Chapter 17
1 Jezus zeide nu tot zijn discipelen: Het is onmogelijk dat er geen ergernissen zouden komen, maar wee dengene, door wien zij komen!
ΕἶπενEipenHe saidG2036V-2AAI-3S μαθητὰςmathētasdisciplesG3101N-APM αὐτοῦ·autouof Him;G0846P-GSM ἀνένδεκτόνanendektonImpossibleG0418A-NSN ἐστινestinit isG1510V-PAI-3S σκάνδαλαskandalastumbling blocksG4625N-APN ἐλθεῖν,eltheinto come,G2064V-2AAN οὐαὶouaiwoe [to him]G3759INJ ἔρχεται.erchetaithey come!G2064V-PNI-3S 2 Het ware hem beter, dat hem een molensteen om den hals gehangen en hij in de zee geworpen werd, dan dat hij één van deze kleinen zou ergeren.
λυσιτελεῖlusiteleiIt is betterG3081V-PAI-3S αὐτῷautōfor himG0846P-DSM λίθοςlithosa stoneG3037N-NSM μυλικὸςmulikosof a millG3457A-NSM περίκειταιperikeitaiis hungG4029V-PNI-3S τράχηλονtrachēlonneckG5137N-ASM αὐτοῦautouof himG0846P-GSM ἔρριπταιerriptaihe has been thrownG4496V-RPI-3S θάλασσανthalassanseaG2281N-ASF σκανδαλίσῃskandalisēhe may cause to stumbleG4624V-AAS-3S μικρῶνmikrōnlittle [ones]G3398A-GPM τούτωνtoutōnof theseG3778D-GPM 3 Wacht u zelven! Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en als hij berouw heeft, vergeef het hem.
προσέχετεprosechetedo take heedG4337V-PAM-2P ἑαυτοῖς.he'autoisto yourselves.G1438F-2DPM ἁμάρτῃhamartēshall sinG0264V-2AAS-3S ἀδελφόςadelphosbrotherG0080N-NSM ἐπιτίμησονepitimēsondo rebukeG2008V-AAM-2S μετανοήσῃ,metanoēsēhe shall repent,G3340V-AAS-3S ἄφεςaphesdo forgiveG0863HV-2AAM-2S 4 En als hij zevenmaal per dag tegen u zondigt, en zevenmaal tot u wederkeert, zeggende: Ik heb berouw, zoo zult gij het hem vergeven!
ἑπτάκιςheptakisseven timesG2034ADV ἡμέραςhēmerasdayG2250N-GSF ἁμαρτήσῃhamartēsēhe shall sinG0264V-AAS-3S ἑπτάκιςheptakisseven timesG2034ADV ἡμέραςhēmerasdayG2250N-GSF ἐπιστρέψῃepistrepsēshall returnG1994V-AAS-3S λέγων·legōnsaying:G3004GV-PAP-NSM μετανοῶ,metanoōI repent,G3340V-PAI-1S ἀφήσειςaphēseisyou will forgiveG0863HV-FAI-2S 5 En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons geloof!
εἶπανeipansaidG2036V-2AAI-3P ἀπόστολοιapostoloiapostlesG0652N-NPM πρόσθεςprosthesdo addG4369V-2AAM-2S πίστιν.pistinfaith!G4102GN-ASF 6 Maar de Heere zeide: Zoo gij geloof hadt als een mosterdzaad, dan zoudt gij tot dezen moerbezieboom zeggen: Ontwortel u en verplant u in de zee! — en hij zou u gehoorzamen.
εἶπενeipenSaidG2036V-2AAI-3S κύριος·kuriosLord;G2962GN-NSM-T ἔχετεecheteyou haveG2192V-PAI-2P κόκκονkokkona grainG2848N-ASM σινάπεως,sinapeōsof mustard,G4615N-GSN ἐλέγετεelegeteyou have spokenG3004GV-IAI-2P συκαμίνῳsukaminōmulberry treeG4807N-DSF ταύτῃ·tautēthis;G3778D-DSF ἐκριζώθητιekrizōthētido be uprootedG1610V-APM-2S φυτεύθητιphuteuthētido be plantedG5452V-APM-2S θαλάσσῃ,thalassēsea,G2281N-DSF ὑπήκουσενhupēkousenit have obeyedG5219V-AAI-3S ὑμῖν.¶huminyou.G4771P-2DP 7 En wie van u die een dienstknecht heeft, ploegende of de beesten hoedende, zal tot hem zeggen als hij van den akker komt: Kom en lig terstond mede aan?
δοῦλονdoulona servantG1401N-ASM ἔχωνechōnhavingG2192V-PAP-NSM ἀροτριῶνταarotriōntaplowingG0722V-PAP-ASM ποιμαίνοντα,poimainontashepherding,G4165V-PAP-ASM εἰσελθόντιeiselthontihaving come inG1525V-2AAP-DSM ἐρεῖereiwill sayG4483V-FAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM εὐθέωςeutheōsImmediatelyG2112ADV παρελθὼνparelthōnhaving comeG3928V-2AAP-NSM ἀνάπεσε;anapesedo recline?G0377V-2AAM-2S 8 Zal hij niet liever tot hem zeggen: Maak mijn avondmaaltijd gereed, en omgord u, en bedien mij, totdat ik heb gegeten en gedronken, en daarna zult gij eten en drinken?
οὐχὶouchisurelyG3780PRT-N ἐρεῖereihe will sayG4483V-FAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ἑτοίμασονhetoimasondo prepareG2090V-AAM-2S δειπνήσω,deipnēsōI may eat,G1172V-AAS-1S περιζωσάμενοςperizōsamenoshaving girded yourself aboutG4024V-AMP-NSM διακόνειdiakoneido serveG1247V-PAM-2S φάγωphagōI may eatG5315V-AAS-1S πίω,piōI may drink,G4095V-2AAS-1S ταῦταtautathese thingsG3778D-APN φάγεσαιphagesaiyou will eatG5315V-FMI-2S πίεσαιpiesaiwill drinkG4095V-FDI-2S σύ;suyou yourself?’G4771P-2NS 9 Dankt hij dan dien dienstknecht omdat deze gedaan heeft wat hem bevolen was? Ik denk het niet.
ἔχειecheiis heG2192V-PAI-3S χάρινcharinthankfulG5485N-ASF δούλῳdoulōservantG1401N-DSM ἐκείνῳekeinōthat [one]G1565D-DSM ἐποίησενepoiēsenhe didG4160GV-AAI-3S τὰtathe [things]G3588T-APN διαταχθένταdiatachthentahaving been commandedG1299V-APP-APN δοκῶ;dokōI think?G1380V-PAI-1S 10 Alzoo ook gijlieden, als gij zult gedaan hebben alles wat u bevolen is, zegt dan: Onnutte dienstknechten zijn wij; wij hebben maar gedaan wat we verplicht waren te doen!
ὑμεῖς,humeisyou yourselves,G4771P-2NP ποιήσητεpoiēsēteyou may have doneG4160GV-AAS-2P τὰtathe [things]G3588T-APN διαταχθένταdiatachthentahaving been commandedG1299V-APP-APN λέγετεlegetedo sayG3004GV-PAM-2P δοῦλοιdouloiServantsG1401N-NPM ἀχρεῖοίachreioiunworthyG0888A-NPM ἐσμεν·esmenare we;G1510V-PAI-1P ὠφείλομενōpheilomenwe were obligedG3784V-IAI-1P ποιῆσαιpoiēsaito doG4160GV-AAN πεποιήκαμεν.¶pepoiēkamenwe have done.G4160GV-RAI-1P 11 En als Hij naar Jerusalem trok, geschiedde het dat hij midden tusschen Samaria en Galilea doorging.
ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S πορεύεσθαιporeuesthaigoing upG4198V-PNN ἸερουσαλὴμIerousalēmJerusalemG2419N-ASF-L αὐτὸςautosHe himselfG0846P-NSM διήρχετοdiērchetowas passingG1330V-INI-3S μέσονmeson[the] midstG3319A-ASN ΣαμαρείαςSamareiasof SamariaG4540N-GSF-L Γαλιλαίας.GalilaiasGalilee.G1056GN-GSF-L 12 En als Hij naar zeker dorp kwam ontmoetten Hem tien melaatsche mannen, die van verre stonden,
εἰσερχομένουeiserchomenouwhen is enteringG1525V-PNP-GSM τιναtinaa certainG5100X-ASF κώμηνkōmēnvillageG2968N-ASF ἀπήντησανapēntēsanmetG0528V-AAI-3P αὐτῷautōwith HimG0846P-DSM λεπροὶleproileprousG3015A-NPM ἔστησανestēsanstoodG2476V-2AAI-3P πόρρωθεν.porrōthenafar off.G4207ADV-C 13 en zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester, ontferm U onzer!
αὐτοὶautoithey themselvesG0846P-NPM ἦρανēranlifted upG0142V-AAI-3P φωνὴνphōnēn[their] voiceG5456GN-ASF λέγοντες·legontessaying;G3004GV-PAP-NPM ἐπιστάτα,epistataMaster,G1988N-VSM-T ἐλέησονeleēsondo have compassion onG1653V-AAM-2S 14 En hen ziende zeide Hij tot Hen: Gaat heen, vertoont u zelven aan de priesters! En het geschiedde dat zij gereinigd werden terwijl zij weggingen.
ἰδὼνidōnhaving seen [them]G1492HV-2AAP-NSM εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM πορευθέντεςporeuthentesHaving goneG4198V-AOP-NPM ἐπιδείξατεepideixatedo showG1925V-AAM-2P ἑαυτοὺςhe'autousyourselvesG1438F-2APM ἱερεῦσιν.hi'ereusinpriests.G2409N-DPM ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ὑπάγεινhupageingoingG5217V-PAN αὐτούς,autousthem,G0846P-APM ἐκαθαρίσθησαν.ekatharisthēsanthey were cleansed.G2511V-API-3P 15 Toen nu één hunner zag dat hij genezen was, keerde hij terug, met groote stem God de glorie gevende.
ἰδὼνidōnhaving seenG1492HV-2AAP-NSM ἰάθη,iathēhe was healed,G2390V-API-3S ὑπέστρεψενhupestrepsenturned backG5290V-AAI-3S μεγάληςmegalēsloudG3173A-GSF δοξάζωνdoxazōnglorifyingG1392V-PAP-NSM θεόν.theonGod.G2316N-ASM-T 16 En hij viel op het aangezicht bij zijn voeten, Hem dankende. En deze was een Samaritaan.
ἔπεσενepesenhe fellG4098V-2AAI-3S πρόσωπονprosōpon[his] faceG4383N-ASN αὐτοῦautouof HimG0846P-GSM εὐχαριστῶνeucharistōngiving thanksG2168V-PAP-NSM αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM αὐτὸςautoshe himselfG0846P-NSM Σαμαρίτης.¶Samaritēsa Samaritan.G4541N-NSM-LG 17 Jezus dan antwoordde en zeide: Zijn niet de tien gereinigd? En de negen, waar zijn ze?
ἈποκριθεὶςApokritheisHaving answeredG0611V-AOP-NSM ἸησοῦςIēsousJesusG2424GN-NSM-P εἶπεν·eipensaid;G2036V-2AAI-3S οὐχὶouchisurelyG3780PRT-N ἐκαθαρίσθησαν;ekatharisthēsanwere cleansed?G2511V-API-3P ἐννέαenneathe nineG1767A-NUI ποῦ;pouare where?G4226ADV-I 18 Zijn er geen gevonden die wederkeeren om Gode de glorie te geven, dan deze vreemdeling?
εὑρέθησανheurethēsanwas there foundG2147V-2API-3P ὑποστρέψαντεςhupostrepsanteshaving returnedG5290V-AAP-NPM δοῦναιdounaito giveG1325V-2AAN δόξανdoxangloryG1391N-ASF θεῷtheōto GodG2316N-DSM-T ἀλλογενὴςallogenēsforeignerG0241A-NSM οὗτος;houtosthis?G3778D-NSM 19 En Hij zeide tot hem: Sta op, ga heen, uw geloof heeft u behouden!
εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτῷ·autōto him;G0846P-DSM ἀναστὰςanastasHaving risen upG0450V-2AAP-NSM πορεύου·poreuoudo go forth;G4198V-PNM-2S σέσωκένsesōkenhas curedG4982V-RAI-3S 20 Gevraagd zijnde van de fariseërs wanneer het koninkrijk Gods zou komen, antwoordde Hij hun en zeide: Het koninkrijk Gods komt niet op zichtbare wijze.
ἘπερωτηθεὶςEperōtētheisHaving been askedG1905V-APP-NSM ΦαρισαίωνPharisaiōnPhariseesG5330N-GPM-T ἔρχεταιerchetaiis comingG2064V-PNI-3S βασιλείαbasileiakingdomG0932N-NSF θεοῦ,theouof God,G2316N-GSM-T ἀπεκρίθηapekrithēHe answeredG0611V-ADI-3S αὐτοῖςautoisto themG0846P-DPM εἶπεν·eipensaid;G2036V-2AAI-3S ἔρχεταιerchetaicomesG2064V-PNI-3S βασιλείαbasileiakingdomG0932N-NSF θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T παρατηρήσεως,paratērēseōscareful observation,G3907N-GSF 21 En men zal niet zeggen: Hier is het, of daar! want ziet, het koninkrijk Gods is in uw midden.
ἐροῦσιν·erousinwill they say;G4483V-FAI-3P βασιλείαbasileiakingdomG0932N-NSF θεοῦtheouof GodG2316N-GSM-T ἐντὸςentosin the midstG1787PREP ὑμῶνhumōnof youG4771P-2GP ἐστιν.¶estinis.G1510V-PAI-3S 22 Hij zeide dan tot de discipelen: Er zullen dagen komen dat gij zult verlangen één der dagen van den Zoon des menschen te zien, en gij zult dien niet zien.
ΕἶπενEipenHe saidG2036V-2AAI-3S μαθητάς·mathētasdisciples;G3101N-APM ἐλεύσονταιeleusontaiWill comeG2064V-FDI-3P ἡμέραιhēmeraidaysG2250N-NPF ἐπιθυμήσετεepithumēseteyou will desireG1937V-FAI-2P ἡμερῶνhēmerōndaysG2250N-GPF ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T ὄψεσθε.opsestheyou will behold [it].G3700GV-FDI-2P 23 En men zal tot u zeggen: Ziet daar! ziet hier! Maar gaat niet heen, loopt niet na!
ἐροῦσινerousinthey will sayG4483V-FAI-3P ὑμῖν·huminto you;G4771P-2DP ἀπέλθητεapelthētemay go forthG0565V-2AAS-2P διώξητε.diōxētemay follow.G1377V-AAS-2P 24 Want gelijk de bliksem schittert, die van het eene einde des hemels tot het andere straalt, alzoo zal de Zoon des menschen zijn in zijn dag.
ἀστραπὴastrapēlightningG0796N-NSF ἀστράπτουσαastraptousais flashingG0797V-PAP-NSF τῆςtēsthe [one end]G3588T-GSF οὐρανὸνouranonskyG3772N-ASM τὴνtēnthe [other end]G3588T-ASF οὐρανὸνouranon[the] skyG3772N-ASM λάμπει,lampeishines,G2989V-PAI-3S ἔσταιestaiwill beG1510V-FDI-3S ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T αὐτοῦ.¶autouof Him.G0846P-GSM 25 Maar eerst moet Hij veel lijden en verworpen worden door deze natie.
δεῖdeiit behoovesG1163V-PAI-3S πολλὰpollamany thingsG4183A-APN παθεῖνpatheinto sufferG3958V-2AAN ἀποδοκιμασθῆναιapodokimasthēnaito be rejectedG0593V-APN γενεᾶςgeneasgenerationG1074N-GSF ταύτης.¶tautēsthis.G3778D-GSF 26 En gelijk het was in de dagen van Noach, zoo zal het ook zijn in de dagen van den Zoon des menschen:
καθὼςkathōseven asG2531CONJ ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ἡμέραιςhēmeraisdaysG2250N-DPF Νῶε,Nōeof Noah,G3575N-GSM-P ἔσταιestaiwill it beG1510V-FDI-3S ἡμέραιςhēmeraisdaysG2250N-DPF ἀνθρώπου·anthrōpouof man:G0444N-GSM 27 Zij aten, zij dronken, zij trouwden, zij werden getrouwd, tot op den dag dat Noach in de ark ging; en de zondvloed kwam en verdelgde allen.
ἤσθιον,ēsthionThey were eating,G2068V-IAI-3P ἔπινον,epinonwere drinking,G4095V-IAI-3P ἐγάμουν,egamounwere marrying,G1060V-IAI-3P ἐγαμίζοντο,egamizontowere being given in marriage,G1061V-IPI-3P ἡμέραςhēmerasdayG2250N-GSF εἰσῆλθενeisēlthenenteredG1525V-2AAI-3S κιβωτόν,kibōtonark,G2787HN-ASF ἦλθενēlthencameG2064V-2AAI-3S κατακλυσμὸςkataklusmosfloodG2627N-NSM ἀπώλεσενapōlesendestroyedG0622V-AAI-3S πάντας.pantasall.G3956A-APM 28 Desgelijks ook als het was in de dagen van Lot; zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden;
ὁμοίωςhomoiōsLikewiseG3668ADV καθὼςkathōseven asG2531CONJ ἐγένετοegenetoit came to passG1096V-2ADI-3S ἡμέραιςhēmeraisdaysG2250N-DPF Λώτ·Lōtof Lot;G3091N-GSM-P ἤσθιον,ēsthionthey were eating,G2068V-IAI-3P ἔπινον,epinonthey were drinking,G4095V-IAI-3P ἠγόραζον,ēgorazonthey were buying,G0059V-IAI-3P ἐπώλουν,epōlounthey were selling,G4453V-IAI-3P ἐφύτευον,ephuteuonthey were planting,G5452V-IAI-3P ᾠκοδόμουν.ōkodomounthey were building.G3618V-IAI-3P 29 maar op den dag dat Lot van Sodom uitging, regende er vuur en solfer van den hemel en verdelgde allen.
ἐξῆλθενexēlthenwent outG1831V-2AAI-3S Σοδόμων,SodomōnSodom,G4670N-GPN-L ἔβρεξενebrexenit rainedG1026V-AAI-3S θεῖονtheionbrimstoneG2303N-ASN οὐρανοῦouranouheavenG3772N-GSM ἀπώλεσενapōlesendestroyedG0622V-AAI-3S πάντας·pantasall;G3956A-APM 30 Op dezelfde wijze zal het zijn op den dag dat de Zoon des menschen openbaar zal worden.
κατὰkataAccordingG2596PREP αὐτὰautato theseG0846P-APN ἔσταιestaiwill it beG1510V-FDI-3S ἀνθρώπουanthrōpouof ManG0444N-GSM-T ἀποκαλύπτεται.¶apokaluptetaiis revealed.G0601V-PPI-3S 31 In dien dag, wie op het dak is en zijn huisraad is in huis, hij kome niet naar beneden om het te grijpen, en die op den akker is keere ook niet terug tot hetgeen hij achterliet.
ἐκείνῃekeinēthat [very]G1565D-DSF ὃςhosthe [one who]G3739R-NSM ἔσταιestaiwill beG1510V-FDI-3S δώματοςdōmatoshousetopG1430N-GSN σκεύηskeuēgoodsG4632N-NPN αὐτοῦautouof himG0846P-GSM καταβάτωkatabatōhe should come downG2597V-2AAM-3S ἆραιaraito take awayG0142V-AAN ὁμοίωςhomoiōslikewiseG3668ADV ἐπιστρεψάτωepistrepsatōhe should returnG1994V-AAM-3S τὰtathe [things]G3588T-APN 32 Gedenkt aan de vrouw van Lot.
μνημονεύετεmnēmoneuetedo rememberG3421V-PAM-2P γυναικὸςgunaikoswifeG1135HN-GSF Λώτ.Lōtof Lot!G3091N-GSM-P 33 Wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen, en wie het zal verliezen, die zal het bewaren.
ζητήσῃzētēsēshall seekG2212V-AAS-3S αὐτοῦautouof himG0846P-GSM περιποιήσασθαιperipoiēsasthaito gainG4046V-AMN ἀπολέσειapoleseiwill loseG0622V-FAI-3S ἀπολέσῃapolesēshall loseG0622V-AAS-3S ζῳογονήσειzōogonēseiwill preserveG2225V-FAI-3S αὐτήν.¶autēnit.G0846P-ASF 34 Ik zeg ulieden: In dien nacht zullen er twee op één bed zijn; de een zal worden meegenomen en de andere achtergelaten.
ὑμῖν·huminto you;G4771P-2DP ταύτῃtautēin thatG3778D-DSF νυκτὶnuktinightG3571N-DSF ἔσονταιesontaithere will beG1510V-FDI-3P κλίνηςklinēsbedG2825N-GSF παραλημφθήσεται,paralēmphthēsetaiwill be taken,G3880V-FPI-3S ἕτεροςheterosotherG2087A-NSM ἀφεθήσεται.aphethēsetaiwill be left.G0863GV-FPI-3S 35 Twee zullen er samen aan het malen zijn; de eene zal worden meegenomen, maar de andere achtergelaten.
ἔσονταιesontaiThere will beG1510V-FDI-3P δύοduotwo [women]G1417A-NUI ἀλήθουσαιalēthousaigrindingG0229V-PAP-NPF αὐτό·autosame [place];G0846P-ASN παραλημφθήσεται,paralēmphthēsetaiwill be taken,G3880V-FPI-3S ἑτέραheterathe otherG2087A-NSF ἀφεθήσεται.¶aphethēsetaiwill be left.G0863GV-FPI-3S 36 Twee zullen er op den akker zijn; de een zal worden meegenomen en de andere achtergelaten.
παραλημφθήσεταιparalēmphthēsetaiwill be takenG3880V-FPI-3S ἕτεροςheterosanotherG2087A-NSM ἀφεθήσεταιaphethēsetaiit will be leftG0863GV-FPI-3S 37 En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, daar zullen zich ook de arenden verzamelen.
ἀποκριθέντεςapokrithentesansweringG0611V-AOP-NPM λέγουσινlegousinthey sayG3004GV-PAI-3P αὐτῷ·autōto Him;G0846P-DSM εἶπενeipenHe saidG2036V-2AAI-3S αὐτοῖς·autoisto them;G0846P-DPM σῶμα,sōmabody [is],G4983N-NSN ἀετοὶaetoivulturesG0105N-NPM ἐπισυναχθήσονται.¶episunachthēsontaiwill be gathered.G1996V-FPI-3P