Anders, sloegen Hem met stokjes, of roeden.
69 En Petrus zat buiten in de zaal; en een dienstmaagd kwam tot hem, zeggende: Gij waart ook met Jezus, den Galileër.12
ΠέτροςPetrosPeterG4074GN-NSM-P ἐκάθητοekathētowas sittingG2521V-INI-3S αὐλῇ.aulēacourt.G0833N-DSF προσῆλθενprosēlthencameG4334V-2AAI-3S παιδίσκηpaidiskēservant girlG3814N-NSF λέγουσα·legousasaying;G3004GV-PAP-NSF σὺsuYou yourselfG4771P-2NS ἦσθαēsthawereG1510V-IMI-2S Γαλιλαίου.GalilaiouGalilean.G1057N-GSM-LG - buiten in de zaal; Namelijk buiten de plaats waar de Joodse Raad vergaderd was, voor welken Christus stond, gelijk blijkt uit vs.71, 75.
- den Galileër Zo wordt Hij hier genaamd, omdat Hij te Nazareth was opgevoed, hetwelk ene stad van Galilea was. Zie vs.71 en Mat 2:23 .
70 Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt.
ἠρνήσατοērnēsatohe deniedG0720V-ADI-3S ἔμπροσθενemprosthenbeforeG1715PREP πάντωνpantōnallG3956A-GPM λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM οἶδαoidaI knowG6063V-RAI-1S λέγεις.legeisyou say.G3004GV-PAI-2S 71 En als hij naar de voorpoort uitging, zag hem een andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die aldaar waren: Deze was ook met Jezus den Nazarener.1
ἐξελθόνταexelthontaHaving gone outG1831V-2AAP-ASM πυλῶναpulōnaporchG4440N-ASM ἄλληallēanother [servant girl]G0243A-NSF λέγειlegeishe saysG3004GV-PAI-3S τοῖςtoisto thoseG3588T-DPM οὗτοςhoutosThis [man]G3778D-NSM Ναζωραίου.Nazōraiouof Nazareth.G3480N-GSM-LG - de voorpoort uitging, Of, portaal, voorhuis.
72 En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.
ἠρνήσατοērnēsatohe deniedG0720V-ADI-3S ὅρκουhorkouan oathG3727N-GSM οἶδαoidaI knowG6063V-RAI-1S ἄνθρωπον.anthrōponman.G0444N-ASM 73 En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar.1
μικρὸνmikrona little whileG3398A-ASN προσελθόντεςproselthonteshaving come to [him]G4334V-2AAP-NPM ἑστῶτεςhestōteshaving stoodG2476V-RAP-NPM εἶπονeiponthey saidG2036V-2AAI-3P Πέτρῳ·Petrōto Peter;G4074GN-DSM-P ἀληθῶςalēthōsSurelyG0230ADV σὺsuyou yourselfG4771P-2NS λαλιάlaliaspeechG2981N-NSF ποιεῖ.poieigives.G4160IV-PAI-3S - maakt u openbaar Namelijk dat gij een Galileër zijt, gelijk Mar 14:70 , en Luk 22:59 , uitdrukken.
74 Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.1
ἤρξατοērxatohe beganG0757V-ADI-3S καταθεματίζεινkatathematizeinto curseG2653V-PAN ὀμνύεινomnueinto swearG3660V-PAN οἶδαoidaI knowG6063V-RAI-1S ἄνθρωπον.anthrōponman!G0444N-ASM εὐθέωςeutheōsimmediatelyG2112ADV ἀλέκτωρalektōra roosterG0220N-NSM ἐφώνησεν.ephōnēsencrowed.G5455V-AAI-3S - zich te vervloeken en te zweren Dat is, den vloek of de wraak van God zichzelven toewensend indien hij Hem kende.
75 En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.1
ἐμνήσθηemnēsthērememberedG3403V-API-3S ΠέτροςPetrosPeterG4074GN-NSM-P ῥήματοςrhēmatosdeclarationG4487N-GSN ἸησοῦIēsouof JesusG2424GN-GSM-P εἰρηκότοςeirēkotoshaving saidG2046V-RAP-GSM πρὶνprinBefore [the]G4250ADV ἀλέκτοραalektoraroosterG0220N-ASM φωνῆσαιphōnēsaicrowingG5455V-AAN τρὶςtristhree timesG5151ADV ἀπαρνήσῃaparnēsēyou will denyG0533V-FDI-2S ἐξελθὼνexelthōnhaving goneG1831V-2AAP-NSM ἔκλαυσενeklausenhe weptG2799V-AAI-3S πικρῶς.¶pikrōsbitterly.G4090ADV - werd indachtig het woord van Jezus, Namelijk nadat hem Christus aangezien had. Zie Luk 22:61 .