Chapter 11
1 En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanië, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,1
ἐγγίζουσινengizousinthey drew nearG1448V-PAI-3P ἹεροσόλυμαHi'erosolumaJerusalemG2414N-APN-L ΒηθφαγὴBēthphagēBethphageG0967N-ASF-L ΒηθανίανBēthanianBethanyG0963N-ASF-L ὄροςorosMountG3735N-ASN-L ἐλαιῶν,elaiōnof Olives,G1638N-GPF-L ἀποστέλλειapostelleiHe sendsG0649V-PAI-3S μαθητῶνmathētōndisciplesG3101N-GPM αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM - te Beth-fage en Bethanië, Grieks, in; dat is omtrent, gelijk uitgedrukt wordt Luk 19:29 . Van de ligging van deze twee plaatsen zie Mat 21:1 .
2 En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.12
αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ὑπάγετεhupagetedo goG5217V-PAM-2P κώμηνkōmēnvillageG2968N-ASF κατέναντιkatenantibeforeG2713PREP εὐθὺςeuthusimmediatelyG2112ADV εἰσπορευόμενοιeisporeuomenoienteringG1531V-PNP-NPM εὑρήσετεheurēseteyou will findG2147V-FAI-2P πῶλονpōlona coltG4454N-ASM δεδεμένονdedemenontiedG1210V-RPP-ASM οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM οὔπωoupōnot yetG3768ADV-N ἀνθρώπωνanthrōpōna personG0444N-GPM ἐκάθισεν·ekathisensat;G2523V-AAI-3S λύσατεlusatedo untieG3089V-AAM-2P φέρετε.pheretedo lead [it].G5342V-PAM-2P - een veulen gebonden, Matth. 21:2 wordt gezegd dat daar ook ene ezelin gehouden was met haar veulen. Doch Markus verhaalt alleen van het veulen, omdat Christus daarop gereden heeft. Zie Luk 19:35 .
- geen mens gezeten heeft, Grieks, geen der mensen; dat is niemand.
3 En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP εἴπῃ·eipēmay say;G2036V-2AAS-3S ποιεῖτεpoieiteare you doingG4160GV-PAI-2P τοῦτο;toutothis?’G3778D-ASN εἴπατεeipatedo sayG2036V-2AAM-2P αὐτοῦautouof itG0846P-GSM χρείανchreianneedG5532N-ASF ἔχει,echeihas,G2192V-PAI-3S ἀποστέλλειapostelleiHe sendsG0649V-PAI-3S 4 En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.1
ἀπῆλθονapēlthonthey departedG0565V-2AAI-3P εὗρονheuronfoundG2147V-2AAI-3P δεδεμένονdedemenontiedG1210V-RPP-ASM θύρανthurandoorG2374N-ASF ἀμφόδουamphodoustreetG0296N-GSN λύουσινluousinthey untiedG3089V-PAI-3P - wegscheiding, Of, tweesprong, tweeweg.
5 En sommigen van degenen, die aldaar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen ontbindt?
ἑστηκότωνhestēkotōnhaving stoodG2476V-RAP-GPM ἔλεγονelegonthey were sayingG3004GV-IAI-3P αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ποιεῖτεpoieiteare you doingG4160GV-PAI-2P λύοντεςluontesuntyingG3089V-PAP-NPM πῶλον;pōloncolt?G4454N-ASM 6 Doch zij zeiden tot hen, gelijk Jezus bevolen had; en zij lieten ze gaan.
εἶπανeipanthey spokeG2036V-2AAI-3P αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM καθὼςkathōseven asG2531CONJ εἶπενeipenhad commandedG2036V-2AAI-3S Ἰησοῦς,IēsousJesus,G2424GN-NSM-P ἀφῆκανaphēkanthey allowedG0863GV-AAI-3P αὐτούς.autousthem.G0846P-APM 7 En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.1
φέρουσινpherousinthey leadG5342V-PAI-3P ἸησοῦνIēsounJesusG2424GN-ASM-P ἐπιβάλλουσινepiballousinthey do castG1911V-PAI-3P αὐτῷautōupon itG0846P-DSM ἱμάτιαhimatiacloaksG2440N-APN αὐτῶν,autōnof them,G0846P-GPM ἐκάθισενekathisenHe satG2523V-AAI-3S - En zij brachten het veulen tot Jezus, Zie van dezen intocht van Christus binnen Jeruzalem de aantekeningen Mat 21:1 , enz.
8 En velen spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen meien van de bomen, en spreidden ze op den weg.1
πολλοὶpolloimanyG4183A-NPM ἱμάτιαhimatiacloaksG2440N-APN αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM ἔστρωσανestrōsanspreadG4766V-AAI-3P ὁδόν,hodonroad,G3598N-ASF ἄλλοιalloiothersG0243A-NPM στιβάδαςstibadasbranchesG4746N-APF κόψαντεςkopsantescutting downG2875V-AAP-NPM ἐστρώννυονestrōnnuonwere spreadingG4766V-IAI-3P - meien van de bomen, Het Griekse woord betekent kleine, tedere, groene takken, die bekwaam zijn om op te zitten en over te gaan. Zie ook Joh 12:13 .
9 En die voorgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna! gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!12
προάγοντεςproagontesgoing beforeG4254V-PAP-NPM ἀκολουθοῦντεςakolouthountesfollowingG0190V-PAP-NPM ἔκραζονekrazonwere crying outG2896V-IAI-3P λέγοντες·legontessaying:G3004GV-PAP-NPM ὡσαννά,hōsannaHosanna!G5614PRT εὐλογημένοςeulogēmenosBlessed [is]G2127V-RPP-NSM ἐρχόμενοςerchomenoscomingG2064V-PNP-NSM ὀνόματιonomatinameG3686N-DSN κυρίου,kuriouof [the] Lord!G2962GN-GSM-T - Hosanna Wat dit woord betekent zie Mat 21:9 .
- gezegend is Hij, Of, geprezen zij hij.
10 Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David, hetwelk komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!1
εὐλογημένηeulogēmenēBlessed [is]G2127V-RPP-NSF ἐρχομένηerchomenēcomingG2064V-PNP-NSF βασιλείαbasileiakingdomG0932N-NSF ὀνόματιonomatinameG3686N-DSN κυρίουkuriouof the LordG2962GN-GSM-T πατρὸςpatrosfatherG3962N-GSM Δαυίδ,DauidDavid!G1138N-GSM-P ὡσαννὰhōsannaHosannaG5614PRT ὑψίστοις.¶hupsistoishighest!G5310A-DPN - in de hoogste hemelen! Dat is, gij die daar zijt in de hoogste hemelen.
11 En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar Bethanië met de twaalven.1
εἰσῆλθενeisēlthenHe enteredG1525V-2AAI-3S ἹεροσόλυμαHi'erosolumaJerusalemG2414N-APN-L ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἱερόν,hi'erontemple,G2411N-ASN περιβλεψάμενοςperiblepsamenoshaving looked around onG4017V-AMP-NSM πάντα,pantaall things,G3956A-APN ὀψίαςopsiaswhen late [evening]G3798A-GSF οὔσηςousēsbeingG1510V-PAP-GSF ὥρας,hōrashour,G5610N-GSF ἐξῆλθενexēlthenHe went outG1831V-2AAI-3S ΒηθανίανBēthanianBethanyG0963N-ASF-L δώδεκα.¶dōdekaTwelve.G1427A-NUI - avondstond was, Grieks, avondure.
12 En des anderen daags, als zij uit Bethanië gingen, hongerde Hem.
ἐπαύριονepaurionnext dayG1887ADV ἐξελθόντωνexelthontōnwhen were exitingG1831V-2AAP-GPM ΒηθανίαςBēthaniasBethanyG0963N-GSF-L ἐπείνασεν.epeinasenHe was hungry.G3983V-AAI-3S 13 En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niet dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.1
ἰδὼνidōnhaving seenG1492HV-2AAP-NSM συκῆνsukēna fig treeG4808N-ASF μακρόθενmakrothenafarG3113ADV ἔχουσανechousanhavingG2192V-PAP-ASF φύλλαphullaleavesG5444N-APN ἦλθενēlthenHe wentG2064V-2AAI-3S εὑρήσειheurēseiHe will findG2147V-FAI-3S ἐλθὼνelthōnhaving comeG2064V-2AAP-NSM οὐδὲνoudenno [thing]G3762A-ASN εὗρενheurenHe foundG2147V-2AAI-3S φύλλα·phullaleaves;G5444N-APN καιρὸςkairosseasonG2540N-NSM σύκων.sukōnof figs.G4810N-GPN - de tijd der vijgen niet Dat is, de rechte en gewone tijd dat de vijgebomen hun volle en rijpe vruchten hebben; hoewel in die hete landen de vijgebomen buitentijds ook enige ontijdige vruchten dragen, die van de geringe lieden plachten gegeten te worden, welke Christus schijnt gemeend te hebben daarop te vinden.
14 En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.1
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτῇ·autēato it;G0846P-DSF μηκέτιmēketiNo moreG3371ADV-N μηδεὶςmēdeisno oneG3367A-NSM καρπὸνkarponfruitG2590N-ASM φάγοι.phagoiwould eat.G5315V-AAO-3S ἤκουονēkouonwere listeningG0191V-IAI-3P μαθηταὶmathētaidisciplesG3101N-NPM αὐτοῦ.autouof Him.G0846P-GSM - antwoordende, Het woord antwoorden naar de Hebreeuwse manier van spreken, betekent dikmaals ene rede beginnen, gelijk hier klaarlijk blijkt.
15 En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om;
ἔρχονταιerchontaithey comeG2064V-PNI-3P Ἱεροσόλυμα,Hi'erosolumaJerusalem,G2414N-APN-L εἰσελθὼνeiselthōnhaving enteredG1525V-2AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἱερὸνhi'erontempleG2411N-ASN ἤρξατοērxatoHe beganG0757V-ADI-3S ἐκβάλλεινekballeinto cast outG1544V-PAN πωλοῦνταςpōlountassellingG4453V-PAP-APM ἀγοράζονταςagorazontasbuyingG0059V-PAP-APM ἱερῷ,hi'erōtemple,G2411N-DSN τραπέζαςtrapezastablesG5132N-APF κολλυβιστῶνkollubistōnmoney changersG2855N-GPM καθέδραςkathedrasseatsG2515N-APF πωλούντωνpōlountōnsellingG4453V-PAP-GPM περιστερὰςperisterasdovesG4058N-APF κατέστρεψενkatestrepsenHe overturnedG2690V-AAI-3S 16 En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg.1
ἤφιενēphienHe was permitingG0863IV-IAI-3S διενέγκῃdienegkēmay carryG1308V-2AAS-3S σκεῦοςskeuosa vesselG4632N-ASN ἱεροῦ.hi'eroutemple.G2411N-GSN - vat door den tempel droeg Namelijk tot den godsdienst niet behorende.
17 En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.1
ἐδίδασκενedidaskenHe was teachingG1321V-IAI-3S ἔλεγενelegenwas sayingG3004GV-IAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM γέγραπταιgegraptaiit has been writtenG1125V-RPI-3S προσευχῆςproseuchēsof prayerG4335N-GSF κληθήσεταιklēthēsetaiwill be calledG2564GV-FPI-3S πᾶσινpasinfor allG3956A-DPN ἔθνεσιν;ethnesinnations’?G1484N-DPN ὑμεῖςhumeisYou yourselvesG4771P-2NP πεποιήκατεpepoiēkatehave madeG4160GV-RAI-2P σπήλαιονspēlaiona denG4693N-ASN λῃστῶν.¶lēstōnof robbers.’G3027N-GPM - genaamd worden allen volken? Dat is, zijn en gehouden worden.
18 En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.12
ἤκουσανēkousanheard [it]G0191V-AAI-3P ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM ἐζήτουνezētounthey were seekingG2212V-IAI-3P ἀπολέσωσιν·apolesōsinthey may destroy;G0622V-AAS-3P ἐφοβοῦντοephobountothey were afraid ofG5399V-INI-3P αὐτόν,autonHim,G0846P-ASM ὄχλοςochloscrowdG3793N-NSM ἐξεπλήσσετοexeplēssetowas astonishedG1605V-IPI-3S διδαχῇdidachēateachingG1322N-DSF αὐτοῦ.¶autouof Him.G0846P-GSM - doden zouden; Grieks, verderven, of vernielen.
- ontzet was over Zijn leer Of, verslagen was; namelijk door verwondering; en daarom vreesden zij dat al het volk Zijne leer zou aanhangen, en hen afvallen.
19 En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.
ἐγένετο,egenetocame,G1096V-2ADI-3S ἐξεπορεύοντοexeporeuontothey were goingG1607V-INI-3P πόλεως.poleōscity.G4172N-GSF 20 En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af.
παραπορευόμενοιparaporeuomenoipassing byG3899V-PNP-NPM πρωῒprōiin the morningG4404ADV εἶδονeidonthey sawG1492HV-2AAI-3P συκῆνsukēnfig treeG4808N-ASF ἐξηραμμένηνexērammenēndried upG3583V-RPP-ASF ῥιζῶν.rhizōnroots.G4491N-GPF 21 En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi! zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord.1
ἀναμνησθεὶςanamnēstheishaving rememberedG0363V-AOP-NSM ΠέτροςPetrosPeterG4074GN-NSM-P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM ῥαββί,rhabbiRabbi,G4461N-VSM-T συκῆsukēfig treeG4808N-NSF κατηράσωkatērasōYou cursedG2672V-ADI-2S ἐξήρανται.¶exērantaihas been dried up.G3583V-RPI-3S - zulks indachtig geworden zijnde, Namelijk hetgeen tevoren, vs.14, van Christus gezegd was.
22 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.1
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ἔχετεechetedo haveG2192V-PAM-2P θεοῦ.theoufrom God.G2316N-GSM-T - Hebt geloof op God Grieks, hebt het geloof Gods; dit is, hetwelk vastelijk steunt en vertrouwt op God en Zijne beloften.
23 Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven, dat hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.
ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP εἴπῃeipēmay sayG2036V-2AAS-3S ὄρειoreimountainG3735N-DSN τούτῳ·toutōthis;G3778D-DSN ἄρθητιarthētido be taken awayG0142V-APM-2S βλήθητιblēthētido be castG0906GV-APM-2S θάλασσαν,thalassansea,’G2281N-ASF διακριθῇdiakrithēamay doubtG1252V-APS-3S καρδίᾳkardiaheartG2588N-DSF αὐτοῦautouof himG0846P-GSM πιστεύῃpisteuēmay believeG4100V-PAS-3S λαλεῖlaleihe saysG2980V-PAI-3S γίνεται,ginetaitakes place,G1096V-PNI-3S ἔσταιestaiit will be doneG1510V-FDI-3S αὐτῷautōfor himG0846P-DSM εἴπῃ.¶eipēhe shall say.G2036V-2AAS-3S 24 Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.12
διὰdiaBecause ofG1223PREP ὑμῖν·huminto you;G4771P-2DP πάνταpantaall thingsG3956A-APN ὅσαhosaas much asG3745K-APN προσεύχεσθεproseuchestheprayingG4336V-PNI-2P αἰτεῖσθε,aiteistheyou ask,G0154V-PMI-2P πιστεύετεpisteuetedo believeG4100V-PAM-2P ἐλάβετε,elabeteyou receive,G2983V-2AAI-2P ἔσταιestaiit will beG1510V-FDI-3S ὑμῖν.huminto you.G4771P-2DP - begeert, Namelijk naar den wil van God; zie 1Jo 5:14 .
- ontvangen zult, Grieks, ontvangt.
25 En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.12
στήκετεstēketeyou standG4739V-PAI-2P προσευχόμενοι,proseuchomenoipraying,G4336V-PNP-NPM ἀφίετεaphietedo forgiveG0863HV-PAM-2P ἔχετεecheteyou haveG2192V-PAI-2P τινοςtinosanyoneG5100X-GSM πατὴρpatērFatherG3962N-NSM-T ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP οὐρανοῖςouranoisheavensG3772N-DPM ἀφῇaphēamay forgiveG0863HV-2AAS-3S παραπτώματαparaptōmatatrespassesG3900N-APN ὑμῶν.humōnof you.G4771P-2GP - staat Dat is, voor God verschijnt en u daarstelt om te bidden. Want hoewel de Joden somtijds al staande baden, Job 30:20 ; Jer 15:1 ; Luk 18:13 , nochtans baden zij meest op hunne knieën liggende, 2Ch 6:13 ; Dan 6:11 ; Act 9:40 , en Act 20:36 .
- om te bidden, Grieks, biddende.
26 Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.
ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP ἀφίετε,aphietedo you allowG0863HV-PAI-2P πατὴρpatērfatherG3962N-NSM ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP οὐρανοῖςouranoisheavensG3772N-DPM ἀφήσειaphēseiwill forgiveG0863HV-FAI-3S παραπτώματαparaptōmatatrespassesG3900N-APN ὑμῶν.¶humōnof youG4771P-2GP 27 En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen.1
ἔρχονταιerchontaithey comeG2064V-PNI-3P Ἱεροσόλυμα·Hi'erosolumaJerusalem;G2414N-APN-L ἱερῷhi'erōtempleG2411N-DSN περιπατοῦντοςperipatountoswhen is walkingG4043V-PAP-GSM ἔρχονταιerchontaithey comeG2064V-PNI-3P ἀρχιερεῖςarchiereischief priestsG0749N-NPM γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM πρεσβύτεροιpresbuteroieldersG4245GN-NPM - ouderlingen Dat is, de oversten of oudsten des volks, die met de overpriesters en schriftgeleerden in dien tijd den breden Raad der Joden uitmaakten.
28 En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?1
ἔλεγονelegonthey were sayingG3004GV-IAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ποιεῖςpoieisare You doingG4160GV-PAI-2S ἔδωκενedōkengaveG1325V-AAI-3S ἐξουσίανexousianauthorityG1849N-ASF ταύτηνtautēnthisG3778D-ASF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN ποιῇς;poiēasYou may do?G4160GV-PAS-2S - Door wat macht doet Gij deze dingen? Grieks, in wat macht.
29 Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:1
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ἐπερωτήσωeperōtēsōI will askG1905V-FAI-1S κἀγὼkagōI myself alsoG1473P-1NS + G2532 λόγον,logonquestion,G3056N-ASM ἀποκρίθητέapokrithētedo answerG0611V-AOM-2P ἐρῶerōI will tellG4483V-FAI-1S ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN - een woord vragen; Dat is, ene zaak.
30 De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.1
βάπτισμαbaptismabaptismG0908N-NSN ἸωάννουIōannouof JohnG2491GN-GSM-P οὐρανοῦouranouheavenG3772N-GSM ἀνθρώπων;anthrōpōnmen?G0444N-GPM ἀποκρίθητέapokrithētedo answerG0611V-AOM-2P - doop van Johannes, Dat is, de leer van Johannes door zijn doop bevestigd, gelijk blijkt uit de volgende verzen.
31 En zij overlegden onder zich, zeggende: Indiën wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
διελογίζοντοdielogizontothey were reasoningG1260V-INI-3P ἑαυτοὺςhe'autousthemselvesG1438F-3APM λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM εἴπωμενeipōmenmay we say?G2036V-2AAS-1P εἴπωμεν·eipōmenwe shall say;G2036V-2AAS-1P οὐρανοῦ,ouranouheaven,G3772N-GSM ἐρεῖ·ereiHe will say;G4483V-FAI-3S διὰdiaBecause ofG1223PREP ἐπιστεύσατεepisteusatedid you believeG4100V-AAI-2P αὐτῷ;autōin him?G0846P-DSM 32 Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.1
εἴπωμεν·eipōmenshall we say;G2036V-2AAS-1P ἀνθρώπων,anthrōpōnmen’..,G0444N-GPM ἐφοβοῦντοephobountothey were afraid ofG5399V-INI-3P ὄχλον·ochloncrowd;G3793N-ASM ἅπαντεςhapantesallG0537A-NPM εἶχονeichonwere holdingG2192V-IAI-3P ἸωάννηνIōannēnJohnG2491GN-ASM-P προφήτηςprophētēsa prophetG4396N-NSM ἦν.ēnhe was.G1510V-IAI-3S - zo vrezen wij het volk; Grieks, zij vreesden. Het is een afgebroken wijze van spreken, waardoor hunne versteldheid en overleggingen in het kort uitgedrukt worden.
33 En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.
ἀποκριθέντεςapokrithentesansweringG0611V-AOP-NPM ἸησοῦIēsouto JesusG2424GN-DSM-P λέγουσιν·legousinthey say:G3004GV-PAI-3P οἴδαμεν.oidamendo we know.G6063V-RAI-1P ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM οὐδὲoudeNeitherG3761CONJ-N ἐξουσίᾳexousiaauthorityG1849N-DSF ταῦταtautathese thingsG3778D-APN