Chapter 12
1 En Hij begon door gelijkenissen tot hen te zeggen: Een mens plantte een wijngaard, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak, en bouwde een toren, en verhuurde dien aan de landlieden, en reisde buiten 's lands.123456
ἤρξατοērxatoHe beganG0757V-ADI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM παραβολαῖςparabolaisparablesG3850N-DPF λαλεῖν·laleinto speak:G2980V-PAN ἀμπελῶναampelōnaA vineyardG0290N-ASM ἄνθρωποςanthrōposa manG0444N-NSM ἐφύτευσενephuteusenplantedG5452V-AAI-3S περιέθηκενperiethēkenhe placed around [it]G4060V-AAI-3S φραγμὸνphragmona fenceG5418N-ASM ὤρυξενōruxendugG3736V-AAI-3S ὑπολήνιονhupolēniona wine vatG5276N-ASN ᾠκοδόμησενōkodomēsenbuiltG3618V-AAI-3S πύργονpurgona towerG4444N-ASM ἐξέδετοexedetorented outG1554V-2AMI-3S γεωργοῖςgeōrgoisto farmersG1092N-DPM ἀπεδήμησενapedēmēsentraveled abroadG0589V-AAI-3S - gelijkenissen tot hen te zeggen Grieks, parabelen; zie daarvan de verklaring Mat 13:3 .
- Een mens plantte een wijngaard, Van deze gelijkenis zie de verklaring Mat 21:33 .
- tuin daarom, Of, heining, heg.
- wijnpersbak, Namelijk waar de wijn onder de pers inloopt en vergaderd wordt.
- verhuurde dien Grieks, gaf uit.
- de landlieden, Of, landbouwers; waardoor hier voornamelijk wijngaardeniers verstaan worden.
2 En als het de tijd was, zond hij een dienstknecht tot de landlieden, opdat hij van de landlieden ontving van de vrucht des wijngaards.1
ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S γεωργοὺςgeōrgousfarmersG1092N-APM καιρῷkairōdue timeG2540N-DSM δοῦλονdoulona servantG1401N-ASM γεωργῶνgeōrgōnfarmersG1092N-GPM λάβῃlabēhe may receiveG2983V-2AAS-3S καρπῶνkarpōnfruitsG2590N-GPM ἀμπελῶνος.ampelōnosvineyard.G0290N-GSM - tijd was, Dat is, ter bekwamer of rechter tijd, wanneer de vruchten, rijp zijnde, ingezameld waren.
3 Maar zij namen en sloegen hem, en zonden hem ledig heen.
λαβόντεςlabonteshaving takenG2983V-2AAP-NPM ἔδειρανedeiranthey beat [him]G1194V-AAI-3P ἀπέστειλανapesteilanthey sent [him] awayG0649V-AAI-3P κενόν.kenonempty-handed.G2756A-ASM 4 En hij zond wederom een anderen dienstknecht tot hen, en dien stenigden zij, en wondden hem het hoofd, en zonden hem henen, schandelijk behandeld zijnde.1
ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S αὐτοὺςautousthemG0846P-APM ἄλλονallonanotherG0243A-ASM δοῦλον·doulonservant;G1401N-ASM κἀκεῖνονkakeinonand himG2532CONJ + G1565 λιθοβολήσαντεςlithobolēsantesstoningG3036V-AAP-NPM ἐκεφαλίωσανekephaliōsanthey struck on the headG2775V-AAI-3P ἀπέστειλανapesteilansentG0649V-AAI-3P ἠτίμασαν.ētimasandishonored.G0818V-AAI-3P - schandelijk behandeld zijnde Grieks, onteerd.
5 En wederom zond hij een anderen, en dien doodden zij; en vele anderen, waarvan zij sommigen sloegen, en sommigen doodden.
ἄλλονallonanotherG0243A-ASM ἀπέστειλεν·apesteilenHe sent;G0649V-AAI-3S κἀκεῖνονkakeinonand himG2532CONJ + G1565 ἀπέκτειναν,apekteinanthey killed,G0615V-AAI-3P πολλοὺςpollousmanyG4183A-APM ἄλλους,allousothers,G0243A-APM δέροντες,derontesbeating,G1194V-PAP-NPM ἀποκτέννοντες.apoktennonteskilling.G0615V-PAP-NPM 6 Als hij dan nog een zoon had, die hem lief was, zo heeft hij ook dien ten laatste tot hen gezonden, zeggende: Zij zullen immers mijn zoon ontzien.1
εἶχενeichendid haveG2192V-IAI-3S ἀγαπητόνagapētonbelovedG0027A-ASM αὐτοῦ·autouof him;G0846P-GSM ἀπέστειλενapesteilenhe sentG0649V-AAI-3S ἔσχατονeschatonlastG2078A-ASM αὐτοὺςautousthemG0846P-APM λέγωνlegōnsayingG3004GV-PAP-NSM ἐντραπήσονταιentrapēsontaiThey will have respect forG1788V-2FPI-3P μου.mouof mine.G3165P-1GS - ten laatste tot hen gezonden, Grieks, den laatsten.
7 Maar die landlieden zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal onze zijn.
ἐκεῖνοιekeinoiThoseG1565D-NPM γεωργοὶgeōrgoifarmersG1092N-NPM ἑαυτοὺςhe'autousthemselvesG1438F-3APM εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P οὗτόςhoutosThisG3778D-NSM ἐστινestinisG1510V-PAI-3S κληρονόμος·klēronomosheir;G2818N-NSM ἀποκτείνωμενapokteinōmenlet us killG0615V-PAS-1P αὐτόν,autonhim,G0846P-ASM ἔσταιestaiwill beG1510V-FDI-3S κληρονομία.klēronomiainheritance.G2817N-NSF 8 En zij namen en doodden hem, en wierpen hem uit, buiten den wijngaard.
λαβόντεςlabonteshaving takenG2983V-2AAP-NPM ἀπέκτεινανapekteinanthey killedG0615V-AAI-3P ἐξέβαλονexebaloncast forthG1544V-2AAI-3P ἀμπελῶνος.ampelōnosvineyard.G0290N-GSM 9 Wat zal dan de heer des wijngaards doen? Hij zal komen, en de landlieden verderven, en den wijngaard aan anderen geven.1
ποιήσειpoiēseiwill doG4160GV-FAI-3S ἀμπελῶνος;ampelōnosvineyard?G0290N-GSM ἐλεύσεταιeleusetaihe will comeG2064V-FDI-3S ἀπολέσειapoleseihe will destroyG0622V-FAI-3S γεωργοὺςgeōrgousfarmersG1092N-APM δώσειdōseiwill giveG1325V-FAI-3S ἀμπελῶναampelōnavineyardG0290N-ASM ἄλλοις.alloisto others.G0243A-DPM - Hij zal komen, Dit antwoorden de Farizeën zelf op de vraag van Christus, bij Mat 21:41 , en wordt hier aan Christus toegeschreven, omdat Hij dit antwoord herhaalde en voor goed erkende.
10 Hebt gij ook deze Schrift niet gelezen: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks;1
οὐδὲoudeNot evenG3761CONJ-N γραφὴνgraphēnScriptureG1124N-ASF ταύτηνtautēnthisG3778D-ASF ἀνέγνωτε·anegnōtehave you read:G0314V-2AAI-2P λίθονlithon[The] stoneG3037N-ASM ἀπεδοκίμασανapedokimasanrejectedG0593V-AAI-3P οἰκοδομοῦντες,oikodomountesbuilding,G3618V-PAP-NPM οὗτοςhoutosthisG3778D-NSM ἐγενήθηegenēthēhas becomeG1096V-2AOI-3S κεφαλὴνkephalēnchiefG2776N-ASF γωνίας·gōniasof [the] corner;G1137N-GSF - De steen, Zie hiervan de verklaring Mat 21:42 .
11 Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?1
παρὰparafrom [the]G3844PREP ἐγένετοegenetowasG1096V-2ADI-3S αὕτη,hautēthis,G3778D-NSF ἔστινestinit isG1510V-PAI-3S θαυμαστὴthaumastēmarvelousG2298A-NSF ὀφθαλμοῖςophthalmois[the] eyesG3788N-DPM ἡμῶν;hēmōnof us.’?G3165P-1GP - dit geschied, Anders, deze zaak, of dit, namelijk hoofd des hoeks, is van den Heere geworden.
12 En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.
ἐζήτουνezētounthey were seekingG2212V-IAI-3P κρατῆσαιkratēsaito lay hold ofG2902V-AAN ἐφοβήθησανephobēthēsanthey fearedG5399V-AOI-3P ὄχλον·ochloncrowd;G3793N-ASM ἔγνωσανegnōsanthey knewG1097V-2AAI-3P αὐτοὺςautousthemG0846P-APM παραβολὴνparabolēnparableG3850N-ASF εἶπεν.eipenHe had spoken.G2036V-2AAI-3S ἀφέντεςaphenteshaving leftG0863GV-2AAP-NPM ἀπῆλθον.¶apēlthonthey went away.G0565V-2AAI-3P 13 En zij zonden tot Hem enigen der Farizeën en der Herodianen, opdat zij Hem in Zijn rede vangen zouden.123
ἀποστέλλουσινapostellousinthey sendG0649V-PAI-3P ΦαρισαίωνPharisaiōnPhariseesG5330N-GPM-T ἩρῳδιανῶνHērōdianōnHerodiansG2265N-GPM-T ἀγρεύσωσινagreusōsinthey may catchG0064V-AAS-3P λόγῳ.logōin discourse.G3056N-DSM - der Herodianen, Van de Herodianen zie de verklaring Mat 22:16 .
- in Zijn rede Of, met hun woord; dat is met hunne vraag.
- vangen zouden Het Griekse woord is genomen van de gelijkenis van jagers, en ook van vissers, die door strikken, netten en lagen het wild of de vissen vangen.
14 Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven?12
ἐλθόντεςelthonteshaving comeG2064V-2AAP-NPM λέγουσινlegousinthey sayG3004GV-PAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T οἴδαμενoidamenwe knowG6063V-RAI-1P ἀληθὴςalēthēstrueG0227A-NSM μέλειmeleithere is careG3199V-PAI-3S οὐδενός·oudenosno [one];G3762A-GSM βλέπειςblepeisYou lookG0991V-PAI-2S πρόσωπονprosōponappearanceG4383N-ASN ἀνθρώπωνanthrōpōnof menG0444N-GPM ἐπ᾽ep᾽on the basis ofG1909PREP ἀληθείαςalētheias[the] truthG0225N-GSF θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T διδάσκεις.didaskeisteach.G1321V-PAI-2S ἔξεστινexestinIs it lawfulG1832V-PAI-3S δοῦναιdounaito giveG1325V-2AAN κῆνσονkēnsontributeG2778N-ASM ΚαίσαριKaisarito CaesarG2541JN-DSM-T - persoon der mensen niet aan, Grieks, het aangezicht. Zie hiervan Mat 22:16 .
- den weg Gods in der waarheid; Dat is, de leer, die God voorschrijft om tot de zaligheid te komen.
15 En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie.1
εἰδὼςeidōsknowingG6063V-RAP-NSM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM ὑπόκρισινhupokrisinhypocrisyG5272N-ASF εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM πειράζετε;peirazetedo you test?G3985HV-PAI-2P φέρετέpheretedo bringG5342V-PAM-2P δηνάριονdēnariona denariusG1220N-ASN ἴδω.idōI may see [it].G1492HV-2AAS-1S - penning, Grieks, denarius; daarvan zie Mat 18:28 .
16 En zij brachten een. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? en zij zeiden tot Hem: Des keizers.
ἤνεγκαν.ēnegkanthey brought [it].G5342V-AAI-3P λέγειlegeiHe saysG3004GV-PAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM τίνοςtinosOf whom [is]G5101I-GSM εἰκὼνeikōnlikenessG1504N-NSF ἐπιγραφή;epigraphēinscription?G1923N-NSF εἶπανeipanthey saidG2036V-2AAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM Καίσαρος.KaisarosCaesar’s.G2541JN-GSM-T 17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM τὰtathe [things]G3588T-APN ΚαίσαροςKaisarosof CaesarG2541JN-GSM-T ἀπόδοτεapodotedo give backG0591V-2AAM-2P ΚαίσαριKaisarito CaesarG2541JN-DSM-T τὰtathe [things]G3588T-APN θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T θεῷ.theōto God.G2316N-DSM-T ἐξεθαύμαζονexethaumazonthey were amazedG6028V-IAI-3P 18 En de Sadduceën kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende:1
ἔρχονταιerchontaicomeG2064V-PNI-3P ΣαδδουκαῖοιSaddoukaioiSadduceesG4523N-NPM-T οἵτινεςoitineswhoG3748R-NPM λέγουσινlegousinsayG3004GV-PAI-3P ἀνάστασινanastasina resurrectionG0386N-ASF εἶναι,einaibeingG1511V-PAN ἐπηρώτωνepērōtōnthey were questioningG1905V-IAI-3P λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM - Sadduceën kwamen tot Hem, Van de sekte der Sadduceën zie Act 23:8 .
19 Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indiën iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken.12
διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T ΜωϋσῆςMōusēsMosesG3475N-NSM-P ἔγραψενegrapsenwroteG1125V-2AAI-3S ἡμῖνhēminfor usG3165P-1DP τινοςtinosof anyoneG5100X-GSM ἀδελφὸςadelphosa brotherG0080N-NSM ἀποθάνῃapothanēshall dieG0599V-2AAS-3S καταλίπῃkatalipēhe may leave behindG2641V-2AAS-3S γυναῖκαgunaikaa wifeG1135HN-ASF ἀφῇaphēamay leaveG0863GV-2AAS-3S τέκνονteknonchildG5043N-ASN λάβῃlabēshall takeG2983V-2AAS-3S ἀδελφὸςadelphosbrotherG0080N-NSM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἐξαναστήσῃexanastēsēmay raise upG1817V-AAS-3S ἀδελφῷadelphōbrotherG0080N-DSM αὐτοῦ.autouof him.G0846P-GSM - Mozes heeft ons geschreven Deze wet behoorde tot de burgerlijke wetten der Joden, en had ook iets ceremonieels, en heeft daarom met den staat der Joden opgehouden.
- zaad verwekken Dat is, een zoon, die des afgestorvenen naam voerde en zijn erfgenaam was.
20 Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na.
ἀδελφοὶadelphoibrothersG0080N-NPM ἦσαν·ēsanthere were;G1510V-IAI-3P ἔλαβενelabentookG2983V-2AAI-3S γυναῖκαgunaikaa wifeG1135HN-ASF ἀποθνῄσκωνapothnēskōndyingG0599V-PAP-NSM ἀφῆκενaphēkenhe leftG0863GV-AAI-3S 21 De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks.
δεύτεροςdeuterossecondG1208A-NSM ἔλαβενelabentookG2983V-2AAI-3S ἀπέθανενapethanendiedG0599V-2AAI-3S αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM καταλιπὼνkatalipōnhaving leftG2641V-2AAP-NSM τρίτοςtritosthirdG5154A-NSM ὡσαύτως·hōsautōslikewise;G5615ADV 22 En al de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven.
ἔλαβονelabontookG2983V-2AAI-3P ἀφῆκανaphēkanleftG0863GV-AAI-3P σπέρμα.spermaoffspring.G4690GN-ASN ἔσχατονeschatonLastG2078A-ASN πάντωνpantōnof allG3956A-GPN ἀπέθανεν.apethanendied.G0599V-2AAI-3S 23 In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.
ἀναστάσειanastaseiresurrectionG0386N-DSF ἀναστῶσινanastōsinthey may riseG0450V-2AAS-3P τίνοςtinosof whichG5101I-GSM αὐτῶνautōnof themG0846P-GPM ἔσταιestaiwill she beG1510V-FDI-3S ἑπτὰheptathe sevenG2033A-NUI ἔσχονeschonhadG2192V-2AAI-3P γυναῖκα.¶gunaikaas wife.G1135HN-ASF 24 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods?
ἔφηephēWas sayingG5346V-IAI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπεν·eipensaid:G2036V-2AAI-3S διὰdiabecause ofG1223PREP πλανᾶσθεplanasthedo you errG4105V-PPI-2P εἰδότεςeidotesknowingG6063V-RAP-NPM γραφὰςgraphasScripturesG1124N-APF μηδὲmēdenor [knowing]G3366CONJ-N δύναμινdunaminpowerG1411N-ASF θεοῦ;theouof God?G2316N-GSM-T 25 Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn.
νεκρῶνnekrōn[the] deadG3498A-GPM ἀναστῶσιν,anastōsinthey may rise,G0450V-2AAS-3P οὔτεouteneitherG3777CONJ-N γαμοῦσινgamousindo they marryG1060V-PAI-3P γαμίζονταιgamizontaiare given in marriageG1061V-PPI-3P εἰσὶνeisinareG1510V-PAI-3P ἄγγελοιangeloiangelsG0032GN-NPM οὐρανοῖς.ouranoisheavens.G3772N-DPM 26 Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs?1
περὶperiConcerningG4012PREP νεκρῶνnekrōndeadG3498A-GPM ἐγείρονται,egeirontaithey rise,G1453V-PPI-3P ἀνέγνωτεanegnōteyou have readG0314V-2AAI-2P ΜωϋσέωςMōuseōsof MosesG3475N-GSM-P εἶπενeipenspokeG2036V-2AAI-3S λέγων·legōnsaying;G3004GV-PAP-NSM ἐγὼegōI myself [am]G1473P-1NS ἈβραὰμAbraamof AbrahamG0011N-GSM-P ἸσαὰκIsaakof IsaacG2464N-GSM-P Ἰακώβ;Iakōbof Jacob’?G2384HN-GSM-P - het doornenbos Of, braambos, of braam, gelijk Luk 6:44 .
27 God is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.12
ἔστινestinHe isG1510V-PAI-3S νεκρῶνnekrōnof [the] deadG3498A-GPM ζώντων·zōntōnof [the] living;G2198V-PAP-GPM ὑμεῖςhumeisyou yourselvesG4771P-2NP πολὺpoluGreatlyG4183A-ASN πλανᾶσθε.¶planastheyou err.G4105V-PPI-2P - God is niet een God der doden, Van den zin en de kracht van dit bewijs zie Mat 22:32 .
- zeer Grieks, veel.
28 En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van alle?12
προσελθὼνproselthōnhaving come upG4334V-2AAP-NSM γραμματέων,grammateōnscribes,G1122N-GPM ἀκούσαςakousashaving heardG0191V-AAP-NSM αὐτῶνautōnwhen theyG0846P-GPM συζητούντων,suzētountōnare reasoning together,G4802V-PAP-GPM ἰδὼνidōnseeingG1492HV-2AAP-NSM ἀπεκρίθηapekrithēHe answeredG0611V-ADI-3S αὐτοῖς,autoisthemG0846P-DPM ἐπηρώτησενepērōtēsenhe questionedG1905V-AAI-3S αὐτόν·autonHim;G0846P-ASM ἐστὶνestinisG1510V-PAI-3S ἐντολὴentolēcommandmentG1785N-NSF πρώτηprōtē[the] firstG4413JA-NSF πάντων;pantōnof allG3956A-GPN - zamen in woorden waren, Dat is, tezamen twistten met onderling vragen en antwoorden.
- eerste gebod van allen? Dat is, het voornaamste en grootste van de gehele wet Gods.
29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israël! de Heere, onze God, is een enig Heere.1
ἀπεκρίθηapekrithēAnsweredG0611V-ADI-3S ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἐστίνestinisG1510V-PAI-3S πασῶνpasōnof allG3956A-GPF ἐντολῶν·entolōncommandments:G1785N-GPF ἄκουεakouedo listenG0191V-PAM-2S Ἰσραήλ,IsraēlO Israel:G2474N-VSM-L κύριοςkurios[The] LordG2962GN-NSM-T κύριοςkurios[the] LordG2962GN-NSM-T ἐστιν·estinis;G1510V-PAI-3S - de Heere, onze God, Met het woord Heere wordt overgezet het Hebreeuwse woord JHWH, hetwelk betekent het goddelijk wezen, dat van eeuwigheid in en van Zichzelven bestaat, en allen dingen hun wezen geeft.
30 En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.1
ἀγαπήσειςagapēseisyou will loveG0025V-FAI-2S κύριονkurion[the] LordG2962GN-ASM-T καρδίαςkardiasheartG2588N-GSF διανοίαςdianoiasmindG1271N-GSF ἰσχύοςischuosstrengthG2479N-GSF σου.souof you.’G4771P-2GS ἐντολή.entolēcommandment.G1785N-NSF - verstand, en uit geheel uw kracht Of, gedachte; dat is overlegging des verstands.
31 En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.1
δευτέραdeutera[The] secondG1208A-NSF ὁμοίαhomoialikeG3664A-NSF αὕτη·hautēthis:G3778D-NSF ἀγαπήσειςagapēseisYou will loveG0025V-FAI-2S πλησίονplēsionneighbourG4139ADV σεαυτόν.seautonyourself.’G4771F-2ASM μείζωνmeizōnGreaterG3173A-NSF-C τούτωνtoutōnthan theseG3778D-GPF ἄλληallēanotherG0243A-NSF ἐντολὴentolēcommandmentG1785N-NSF ἔστιν.estinthere is.G1510V-PAI-3S - deze Namelijk deze twee voornaamste geboden.
32 En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij;
εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S γραμματεύς·grammateusscribe;G1122N-NSM καλῶς,kalōsRight,G2573ADV διδάσκαλε,didaskaleTeacher,G1320N-VSM-T ἐπ᾽ep᾽according toG1909PREP ἀληθείαςalētheiastruthG0225N-GSF εἶπεςeipesYou have spokenG2036V-2AAI-2S ἐστινestinHe isG1510V-PAI-3S ἔστινestinthere isG1510V-PAI-3S ἄλλοςallosanotherG0243A-NSM αὐτοῦ.autouHim.G0846P-GSM 33 En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen.1
ἀγαπᾶνagapanto loveG0025V-PAN καρδίαςkardiasheartG2588N-GSF συνέσεωςsuneseōsunderstandingG4907N-GSF ἰσχύοςischuosstrengthG2479N-GSF ἀγαπᾶνagapanto loveG0025V-PAN πλησίονplēsionneighbourG4139ADV ἑαυτὸνhe'autononeselfG1438F-3ASM περισσότερόνperissoteronmore excessiveG4054ADV-C ἐστινestinisG1510V-PAI-3S πάντωνpantōnthan allG3956A-GPN ὁλοκαυτωμάτωνholokautōmatōnburnt offeringsG3646N-GPN θυσιῶν.thusiōnsacrifices.G2378N-GPF - brandofferen en de slachtofferen Brandoffers waren offeranden, die op het altaar gelegd en aldaar geheel verbrand werden; slachtoffers, waarvan maar een deel op het altaar verbrand werd, en de andere stukken, zo van de priesters en Levieten als van degenen, die offerden, gegeten worden. Zie Lev 1 en Lev 2 enz. Hoewel somwijlen dit woord ook breder genomen wordt.
34 En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.1
ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἰδὼνidōnhaving seenG1492HV-2AAP-NSM νουνεχῶςnounechōswiselyG3562ADV ἀπεκρίθηapekrithēhe answeredG0611V-ADI-3S εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM βασιλείαςbasileiaskingdomG0932N-GSF θεοῦ.theouof God.G2316N-GSM-T οὐδεὶςoudeisno [one]G3762A-NSM οὐκέτιouketino longerG3756PRT-N + G2089 ἐτόλμαetolmawas daringG5111V-IAI-3S ἐπερωτῆσαι.¶eperōtēsaito question.G1905V-AAN - niet verre van het Koninkrijk Gods Overmits deze zijne belijdenis uit een leerzaam gemoed scheen voort te komen, vs.32, en met de leer van Christus in zoverre overeenkwam; en de bekentenis van de wet een middel kon zijn om hem verder te brengen tot kennis van zichzelven, en alzo voorts tot Christus, Gal 3:19 .
35 En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is?
ἀποκριθεὶςapokritheisansweringG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P ἔλεγενelegenwas sayingG3004GV-IAI-3S διδάσκωνdidaskōnteachingG1321V-PAP-NSM ἱερῷ·hi'erōtemple;G2411N-DSN λέγουσινlegousinsayG3004GV-PAI-3P γραμματεῖςgrammateisscribesG1122N-NPM χριστὸςchristosChristG5547N-NSM-T υἱὸςhuios[the] sonG5207N-NSM ΔαυίδDauidof DavidG1138N-GSM-P ἐστιν;estinis?G1510V-PAI-3S 36 Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.1
αὐτὸςautosHimselfG0846P-NSM ΔαυὶδDauidDavidG1138N-NSM-P εἶπενeipensaidG2036V-2AAI-3S πνεύματιpneumatiSpiritG4151GN-DSN εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S κάθουkathoudo sitG2521V-PNM-2S δεξιῶνdexiōn[the] right handG1188A-GPN θῶthōI may placeG5087V-2AAS-1S ἐχθρούςechthrousenemiesG2190N-APM ὑποκάτωhupokatōunderG5270PREP σου.souof You.’G4771P-2GS - Zit aan Mijn rechter- hand, Zie hiervan breder Mat 22:44 .
37 David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne.1
αὐτὸςautosHimselfG0846P-NSM ΔαυὶδDauidDavidG1138N-NSM-P κύριον,kurionLord,G2962GN-ASM-T αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἐστινestinis HeG1510V-PAI-3S πολὺςpolusgreatG4183A-NSM ὄχλοςochloscrowdG3793N-NSM ἤκουενēkouenwas listeningG0191V-IAI-3S αὐτοῦautouto HimG0846P-GSM ἡδέως.¶hēdeōsgladly.G2234ADV - hoe is Hij zijn Zoon? Grieks, van waar.
38 En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de Schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;123
αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM διδαχῇdidachēateachingG1322N-DSF αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM ἔλεγεν·elegenHe was saying;G3004GV-IAI-3S βλέπετεblepetedo bewareG0991V-PAM-2P γραμματέωνgrammateōnscribesG1122N-GPM θελόντωνthelontōnare desiringG2309V-PAP-GPM στολαῖςstolaisrobesG4749N-DPF περιπατεῖνperipateinto walk aboutG4043V-PAN ἀσπασμοὺςaspasmousgreetingsG0783N-APM ἀγοραῖςagoraismarketplacesG0058N-DPF - Wacht u voor de schriftgeleerden, Grieks, ziet voor u; namelijk dat gij door hunne schijnheiligheid niet bedrogen, of door hun voorbeeld tot dergelijke geveinsdheid niet gebracht wordt.
- lange klederen, Grieks, Stolais; hetwelk betekent lange rokken of tabbaarden tot de voeten toe, om daardoor te aanzienlijker bij de mensen te wezen. Zodat Christus hier niet verwerpt de klederen, maar de eergierigheid, die daaronder schuilde.
- gegroet zijn op de markten; Grieks, de groetenissen; namelijk hebben.
39 En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;1
πρωτοκαθεδρίαςprōtokathedriasfirst seatsG4410N-APF συναγωγαῖςsunagōgaissynagoguesG4864N-DPF πρωτοκλισίαςprōtoklisiasfirst placesG4411N-APF δείπνοις,deipnoisfeasts,G1173N-DPN - maaltijden; Grieks, avondmalen.
40 Welke de huizen der weduwen opeten, en dat onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.12
κατεσθίοντεςkatesthiontesdevouringG2719V-PAP-NPM χηρῶνchērōnwidowsG5503N-GPF προφάσειprophaseias a pretextG4392N-DSF μακρὰmakraat great lengthG3117A-APN προσευχόμενοι,proseuchomenoipraying,G4336V-PNP-NPM οὗτοιhoutoiTheseG3778D-NPM λήμψονταιlēmpsontaiwill receiveG2983V-FDI-3P περισσότερονperissoteronmore excessiveG4055A-ASN-C κρίμα.¶krimajudgment.G2917N-ASN - zwaarder Grieks, overvloediger.
- oordeel ontvangen Dat is, zwaarder straf in het oordeel.
41 En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel daarin.12
καθίσαςkathisashaving sat downG2523V-AAP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P κατέναντιkatenantioppositeG2713PREP γαζοφυλακίουgazophulakioutreasuryG1049N-GSN ἐθεώρειetheōreiHe was watchingG2334V-IAI-3S ὄχλοςochloscrowdG3793N-NSM βάλλειballeicastG0906HV-PAI-3S χαλκὸνchalkonmoneyG5475N-ASM γαζοφυλάκιον.gazophulakiontreasury.G1049N-ASN πολλοὶpolloimanyG4183A-NPM πλούσιοιplousioirichG4145A-NPM ἔβαλλονeballonwere casting [in]G0906HV-IAI-3P πολλά·pollamuch;G4183A-APN - schatkist, Van deze schatkist, zie 2Ki 12:9 , en Mat 27:6 .
- geld wierp in de schatkist; Grieks, koper.
42 En er kwam een arme weduwe, die twee kleine penningen daarin wierp, hetwelk is een oort.1
ἐλθοῦσαelthousahaving comeG2064V-2AAP-NSF πτωχὴptōchēpoorG4434N-NSF ἔβαλενebalenshe cast [in]G0906HV-2AAI-3S λεπτὰleptaleptaG3016N-APN ἐστινestinisG1510V-PAI-3S κοδράντης.kodrantēsa kodrantes.G2835N-NSM - oort Grieks, Kodrantes; van het Latijnse Quadrans; dat is, een vierde deel van een obolus, welke was het zesde deel van een drachma zilvers, welk zesde deel, naar onze rekening, is omtrent een stuiver, zodat een quadrans, naar onze rekening, is omtrent een oortje (ruim een cent).
43 En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben.
προσκαλεσάμενοςproskalesamenoshaving called to [Him]G4341V-ADP-NSM μαθητὰςmathētasdisciplesG3101N-APM αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM εἶπενeipenHe saysG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM ὑμῖνhuminto youG4771P-2DP πτωχὴptōchēpoorG4434N-NSF πλεῖονpleionmoreG4119A-ASN-C πάντωνpantōnthan allG3956A-GPM ἔβαλενebalenhas cast [in]G0906HV-2AAI-3S βαλλόντωνballontōncastingG0906HV-PAP-GPM γαζοφυλάκιον·gazophulakiontreasury;G1049N-ASN 44 Want zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar gansen leeftocht.12
πάντεςpantesAllG3956A-NPM τοῦtouthat whichG3588T-GSN περισσεύοντοςperisseuontosis aboundingG4052V-PAP-GSN αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM ἔβαλον,ebaloncast [in],G0906HV-2AAI-3P ὑστερήσεωςhusterēseōspovertyG5304N-GSF αὐτῆςautēsof herG0846P-GSF ὅσαhosaas much asG3745K-APN εἶχενeichenshe hadG2192V-IAI-3S ἔβαλεν,ebalencast [in],G0906HV-2AAI-3S βίονbionlivelihoodG0979N-ASM αὐτῆς.¶autēsof her.G0846P-GSF - haar gebrek, Of, van hetgeen zij zelve gebrek had.
- leeftocht Grieks, leven; dat is, wat zij overig en nodig had om te leven.